<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Carlijn+Schouten</id>
	<title>informatiestandaarden - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Carlijn+Schouten"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/Speciaal:Bijdragen/Carlijn_Schouten"/>
	<updated>2026-05-02T23:16:17Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.31.16</generator>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=289911</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=289911"/>
		<updated>2026-02-10T10:15:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 10-02-2026 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Patiënt en cliënt|| PC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1 ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak van vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak van vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak van vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VOMH1 || Invullen stopdatum op huisartsenpost || De waarnemend huisarts || vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. || Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts auteur blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
 || Ja || Nee || Nee || Het HAPIS ondersteunt de voorschrijver bij het al dan niet invullen van een stopdatum voor chronische medicatie, afhankelijk van of de huisarts van de patiënt/cliënt al dan niet over is op Medicatieproces 9. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH6 || Migratie huisartsenpost ||  || Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). || De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH7 || Reconciliatie huisartsenpost || De waarnemend huisarts || reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is. || &lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 10-2-2026 || Stap Verstrekken|| VE28 || Tekstueel || || De ketenafspraak VE28 is niet langer opgenomen onder stap 5, aangezien deze reeds is opgenomen onder stap 3. &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 10-2-2026 || Stap Verstrekken|| Aanpassing VE17 || Inhoud || In de kolom 'Opgenomen in specificaties van MP9?' stond 'Ja, echter zie BITS-issue MP-749'. || Dit is aangepast naar 'Ja'. || BITS-issue MP-749 is afgerond. Annuleer-TA is nu mogelijk. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 10-2-2026 || Stap Verstrekken|| Aanpassing VE5, VE11, VE16, VE21, VE24, VE25 en VE26 || Inhoud || In de kolom 'Opgenomen in specificaties van MP9?' stond 'Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig'. || Dit is aangepast naar 'Ja'. &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-1-2026 || Stap Voorschrijven|| Aanpassing VO23a, VO26a  || Tekstueel || In de besluiten werd 'vóór opname' gebruikt || Dit is aangepast naar 'van vóór opname'&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-1-2026 || Stap Voorschrijven|| Aanvulling op ketenafspraak  || Inhoud || De voorschrijver is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || De voorschrijver is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH7 De waarnemend huisarts reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is.&lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH6 Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VOMH1 De waarnemend huisarts vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| -  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - &lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=289844</id>
		<title>Lab: Implementatie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=289844"/>
		<updated>2026-02-09T13:56:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteam Lab}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van het kernteam Lab, met (indien van toepassing) de bijbehorende gebruikerseisen en –wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op deze pagina gaat het om de besluiten voor stap 7 in het 10-stappenplan van het programma Medicatieoverdracht. De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 7 gaan over Laboratoriumwaarden en hebben daarom een ID die start met ‘Lab’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 7 || Laboratoriumwaarden|| Lab&lt;br /&gt;
PGO Lab&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de besluiten van het kernteam Laboratoriumwaarden (lab) leggen zorgverleners van elf verschillende sectoren (Laboratorium (Medisch Microbiologie en Klinisch Chemie), GGZ, Gehandicaptenzorg, Huisartsenzorg, Medisch-Specialistische Zorg, Mondzorg, Openbare farmacie, Publieke gezondheid, Trombosezorg, Patiënt en Cliënt en Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg) met elkaar de verantwoordelijkheden vast rondom het uitwisselen van laboratoriumresultaten. Er worden afspraken vastgelegd over wie wat mag/moet doen en waarom. Zo zijn er afspraken in de keten ten aanzien van raadplegen, beschikbaar stellen en actief (door)sturen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Lab, de NEN-normen of de Richtlijn ‘Uitwisseling laboratoriumgegevens’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de aanvullende beproeving Lab wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de aanvullende beproeving. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, er uitzonderingen zijn op de situatie of er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de aanvullende beproeving lab of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) vertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit drie onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie.&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Juridische vraagstukken worden behandeld in een programmabreed juridisch kader en zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen. Mocht blijken dat er aanvullende besluiten kernteams nodig zijn, dan zullen deze programmabreed worden opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, gebruikerseisen- en wensen=&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresultaten ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit het kernteam Lab, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Lab 1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium || dat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het laboratoriumonderzoek, stelt deze beschikbaar voor andere zorgverleners*.&lt;br /&gt;
''*Indien een laboratorium een onderzoek uitbesteedt aan een ander laboratorium, dan blijft het laboratorium dat het onderzoek uitbesteedt het verantwoordelijke laboratorium (volgens afspraken in de richtlijn uitwisseling laboratoriumgegevens).''&lt;br /&gt;
|| Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2 || Beschikbaar stellen || De zorgverlener || die zelf een laboratoriumonderzoek uitvoert conform geldende kwaliteitscriteria en met een gevalideerd apparaat dat voldoet aan de op dat moment geldende NEN-EN-ISO norm, genoemd in de richtlijn Uitwisseling Laboratoriumgegevens, stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. || Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het vastleggen van de laboratoriumresultaten, én ondersteunt de zorgverlener bij het beschikbaar stellen van het laboratoriumresultaat in de keten.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2a|| Beschikbaar stellen||De zorgverlener|| onder wiens verantwoordelijkheid een patiënt zelf een laboratoriumtest uitvoert* en waarvan het resultaat in het systeem van de zorgverlener komt stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. &lt;br /&gt;
''*meting moet zijn uitgevoerd met een gevalideerd en gecertificeerd meetinstrument en voldoen aan eventuele specifieke richtlijnen van de sector of beroepsgroep.''&lt;br /&gt;
||Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden.|| Het XIS (in dit geval &amp;lt;ins&amp;gt;niet&amp;lt;/ins&amp;gt; het LIS) moet ondersteuning bieden bij het beschikbaar stellen van de laboratoriumresultaten. || Nee|| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 3|| Sturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting laboratoriumresultaten ter informatie versturen naar andere zorgverleners. Indien het een spoedsituatie betreft of overdracht van verantwoordelijkheden neemt de zorgverlener contact op. || Zodat andere zorgverleners beschikken over de recente laboratoriumresultaten. Bijvoorbeeld wanneer bij een verlaat binnengekomen laboratoriumresultaat direct ingrijpen noodzakelijk is. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering zo eenvoudig mogelijk te maken. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 4|| Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld.|| Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 5|| Referentie WDS || De voorschrijver || neemt bij het opstellen van het WisselendDoseerSchema (WDS) de referentie naar het laboratoriumresultaat* (indien beschikbaar) op in het WisselendDoseerSchema. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer || Zodat de ontvanger het bijhorende laboratoriumresultaat van het specifieke WisselendDoseerSchema (WDS) gericht bij de bron kan raadplegen. || &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet bij het opstellen van het WDS automatisch de meest recente laboratoriumresultaten presenteren die relevant zijn o.b.v. het voorgeschreven geneesmiddel in de MA. &lt;br /&gt;
* 2 Het XIS ondersteunt de voorschrijver om referentie(s) naar het laboratoriumresultaat* op te nemen in het WDS. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer  &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS moet de zorgaanbieder de mogelijkheid bieden zelf een lijst samen te stellen met wat voor die zorgaanbieder relevante laboratoriumresultaten zijn.   &lt;br /&gt;
|| Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 6|| Generieke query || De zorgverlener || raadpleegt standaard van elk laboratoriumwaarde het laatst bekende laboratoriumresultaat, en heeft de mogelijkheid om meer historie te raadplegen (bijvoorbeeld per type laboratoriumresultaat, de laatste 3 laboratoriumresultaten of een bepaalde periode). || Zodat voor de zorgverlener zowel de meest recente én de eenmalig te testen laboratoriumresultaten zichtbaar zijn. Dit is voldoende om veilige zorg te kunnen leveren. Indien nodig kan er meer historie geraadpleegd worden of nieuw onderzoek aangevraagd worden. Ook wordt hiermee een eenduidige werkwijze in de keten afgesproken. || Het XIS dient standaard de meeste recente laboratoriumresultaten op te vragen bij de bron, zichtbaar te hebben op het scherm en daarnaast de mogelijkheid te bieden om middels (combinaties van) de queryparameters meer op te vragen. &lt;br /&gt;
Toelichting: Als historie al een keer is opgehaald, kan daarna de resultaten vanaf laatste synchronisatie worden opgehaald. &lt;br /&gt;
|| Nee || ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 7|| Medicatiebewaking || De zorgverlener || die een laboratoriumonderzoek heeft aangevraagd, of onder wiens verantwoordelijkheid dit is gedaan, is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de medicatiebewaking op basis van de daaruit voortkomende laboratoriumresultaten. Hiervan kan worden afgeweken o.b.v. professionele inschatting of vigerende afspraken. || Zodat de controle van nieuwe laboratoriumresultaten met bestaande medicatie en bijbehorende afhandeling* bij dezelfde zorgverlener ligt, waardoor medicatieveiligheid gewaarborgd wordt.    *Het afhandelen van de medicatiebewaking kan worden uitbesteed aan een deskundig en bekwaam persoon. &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet in staat zijn om bij het verwerken van een nieuw laboratoriumresultaat dit resultaat te controleren op klinische relevantie, o.b.v. (bijvoorbeeld) MFB's en CR's. De manier en het tijdstip van afhandeling van deze melding is sector specifiek en zal daar opgepakt moeten worden.&lt;br /&gt;
* 2 Het XIS moet zo geconfigureerd zijn dat de zorgverlener tijdens het accorderen van de medicatieafspraken ook de nieuwe en klinisch relevante laboratoriumresultaten die gerelateerd zijn aan de medicatiebewaking te zien krijgen. &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS biedt de mogelijkheid om de in eis 1 genoemde meldingen te onderdrukken om herhaling bij ongewijzigde klinische omstandigheden te voorkomen. De criteria, de wijze en de duur van deze onderdrukking kan onafhankelijk van MFB en CR’s door een zorgaanbieder worden ingesteld.&lt;br /&gt;
* 4 Het XIS moet in staat zijn om een overzicht weer te geven van (virtuele) meldingen*, voortkomend uit de ontvangen, maar nog niet verwerkte laboratoriumresultaten met betrekking tot medicatie. Vanuit dit overzicht moet de gebruiker in staat zijn om de betreffende laboratoriumresultaten te verwerken en de daarbij horende meldingen verder af te handelen. De locatie en het tijdstip van afhandeling van deze melding moeten worden bepaald door de instelling. ''*o.b.v bijv. MFBs en CRs''&lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker.&lt;br /&gt;
|| ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 8|| Actualiteitcontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumresultaten kunnen gebruik maken van de actualtiteitscontrole. || Zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is. || Het XIS zorgt ervoor dat de laboratoriumresultaten automatisch worden opgevraagd en worden getoond wanneer de zorgverlener het dossier opent.|| Nee|| Dit besluit komt voort uit het juridisch kader.||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresulaten PGO ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PGO Lab1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium  dat het laboratoriumonderzoek van de aanvrager ontvangt en uitvoert, óf uitbesteedt aan een inbestedend laboratorium, || is verantwoordelijk om de laboratoriumresultaten direct beschikbaar te stellen voor de PGO.*  &lt;br /&gt;
''*Dit besluit sluit aan op besluit Lab1 (Besluiten kernteam Lab – informatiestandaarden)''&lt;br /&gt;
|| Zodat de patiënt / cliënt via de PGO de resultaten bij de bron kan verzamelen. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab2 || Herkennen coderingen uit codesystemen || De PGO || herkent de verschillende coderingen (bijvoorbeeld LOINC-codes en NHG-45 codes) van de laboratoriumresultaten. Bij ongelijke coderingen combineert de PGO deze niet op één regel, indien de coderingen gelijk zijn, kan de PGO dit wel doen.|| Zodat laboratoriumresultaten die niet dezelfde code hebben (door bijvoorbeeld andere wijze van testen of verschillende apparatuur), niet als vergelijking gebruikt worden.|| Het besluit is de gebruikerseis.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab3 || Herleiden bron ||De patiënt/ cliënt || kan in de PGO herleiden of het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door de zorgverlener, door het laboratorium of de patiënt / cliënt zelf*, en ziet daarbij de bron.**&lt;br /&gt;
''* In de scope voor de aanvullende beproeving zijn uitsluitend het laboratorium en testen door zorgverleners (POCt) meegenomen. Zelftest komt in een later stadium.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''** de Uitvoerder in de informatiestandaard.''&lt;br /&gt;
||Zodat de patiënt / cliënt kan zien van wie of welke organisatie het laboratoriumresultaat afkomstig is.''|| De PGO geeft de bron van het onderzoek weer (mits aangeleverd), met de duidelijke vermelding dat dit niet altijd de contactpersoon is.|| Nee|| Nee|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab4|| Contactpunt voor patiënt / cliënt || De patiënt / cliënt || kan bij de laboratoriumresultaten in de PGO herleiden wie de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek is, en dus als contactpunt dient.|| Zodat de patiënt / cliënt aan de hand van deze gegevens weet welke organisatie die moet benaderen met eventuele vragen . || De PGO geeft de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek weer (mits aangeleverd), met de vermelding dat dit het contactpunt is. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab5|| Tonen algemene uitleg || De PGO’s || tonen enkel een door de wetenschappelijke beroepsvereniging goedgekeurde uitleg bij de laboratoriumbepalingen en laboratoriumresultaten. || De zorgsectoren zien het als een risico wanneer de PGO’s niet-geverifieerde algemene invulling gaan geven aan de algemene uitleg, waardoor de patiënt onjuist geïnformeerd kan worden of verschillende / uit een lopende informatie te zien krijgt.|| PGO's maken hiervoor gebruik van een door de wetenschappelijke beroepsvereniging voor klinisch chemici goedgekeurde uitleg over laboratoriumtesten op www.allesovertesten.nl* ''*Voor microbiologische bepalingen is een dergelijke lijst nog niet beschikbaar, maar vallen op dit moment buiten scope van de aanvullende beproeving lab.'' &lt;br /&gt;
|| Nee|| Indien laboratoriumtesten ontbreken of een wijziging van een bestaande test gewenst is, kan via de website een verzoek worden ingediend&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
De mutatielog houdt vanaf moment van publicatie (3 juli 2024) de mutaties bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! ID !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 februari 2026 ||  ||  || Tekstuele aanpassing &lt;br /&gt;
|| Kernteambesluiten &lt;br /&gt;
|| Ketenafspraken  &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14 juli 2025 || Lab 3a || Sturen || Vervallen &lt;br /&gt;
|| Lab 3a&lt;br /&gt;
De zorgverlener moet, in geval van besluit 3, bij het versturen van laboratoriumresultaten naar andere zorgverleners verplicht de reden in het toelichtingsveld invullen. Zodat de andere zorgverlener weet waarom de resultaten zijn toegestuurd. &lt;br /&gt;
|| -  &lt;br /&gt;
|| In 2023 was de wens om een toelichtingsveld toe te voegen aan de informatiestandaard zodat bij sturen (tussen zorgverleners) van het laboratoriumresultaat wat ingevuld kon worden. In 2025 werd duidelijk dat de echte wens is dat de ontvanger geen onnodig werk doen (zoals opnieuw starten medicatiebewakingproces) als het doorgestuurde resultaat puur ter informatie is. Dit is gedekt in besluit Lab 3. Daarom komt Lab 3a te vervallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14 juli 2025 || Lab 3 gebruikerseis|| Sturen || Aanpassing || Lab 3 gebruikerseis &lt;br /&gt;
Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering en het vullen van het toelichtingsveld zo eenvoudig mogelijk te maken. &lt;br /&gt;
|| Lab 3 gebruikerseis &lt;br /&gt;
Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering zo eenvoudig mogelijk te maken.&lt;br /&gt;
|| In 2023 was de wens om een toelichtingsveld toe te voegen aan de informatiestandaard zodat bij sturen (tussen zorgverleners) van het laboratoriumresultaat wat ingevuld kon worden. In 2025 werd duidelijk dat de echte wens is dat de ontvanger geen onnodig werk doen (zoals opnieuw starten medicatiebewakingproces) als het doorgestuurde resultaat puur ter informatie is. Dit is gedekt in het besluit zelf. Daarom is de gebruikerseis aangepast door de woorden 'en het vullen van het toelichtingsveld' weg te halen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 1 juli 2025 || Lab 4 || Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Aanpassing || Lab4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het XIS moet in staat zijn om de gegevens waarvoor het abonnement is genomen op te vragen waarbij het signaal (handmatig of geautomatiseerd) als trigger dient (in dit geval betreft dit het opvragen van laboratoriumgegevens gebruikmakende van de context Lab). &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
Lab4 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nieuw &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. &lt;br /&gt;
|| In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 8 || Actualiteitscontrole || Toevoeging || - || In de toelichting: Dit besluit komt voort uit het juridisch kader. || In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 7 || Medicatiebewaking || Toevoeging || &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
||&lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener.&lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker. &lt;br /&gt;
|| Derde wens is bij publicatie per abuis niet overgenomen ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18 december 2024 || - || Terminologie || Toevoeging || - || In de inleiding: In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. || In overeenstemming met het programma Medicatie Overdracht ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=289842</id>
		<title>Lab: Implementatie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=289842"/>
		<updated>2026-02-09T13:50:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Overzicht kernteambesluiten, gebruikerseisen- en wensen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteam Lab}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van het kernteam Lab, met (indien van toepassing) de bijbehorende gebruikerseisen en –wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op deze pagina gaat het om de besluiten voor stap 7 in het 10-stappenplan van het programma Medicatieoverdracht. De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 7 gaan over Laboratoriumwaarden en hebben daarom een ID die start met ‘Lab’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 7 || Laboratoriumwaarden|| Lab&lt;br /&gt;
PGO Lab&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de besluiten van het kernteam Laboratoriumwaarden (lab) leggen zorgverleners van elf verschillende sectoren (Laboratorium (Medisch Microbiologie en Klinisch Chemie), GGZ, Gehandicaptenzorg, Huisartsenzorg, Medisch-Specialistische Zorg, Mondzorg, Openbare farmacie, Publieke gezondheid, Trombosezorg, Patiënt en Cliënt en Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg) met elkaar de verantwoordelijkheden vast rondom het uitwisselen van laboratoriumresultaten. Er worden afspraken vastgelegd over wie wat mag/moet doen en waarom. Zo zijn er afspraken in de keten ten aanzien van raadplegen, beschikbaar stellen en actief (door)sturen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Lab, de NEN-normen of de Richtlijn ‘Uitwisseling laboratoriumgegevens’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de aanvullende beproeving Lab wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de aanvullende beproeving. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, er uitzonderingen zijn op de situatie of er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de aanvullende beproeving lab of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) vertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit drie onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie.&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Juridische vraagstukken worden behandeld in een programmabreed juridisch kader en zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen. Mocht blijken dat er aanvullende besluiten kernteams nodig zijn, dan zullen deze programmabreed worden opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, gebruikerseisen- en wensen=&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresultaten ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit het kernteam Lab, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Lab 1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium || dat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het laboratoriumonderzoek, stelt deze beschikbaar voor andere zorgverleners*.&lt;br /&gt;
''*Indien een laboratorium een onderzoek uitbesteedt aan een ander laboratorium, dan blijft het laboratorium dat het onderzoek uitbesteedt het verantwoordelijke laboratorium (volgens afspraken in de richtlijn uitwisseling laboratoriumgegevens).''&lt;br /&gt;
|| Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2 || Beschikbaar stellen || De zorgverlener || die zelf een laboratoriumonderzoek uitvoert conform geldende kwaliteitscriteria en met een gevalideerd apparaat dat voldoet aan de op dat moment geldende NEN-EN-ISO norm, genoemd in de richtlijn Uitwisseling Laboratoriumgegevens, stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. || Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het vastleggen van de laboratoriumresultaten, én ondersteunt de zorgverlener bij het beschikbaar stellen van het laboratoriumresultaat in de keten.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2a|| Beschikbaar stellen||De zorgverlener|| onder wiens verantwoordelijkheid een patiënt zelf een laboratoriumtest uitvoert* en waarvan het resultaat in het systeem van de zorgverlener komt stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. &lt;br /&gt;
''*meting moet zijn uitgevoerd met een gevalideerd en gecertificeerd meetinstrument en voldoen aan eventuele specifieke richtlijnen van de sector of beroepsgroep.''&lt;br /&gt;
||Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden.|| Het XIS (in dit geval &amp;lt;ins&amp;gt;niet&amp;lt;/ins&amp;gt; het LIS) moet ondersteuning bieden bij het beschikbaar stellen van de laboratoriumresultaten. || Nee|| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 3|| Sturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting laboratoriumresultaten ter informatie versturen naar andere zorgverleners. Indien het een spoedsituatie betreft of overdracht van verantwoordelijkheden neemt de zorgverlener contact op. || Zodat andere zorgverleners beschikken over de recente laboratoriumresultaten. Bijvoorbeeld wanneer bij een verlaat binnengekomen laboratoriumresultaat direct ingrijpen noodzakelijk is. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering zo eenvoudig mogelijk te maken. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 4|| Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld.|| Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 5|| Referentie WDS || De voorschrijver || neemt bij het opstellen van het WisselendDoseerSchema (WDS) de referentie naar het laboratoriumresultaat* (indien beschikbaar) op in het WisselendDoseerSchema. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer || Zodat de ontvanger het bijhorende laboratoriumresultaat van het specifieke WisselendDoseerSchema (WDS) gericht bij de bron kan raadplegen. || &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet bij het opstellen van het WDS automatisch de meest recente laboratoriumresultaten presenteren die relevant zijn o.b.v. het voorgeschreven geneesmiddel in de MA. &lt;br /&gt;
* 2 Het XIS ondersteunt de voorschrijver om referentie(s) naar het laboratoriumresultaat* op te nemen in het WDS. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer  &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS moet de zorgaanbieder de mogelijkheid bieden zelf een lijst samen te stellen met wat voor die zorgaanbieder relevante laboratoriumresultaten zijn.   &lt;br /&gt;
|| Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 6|| Generieke query || De zorgverlener || raadpleegt standaard van elk laboratoriumwaarde het laatst bekende laboratoriumresultaat, en heeft de mogelijkheid om meer historie te raadplegen (bijvoorbeeld per type laboratoriumresultaat, de laatste 3 laboratoriumresultaten of een bepaalde periode). || Zodat voor de zorgverlener zowel de meest recente én de eenmalig te testen laboratoriumresultaten zichtbaar zijn. Dit is voldoende om veilige zorg te kunnen leveren. Indien nodig kan er meer historie geraadpleegd worden of nieuw onderzoek aangevraagd worden. Ook wordt hiermee een eenduidige werkwijze in de keten afgesproken. || Het XIS dient standaard de meeste recente laboratoriumresultaten op te vragen bij de bron, zichtbaar te hebben op het scherm en daarnaast de mogelijkheid te bieden om middels (combinaties van) de queryparameters meer op te vragen. &lt;br /&gt;
Toelichting: Als historie al een keer is opgehaald, kan daarna de resultaten vanaf laatste synchronisatie worden opgehaald. &lt;br /&gt;
|| Nee || ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 7|| Medicatiebewaking || De zorgverlener || die een laboratoriumonderzoek heeft aangevraagd, of onder wiens verantwoordelijkheid dit is gedaan, is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de medicatiebewaking op basis van de daaruit voortkomende laboratoriumresultaten. Hiervan kan worden afgeweken o.b.v. professionele inschatting of vigerende afspraken. || Zodat de controle van nieuwe laboratoriumresultaten met bestaande medicatie en bijbehorende afhandeling* bij dezelfde zorgverlener ligt, waardoor medicatieveiligheid gewaarborgd wordt.    *Het afhandelen van de medicatiebewaking kan worden uitbesteed aan een deskundig en bekwaam persoon. &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet in staat zijn om bij het verwerken van een nieuw laboratoriumresultaat dit resultaat te controleren op klinische relevantie, o.b.v. (bijvoorbeeld) MFB's en CR's. De manier en het tijdstip van afhandeling van deze melding is sector specifiek en zal daar opgepakt moeten worden.&lt;br /&gt;
* 2 Het XIS moet zo geconfigureerd zijn dat de zorgverlener tijdens het accorderen van de medicatieafspraken ook de nieuwe en klinisch relevante laboratoriumresultaten die gerelateerd zijn aan de medicatiebewaking te zien krijgen. &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS biedt de mogelijkheid om de in eis 1 genoemde meldingen te onderdrukken om herhaling bij ongewijzigde klinische omstandigheden te voorkomen. De criteria, de wijze en de duur van deze onderdrukking kan onafhankelijk van MFB en CR’s door een zorgaanbieder worden ingesteld.&lt;br /&gt;
* 4 Het XIS moet in staat zijn om een overzicht weer te geven van (virtuele) meldingen*, voortkomend uit de ontvangen, maar nog niet verwerkte laboratoriumresultaten met betrekking tot medicatie. Vanuit dit overzicht moet de gebruiker in staat zijn om de betreffende laboratoriumresultaten te verwerken en de daarbij horende meldingen verder af te handelen. De locatie en het tijdstip van afhandeling van deze melding moeten worden bepaald door de instelling. ''*o.b.v bijv. MFBs en CRs''&lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker.&lt;br /&gt;
|| ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 8|| Actualiteitcontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumresultaten kunnen gebruik maken van de actualtiteitscontrole. || Zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is. || Het XIS zorgt ervoor dat de laboratoriumresultaten automatisch worden opgevraagd en worden getoond wanneer de zorgverlener het dossier opent.|| Nee|| Dit besluit komt voort uit het juridisch kader.||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresulaten PGO ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PGO Lab1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium  dat het laboratoriumonderzoek van de aanvrager ontvangt en uitvoert, óf uitbesteedt aan een inbestedend laboratorium, || is verantwoordelijk om de laboratoriumresultaten direct beschikbaar te stellen voor de PGO.*  &lt;br /&gt;
''*Dit besluit sluit aan op besluit Lab1 (Besluiten kernteam Lab – informatiestandaarden)''&lt;br /&gt;
|| Zodat de patiënt / cliënt via de PGO de resultaten bij de bron kan verzamelen. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab2 || Herkennen coderingen uit codesystemen || De PGO || herkent de verschillende coderingen (bijvoorbeeld LOINC-codes en NHG-45 codes) van de laboratoriumresultaten. Bij ongelijke coderingen combineert de PGO deze niet op één regel, indien de coderingen gelijk zijn, kan de PGO dit wel doen.|| Zodat laboratoriumresultaten die niet dezelfde code hebben (door bijvoorbeeld andere wijze van testen of verschillende apparatuur), niet als vergelijking gebruikt worden.|| Het besluit is de gebruikerseis.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab3 || Herleiden bron ||De patiënt/ cliënt || kan in de PGO herleiden of het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door de zorgverlener, door het laboratorium of de patiënt / cliënt zelf*, en ziet daarbij de bron.**&lt;br /&gt;
''* In de scope voor de aanvullende beproeving zijn uitsluitend het laboratorium en testen door zorgverleners (POCt) meegenomen. Zelftest komt in een later stadium.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''** de Uitvoerder in de informatiestandaard.''&lt;br /&gt;
||Zodat de patiënt / cliënt kan zien van wie of welke organisatie het laboratoriumresultaat afkomstig is.''|| De PGO geeft de bron van het onderzoek weer (mits aangeleverd), met de duidelijke vermelding dat dit niet altijd de contactpersoon is.|| Nee|| Nee|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab4|| Contactpunt voor patiënt / cliënt || De patiënt / cliënt || kan bij de laboratoriumresultaten in de PGO herleiden wie de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek is, en dus als contactpunt dient.|| Zodat de patiënt / cliënt aan de hand van deze gegevens weet welke organisatie die moet benaderen met eventuele vragen . || De PGO geeft de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek weer (mits aangeleverd), met de vermelding dat dit het contactpunt is. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab5|| Tonen algemene uitleg || De PGO’s || tonen enkel een door de wetenschappelijke beroepsvereniging goedgekeurde uitleg bij de laboratoriumbepalingen en laboratoriumresultaten. || De zorgsectoren zien het als een risico wanneer de PGO’s niet-geverifieerde algemene invulling gaan geven aan de algemene uitleg, waardoor de patiënt onjuist geïnformeerd kan worden of verschillende / uit een lopende informatie te zien krijgt.|| PGO's maken hiervoor gebruik van een door de wetenschappelijke beroepsvereniging voor klinisch chemici goedgekeurde uitleg over laboratoriumtesten op www.allesovertesten.nl* ''*Voor microbiologische bepalingen is een dergelijke lijst nog niet beschikbaar, maar vallen op dit moment buiten scope van de aanvullende beproeving lab.'' &lt;br /&gt;
|| Nee|| Indien laboratoriumtesten ontbreken of een wijziging van een bestaande test gewenst is, kan via de website een verzoek worden ingediend&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
De mutatielog houdt vanaf moment van publicatie (3 juli 2024) de mutaties bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! ID !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14 juli 2025 || Lab 3a || Sturen || Vervallen &lt;br /&gt;
|| Lab 3a&lt;br /&gt;
De zorgverlener moet, in geval van besluit 3, bij het versturen van laboratoriumresultaten naar andere zorgverleners verplicht de reden in het toelichtingsveld invullen. Zodat de andere zorgverlener weet waarom de resultaten zijn toegestuurd. &lt;br /&gt;
|| -  &lt;br /&gt;
|| In 2023 was de wens om een toelichtingsveld toe te voegen aan de informatiestandaard zodat bij sturen (tussen zorgverleners) van het laboratoriumresultaat wat ingevuld kon worden. In 2025 werd duidelijk dat de echte wens is dat de ontvanger geen onnodig werk doen (zoals opnieuw starten medicatiebewakingproces) als het doorgestuurde resultaat puur ter informatie is. Dit is gedekt in besluit Lab 3. Daarom komt Lab 3a te vervallen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14 juli 2025 || Lab 3 gebruikerseis|| Sturen || Aanpassing || Lab 3 gebruikerseis &lt;br /&gt;
Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering en het vullen van het toelichtingsveld zo eenvoudig mogelijk te maken. &lt;br /&gt;
|| Lab 3 gebruikerseis &lt;br /&gt;
Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering zo eenvoudig mogelijk te maken.&lt;br /&gt;
|| In 2023 was de wens om een toelichtingsveld toe te voegen aan de informatiestandaard zodat bij sturen (tussen zorgverleners) van het laboratoriumresultaat wat ingevuld kon worden. In 2025 werd duidelijk dat de echte wens is dat de ontvanger geen onnodig werk doen (zoals opnieuw starten medicatiebewakingproces) als het doorgestuurde resultaat puur ter informatie is. Dit is gedekt in het besluit zelf. Daarom is de gebruikerseis aangepast door de woorden 'en het vullen van het toelichtingsveld' weg te halen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 1 juli 2025 || Lab 4 || Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Aanpassing || Lab4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het XIS moet in staat zijn om de gegevens waarvoor het abonnement is genomen op te vragen waarbij het signaal (handmatig of geautomatiseerd) als trigger dient (in dit geval betreft dit het opvragen van laboratoriumgegevens gebruikmakende van de context Lab). &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
Lab4 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nieuw &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. &lt;br /&gt;
|| In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 8 || Actualiteitscontrole || Toevoeging || - || In de toelichting: Dit besluit komt voort uit het juridisch kader. || In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 7 || Medicatiebewaking || Toevoeging || &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
||&lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener.&lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker. &lt;br /&gt;
|| Derde wens is bij publicatie per abuis niet overgenomen ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18 december 2024 || - || Terminologie || Toevoeging || - || In de inleiding: In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. || In overeenstemming met het programma Medicatie Overdracht ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=288215</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=288215"/>
		<updated>2026-01-15T11:36:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 15-01-2026 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Patiënt en cliënt|| PC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1 ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VOMH1 || Invullen stopdatum op huisartsenpost || De waarnemend huisarts || vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. || Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts auteur blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
 || Ja || Nee || Nee || Het HAPIS ondersteunt de voorschrijver bij het al dan niet invullen van een stopdatum voor chronische medicatie, afhankelijk van of de huisarts van de patiënt/cliënt al dan niet over is op Medicatieproces 9. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH6 || Migratie huisartsenpost ||  || Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). || De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH7 || Reconciliatie huisartsenpost || De waarnemend huisarts || reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is. || &lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-1-2026 || Stap Voorschrijven|| Aanvulling op ketenafspraak  || Inhoud || De voorschrijver is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || De voorschrijver is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH7 De waarnemend huisarts reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is.&lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH6 Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VOMH1 De waarnemend huisarts vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=288214</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=288214"/>
		<updated>2026-01-15T10:19:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 15-01-2026 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Patiënt en cliënt|| PC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1 ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VOMH1 || Invullen stopdatum op huisartsenpost || De waarnemend huisarts || vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. || Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
 || Ja || Nee || Nee || Het HAPIS ondersteunt de voorschrijver bij het al dan niet invullen van een stopdatum voor chronische medicatie, afhankelijk van of de huisarts van de patiënt/cliënt al dan niet over is op Medicatieproces 9. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH6 || Migratie huisartsenpost ||  || Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). || De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH7 || Reconciliatie huisartsenpost || De waarnemend huisarts || reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is. || &lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-1-2026 || Stap Voorschrijven|| Aanvulling op ketenafspraak  || Inhoud || De voorschrijver is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || De voorschrijver is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH7 De waarnemend huisarts reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is.&lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH6 Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VOMH1 De waarnemend huisarts vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=288213</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=288213"/>
		<updated>2026-01-15T10:19:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 23-12-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Patiënt en cliënt|| PC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1 ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VOMH1 || Invullen stopdatum op huisartsenpost || De waarnemend huisarts || vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. || Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
 || Ja || Nee || Nee || Het HAPIS ondersteunt de voorschrijver bij het al dan niet invullen van een stopdatum voor chronische medicatie, afhankelijk van of de huisarts van de patiënt/cliënt al dan niet over is op Medicatieproces 9. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH6 || Migratie huisartsenpost ||  || Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). || De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH7 || Reconciliatie huisartsenpost || De waarnemend huisarts || reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is. || &lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-1-2026 || Stap Voorschrijven|| Aanvulling op ketenafspraak  || Inhoud || De voorschrijver is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || De voorschrijver is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH7 De waarnemend huisarts reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is.&lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH6 Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VOMH1 De waarnemend huisarts vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=288212</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=288212"/>
