mp:VDraft Testen Kickstart SIT: verschil tussen versies
(→Testaanpak) |
(→Testomgevingen) |
||
| Regel 35: | Regel 35: | ||
===Testomgevingen=== | ===Testomgevingen=== | ||
| + | |||
| + | '''VZVZ'''<br> | ||
| + | Voor de SIT zijn onderstaande omgevingen beschikbaar. | ||
| + | Informatie m.b.t. IP-adressen is te vinden bij [https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:Draft_Testtooling#IP-adressen Tooling & omgevingen]. | ||
| + | |||
| + | * PoC+ | ||
| + | De PoC+ omgeving kan enkel benaderd worden met authenticatie. | ||
| + | Zodra er met authenticatie gewerkt wordt kan dat met UZI-testmiddelen. | ||
| + | Dit is bedoeld om programma’s te ondersteunen bij het ontwikkelen van nieuwe functionaliteit en/of Zorgtoepassingen, ter voorbereiding op een nieuwe standaard. | ||
| + | * PoC- | ||
| + | De PoC- testomgeving kan zonder authenticatie benaderd worden. Dit is met name handig wanneer dit nog ontwikkeld moet worden voor de applicatie. | ||
==Afronding== | ==Afronding== | ||
Versie van 12 jun 2026 om 08:21
|
Deze pagina is nog in bewerking |
1 Inleiding
Tijdens de Systeem Integratietest (SIT) test de leverancier het ontwikkelde product zelfstandig tegen simulatoren, waarbij gebruik wordt gemaakt van de LSP-infrastructuur.
Het doel is om te verifiëren dat het product gereed is voor de ketentest. Daarom wordt getest op zowel de inhoud van de berichten als de berichtenuitwisseling via het LSP.
Voor deze testfase maakt de leverancier gebruik van tests in Interoplab.
2 Testplan
2.1 Testdoel
Tijdens deze fase wordt aangetoond dat:
- De informatiestandaard correct is geïmplementeerd (de berichten zijn inhoudelijk correct).
- De berichtenuitwisseling via het LSP correct verloopt.
2.2 Voorbereiding
Om te kunnen testen tijdens de SIT-fase is het noodzakelijk dat is voldaan aan onderstaande entry criteria en voorbereidende acties.
2.2.1 Entry Criteria
Leverancier:
- De leverancier heeft de Ontwikkelfase succesvol afgerond: er is vanuit het validatieloket een Go om door te gaan naar de SIT.
- De leverancier is succesvol aangesloten aan de PoC+ omgeving.
- Heeft toegang tot de testscripts in Interoplab (Toelichting Interoplab).
Programma Medicatieoverdracht:
- De testscripts zijn gereed en ingericht in Interoplab.
- De juiste TKID's zijn succesvol gekoppeld aan de testomgeving.
2.2.2 Testomgevingen
VZVZ
Voor de SIT zijn onderstaande omgevingen beschikbaar.
Informatie m.b.t. IP-adressen is te vinden bij Tooling & omgevingen.
- PoC+
De PoC+ omgeving kan enkel benaderd worden met authenticatie. Zodra er met authenticatie gewerkt wordt kan dat met UZI-testmiddelen. Dit is bedoeld om programma’s te ondersteunen bij het ontwikkelen van nieuwe functionaliteit en/of Zorgtoepassingen, ter voorbereiding op een nieuwe standaard.
- PoC-
De PoC- testomgeving kan zonder authenticatie benaderd worden. Dit is met name handig wanneer dit nog ontwikkeld moet worden voor de applicatie.
2.3 Afronding
2.3.1 Werkwijze
De leverancier voert de relevante Interoplab-testscripts uit.
Deze worden vervolgens beoordeeld door het validatieloket.
- Voor verstuurde berichten (versturen/beschikbaar stellen) vindt de toetsing plaats met behulp van simulatoren. Hiermee wordt aangetoond dat de berichten inhoudelijk correct zijn.
- Voor ontvangen berichten (ontvangen/raadplegen) worden schermafbeeldingen geüpload. Hiermee wordt aangetoond dat de berichten correct zijn verwerkt en weergegeven in een basale gebruikersinterface.
De leverancier informeert het validatieloket, zodra alle van toepassing zijnde testscripts succesvol zijn uitgevoerd.
Het validatieloket organiseert vervolgens een check-upmoment, waarin de testresultaten worden doorgenomen.