		<updated>2026-01-15T10:16:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 23-12-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Patiënt en cliënt|| PC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen* || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || *met uitzondering van de hybride situatie, zoals beschreven in VOMH1 ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VOMH1 || Invullen stopdatum op huisartsenpost || De waarnemend huisarts || vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. || Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
 || Ja || Nee || Nee || Het HAPIS ondersteunt de voorschrijver bij het al dan niet invullen van een stopdatum voor chronische medicatie, afhankelijk van of de huisarts van de patiënt/cliënt al dan niet over is op Medicatieproces 9. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH6 || Migratie huisartsenpost ||  || Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). || De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH7 || Reconciliatie huisartsenpost || De waarnemend huisarts || reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is. || &lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH7 De waarnemend huisarts reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is.&lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH6 Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VOMH1 De waarnemend huisarts vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=287714</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=287714"/>
		<updated>2025-12-23T07:55:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 23-12-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Patiënt en cliënt|| PC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VOMH1 || Invullen stopdatum op huisartsenpost || De waarnemend huisarts || vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. || Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
 || Ja || Nee || Nee || Het HAPIS ondersteunt de voorschrijver bij het al dan niet invullen van een stopdatum voor chronische medicatie, afhankelijk van of de huisarts van de patiënt/cliënt al dan niet over is op Medicatieproces 9. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH6 || Migratie huisartsenpost ||  || Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). || De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH7 || Reconciliatie huisartsenpost || De waarnemend huisarts || reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is. || &lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH7 De waarnemend huisarts reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is.&lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VGMH6 Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Migratie en Hybride|| Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || VOMH1 De waarnemend huisarts vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuw ketenafspraak  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=287713</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=287713"/>
		<updated>2025-12-23T07:50:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 23-12-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Patiënt en cliënt|| PC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VOMH1 || Invullen stopdatum op huisartsenpost || De waarnemend huisarts || vult altijd een stopdatum in de medicatieafspraak, tenzij een chronische medicatieafspraak (Medicatieproces 9 bouwsteen) wordt gewijzigd. Hierbij wordt de stopdatum gebaseerd op de te verstrekken hoeveelheid, tenzij hier op basis van professionele inschatting of regionale afspraken afgeweken wordt. Dit besluit komt te vervallen wanneer de vaste huisarts van patiënt/cliënt over is op Medicatieproces 9. Vanaf dat moment wordt de stopdatum, of afwezigheid daarvan, gebaseerd op de therapeutische intentie. || Wanneer geen stopdatum wordt ingevuld en de voorschrijver nog niet over is op Medicatieproces 9, kan de medicatieafspraak niet gewijzigd of gestopt worden door de vaste huisarts. Dit leidt ertoe dat: &lt;br /&gt;
# de waarnemend huisarts blijft, wat onwenselijk is&lt;br /&gt;
# onjuiste informatie beschikbaar blijft in de keten&lt;br /&gt;
 || Ja || Nee || Nee || Het HAPIS ondersteunt de voorschrijver bij het al dan niet invullen van een stopdatum voor chronische medicatie, afhankelijk van of de huisarts van de patiënt/cliënt al dan niet over is op Medicatieproces 9. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH6 || Migratie huisartsenpost ||  || Wanneer een HAPIS over is op Medicatieproces 9, worden alleen de medicatiegegevens die na de migratiedatum worden aangemaakt beschikbaar gesteld (dit betreft ook een stop en wijziging). || De waarnemend huisarts schrijft voornamelijk kortdurende medicatie voor. Voor chronische medicatie mag ervan uitgegaan worden dat deze overgenomen is door de vaste huisarts. Hierdoor is deze medicatie raadpleegbaar vanuit het HIS van de vaste huisarts. Daarbij is bewust gekozen om ook voor patiënten/cliënten zonder vaste huisarts, die regelmatig bij de HAP komen, enkel de nieuw aangemaakte medicatiegegevens beschikbaar te stellen.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH6 || Reconciliatie huisartsenpost || De waarnemend huisarts || reconcilieert niet, tenzij deze op basis van professionele inschatting bepaald dat dit noodzakelijk is. || &lt;br /&gt;
* De waarnemend huisarts heeft (vaak) onvoldoende dossierkennis van de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
* Ondanks dat de waarnemend huisarts wel medicatie verifieert, past reconciliatie niet in de spoedsetting van de HAP.&lt;br /&gt;
  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuwe ketenafspraken  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuwe ketenafspraken  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=287712</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=287712"/>
		<updated>2025-12-23T07:26:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Inleiding */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 23-12-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Patiënt en cliënt|| PC&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuwe ketenafspraken  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuwe ketenafspraken  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=287711</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=287711"/>
		<updated>2025-12-23T07:25:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Ketenafspraken, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 23-12-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de ketenafspraken, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. Ketenafspraken werden voorheen 'besluiten kernteams' genoemd. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, ketenafspraken over de trombosezorg, de basis afspraken en de ketenafspraken voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ketenafspraken hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin de ketenafspraak gemaakt is. De ketenafspraken van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een ketenafspraak pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de ketenafspraken over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort deze ketenafspraak toch bij de stap met de ketenafspraken over voorschrijven. Daarom staat zo'n ketenafspraak benoemd bij die stap. De ketenafspraken van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De ketenafspraken over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de ketenafspraken over de Basis Afspraken begint met ‘BA’. De ketenafspraken over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de ketenafspraken vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de ketenafspraken:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van de ketenafspraak, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** ketenafspraak/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is de ketenafspraak ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele ketenafspraken van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze ketenafspraken worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht ketenafspraken, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen. Indien de medicatieafspraak wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te nemen.  || zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen.   || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van de ketenafspraak plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Ketenafspraak met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In één van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manu medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De ketenafspraken van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De ketenafspraken van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (ketenafspraak VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectorale ketenafspraak te maken, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook ketenafspraak VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende ketenafspraken VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en medicatieoverzicht || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het medicatieoverzicht || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg ketenafspraken zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is de ketenafspraak.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De ketenafspraken zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt deze ketenafspraak zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat deze ketenafspraak eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Migratie &amp;amp; Hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze ketenafspraken hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Ketenafspraken Patiënt en cliënt ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de ketenafspraken, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de patiënt en cliënt weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Ketenafspraak  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC1 || Toestemming weigeren || De zorgverlener || informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, || omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.  || Ja || Nee || Nee || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PC2 || Kwetsbare patiënten/cliënten  ||  || Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, || omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.  || Ja || Nee || Nee || Nee  || *Verwijzing naar definitie in [https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten kwaliteitsstandaard] pagina 9&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuwe ketenafspraken  || Inhoud ||  || PC2 Bij kwetsbare patiënten/cliënten* moeten zorgverleners zich extra inspannen voor het vragen van toestemming en het verifiëren van medicatiegegevens, omdat patiënten/cliënten uit deze (kwetsbare) groepen zelf (mogelijk) niet in staat zijn om de toestemming en verificatie van medicatiegegevens te regelen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-12-2025 || Stap Patiënt en cliënt || Nieuwe ketenafspraken  || Inhoud ||  || PC1 Toestemming weigeren. De zorgverlener informeert de patiënt/cliënt over de consequenties van het weigeren van toestemming over het uitwisselen van medicatiegegevens, omdat de patiënt/cliënt zich niet altijd bewust is dat het niet geven van toestemming bij één zorgverlener gevolgen heeft voor alle zorgverleners in de keten.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-12-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling ketenafspraken  || Inhoud || De kolom werkproceseis was voor ketenafspraken VO41a en VO41b niet gevuld. || Voor ketenafspraken VO41a en VO41b is 'ja' toegevoegd aan de kolom werkproceseis.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 09-12-2025 || Overal || Term besluiten kernteams  || Tekstueel || Voor 'besluiten kernteams' wordt nu overal de term ketenafspraken gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar ketenafspraken. In de inleiding is toegevoegd dat ketenafspraken voorheen 'besluiten kernteams' genoemd werden. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-11-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing TO16 || Tekstueel || De term overzichtmedicatiegegevens is verouderd || De nieuwe term is medicatieoverzicht&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || Tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || Tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=283664</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=283664"/>
		<updated>2025-09-25T10:20:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-09-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatieafspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. abonneren/notificeren)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 23-09-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanpassing VE9a || Tekstueel || De term LSP signaalfunctie is verouderd || De nieuwe term is abonneren/notificeren&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=282670</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=282670"/>
		<updated>2025-09-01T09:43:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-09-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=282669</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=282669"/>
		<updated>2025-09-01T09:43:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 20-08-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-09-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing titel VG20 || Tekstueel || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || Vastleggen zelfzorgmedicatie&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=282668</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=282668"/>
		<updated>2025-09-01T09:41:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 4 Verificatie en gebruiken */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 20-08-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Vastleggen zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=280260</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=280260"/>
		<updated>2025-08-20T11:17:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 20-08-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=280259</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=280259"/>
		<updated>2025-08-20T11:17:09Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 30-07-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-08-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruik || Aanpassing VG11 || Tekstueel || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=280258</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=280258"/>
		<updated>2025-08-20T11:14:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 4 Verificatie en gebruiken */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 30-07-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=280257</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=280257"/>
		<updated>2025-08-20T09:29:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 30-07-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur in één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276603</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276603"/>
		<updated>2025-07-30T11:25:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 30-07-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276602</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276602"/>
		<updated>2025-07-30T11:25:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 24-07-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 30-07-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Aanpassing gebruikerseis en gebruikerswens VE27 || Tekstueel ||  || Toelichting over het woord 'afleverdatum' toegevoegd bij de aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276601</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276601"/>
		<updated>2025-07-30T11:22:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 24-07-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum* kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum*) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. || * met &amp;quot;afleverdatum&amp;quot; wordt het dataelement MedicatieverstrekkingsDatumTijd bedoeld || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276399</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276399"/>
		<updated>2025-07-24T11:53:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 24-07-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis VO42d || Tekstueel || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276395</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276395"/>
		<updated>2025-07-24T11:33:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 24-07-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis || Inhoud || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276394</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276394"/>
		<updated>2025-07-24T11:33:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 18-06-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 24-07-2025 || Stap 6 Toedienen || Aanpassing gebruikerseis || Inhoud || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276393</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=276393"/>
		<updated>2025-07-24T11:31:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 6 Toedienen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 18-06-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG21|| Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting || De voorschrijver / verstrekker || legt op basis van professionele inschatting het relevante actuele en/of historische medicatiegebruik van de patiënt/cliënt vast || Zodat het daadwerkelijk gebruik inzichtelijk is voor de keten, ook als het actueel en historisch gebruik van elkaar verschillen.&lt;br /&gt;
|| Ja || Ja || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder geldige toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Deze eis geldt niet voor een (stop-)medicatieafspraak waarvan de eindDatumTijd verstreken is.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-07-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Nieuw kernteambesluit || Inhoud || nvt || VG21 Medicatiegebruik vastleggen op basis van professionele inschatting&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=cio:Implementatie_CiO&amp;diff=273285</id>
		<title>cio:Implementatie CiO</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=cio:Implementatie_CiO&amp;diff=273285"/>
		<updated>2025-07-01T09:39:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{DISPLAYTITLE: Implementatie CiO}}&lt;br /&gt;
__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
[[cio:Landingspagina_Contra-indicaties_en_Overgevoeligheden|Terug naar Landingspagina Contra-indicaties en Overgevoeligheden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De informatiestandaard Contra-indicaties en Overgevoeligheden (CiO) is onderdeel van het programma Medicatieoverdracht en daarom wordt ook gewerkt aan de implementatie van de informatiestandaard. Dat betekent dat naast de informatiestandaard ook afspraken voor de implementatie van de informatiestandaard CiO worden opgeleverd. Dit zijn de besluiten kernteams CiO, welke op deze pagina worden ingeleid en weergegeven. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams CiO met, indien van toepassing, de bijbehorende gebruikerseisen en –wensen. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders CiO (nog in ontwikkeling en volgt later) bevat nadere uitwerking van en toelichting op de besluiten CiO voor zorgaanbieder en zorgverlener. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op deze pagina gaat het om de besluiten voor stap 8 in het 10-stappenplan van het programma Medicatieoverdracht. De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) passend bij de stap in het 10-stappenplan. De besluiten gaan over stap 8 Contra-indicaties en Overgevoeligheden en hebben daarom een ID die start met ‘CiO’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de besluiten kernteams CiO leggen zorgverleners van de tien verschillende sectoren (Geestelijke Gezondheidszorg, Gehandicaptenzorg, Huisartsenzorg, Medisch-Specialistische Zorg, Mondzorg, Openbare farmacie, Publieke gezondheid, Trombosezorg, Patiënt en Cliënt en Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg) met elkaar de verantwoordelijkheden vast rondom het registreren en uitwisselen van medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden. Er worden afspraken vastgelegd over wie wat mag/moet doen en waarom. Zo zijn er afspraken in de keten ten aanzien van raadplegen, opnemen/afhandelen, verificatie, onderdrukken, registreren/wijzigen/afsluiten en medicatiebewaking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen de informatiestandaard CiO worden zeven stappen onderscheiden in de uitwisseling van CiO-gegevens. In het onderstaande figuur worden deze stap kort weergegeven. &lt;br /&gt;
[[Bestand:Werkproces CiO juli24.png|geen|gecentreerd]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard CiO, de NEN-normen of de [https://www.zorginzicht.nl/binaries/content/assets/zorginzicht/kwaliteitsinstrumenten/Kwaliteitsstandaard+Overdracht+van+medicatiegegevens+in+de+keten.pdf Richtlijn 'Overdracht van Medicatiegegevens in de keten']. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de aanvullende beproeving CiO wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de aanvullende beproeving CiO. Redenen hiervoor zijn dat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, er uitzonderingen zijn op de situatie of er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de aanvullende beproeving CiO of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens in overleg met zorgverleners en leveranciers een bovensectorale gebruikerseis worden. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook de status van een gebruikerswens behouden. Dan zullen leveranciers zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden tijdens de aanvullende beproeving CiO. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit drie onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie.&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis en/of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Juridische vraagstukken worden behandeld in een programmabreed juridisch kader en zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen. Mocht blijken dat er aanvullende besluiten kernteams nodig zijn, dan zullen deze programmabreed worden opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor aanpassingen in de besluiten kernteams CiO is een mutatielog bijgehouden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams CiO=&lt;br /&gt;
==Algemene werkproces==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams CiO en de gebruikerseisen en -wensen weer voor het algemene werkproces.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO1 || Raadplegen ||  || Bij raadplegen is het volledige overzicht van alle actuele medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden en de delta gewijzigde en/of afgesloten CiO-gegevens in te zien,   || zodat de zorgverlener na raadplegen van het dossier bij de zorginfrastructuur altijd een overzicht heeft van alle actuele medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden, maar ook ziet wat er gewijzigd en/of afgesloten is t.o.v. de vorige keer dat het patiëntdossier geraadpleegd is.   || Nee ||&lt;br /&gt;
* De gebruikerseis is het besluit. &lt;br /&gt;
* Een andere gebruikerseis is dat het XIS toont wanneer voor het laatst geraadpleegd is binnen de zorgaanbieder bij de zorginfrastructuur*. &lt;br /&gt;
|| De gebruikerswens is dat het XIS het volledige overzicht, zoals beschreven in afspraak CiO1, op een overzichtelijke manier toont. || Sectorspecifiek: *De trigger voor wanneer geraadpleegd wordt, dient sectorspecifiek te worden uitgewerkt.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO2 || Raadplegen ||  || Naast het volledige overzicht van alle actuele medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden en delta gewijzigde en/of afgesloten CiO-gegevens, is het mogelijk om alle historische gegevens over medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden in te zien,​  || zodat wanneer er meer informatie nodig is, altijd de volledige historie ingekeken kan worden.​ || Nee || De gebruikerseis is dat een historisch overzicht van gegevens over medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden kan worden getoond. Dit is een volledig overzicht van alle mutaties die ooit zijn aangeleverd door alle partijen. || De gebruikerswens is dat inactieve geneesmiddelovergevoeligheden (afgesloten geneesmiddelovergevoeligheden en eerdere versies van een registratie) overzichtelijk getoond worden in het XIS als aanvullende informatie.​ || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO3a || Opnemen || De zorgverlener || accepteert na raadplegen actuele medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden handmatig ter opname in het eigen XIS, || omdat het risico’s voor de patiëntveiligheid met zich meebrengt om medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden niet op te nemen in het eigen informatiesysteem en zodat iedere zorgverlener werkt met hetzelfde overzicht aan medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden. || Ja || Nee || De gebruikerswens is dat het actuele overzicht aan CiO-gegevens met minimale handeling van de zorgverlener kan worden opgenomen in het eigen XIS.​ || N.B. Momenteel loopt er een juridische analyse op het vraagstuk of gegevens automatisch mogen worden opgenomen in het lokale dossier (i.p.v. handmatig). Afhankelijk van de uitkomsten van deze analyse, bestaat de mogelijkheid dat de afspraken CiO3a en CiO3b worden gewijzigd.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO3b || Opnemen || De zorgverlener || die op basis van informatie waarover de zorgverlener beschikt, constateert dat een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid incompleet of niet van toepassing is op de patiënt/cliënt, dient na raadplegen en alvorens het opnemen in het eigen XIS, de medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid af te handelen (wijzigen of afsluiten), || zodat medicatie contra-indicaties of geneesmiddelovergevoeligheden die incompleet geregistreerd of niet van toepassing zijn op de patiënt/cliënt, niet als zodanig in het eigen XIS worden opgenomen en ook niet (incompleet) in de keten blijven bestaan. Daarnaast moet dit voorkomen dat medicatie contra-indicaties of geneesmiddelovergevoeligheden niet worden opgenomen, omdat ze als niet-relevant worden beschouwd in de eigen context. Indien een zorgverlener een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid in een bepaalde context als niet-relevant beschouwt, is de werkwijze dat de zorgverlener de medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid onderdrukt in het eigen XIS (zie CiO5). || Ja || De gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om, na raadplegen en alvorens het opnemen in het eigen XIS, een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid te wijzigen of af te sluiten wanneer de zorgverlener beschikt over informatie waaruit blijkt dat de registratie incompleet of niet langer van toepassing is op de patiënt/cliënt. || Nee || N.B. Momenteel loopt er een juridische analyse op het vraagstuk of gegevens automatisch mogen worden opgenomen in het lokale dossier (i.p.v. handmatig). Afhankelijk van de uitkomsten van deze analyse, bestaat de mogelijkheid dat de afspraken CiO3a en CiO3b worden gewijzigd.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO4a || Verificatie || De voorschrijver of verstrekker || is eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van verificatie van medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden, || omdat dit deel is van het reguliere zorgproces van voorschrijver of verstrekker. || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO4b || Verificatie || De voorschrijver of verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie van CiO-gegevens – dit valt onder de professionele autonomie ''(VG4 MP)'', || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Nee || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO4c || Verificatie || De voorschrijver of verstrekker || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de gegevens over medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver/verstrekker blijft eindverantwoordelijk ''(VG5 MP)'',  || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver/verstrekker blijft belegd. || Ja || Nee || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO4d || Verificatie || De voorschrijver of verstrekker || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is eindverantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties ''(VG6 MP)'',  || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt. || Ja || Nee || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO5 || Onderdrukken ||  || Binnen een (afdeling van een) zorgaanbieder bestaat de mogelijkheid om bepaalde medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden die op basis van professionele inschatting niet relevant gevonden worden binnen de eigen context te onderdrukken, || zodat medicatiebewakingssignalen bij niet relevante medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden onderdrukt kunnen worden, en signaalmoeheid zo veel mogelijk voorkomen kan worden. || Nee || De gebruikerseis is het besluit. || De gebruikerswens is dat er geavanceerde opties zijn voor onderdrukken, bijvoorbeeld voor de context van de patiënt/cliënt (klinisch of poliklinisch, etc.) of de rol van de zorgverlener binnen een zorgaanbieder, een individuele zorgverlener of een groep zorgverleners.​ ||  Sectorspecifiek: Uitwerking van hoe onderdrukt mag en kan worden. Naast onderdrukken van een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid, kunnen medicatiebewakingssignalen eenmalig of voor een bepaalde periode worden afgehandeld. Dit is een (bestaande) functionaliteit van het XIS. ||   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO6a || Registratie geneesmiddelovergevoeligheid || De voorschrijver of verstrekker || die als eerste een geneesmiddelovergevoeligheid vaststelt, is ook verantwoordelijk om na vaststellen de geneesmiddelovergevoeligheid te registreren, || zodat er een zo volledig mogelijke registratie van de geneesmiddelovergevoeligheid en de geneesmiddelovergevoeligheidsreactie plaatsvindt. || Ja || Nee || De gebruikerswens is dat het XIS de vastlegger ondersteunt bij de registratie van geneesmiddelovergevoeligheden, zodat de vastlegger geen dubbele informatie in hoeft te voeren.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO6b || Registratie geneesmiddelovergevoeligheid || De voorschrijver of verstrekker || dient een geneesmiddelovergevoeligheid die niet aan de bron geregistreerd is alsnog te registreren, mits deze beschikt over voldoende informatie om te bepalen of deze van toepassing is. Deze inschatting valt onder de professionele autonomie van de zorgverlener, || omdat wanneer een geneesmiddelovergevoeligheid door een andere voorschrijver of verstrekker die voldoende informatie heeft alsnog geregistreerd kan worden, dit leidt tot meer relevante en bruikbare informatie in de keten. || Ja || Nee || Zie gebruikerswens CiO6a.​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO7a || Registratie medicatie contra-indicatie || De voorschrijver of verstrekker || die als eerste de aandoening of het kenmerk* van een patiënt/cliënt welke een medicatie contra-indicatie vormt voor toepassing van bepaalde geneesmiddelen vaststelt, is verantwoordelijk om ook de medicatie contra-indicatie te registreren, &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''*Hieronder vallen o.a. kenmerken vastgesteld op basis van een laboratoriumresultaat.'' &lt;br /&gt;
|| omdat degene die als eerst de aandoening, diagnose, verrichting of het kenmerk van een patiënt/cliënt registreert, de meest actuele en complete informatie heeft en dus het meeste inzicht heeft in of er ook een medicatie contra-indicatie vastgelegd moet worden. || Ja || Nee || De gebruikerswens is dat het XIS de vastlegger ondersteunt bij de registratie van medicatie contra-indicaties, zodat de vastlegger geen dubbele informatie in hoeft te voeren door middel van koppeling tussen aandoening/diagnose/verrichting/kenmerk van de patiënt/cliënt en medicatie contra-indicaties. Andersom, bij het vervallen van een diagnose wordt een melding gegeven dat de medicatie contra-indicatie afgesloten dient te worden*.​ &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''*De ondersteuning bij registratie middels koppeling is een punt voor doorontwikkeling.​''&lt;br /&gt;
|| Sectorspecifiek: De precieze wensen en behoeften voor koppeling dienen binnen de eigen sector te worden uitgewerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor geneesmiddelovergevoeligheden is deze behoefte tot koppeling er niet. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO7b || Registratie medicatie contra-indicatie || De voorschrijver of verstrekker || dient een medicatie contra-indicatie die niet aan de bron geregistreerd is alsnog te registreren, mits deze beschikt over voldoende informatie om te bepalen of deze van toepassing is. Deze inschatting valt onder de professionele autonomie van de zorgverlener, || omdat wanneer een medicatie contra-indicatie door een andere voorschrijver of verstrekker die voldoende informatie heeft alsnog geregistreerd kan worden, dit leidt tot meer relevante en bruikbare informatie in de keten. || Ja || Nee || Zie gebruikerswens CiO7a. || Zie CiO7a.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO8 || Registratie medicatie contra-indicatie ||  || Uit geneesmiddelgebruik, niet geverifieerde, afgeleide medicatie contra-indicaties worden niet langer geregistreerd, &lt;br /&gt;
|| omdat medicatie contra-indicaties afgeleid uit geneesmiddelgebruik of andere patiëntinformatie momenteel vervuiling in systemen veroorzaken. Het gaat hier om niet geverifieerde afgeleide medicatie contra-indicaties. Op het moment dat een medicatie contra-indicatie geverifieerd is, bijvoorbeeld door bevestiging van de patiënt/cliënt, mag de medicatie contra-indicatie volgens afspraak CiO7b geregistreerd worden. || Ja || Nee || Nee​ ||  Voor de opschoning van bewezen incorrecte registraties van afgeleide medicatie contra-indicaties dienen opschoningsafspraken gemaakt te worden in het project opschoning.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO9 || Registratie CiO ||  || Enkel medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden die 1) door of in opdracht van een voorschrijver of verstrekker geregistreerd zijn of 2) door een voorschrijver of verstrekker geaccordeerd zijn, worden uitgewisseld in de keten, || omdat het vaststellen van een medicatie contra-indicatie of stof waarop bewaakt moet worden, wordt beschouwd als een medisch besluit, voorbehouden aan een voorschrijver of verstrekker. Deze afspraak maakt daarnaast het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker mogelijk. || Nee ||&lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt een autorisatieslag te maken waarbij de zorgaanbieder de mogelijkheid krijgt andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers te mandateren om onder de verantwoordelijkheid van een voorschrijver of verstrekker zelfstandig te registreren/wijzigen/afsluiten in de keten.  &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij hetgeen wat door andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers, niet in opdracht van een voorschrijver of verstrekker, is geregistreerd/gewijzigd/afgesloten, op een werklijst komt voor een voorschrijver of verstrekker.&lt;br /&gt;
|| Nee​ || Specifieke behoeften met betrekking tot het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker dienen op zorgaanbiederniveau te worden afgestemd. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO10 || Afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid || De voorschrijver of verstrekker || kan een geneesmiddelovergevoeligheid afsluiten mits aangetoond óf op basis van professionele inschatting te verwachten is dat deze voor alle andere zorgverleners die betrokken zijn bij deze patiënt/cliënt niet langer relevant is om op te bewaken, || omdat de geneesmiddelovergevoeligheid uit de gehele keten verdwijnt wanneer de zorgverlener een geneesmiddelovergevoeligheid afsluit. &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''Afsluiten heeft andere gevolgen dan onderdrukken (zie CiO5).'' &lt;br /&gt;
|| Ja || De gebruikerseis is dat het XIS bij afsluiten van een geneesmiddelovergevoeligheid de volgende tekst weergeeft: “Dit betekent een afsluiting voor de gehele keten en de patiënt/cliënt dient hierover gepast geïnformeerd te worden.”* &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''*Deze melding kan op termijn komen te vervallen, wanneer dit niet meer nodig wordt geacht.'' &lt;br /&gt;
|| De gebruikerswens is dat het XIS ondersteunt in het informeren van de patiënt/cliënt bij het afsluiten van een geneesmiddelovergevoeligheid.​ || Hoe communicatie naar de patiënt/cliënt wordt vormgegeven, ligt bij de zorgaanbieder zelf. Denk aan wie dit communiceert, wat er wordt gecommuniceerd en wanneer dit wordt gedaan.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO11 || Afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid || De voorschrijver of verstrekker || kan ook een geneesmiddelovergevoeligheid die door een andere zorgverlener, zowel binnen als buiten de eigen organisatie, is geregistreerd afsluiten. De voorschrijver of verstrekker die de geneesmiddelovergevoeligheid afsluit noteert verplicht een reden van afsluiten, || omdat het afsluiten van een geneesmiddelovergevoeligheid weinig voorkomend is. Dit geeft andere zorgverleners inzicht in de gemaakte keuzes. || Ja || Zie gebruikerseis CiO10. || Zie gebruikerswens CiO10.​ || Zie CiO10. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO12 || Afsluiten medicatie contra-indicatie || De voorschrijver of verstrekker || kan een medicatie contra-indicatie afsluiten mits aangetoond óf op basis van professionele inschatting te verwachten is dat deze voor alle andere zorgverleners die betrokken zijn bij deze patiënt/cliënt niet langer relevant is om op te bewaken, || omdat de medicatie contra-indicatie uit de gehele keten verdwijnt wanneer de zorgverlener een medicatie contra-indicatie afsluit. &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''De voorkeur gaat ernaar uit om ook het afsluiten aan de bron te doen. Met andere woorden, degene die de diagnose of het probleem afsluit, sluit ook de medicatie contra-indicatie af.''&lt;br /&gt;
|| Ja || Nee || De gebruikerswens is dat het XIS de vastlegger ondersteunt bij de registratie van medicatie contra-indicaties, zodat de vastlegger geen dubbele informatie in hoeft te voeren door middel van koppeling tussen aandoening/diagnose/verrichting/kenmerk van de patiënt/cliënt en medicatie contra-indicaties. Andersom, bij het vervallen van een diagnose wordt een melding gegeven dat de medicatie contra-indicatie afgesloten dient te worden*. ​ &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''*De ondersteuning bij registratie middels koppeling is een punt voor doorontwikkeling.''​ &lt;br /&gt;
|| Sectorspecifiek: De precieze wensen en behoeften voor koppeling dienen binnen de eigen sector te worden uitgewerkt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor geneesmiddelovergevoeligheden is deze behoefte tot koppeling er niet.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO13 || Afsluiten medicatie contra-indicatie || De voorschrijver of verstrekker || kan ook een medicatie contra-indicatie die door een andere zorgverlener, zowel binnen als buiten de eigen organisatie, is geregistreerd afsluiten. De voorschrijver of verstrekker die de medicatie contra-indicatie afsluit, noteert indien nodig ter verduidelijking een reden van afsluiten, || omdat het afsluiten van een medicatie contra-indicatie vaak om vanzelfsprekende redenen gebeurt, maar er wel de mogelijkheid moet zijn om een reden van afsluiten mee te geven indien op basis van professionele inschatting wordt verwacht dat dit ter verduidelijking nodig is.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''De voorkeur gaat ernaar uit om ook het afsluiten aan de bron te doen. Met andere woorden, degene die de diagnose of het probleem afsluit, sluit ook de medicatie contra-indicatie af.'' &lt;br /&gt;
|| Ja || Nee || Zie gebruikerswens CiO12. || Zie CiO12. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO14 || Afsluiten CiO ||  || Enkel afsluitingen in medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden die 1) door of in opdracht van een voorschrijver of verstrekker uitgevoerd zijn of 2) door een voorschrijver of verstrekker geaccordeerd zijn, worden uitgewisseld in de keten, || omdat zowel het registreren, wijzigen als afsluiten van een CiO is voorbehouden aan voorschrijvers of verstrekkers, omdat dit effect heeft op de medicatiebewaking. Deze afspraak maakt daarnaast het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker mogelijk. || Nee || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij de zorgaanbieder de mogelijkheid krijgt andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers te mandateren om onder de verantwoordelijkheid van een voorschrijver of verstrekker zelfstandig te registreren/wijzigen/afsluiten in de keten.&lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij hetgeen wat door andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers, niet in opdracht van een voorschrijver of verstrekker, is geregistreerd/gewijzigd/afgesloten, op een werklijst komt voor een voorschrijver of verstrekker.&lt;br /&gt;
|| Nee​ || Specifieke behoeften met betrekking tot het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker dienen op zorgaanbiederniveau te worden afgestemd.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO15 || Wijzigen CiO || De voorschrijver of verstrekker || kan een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid wijzigen. Voorschrijvers of verstrekkers kunnen ook een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid die door een andere zorgverlener is geregistreerd wijzigen, || omdat de mogelijkheid tot wijzigen van een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid geregistreerd door andere zorgverleners ervoor zorgt dat registraties actuele informatie bevatten. || Nee || Nee || De gebruikerswens is dat het XIS ondersteuning biedt bij het wijzigen van medicatie contra-indicaties, zodat de vastlegger geen dubbele informatie in hoeft te voeren door middel van een koppeltabel tussen aandoening/diagnose/verrichting/kenmerk van de patiënt/cliënt en medicatie contra-indicaties.*&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''*De ondersteuning bij registratie middels koppeling is een punt voor doorontwikkeling.''&lt;br /&gt;
​&lt;br /&gt;
|| Sectorspecifiek: De precieze wensen en behoeften voor koppeling dienen binnen de eigen sector te worden uitgewerkt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor geneesmiddelovergevoeligheden is deze behoefte tot koppeling er niet.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO16 || Wijzigen CiO ||  || Enkel wijzigingen in medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden die 1) door of in opdracht van een voorschrijver of verstrekker uitgevoerd zijn of 2) door een voorschrijver of verstrekker geaccordeerd zijn, worden uitgewisseld in de keten, || omdat zowel het registreren, wijzigen als afsluiten van een CiO is voorbehouden aan voorschrijvers of verstrekkers, omdat dit effect heeft op de medicatiebewaking. Deze afspraak maakt daarnaast het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker mogelijk. || Nee || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij de zorgaanbieder de mogelijkheid krijgt andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers te mandateren om onder de verantwoordelijkheid van een voorschrijver of verstrekker zelfstandig te registreren/wijzigen/afsluiten in de keten.  &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij hetgeen wat door andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers, niet in opdracht van een voorschrijver of verstrekker, is geregistreerd/gewijzigd/afgesloten, op een werklijst komt voor een voorschrijver of verstrekker.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|| Nee​ || Specifieke behoeften met betrekking tot het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker dienen op zorgaanbiederniveau te worden afgestemd.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO17a || Medicatiebewaking || De voorschrijver of verstrekker || die een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid accordeert* is ook verantwoordelijk om direct de medicatiebewaking van de hieraan gerelateerde medicatie af te handelen en indien relevant de patiënt/cliënt te informeren. Op basis van professionele inschatting en/of zorgprocesafspraken kan de voorschrijver of verstrekker besluiten de medicatiebewaking op een later moment af te handelen of de patiënt/cliënt (nog) niet te informeren,&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''*Onder accorderen valt ook het zelf registreren/wijzigen/afsluiten door een voorschrijver of verstrekker of het registreren/wijzigen/afsluiten in opdracht van een voorschrijver of verstrekker.''&lt;br /&gt;
|| zodat het accorderen* van de medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid en bijbehorende afhandeling bij dezelfde zorgverlener ligt, waardoor medicatieveiligheid gewaarborgd wordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreken met de patiënt/cliënt omvat na afsluiten een zorgvuldige uitleg dat hier niet meer in de keten op wordt bewaakt. Waar nodig is toegespitste uitleg van de individuele situatie voor de patiënt/cliënt met in achtneming van de complexiteit die hier soms aanwezig is (bijvoorbeeld bij preferentiebeleid).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Het afhandelen van de medicatiebewaking kan worden uitbesteed aan een deskundig en bekwaam persoon, zoals beschreven in besluit CiO17b.''&lt;br /&gt;
 || Ja || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat de medicatiebewakingsmodule altijd wordt gestart na accorderen*. &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat de medicatiebewakingssignalen enkel op de werklijst komen van de zorgverlener die deze signalen mag afhandelen volgens zorgprocesafspraken die gelden bij de zorgaanbieder. &lt;br /&gt;
|| De gebruikerswens is dat het XIS ondersteunt in het informeren van de patiënt/cliënt bij het accorderen* van een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid.​ || Hoe communicatie naar de patiënt/cliënt wordt vormgegeven, ligt bij de zorgaanbieder zelf. Denk aan wie dit communiceert, wat er wordt gecommuniceerd en wanneer dit wordt gedaan. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO17b || Medicatiebewaking || De voorschrijver of verstrekker || kan de medicatiebewaking die hij moet afhandelen voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon, || zodat het proces efficiënt gehouden wordt en de veiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver of verstrekker blijft belegd. || Ja || Nee || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO18 || Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde CiO-gegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe CiO-gegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee || Nee || Totdat er meer duidelijkheid is over welke differentiaties de signaalfunctie kent en hoe de signaalfunctie voor CiO gaat werken, is deze afspraak een openstaand punt richting de aanvullende beproeving CiO. &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waar wordt gesproken over een &amp;quot;zorgverlener&amp;quot; wordt daarmee bedoeld een beroepsbeoefenaar zoals beschreven in de [https://www.aorta-lsp.nl/over-aorta-lsp/autorisatierichtlijnen/autorisatierichtlijn-medicatieveiligheid Autorisatierichtlijn Medicatieveiligheid].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Voorstel contra-indicatie==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams CiO en de gebruikerseisen en -wensen weer voor het werkproces met betrekking tot het voorstel contra-indicatie (VCI). Een VCI is een voorstelbericht waarmee een zorgverlener aan een andere zorgverlener kan vragen om bevestiging indien er vermoeden is van een medicatie contra-indicatie, maar onvoldoende informatie om deze vast te stellen. Het betreft een aanvullende functionaliteit in de informatiestandaard CiO waar eveneens aanvullende zorgprocesafspraken over zijn opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De behoefte voor het gebruik van een VCI is met name groot voor de sectoren openbare farmacie en huisartsenzorg. Op dit moment worden in het apothekerssysteem contra-indicaties geregistreerd die afgeleid zijn uit voorgeschreven medicatie. Deze werkwijze zorgt voor vervuiling van informatiesystemen, omdat er niet altijd overleg tussen de verstrekker en de voorschrijver plaatsvindt om de afgeleide contra-indicatie te verifiëren alvorens deze geregistreerd wordt. Daardoor worden er onterecht medicatie contra-indicaties bij de patiënt/cliënt geregistreerd. In de toekomst is het registreren van een afgeleide contra-indicatie niet meer toegestaan (zie CiO8). Een VCI zal het proces van bevestiging door de voorschrijver gedigitaliseerd laten plaatsvinden, waardoor er geen onjuiste informatie wordt geregistreerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een VCI in de context van de openbare farmacie en huisartsenzorg heeft als doel dat een apotheker in het geval van twijfel een voorstelbericht kan versturen naar de huisarts, waarmee om bevestiging wordt gevraagd van de vermoede medicatie contra-indicatie. De huisarts kan vervolgens beoordelen of de voorgestelde medicatie contra-indicatie wel of niet geregistreerd dient te worden in het dossier van de patiënt/cliënt. Door dit proces te digitaliseren, wordt voorkomen dat zorgverleners tijdens patiëntenzorg gestoord worden en de vraag af kunnen handelen op het moment dat dat voor de zorgverlener passend is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de voorgenomen besluiten VCI gelden twee uitgangspunten:&lt;br /&gt;
# Het VCI zal tijdens de aanvullende beproeving CiO in eerste instantie enkel tussen de openbare apotheker en de huisarts worden beproefd, met uitzondering van de HAP en waarnemende apotheek.&lt;br /&gt;
# Het VCI biedt een oplossing voor het probleem van de afgeleide contra-indicatie op de korte termijn, maar de stip aan de horizon dient het meesturen van de indicatie/reden van voorschrijven met de medicatieafspraak te zijn. In de toekomst zou de medicatiebewaking kunnen plaatsvinden op de indicatie in de medicatieafspraak, waardoor het registreren van de medicatie contra-indicatie niet langer nodig is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? || Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO19 || Voorstel contra-indicatie || De verstrekker || maakt bij het vermoeden van een medicatie contra-indicatie een voorstel contra-indicatie aan voor de auteur van de medicatieafspraak op basis waarvan een medicatie contra-indicatie wordt vermoed. Indien het een spoedsituatie betreft, neemt de verstrekker op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver, || zodat een voor een verstrekker niet te verifiëren medicatie contra-indicatie ter verificatie kan worden voorgelegd aan de voorschrijver van de medicatie op basis waarvan een medicatie contra-indicatie wordt vermoed. || Ja || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het AIS al tijdens de registratie van een voorstel contra-indicatie door de verstrekker bewakingssignalen genereert, nog voorafgaand aan het opslaan van het voorstel contra-indicatie, zodat de urgentie van de vermoede medicatie contra-indicatie kan worden nagegaan.   &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat het XIS het na registratie van het voorstel contra-indicatie mogelijk maakt om het voorstel contra-indicatie te sturen naar de auteur van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO20 || Accorderen voorstel contra-indicatie || De voorschrijver || registreert bij accorderen van het voorstel contra-indicatie direct de medicatie contra-indicatie. In principe is de registratie van de medicatie contra-indicatie voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel contra-indicatie te worden verzonden naar de verstrekker die het voorstel contra-indicatie heeft gestuurd,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Na registratie is de voorschrijver verantwoordelijk om de medicatiebewaking af te handelen of dit uit te besteden aan een deskundig en bekwaam persoon (zie CiO17a en CiO17b).''&lt;br /&gt;
|| omdat het erom gaat dat de voorgestelde medicatie contra-indicatie wordt geregistreerd wanneer deze van toepassing is op de patiënt/cliënt. || Ja || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat de voorschrijver bij het accorderen van het voorstel contra-indicatie direct naar het registratiescherm voor de medicatie contra-indicatie wordt geleid, waarin de bekende velden uit het voorstel contra-indicatie reeds zijn ingevuld.   &lt;br /&gt;
*Functionele behoeften*: &lt;br /&gt;
**De verstrekker wordt via het XIS op de hoogte gesteld van het akkoord op het voorstel contra-indicatie.&lt;br /&gt;
**Bij akkoord op het voorstel contra-indicatie, verdwijnt het voorstel contra-indicatie van de werklijst van de verstrekker als gevolg van het binnenkomen van het akkoord. &lt;br /&gt;
 || Nee​ || ''*De kolom gebruikerseisen geeft functionele behoeften van zorgverleners weer bij dit besluit. De technische uitwerking volgt in de expertgroep en werkstroom CiO.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze afspraak dient mogelijk aangepast te worden op het moment dat de technische uitwerking in de informatiestandaard bepaald is.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO21 || Antwoord voorstel contra-indicatie || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van het voorstel contra-indicatie een antwoord voorstel contra-indicatie met de reden van afwijzen naar de verstrekker die het voorstel contra-indicatie heeft gestuurd, || zodat het voor de verstrekker die het voorstel contra-indicatie heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel contra-indicatie niet geaccordeerd is en waarom niet. || Ja || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het antwoord voorstel contra-indicatie gepusht wordt naar verstrekker, zodat de verstrekker kan concluderen dat het voorstel contra-indicatie is afgehandeld.  &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat de ontvangen afwijzing op de werklijst van de verstrekker komt, zodat de verstrekker de afwijzing kan verwerken en het herhaaldelijk versturen van een voorstel contra-indicatie op basis van dezelfde medicatie wordt voorkomen. &lt;br /&gt;
 || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO22 || Afhandelen voorstel contra-indicatie || De voorschrijver || handelt een voorstel contra-indicatie zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag, af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is, || zodat het voorstel contra-indicatie binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners beschikken over de meest actuele CiO-gegevens. || Ja || Nee || Nee​ || De termijn waarbinnen een voorstel contra-indicatie moet worden afgehandeld, is in lijn met die voor een VVV en VMA.  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Onderwerp !! ID !! Mutatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-07-2025 || Hernoemen besluit || CiO18 || CiO18 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur. &lt;br /&gt;
Oud besluit:&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren over nieuwe, gewijzigde of afgesloten CiO-gegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie, zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld, kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nieuwe besluit:&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde CiO-gegevens van een individuele patiënt/cliënt zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe CiO-gegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || N.v.t. || Alle || Er is besloten om binnen het programma gebruik te maken van de algemene term 'verstrekker' (i.p.v. apotheker). Dit is aangepast in de gehele tekst waar het niet specifiek om de rol 'apotheker' gaat. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 22-01-2025 || Inleiding || N.v.t. || In de externe communicatie wordt de term ketenafspraken gebruikt i.p.v. besluiten van de kernteams. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-06-2024 || N.v.t. || Alle || Na het vaststellen van de besluiten kernteams CiO zijn de besluiten opnieuw genummerd. Links staat het voormalige nummer van het besluit, rechts wat het nieuwe nummer van het besluit is geworden:&lt;br /&gt;
*CiO1 -&amp;gt; CiO1&lt;br /&gt;
*CiO3 -&amp;gt; CiO2&lt;br /&gt;
*CiO27a -&amp;gt; CiO3a&lt;br /&gt;
*CiO27b -&amp;gt; CiO3b&lt;br /&gt;
*CiO4a -&amp;gt; CiO4a&lt;br /&gt;
*CiO4b -&amp;gt; CiO4b&lt;br /&gt;
*CiO4c -&amp;gt; CiO4c&lt;br /&gt;
*CiO4d -&amp;gt; CiO4d&lt;br /&gt;
*CiO28 -&amp;gt; CiO5&lt;br /&gt;
*CiO9a -&amp;gt; CiO6a&lt;br /&gt;
*CiO9b -&amp;gt; CiO6b&lt;br /&gt;
*CiO13a -&amp;gt; CiO7a&lt;br /&gt;
*CiO13b -&amp;gt; CiO7b&lt;br /&gt;
*CiO14 -&amp;gt; CiO8&lt;br /&gt;
*CiO12 -&amp;gt; CiO9&lt;br /&gt;
*CiO21 -&amp;gt; CiO10&lt;br /&gt;
*CiO20 -&amp;gt; CiO11&lt;br /&gt;
*CiO22 -&amp;gt; CiO12&lt;br /&gt;
*CiOX -&amp;gt; CiO13&lt;br /&gt;
*CiO29 -&amp;gt; CiO14&lt;br /&gt;
*CiO17 -&amp;gt; CiO15&lt;br /&gt;
*CiOY -&amp;gt; CiO16&lt;br /&gt;
*CiO10 -&amp;gt; CiO17a&lt;br /&gt;
*CiO25 -&amp;gt; CiO17b&lt;br /&gt;
*CiO35 -&amp;gt; CiO18&lt;br /&gt;
*CiO30 -&amp;gt; CiO19&lt;br /&gt;
*CiO32 -&amp;gt; CiO20&lt;br /&gt;
*CiO33 -&amp;gt; CiO21&lt;br /&gt;
*CiO34 -&amp;gt; CiO22&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Raadplegen || CiO1 || Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 en het kernteam op 24/06 is besloten om de eis “Een andere eis is dat na het raadplegen direct op de geraadpleegde gegevens wordt bewaakt” te laten vervallen. Naast dat het inbouwen hiervan veel moeite zou kusten voor leveranciers voor een minimaal extra voordeel, lijkt dit niet nodig vanwege CiO10: degene die registreert/wijzigt/afsluit handelt de medicatiebewaking af. Het is ongewenst om dubbel werk te doen in de keten.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Opnemen || CiO27b || Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 en het kernteam op 24/06 is besloten om de afspraak en bijbehorende gebruikerseis te herformuleren om te verduidelijken dat als iets na raadplegen, maar alvorens opname in het eigen XIS, kan worden aangevuld of afgesloten omdat de informatie incompleet of niet op de patiënt van toepassing is, dit direct gedaan dient te worden.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Voorstel contra-indicatie || CiO30 || Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 is “en kan het voorstel contra-indicatie koppelen aan de medicatieafspraak” uit de afspraak verwijderd. Dit is een functionaliteit die vanuit de informatiestandaard wordt gefaciliteerd en hoeft daarom niet in de afspraak te staan.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2024 || Medicatiebewaking || CiO10 || Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 is aan het besluit toegevoegd: “Op basis van professionele inschatting en/of zorgprocesafspraken kan de voorschrijver of verstrekker besluiten de medicatiebewaking op een later moment af te handelen of de patiënt/cliënt (nog) niet te informeren.” Dit om te verduidelijken waar op basis van professionele inschatting en/of zorgprocesafspraken van kan worden afgeweken. “Hiervan” was te onduidelijk.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid || CiO21 ||  Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 is in de gebruikerseis “een melding geeft met de tekst” vervangen door “de volgende tekst weergeeft”, om leveranciers de vrijheid te geven in hoe die tekst wordt weergegeven.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-05-2024 || Registratie/wijzigen/afsluiten CiO || CiO12 CiO29 CiOY || In voorbereidingsgroep 16 op 13/05 is opgehaald dat een niet-voorschrijver of –verstrekker een zorgverlener kan mandateren om onder zijn/haar naam te registreren/wijzigen/afsluiten in de keten (= handelen in opdracht van, ook wel bekend als de verlengde arm constructie). De voorschrijver of verstrekker blijft verantwoordelijk. In die gevallen is er geen akkoord van de voorschrijver of verstrekker nodig en mag de zorgverlener die geen voorschrijver of verstrekker is zelfstandig registreren/wijzigen/afsluiten en dit beschikbaar stellen aan de keten. Daarnaast is het ook mogelijk dat een niet-gemandateerd zorgverlener iets registreert/wijzigt/afsluit. In dat geval is het wel wenselijk om dit te laten accorderen door een voorschrijver of verstrekker. Deze besluiten, de “waarom” en de bijbehorende gebruikerseisen zijn aangepast op basis van deze informatie. Tot slot wordt in deze besluiten niet langer gesproken van de “verlengde arm constructie”, maar van “handelen in opdracht van”, om in lijn te blijven met de wet BIG.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Medicatiebewaking || CiO10a CiO10b || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 zijn CiO10a en b samengevoegd. Daartoe is er een gebruikerseis toegevoegd die stelt dat de medicatiebewakingsmodule altijd moet starten, maar dat de medicatiebewakingssignalen op de werklijst van de zorgverlener moeten komen die deze mag afhandelen volgens de geldende zorgprocesafspraken binnen de zorgaanbieder.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Voorstel contra-indicatie || CiO30 CiO31 || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 zijn CiO30 (je stuurt VCI naar een voorschrijver) en CiO31 (je kunt de VCI koppelen aan de MA en sturen naar de voorschrijver van de medicatie) samengevoegd in CiO30, omdat medicatie contra-indicaties niet afgeleid uit medicatie met de patiënt kunnen worden geverifieerd en om het proces VCI te richten op enkel medicatie. In de gebruikerseis is bij de eerste eis “het systeem” verandert in “het AIS”, omdat deze eis specifiek geldt voor AIS-leveranciers. De eis is hier wel opgenomen, omdat deze belangrijk is in het proces van de VCI.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Voorstel contra-indicatie || CiO32 || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 is het onderwerp van de afspraak gewijzigd van “Antwoord voorstel contra-indicatie&amp;quot; naar “Accorderen voorstel contra-indicatie&amp;quot;, omdat dit beter past bij het besluit. Daarnaast is ook de “waarom” herschreven om deze beter passend te maken bij het besluit. Tot slot zijn functionele behoeften van zorgverleners opgenomen in de kolom “gebruikerseisen”. De technische uitwerking van deze behoeften volgt nog in de expertgroep en werkstroom CiO. Dit is eveneens weergegeven in de kolom “Aanvullende informatie”.    &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Voorstel contra-indicatie || CiO33 || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 is in het besluit expliciet benoemd “een antwoord voorstel contra-indicatie met de reden van afwijzen”. Daarnaast is de tweede gebruikerseis aangepast, omdat het automatisch verdwijnen van het verstuurde voorstel contra-indicatie van de werklijst van de apotheker ongewenst is. De apotheker wil op basis van de gepushte afwijzing in het dossier verwerken waarom de medicatie contra-indicatie niet geregistreerd is, zodat het versturen van een voorstel contra-indicatie op basis van dezelfde medicatie wordt voorkomen.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Signaalfunctie || CiO35 || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 is de eis verwijderd bij de afspraak over de signaalfunctie, omdat eerst beter in kaart gebracht dient te worden welke differentiaties de signaalfunctie kent en hoe de signaalfunctie voor CiO gaat werken. Dit is ook in de kolom “aanvullende informatie” toegevoegd.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 07-05-2024 || Voorstel contra-indicatie || CiO30 t/m CiO34 || De afspraken Voorstel contra-indicatie (VCI) zijn toegevoegd aan het overzicht van voorgenomen besluiten, nadat tijdens de voorbereidingsgroep op 29 april 2024 is besloten dat VCI binnen scope blijft.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 02-04-2024 || Opnemen || CiO27 || Aangepast op basis van kruisbestuiving met leveranciers. CiO27 is opgesplitst in CiO27a en CiO27b. Handmatig opnemen in het eigen dossier (27a) is belangrijk i.v.m. Europese regelgeving. Daarnaast, in het kader van samen werken aan een actueel overzicht in de keten, moeten niet kloppende CiO-gegevens direct worden afgehandeld na raadplegen (27b). Tot slot is besloten dat “vastleggen” geen passende term is. In plaats daarvan is gekozen voor “opnemen in het eigen XIS”.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Medicatiebewaking || CiO10 CiO18 || Aangepast op basis van kruisbestuiving met leveranciers. CiO10 en CiO18 zijn samengevoegd, omdat deze beide gingen over medicatiebewaking. Hierbij is CiO18 komen te vervallen. Wel is er een opsplitsing in CiO10a en CiO10b ter uitwerking van de verlengde arm constructie bij het afhandelen van de medicatiebewaking.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 29-02-2024 || Registratie medicatie contra-indicatie || CiO13a || Deze afspraak is aangevuld met een * achter “kenmerk”, waarbij staat vermeld: *hieronder vallen o.a. kenmerken vastgesteld op basis van een laboratoriumresultaat. Deze aanpassing is gedaan op basis van afstemming met projectteam Lab2Zorg.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 31-01-2024 || Raadplegen || CiO1 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Afspraken worden infrastructuuronafhankelijk opgesteld. “LSP” is vervangen door “infrastructuur” in de waarom en de gebruikerseis.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Raadplegen || CiO3 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Afspraken worden infrastructuuronafhankelijk opgesteld. “LSP” is weggehaald uit de gebruikerseis.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Verificatie || CiO4a || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. “zelf verantwoordelijk” is veranderd in “eindverantwoordelijk” in het besluit, omdat uitbesteden mogelijk is.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Verificatie || CiO4b || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Het besluit is aangevuld met “van CiO-gegevens”.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Verificatie || CiO4d || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. “verantwoordelijk” is veranderd in “eindverantwoordelijk” in het besluit, omdat uitbesteden mogelijk is.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Onderdrukken || CiO28 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Om eenduidige terminologie te gebruiken is “een praktijk/zorginstelling/afdeling” vervangen door “een zorgaanbieder of afdeling daarbinnen”. Daarnaast is “op basis van professionele inschatting” toegevoegd aan het besluit.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Registratie geneesmiddelovergevoeligheid || CiO9 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Om één lijn te trekken in de formulering van besluiten is CiO9 opgesplitst in 9a en 9b (net als dat CiO13 uit a en b bestaat). In CiO9a is “als eerste” aan het besluit toegevoegd, zodat de laatste zin “wanneer deze nog niet is geregistreerd” kon worden verwijderd. Deze formulering is in lijn met CiO13a.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Registratie medicatie contra-indicatie || CiO14 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. De tekst achter de asterix is aangepast om te verduidelijken dat opschoningsafspraken moeten worden gemaakt over bewezen incorrecte registratie van afgeleide contra-indicaties. De tekst is tevens verplaatst naar de kolom &amp;quot;Aanvullende informatie&amp;quot;.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Registratie CiO || CiO12 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Er was wat onduidelijkheid over waarom deze afspraak nodig is. Daarom is aan de waarom toegevoegd: “Deze afspraak maakt daarnaast verlengde arm constructies mogelijk.”  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Medicatiebewaking || CiO10 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2 en het kernteam op 5 februari 2024. Aan het besluit is de zin “Op basis van professionele inschatting en/of beleidsafspraken kan hiervan worden afgeweken,” toegevoegd, omdat uit de achterbanraadpleging en het kernteam naar voren kwam dat “direct” niet altijd mogelijk is.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid || CiO21 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. De tekst achter de asterix is aangepast om te verduidelijken dat deze melding op termijn kan komen te vervallen. Daarnaast is n.a.v. het kernteam van 5 februari 2024 aangepast dat afsluiten kan wanneer de registratie voor niemand in de keten meer relevant is om op te bewaken, naar “mits aangetoond is óf op basis van professionele inschatting te verwachten is dat deze voor alle andere zorgverleners die betrokken zijn bij deze patiënt niet langer relevant is om op te bewaken.”  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Afsluiten medicatie contra-indicatie || CiO22 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Om één lijn te trekken in de formulering van besluiten is CiO-22 opgesplitst in twee aparte afspraken (CiO22 en CiOX). Dit om in lijn te zijn met de formulering van de afspraken over afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid (CiO21 en CiO20). Daarnaast is n.a.v. het kernteam van 5 februari 2024 in CiO22 aangepast dat afsluiten kan wanneer de registratie voor niemand in de keten meer relevant is om op te bewaken, naar “mits aangetoond is óf op basis van professionele inschatting te verwachten is dat deze voor alle andere zorgverleners die betrokken zijn bij deze patiënt niet langer relevant is om op te bewaken.” &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Afsluiten CiO || CiO29 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Er was wat onduidelijkheid over waarom deze afspraak nodig is. Daarom is aan de waarom toegevoegd: “Deze afspraak maakt daarnaast verlengde arm constructies mogelijk.”  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Wijzigen CiO || CiO17 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Om één lijn te trekken in de formulering van besluiten is CiO17 opgesplitst in twee aparte afspraken (CiO17 en CiOY). Dit om in lijn te zijn met de formulering van de afspraken over afsluiten CiO.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Wijzigen CiO || CiOY || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Er was wat onduidelijkheid over waarom deze afspraak nodig is. Daarom is aan de waarom toegevoegd: “Deze afspraak maakt daarnaast verlengde arm constructies mogelijk.”  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Medicatiebewaking || CiO18 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2 en het kernteam op 5 februari 2024. Aan het besluit is de zin “Op basis van professionele inschatting en/of  beleidsafspraken kan hiervan worden afgeweken,” toegevoegd, omdat uit de achterbanraadpleging en het kernteam naar voren kwam dat “direct” niet altijd mogelijk is.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Registratie/wijzigen/afsluiten CiO || CiO12 CiO29 CiO17 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Het woord “beoordeeld” is vervangen door “geaccordeerd”.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Opnemen || CiO27 || “na verificatie” is uit de afspraak gehaald. Zorgverleners hebben meermaals aangegeven dat het tot op zekere hoogte een eigen keuze is of je eerst verifieert en daarna vastlegt of andersom. Vastleggen hoeft dus niet per definitie na verificatie plaats te vinden. Aan de inhoud van het besluit doet dit niks af: je moet geraadpleegde gegevens vastleggen, of dat nou voor of na verificatie gebeurt.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || N.v.t. || Alle || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Waar nog “systeem” stond, is dit vervangen door “XIS”.  &lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=cio:Implementatie_CiO&amp;diff=273284</id>
		<title>cio:Implementatie CiO</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=cio:Implementatie_CiO&amp;diff=273284"/>
		<updated>2025-07-01T09:36:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Algemene werkproces */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{DISPLAYTITLE: Implementatie CiO}}&lt;br /&gt;
__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
[[cio:Landingspagina_Contra-indicaties_en_Overgevoeligheden|Terug naar Landingspagina Contra-indicaties en Overgevoeligheden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De informatiestandaard Contra-indicaties en Overgevoeligheden (CiO) is onderdeel van het programma Medicatieoverdracht en daarom wordt ook gewerkt aan de implementatie van de informatiestandaard. Dat betekent dat naast de informatiestandaard ook afspraken voor de implementatie van de informatiestandaard CiO worden opgeleverd. Dit zijn de besluiten kernteams CiO, welke op deze pagina worden ingeleid en weergegeven. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams CiO met, indien van toepassing, de bijbehorende gebruikerseisen en –wensen. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders CiO (nog in ontwikkeling en volgt later) bevat nadere uitwerking van en toelichting op de besluiten CiO voor zorgaanbieder en zorgverlener. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op deze pagina gaat het om de besluiten voor stap 8 in het 10-stappenplan van het programma Medicatieoverdracht. De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) passend bij de stap in het 10-stappenplan. De besluiten gaan over stap 8 Contra-indicaties en Overgevoeligheden en hebben daarom een ID die start met ‘CiO’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de besluiten kernteams CiO leggen zorgverleners van de tien verschillende sectoren (Geestelijke Gezondheidszorg, Gehandicaptenzorg, Huisartsenzorg, Medisch-Specialistische Zorg, Mondzorg, Openbare farmacie, Publieke gezondheid, Trombosezorg, Patiënt en Cliënt en Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg) met elkaar de verantwoordelijkheden vast rondom het registreren en uitwisselen van medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden. Er worden afspraken vastgelegd over wie wat mag/moet doen en waarom. Zo zijn er afspraken in de keten ten aanzien van raadplegen, opnemen/afhandelen, verificatie, onderdrukken, registreren/wijzigen/afsluiten en medicatiebewaking.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Binnen de informatiestandaard CiO worden zeven stappen onderscheiden in de uitwisseling van CiO-gegevens. In het onderstaande figuur worden deze stap kort weergegeven. &lt;br /&gt;
[[Bestand:Werkproces CiO juli24.png|geen|gecentreerd]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard CiO, de NEN-normen of de [https://www.zorginzicht.nl/binaries/content/assets/zorginzicht/kwaliteitsinstrumenten/Kwaliteitsstandaard+Overdracht+van+medicatiegegevens+in+de+keten.pdf Richtlijn 'Overdracht van Medicatiegegevens in de keten']. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de aanvullende beproeving CiO wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de aanvullende beproeving CiO. Redenen hiervoor zijn dat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, er uitzonderingen zijn op de situatie of er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de aanvullende beproeving CiO of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens in overleg met zorgverleners en leveranciers een bovensectorale gebruikerseis worden. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook de status van een gebruikerswens behouden. Dan zullen leveranciers zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden tijdens de aanvullende beproeving CiO. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit drie onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie.&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis en/of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Juridische vraagstukken worden behandeld in een programmabreed juridisch kader en zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen. Mocht blijken dat er aanvullende besluiten kernteams nodig zijn, dan zullen deze programmabreed worden opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor aanpassingen in de besluiten kernteams CiO is een mutatielog bijgehouden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams CiO=&lt;br /&gt;
==Algemene werkproces==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams CiO en de gebruikerseisen en -wensen weer voor het algemene werkproces.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO1 || Raadplegen ||  || Bij raadplegen is het volledige overzicht van alle actuele medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden en de delta gewijzigde en/of afgesloten CiO-gegevens in te zien,   || zodat de zorgverlener na raadplegen van het dossier bij de zorginfrastructuur altijd een overzicht heeft van alle actuele medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden, maar ook ziet wat er gewijzigd en/of afgesloten is t.o.v. de vorige keer dat het patiëntdossier geraadpleegd is.   || Nee ||&lt;br /&gt;
* De gebruikerseis is het besluit. &lt;br /&gt;
* Een andere gebruikerseis is dat het XIS toont wanneer voor het laatst geraadpleegd is binnen de zorgaanbieder bij de zorginfrastructuur*. &lt;br /&gt;
|| De gebruikerswens is dat het XIS het volledige overzicht, zoals beschreven in afspraak CiO1, op een overzichtelijke manier toont. || Sectorspecifiek: *De trigger voor wanneer geraadpleegd wordt, dient sectorspecifiek te worden uitgewerkt.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO2 || Raadplegen ||  || Naast het volledige overzicht van alle actuele medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden en delta gewijzigde en/of afgesloten CiO-gegevens, is het mogelijk om alle historische gegevens over medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden in te zien,​  || zodat wanneer er meer informatie nodig is, altijd de volledige historie ingekeken kan worden.​ || Nee || De gebruikerseis is dat een historisch overzicht van gegevens over medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden kan worden getoond. Dit is een volledig overzicht van alle mutaties die ooit zijn aangeleverd door alle partijen. || De gebruikerswens is dat inactieve geneesmiddelovergevoeligheden (afgesloten geneesmiddelovergevoeligheden en eerdere versies van een registratie) overzichtelijk getoond worden in het XIS als aanvullende informatie.​ || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO3a || Opnemen || De zorgverlener || accepteert na raadplegen actuele medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden handmatig ter opname in het eigen XIS, || omdat het risico’s voor de patiëntveiligheid met zich meebrengt om medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden niet op te nemen in het eigen informatiesysteem en zodat iedere zorgverlener werkt met hetzelfde overzicht aan medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden. || Ja || Nee || De gebruikerswens is dat het actuele overzicht aan CiO-gegevens met minimale handeling van de zorgverlener kan worden opgenomen in het eigen XIS.​ || N.B. Momenteel loopt er een juridische analyse op het vraagstuk of gegevens automatisch mogen worden opgenomen in het lokale dossier (i.p.v. handmatig). Afhankelijk van de uitkomsten van deze analyse, bestaat de mogelijkheid dat de afspraken CiO3a en CiO3b worden gewijzigd.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO3b || Opnemen || De zorgverlener || die op basis van informatie waarover de zorgverlener beschikt, constateert dat een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid incompleet of niet van toepassing is op de patiënt/cliënt, dient na raadplegen en alvorens het opnemen in het eigen XIS, de medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid af te handelen (wijzigen of afsluiten), || zodat medicatie contra-indicaties of geneesmiddelovergevoeligheden die incompleet geregistreerd of niet van toepassing zijn op de patiënt/cliënt, niet als zodanig in het eigen XIS worden opgenomen en ook niet (incompleet) in de keten blijven bestaan. Daarnaast moet dit voorkomen dat medicatie contra-indicaties of geneesmiddelovergevoeligheden niet worden opgenomen, omdat ze als niet-relevant worden beschouwd in de eigen context. Indien een zorgverlener een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid in een bepaalde context als niet-relevant beschouwt, is de werkwijze dat de zorgverlener de medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid onderdrukt in het eigen XIS (zie CiO5). || Ja || De gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om, na raadplegen en alvorens het opnemen in het eigen XIS, een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid te wijzigen of af te sluiten wanneer de zorgverlener beschikt over informatie waaruit blijkt dat de registratie incompleet of niet langer van toepassing is op de patiënt/cliënt. || Nee || N.B. Momenteel loopt er een juridische analyse op het vraagstuk of gegevens automatisch mogen worden opgenomen in het lokale dossier (i.p.v. handmatig). Afhankelijk van de uitkomsten van deze analyse, bestaat de mogelijkheid dat de afspraken CiO3a en CiO3b worden gewijzigd.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO4a || Verificatie || De voorschrijver of verstrekker || is eindverantwoordelijk voor het uitvoeren van verificatie van medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden, || omdat dit deel is van het reguliere zorgproces van voorschrijver of verstrekker. || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO4b || Verificatie || De voorschrijver of verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie van CiO-gegevens – dit valt onder de professionele autonomie ''(VG4 MP)'', || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Nee || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO4c || Verificatie || De voorschrijver of verstrekker || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de gegevens over medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver/verstrekker blijft eindverantwoordelijk ''(VG5 MP)'',  || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver/verstrekker blijft belegd. || Ja || Nee || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO4d || Verificatie || De voorschrijver of verstrekker || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is eindverantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties ''(VG6 MP)'',  || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt. || Ja || Nee || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO5 || Onderdrukken ||  || Binnen een (afdeling van een) zorgaanbieder bestaat de mogelijkheid om bepaalde medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden die op basis van professionele inschatting niet relevant gevonden worden binnen de eigen context te onderdrukken, || zodat medicatiebewakingssignalen bij niet relevante medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden onderdrukt kunnen worden, en signaalmoeheid zo veel mogelijk voorkomen kan worden. || Nee || De gebruikerseis is het besluit. || De gebruikerswens is dat er geavanceerde opties zijn voor onderdrukken, bijvoorbeeld voor de context van de patiënt/cliënt (klinisch of poliklinisch, etc.) of de rol van de zorgverlener binnen een zorgaanbieder, een individuele zorgverlener of een groep zorgverleners.​ ||  Sectorspecifiek: Uitwerking van hoe onderdrukt mag en kan worden. Naast onderdrukken van een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid, kunnen medicatiebewakingssignalen eenmalig of voor een bepaalde periode worden afgehandeld. Dit is een (bestaande) functionaliteit van het XIS. ||   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO6a || Registratie geneesmiddelovergevoeligheid || De voorschrijver of verstrekker || die als eerste een geneesmiddelovergevoeligheid vaststelt, is ook verantwoordelijk om na vaststellen de geneesmiddelovergevoeligheid te registreren, || zodat er een zo volledig mogelijke registratie van de geneesmiddelovergevoeligheid en de geneesmiddelovergevoeligheidsreactie plaatsvindt. || Ja || Nee || De gebruikerswens is dat het XIS de vastlegger ondersteunt bij de registratie van geneesmiddelovergevoeligheden, zodat de vastlegger geen dubbele informatie in hoeft te voeren.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO6b || Registratie geneesmiddelovergevoeligheid || De voorschrijver of verstrekker || dient een geneesmiddelovergevoeligheid die niet aan de bron geregistreerd is alsnog te registreren, mits deze beschikt over voldoende informatie om te bepalen of deze van toepassing is. Deze inschatting valt onder de professionele autonomie van de zorgverlener, || omdat wanneer een geneesmiddelovergevoeligheid door een andere voorschrijver of verstrekker die voldoende informatie heeft alsnog geregistreerd kan worden, dit leidt tot meer relevante en bruikbare informatie in de keten. || Ja || Nee || Zie gebruikerswens CiO6a.​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO7a || Registratie medicatie contra-indicatie || De voorschrijver of verstrekker || die als eerste de aandoening of het kenmerk* van een patiënt/cliënt welke een medicatie contra-indicatie vormt voor toepassing van bepaalde geneesmiddelen vaststelt, is verantwoordelijk om ook de medicatie contra-indicatie te registreren, &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''*Hieronder vallen o.a. kenmerken vastgesteld op basis van een laboratoriumresultaat.'' &lt;br /&gt;