Wanneer aan de exitcriteria is voldaan, geeft het validatieloket een 'go' om door te gaan naar de ketentest.
2.3.2 Exit Criteria
- De leverancier heeft de in Interoplab vastgelegde testscripts voor de relevante transacties succesvol uitgevoerd en toont daarmee aan dat:
- de transacties inhoudelijk correct zijn, en
- de berichtenuitwisseling via het LSP correct verloopt.
- De aanwezige bevindingen zijn niet blokkerend.
2.3.3 Bevindingen
De testresultaten worden beoordeeld door het validatieloket, zowel voorafgaand aan als tijdens het check-upmoment. Hieruit kunnen testbevindingen voortkomen. Deze worden geclassificeerd als:
Type bevindingen
Bij de bevinding wordt altijd aangegeven wat het oordeel is. Er zijn vijf mogelijkheden (zoals ook vastgesteld in paragraaf 3.2 van de gebruikershandleiding BITS):
- Blokkerend: Een blokkerende bevinding moet worden opgelost om de validatie te behalen.
- Niet Blokkerend met aantekening: De niet blokkerende bevinding met aantekening moeten in de toekomst opgelost worden (waarbij bij afgifte van de validatie afgestemd wordt op welke termijn dat exact is).
- Niet Blokkerend: Niet blokkerend betekend dat de bevinding niet van toepassing is op de validatie (doordat bijvoorbeeld een element ook niet binnen komt en daardoor niet getoond kan worden).
- Toelichting vereist: Toelichting vereist betekend dat de bevinding nader toegelicht moet worden, waarbij deze na de toelichting alsnog blokkerend zou kunnen worden.
- Advies: Advies betekend dat er een advies gegeven wordt op de gekozen oplossing vanuit het validatieloket.
Indien een bevinding resulteert in een wijziging, wordt deze opgenomen in het reguliere wijzigingsproces van het programma.
Vragen die tijdens het testen ontstaan, kunnen als reguliere tickets worden ingediend in het BITS-project van de leverancier.
3 Testuitvoering
3.1 Testaanpak
De SIT wordt uitgevoerd met behulp van Interoplab testscripts.
Log in op de Interoplab-usecase Medicatieoverdracht en navigeer naar de tegel SIT.
Voor onderstaande transactietypen zijn testscripts beschikbaar. Hierbij wordt getest tegen simulatoren.
3.1.1 Sturen door XIS
- Stuur het bericht naar applicatie-ID 8000020 (hierop volgt een ontvangstbevestiging).
- Valideer het verstuurde bericht via de Interoplab Proxy.
- Voeg het validatieresultaat toe aan het testscript.
3.1.2 Ontvangen door XIS
- Navigeer naar de tegel 'Parasoft' en voer onderstaande velden in.
- Testcase: de testcase zoals vermeld in het testscript.
- Receiver ID: de applicatie-ID van je testsysteem.
- BSN: het BSN zoals vermeld in het testscript.
- Klik op 'Send Job'.
- Toon aan dat het bericht correct is ontvangen.
3.1.3 Beschikbaar stellen door XIS
- Navigeer naar de tegel 'Parasoft' , selecteer 'Resolve Job' en voer onderstaande velden in.
- Testcase: de testcase zoals vermeld in het testscript.
- Receiver ID: de applicatie-ID van je testsysteem.
- BSN: het BSN zoals vermeld in het testscript.
- Klik op 'Resolve Job'.
- Valideer het beschikbaar gestelde bericht via de Interoplab Proxy.
- Voeg het validatieresultaat toe aan het testscript.
3.1.4 Raadplegen door XIS
3.2 Scenario's
3.2.1 Stap 3
3.2.2 Stap 4
3.2.3 Stap 5
3.2.3.1 Afhandelen voorschrift
3.2.3.1.1 Sturen
3.2.3.1.2 Ontvangen
3.2.3.2 TA
3.2.3.2.1 Raadplegen
3.2.3.2.2 Beschikbaar stellen
3.2.3.2.3 Mutaties
3.2.3.3 MVE
3.2.3.3.1 Raadplegen
3.2.3.3.2 Beschikbaar stellen
3.2.4 Stap 6
4 PAGINAHISTORIE
| Datum | Omschrijving |
|---|---|
| 24 maart 2026 |
Draft pagina aangemaakt |