|| omdat degene die als eerst de aandoening, diagnose, verrichting of het kenmerk van een patiënt/cliënt registreert, de meest actuele en complete informatie heeft en dus het meeste inzicht heeft in of er ook een medicatie contra-indicatie vastgelegd moet worden. || Ja || Nee || De gebruikerswens is dat het XIS de vastlegger ondersteunt bij de registratie van medicatie contra-indicaties, zodat de vastlegger geen dubbele informatie in hoeft te voeren door middel van koppeling tussen aandoening/diagnose/verrichting/kenmerk van de patiënt/cliënt en medicatie contra-indicaties. Andersom, bij het vervallen van een diagnose wordt een melding gegeven dat de medicatie contra-indicatie afgesloten dient te worden*.​ &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''*De ondersteuning bij registratie middels koppeling is een punt voor doorontwikkeling.​''&lt;br /&gt;
|| Sectorspecifiek: De precieze wensen en behoeften voor koppeling dienen binnen de eigen sector te worden uitgewerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor geneesmiddelovergevoeligheden is deze behoefte tot koppeling er niet. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO7b || Registratie medicatie contra-indicatie || De voorschrijver of verstrekker || dient een medicatie contra-indicatie die niet aan de bron geregistreerd is alsnog te registreren, mits deze beschikt over voldoende informatie om te bepalen of deze van toepassing is. Deze inschatting valt onder de professionele autonomie van de zorgverlener, || omdat wanneer een medicatie contra-indicatie door een andere voorschrijver of verstrekker die voldoende informatie heeft alsnog geregistreerd kan worden, dit leidt tot meer relevante en bruikbare informatie in de keten. || Ja || Nee || Zie gebruikerswens CiO7a. || Zie CiO7a.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO8 || Registratie medicatie contra-indicatie ||  || Uit geneesmiddelgebruik, niet geverifieerde, afgeleide medicatie contra-indicaties worden niet langer geregistreerd, &lt;br /&gt;
|| omdat medicatie contra-indicaties afgeleid uit geneesmiddelgebruik of andere patiëntinformatie momenteel vervuiling in systemen veroorzaken. Het gaat hier om niet geverifieerde afgeleide medicatie contra-indicaties. Op het moment dat een medicatie contra-indicatie geverifieerd is, bijvoorbeeld door bevestiging van de patiënt/cliënt, mag de medicatie contra-indicatie volgens afspraak CiO7b geregistreerd worden. || Ja || Nee || Nee​ ||  Voor de opschoning van bewezen incorrecte registraties van afgeleide medicatie contra-indicaties dienen opschoningsafspraken gemaakt te worden in het project opschoning.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO9 || Registratie CiO ||  || Enkel medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden die 1) door of in opdracht van een voorschrijver of verstrekker geregistreerd zijn of 2) door een voorschrijver of verstrekker geaccordeerd zijn, worden uitgewisseld in de keten, || omdat het vaststellen van een medicatie contra-indicatie of stof waarop bewaakt moet worden, wordt beschouwd als een medisch besluit, voorbehouden aan een voorschrijver of verstrekker. Deze afspraak maakt daarnaast het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker mogelijk. || Nee ||&lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt een autorisatieslag te maken waarbij de zorgaanbieder de mogelijkheid krijgt andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers te mandateren om onder de verantwoordelijkheid van een voorschrijver of verstrekker zelfstandig te registreren/wijzigen/afsluiten in de keten.  &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij hetgeen wat door andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers, niet in opdracht van een voorschrijver of verstrekker, is geregistreerd/gewijzigd/afgesloten, op een werklijst komt voor een voorschrijver of verstrekker.&lt;br /&gt;
|| Nee​ || Specifieke behoeften met betrekking tot het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker dienen op zorgaanbiederniveau te worden afgestemd. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO10 || Afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid || De voorschrijver of verstrekker || kan een geneesmiddelovergevoeligheid afsluiten mits aangetoond óf op basis van professionele inschatting te verwachten is dat deze voor alle andere zorgverleners die betrokken zijn bij deze patiënt/cliënt niet langer relevant is om op te bewaken, || omdat de geneesmiddelovergevoeligheid uit de gehele keten verdwijnt wanneer de zorgverlener een geneesmiddelovergevoeligheid afsluit. &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''Afsluiten heeft andere gevolgen dan onderdrukken (zie CiO5).'' &lt;br /&gt;
|| Ja || De gebruikerseis is dat het XIS bij afsluiten van een geneesmiddelovergevoeligheid de volgende tekst weergeeft: “Dit betekent een afsluiting voor de gehele keten en de patiënt/cliënt dient hierover gepast geïnformeerd te worden.”* &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''*Deze melding kan op termijn komen te vervallen, wanneer dit niet meer nodig wordt geacht.'' &lt;br /&gt;
|| De gebruikerswens is dat het XIS ondersteunt in het informeren van de patiënt/cliënt bij het afsluiten van een geneesmiddelovergevoeligheid.​ || Hoe communicatie naar de patiënt/cliënt wordt vormgegeven, ligt bij de zorgaanbieder zelf. Denk aan wie dit communiceert, wat er wordt gecommuniceerd en wanneer dit wordt gedaan.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO11 || Afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid || De voorschrijver of verstrekker || kan ook een geneesmiddelovergevoeligheid die door een andere zorgverlener, zowel binnen als buiten de eigen organisatie, is geregistreerd afsluiten. De voorschrijver of verstrekker die de geneesmiddelovergevoeligheid afsluit noteert verplicht een reden van afsluiten, || omdat het afsluiten van een geneesmiddelovergevoeligheid weinig voorkomend is. Dit geeft andere zorgverleners inzicht in de gemaakte keuzes. || Ja || Zie gebruikerseis CiO10. || Zie gebruikerswens CiO10.​ || Zie CiO10. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO12 || Afsluiten medicatie contra-indicatie || De voorschrijver of verstrekker || kan een medicatie contra-indicatie afsluiten mits aangetoond óf op basis van professionele inschatting te verwachten is dat deze voor alle andere zorgverleners die betrokken zijn bij deze patiënt/cliënt niet langer relevant is om op te bewaken, || omdat de medicatie contra-indicatie uit de gehele keten verdwijnt wanneer de zorgverlener een medicatie contra-indicatie afsluit. &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''De voorkeur gaat ernaar uit om ook het afsluiten aan de bron te doen. Met andere woorden, degene die de diagnose of het probleem afsluit, sluit ook de medicatie contra-indicatie af.''&lt;br /&gt;
|| Ja || Nee || De gebruikerswens is dat het XIS de vastlegger ondersteunt bij de registratie van medicatie contra-indicaties, zodat de vastlegger geen dubbele informatie in hoeft te voeren door middel van koppeling tussen aandoening/diagnose/verrichting/kenmerk van de patiënt/cliënt en medicatie contra-indicaties. Andersom, bij het vervallen van een diagnose wordt een melding gegeven dat de medicatie contra-indicatie afgesloten dient te worden*. ​ &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''*De ondersteuning bij registratie middels koppeling is een punt voor doorontwikkeling.''​ &lt;br /&gt;
|| Sectorspecifiek: De precieze wensen en behoeften voor koppeling dienen binnen de eigen sector te worden uitgewerkt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor geneesmiddelovergevoeligheden is deze behoefte tot koppeling er niet.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO13 || Afsluiten medicatie contra-indicatie || De voorschrijver of verstrekker || kan ook een medicatie contra-indicatie die door een andere zorgverlener, zowel binnen als buiten de eigen organisatie, is geregistreerd afsluiten. De voorschrijver of verstrekker die de medicatie contra-indicatie afsluit, noteert indien nodig ter verduidelijking een reden van afsluiten, || omdat het afsluiten van een medicatie contra-indicatie vaak om vanzelfsprekende redenen gebeurt, maar er wel de mogelijkheid moet zijn om een reden van afsluiten mee te geven indien op basis van professionele inschatting wordt verwacht dat dit ter verduidelijking nodig is.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''De voorkeur gaat ernaar uit om ook het afsluiten aan de bron te doen. Met andere woorden, degene die de diagnose of het probleem afsluit, sluit ook de medicatie contra-indicatie af.'' &lt;br /&gt;
|| Ja || Nee || Zie gebruikerswens CiO12. || Zie CiO12. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO14 || Afsluiten CiO ||  || Enkel afsluitingen in medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden die 1) door of in opdracht van een voorschrijver of verstrekker uitgevoerd zijn of 2) door een voorschrijver of verstrekker geaccordeerd zijn, worden uitgewisseld in de keten, || omdat zowel het registreren, wijzigen als afsluiten van een CiO is voorbehouden aan voorschrijvers of verstrekkers, omdat dit effect heeft op de medicatiebewaking. Deze afspraak maakt daarnaast het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker mogelijk. || Nee || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij de zorgaanbieder de mogelijkheid krijgt andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers te mandateren om onder de verantwoordelijkheid van een voorschrijver of verstrekker zelfstandig te registreren/wijzigen/afsluiten in de keten.&lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij hetgeen wat door andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers, niet in opdracht van een voorschrijver of verstrekker, is geregistreerd/gewijzigd/afgesloten, op een werklijst komt voor een voorschrijver of verstrekker.&lt;br /&gt;
|| Nee​ || Specifieke behoeften met betrekking tot het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker dienen op zorgaanbiederniveau te worden afgestemd.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO15 || Wijzigen CiO || De voorschrijver of verstrekker || kan een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid wijzigen. Voorschrijvers of verstrekkers kunnen ook een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid die door een andere zorgverlener is geregistreerd wijzigen, || omdat de mogelijkheid tot wijzigen van een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid geregistreerd door andere zorgverleners ervoor zorgt dat registraties actuele informatie bevatten. || Nee || Nee || De gebruikerswens is dat het XIS ondersteuning biedt bij het wijzigen van medicatie contra-indicaties, zodat de vastlegger geen dubbele informatie in hoeft te voeren door middel van een koppeltabel tussen aandoening/diagnose/verrichting/kenmerk van de patiënt/cliënt en medicatie contra-indicaties.*&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''*De ondersteuning bij registratie middels koppeling is een punt voor doorontwikkeling.''&lt;br /&gt;
​&lt;br /&gt;
|| Sectorspecifiek: De precieze wensen en behoeften voor koppeling dienen binnen de eigen sector te worden uitgewerkt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor geneesmiddelovergevoeligheden is deze behoefte tot koppeling er niet.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO16 || Wijzigen CiO ||  || Enkel wijzigingen in medicatie contra-indicaties en geneesmiddelovergevoeligheden die 1) door of in opdracht van een voorschrijver of verstrekker uitgevoerd zijn of 2) door een voorschrijver of verstrekker geaccordeerd zijn, worden uitgewisseld in de keten, || omdat zowel het registreren, wijzigen als afsluiten van een CiO is voorbehouden aan voorschrijvers of verstrekkers, omdat dit effect heeft op de medicatiebewaking. Deze afspraak maakt daarnaast het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker mogelijk. || Nee || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij de zorgaanbieder de mogelijkheid krijgt andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers te mandateren om onder de verantwoordelijkheid van een voorschrijver of verstrekker zelfstandig te registreren/wijzigen/afsluiten in de keten.  &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat het XIS het mogelijk maakt om een autorisatieslag te maken waarbij hetgeen wat door andere zorgverleners dan voorschrijvers of verstrekkers, niet in opdracht van een voorschrijver of verstrekker, is geregistreerd/gewijzigd/afgesloten, op een werklijst komt voor een voorschrijver of verstrekker.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
|| Nee​ || Specifieke behoeften met betrekking tot het handelen in opdracht van een voorschrijver of verstrekker dienen op zorgaanbiederniveau te worden afgestemd.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO17a || Medicatiebewaking || De voorschrijver of verstrekker || die een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid accordeert* is ook verantwoordelijk om direct de medicatiebewaking van de hieraan gerelateerde medicatie af te handelen en indien relevant de patiënt/cliënt te informeren. Op basis van professionele inschatting en/of zorgprocesafspraken kan de voorschrijver of verstrekker besluiten de medicatiebewaking op een later moment af te handelen of de patiënt/cliënt (nog) niet te informeren,&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
''*Onder accorderen valt ook het zelf registreren/wijzigen/afsluiten door een voorschrijver of verstrekker of het registreren/wijzigen/afsluiten in opdracht van een voorschrijver of verstrekker.''&lt;br /&gt;
|| zodat het accorderen* van de medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid en bijbehorende afhandeling bij dezelfde zorgverlener ligt, waardoor medicatieveiligheid gewaarborgd wordt. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bespreken met de patiënt/cliënt omvat na afsluiten een zorgvuldige uitleg dat hier niet meer in de keten op wordt bewaakt. Waar nodig is toegespitste uitleg van de individuele situatie voor de patiënt/cliënt met in achtneming van de complexiteit die hier soms aanwezig is (bijvoorbeeld bij preferentiebeleid).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Het afhandelen van de medicatiebewaking kan worden uitbesteed aan een deskundig en bekwaam persoon, zoals beschreven in besluit CiO17b.''&lt;br /&gt;
 || Ja || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat de medicatiebewakingsmodule altijd wordt gestart na accorderen*. &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat de medicatiebewakingssignalen enkel op de werklijst komen van de zorgverlener die deze signalen mag afhandelen volgens zorgprocesafspraken die gelden bij de zorgaanbieder. &lt;br /&gt;
|| De gebruikerswens is dat het XIS ondersteunt in het informeren van de patiënt/cliënt bij het accorderen* van een medicatie contra-indicatie of geneesmiddelovergevoeligheid.​ || Hoe communicatie naar de patiënt/cliënt wordt vormgegeven, ligt bij de zorgaanbieder zelf. Denk aan wie dit communiceert, wat er wordt gecommuniceerd en wanneer dit wordt gedaan. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO17b || Medicatiebewaking || De voorschrijver of verstrekker || kan de medicatiebewaking die hij moet afhandelen voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon, || zodat het proces efficiënt gehouden wordt en de veiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver of verstrekker blijft belegd. || Ja || Nee || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO18 || Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde CiO-gegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe CiO-gegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee || Nee || Totdat er meer duidelijkheid is over welke differentiaties de signaalfunctie kent en hoe de signaalfunctie voor CiO gaat werken, is deze afspraak een openstaand punt richting de aanvullende beproeving CiO. &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Waar wordt gesproken over een &amp;quot;zorgverlener&amp;quot; wordt daarmee bedoeld een beroepsbeoefenaar zoals beschreven in de [https://www.aorta-lsp.nl/over-aorta-lsp/autorisatierichtlijnen/autorisatierichtlijn-medicatieveiligheid Autorisatierichtlijn Medicatieveiligheid].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Voorstel contra-indicatie==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams CiO en de gebruikerseisen en -wensen weer voor het werkproces met betrekking tot het voorstel contra-indicatie (VCI). Een VCI is een voorstelbericht waarmee een zorgverlener aan een andere zorgverlener kan vragen om bevestiging indien er vermoeden is van een medicatie contra-indicatie, maar onvoldoende informatie om deze vast te stellen. Het betreft een aanvullende functionaliteit in de informatiestandaard CiO waar eveneens aanvullende zorgprocesafspraken over zijn opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De behoefte voor het gebruik van een VCI is met name groot voor de sectoren openbare farmacie en huisartsenzorg. Op dit moment worden in het apothekerssysteem contra-indicaties geregistreerd die afgeleid zijn uit voorgeschreven medicatie. Deze werkwijze zorgt voor vervuiling van informatiesystemen, omdat er niet altijd overleg tussen de verstrekker en de voorschrijver plaatsvindt om de afgeleide contra-indicatie te verifiëren alvorens deze geregistreerd wordt. Daardoor worden er onterecht medicatie contra-indicaties bij de patiënt/cliënt geregistreerd. In de toekomst is het registreren van een afgeleide contra-indicatie niet meer toegestaan (zie CiO8). Een VCI zal het proces van bevestiging door de voorschrijver gedigitaliseerd laten plaatsvinden, waardoor er geen onjuiste informatie wordt geregistreerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een VCI in de context van de openbare farmacie en huisartsenzorg heeft als doel dat een apotheker in het geval van twijfel een voorstelbericht kan versturen naar de huisarts, waarmee om bevestiging wordt gevraagd van de vermoede medicatie contra-indicatie. De huisarts kan vervolgens beoordelen of de voorgestelde medicatie contra-indicatie wel of niet geregistreerd dient te worden in het dossier van de patiënt/cliënt. Door dit proces te digitaliseren, wordt voorkomen dat zorgverleners tijdens patiëntenzorg gestoord worden en de vraag af kunnen handelen op het moment dat dat voor de zorgverlener passend is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de voorgenomen besluiten VCI gelden twee uitgangspunten:&lt;br /&gt;
# Het VCI zal tijdens de aanvullende beproeving CiO in eerste instantie enkel tussen de openbare apotheker en de huisarts worden beproefd, met uitzondering van de HAP en waarnemende apotheek.&lt;br /&gt;
# Het VCI biedt een oplossing voor het probleem van de afgeleide contra-indicatie op de korte termijn, maar de stip aan de horizon dient het meesturen van de indicatie/reden van voorschrijven met de medicatieafspraak te zijn. In de toekomst zou de medicatiebewaking kunnen plaatsvinden op de indicatie in de medicatieafspraak, waardoor het registreren van de medicatie contra-indicatie niet langer nodig is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? || Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO19 || Voorstel contra-indicatie || De verstrekker || maakt bij het vermoeden van een medicatie contra-indicatie een voorstel contra-indicatie aan voor de auteur van de medicatieafspraak op basis waarvan een medicatie contra-indicatie wordt vermoed. Indien het een spoedsituatie betreft, neemt de verstrekker op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver, || zodat een voor een verstrekker niet te verifiëren medicatie contra-indicatie ter verificatie kan worden voorgelegd aan de voorschrijver van de medicatie op basis waarvan een medicatie contra-indicatie wordt vermoed. || Ja || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het AIS al tijdens de registratie van een voorstel contra-indicatie door de verstrekker bewakingssignalen genereert, nog voorafgaand aan het opslaan van het voorstel contra-indicatie, zodat de urgentie van de vermoede medicatie contra-indicatie kan worden nagegaan.   &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat het XIS het na registratie van het voorstel contra-indicatie mogelijk maakt om het voorstel contra-indicatie te sturen naar de auteur van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO20 || Accorderen voorstel contra-indicatie || De voorschrijver || registreert bij accorderen van het voorstel contra-indicatie direct de medicatie contra-indicatie. In principe is de registratie van de medicatie contra-indicatie voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel contra-indicatie te worden verzonden naar de verstrekker die het voorstel contra-indicatie heeft gestuurd,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Na registratie is de voorschrijver verantwoordelijk om de medicatiebewaking af te handelen of dit uit te besteden aan een deskundig en bekwaam persoon (zie CiO17a en CiO17b).''&lt;br /&gt;
|| omdat het erom gaat dat de voorgestelde medicatie contra-indicatie wordt geregistreerd wanneer deze van toepassing is op de patiënt/cliënt. || Ja || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat de voorschrijver bij het accorderen van het voorstel contra-indicatie direct naar het registratiescherm voor de medicatie contra-indicatie wordt geleid, waarin de bekende velden uit het voorstel contra-indicatie reeds zijn ingevuld.   &lt;br /&gt;
*Functionele behoeften*: &lt;br /&gt;
**De verstrekker wordt via het XIS op de hoogte gesteld van het akkoord op het voorstel contra-indicatie.&lt;br /&gt;
**Bij akkoord op het voorstel contra-indicatie, verdwijnt het voorstel contra-indicatie van de werklijst van de verstrekker als gevolg van het binnenkomen van het akkoord. &lt;br /&gt;
 || Nee​ || ''*De kolom gebruikerseisen geeft functionele behoeften van zorgverleners weer bij dit besluit. De technische uitwerking volgt in de expertgroep en werkstroom CiO.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze afspraak dient mogelijk aangepast te worden op het moment dat de technische uitwerking in de informatiestandaard bepaald is.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO21 || Antwoord voorstel contra-indicatie || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van het voorstel contra-indicatie een antwoord voorstel contra-indicatie met de reden van afwijzen naar de verstrekker die het voorstel contra-indicatie heeft gestuurd, || zodat het voor de verstrekker die het voorstel contra-indicatie heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel contra-indicatie niet geaccordeerd is en waarom niet. || Ja || &lt;br /&gt;
*De gebruikerseis is dat het antwoord voorstel contra-indicatie gepusht wordt naar verstrekker, zodat de verstrekker kan concluderen dat het voorstel contra-indicatie is afgehandeld.  &lt;br /&gt;
*Een andere gebruikerseis is dat de ontvangen afwijzing op de werklijst van de verstrekker komt, zodat de verstrekker de afwijzing kan verwerken en het herhaaldelijk versturen van een voorstel contra-indicatie op basis van dezelfde medicatie wordt voorkomen. &lt;br /&gt;
 || Nee​ ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| CiO22 || Afhandelen voorstel contra-indicatie || De voorschrijver || handelt een voorstel contra-indicatie zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag, af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is, || zodat het voorstel contra-indicatie binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners beschikken over de meest actuele CiO-gegevens. || Ja || Nee || Nee​ || De termijn waarbinnen een voorstel contra-indicatie moet worden afgehandeld, is in lijn met die voor een VVV en VMA.  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Onderwerp !! ID !! Mutatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || N.v.t. || Alle || Er is besloten om binnen het programma gebruik te maken van de algemene term 'verstrekker' (i.p.v. apotheker). Dit is aangepast in de gehele tekst waar het niet specifiek om de rol 'apotheker' gaat. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 22-01-2025 || Inleiding || N.v.t. || In de externe communicatie wordt de term ketenafspraken gebruikt i.p.v. besluiten van de kernteams. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-06-2024 || N.v.t. || Alle || Na het vaststellen van de besluiten kernteams CiO zijn de besluiten opnieuw genummerd. Links staat het voormalige nummer van het besluit, rechts wat het nieuwe nummer van het besluit is geworden:&lt;br /&gt;
*CiO1 -&amp;gt; CiO1&lt;br /&gt;
*CiO3 -&amp;gt; CiO2&lt;br /&gt;
*CiO27a -&amp;gt; CiO3a&lt;br /&gt;
*CiO27b -&amp;gt; CiO3b&lt;br /&gt;
*CiO4a -&amp;gt; CiO4a&lt;br /&gt;
*CiO4b -&amp;gt; CiO4b&lt;br /&gt;
*CiO4c -&amp;gt; CiO4c&lt;br /&gt;
*CiO4d -&amp;gt; CiO4d&lt;br /&gt;
*CiO28 -&amp;gt; CiO5&lt;br /&gt;
*CiO9a -&amp;gt; CiO6a&lt;br /&gt;
*CiO9b -&amp;gt; CiO6b&lt;br /&gt;
*CiO13a -&amp;gt; CiO7a&lt;br /&gt;
*CiO13b -&amp;gt; CiO7b&lt;br /&gt;
*CiO14 -&amp;gt; CiO8&lt;br /&gt;
*CiO12 -&amp;gt; CiO9&lt;br /&gt;
*CiO21 -&amp;gt; CiO10&lt;br /&gt;
*CiO20 -&amp;gt; CiO11&lt;br /&gt;
*CiO22 -&amp;gt; CiO12&lt;br /&gt;
*CiOX -&amp;gt; CiO13&lt;br /&gt;
*CiO29 -&amp;gt; CiO14&lt;br /&gt;
*CiO17 -&amp;gt; CiO15&lt;br /&gt;
*CiOY -&amp;gt; CiO16&lt;br /&gt;
*CiO10 -&amp;gt; CiO17a&lt;br /&gt;
*CiO25 -&amp;gt; CiO17b&lt;br /&gt;
*CiO35 -&amp;gt; CiO18&lt;br /&gt;
*CiO30 -&amp;gt; CiO19&lt;br /&gt;
*CiO32 -&amp;gt; CiO20&lt;br /&gt;
*CiO33 -&amp;gt; CiO21&lt;br /&gt;
*CiO34 -&amp;gt; CiO22&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Raadplegen || CiO1 || Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 en het kernteam op 24/06 is besloten om de eis “Een andere eis is dat na het raadplegen direct op de geraadpleegde gegevens wordt bewaakt” te laten vervallen. Naast dat het inbouwen hiervan veel moeite zou kusten voor leveranciers voor een minimaal extra voordeel, lijkt dit niet nodig vanwege CiO10: degene die registreert/wijzigt/afsluit handelt de medicatiebewaking af. Het is ongewenst om dubbel werk te doen in de keten.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Opnemen || CiO27b || Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 en het kernteam op 24/06 is besloten om de afspraak en bijbehorende gebruikerseis te herformuleren om te verduidelijken dat als iets na raadplegen, maar alvorens opname in het eigen XIS, kan worden aangevuld of afgesloten omdat de informatie incompleet of niet op de patiënt van toepassing is, dit direct gedaan dient te worden.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Voorstel contra-indicatie || CiO30 || Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 is “en kan het voorstel contra-indicatie koppelen aan de medicatieafspraak” uit de afspraak verwijderd. Dit is een functionaliteit die vanuit de informatiestandaard wordt gefaciliteerd en hoeft daarom niet in de afspraak te staan.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2024 || Medicatiebewaking || CiO10 || Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 is aan het besluit toegevoegd: “Op basis van professionele inschatting en/of zorgprocesafspraken kan de voorschrijver of verstrekker besluiten de medicatiebewaking op een later moment af te handelen of de patiënt/cliënt (nog) niet te informeren.” Dit om te verduidelijken waar op basis van professionele inschatting en/of zorgprocesafspraken van kan worden afgeweken. “Hiervan” was te onduidelijk.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid || CiO21 ||  Naar aanleiding van de achterbanraadpleging 3 in mei/juni 2024 is in de gebruikerseis “een melding geeft met de tekst” vervangen door “de volgende tekst weergeeft”, om leveranciers de vrijheid te geven in hoe die tekst wordt weergegeven.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 15-05-2024 || Registratie/wijzigen/afsluiten CiO || CiO12 CiO29 CiOY || In voorbereidingsgroep 16 op 13/05 is opgehaald dat een niet-voorschrijver of –verstrekker een zorgverlener kan mandateren om onder zijn/haar naam te registreren/wijzigen/afsluiten in de keten (= handelen in opdracht van, ook wel bekend als de verlengde arm constructie). De voorschrijver of verstrekker blijft verantwoordelijk. In die gevallen is er geen akkoord van de voorschrijver of verstrekker nodig en mag de zorgverlener die geen voorschrijver of verstrekker is zelfstandig registreren/wijzigen/afsluiten en dit beschikbaar stellen aan de keten. Daarnaast is het ook mogelijk dat een niet-gemandateerd zorgverlener iets registreert/wijzigt/afsluit. In dat geval is het wel wenselijk om dit te laten accorderen door een voorschrijver of verstrekker. Deze besluiten, de “waarom” en de bijbehorende gebruikerseisen zijn aangepast op basis van deze informatie. Tot slot wordt in deze besluiten niet langer gesproken van de “verlengde arm constructie”, maar van “handelen in opdracht van”, om in lijn te blijven met de wet BIG.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Medicatiebewaking || CiO10a CiO10b || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 zijn CiO10a en b samengevoegd. Daartoe is er een gebruikerseis toegevoegd die stelt dat de medicatiebewakingsmodule altijd moet starten, maar dat de medicatiebewakingssignalen op de werklijst van de zorgverlener moeten komen die deze mag afhandelen volgens de geldende zorgprocesafspraken binnen de zorgaanbieder.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Voorstel contra-indicatie || CiO30 CiO31 || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 zijn CiO30 (je stuurt VCI naar een voorschrijver) en CiO31 (je kunt de VCI koppelen aan de MA en sturen naar de voorschrijver van de medicatie) samengevoegd in CiO30, omdat medicatie contra-indicaties niet afgeleid uit medicatie met de patiënt kunnen worden geverifieerd en om het proces VCI te richten op enkel medicatie. In de gebruikerseis is bij de eerste eis “het systeem” verandert in “het AIS”, omdat deze eis specifiek geldt voor AIS-leveranciers. De eis is hier wel opgenomen, omdat deze belangrijk is in het proces van de VCI.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Voorstel contra-indicatie || CiO32 || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 is het onderwerp van de afspraak gewijzigd van “Antwoord voorstel contra-indicatie&amp;quot; naar “Accorderen voorstel contra-indicatie&amp;quot;, omdat dit beter past bij het besluit. Daarnaast is ook de “waarom” herschreven om deze beter passend te maken bij het besluit. Tot slot zijn functionele behoeften van zorgverleners opgenomen in de kolom “gebruikerseisen”. De technische uitwerking van deze behoeften volgt nog in de expertgroep en werkstroom CiO. Dit is eveneens weergegeven in de kolom “Aanvullende informatie”.    &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Voorstel contra-indicatie || CiO33 || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 is in het besluit expliciet benoemd “een antwoord voorstel contra-indicatie met de reden van afwijzen”. Daarnaast is de tweede gebruikerseis aangepast, omdat het automatisch verdwijnen van het verstuurde voorstel contra-indicatie van de werklijst van de apotheker ongewenst is. De apotheker wil op basis van de gepushte afwijzing in het dossier verwerken waarom de medicatie contra-indicatie niet geregistreerd is, zodat het versturen van een voorstel contra-indicatie op basis van dezelfde medicatie wordt voorkomen.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Signaalfunctie || CiO35 || Naar aanleiding van voorbereidingsgroep 16 op 13/05 is de eis verwijderd bij de afspraak over de signaalfunctie, omdat eerst beter in kaart gebracht dient te worden welke differentiaties de signaalfunctie kent en hoe de signaalfunctie voor CiO gaat werken. Dit is ook in de kolom “aanvullende informatie” toegevoegd.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 07-05-2024 || Voorstel contra-indicatie || CiO30 t/m CiO34 || De afspraken Voorstel contra-indicatie (VCI) zijn toegevoegd aan het overzicht van voorgenomen besluiten, nadat tijdens de voorbereidingsgroep op 29 april 2024 is besloten dat VCI binnen scope blijft.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 02-04-2024 || Opnemen || CiO27 || Aangepast op basis van kruisbestuiving met leveranciers. CiO27 is opgesplitst in CiO27a en CiO27b. Handmatig opnemen in het eigen dossier (27a) is belangrijk i.v.m. Europese regelgeving. Daarnaast, in het kader van samen werken aan een actueel overzicht in de keten, moeten niet kloppende CiO-gegevens direct worden afgehandeld na raadplegen (27b). Tot slot is besloten dat “vastleggen” geen passende term is. In plaats daarvan is gekozen voor “opnemen in het eigen XIS”.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Medicatiebewaking || CiO10 CiO18 || Aangepast op basis van kruisbestuiving met leveranciers. CiO10 en CiO18 zijn samengevoegd, omdat deze beide gingen over medicatiebewaking. Hierbij is CiO18 komen te vervallen. Wel is er een opsplitsing in CiO10a en CiO10b ter uitwerking van de verlengde arm constructie bij het afhandelen van de medicatiebewaking.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 29-02-2024 || Registratie medicatie contra-indicatie || CiO13a || Deze afspraak is aangevuld met een * achter “kenmerk”, waarbij staat vermeld: *hieronder vallen o.a. kenmerken vastgesteld op basis van een laboratoriumresultaat. Deze aanpassing is gedaan op basis van afstemming met projectteam Lab2Zorg.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 31-01-2024 || Raadplegen || CiO1 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Afspraken worden infrastructuuronafhankelijk opgesteld. “LSP” is vervangen door “infrastructuur” in de waarom en de gebruikerseis.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Raadplegen || CiO3 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Afspraken worden infrastructuuronafhankelijk opgesteld. “LSP” is weggehaald uit de gebruikerseis.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Verificatie || CiO4a || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. “zelf verantwoordelijk” is veranderd in “eindverantwoordelijk” in het besluit, omdat uitbesteden mogelijk is.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Verificatie || CiO4b || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Het besluit is aangevuld met “van CiO-gegevens”.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Verificatie || CiO4d || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. “verantwoordelijk” is veranderd in “eindverantwoordelijk” in het besluit, omdat uitbesteden mogelijk is.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Onderdrukken || CiO28 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Om eenduidige terminologie te gebruiken is “een praktijk/zorginstelling/afdeling” vervangen door “een zorgaanbieder of afdeling daarbinnen”. Daarnaast is “op basis van professionele inschatting” toegevoegd aan het besluit.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Registratie geneesmiddelovergevoeligheid || CiO9 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Om één lijn te trekken in de formulering van besluiten is CiO9 opgesplitst in 9a en 9b (net als dat CiO13 uit a en b bestaat). In CiO9a is “als eerste” aan het besluit toegevoegd, zodat de laatste zin “wanneer deze nog niet is geregistreerd” kon worden verwijderd. Deze formulering is in lijn met CiO13a.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Registratie medicatie contra-indicatie || CiO14 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. De tekst achter de asterix is aangepast om te verduidelijken dat opschoningsafspraken moeten worden gemaakt over bewezen incorrecte registratie van afgeleide contra-indicaties. De tekst is tevens verplaatst naar de kolom &amp;quot;Aanvullende informatie&amp;quot;.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Registratie CiO || CiO12 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Er was wat onduidelijkheid over waarom deze afspraak nodig is. Daarom is aan de waarom toegevoegd: “Deze afspraak maakt daarnaast verlengde arm constructies mogelijk.”  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Medicatiebewaking || CiO10 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2 en het kernteam op 5 februari 2024. Aan het besluit is de zin “Op basis van professionele inschatting en/of beleidsafspraken kan hiervan worden afgeweken,” toegevoegd, omdat uit de achterbanraadpleging en het kernteam naar voren kwam dat “direct” niet altijd mogelijk is.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid || CiO21 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. De tekst achter de asterix is aangepast om te verduidelijken dat deze melding op termijn kan komen te vervallen. Daarnaast is n.a.v. het kernteam van 5 februari 2024 aangepast dat afsluiten kan wanneer de registratie voor niemand in de keten meer relevant is om op te bewaken, naar “mits aangetoond is óf op basis van professionele inschatting te verwachten is dat deze voor alle andere zorgverleners die betrokken zijn bij deze patiënt niet langer relevant is om op te bewaken.”  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Afsluiten medicatie contra-indicatie || CiO22 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Om één lijn te trekken in de formulering van besluiten is CiO-22 opgesplitst in twee aparte afspraken (CiO22 en CiOX). Dit om in lijn te zijn met de formulering van de afspraken over afsluiten geneesmiddelovergevoeligheid (CiO21 en CiO20). Daarnaast is n.a.v. het kernteam van 5 februari 2024 in CiO22 aangepast dat afsluiten kan wanneer de registratie voor niemand in de keten meer relevant is om op te bewaken, naar “mits aangetoond is óf op basis van professionele inschatting te verwachten is dat deze voor alle andere zorgverleners die betrokken zijn bij deze patiënt niet langer relevant is om op te bewaken.” &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Afsluiten CiO || CiO29 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Er was wat onduidelijkheid over waarom deze afspraak nodig is. Daarom is aan de waarom toegevoegd: “Deze afspraak maakt daarnaast verlengde arm constructies mogelijk.”  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Wijzigen CiO || CiO17 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Om één lijn te trekken in de formulering van besluiten is CiO17 opgesplitst in twee aparte afspraken (CiO17 en CiOY). Dit om in lijn te zijn met de formulering van de afspraken over afsluiten CiO.   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Wijzigen CiO || CiOY || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Er was wat onduidelijkheid over waarom deze afspraak nodig is. Daarom is aan de waarom toegevoegd: “Deze afspraak maakt daarnaast verlengde arm constructies mogelijk.”  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Medicatiebewaking || CiO18 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2 en het kernteam op 5 februari 2024. Aan het besluit is de zin “Op basis van professionele inschatting en/of  beleidsafspraken kan hiervan worden afgeweken,” toegevoegd, omdat uit de achterbanraadpleging en het kernteam naar voren kwam dat “direct” niet altijd mogelijk is.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Registratie/wijzigen/afsluiten CiO || CiO12 CiO29 CiO17 || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Het woord “beoordeeld” is vervangen door “geaccordeerd”.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || Opnemen || CiO27 || “na verificatie” is uit de afspraak gehaald. Zorgverleners hebben meermaals aangegeven dat het tot op zekere hoogte een eigen keuze is of je eerst verifieert en daarna vastlegt of andersom. Vastleggen hoeft dus niet per definitie na verificatie plaats te vinden. Aan de inhoud van het besluit doet dit niks af: je moet geraadpleegde gegevens vastleggen, of dat nou voor of na verificatie gebeurt.  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|  || N.v.t. || Alle || Aangepast op basis van achterbanraadpleging 2. Waar nog “systeem” stond, is dit vervangen door “XIS”.  &lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=273283</id>
		<title>Lab: Implementatie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=273283"/>
		<updated>2025-07-01T09:35:07Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 7 Laboratoriumresultaten */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteam Lab}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van het kernteam Lab, met (indien van toepassing) de bijbehorende gebruikerseisen en –wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op deze pagina gaat het om de besluiten voor stap 7 in het 10-stappenplan van het programma Medicatieoverdracht. De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 7 gaan over Laboratoriumwaarden en hebben daarom een ID die start met ‘Lab’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 7 || Laboratoriumwaarden|| Lab&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de besluiten van het kernteam Laboratoriumwaarden (lab) leggen zorgverleners van elf verschillende sectoren (Laboratorium (Medisch Microbiologie en Klinisch Chemie), GGZ, Gehandicaptenzorg, Huisartsenzorg, Medisch-Specialistische Zorg, Mondzorg, Openbare farmacie, Publieke gezondheid, Trombosezorg, Patiënt en Cliënt en Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg) met elkaar de verantwoordelijkheden vast rondom het uitwisselen van laboratoriumresultaten. Er worden afspraken vastgelegd over wie wat mag/moet doen en waarom. Zo zijn er afspraken in de keten ten aanzien van raadplegen, beschikbaar stellen en actief (door)sturen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Lab, de NEN-normen of de Richtlijn ‘Uitwisseling laboratoriumgegevens’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de aanvullende beproeving Lab wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de aanvullende beproeving. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, er uitzonderingen zijn op de situatie of er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de aanvullende beproeving lab of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) vertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit drie onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie.&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Juridische vraagstukken worden behandeld in een programmabreed juridisch kader en zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen. Mocht blijken dat er aanvullende besluiten kernteams nodig zijn, dan zullen deze programmabreed worden opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht kernteambesluiten, gebruikerseisen- en wensen=&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresultaten ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit het kernteam Lab, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Lab 1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium || dat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het laboratoriumonderzoek, stelt deze beschikbaar voor andere zorgverleners*.&lt;br /&gt;
''*Indien een laboratorium een onderzoek uitbesteedt aan een ander laboratorium, dan blijft het laboratorium dat het onderzoek uitbesteedt het verantwoordelijke laboratorium (volgens afspraken in de richtlijn uitwisseling laboratoriumgegevens).''&lt;br /&gt;
|| Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2 || Beschikbaar stellen || De zorgverlener || die zelf een laboratoriumonderzoek uitvoert conform geldende kwaliteitscriteria en met een gevalideerd apparaat dat voldoet aan de op dat moment geldende NEN-EN-ISO norm, genoemd in de richtlijn Uitwisseling Laboratoriumgegevens, stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. || Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het vastleggen van de laboratoriumresultaten, én ondersteunt de zorgverlener bij het beschikbaar stellen van het laboratoriumresultaat in de keten.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2a|| Beschikbaar stellen||De zorgverlener|| onder wiens verantwoordelijkheid een patiënt zelf een laboratoriumtest uitvoert* en waarvan het resultaat in het systeem van de zorgverlener komt stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. &lt;br /&gt;
''*meting moet zijn uitgevoerd met een gevalideerd en gecertificeerd meetinstrument en voldoen aan eventuele specifieke richtlijnen van de sector of beroepsgroep.''&lt;br /&gt;
||Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden.|| Het XIS (in dit geval &amp;lt;ins&amp;gt;niet&amp;lt;/ins&amp;gt; het LIS) moet ondersteuning bieden bij het beschikbaar stellen van de laboratoriumresultaten. || Nee|| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 3|| Sturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting laboratoriumresultaten ter informatie versturen naar andere zorgverleners. Indien het een spoedsituatie betreft of overdracht van verantwoordelijkheden neemt de zorgverlener contact op. || Zodat andere zorgverleners beschikken over de recente laboratoriumresultaten. Bijvoorbeeld wanneer bij een verlaat binnengekomen laboratoriumresultaat direct ingrijpen noodzakelijk is. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering en het vullen van het toelichtingsveld zo eenvoudig mogelijk te maken. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 3a|| Sturen || De zorgverlener || moet, in geval van besluit 3, bij het versturen van laboratoriumresultaten naar andere zorgverleners verplicht de reden in het toelichtingsveld invullen. || Zodat de andere zorgverlener weet waarom de resultaten zijn toegestuurd. || Nee || Nee || Er is een wijzigingsverzoek bij de informatiestandaard ingediend om een toelichting mee te kunnen sturen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 4|| Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld.|| Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 5|| Referentie WDS || De voorschrijver || neemt bij het opstellen van het WisselendDoseerSchema (WDS) de referentie naar het laboratoriumresultaat* (indien beschikbaar) op in het WisselendDoseerSchema. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer || Zodat de ontvanger het bijhorende laboratoriumresultaat van het specifieke WisselendDoseerSchema (WDS) gericht bij de bron kan raadplegen. || &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet bij het opstellen van het WDS automatisch de meest recente laboratoriumresultaten presenteren die relevant zijn o.b.v. het voorgeschreven geneesmiddel in de MA. &lt;br /&gt;
* 2 Het XIS ondersteunt de voorschrijver om referentie(s) naar het laboratoriumresultaat* op te nemen in het WDS. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer  &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS moet de zorgaanbieder de mogelijkheid bieden zelf een lijst samen te stellen met wat voor die zorgaanbieder relevante laboratoriumresultaten zijn.   &lt;br /&gt;
|| Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 6|| Generieke query || De zorgverlener || raadpleegt standaard van elk laboratoriumwaarde het laatst bekende laboratoriumresultaat, en heeft de mogelijkheid om meer historie te raadplegen (bijvoorbeeld per type laboratoriumresultaat, de laatste 3 laboratoriumresultaten of een bepaalde periode). || Zodat voor de zorgverlener zowel de meest recente én de eenmalig te testen laboratoriumresultaten zichtbaar zijn. Dit is voldoende om veilige zorg te kunnen leveren. Indien nodig kan er meer historie geraadpleegd worden of nieuw onderzoek aangevraagd worden. Ook wordt hiermee een eenduidige werkwijze in de keten afgesproken. || Het XIS dient standaard de meeste recente laboratoriumresultaten op te vragen bij de bron, zichtbaar te hebben op het scherm en daarnaast de mogelijkheid te bieden om middels (combinaties van) de queryparameters meer op te vragen. &lt;br /&gt;
Toelichting: Als historie al een keer is opgehaald, kan daarna de resultaten vanaf laatste synchronisatie worden opgehaald. &lt;br /&gt;
|| Nee || ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 7|| Medicatiebewaking || De zorgverlener || die een laboratoriumonderzoek heeft aangevraagd, of onder wiens verantwoordelijkheid dit is gedaan, is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de medicatiebewaking op basis van de daaruit voortkomende laboratoriumresultaten. Hiervan kan worden afgeweken o.b.v. professionele inschatting of vigerende afspraken. || Zodat de controle van nieuwe laboratoriumresultaten met bestaande medicatie en bijbehorende afhandeling* bij dezelfde zorgverlener ligt, waardoor medicatieveiligheid gewaarborgd wordt.    *Het afhandelen van de medicatiebewaking kan worden uitbesteed aan een deskundig en bekwaam persoon. &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet in staat zijn om bij het verwerken van een nieuw laboratoriumresultaat dit resultaat te controleren op klinische relevantie, o.b.v. (bijvoorbeeld) MFB's en CR's. De manier en het tijdstip van afhandeling van deze melding is sector specifiek en zal daar opgepakt moeten worden.&lt;br /&gt;
* 2 Het XIS moet zo geconfigureerd zijn dat de zorgverlener tijdens het accorderen van de medicatieafspraken ook de nieuwe en klinisch relevante laboratoriumresultaten die gerelateerd zijn aan de medicatiebewaking te zien krijgen. &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS biedt de mogelijkheid om de in eis 1 genoemde meldingen te onderdrukken om herhaling bij ongewijzigde klinische omstandigheden te voorkomen. De criteria, de wijze en de duur van deze onderdrukking kan onafhankelijk van MFB en CR’s door een zorgaanbieder worden ingesteld.&lt;br /&gt;
* 4 Het XIS moet in staat zijn om een overzicht weer te geven van (virtuele) meldingen*, voortkomend uit de ontvangen, maar nog niet verwerkte laboratoriumresultaten met betrekking tot medicatie. Vanuit dit overzicht moet de gebruiker in staat zijn om de betreffende laboratoriumresultaten te verwerken en de daarbij horende meldingen verder af te handelen. De locatie en het tijdstip van afhandeling van deze melding moeten worden bepaald door de instelling. ''*o.b.v bijv. MFBs en CRs''&lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker.&lt;br /&gt;
|| ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 8|| Actualiteitcontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumresultaten kunnen gebruik maken van de actualtiteitscontrole. || Zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is. || Het XIS zorgt ervoor dat de laboratoriumresultaten automatisch worden opgevraagd en worden getoond wanneer de zorgverlener het dossier opent.|| Nee|| Dit besluit komt voort uit het juridisch kader.||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresulaten PGO ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PGO Lab1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium  dat het laboratoriumonderzoek van de aanvrager ontvangt en uitvoert, óf uitbesteedt aan een inbestedend laboratorium, || is verantwoordelijk om de laboratoriumresultaten direct beschikbaar te stellen voor de PGO.*  &lt;br /&gt;
''*Dit besluit sluit aan op besluit Lab1 (Besluiten kernteam Lab – informatiestandaarden)''&lt;br /&gt;
|| Zodat de patiënt / cliënt via de PGO de resultaten bij de bron kan verzamelen. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab2 || Herkennen coderingen uit codesystemen || De PGO || herkent de verschillende coderingen (bijvoorbeeld LOINC-codes en NHG-45 codes) van de laboratoriumresultaten. Bij ongelijke coderingen combineert de PGO deze niet op één regel, indien de coderingen gelijk zijn, kan de PGO dit wel doen.|| Zodat laboratoriumresultaten die niet dezelfde code hebben (door bijvoorbeeld andere wijze van testen of verschillende apparatuur), niet als vergelijking gebruikt worden.|| Het besluit is de gebruikerseis.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab3 || Herleiden bron ||De patiënt/ cliënt || kan in de PGO herleiden of het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door de zorgverlener, door het laboratorium of de patiënt / cliënt zelf*, en ziet daarbij de bron.**&lt;br /&gt;
''* In de scope voor de aanvullende beproeving zijn uitsluitend het laboratorium en testen door zorgverleners (POCt) meegenomen. Zelftest komt in een later stadium.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''** de Uitvoerder in de informatiestandaard.''&lt;br /&gt;
||Zodat de patiënt / cliënt kan zien van wie of welke organisatie het laboratoriumresultaat afkomstig is.''|| De PGO geeft de bron van het onderzoek weer (mits aangeleverd), met de duidelijke vermelding dat dit niet altijd de contactpersoon is.|| Nee|| Nee|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab4|| Contactpunt voor patiënt / cliënt || De patiënt / cliënt || kan bij de laboratoriumresultaten in de PGO herleiden wie de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek is, en dus als contactpunt dient.|| Zodat de patiënt / cliënt aan de hand van deze gegevens weet welke organisatie die moet benaderen met eventuele vragen . || De PGO geeft de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek weer (mits aangeleverd), met de vermelding dat dit het contactpunt is. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab5|| Tonen algemene uitleg || De PGO’s || tonen enkel een door de wetenschappelijke beroepsvereniging goedgekeurde uitleg bij de laboratoriumbepalingen en laboratoriumresultaten. || De zorgsectoren zien het als een risico wanneer de PGO’s niet-geverifieerde algemene invulling gaan geven aan de algemene uitleg, waardoor de patiënt onjuist geïnformeerd kan worden of verschillende / uit een lopende informatie te zien krijgt.|| PGO's maken hiervoor gebruik van een door de wetenschappelijke beroepsvereniging voor klinisch chemici goedgekeurde uitleg over laboratoriumtesten op www.allesovertesten.nl* ''*Voor microbiologische bepalingen is een dergelijke lijst nog niet beschikbaar, maar vallen op dit moment buiten scope van de aanvullende beproeving lab.'' &lt;br /&gt;
|| Nee|| Indien laboratoriumtesten ontbreken of een wijziging van een bestaande test gewenst is, kan via de website een verzoek worden ingediend||&lt;br /&gt;
--&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
De mutatielog houdt vanaf moment van publicatie (3 juli 2024) de mutaties bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! ID !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting &lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|-&lt;br /&gt;
| ... || ... || ... || ... || ... || ... || ...|--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 1 juli 2025 || Lab 4 || Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Aanpassing || Lab4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het XIS moet in staat zijn om de gegevens waarvoor het abonnement is genomen op te vragen waarbij het signaal (handmatig of geautomatiseerd) als trigger dient (in dit geval betreft dit het opvragen van laboratoriumgegevens gebruikmakende van de context Lab). &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
Lab4 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nieuw &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. &lt;br /&gt;
|| In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 8 || Actualiteitscontrole || Toevoeging || - || In de toelichting: Dit besluit komt voort uit het juridisch kader. || In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 7 || Medicatiebewaking || Toevoeging || &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
||&lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener.&lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker. &lt;br /&gt;
|| Derde wens is bij publicatie per abuis niet overgenomen ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18 december 2024 || - || Terminologie || Toevoeging || - || In de inleiding: In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. || In overeenstemming met het programma Medicatie Overdracht ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=273282</id>
		<title>Lab: Implementatie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=273282"/>
		<updated>2025-07-01T09:34:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteam Lab}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van het kernteam Lab, met (indien van toepassing) de bijbehorende gebruikerseisen en –wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op deze pagina gaat het om de besluiten voor stap 7 in het 10-stappenplan van het programma Medicatieoverdracht. De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 7 gaan over Laboratoriumwaarden en hebben daarom een ID die start met ‘Lab’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 7 || Laboratoriumwaarden|| Lab&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de besluiten van het kernteam Laboratoriumwaarden (lab) leggen zorgverleners van elf verschillende sectoren (Laboratorium (Medisch Microbiologie en Klinisch Chemie), GGZ, Gehandicaptenzorg, Huisartsenzorg, Medisch-Specialistische Zorg, Mondzorg, Openbare farmacie, Publieke gezondheid, Trombosezorg, Patiënt en Cliënt en Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg) met elkaar de verantwoordelijkheden vast rondom het uitwisselen van laboratoriumresultaten. Er worden afspraken vastgelegd over wie wat mag/moet doen en waarom. Zo zijn er afspraken in de keten ten aanzien van raadplegen, beschikbaar stellen en actief (door)sturen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Lab, de NEN-normen of de Richtlijn ‘Uitwisseling laboratoriumgegevens’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de aanvullende beproeving Lab wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de aanvullende beproeving. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, er uitzonderingen zijn op de situatie of er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de aanvullende beproeving lab of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) vertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit drie onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie.&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Juridische vraagstukken worden behandeld in een programmabreed juridisch kader en zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen. Mocht blijken dat er aanvullende besluiten kernteams nodig zijn, dan zullen deze programmabreed worden opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht kernteambesluiten, gebruikerseisen- en wensen=&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresultaten ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit het kernteam Lab, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Lab 1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium || dat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het laboratoriumonderzoek, stelt deze beschikbaar voor andere zorgverleners*.&lt;br /&gt;
''*Indien een laboratorium een onderzoek uitbesteedt aan een ander laboratorium, dan blijft het laboratorium dat het onderzoek uitbesteedt het verantwoordelijke laboratorium (volgens afspraken in de richtlijn uitwisseling laboratoriumgegevens).''&lt;br /&gt;
|| Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2 || Beschikbaar stellen || De zorgverlener || die zelf een laboratoriumonderzoek uitvoert conform geldende kwaliteitscriteria en met een gevalideerd apparaat dat voldoet aan de op dat moment geldende NEN-EN-ISO norm, genoemd in de richtlijn Uitwisseling Laboratoriumgegevens, stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. || Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het vastleggen van de laboratoriumresultaten, én ondersteunt de zorgverlener bij het beschikbaar stellen van het laboratoriumresultaat in de keten.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2a|| Beschikbaar stellen||De zorgverlener|| onder wiens verantwoordelijkheid een patiënt zelf een laboratoriumtest uitvoert* en waarvan het resultaat in het systeem van de zorgverlener komt stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. &lt;br /&gt;
''*meting moet zijn uitgevoerd met een gevalideerd en gecertificeerd meetinstrument en voldoen aan eventuele specifieke richtlijnen van de sector of beroepsgroep.''&lt;br /&gt;
||Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden.|| Het XIS (in dit geval &amp;lt;ins&amp;gt;niet&amp;lt;/ins&amp;gt; het LIS) moet ondersteuning bieden bij het beschikbaar stellen van de laboratoriumresultaten. || Nee|| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 3|| Sturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting laboratoriumresultaten ter informatie versturen naar andere zorgverleners. Indien het een spoedsituatie betreft of overdracht van verantwoordelijkheden neemt de zorgverlener contact op. || Zodat andere zorgverleners beschikken over de recente laboratoriumresultaten. Bijvoorbeeld wanneer bij een verlaat binnengekomen laboratoriumresultaat direct ingrijpen noodzakelijk is. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering en het vullen van het toelichtingsveld zo eenvoudig mogelijk te maken. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 3a|| Sturen || De zorgverlener || moet, in geval van besluit 3, bij het versturen van laboratoriumresultaten naar andere zorgverleners verplicht de reden in het toelichtingsveld invullen. || Zodat de andere zorgverlener weet waarom de resultaten zijn toegestuurd. || Nee || Nee || Er is een wijzigingsverzoek bij de informatiestandaard ingediend om een toelichting mee te kunnen sturen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 4|| Signaalfunctie || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld.|| Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 5|| Referentie WDS || De voorschrijver || neemt bij het opstellen van het WisselendDoseerSchema (WDS) de referentie naar het laboratoriumresultaat* (indien beschikbaar) op in het WisselendDoseerSchema. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer || Zodat de ontvanger het bijhorende laboratoriumresultaat van het specifieke WisselendDoseerSchema (WDS) gericht bij de bron kan raadplegen. || &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet bij het opstellen van het WDS automatisch de meest recente laboratoriumresultaten presenteren die relevant zijn o.b.v. het voorgeschreven geneesmiddel in de MA. &lt;br /&gt;
* 2 Het XIS ondersteunt de voorschrijver om referentie(s) naar het laboratoriumresultaat* op te nemen in het WDS. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer  &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS moet de zorgaanbieder de mogelijkheid bieden zelf een lijst samen te stellen met wat voor die zorgaanbieder relevante laboratoriumresultaten zijn.   &lt;br /&gt;
|| Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 6|| Generieke query || De zorgverlener || raadpleegt standaard van elk laboratoriumwaarde het laatst bekende laboratoriumresultaat, en heeft de mogelijkheid om meer historie te raadplegen (bijvoorbeeld per type laboratoriumresultaat, de laatste 3 laboratoriumresultaten of een bepaalde periode). || Zodat voor de zorgverlener zowel de meest recente én de eenmalig te testen laboratoriumresultaten zichtbaar zijn. Dit is voldoende om veilige zorg te kunnen leveren. Indien nodig kan er meer historie geraadpleegd worden of nieuw onderzoek aangevraagd worden. Ook wordt hiermee een eenduidige werkwijze in de keten afgesproken. || Het XIS dient standaard de meeste recente laboratoriumresultaten op te vragen bij de bron, zichtbaar te hebben op het scherm en daarnaast de mogelijkheid te bieden om middels (combinaties van) de queryparameters meer op te vragen. &lt;br /&gt;
Toelichting: Als historie al een keer is opgehaald, kan daarna de resultaten vanaf laatste synchronisatie worden opgehaald. &lt;br /&gt;
|| Nee || ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 7|| Medicatiebewaking || De zorgverlener || die een laboratoriumonderzoek heeft aangevraagd, of onder wiens verantwoordelijkheid dit is gedaan, is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de medicatiebewaking op basis van de daaruit voortkomende laboratoriumresultaten. Hiervan kan worden afgeweken o.b.v. professionele inschatting of vigerende afspraken. || Zodat de controle van nieuwe laboratoriumresultaten met bestaande medicatie en bijbehorende afhandeling* bij dezelfde zorgverlener ligt, waardoor medicatieveiligheid gewaarborgd wordt.    *Het afhandelen van de medicatiebewaking kan worden uitbesteed aan een deskundig en bekwaam persoon. &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet in staat zijn om bij het verwerken van een nieuw laboratoriumresultaat dit resultaat te controleren op klinische relevantie, o.b.v. (bijvoorbeeld) MFB's en CR's. De manier en het tijdstip van afhandeling van deze melding is sector specifiek en zal daar opgepakt moeten worden.&lt;br /&gt;
* 2 Het XIS moet zo geconfigureerd zijn dat de zorgverlener tijdens het accorderen van de medicatieafspraken ook de nieuwe en klinisch relevante laboratoriumresultaten die gerelateerd zijn aan de medicatiebewaking te zien krijgen. &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS biedt de mogelijkheid om de in eis 1 genoemde meldingen te onderdrukken om herhaling bij ongewijzigde klinische omstandigheden te voorkomen. De criteria, de wijze en de duur van deze onderdrukking kan onafhankelijk van MFB en CR’s door een zorgaanbieder worden ingesteld.&lt;br /&gt;
* 4 Het XIS moet in staat zijn om een overzicht weer te geven van (virtuele) meldingen*, voortkomend uit de ontvangen, maar nog niet verwerkte laboratoriumresultaten met betrekking tot medicatie. Vanuit dit overzicht moet de gebruiker in staat zijn om de betreffende laboratoriumresultaten te verwerken en de daarbij horende meldingen verder af te handelen. De locatie en het tijdstip van afhandeling van deze melding moeten worden bepaald door de instelling. ''*o.b.v bijv. MFBs en CRs''&lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker.&lt;br /&gt;
|| ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 8|| Actualiteitcontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumresultaten kunnen gebruik maken van de actualtiteitscontrole. || Zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is. || Het XIS zorgt ervoor dat de laboratoriumresultaten automatisch worden opgevraagd en worden getoond wanneer de zorgverlener het dossier opent.|| Nee|| Dit besluit komt voort uit het juridisch kader.||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresulaten PGO ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PGO Lab1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium  dat het laboratoriumonderzoek van de aanvrager ontvangt en uitvoert, óf uitbesteedt aan een inbestedend laboratorium, || is verantwoordelijk om de laboratoriumresultaten direct beschikbaar te stellen voor de PGO.*  &lt;br /&gt;
''*Dit besluit sluit aan op besluit Lab1 (Besluiten kernteam Lab – informatiestandaarden)''&lt;br /&gt;
|| Zodat de patiënt / cliënt via de PGO de resultaten bij de bron kan verzamelen. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab2 || Herkennen coderingen uit codesystemen || De PGO || herkent de verschillende coderingen (bijvoorbeeld LOINC-codes en NHG-45 codes) van de laboratoriumresultaten. Bij ongelijke coderingen combineert de PGO deze niet op één regel, indien de coderingen gelijk zijn, kan de PGO dit wel doen.|| Zodat laboratoriumresultaten die niet dezelfde code hebben (door bijvoorbeeld andere wijze van testen of verschillende apparatuur), niet als vergelijking gebruikt worden.|| Het besluit is de gebruikerseis.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab3 || Herleiden bron ||De patiënt/ cliënt || kan in de PGO herleiden of het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door de zorgverlener, door het laboratorium of de patiënt / cliënt zelf*, en ziet daarbij de bron.**&lt;br /&gt;
''* In de scope voor de aanvullende beproeving zijn uitsluitend het laboratorium en testen door zorgverleners (POCt) meegenomen. Zelftest komt in een later stadium.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''** de Uitvoerder in de informatiestandaard.''&lt;br /&gt;
||Zodat de patiënt / cliënt kan zien van wie of welke organisatie het laboratoriumresultaat afkomstig is.''|| De PGO geeft de bron van het onderzoek weer (mits aangeleverd), met de duidelijke vermelding dat dit niet altijd de contactpersoon is.|| Nee|| Nee|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab4|| Contactpunt voor patiënt / cliënt || De patiënt / cliënt || kan bij de laboratoriumresultaten in de PGO herleiden wie de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek is, en dus als contactpunt dient.|| Zodat de patiënt / cliënt aan de hand van deze gegevens weet welke organisatie die moet benaderen met eventuele vragen . || De PGO geeft de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek weer (mits aangeleverd), met de vermelding dat dit het contactpunt is. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab5|| Tonen algemene uitleg || De PGO’s || tonen enkel een door de wetenschappelijke beroepsvereniging goedgekeurde uitleg bij de laboratoriumbepalingen en laboratoriumresultaten. || De zorgsectoren zien het als een risico wanneer de PGO’s niet-geverifieerde algemene invulling gaan geven aan de algemene uitleg, waardoor de patiënt onjuist geïnformeerd kan worden of verschillende / uit een lopende informatie te zien krijgt.|| PGO's maken hiervoor gebruik van een door de wetenschappelijke beroepsvereniging voor klinisch chemici goedgekeurde uitleg over laboratoriumtesten op www.allesovertesten.nl* ''*Voor microbiologische bepalingen is een dergelijke lijst nog niet beschikbaar, maar vallen op dit moment buiten scope van de aanvullende beproeving lab.'' &lt;br /&gt;
|| Nee|| Indien laboratoriumtesten ontbreken of een wijziging van een bestaande test gewenst is, kan via de website een verzoek worden ingediend||&lt;br /&gt;
--&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
De mutatielog houdt vanaf moment van publicatie (3 juli 2024) de mutaties bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! ID !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting &lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|-&lt;br /&gt;
| ... || ... || ... || ... || ... || ... || ...|--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 1 juli 2025 || Lab 4 || Abonneren/notificeren laboratoriumgegevens patiënt/client || Aanpassing || Lab4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het XIS moet in staat zijn om de gegevens waarvoor het abonnement is genomen op te vragen waarbij het signaal (handmatig of geautomatiseerd) als trigger dient (in dit geval betreft dit het opvragen van laboratoriumgegevens gebruikmakende van de context Lab). &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
Lab4 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nieuw &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. &lt;br /&gt;
|| In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 8 || Actualiteitscontrole || Toevoeging || - || In de toelichting: Dit besluit komt voort uit het juridisch kader. || In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 7 || Medicatiebewaking || Toevoeging || &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
||&lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener.&lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker. &lt;br /&gt;
|| Derde wens is bij publicatie per abuis niet overgenomen ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18 december 2024 || - || Terminologie || Toevoeging || - || In de inleiding: In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. || In overeenstemming met het programma Medicatie Overdracht ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=273281</id>
		<title>Lab: Implementatie</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=Lab:_Implementatie&amp;diff=273281"/>
		<updated>2025-07-01T09:29:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 7 Laboratoriumresultaten */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteam Lab}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van het kernteam Lab, met (indien van toepassing) de bijbehorende gebruikerseisen en –wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op deze pagina gaat het om de besluiten voor stap 7 in het 10-stappenplan van het programma Medicatieoverdracht. De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 7 gaan over Laboratoriumwaarden en hebben daarom een ID die start met ‘Lab’.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 7 || Laboratoriumwaarden|| Lab&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de besluiten van het kernteam Laboratoriumwaarden (lab) leggen zorgverleners van elf verschillende sectoren (Laboratorium (Medisch Microbiologie en Klinisch Chemie), GGZ, Gehandicaptenzorg, Huisartsenzorg, Medisch-Specialistische Zorg, Mondzorg, Openbare farmacie, Publieke gezondheid, Trombosezorg, Patiënt en Cliënt en Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg) met elkaar de verantwoordelijkheden vast rondom het uitwisselen van laboratoriumresultaten. Er worden afspraken vastgelegd over wie wat mag/moet doen en waarom. Zo zijn er afspraken in de keten ten aanzien van raadplegen, beschikbaar stellen en actief (door)sturen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Lab, de NEN-normen of de Richtlijn ‘Uitwisseling laboratoriumgegevens’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de aanvullende beproeving Lab wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de aanvullende beproeving. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, er uitzonderingen zijn op de situatie of er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de aanvullende beproeving lab of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) vertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit drie onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie.&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Juridische vraagstukken worden behandeld in een programmabreed juridisch kader en zijn daarom niet in onderstaande tabel opgenomen. Mocht blijken dat er aanvullende besluiten kernteams nodig zijn, dan zullen deze programmabreed worden opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht kernteambesluiten, gebruikerseisen- en wensen=&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresultaten ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit het kernteam Lab, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Lab 1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium || dat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het laboratoriumonderzoek, stelt deze beschikbaar voor andere zorgverleners*.&lt;br /&gt;
''*Indien een laboratorium een onderzoek uitbesteedt aan een ander laboratorium, dan blijft het laboratorium dat het onderzoek uitbesteedt het verantwoordelijke laboratorium (volgens afspraken in de richtlijn uitwisseling laboratoriumgegevens).''&lt;br /&gt;
|| Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2 || Beschikbaar stellen || De zorgverlener || die zelf een laboratoriumonderzoek uitvoert conform geldende kwaliteitscriteria en met een gevalideerd apparaat dat voldoet aan de op dat moment geldende NEN-EN-ISO norm, genoemd in de richtlijn Uitwisseling Laboratoriumgegevens, stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. || Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het vastleggen van de laboratoriumresultaten, én ondersteunt de zorgverlener bij het beschikbaar stellen van het laboratoriumresultaat in de keten.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 2a|| Beschikbaar stellen||De zorgverlener|| onder wiens verantwoordelijkheid een patiënt zelf een laboratoriumtest uitvoert* en waarvan het resultaat in het systeem van de zorgverlener komt stelt de laboratoriumresultaten beschikbaar. &lt;br /&gt;
''*meting moet zijn uitgevoerd met een gevalideerd en gecertificeerd meetinstrument en voldoen aan eventuele specifieke richtlijnen van de sector of beroepsgroep.''&lt;br /&gt;
||Zodat de laboratoriumresultaten door andere zorgverleners in de keten geraadpleegd kunnen worden.|| Het XIS (in dit geval &amp;lt;ins&amp;gt;niet&amp;lt;/ins&amp;gt; het LIS) moet ondersteuning bieden bij het beschikbaar stellen van de laboratoriumresultaten. || Nee|| &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 3|| Sturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting laboratoriumresultaten ter informatie versturen naar andere zorgverleners. Indien het een spoedsituatie betreft of overdracht van verantwoordelijkheden neemt de zorgverlener contact op. || Zodat andere zorgverleners beschikken over de recente laboratoriumresultaten. Bijvoorbeeld wanneer bij een verlaat binnengekomen laboratoriumresultaat direct ingrijpen noodzakelijk is. || Het XIS ondersteunt de zorgverlener bij het versturen van het bericht door onder andere de adressering en het vullen van het toelichtingsveld zo eenvoudig mogelijk te maken. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 3a|| Sturen || De zorgverlener || moet, in geval van besluit 3, bij het versturen van laboratoriumresultaten naar andere zorgverleners verplicht de reden in het toelichtingsveld invullen. || Zodat de andere zorgverlener weet waarom de resultaten zijn toegestuurd. || Nee || Nee || Er is een wijzigingsverzoek bij de informatiestandaard ingediend om een toelichting mee te kunnen sturen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 4|| Signaalfunctie || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde laboratoriumgegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe laboratoriumgegevens beschikbaar zijn gesteld.|| Het XIS moet in staat zijn om de gegevens, binnen de context waarvoor het abonnement is afgesloten, op te vragen en notificaties te tonen wanneer er nieuwe gegevens beschikbaar zijn. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 5|| Referentie WDS || De voorschrijver || neemt bij het opstellen van het WisselendDoseerSchema (WDS) de referentie naar het laboratoriumresultaat* (indien beschikbaar) op in het WisselendDoseerSchema. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer || Zodat de ontvanger het bijhorende laboratoriumresultaat van het specifieke WisselendDoseerSchema (WDS) gericht bij de bron kan raadplegen. || &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet bij het opstellen van het WDS automatisch de meest recente laboratoriumresultaten presenteren die relevant zijn o.b.v. het voorgeschreven geneesmiddel in de MA. &lt;br /&gt;
* 2 Het XIS ondersteunt de voorschrijver om referentie(s) naar het laboratoriumresultaat* op te nemen in het WDS. *LaboratoriumUitslagidentificatienummer  &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS moet de zorgaanbieder de mogelijkheid bieden zelf een lijst samen te stellen met wat voor die zorgaanbieder relevante laboratoriumresultaten zijn.   &lt;br /&gt;
|| Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 6|| Generieke query || De zorgverlener || raadpleegt standaard van elk laboratoriumwaarde het laatst bekende laboratoriumresultaat, en heeft de mogelijkheid om meer historie te raadplegen (bijvoorbeeld per type laboratoriumresultaat, de laatste 3 laboratoriumresultaten of een bepaalde periode). || Zodat voor de zorgverlener zowel de meest recente én de eenmalig te testen laboratoriumresultaten zichtbaar zijn. Dit is voldoende om veilige zorg te kunnen leveren. Indien nodig kan er meer historie geraadpleegd worden of nieuw onderzoek aangevraagd worden. Ook wordt hiermee een eenduidige werkwijze in de keten afgesproken. || Het XIS dient standaard de meeste recente laboratoriumresultaten op te vragen bij de bron, zichtbaar te hebben op het scherm en daarnaast de mogelijkheid te bieden om middels (combinaties van) de queryparameters meer op te vragen. &lt;br /&gt;
Toelichting: Als historie al een keer is opgehaald, kan daarna de resultaten vanaf laatste synchronisatie worden opgehaald. &lt;br /&gt;
|| Nee || ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 7|| Medicatiebewaking || De zorgverlener || die een laboratoriumonderzoek heeft aangevraagd, of onder wiens verantwoordelijkheid dit is gedaan, is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de medicatiebewaking op basis van de daaruit voortkomende laboratoriumresultaten. Hiervan kan worden afgeweken o.b.v. professionele inschatting of vigerende afspraken. || Zodat de controle van nieuwe laboratoriumresultaten met bestaande medicatie en bijbehorende afhandeling* bij dezelfde zorgverlener ligt, waardoor medicatieveiligheid gewaarborgd wordt.    *Het afhandelen van de medicatiebewaking kan worden uitbesteed aan een deskundig en bekwaam persoon. &lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 Het XIS moet in staat zijn om bij het verwerken van een nieuw laboratoriumresultaat dit resultaat te controleren op klinische relevantie, o.b.v. (bijvoorbeeld) MFB's en CR's. De manier en het tijdstip van afhandeling van deze melding is sector specifiek en zal daar opgepakt moeten worden.&lt;br /&gt;
* 2 Het XIS moet zo geconfigureerd zijn dat de zorgverlener tijdens het accorderen van de medicatieafspraken ook de nieuwe en klinisch relevante laboratoriumresultaten die gerelateerd zijn aan de medicatiebewaking te zien krijgen. &lt;br /&gt;
* 3 Het XIS biedt de mogelijkheid om de in eis 1 genoemde meldingen te onderdrukken om herhaling bij ongewijzigde klinische omstandigheden te voorkomen. De criteria, de wijze en de duur van deze onderdrukking kan onafhankelijk van MFB en CR’s door een zorgaanbieder worden ingesteld.&lt;br /&gt;
* 4 Het XIS moet in staat zijn om een overzicht weer te geven van (virtuele) meldingen*, voortkomend uit de ontvangen, maar nog niet verwerkte laboratoriumresultaten met betrekking tot medicatie. Vanuit dit overzicht moet de gebruiker in staat zijn om de betreffende laboratoriumresultaten te verwerken en de daarbij horende meldingen verder af te handelen. De locatie en het tijdstip van afhandeling van deze melding moeten worden bepaald door de instelling. ''*o.b.v bijv. MFBs en CRs''&lt;br /&gt;
|| &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker.&lt;br /&gt;
|| ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Lab 8|| Actualiteitcontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde laboratoriumresultaten kunnen gebruik maken van de actualtiteitscontrole. || Zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is. || Het XIS zorgt ervoor dat de laboratoriumresultaten automatisch worden opgevraagd en worden getoond wanneer de zorgverlener het dossier opent.|| Nee|| Dit besluit komt voort uit het juridisch kader.||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&lt;br /&gt;
== Stap 7 Laboratoriumresulaten PGO ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| PGO Lab1 || Beschikbaar stellen || Het laboratorium  dat het laboratoriumonderzoek van de aanvrager ontvangt en uitvoert, óf uitbesteedt aan een inbestedend laboratorium, || is verantwoordelijk om de laboratoriumresultaten direct beschikbaar te stellen voor de PGO.*  &lt;br /&gt;
''*Dit besluit sluit aan op besluit Lab1 (Besluiten kernteam Lab – informatiestandaarden)''&lt;br /&gt;
|| Zodat de patiënt / cliënt via de PGO de resultaten bij de bron kan verzamelen. || Nee || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab2 || Herkennen coderingen uit codesystemen || De PGO || herkent de verschillende coderingen (bijvoorbeeld LOINC-codes en NHG-45 codes) van de laboratoriumresultaten. Bij ongelijke coderingen combineert de PGO deze niet op één regel, indien de coderingen gelijk zijn, kan de PGO dit wel doen.|| Zodat laboratoriumresultaten die niet dezelfde code hebben (door bijvoorbeeld andere wijze van testen of verschillende apparatuur), niet als vergelijking gebruikt worden.|| Het besluit is de gebruikerseis.|| Nee || Nee |&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab3 || Herleiden bron ||De patiënt/ cliënt || kan in de PGO herleiden of het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door de zorgverlener, door het laboratorium of de patiënt / cliënt zelf*, en ziet daarbij de bron.**&lt;br /&gt;
''* In de scope voor de aanvullende beproeving zijn uitsluitend het laboratorium en testen door zorgverleners (POCt) meegenomen. Zelftest komt in een later stadium.'' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''** de Uitvoerder in de informatiestandaard.''&lt;br /&gt;
||Zodat de patiënt / cliënt kan zien van wie of welke organisatie het laboratoriumresultaat afkomstig is.''|| De PGO geeft de bron van het onderzoek weer (mits aangeleverd), met de duidelijke vermelding dat dit niet altijd de contactpersoon is.|| Nee|| Nee|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab4|| Contactpunt voor patiënt / cliënt || De patiënt / cliënt || kan bij de laboratoriumresultaten in de PGO herleiden wie de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek is, en dus als contactpunt dient.|| Zodat de patiënt / cliënt aan de hand van deze gegevens weet welke organisatie die moet benaderen met eventuele vragen . || De PGO geeft de aanvrager / aanvragende organisatie van het laboratoriumonderzoek weer (mits aangeleverd), met de vermelding dat dit het contactpunt is. || Nee ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|PGO Lab5|| Tonen algemene uitleg || De PGO’s || tonen enkel een door de wetenschappelijke beroepsvereniging goedgekeurde uitleg bij de laboratoriumbepalingen en laboratoriumresultaten. || De zorgsectoren zien het als een risico wanneer de PGO’s niet-geverifieerde algemene invulling gaan geven aan de algemene uitleg, waardoor de patiënt onjuist geïnformeerd kan worden of verschillende / uit een lopende informatie te zien krijgt.|| PGO's maken hiervoor gebruik van een door de wetenschappelijke beroepsvereniging voor klinisch chemici goedgekeurde uitleg over laboratoriumtesten op www.allesovertesten.nl* ''*Voor microbiologische bepalingen is een dergelijke lijst nog niet beschikbaar, maar vallen op dit moment buiten scope van de aanvullende beproeving lab.'' &lt;br /&gt;
|| Nee|| Indien laboratoriumtesten ontbreken of een wijziging van een bestaande test gewenst is, kan via de website een verzoek worden ingediend||&lt;br /&gt;
--&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
De mutatielog houdt vanaf moment van publicatie (3 juli 2024) de mutaties bij.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! ID !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting &lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|-&lt;br /&gt;
| ... || ... || ... || ... || ... || ... || ...|--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 8 || Actualiteitscontrole || Toevoeging || - || In de toelichting: Dit besluit komt voort uit het juridisch kader. || In overeenstemming met MP en CiO ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 9 juli 2024 || Lab 7 || Medicatiebewaking || Toevoeging || &lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener. &lt;br /&gt;
||&lt;br /&gt;
* 1 In aanvulling op XIS-eis 1, is het mogelijk om een prioriteit te geven aan de melding (bijv. Laag, midden, hoog). De gebruiker kan deze prioriteit aanpassen.&lt;br /&gt;
* 2 Indien er een melding voortkomt uit deze resultaten, dient het systeem de zorgverlener de mogelijkheid te bieden deze melding af te handelen en/of ter beoordeling intern door te sturen naar de verantwoordelijke zorgverlener.&lt;br /&gt;
* 3 Het overzicht, zoals beschreven in eis 4, dient geïntegreerd te worden in de algemene werklijst voor de voorschrijver, zodat deze een centraal punt heeft voor het beheer van werkzaamheden. Welke werklijst dit betreft, wordt afgestemd met de gebruiker. &lt;br /&gt;
|| Derde wens is bij publicatie per abuis niet overgenomen ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18 december 2024 || - || Terminologie || Toevoeging || - || In de inleiding: In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. || In overeenstemming met het programma Medicatie Overdracht ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272792</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272792"/>
		<updated>2025-06-18T08:01:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Inleiding */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 18-06-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de basis afspraken en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en basis afspraken zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272791</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272791"/>
		<updated>2025-06-18T08:00:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Inleiding */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 18-06-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het Basis Afspraken begint met ‘BA’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Basis Afspraken|| BA&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272790</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272790"/>
		<updated>2025-06-18T07:58:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 18-06-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272789</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272789"/>
		<updated>2025-06-18T07:57:46Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 4 Verificatie en gebruiken || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VG1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VG3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.   &lt;br /&gt;
 || VG1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Stap 3 Voorschrijven   || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud   || VO1/2/3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit VO3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
 || VO1/2/3 worden niet meer meegenomen als losse besluiten. De inhoud wordt gedekt in BA1.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272788</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272788"/>
		<updated>2025-06-18T07:54:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 4 Verificatie en gebruiken */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272787</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272787"/>
		<updated>2025-06-18T07:54:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272786</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272786"/>
		<updated>2025-06-18T07:43:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Nummering  || - &lt;br /&gt;
 || JU1/JU2/JU3 -&amp;gt; BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU4 -&amp;gt; BA2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU5 -&amp;gt; BA3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU6 -&amp;gt; BA4 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU7 -&amp;gt; BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU8 -&amp;gt; BA6 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU9 -&amp;gt; x &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
JU12 -&amp;gt; BA7  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU9 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact, zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden. &lt;br /&gt;
 || Het besluit JU9 wordt niet meegenomen als los besluit. De inhoud wordt onderdeel van het implementatiehandboek bij het onderwerp 'Sturen &amp;amp; ontvangen'. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU7:  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU7 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners die zich actief willen laten informeren of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruiken maken van een signaalfunctie. Zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal is ontvangen. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben. &lt;br /&gt;
 || JU7 is herzien om aan te sluiten bij internationale terminologie en generiek getrokken voor elke zorginfrastructuur &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA5 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zorgverleners kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt, zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld.   &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 18-06-2025 || Basis Afspraken  || Hernoemen besluiten juridisch kader (JUx) naar Basis afspraken (BAx) en inhoudelijke wijzigingen  &lt;br /&gt;
|| Inhoud || JU1/2/3 &lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Sectoren, koepels branche- en beroepsorganisaties gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU2 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Leveranciers gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kernteambesluit JU3 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle zorgverleners gebruiken dezelfde terminologie zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat&lt;br /&gt;
 || JU1/2/3 samengevoegd in BA1, zodat er sprake is van een overkoepelende en dekkende formulering. &lt;br /&gt;
Kernteambesluit BA1 &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, gebruiken dezelfde terminologie*, zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272785</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=272785"/>
		<updated>2025-06-18T07:35:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Besluiten basis afspraken */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten Basis Afspraken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit de basis afspraken weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of –wensen. De besluiten zijn juridisch getoetst. De termen ‘versturen’ en ‘beschikbaar stellen’ verwijzen naar respectievelijk ‘delen’ en ‘benaderen’ zoals gedefinieerd in de Wegiz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA1 || Eenheid van taal || Alle betrokkenen met MP9, zoals zorgverleners, sectoren en leveranciers, || gebruiken dezelfde terminologie*, || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding) *een uiteenzetting van de terminologie is te vinden op: https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/kennisbank/begrippenlijst/ &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA2 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA3 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA4 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA5 || Abonneren/notificeren medicatiegegevens patiënt/cliënt || Zorgverleners || kunnen een abonnement afsluiten bij de zorginfrastructuur om notificaties te ontvangen over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens van een individuele patiënt/cliënt || zodat zij voor patiënten/cliënten waarmee zij een (continue) actieve behandelrelatie hebben proactief geïnformeerd worden als er voor de desbetreffende patiënt/cliënt nieuwe medicatiegegevens beschikbaar zijn gesteld. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA6 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || Juni 2025: Momenteel bevindt dit besluit zich in afwachting van verdere afstemming. De actualiteitscontrole wordt eerst verder uitgewerkt voordat dit besluit eventueel wordt aangepast. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| BA7 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=257275</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=257275"/>
		<updated>2025-05-08T11:46:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=257271</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=257271"/>
		<updated>2025-05-08T11:44:52Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de begeleidende tekst onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43)===  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256943</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256943"/>
		<updated>2025-05-08T09:40:58Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de begeleidende tekst onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Begeleidende tekst bij vrije tekst medicatie (kernteambesluit VO43):''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256547</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256547"/>
		<updated>2025-05-02T07:53:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de begeleidende tekst onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43:''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256546</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256546"/>
		<updated>2025-05-02T07:52:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[#anchor begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43:|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43:''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256519</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256519"/>
		<updated>2025-05-02T07:37:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de begeleidende tekst onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43:''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256516</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256516"/>
		<updated>2025-05-02T07:36:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 3 Voorschrijven */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de [[mp:Besluiten_kernteams#:~:text=Begeleidende%20tekst%20bij%20kernteambesluit%20VO43%3A|begeleidende tekst]] onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43:''' &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256497</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256497"/>
		<updated>2025-05-02T07:27:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de begeleidende tekst onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Nieuwe kernteambesluiten inclusief bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens:&lt;br /&gt;
1) Etiketteksten/meesturen aanvullende instructies&lt;br /&gt;
2) Vrije tekst medicatie &lt;br /&gt;
|| Inhoud || - || Zie de 6 rijen hieronder voor de inhoud van de nieuwe kernteambesluiten (VE48, VO42a-d, VO43) met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wens. Deze zijn uiteraard ook opgenomen in de desbetreffende tabellen van stap 3/5/6 op deze Wiki pagina.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Etiketteksten: nieuw kernteambesluit met bijbehorende werkproceseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VE48&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​, zodat zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis/-wens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerswens || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42a&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak. Zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 5 Verstrekken || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en twee gebruikerseisen || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42b&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De verstrekker is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten, zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
Het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42c&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld, zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
Het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 6 Toedienen || Meesturen aanvullende instructies: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseis || Inhoud || - || Kernteambesluit VO42d&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De toediener die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver. Zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseis:&lt;br /&gt;
In de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Kernteambesluit VO43&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werkproceseis:&lt;br /&gt;
De voorschrijver / verstrekker kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie), zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gebruikerswens:&lt;br /&gt;
Geen.&lt;br /&gt;
|| Zie bovendien begeleidende tekst bij VO43 onder de tabel van stap 3 Voorschrijven. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256432</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256432"/>
		<updated>2025-05-01T12:26:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Stap 5 Verstrekken */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de begeleidende tekst onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Etiketteksten / Meesturen aanvullende instructies: nieuwe kernteambesluiten, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerswens/-eisen  || Inhoud || - || Zie kernteambesluiten VE48 (stap 5), VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6).&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Zie kernteambesluit VO43 (stap 3).&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256431</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256431"/>
		<updated>2025-05-01T12:24:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 01-05-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de begeleidende tekst onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Etiketteksten / Meesturen aanvullende instructies: nieuwe kernteambesluiten, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerswens/-eisen  || Inhoud || - || Zie kernteambesluiten VE48 (stap 5), VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6).&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Zie kernteambesluit VO43 (stap 3).&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
	<entry>
		<id>https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256430</id>
		<title>mp:Besluiten kernteams</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://informatiestandaarden.nictiz.nl/index.php?title=mp:Besluiten_kernteams&amp;diff=256430"/>
		<updated>2025-05-01T12:23:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Carlijn Schouten: /* Mutatielog */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;__NUMBEREDHEADINGS__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{DISPLAYTITLE: Besluiten kernteams, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen}}&lt;br /&gt;
{{NoteBox|1= Deze pagina is op 27-02-2025 voor het laatst bijgewerkt.}}&lt;br /&gt;
=Inleiding=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina bevat de besluiten van de kernteams, met (indien van toepassing) de bijbehorende werkproceseisen, gebruikerseisen en -wensen. In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt. Het Implementatiehandboek zorgaanbieders[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/startpagina_implementatiehandboek/] bevat nadere uitwerking en toelichting van de ''werkproceseisen'' voor zorgaanbieder en zorgverlener.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze pagina is bedoeld voor de Kickstart en bevat de besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6, besluiten over de trombosezorg, de besluiten van het juridisch kader en de besluiten voor migratie &amp;amp; hybride.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De besluiten hebben een unieke identificatie (ID) die overeenkomt met de uitwerking van de stap waarin het besluit genomen is. De besluiten van stap 3 gaan over voorschrijven en hebben daarom een ID die start met ‘VO’. Soms is een besluit pas later in het proces gemaakt (bij het uitwerken van de besluiten over verstrekken) en heeft het daarom een ID die start met ‘VE’, maar hoort dit besluit toch bij de stap met de besluiten over voorschrijven. Daarom staat zo'n besluit benoemd bij die stap. De besluiten van opname en ontslag zijn opgenomen bij stap 3 voorschrijven, maar zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken. Stap 4 betreft verificatie en gebruiken en die ID start met ‘VG’. Stap 5 betreft verstrekken en die ID start met ‘VE'. Stap 6 betreft toedienen en die ID start met ‘TO’. De besluiten over de trombosezorg hebben een ID die start met 'TO' omdat deze opgesteld zijn tijdens het uitwerken van de stap over toedienen. De ID van de besluiten over het juridisch kader begint met ‘JU’. De besluiten over migratie en hybride beginnen met de stap in het proces gevolgd door 'MH', bijvoorbeeld 'VGMH'. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
! Stap #!! Beschrijving!! Start ID&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 3|| Voorschrijven || VO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 4|| Verificatie en gebruiken|| VG&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 5|| Verstrekken || VE&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 6|| Toedienen|| TO&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Juridisch kader|| JU&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| -|| Migratie &amp;amp; hybride|| xxMH&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een deel van de besluiten kernteams vraagt technische ondersteuning van het informatiesysteem. Deze ondersteuning is niet altijd (voldoende) beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 (MP9), de NEN-normen of de Richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’. In dat geval vertalen leveranciers en zorgverleners dit in een gebruikerseis of -wens. Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hierna volgende paragrafen bevatten een overzicht van de volgende aspecten van de besluiten:&lt;br /&gt;
* ID;&lt;br /&gt;
* onderwerp;&lt;br /&gt;
* inhoud van het besluit, bestaande uit 3 onderdelen (te lezen als één zin):&lt;br /&gt;
** wie/de doelgroep (rol);&lt;br /&gt;
** besluit/de inhoud;&lt;br /&gt;
** waarom/de relevantie;&lt;br /&gt;
* of het een werkproceseis voor de zorgaanbieder/zorgverlener is (NB dan is het besluit ook opgenomen in het Implementatiehandboek zorgaanbieders);&lt;br /&gt;
* of het in de specificaties van MP9 beschreven staat;&lt;br /&gt;
* of sprake is van een gebruikerseis of -wens;&lt;br /&gt;
* eventueel aanvullende informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor wijzigingen van deze pagina is een mutatielog opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Overzicht besluiten kernteams, werkproceseisen en gebruikerseisen/-wensen=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 3 Voorschrijven ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 3 Voorschrijven weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branch- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures   || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces voorschrijven in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet volledig.  || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie  met betrekking tot het proces voorschrijven  || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO4 || Medicatiebewaking   || De voorschrijver || voert de medicatiebewaking uit, met tot dan toe/op dat moment bekende gegevens, voordat de medicatieafspraak (met of zonder verstrekkingsverzoek) verstuurd en/of benaderbaar gemaakt wordt || zodat andere zorgverleners er vanuit kunnen gaan dat op de voorgeschreven medicatie medicatiebewaking is uitgevoerd. || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || Medicatiebewaking valt onder de professionele verantwoordelijkheid van voorschrijver en verstrekker en is beschreven in diverse 'beroepsrichtlijnen'. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO5 || Historie || De zorgverlener || vraagt indien nodig van een langere periode  de medicatieafspraken op (historie), om bijvoorbeeld de initiële voorschrijver te achterhalen of om (dosis)wijzigingen inzichtelijk te krijgen || omdat op het medicatieoverzicht alleen de auteur (voorschrijver) van de actuele medicatiefspraak staat en in een aantal gevallen (zoals medicatiereviews of intake bij instellingen) het relevant is om ook (dosis) wijzigingen van langere tijd geleden en de initiële voorschrijver te achterhalen.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens om de keuze te hebben om 0,5/1/2 jaar (en eventueel langer, tot 20 jaar mogelijk) te kunnen begrenzen.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO6 || Medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || verstuurt de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek naar de verstrekker van voorkeur van de patiënt/cliënt || zodat een verstrekker de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen aan de patiënt/cliënt. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO8 || Overnemen behandelbeleid medicatieafspraak || De voorschrijver || neemt de medicatieafspraak van een andere voorschrijver over indien de verantwoordelijkheid van het behandelbeleid van de medicatieafspraak ook over wordt genomen  || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt het overzicht medicatie duidelijk is, zonder dat er verwarring is.  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, mogelijkheid tot efficiënt overnemen andermans medicatieafspraak, wat een wijziging inhoudt en dus dat de technische stop-medicatieafspraak gestuurd wordt naar de originele voorschrijver. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO9 || Medicatie evaluatie || De voorschrijver || gebruikt bij doorlopende medicatie geen stopdatum van een medicatieafspraak als trigger voor een medicatie-evaluatiemoment of controlemoment || omdat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt (dus zonder stopdatum).  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO10 || Stopdatum medicatieafspraak || De voorschrijver || is voor geen enkel geneesmiddel verplicht om bij de start van de medicatieafspraak een stopdatum in te vullen || omdat dit afhankelijk is van de reden van voorschrijven, de situatie en de behandeling of een geneesmiddel een stopdatum heeft en is daarom optioneel. Bij medicatie voor onbepaalde duur wordt daarom alleen een startdatum ingevuld. Bij overige medicatie dient een stopdatum of een beoogde gebruiksduur geregistreerd te worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO11 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak ||  || Wanneer de voorschrijver andermans medicatieafspraak stopt of wijzigt, stuurt het XIS automatisch de (technische) stop-medicatieafspraak naar het XIS van de voorschrijver van de originele medicatieafspraak || zodat de zorgverlener geen handmatige handelingen hoeft uit te voeren en er geen afhankelijkheid is als een voorschrijver op dat moment niet (meer) werkzaam is op die afdeling/praktijk.  || Nee || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO13 || Stoppen of wijzigen andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || kan/mag andermans medicatieafspraken stoppen of wijzigen indien deze zichzelf daartoe bekwaam acht (professionele autonomie van de voorschrijver)  || omdat dit afhankelijk is van de situatie en van de voorschrijver of deze zichzelf hier toe bekwaam acht. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14a || Wijzigen medicatieafspraak || De voorschrijver || die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten || zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het wijzigen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || Bij het wijzigen van een medicatieafspraak, krijgt de voorschrijver optioneel de mogelijkheid van het XIS om een reden van wijzigen in te vullen, maar is de voorschrijver niet verplicht om deze reden in te vullen.  || Het is aan gebruikers van sectoren en/of instellingen om eventueel met hun leveranciers te bespreken om de reden van wijzigen alsnog te verplichten (bijv. in sommige gewenste situaties).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO14b || Stoppen medicatieafspraak || De voorschrijver || die een eigen of andermans medicatieafspraak expliciet* stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg (MSZ), Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.  *Expliciet stoppen wordt mee bedoeld dat deze actie leidt tot een niet-technische stop-medicatieafspraak. Dus het gaat om stoppen en niet om wijzigen (wat leidt tot een technische stop-medicatieafspraak en een nieuwe medicatieafspraak).  &lt;br /&gt;
|| zodat zorgverleners en de patiënt/cliënt de reden van het stoppen van de medicatie kennen. || Ja || Ja || (gebruikerswens tijdens Kickstart, gebruikerseis bij brede uitrol): Bij het stoppen van een medicatieafspraak, wordt de voorschrijver door het XIS verplicht gesteld om een reden van stoppen in te vullen. Uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met eigen medische dienst, waar het XIS de reden van stoppen alleen verplicht stelt om in te vullen als de patiënt/cliënt zich bevindt in de ambulante setting. In de klinische setting en in spoedeisende situaties (o.a. voor de sectoren MSZ en GGZ) krijgt de voorschrijver wel de mogelijkheid om de reden van stoppen in te vullen, maar is het niet verplicht om deze reden in te vullen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO16 || Toedientijden || De voorschrijver || die (al dan niet door verplichting in het EVS) toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Ja, de gebruikerseis is dat toedientijd 'flexibel' de default optie is in het XIS. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO17 || Toedientijden || De voorschrijver || die toedientijden in de medicatieafspraak meestuurt, legt actief vast (bij voorkeur middels een vinkje) als exacte toedientijden nodig zijn || zodat er van afgeweken kan worden door de verstrekker en patiënt/cliënt (VO16) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VO17).  || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, het XIS biedt de mogelijkheid om de toedientijden in de medicatieafspraak makkelijk (bijv. met één klik) te wijzigen naar exact.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO18 || Geldigheid verstrekkingsverzoek ||  || Het verstrekkingsverzoek blijft geldig zolang de medicatieafspraak (of een gewijzigde medicatieafspraak, maar binnen dezelfde medicamenteuze behandeling) loopt || zodat iedere zorgverlener dezelfde geldigheid hanteert voor een verstrekkingsverzoek. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || NB. Het is aan de verstrekker (en diens professionaliteit) om zich aan de juiste MA en bijbehorende VV te houden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO19 || Verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij een herhaling (op basis van de professionele inschatting) een verstrekkingsverzoek onder andermans medicatieafspraak indien het behandelbeleid van de medicatieafspraak niet overgenomen wordt || zodat het inzichtelijk blijft onder wiens behandelbeleid de actuele medicatieafspraak blijft vallen en duidelijk is met wie contact gelegd kan worden bij vragen.   || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO20 || Benaderbaarheid verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers) || omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor verstrekkers  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO21 || Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift || De voorschrijver || stuurt de nierfunctie, indien beschikbaar en aan de eisen voldoet, met de medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek naar de verstrekker zoals beschreven in de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de voorschrijver kan voldoen aan de wettelijke verplichting (nierfunctie) en de verstrekker goede medicatiebewaking kan uitvoeren.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO35 || Verstrekkingsverzoek met kenmerk spoed || De voorschrijver  || bepaalt op basis van professionele inschatting en lokale/regionale afspraken om ‘spoed’ aan te geven in het verstrekkingsverzoek || omdat het niet mogelijk is om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO36 || Doseerschema’s – op- en afbouwschema’s || De voorschrijver || legt doseerschema's met op- en afbouwschema’s zoveel mogelijk gestructureerd/gecodeerd vast, bij voorkeur bij één medicatieafspraak. De voorschrijver zal hierin zo goed mogelijk ondersteund worden door het XIS || zodat deze eenduidig uitgewisseld en geïnterpreteerd kunnen worden door zorgverleners en patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig.  || Nee || Ja, de wens dat de voorschrijver zo goed mogelijk door het XIS wordt ondersteund. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO37 || Infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline ||  || De huidige werkwijzen bij infusen en beleid bij (kortwerkende) insuline (zoals aparte protocollen/noteren in zorgplan) blijven gehandhaafd totdat er andere oplossingen zijn. In de toelichting van de medicatieafspraak kan verwezen worden naar schema’s of protocollen voor infusen en (kortwerkende) insuline. Het geneesmiddel zelf staat wel vermeld in de medicatieafspraak, maar de verdere samenstelling (zoals oplosmiddelen) niet || omdat het op dit moment nog niet mogelijk is dit uit te wisselen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 en met deze afspraak de huidige werkwijzen kunnen blijven bestaan.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Indien een infuus (een) werkzame stof(fen) op PRK niveau heeft, dan kan dit ook zo worden vastgelegd in de MA. Andere gegevens dan bij de toelichting. Je kan ook voor een magistraal kiezen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO38 || Medicatie met (lang) interval  ||  || Bij continue medicatie met een (lang) interval, zoals cytostatica of medicatie die maar één keer per jaar gebruikt wordt, wordt in de medicatieafspraak alleen de stopdatum ingevoerd op het moment dat de medicatie daadwerkelijk stopt. Tijdens het interval blijft de medicatieafspraak dus actueel || zodat medicatiebewaking door kan lopen indien nodig en een volledig en actueel medicatieoverzicht kan worden behouden. De definitieve stopdatum wordt wel ingevuld om te voorkomen dat er onterecht doorgebruikt wordt na definitieve stopdatum.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41a || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || Die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost medicatie start, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de vaste huisarts in. De vaste huisarts kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatie afspraak wel of niet over te nemen. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment. || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO41b || Werkproces op de HAP  || De voorschrijver || die tijdens ANW-tijden op de huisartsenpost een reeds bestaande medicatieafspraak wijzigt, vult in het veld 'volgende behandelaar' de naam van de originele voorschrijver in. De originele voorschrijver kan op basis van professionele inschatting de keuze maken om de medicatieafspraak wel of niet over te maken.  || Zodat het in de keten duidelijk is wie tijdens reguliere werktijden benaderd kan worden bij vragen   || || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Ja, dat het veld zo geautomatiseerd mogelijk gevuld wordt || de patiënt wordt geadviseerd om met de (afdeling van) de originele voorschrijver contact op te nemen tijdens reguliere tijden. Indien de MA wordt overgenomen, gebeurt dit per voorkeur op een natuurlijk moment.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42a || Meesturen aanvullende instructies  || De voorschrijver || maakt aan de hand van de standaard gekoppelde teksten een afweging of, en welke extra of afwijkende aanvullende instructie(s) expliciet opgenomen moet(en) worden in de medicatieafspraak. Standaard gekoppelde teksten worden niet opgenomen in de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver extra of afwijkende instructies die niet in de standaard gekoppelde teksten staan in de medicatieafspraak kan toevoegen en het voor de keten inzichtelijk maakt wanneer er wordt afgeweken van de standaard gekoppelde teksten. || Ja || Niet volledig || Nee || Ja, het XIS kan bij het opstellen van de medicatieafspraak de standaard gekoppelde teksten behorend bij de medicatie tonen. De standaard gekoppelde teksten worden niet meegestuurd in de medicatieafspraak. Enkel een door de voorschrijver ingevulde extra/afwijkende aanvullende instructie wordt meegestuurd met de medicatieafspraak. De gebruiksvriendelijkheid kan verder door leveranciers en gebruikers worden afgestemd: waar en hoe het XIS deze standaard gekoppelde teksten toont en welke teksten (in eerste instantie) getoond worden aan de voorschrijver. || Zie ook bijbehorende besluiten VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6). ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO43 || Vrije tekst medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || kan bij hoge uitzondering respectievelijk een medicatieafspraak / toedieningsafspraak aanmaken met volledig vrije tekst. De voorwaarde is ​dat er géén code in de G-standaard beschikbaar is (bij bijvoorbeeld onderzoeksmedicatie) || zodat medicatie die niet in de G-standaard staat wel in een medicatieafspraak / toedienafspraak kan worden opgenomen en deze op de toedienlijst komt te staan. Het gebruik van vrije tekst medicatie mag alleen op voorwaarde van het besluit plaatsvinden, omdat bij vrije tekst geen automatische medicatiebewaking plaatsvindt. || Ja || Niet volledig || Ja, 3 gebruikerseisen:&lt;br /&gt;
1) Het XIS ondersteunt de gebruiker bij het gecodeerd vastleggen van een medicatieafspraak/ toedieningsafspraak door middel van een zoekfunctie voor de G-standaard.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) Wanneer vrije tekst medicatie wordt vastgelegd in de medicatieafspraak/toedieningsafspraak, attendeert het XIS de voorschrijver/verstrekker tijdens dit proces dat er geen automatische medicatiebewaking op deze medicatie kan plaatsvinden. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) Het XIS ondersteunt de keten door de voorschrijver/verstrekker erop te attenderen, door middel van bijvoorbeeld een icoon of kleur op het actueel medicatieoverzicht en het verificatiescherm, dat er sprake is van vrije tekst medicatie. Het is aan zorgaanbieders/sectoren om dit verder met leveranciers af te stemmen.&lt;br /&gt;
 || Nee || NB: zie ook de begeleidende tekst onder deze tabel. ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE7 || Medicatieafspraak met startdatum bekend || De voorschrijver || registreert de beoogde startdatum van de medicatieafspraak op de dag dat het gebruik zou moeten starten || zodat dit bekend is voor zorgverleners en de patiënt/cliënt en de medicatieafspraak actueel blijft zolang de medicatieverstrekking loopt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Besluit met ID van Verstrekken, maar hoort onder stap Voorschrijven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra1 || Nog te geven/nemen gift(en) ||   || Extra situatie: indien de voorschrijver een medicatieafspraak maakt, waarbij er één/meerdere gift(en) nog gegeven/genomen moeten worden, kan de voorschrijver:&lt;br /&gt;
* De starttijd van de medicatieafspraak antedateren (bijv. begin van de dag), of&lt;br /&gt;
* De medicatieafspraak aanmaken voor het gewenste schema, met op dat moment ook één/meerdere 'ad hoc' gift(en). &lt;br /&gt;
In veel gevallen zal het nog nodig zijn dat er communicatie/overleg plaatsvindt tussen de voorschrijver en de patiënt/cliënt/toediener. &lt;br /&gt;
||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het registreren van één/meerdere gift(en) in het verleden op een makkelijke manier kan voor de voorschrijver.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| Extra2 || Medicatieafspraak opnieuw opstarten ||   || Extra situatie: een medicatieafspraak is gestopt en een voorschrijver wil enige tijd later datzelfde medicament herstarten. Dan wordt als het ware de medicatieafspraak opnieuw opgestart (technisch gezien is dit een nieuwe medicatieafspraak met dezelfde gegevens als de gestopte medicatieafspraak). ||   || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat het de gebruikers zo makkelijk mogelijk wordt gemaakt om een gestopte MA opnieuw op te starten.  ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE12 || Medische noodzaak​ ||   || Indien de voorschrijver medicatie (met specifiek handelsproductcode) voorschrijft met een 'medische noodzaak', dan volstaat de aanduiding medische noodzaak bij voorkeur met toelichting. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de verstrekker op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE14b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  ||   || Indien een medicatietoediening eerder wordt geregistreerd dan de medicatieafspraak, dan dient de voorschrijver de medicatieafspraak te registreren onder dezelfde MBH als de medicatietoediening. Eventueel zal een voorschrijver de medicatietoediening dus moeten raadplegen. ||   || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15a || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een toediening uit de werkvoorraad, welke ook voortgezet gaat worden met dezelfde PRK, een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en twee verstrekkingsverzoeken. In een van de verstrekkingsverzoeken wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie en deze wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen. Het andere verstrekkingsverzoek leidt tot verstrekking aan de patiënt/cliënt voor de voortzetting van de medicatie. De verstrekker maakt dus één toedieningsafspraak en doet twee medicatieverstrekkingen  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE15b || Toediening door voorschrijver in spoedsituatie  || De voorschrijver || in de eerste lijn registreert bij een eenmalige toediening uit de werkvoorraad een medicatietoediening, alsmede een medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek op naam van de patiënt/cliënt. In het verstrekkingsverzoek wordt IMM (in manum medici) aangegeven bij de aanvullende instructie. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking (de medicatieverstrekking wordt gebruikt om de werkvoorraad/dokterstas aan te vullen). Indien de medicatie ook voortgezet gaat worden, maar met een andere PRK, maakt de voorschrijver een aparte medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek. De verstrekker maakt een toedieningsafspraak en medicatieverstrekking. De medicatieverstrekking wordt uitgegeven aan de patiënt/cliënt.  || zodat de verstrekker de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek kan verwerken en de voorgeschreven medicatie ter hand kan stellen en de registratielast bij de voorschrijver vermindert. ​ || Ja || Ja|| Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE27 || GDS – per direct of volgende rolwissel​ || De voorschrijver || kan de laatste medicatieverstrekking(en) aanvullend opvragen, hieruit zelf afleiden wanneer de volgende rolwissel is (eventueel middels intercollegiaal overleg met verstrekkende apotheek) en dit gebruiken om een afweging te maken of de nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak per direct moet ingaan of kan wachten tot de volgende rolwissel || zodat de voorschrijver kan beredeneren of de medicatieafspraak per direct of per volgende rolwissel wil laten ingaan. || Ja || Niet volledig. || Ja, de zorgverlener moet de medicatieverstrekking inclusief de onderdelen van de verbruiksduur, het aantal en de afleverdatum kunnen opvragen en inzien op het medicatieoverzicht en voorschrijfscherm. || Ja, de wens dat gebruikers deze gegevens (aantal, verbruiksduur en afleverdatum) uit een medicatieverstrekking op hun gewenste manier moeten kunnen inzien (bijv. op medicatieoverzicht of juist voorschrijfscherm). Het verder uitwerken is aan de sector in overleg met leveranciers. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO22 || Opname en ontslag -Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De voorschrijver || laat de actuele medicatieafspraken (van andere voorschrijvers) doorlopen bij opname als deze tijdens opname niet wijzigen en accordeert deze (o.a. voor intramurale toediening). || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke voorschrijver verantwoordelijk is en welke voorschrijver het aanspreekpunt is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23a || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie  vóór opname wijzigt die na ontslag ongewijzigd moet worden gecontinueerd, laat de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak doorlopen en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag.&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
 || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO23b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met ongewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is. || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24a ||Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De voorschrijver || die tijdens een opname nieuwe medicatie start of bestaande medicatie van vóór opname wijzigt die na ontslag moet worden gecontinueerd, maar met een wijziging, bijv. gesubstitueerd moet worden naar ontslagmedicatie, stopt de tijdens een opname gestarte medicatieafspraak en start een nieuwe medicatieafspraak en maakt indien nodig een verstrekkingsverzoek bij ontslag. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad (meest voorkomend in het geval van nieuwe medicatie): de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de nieuwe medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24b || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker tijdens opname || hoeft tijdens ontslag de toedienafspraak niet actief te stoppen || zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO24c || Opname en ontslag - Nieuwe medicatie gewijzigd doorgebruiken Nieuwe medicatie of een wijziging van bestaande medicatie tijdens opname, met gewijzigd doorgebruiken na ontslag || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is; op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht wat het huidige beleid is || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25a || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || || De medicatieafspraak blijft bij generieke substitutie en gewijzigde toedientijden doorlopen tijdens de opname. De verstrekker tijdens opname maakt tijdens de opname toedieningsafspraken aan onder de medicatieafspraak van vóór opname. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak van de ziekenhuis-/instellingsapotheek gestopt met als reden van stoppen ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’. [Deze stop-toedieningsafspraak wordt beschikbaar gesteld.] || zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25b || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || Voor de voorschrijver tijdens opname || geldt bij ontslag het volgende: &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens de opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over de ongewijzigde medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert actief de verstrekker d.m.v. het sturen van de kopie medicatieafspraak en een nieuw verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO25c || Opname en ontslag - Generieke substitutie en wijziging toedientijden tijdens opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de ontvangen kopie medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
•	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking&lt;br /&gt;
|| zodat duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is en er zo beperkt mogelijke registratielast is voor de zorgverleners || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26a || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver || die tijdens opname de medicatieafspraak vóór opname wijzigt of stopt en deze ná ontslag weer wil continueren, maakt een nieuwe medicatieafspraak aan met hetzelfde beleid als de medicatieafspraak vóór opname: &lt;br /&gt;
o	In het veld ‘volgende behandelaar’ wordt de voorschrijver van vóór opname en, indien beschikbaar, diens contactgegevens vermeld; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	De stopdatum van de medicatieafspraak vóór opname wordt overgenomen in de medicatieafspraak bij ontslag;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	In het veld ‘reden wijzigen/staken’ wordt de waarde ‘hervatten van beleid van vorige voorschrijver’ ingevuld.&lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26b || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De voorschrijver vóór opname || kan de medicatieafspraak vervolgens overnemen op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij een consult met de patiënt/cliënt, bij een vraag vanuit de patiënt/cliënt of op het moment dat de voorraad op is en er een voorschrift nodig is). &lt;br /&gt;
o	Bij (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname hoeft de verstrekker niet actief te informeren over het hervatten van het beleid van vóór opname. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij geen (thuis)voorraad: de voorschrijver tijdens opname informeert de verstrekker actief over de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO26c || Opname en ontslag - Hervatten van medicatie van vóór opname || De verstrekker na ontslag || maakt vervolgens: &lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten zonder (thuis)voorraad: een nieuwe toedieningsafspraak en een medicatieverstrekking aan op basis van de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
o	Bij patiënten/cliënten met (thuis)voorraad:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie een toedienlijst nodig is: zo snel mogelijk na ontslag een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
	Bij wie geen toedienlijst nodig is: op een 'natuurlijk' moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift)  een nieuwe toedieningsafspraak aan op basis van de medicatieafspraak en doet indien nodig een medicatieverstrekking. &lt;br /&gt;
|| zodat bij ontslag duidelijk is wie verantwoordelijk is, wie het aanspreekpunt is, er zo beperkt mogelijke registratielast voor de zorgverleners is en dat voor zorgverlener en patiënt/cliënt duidelijk is op het medicatieoverzicht dat het beleid van de medicatie bij ontslag weer is zoals vóór opname || Ja || Niet volledig. || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO27 || Opname en ontslag || || De besluiten van opname en ontslag zijn alleen van toepassing bij een opname van &amp;gt;24u. Bij een dagopname (&amp;lt;24u) geldt de situatie ‘ongewijzigd doorgebruiken bij opname’, alleen bij risicovolle medicatie kan een zorgverlener, op basis van zijn of haar professionele inschatting, hiervan afwijken. || Zodat de medicatieafspraak en toedieningsafspraak bij kortdurende (dag)opnames in zoveel mogelijk gevallen kunnen doorlopen || Ja || Nee|| Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE29 || Opname en ontslag - Ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname || De verstrekker tijdens opname || laat de actuele toedieningsafspraken doorlopen als deze tijdens een opname niet wijzigen. || Zodat tijdens opname en na ontslag duidelijk blijft welke verstrekker verantwoordelijk is en welke verstrekker het aanspreekpunt is voor de toedieningsafspraak. || Ja || Niet volledig || Nee || Nee || De besluiten van opname en ontslag worden geëvalueerd tijdens de Kickstart ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begeleidende tekst bij kernteambesluit VO43: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Om medicatiebewaking mogelijk te maken en daarmee de medicatieveiligheid te borgen, is het essentieel dat voorschrijvers en verstrekkers zo veel mogelijk gestructureerd en gecodeerd vastleggen. Dit zal in ieder geval tijdens de Kickstart gebeuren op basis van de G-standaard, op langere termijn mogelijk (ook) op basis van andere standaard(en). Onderzoeksmedicatie en medicatie uit het buitenland hebben vaak (nog) geen code in de G-standaard. Echter is het voor een volledig overzicht van medicatie wel essentieel om deze medicatie op het overzicht te kunnen toevoegen. Derhalve is door de autorisatiecommissie van Medicatieoverdracht in januari 2024 besloten dat het invoeren van vrije tekst medicatie mogelijk moet zijn in de medicatieafspraak en de toedieningsafspraak. Echter dient dit bij hoge uitzondering te gebeuren, dus alléén als er geen G-standaard code beschikbaar is. Om dit duidelijk te maken aan zorgverleners en zo goed als mogelijk misbruik te voorkomen, zijn een werkproceseis voor de zorgverlener en een ondersteunende gebruikerseis (gebruikerseis 1) voor de software systemen opgesteld. Indien, bij hoge uitzondering, gekozen wordt voor vrije tekst medicatie, is het wel belangrijk dat zorgverleners beseffen dat er geen automatische medicatiebewaking kan plaatsvinden op deze medicatie. Gebruikerseis 2 en 3 zijn opgesteld om de zorgverleners hierbij zo veel mogelijk te ondersteunen en ze hiervan bewust te maken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB: (voedings)supplementen vallen in essentie niet onder vrije tekst medicatie. Deze horen bovendien niet in een medicatieafspraak of toedieningsafspraak thuis, maar kunnen eventueel wel als zelfzorgmedicatie in de bouwsteen medicatiegebruik worden opgenomen. Een voorschrijver of verstrekker kan op basis van professionele inschatting beslissen dat een (voedings)supplement wel in een medicatieafspraak/toedieningsafspraak moet worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat het relevant is voor een toedienlijst. Ook dan zal een voorschrijver/verstrekker dienen te streven naar gecodeerd vastleggen en alleen bij hoge uitzondering een medicatieafspraak/toedieningsafspraak maken met vrije tekst.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 4 Verificatie en gebruiken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 4 Verificatie en gebruiken weer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat.  || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie met betrekking tot het proces verificatie en gebruiken || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen. Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG4 || Risico-inschatting || De voorschrijver / verstrekker || heeft de professionele verantwoordelijkheid voor de risico-inschatting en de daaruit volgende bepaling van de mate van verificatie – dit valt onder professionele autonomie || zodat kan worden ingeschat welke gegevens nodig zijn voor een zorgvuldige en veilige behandeling van de patiënt/cliënt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG5 || Uitbesteden van verificatie || De voorschrijver  || kan de verificatie die hij moet uitvoeren voor de behandeling van zijn patiënt/cliënt (het raadplegen van de medicatiegegevens, actualiteit controleren en de verificatie uitvoeren en medicatiegebruik vastleggen in het systeem) uitbesteden aan een deskundig en bekwaam persoon. De zorgaanbieder, waar de patiënt/cliënt op dat moment zorg krijgt, heeft hier beleidsafspraken over vastgelegd. Hier valt ook onder het maken van afspraken over hoe en wanneer de beoordeling op discrepantie wordt uitgevoerd. De voorschrijver blijft eindverantwoordelijk || zodat het proces efficiënt gehouden wordt, maar de eindverantwoordelijkheid bij de voorschrijver blijft belegd.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG6 || Verantwoordelijkheid bij discrepanties || De voorschrijver / verstrekker  || die de verificatie uitvoert/uitbesteedt, is verantwoordelijk voor het afhandelen van geconstateerde discrepanties. Betreft het discrepanties op voorschriften, dan worden deze afgehandeld door een bevoegd voorschrijver || zodat de medicatieveiligheid gewaarborgd wordt en handelingen die alleen voorbehouden zijn aan de voorschrijver juist belegd worden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG7 || Zelfzorgmedicatie ||  || Het uitvragen van zelfzorgmedicatie is onderdeel van medicatieverificatie || zodat rekening wordt gehouden met de zelfzorgmedicatie naast de andere geneesmiddelen om zo medicatieveiligheid te borgen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG9 || Vastleggen van verificatie || De voorschrijver / verstrekker || moet per medicamenteuze behandeling verificatie kunnen vastleggen in het systeem en uitwisselen middels de bouwsteen medicatiegebruik, ook wanneer er geen sprake is van discrepantie, ofwel afwijkend gebruik || zodat het voor de volgende zorgverlener inzichtelijk is of alle medicamenteuze behandelingen inclusief zelfzorg wel of niet zijn geverifieerd.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG10 || Mate van verificatie afleiden || De voorschrijver / verstrekker || kan de mate van verificatie (volledig, gedeeltelijk of niet) afleiden aan de hand van medicatiegebruik die wel of niet zijn toegevoegd door een zorgverlener || zodat per medicamenteuze behandeling te zien is of wel of niet geverifieerd is; als alle medicatie geverifieerd is, is voor elke medicamenteuze behandeling ook de bouwsteen medicatiegebruik vastgelegd. Bij een gedeeltelijke verificatie is dat slechts bij een deel van de medicamenteuze behandeling het geval. Bij geen verificatie is dit bij geen enkele medicatieregel het geval.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG11 || Vastleggen van de reden van mate verificatie || De voorschrijver / verstrekker || kan optioneel de reden van de gekozen mate van verificatie (volledig, deels of geen) vastleggen in het systeem. Deze wordt niet uitgewisseld || zodat de registratielast beperkt wordt, maar de zorgverlener binnen dezelfde instelling mogelijk kan inzien waarom een bepaalde mate van verificatie is uitgevoerd, indien relevant. || Ja || Niet van toepassing.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG12 || Vastleggen van zelfzorgmedicatie ||  || Als bij medicatieverificatie blijkt dat de patiënt/cliënt zelfzorgmedicatie gebruikt, dan streeft de voorschrijver / verstrekker naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden. Dit geldt in ieder geval voor zelfzorgmedicatie die een interactie kan hebben met andere (genees)middelen. Indien geen gestructureerde vastlegging mogelijk is, kan bij uitzondering zelfzorgmedicatie als vrije tekst worden vastgelegd || zodat zelfzorgmedicatie kan worden vastgelegd voor een volledig overzicht van medicatiegegevens en zoveel mogelijk gestructureerd geregistreerd wordt voor uitwisseling om de patiënt- of cliëntveiligheid te waarborgen.  || Ja || Nee, maar wel in Medical Device Regulation (MDR). || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG13 || Vastleggen van medicatie uit buitenland || De voorschrijver / verstrekker || kan medicatie verkregen uit het buitenland vastleggen in de bouwsteen medicatiegebruik || zodat medicatie uit het buitenland kan worden vastgelegd voor een zo volledig overzicht van medicatiegegevens. NB. De voorschrijver kan medicatie uit het buitenland ook vastleggen als medicatieafspraak (werkproceseis).  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG14 || Geldigheidsduur medicatieverificatie ||  || Er is geen landelijke afspraak mogelijk en ook niet gewenst over de geldigheidsduur van een geverifieerde medicatieregel || zodat de professionele autonomie rondom de risico-inschatting bewaard blijft. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG15 || Medicatiebegeleiding bij ontslag || De voorschrijver / verstrekker || van de instelling waar de patiënt/cliënt opgenomen is, voert bij ontslag geen verificatie uit met vastlegging van medicatiegebruik en deze informatie kan dus ook niet worden uitgewisseld. In de eerste lijn vindt wel op basis van risico inschatting verificatie plaats bij ontslag (zoals bij heropname in de eerste lijn) || zodat geen onnodig dubbel werk wordt uitgevoerd en de registratielast verminderd wordt. Dit wordt namelijk al bij opname uitgevoerd. Bij ontslag wordt de patient/cliënt begeleid bij het gebruik van zijn nieuwe set aan medicatie (medicatiebegeleiding bij ontslag). || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG16 || Afhandelen van discrepanties - aanpassing medicatieafspraak || De voorschrijver || mag bij het afhandelen van discrepanties direct de medicatieafspraak aanpassen en hoeft geen medicatiegebruik vast te leggen in het systeem. Dit geldt zowel n.a.v. verificatie in gesprek met de patiënt/cliënt en/of medicatiegebruik vastgelegd door de patiënt/cliënt of een deskundig en bekwaam persoon aan wie de voorschrijver de medicatieverificatie heeft uitbesteed || zodat de registratielast beperkt wordt en zorgverlener en de patiënt/cliënt zien wat de aangepaste medicatieafspraak is inclusief reden van stoppen/wijzigen. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17a || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien het werkelijk gebruik afwijkt van het gewenste gebruik conform de medicatieafspraak, maar de voorschrijver de huidige afspraak wil continueren, loopt de medicatieafspraak door (volgens afspraak van stap 3 voorschrijven). In medicatiegebruik wordt het werkelijke gebruik vastgelegd met optioneel een toelichting (bijvoorbeeld dat patiënt/cliënt gewezen is om de medicatie te blijven gebruiken volgens de medicatieafspraak) || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG17b || Afhandelen van discrepanties - geen aanpassing medicatieafspraak ||  || Indien de verificatie door een uitbesteed persoon wordt gedaan, registreert deze het werkelijke gebruik (wijkt dus af van de medicatieafspraak) in medicatiegebruik. De voorschrijver kan dit vervolgens afhandelen door in medicatiegebruik het werkelijke gebruik vast te leggen met optioneel een toelichting. Dit is niet verplicht, dus ook als de voorschrijver geen medicatiegebruik vastlegt, kan uit het verschil tussen medicatiegebruik en de ongewijzigde medicatieafspraak geconcludeerd worden dat de voorschrijver de medicatieafspraak wil laten doorlopen || zodat bekend is voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt dat het beoogde gebruik van de medicatieafspraak ook als zodanig gewenst is, ondanks een nu afwijkend geobserveerd gebruik vastgelegd met medicatiegebruik.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG18 || Afhandelen van discrepanties - voorschrijver niet bevoegd/bekwaam tot afhandeling || Indien de voorschrijver || niet bevoegd is en/of zich niet bekwaam acht tot afhandeling van de discrepantie, dan overlegt deze voorschrijver met de voorschrijver van de medicatieafspraak en past eventueel de medicatieafspraak aan || zodat de discrepantie wel afgehandeld wordt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG19 || Afhandelen van discrepanties door verstrekker || De verstrekker || registreert discrepanties door medicatiegebruik vast te leggen en beoordeelt en bespreekt de discrepanties met de patiënt/cliënt. Afhandeling vindt waar nodig plaats in afstemming met de voorschrijver (telefonisch of op andere wijze) of digitaal met een voorstel medicatieafspraak || zodat de voorschrijver wordt ingelicht en deze het voorstel kan autoriseren.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VG20 || Afhandelen van discrepanties - zelfzorgmedicatie || De voorschrijver / verstrekker || handelt het gebruik van zelfzorgmedicatie, dat naar voren komt tijdens medicatieverificatie, met de patiënt/cliënt af door het te registreren als medicatiegebruik en eventuele medicatiebewakingssignalen af te handelen || zodat de medicatieveiligheid van de patiënt/cliënt gewaarborgd wordt. || Ja || Ja || Nee || Ja, wens dat bij medicatie die wordt ingevuld in de vrije tekst regel er alleen de eerste keer bij het invullen een waarschuwing wordt gegeven dat er geen medicatiebewaking plaats kan vinden op vrije tekst. ||  &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 5 Verstrekken ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 5 Verstrekken weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE1 || Maken toedieningsafspraak ||   || Landelijke afspraken zijn niet nodig voor het tijdig aanmaken van een toedieningsafspraak na het ontvangen van een nieuwe medicatieafspraak || omdat dit al voldoende geborgd wordt door de gangbare werkwijzen in de apotheken.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE2 || Reden van stoppen en wijzigen toedieningsafspraak ||   || De reden van stoppen/wijzigen wordt, indien relevant voor de keten, door de voorschrijver ingevuld in de (stop-)medicatieafspraak. De verstrekker kan deze reden terugvinden in de (stop-)medicatieafspraak en hoeft deze dus niet over te nemen in de (stop-)toedieningsafspraak. Indien de verstrekker een aanvulling of aanpassing/rectificatie wil doen van de reden van stoppen/wijzigen die in de (stop-)medicatieafspraak staat, dan kan deze reden in de (stop-)toedieningsafspraak worden ingevuld door de verstrekker || zodat de verstrekker altijd belangrijke aanvullende informatie kan toevoegen bij een wijziging van de toedieningsafspraak of bij een stop-toedieningsafspraak. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE3 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak vastlegt, beschouwt deze toedientijden standaard als flexibel || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, het kenmerk flexibel of exact wordt automatisch overgenomen uit de MA naar de TA. Indien er geen toedientijden staan ingevoerd in de MA, dan zijn ze per default flexibel in de TA. Indien het om exacte toedientijden gaat, dan worden deze toedientijden ook automatisch overgenomen van de MA naar de TA. Een verstrekker heeft de mogelijkheid om toedientijden aan te passen in de TA en om het kenmerk exact/flexibel aan te passen.  || Ja, het kan per sector/instelling verschillen of ook de flexibele toedientijden automatisch overgenomen dienen te worden van MA naar TA of niet en of er eventueel default flexibele toedientijden toegekend moeten worden in een TA (bijv. deelrondes). Hierover is geen bovensectoraal besluit te nemen, dus het is aan de sector (en/of eventueel aan de instelling) om dit eventueel uit te werken met de eigen leverancier(s). ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE4 || Toedientijden || De verstrekker || die toedientijden in de toedieningsafspraak registreert legt actief vast wanneer exacte toedientijden nodig zijn en er dus niet van afgeweken mag worden. Als de voorschrijver al exacte toedientijden heeft vastgelegd in de medicatieafspraak, dan neemt de verstrekker deze toedientijden over als exacte toedientijden in de toedieningsafspraak, tenzij de professionele inschatting van de verstrekker leidt tot aanpassing van deze toedientijden || zodat er van afgeweken kan worden door de voorschrijver, toediener en patiënt/cliënt (VE3) tenzij er exacte toedientijden nodig zijn en hier niet van afgeweken kan worden (VE4).  || Ja || Niet volledig. || Ja, idem als VE3.  || Ja, idem als VE3. ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE5 || Tussentijds verlof ||   || De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de instelling (ziekenhuis of andere instelling) lopen door bij tussentijds verlof || zodat duidelijk is welke medicatieafspraak en toedieningsafspraak op het moment van verlof actueel zijn. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE6 || Registratie medicatieverstrekking || De verstrekker || registreert de medicatieverstrekking op de werkelijke dag van de verstrekking || zodat de zorgverlener kan inzien of en wanneer de patiënt/cliënt de medicatie heeft opgehaald. Dit kan enig inzicht bieden in therapietrouw en voorraad. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9a || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt/cliënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
|| Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE9b || Maken toedieningsafspraak || De verstrekker || past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt/cliënt zonder toedienlijst betreft​ || Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt, waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de verstrekker || Ja || Nee || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10a || Sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak  || || Zodra de verstrekker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De verstrekker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt/cliënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden.|| zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. || Ja || Niet volledig ||Ja, Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE10b || Medicatie met stopdatum later verstrekt ||   || Indien de medicatieverstrekking vervolgens later plaatsvindt en het gaat om medicatie met een stopdatum (bijv. een kuur), dan wijzigt de verstrekker op de dag van verstrekking de toedieningsafspraak. Dit leidt tot een technische stop-toedieningsafspraak en een nieuwe toedieningsafspraak (met de juiste gebruiksduur) || zodat bij medicatie met stopdatum (bijv. een kuur) het duidelijk is, aan de hand van de toedieningsafspraak, tot wanneer de patiënt/cliënt de medicatie moet gebruiken, ook als de medicatieverstrekking later is geweest dan de startdatum van de medicatieafspraak. || Ja || Ja, echter BITS-issue MP-797. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE11 || Verstrekken van een ander product dan voorgesteld in MA ​ ||   || Wanneer een verstrekker een ander product verstrekt dan voorgesteld in de medicatieafspraak, zal de verstrekker op basis van professionele inschatting en regionale afspraken handelen. Indien nodig zal de verstrekker overleggen met de voorschrijver (zoals voorstel medicatieafspraak sturen, bellen of mailen)​ || zodat de voorschrijver op de hoogte is van wijzigingen in invulling van de medicatieafspraak en wanneer relevant de medicatieafspraak kan aanpassen. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE13 || Medische noodzaak​ ||   || Wanneer de verstrekker beroepsmatige bijzonderheden signaleert met betrekking tot het voorschrijven van recepten met medische noodzaak, wordt dit in collegiaal overleg met de voorschrijver(s) besproken. Hierover zijn in het Traject Verantwoord Wisselen afspraken gemaakt, zie Leidraad Verantwoord Wisselen Medicijnen versie maart 2022: leidraad-verantwoord-wisselen-medicijnen.pdf (overheid.nl) || zodat de voorschrijver op de hoogte is en kan acteren op de toedieningsafspraak naar aanleiding van de medische noodzaak.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE16 || Zelfzorgmedicatie verstrekt door verstrekker​ || De verstrekker || registreert, op verzoek van de patiënt/cliënt en/of op basis van professionele inschatting, zelfzorgmedicatie welke wordt verstrekt aan de patiënt/cliënt als medicatiegebruik. Hierbij wordt er gestreefd naar registratie van een (referentie) product uit de G-standaard || zodat de verstrekker en/of de voorschrijver op basis van de auteursgegevens van de medicatiegebruik-regel kan afleiden of er medicatiebewaking heeft plaatsgevonden. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE17 || Medicatie niet verstrekt ​ ||   || Als een patiënt/cliënt een medicatieverstrekking niet ophaalt binnen een bepaalde tijd, handelt de verstrekker naar professionele inschatting. Als naar professionele inschatting het advies van de verstrekker is om de medicatie te stoppen, zal de verstrekker hierover contact opnemen met de voorschrijver om de medicatieafspraak te stoppen, technisch gezien kan dit door middel van een voorstel medicatie afspraak || zodat voor de zorgverleners duidelijk is op het medicatieoverzicht welke middelen opgehaald en waarschijnlijk gebruikt zijn door de patiënt/cliënt. ​ || Ja || Ja, echter zie BITS-issue MP-749. || Nee || Nee || NB. Bij stoppen van de TA kan bij reden stoppen gekozen worden voor &amp;quot;medicatie niet verstrekt&amp;quot;.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE48 || Etikettekst ||  || Het etiket wordt samengesteld op basis van de informatie vanuit de toedieningsafspraak, opgesteld door de verstrekker. De geldende wet- en regelgeving wordt in stand gehouden wat betreft het etiket​ || zodat de verstrekker ervoor kan zorgen dat het etiket begrijpelijk is voor toedieners en patiënt/cliënt.​ ​ || Ja || Niet van toepassing, het gaat hier om wie de verantwoordelijkheid draagt voor het etiket. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42b || Meesturen aanvullende instructies || De verstrekker || is verantwoordelijk voor het vertalen van de in de medicatieafspraak opgenomen instructies naar de toedieningsafspraak en voegt indien aanwezig de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver uit de medicatieafspraak samen met de standaard gekoppelde teksten (zoals bijvoorbeeld de G-standaard), óf een selectie van deze standaard gekoppelde teksten || zodat de verstrekker op basis van professionele inschatting en verantwoordelijkheid een volledige en begrijpelijke toedienafspraak maakt voor zowel de toediener als de patiënt/cliënt.​ || Ja || Niet volledig || Ja, het AIS ondersteunt de gebruiker bij het maken van de toedieningsafspraak d.m.v.:​&lt;br /&gt;
1) De aanvullende instructie uit de medicatieafspraak wordt, indien aanwezig, overgenomen in de toedieningsafspraak. Deze kan wanneer nodig aangepast / verwijderd worden door de verstrekker.​&lt;br /&gt;
2) De standaard gekoppelde teksten staan per default geselecteerd en kunnen door de verstrekker gedeselecteerd worden. De geselecteerde teksten worden opgenomen in de toedieningsafspraak. &lt;br /&gt;
|| Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3) en VO42c/d (stap 6).   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE19 || GDS - sturen/beschikbaarstellen toedieningsafspraak ||   || Ook in geval van GDS medicatie (zie ook besluit VE10a), wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt/cliënt in de keten, zodra de verstrekker deze toedieningsafspraak heeft aangemaakt. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekker bij de startdatum van de toedieningsafspraak de daadwerkelijk beoogde startdatum van de medicatie invult (deze kan dus ook in de toekomst liggen bij bijv. een geplande rolwissel) || zodat de juiste toedieninformatie aangeleverd kan worden aan de toedieners.​ || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE20 || GDS - parallelle toedieningsafspraak ‘zo nodig’​ || De verstrekker || maakt een toedieningsafspraak voor medicatie die vast genomen dient te worden en in GDS zit en een aparte toedieningsafspraak voor medicatie die ‘zo nodig’ genomen dient te worden || zodat herleidbaar is voor zorgverleners en patiënt/cliënt welke medicatie vast ingenomen dient te worden en in GDS zit en wat de patiënt/cliënt zo nodig aan medicatie inneemt, los naast GDS.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE21 || GDS - per direct verhoging  || De verstrekker || maakt één toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak wanneer bij een verhoging van de dosering per direct het dezelfde HPK betreft en waarbij de medicatie direct verwerkt is in GDS || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is dat medicatie in GDS verwerkt is. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE22 || GDS - per direct verhoging  met parallele toedieningsafspraken || De verstrekker || maakt een nieuwe toedieningsafspraak voor medicatie in GDS onder de nieuwe medicatieafspraak bij een verhoging van de dosering per direct en maakt een aparte toedieningsafspraak voor medicatie met dezelfde of een andere HPK, welke los naast de GDS geleverd wordt. Bij deze parallelle toedieningsafspraken is het belangrijk dat zij dezelfde start- en stopdatum hebben || zodat het voor zorgverleners en patiënt/cliënt duidelijk is welke medicatie in GDS zit, en welke medicatie er los naast geleverd wordt. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE24 || GDS - verlaging dosering  zonder verstrekking​ || De verstrekker || koppelt bij een verlaging van de dosering zonder verstrekking van een geneesmiddel de aangepaste toedieningsafspraak terug aan de voorschrijver en zorgt dat deze toedieningsafspraak ook beschikbaar is voor andere zorgverleners, waarbij duidelijk is hoe de wijziging verwerkt is in GDS. Er wordt geen medicatieverstrekking geregistreerd en uitgewisseld || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE25 || GDS –verlaging dosering  met verstrekking​ ||   || Bij verlaging van de dosering met verstrekking wordt een nieuwe toedieningsafspraak aangemaakt met een medicatieverstrekking voor de overbrugging tot de volgende rolwissel, waarbij duidelijk moet zijn hoe de wijziging verwerkt is in GDS || zodat de voorschrijver op de hoogte is van de afhandeling van de wijziging en andere zorgverleners op de hoogte zijn van de actuele toedieningsafspraak.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE26 || GDS – toedientijden in parallelle toedieningsafspraken || De verstrekker || registreert bij een losse levering, vanwege een verhoging van GDS medicatie, expliciet de toedientijden in de parallelle toedieningsafspraken met uitzondering van ‘zo nodig’ medicatie. Dit gaat dus om zowel de toedieningsafspraak voor GDS als de toedieningsafspraak voor de losse levering || zodat voor de patiënt/cliënt en zorgverleners duidelijk is wanneer de medicatie ingenomen moet worden. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE28 || Maken medicatieafspraak en toedieningsafspraak in de klinische setting​ ||   || In de klinische setting worden zowel medicatieafspraken als toedieningsafspraken aangemaakt || zodat in alle contexten dezelfde bouwstenen worden gemaakt en uitgewisseld indien gewenst.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE35 || Voorstel medicatieafspraak || De zorgverlener || maakt op basis van professionele ​inschatting een voorstel medicatieafspraak aan voor de voorschrijver van de medicatieafspraak met een concreet voorstel voor het starten, (tijdelijk) stoppen of wijzigen van een medicatieafspraak. Indien het een spoedsituatie betreft neemt de zorgverlener op basis van professionele inschatting contact op met de voorschrijver van de medicatieafspraak || zodat de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || NB. Tijdens de Kickstart zal enkel een apotheker in staat zijn een voorstel medicatieafspraak voor de voorschrijver te maken.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE38 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || maakt bij accorderen van de voorstel medicatieafspraak een aangepaste medicatieafspraak aan. In principe is deze aanpassing van de medicatieafspraak voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel medicatieafspraak te worden verzonden naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van de voorstel medicatieafspraak door de aangepaste medicatieafspraak kan concluderen dat de voorstel medicatieafspraak is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VMA heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (stop-MA met eventueel een nieuwe MA), dat de zorgverlener kan concluderen dat de VMA is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VMA van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE39 || Antwoord voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel medicatieafspraak een antwoord voorstel medicatieafspraak naar diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd || zodat het voor diegene die de voorstel medicatieafspraak heeft gestuurd inzichtelijk is dat de voorstel medicatieafspraak niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE40 || Afhandeling voorstel medicatieafspraak || De voorschrijver || handelt een voorstel medicatieafspraak zoveel mogelijk dezelfde werkdag, uiterlijk de eerstvolgende werkdag af, tenzij de voorschrijver op basis van professionele inschatting vindt dat hier op een verantwoorde manier meer tijd voor nodig is || zodat de voorstel medicatieafspraak binnen afzienbare tijd wordt afgehandeld en de zorgverleners en de patiënt/cliënt beschikken over de meest actuele gegevens van de voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE41 || Sturen voorstel medicatieafspraak ||   || Zodra de zorgverlener de voorstel medicatieafspraak heeft aangemaakt, wordt de voorstel medicatieafspraak gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver van de medicatieafspraak de voorstel medicatieafspraak op een efficiënte manier kan afhandelen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE43 || Voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Het voorstel verstrekkingsverzoek wordt gestuurd naar de voorschrijver van de actuele medicatieafspraak || zodat de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek op een efficiënte manier kan afhandelen. || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE44 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek ||   || Wanneer de voorschrijver het voorstel verstrekkingsverzoek accordeert, maakt de voorschrijver een verstrekkingsverzoek aan. In principe is dit verstrekkingsverzoek voldoende en hoeft er niet ook nog een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek te worden verzonden naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat de voorschrijver geen extra handeling hoeft te doen, terwijl de verzender van het voorstel verstrekkingsverzoek door het verstrekkingsverzoek kan concluderen dat het voorstel verstrekkingsverzoek is afgehandeld. || Ja || Niet volledig. || Ja, het XIS maakt het inzichtelijk voor de zorgverlener, die de VVV heeft gestuurd, dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH (VV), zodat de zorgverlener kan concluderen dat de VVV is afgehandeld en/of dat er een nieuw inzicht binnen de MBH is.  || Ja, de wens van sommige sectoren is het automatisch verwijderen van de VVV van de werklijst. Dit zal tijdens de Kickstart nog niet automatisch gebeuren en is mogelijk een punt voor doorontwikkeling.  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VE45 || Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek || De voorschrijver || stuurt bij het afwijzen van de voorstel verstrekkingsverzoek een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek​ naar diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd || zodat het voor diegene die het voorstel verstrekkingsverzoek heeft gestuurd inzichtelijk is dat het voorstel verstrekkingsverzoek niet geaccordeerd is. || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Stap 6 Toedienen ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van stap 6 Toedienen weer. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO1 || Medicatietoediening  || De toediener || geeft in de toediensoftware per geneesmiddel aan of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger het geneesmiddel zal toedienen, of dat de toediening door de toediener zal worden gedaan. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat andere zorgverleners middels de bouwsteen medicatietoediening kunnen zien of de medicatie door een toediener toegediend is. De zorgverleners kunnen binnen de eigen organisatie in de toediensoftware zien welke geneesmiddelen door de toediener moeten worden toegediend en welke door de patiënt/cliënt. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen of medicatie toegediend wordt door de patiënt/cliënt/mantelzorger of een toediener waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO2 || Medicatietoediening  || De toediener || kan in de toediensoftware per dag aangeven of de patiënt/cliënt of diens vertegenwoordiger de medicatie toedient, of dat de medicatie door de toediener wordt toegediend. Dit wordt niet uitgewisseld || zodat de toediensoftware ook ondersteuning biedt in het geval dat de toediening op bepaalde dagen niet door de toediener wordt gedaan (bijvoorbeeld i.g.v. structureel weekendverlof).  || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft om in te vullen op welke dagen de medicatie door de toediener wordt toegediend, waarbij het systeem deze registratie onthoudt. Daarnaast de wens dat de toediensoftware de mogelijkheid geeft meerdere medicatie in één keer te selecteren. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO3 || Gebruik zelfzorgmedicatie door de patiënt/cliënt  || De toediener || kan in de bouwsteen 'medicatiegebruik' zelfzorgmedicatie vastleggen, waarbij de toediener streeft naar registratie van een (referentie)product uit de G-standaard, zodat medicatiebewaking kan plaatsvinden || zodat voor alle betrokken zorgverleners op het medicatieoverzicht inzichtelijk is welke producten door de patiënt/cliënt gebruikt worden naast de medicatie die voorgeschreven is door een voorschrijver. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO4 || Flexibele toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een flexibele toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (1 uur voor en 1 uur na de toedientijd). Dit doet de toediener o.b.v. diens professionele inschatting en/of na contact met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een flexibele toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 1 uur voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), welke het proces niet blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren het wenselijk kan zijn om aanvullend ook een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken.  || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO5 || Exacte toediening registreren buiten de marge || De toediener || kan een medicatietoediening met een exacte toedientijd registreren buiten de daarvoor gestelde marge (30 min voor en 30 min na de toedientijd). Dit doet de toediener na contact te hebben gehad met de voorschrijver of verstrekker || zodat in het geval van het overschrijden van de marge bij medicatie met een exacte toedientijd geen extra tijd verloren gaat aan het registreren van een medicatietoediening wanneer deze alsnog toegediend mag worden. || Ja || Niet volledig. || Ja, indien er wordt toegediend buiten de vastgestelde marge (van de organisatie of de marge van 30 minuten voor/na), wordt er een alert gegeven (puur ter attentie), dat niet het proces blokkeert.  || Ja, in sommige instellingen/sectoren kan het wenselijk zijn om aanvullend ook (verplicht) een reden in te vullen waarom je toedient buiten de gestelde marge. Dit is aan de sector(en)/instelling(en) om met de eigen leverancier(s) eventueel verder uit te werken. || NB. Als er binnen een zorgorganisatie redenen zijn andere afspraken over de gestelde marge te maken, mag hier van afgeweken worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO6 || Afwijkende toediening registreren || De toediener || registreert een gemiste toediening als afwijkende toediening in de bouwsteen medicatietoediening. Ook als in overleg met de voorschrijver of verstrekker wordt besloten om niet toe te dienen wordt dit geregistreerd als afwijkende toediening. Tevens kan een gemiste toediening alsnog worden ingehaald (in overleg), dat wordt dan middels nog een medicatietoediening geregistreerd || zodat voor andere zorgverleners inzichtelijk is dat een toediening niet toegediend is of op een ander moment toegediend is en hier zo nodig actie op kan worden ondernomen.  || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO7 || Ophalen/creëren overzicht toedientijden  || De zorgverlener || die betrokken is bij de medicatietoediening kan te allen tijde vanuit de toedienlijst van het eTDR een overzicht ophalen/creëren van zijn/haar patiënten/cliënten met bijbehorende (exacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken || zodat er rekening gehouden kan worden met eventuele exacte en/of afwijkende toedientijden bij patiënten/cliënten tijdens een dienst. || Ja || Niet volledig. || Ja, de toediensoftware moet het mogelijk maken om een overzicht op te halen/creëren van patiënten/cliënten met bijbehorende (extacte/flexibele) toedientijden om bijvoorbeeld een planning/route tijdens een dienst te kunnen maken, mits de betreffende zorgverlener een behandelrelatie met die patiënten/cliënten heeft en geautoriseerd is.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42c || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || ziet de instructies in de toedieningsafspraak, zoals de verstrekker deze heeft opgesteld || zodat er eenduidige instructies worden gevolgd en geen verwarring kan ontstaan bij de toediener door extra informatie. De toediener kan ervan uit gaan dat de verstrekker alle relevante informatie in de toedieningsafspraak heeft verwerkt. || Ja || Niet volledig. || Ja, het eTDR toont de standaard gekoppelde teksten en aanvullende instructies bij de medicatie uitsluitend vanuit de toedieningsafspraak. Het eTDR raadpleegt zelf geen externe bron voor standaard gekoppelde teksten bij de medicatie.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42d (hieronder).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VO42d || Meesturen aanvullende instructies  || De toediener || die nog geen toedieningsafspraak in het eTDR tot zijn beschikking heeft (zoals bijvoorbeeld tijdens ANW-tijden), ziet de extra/afwijkende/aanvullende instructie(s) van de voorschrijver in de medicatieafspraak, naast de standaard gekoppelde teksten. Bij onduidelijkheden overlegt de toediener met de voorschrijver || zodat de toediener alsnog van informatie wordt voorzien, ondanks dat er nog geen toedieningsafspraak beschikbaar is. || Ja || Niet volledig. || Ja, in de uitzonderingssituatie, wanneer er een actieve medicatieafspraak zonder toedieningsafspraak is, toont het eTDR de instructies vanuit de medicatieafspraak. Daarnaast raadpleegt het eTDR in deze situatie wél de standaard gekoppelde teksten bij de bron en toont deze aan de toediener. Dit geldt niet voor een stop-medicatieafspraak.  || Nee || Zie ook bijbehorende besluiten VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c (hierboven).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO13 || Weergaven toedienlijst ||   || Landelijk worden (in het kernteam) afspraken gemaakt over de uniformiteit van de verschillende weergaven van de toedienlijst || zodat toedieners werken met een zoveel mogelijk uniforme en eenduidige toedienlijst.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO14 || Opmerkingen op de toedienlijst ||   || Ruimte voor opmerkingen wordt onderdeel van de toedienlijst waarin per organisatie intern opmerkingen/bijzonderheden in vrije tekst genoteerd kunnen worden binnen het eTDR. Hierin worden enkel bijzonderheden genoteerd die relevant zijn voor de toediener, bijvoorbeeld de bewaarplek van medicatie of een code van een kluis. Deze informatie wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat toedieners hier relevante informatie voor het toedienen van medicatie kunnen noteren voor hun collega's.|| Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO15 || Ingangsdatum medicatieafspraak || De toediener || heeft de mogelijkheid om de ingangsdatum van de medicatieafspraak in te zien op het medicatieoverzicht. Deze ingangsdatum wordt niet getoond op de toedienlijst. || zodat niet alle toedieners het medicatieoverzicht hoeven te raadplegen.  || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO16 || Inzicht in verschillende weergaven toedienlijst en overzicht medicatiegegevens || De zorgorganisaties || maken zelf intern afspraken over welke functionarissen inzage hebben in de verschillende weergaven van de toedienlijst en het overzicht medicatiegegevens || zodat het binnen een organisatie duidelijk is wie bij welke gegevens kan en er geen functies op voorhand worden uitgesloten van bepaalde informatie.  || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO17 || Inzicht verschillende weergaven toedienlijst ||   || Afhankelijk van de functie van de persoon wordt binnen de zorgorganisatie intern ingesteld welke weergaven getoond kunnen worden || zodat elke zorgverlener bij het openen van de toedienlijst een bij hem/haar passende weergave ziet en hierdoor geen overbodige informatie krijgt. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens om makkelijk en snel te kunnen schakelen tussen verschillende weergaven van de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO18 || Wijzigen van medicatieafspraak tijdens ANW-uren ||   || In geval van een wijziging van een medicatieafspraak tijdens ANW-uren, in de situatie waarbij er sprake is van voorraad bij de patiënt/cliënt of sprake is van noodvoorraad/medicatie uit dokterstas, is de voorschrijver verantwoordelijk dat het voor de toediener duidelijk is om welke medicatie de wijziging gaat en wat deze moet toedienen || zodat medicatiefouten vanwege verschil in stof- en merknaam voorkomen worden en de toediener geen tijd kwijt is aan het opzoeken van verschillende middelen. || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, de wens dat bij wijziging van de medicatieafspraak binnen dezelfde MBH, het eTDR kan afleiden wat de eerdere HPK (van de voorgaande toedieningsafspraak) was en deze HPK duidelijk zichtbaar gemaakt kan worden in de user-interface. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO19 || Dubbele controle medicatie ||   || Als medicatie een dubbele controle vereist wordt dit vastgelegd in het toedienregistratiesysteem. Dit wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || zodat de toediener weet dat er dubbele controle moet worden uitgevoerd. Het is sterk afhankelijk van de situatie en de patiënt/cliënt of dubbele controle nodig is. In de G-standaard is de advieslijst dubbel te controleren opgenomen en in de toedieningsafspraak/medicatieverstrekking staat informatie waarmee het toedienregistratiesysteem dubbele controle kan afleiden (o.a. toedieningsweg en distributievorm). || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken.&lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren.&lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker.&lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO20 || Dubbele controle medicatie ||   || De registratie van de dubbele controle bij medicatie vindt plaats in het toedienregistratiesysteem. Of de dubbele controle heeft plaatsgevonden wordt niet uitgewisseld in de medicatieketen via de informatiestandaard Medicatieproces 9 || omdat het voor de voorschrijver en verstrekker niet relevant is om te weten of dubbele controle heeft plaatsgevonden. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, vier wensen: &lt;br /&gt;
* Wens dat de huidige werkwijze (door middel van apps/zorgcentrale) van het vier ogen principe door middel van dubbele controle op afstand moet mogelijk blijven in de nieuwe situatie, zodat verschillende toedienorganisaties elkaar kunnen ondersteunen bij de dubbele controle op afstand. Wens dat de bestaande koppelingen ook met MP9 blijven werken. &lt;br /&gt;
* Wens dat het mogelijk moet zijn om middelen die niet op de advieslijst staan dubbel te controleren. &lt;br /&gt;
* Wens dat dubbele controle ook uitgezet kan worden door de verstrekker. &lt;br /&gt;
* Wens dat of er dubbele controle nodig is zichtbaar moet zijn op de toedienlijst. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO21 || Uitwisselen prik- en plaklocatie ||   || De laatste prik- en plaklocatie kan met de bouwsteen medicatietoediening worden uitgewisseld met andere zorgorganisaties betrokken bij de patiënt/cliënt op basis van een vastgelegde lijst met locaties || zodat toedieners op de hoogte zijn van de laatste prik- en plaklocatie bij de patiënt/cliënt en deze gestructureerd uitgewisseld kan worden om verwarring te voorkomen en om te bepalen op welke locatie de toediener de volgende medicatietoediening moet prikken/plakken. ​ || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikerseis is dat bij insuline, rivastigmine pleisters, fentanyl pleisters en scopolamine pleisters het poppetje wordt getoond aan de zorgverlener. Het invullen van het poppetje is niet verplicht: de zorgverlener heeft de mogelijkheid om een locatie te kiezen waar het medicament is toegediend, maar kan het poppetje ook wegklikken indien de locatie niet relevant is. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO27 || Iconen toedienlijst  ||   || Over het gebruik van iconen voor de dubbele controle, exacte toedientijden en medicatie in eigen beheer op de toedienlijst zijn landelijke afspraken gemaakt. Daarnaast moet de definitie van een icoon terug te vinden zijn op de toedienlijst, bijvoorbeeld door middel van een legenda || zodat het voor gebruikers van de toedienlijst duidelijk is wat de iconen op de toedienlijst betekenen.  || Nee || Nee || Nee || Ja, bij de iconen dient een duidelijke legenda (of mouse-over) aanwezig te zijn. Aanvullende wens is dat tekst/uitleg bij iconen eenduidig is. Tevens de wens om nieuwe iconen in gezamenlijkheid met zorgverleners en leveranciers te ontwikkelen, streven naar zo veel mogelijk eenduidigheid. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO28 || Uitwisseling gegevens toedienorganisaties  ||   || Gegevens van de toedienorganisatie (zorgaanbieder) op de kleinste relevante organisatie-eenheid (afdeling/team) moeten bekend zijn bij de uitwisseling in de bouwsteen medicatietoediening en niet de gegevens van een individuele toediener || zodat de privacy van de toediener geborgd blijft, maar het wel mogelijk is voor andere zorgverleners om contact te leggen met de toedienorganisatie (volgens de kleinste relevante organisatie eenheid). || Ja || Ja || Nee || Nee ||  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO29 || Aanspreekpunt toedienlijst  ||   || Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt/cliënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden. || Zodat de toediener en eventueel de patiënt/cliënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO30 || Verantwoordelijkheid toedienorganisatie   ||   || De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden || Zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten trombosezorg ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerseisen en -wensen van de trombosezorg weer. Enkele andere trombosezorg besluiten zullen worden opgenomen bij stap 5 en 6.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit  !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO22 || Medicatieverificatie door trombosedienst || De trombosedienst || voert medicatieverificatie uit met de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger). Wanneer de patiënt/cliënt (of diens vertegenwoordiger) hiertoe niet in staat is en er een toediener betrokken is, worden door de trombosedienst de medicatietoedieningen opgevraagd en waar nodig nog contact gezocht met de toediener || zodat bij de trombosedienst bekend is welke medicatie een patiënt/cliënt gebruikt. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO23 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || In geval van interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten blijven de huidige afspraken gelden tussen verstrekker en trombosedienst (de verstrekker informeert de trombosedienst over interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten via de huidige wegen (telefoon, fax of (beveiligde) e-mail) tot en met in ieder geval de hybride situatie. Op termijn wordt dit vervangen door de medisch farmaceutische beslisregels (G-standaard) in het TrIS van de trombosedienst || zodat de trombosedienst in de toekomst deze meldingen ook zal ontvangen via het TrIS. Dit is ook het moment dat deze afspraak mogelijk kan worden herzien.  || Ja || Nee || Nee || Ja, wens voor TrIS: medicatiebewaking indien mogelijk ook in het TrIS uitvoeren m.b.v. MFB (G-standaard).  || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO24 || Interacterende medicatie met vitamine K-antagonisten  ||  || Afhankelijk van de risico-inschatting door de verstrekker op basis van geldende afspraken, informeert de verstrekker de trombosedienst of overlegt deze met de trombosedienst wanneer gecontra-indiceerde, met vitamine K-antagonisten interacterende medicatie toch aan de patiënt/cliënt verstrekt moet worden || zodat de trombosedienst direct op de hoogte is van de interactie en van de afhandeling van de interactie en hierop kan acteren. ​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig.  || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO25 || 0-dosering van de vitamine K-antagonist ||   || De 0-dosering van de vitamine K-antagonist is zichtbaar op verschillende weergaven van de toedienlijst wanneer de 0 onderdeel is van het wisselend doseerschema of wanneer het wisselend doseerschema tijdelijk aangepast is naar 0 en de medicatieafspraak wel doorloopt || zodat voor de toediener duidelijk is dat er geen toediening gegeven moet worden, maar dat de medicatie niet gestopt is.  || Ja || Niet volledig. || Ja, de gebruikeseis is het besluit.  || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TO26 || Tijdelijke wijziging vitamine K-antagonist naar 0-dosering ||   || In de situatie dat de vitamine K-antagonist tijdelijk gewijzigd is naar 0 en de medicatieafspraak doorloopt, kan de reden van wijzigen van de vitamine K-antagonist getoond worden op de verschillende weergaven van de toedienlijst. Wanneer de medicatieafspraak volledig gestopt is, is de reden van stoppen zichtbaar op het medicatieoverzicht || zodat de toediener inzicht heeft in de reden van wijzigen/stoppen van de trombosemedicatie en zo nodig aanvullende observaties kan verrichten. ​ || Ja || Niet volledig. || Nee || Ja, als het WDS wordt gewijzigd (vaak gaat het om een tijdelijke wijziging naar 0-dosering) en er wordt een reden van wijzigen ingevuld, dan kan deze reden de hele looptijd van het WDS getoond worden op de toedienlijst. Hoe het getoond wordt op de toedienlijst, is aan de leveranciers om te bepalen. ||&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten juridisch kader ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams en werkproceseisen vanuit het juridisch kader weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen of -wensen, behoudens JU2, welke dezelfde inhoud heeft als VO2 en VG2.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in FO? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU1 || Eenheid van taal || Sectoren, koepels, branche- en beroepsorganisaties || gebruiken dezelfde terminologie, onder andere in communicatie naar de achterban, richtlijnen en procedures || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU2 || Eenheid van taal || Leveranciers || gebruiken dezelfde terminologie in de systemen en documentatie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Nee || Niet volledig. || Nee || Ja || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU3 || Eenheid van taal || Alle zorgverleners || gebruiken dezelfde terminologie || zodat iedereen dezelfde taal spreekt en er geen verwarring ontstaat. || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || Het zal een geleidelijk proces zijn om tot een nieuwe taal te komen.Dit aspect meenemen in de impactanalyse (stap 0 - Voorbereiding)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU4 || Beschikbaar stellen medicatiegegevens || De aanleverende zorgverlener || stelt altijd nieuwe en gewijzigde medicatiegegevens beschikbaar​ || zodat een opvolgende zorgverlener deze kan opvragen zodra hij zorg gaat verlenen en een zo compleet mogelijk beeld heeft van de basisset medicatiegegevens. Hierdoor kan veilige zorg verleend worden.​ || Ja || Ja || Nee || Nee || Voorwaarde voor het beschikbaar stellen is, dat de patiënt/cliënt in de gelegenheid moet worden gesteld om te kiezen of de gegevens wel of niet beschikbaar mogen worden gesteld aan (en dus raadpleegbaar worden gemaakt voor) bepaalde zorgaanbieders. Beschikbaar stellen van medicatiegegevens voor latere raadpleging is dus alleen toegestaan als de patiënt/cliënt daarvoor expliciete toestemming heeft gegeven. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU5 || Medicatieafspraak versturen || De voorschrijver || kan op basis van professionele inschatting de medicatieafspraak versturen naar relevante zorgverleners || zodat de voorschrijver de medicatieafspraak kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU6 || Medicatiegebruik versturen || De zorgverlener || kan op basis van professionele inschatting het medicatiegebruik versturen naar relevante zorgverleners || zodat de zorgverlener het medicatiegebruik kan versturen indien dit als nodig wordt geacht. ​ || Ja || Ja || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU7 || Signaalfunctie || Zorgverleners || die zich actief willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van een signaalfunctie || zodat alle gegevens die beschikbaar zijn gesteld kunnen worden opgehaald, zodra het signaal ontvangen is. Dit is geschikt voor zorgverleners die een (continue) actieve behandelrelatie hebben​. || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU8 || Actualiteitscontrole || Zorgverleners || die zich willen laten informeren over nieuwe of gewijzigde medicatiegegevens kunnen gebruik maken van de actualiteitscontrole || zodat als de zorgverlener het dossier van de patiënt/cliënt opent, zichtbaar wordt dat er nieuwe informatie beschikbaar is.​ || Ja || Nee, wordt mogelijk gemaakt door technische infrastructuur. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU9 || Overdracht naar volgende zorgverlener ||  || In geval van ongeplande zorg die op korte termijn geleverd moet worden door een volgende zorgverlener, organiseert de aanleverende zorgverlener een actieve trigger bij de volgende zorgverlener, zoals het versturen van gegevens met duidelijke toelichting of telefonisch contact || zodat de volgende zorgverlener weet dat er zorg geleverd moet worden.​ || Ja || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| JU12 || Verantwoordelijkheid patiënt/cliënt ||  || Voor de gevallen waar geen (veronderstelde of expliciete) toestemming is gegeven om medicatiegegevens te delen met andere zorgverleners, is de patiënt/cliënt zelf verantwoordelijk voor het informeren van volgende zorgverlener(s). Indien er relevante wijzigingen zijn in de medicatiegegevens dan wordt het medicatieoverzicht meegeven na bezoek/consult aan de patiënt/cliënt || zodat de verantwoordelijkheden van de patiënt/cliënt rondom toestemming duidelijk zijn. || Ja, met name eis aan de patiënt/cliënt. || Niet van toepassing, geen technische ondersteuning nodig. || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Besluiten migratie &amp;amp; hybride ==&lt;br /&gt;
Onderstaande tabel geeft de besluiten vanuit de kernteams, de werkproceseisen en de gebruikerswensen vanuit migratie &amp;amp; hybride weer. Deze besluiten hebben geen bijbehorende gebruikerseisen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! ID !! Onderwerp !! Wie (rol) !! Besluit !! Waarom !! Werkproceseis? !! Opgenomen in specificaties van MP9? !! Gebruikerseis? !! Gebruikerswens? !! Aanvullende informatie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH1 || Opschonen voor migratie || De voorschrijver / verstrekker || zet voor migratie van het eigen systeem bij zoveel mogelijk voorschriften en verstrekkingen de stopdatum en auteur correct en maakt hierbij gebruik van de voorzet die de leverancier biedt. In voorbereiding op de implementatie worden er met ketenpartners afspraken gemaakt over de uitvoering van het correct zetten van de stopdatum en auteur. || zodat onterechte duplicate MBH’s na migratie zoveel mogelijk voorkomen worden en de hoeveelheid te reconciliëren gegevens na migratie wordt verminderd. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want de handelingen die uitgevoerd moeten worden om stopdatum en auteur bij voorschriften en verstrekkingen correct te zetten zijn per systeem verschillend. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH2 || Reconciliatie recent gestopte medicatie  || De voorschrijver / verstrekker || bepaalt op basis van professionele inschatting of de recent gestopte medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak (medicatie die op het moment van interactie met het dossier in de afgelopen twee maanden is gestopt) gereconcilieerd moet worden. || Alle medicatie die in de afgelopen twee maanden gestopt is wordt op het medicatieoverzicht getoond. Het reconciliëren van recent gestopte medicatie zorgt voor meer overzicht in de keten. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja|| Nee || Nee || Ja, op het moment dat de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener en er is interactie met het dossier, moet het mogelijk zijn om het reconciliëren over te slaan. Ook moet het mogelijk zijn om reconciliatie op een later of eerder moment uit te voeren dan wanneer de patiënt / cliënt langs komt bij de zorgverlener. || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH3 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De voorschrijver || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking van een apotheek die nog niet over is op Medicatieproces 9 gestopt moet worden. Dit betekent dat de voorschrijver de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-medicatieafspraak. Als een voorschrijver het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. || De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken. || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH4 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || De verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9 bepaalt op basis van professionele inschatting of een vertaalde MP6.12 verstrekking gestopt moet worden indien: &lt;br /&gt;
* Er regionale afspraken gemaakt zijn over het aanmaken van een toedieningsafspraak ten behoeve van de toedienlijst van het eTDR en de verstrekking door een andere apotheek wordt gedaan die nog niet over is op Medicatieproces 9. &lt;br /&gt;
* De verstrekker een nieuwe verstrekking doet en een toedieningsafspraak aanmaakt, waarbij de MP6.12 verstrekking en de MP9 verstrekking en toedieningsafspraak beide conceptueel dezelfde MBH hebben.&lt;br /&gt;
Dit betekent dat verstrekker de vertaalde MP6.12 verstrekking van de apotheek stopt met een stop-toedieningsafspraak. Als een verstrekker het gebruik van het betreffende geneesmiddel daadwerkelijk wil stoppen, moet deze de verstrekker informeren via andere routes dan Medicatieproces 9. Indien over de manier van informeren regionale afspraken zijn gemaakt, worden deze gevolgd. Indien er geen regionale afspraken zijn, moeten deze gemaakt worden binnen de regio.&lt;br /&gt;
|| De infrastructuurleverancier zorgt via een transformatiedienst voor de conversie van MP6.12-verstrekkingen naar het formaat van MP9-toedieningsafspraken. Hoewel de gegevens die zijn geconverteerd vanuit MP6.12 verstrekkingen raadpleegbaar zijn in MP9-toedieningsafspraak formaat, kunnen ze niet op eenzelfde manier verwerkt worden als een MP9-toedieningsafspraak vanuit een MP9-AIS. Indien er ook een medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak beschikbaar is, staat deze in een andere MBH dan de vertaalde MP6.12 verstrekking en kan de vertaalde MP6.12 verstrekking niet gereconcilieerd worden zoals dat met een MP9-toedieningsafspraak kan. Het stoppen van de generieke MBH van een vertaalde MP6.12 verstrekking kan voor meer overzicht in de keten zorgen, tot het moment van dat een nieuwe MP 6.12 verstrekking wordt gedaan, omdat er nog maar één MBH over is. Het is niet mogelijk om hier landelijke afspraken over te maken, want dit is per situatie verschillend en afhankelijk van lokale/regionale afspraken.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| VGMH5 || Reconciliatie 6.12 verstrekkingen || Als de verstrekker || waarvan het systeem over is op Medicatieproces 9, de medische verantwoordelijkheid overneemt van een verstrekking die is gestart door een andere verstrekker, waarvan het systeem nog niet over is op Medicatieproces 9, maakt de verstrekker een nieuwe toedieningsafspraak aan. Op basis van professionele inschatting bepaalt de apotheek of de vertaalde MP6.12 verstrekking van de andere apotheek gestopt moet worden met een stop-toedieningsafspraak. || zodat het duidelijk is voor de rest van de keten dat de verantwoordelijkheid voor het MP6.12 verstrekkingsverzoek is overgenomen door de apotheek.  || Ja || Nee || Nee || Nee || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| TOMH1 || Reconciliatie Trombosedienst || De trombosedienst || voert geen reconciliatie uit. || omdat ze geen chronische medicatie en bijna geen kortdurende medicatie voorschrijven, waardoor de kans heel klein is dat er een situatie voorkomt waarin reconciliatie noodzakelijk is als ze zelf de auteur zijn. ​ || Ja || Nee || Nee || Nee || Mocht zich toch een situatie voordoen waarin reconciliatie noodzakelijk is, dan is een andere voorschrijver en/of verstrekker uit de keten die ook betrokken is bij de medicamenteuze behandeling verantwoordelijk voor de reconciliatie.   &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=Mutatielog=&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
! Datum !! Hoofdstuk !! Onderwerp !! Type wijziging !! Oud !! Nieuw !! Toelichting&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven Stap 5 Verstrekken Stap 6 Toedienen || Etiketteksten / Meesturen aanvullende instructies: nieuwe kernteambesluiten, met bijbehorende werkproceseisen en gebruikerswens/-eisen  || Inhoud || - || Zie kernteambesluiten VE48 (stap 5), VO42a (stap 3), VO42b (stap 5) en VO42c/d (stap 6).&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-05-2025 || Stap 3 Voorschrijven || Vrije tekst medicatie: nieuw kernteambesluit, met bijbehorende werkproceseis en gebruikerseisen  || Inhoud || - || Zie kernteambesluit VO43 (stap 3).&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term toediener  || tekstueel || In de besluiten wordt onderscheidt gemaakt tussen 'toediener' en een 'professionele toediener' || Er wordt alleen nog gesproken over een 'toediener'.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-02-2025 || Overal || Term verstrekker  || tekstueel || In de besluiten wordt altijd van een 'apotheker' gesproken i.p.v. verstrekker.  || Waar van toepassing wordt de algemene term 'verstrekker' gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 19-02-2025 || Besluiten migratie &amp;amp; hybride || Aanvulling besluiten  || Inhoud|| Niet van toepassing  || Zes besluiten voor stap 3 t/m 5 zijn toegevoegd. Het gaat om ID: VGMH1 t/m VGMH5 en TOMH1&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 27-01-2025 || Stap 5 Verstrekken || Aanvulling besluit  || Tekstueel || Bij de besluiten VE9a en VE9b miste in de waarom het woord 'mogelijk'.   || De waarom is bij beide besluiten aangepast: Zodat zorgverleners en patiënt/cliënt waarbij een zo actueel mogelijk medicatieoverzicht en/of toedienlijst noodzakelijk is, beschikken over de meest actuele gegevens van de apotheker.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 14-01-2025 || Overal || Term patiënt/cliënt  || Tekstueel || In de besluiten werd enkel de term 'patiënt' gebruikt.   || Dit is waar van toepassing aangepast naar patiënt/cliënt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-11-2024 || Inleiding || Term ketenafspraak  || Inhoud || Niet van toepassing.  || In de externe communicatie wordt hiervoor de term ketenafspraken gebruikt.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 25-09-2024 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging Besluiten  || Tekstueel || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b staat een ‘*’ die verwijst naar de kolom aanvullende informatie: IMM is nu nog geen optie in de codelijst bij een VV (wordt aan gewerkt). Tussentijdse oplossing: IMM invoeren bij &amp;quot;toelichting&amp;quot; in de VV.”. In de kolom Opgenomen in MP9 specificaties staat tevens een verwijzing naar BITS issue MP-771 (opnemen IMM in waardelijst AanvullendeWensen VV).  || Bij besluiten VE14a, VE15a en VE15b zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, aangezien IMM (in manum medici) opgenomen is in de waardelijst van de AanvullendeWensen van de VV, zie ook BITS MP-771. Derhalve zijn de besluiten aangescherpt: de ‘*’ met verwijzing naar kolom aanvullende informatie is verwijderd, aangezien IMM nu niet meer getypt hoeft te worden in de Toelichting, maar opgenomen is in de Waardelijst. Ook is de verwijzing naar BITS issue MP-771 verwijderd, aangezien dit issue opgelost is.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 11-07-2024 || Inleiding || Opname &amp;amp; Ontslag || Tekstueel ||De besluiten over opname en ontslag, onderdeel van stap 3 en stap 5, zijn in ontwikkeling en staan daarom niet op deze pagina. Ook zijn enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || Enkele besluiten van stap 3, stap 4, stap 5, stap 6 en het juridisch kader zijn ‘geparkeerd’ tijdens de Kickstart en staan niet op deze pagina. Deze besluiten worden verder uitgewerkt, onderzocht en/of de actie/transactie is nog niet mogelijk tijdens de Kickstart en staan op de backlog van het beheer implementatie Medicatieoverdracht. || zie ook wijziging van 28-06-2023 (besluiten opname en ontslag toegevoegd)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO30 De toedienorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen welke medicatie wel of niet toegediend kan worden binnen de eigen organisatie en dat voor de toediener duidelijk is wat gegeven moet worden zodat de verantwoordelijk niet bij een vaste functionaris is belegd aangezien dit verschilt per instelling. Het is aan de toedienorganisatie om dit te organiseren.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 6 Toedienen || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || TO29 Voor algemene vragen over de toedienlijst is de apotheek waar de patiënt doorgaans komt aanspreekpunt. Tijdens ANW-uren is de dienstapotheek aanspreekpunt voor algemene vragen. Voor specifieke vragen over een geneesmiddel is de apotheek die de TA heeft gemaakt aanspreekpunt en/of de voorschrijver (of diens waarnemer) die de MA heeft aangemaakt. Alleen als zij niet bereikbaar zijn, kan de apotheek waar de patiënt doorgaans komt als aanspreekpunt gebruikt worden zodat de toediener en eventueel de patiënt met vragen en/of onduidelijkheden bij een zorgverlener terecht kan.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE9: De apotheker past de TA zo snel mogelijk, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag, aan wanneer de MA is gewijzigd &lt;br /&gt;
|| VE9a: De apotheker past zo snel mogelijk de toedieningsafspraak aan, maar uiterlijk op de eerstvolgende reguliere werkdag wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd en het gaat om één of beide van de volgende situaties:​​&lt;br /&gt;
1.Een medicatieafspraak inclusief een verstrekkingsverzoek​​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2. Een medicatieafspraak bij een patiënt met een toedienlijst (o.b.v. LSP-signaalfunctie)​&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
VE9b: De apotheker past de toedieningsafspraak aan op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld bij ontvangen van een voorschrift) wanneer de medicatieafspraak is gewijzigd, er geen sprake is van een verstrekkingsverzoek en het een patiënt zonder toedienlijst betreft​.&lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 5 Verstrekken || Wijziging Besluiten || Tekstueel en inhoud || VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd en/of beschikbaar gesteld aan de voorschrijver en andere zorgverleners/patiënt in de keten, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver tijdig geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek. &lt;br /&gt;
|| VE10a Zodra de apotheker de toedieningsafspraak heeft aangemaakt, wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het voorschrift (MA en/of VV). Bij een VV onder andermans MA wordt de toedieningsafspraak verstuurd aan het systeem van de auteur van het VV. Het versturen van de toedieningsafspraak vindt plaats volgens de specificaties van de transactie ‘sturen afhandeling medicatievoorschrift’ van de informatiestandaard Medicatieproces 9. De voorschrijfsystemen ontvangen de ‘transactie afhandeling medicatievoorschrift’, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. De apotheker stelt de toedieningsafspraak ook beschikbaar voor andere zorgverleners en de patiënt, onafhankelijk van of er al een medicatieverstrekking heeft plaatsgevonden. Zodat de voorschrijver geïnformeerd wordt dat het voorschrift goed ontvangen en verwerkt is door de apotheek.&lt;br /&gt;
Gebruikerseis: Het sturen en ontvangen van de TA en/of MVE middels de transactie afhandeling medicatievoorschrift is verplicht, de verwerking (het opnemen in het dossier) is optioneel. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|28-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || Veertien besluiten toegevoegd in stap 3&lt;br /&gt;
Voorschrijven over opname en ontslag. Het gaat om ID: VO27, VO22, VE29, VO25a, VO25b, VO25c, VO26a, VO26b, VO26c, VO23a, VO23b, VO24a, VO24b, VO24c &lt;br /&gt;
|| De besluiten van opname en ontslag zijn ook van toepassing voor stap 5 verstrekken || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling Besluiten || Inhoud || Niet van toepassing || VO20 De voorschrijver maakt het verstrekkingsverzoek niet benaderbaar voor andere zorgverleners (bijv. andere voorschrijvers). Waarom omdat deze voor andere zorgverleners niet relevant is (uitgezonderd ongeadresseerde voorschriften voor apothekers). || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 01-06-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit || Tekstueel en inhoud || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten.&lt;br /&gt;
|| VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van stop/wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - || &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|03-05-2023 || Stap 3 Voorschrijven || Wijziging besluit|| Inhoud || VO14 De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak (tijdelijk) stopt of wijzigt, vult de reden van stop/wijziging in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de zorgverlener om in te schatten. || VO14a De voorschrijver die zijn eigen of andermans medicatieafspraak wijzigt, vult de reden van wijzigen in, indien deze reden relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
VO14b De voorschrijver die een eigen of andermans medicatieafspraak stopt, is verplicht om de reden van stoppen in te vullen. Een uitzondering hierop zijn de Medisch Specialistische Zorg, Geestelijke Gezondheidszorg en verpleeghuizen met een eigen medische dienst, waar de reden van stoppen alleen verplicht is in de ambulante setting. In de klinische setting vult de voorschrijver de reden van stoppen alleen in, indien dit relevant is om uit te wisselen in de keten. Dit is aan de voorschrijver om in te schatten. &lt;br /&gt;
|| - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Besluiten trombosezorg || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee besluiten toegevoegd in bij de besluiten over trombosezorg. Het gaat om ID: TO25 en TO26. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-12-2022 || Stap 3 Voorschrijven || Aanvulling besluiten || Inhoud || Niet van toepassing. || Twee extra situaties en zeven besluiten toegevoegd in Stap 3 Voorschrijven. De besluiten hebben een ID van Stap 5 Verstrekken maar horen in het voorschrijfproces thuis. Het gaat om ID: VE12, VE14a, VE14b, VE15a, VE15b, VE27, VE28. || - ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| 20-10-2022 || Inleiding || Definitie gebruikerswens || Tekstueel en inhoud || Tijdens de Kickstart wordt op de gebruikerseisen getoetst. Sommige gebruikersbehoeften zijn technisch, financieel of qua tijd (nog) niet haalbaar/wenselijk voor de Kickstart. Deze zijn gecategoriseerd als gebruikers''wensen''. Er is geen toetsing op gebruikerswensen in de Kickstart. De gebruikerseisen en -wensen waar wij hier op doelen zijn bovensectoraal. Gebruikers bespreken eventuele sectorale gebruikerseisen/-wensen met hun eigen leveranciers (zonder tussenkomst programmateam).    || Tijdens de Kickstart wordt op de bovensectorale gebruikerseisen getoetst. Een gebruikerswens is op dit moment niet eenduidig te toetsen in de Kickstart. Dat kan zijn omdat het technisch of qua tijd (nog) niet goed haalbaar is, dat er uitzonderingen zijn op de situatie of dat er nog een doorontwikkeling (eventueel per sector) moet volgen. Indien een doorontwikkeling (tijdens de Kickstart of daarna) leidt tot een eenduidige bovensectorale behoefte, dan kan een gebruikerswens een bovensectorale gebruikerseis worden, in overleg met zorgverleners en leveranciers. Ook kan een gebruikerswens door een sector met eigen leverancier(s) doorvertaald worden naar een sectorale gebruikerseis. Hier is het programmateam Medicatieoverdracht niet bij betrokken. Gebruikerswensen kunnen ook deze status behouden. Dan zullen leveranciers er rekening mee houden en zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van de gebruikers, maar zullen ze er niet op getoetst worden. De gebruikerswensen worden geborgd door het beheer implementatie Medicatieoverdracht (MO). || - ||&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Carlijn Schouten</name></author>
		
	</entry>
</feed>