gz:V4.0 Ontwerpen
|
Dit Functioneel Ontwerp is nog in ontwikkeling in een bèta versie (Geboortezorg 4.0.0-beta.1). |
Inhoud
- 1 Inleiding
- 2 Usecases
- 3 Aanvullende informatie
- 4 Referenties
- 5 Release notes
1 Inleiding
1.1 Algemeen
Deze pagina beschrijft het functioneel ontwerp voor de informatiestandaard Geboortezorg 4.0.0-beta.1. Deze informatiestandaard ondersteunt het uitwisselen van patiëntgegevens, zowel in het kader van de integrale geboortezorg als bij het aanleveren van gegevens aan perinatale registraties en wetenschappelijk onderzoek. Voor elk van deze doeleinden kan een usecase worden opgesteld. Een informatiestandaard is opgemaakt uit de volgende onderdelen: dit functioneel ontwerp, een dataset (voorheen bekend als PWD 3.2), en een technisch ontwerp. Daarnaast zijn er ook testmaterialen beschikbaar. In een later stadium van doorontwikkeling zal kwalificatiemateriaal worden toegevoegd. Het Geboortezorg zorgproces, dat deze informatiestandaard omvat, is beschreven in het hoofddocument gegevensuitwisseling in de perinatale keten.
Deze beta versie van de informatiestandaard bevat een usecase ten behoeve van het ontsluiten van geboortezorg informatie naar een persoonlijke gezondheidsomgeving. Een aanzienlijk deel van de informatiestandaard wordt daarmee inzichtelijk voor de patiënt.
In de onderstaande afbeelding is de globale informatiestroom in het geboortezorg domein gevisualiseerd. Hierbij worden onderstaande bedrijfsrollen van zorgverleners/zorgaanbieders in het primaire proces erkend: Gynaecoloog, Verloskundige, Huisarts, JGZ (jeugdverpleegkundige of jeugdarts), Kraamverzorgende, Neonatoloog, Kinderarts en Echoscopist. Voor het hergebruik van patiëntgegevens voor verschillende doeleinden kent de geboortezorg de volgende actoren: Perined, Peridos en RIVM. Deze berichtuitwisseling vindt plaats op een voorgaande versie van de informatiestandaard en kan in de toekomst worden doorontwikkeld naar dit functioneel ontwerp.
Figuur: Globale informatiestroom
Het functioneel ontwerp beschrijft voor alle usecases uit de informatiestandaard de transacties, transactiegroepen, de systemen, de systeemrollen en de bedrijfsrollen van zorgverleners of patiënten en die van de actoren voor het hergebruik. Daarvoor worden de eisen gegeven voor het sturen of ontvangen van gegevens. In hoofdstuk 2 wordt verder ingegaan op wat een usecase inhoudt. Per usecase zijn de nadere details beschreven. Toekomstige usecases zullen onderdeel worden van deze versie van informatiestandaard voor Geboortezorg. Voor meer informatie over informatiestandaarden en hoe deze worden ontwikkeld, zie de Nictiz webpagina voor informatiestandaarden. Voor de verklaring van de begrippen die voorkomen in het functioneel ontwerp wordt verwezen naar het begrippenoverzicht op de Nictiz website.
1.2 Doelgroep
De doelgroepen van dit functionele ontwerp zijn:
- Zorgverleners en medewerkers in de geboortezorg die deze informatiestandaard gebruiken
- Zorgaanbieders in de perinatale zorgketen
- XIS-leveranciers van zowel zorgverleners/zorgaanbieders als patiënt/PGO
- Koepelorganisaties van zorginstellingen, beroepsverenigingen van zorgverleners en belangenverenigingen van cliënten
- Implementers, projectleiders, architecten etc
1.3 Kaders & uitgangspunten
1.3.1 Richtlijnen
De gegevensrichtlijnen geboortezorg (PWD) geven de berichten- en gegevenssets die nodig zijn om de informatievoorziening binnen de Geboortezorg adequaat te ondersteunen. Het vormt de basis voor de informatiestandaard Geboortezorg (GZ). In de bijlage(n) van deze richtlijn(en) zijn voorbeeldscenario’s gegeven die de veel voorkomende zorg voor de zwangere en haar kind in de zorg beschrijven, en die betrokken zijn bij de kwaliteitsverbetering van verloskundige zorg. Vanuit deze scenario’s zijn de berichten vastgesteld om de informatievoorziening adequaat te ondersteunen.
Voor elk scenario is een gegevensset gedefinieerd. Overeenkomstig de lagen van interoperabiliteit zijn aanvullende afspraken nodig voor de implementatie van informatie overdracht in de praktijk. Hierbij gelden altijd de wettelijke kaders als uitgangspunt. Interoperabiliteit en wet- en regelgeving is uitgewerkt in het Handboek Interoperabiliteit ontwikkeld in het VIPP programma Babyconnect, inclusief de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
De patiënt usecases in dit functionele ontwerp zijn opgesteld conform specificaties genoemd in de algemene inleiding van het functioneel ontwerp voor MedMij.
1.3.2 Proces
Onderstaande afbeelding toont de verbanden van één of meerdere zorgepisodes met de contacten tijdens de zwangerschap, bevalling en het kraambed.Tijdens deze contacten worden gegevens vastgelegd (bolletjes in het figuur).
Figuur: Zorg episode tijdens de zwangerschap, bevalling en kraamperiode
1.3.3 Reikwijdte Informatiestandaard
De reikwijdte van de informatiestandaard beslaat de functionele beschrijvingen en de dataset voor alle gegevensuitwisselingen binnen één of meerdere zorgprocessen in de geboortezorg en het hergebruik van patiëntgegevens.
Voor de MedMij usecase "Client vraagt via PGO gegevens bij zorgverlener op (Integrale Zwangerschapskaart)" is er geen nadere specificatie, anders dan genoemd in de algemene inleiding van de MedMij functionele ontwerpen.
1.3.4 Informatiestandaard MP in Informatiestandaard PWD
Het opnemen van een informatiestandaard in een andere informatiestandaard is onwenselijk. Dit betekent dat in de dataset behorende bij deze informatiestandaard geen zibs voor het medicatieproces zijn opgenomen. Deze zijn immers opgenomen in de informatiestandaard Medicatieproces, MP. Middels deze verwijzing kan worden voldaan aan de wettelijke vereisten over het uitwisselen van gegevens van het medicatieproces.
1.3.5 Infrastructuur
De berichten, die beschreven zijn in deze informatiestandaard, kunnen over elke willekeurige infrastructuur worden getransporteerd. De specificatie van deze infrastructuur valt buiten de scope van deze informatiestandaard.
FHIR specificiaties voor deze informatiestandaard zijn uitgewerkt in FHIR implementation guides. Per usecase is aangegeven welke FHIR implemenation guide gebruikt dient te worden.
Voor het hergebruik van gegevens in de zorg worden door de zorgverleners gegevens verstuurd naar Perined, het RIVM via Peridos en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Bij het afsluiten van de zorgepisode worden de beschikbare patiëntgegevens door de zorgverleners doorgegeven aan Perined ten behoeve van de Perinatale registratie. Het streven is dat eveneens kraamzorggegevens op een gegeven moment opgenomen worden in Perined. Bij Perined worden ook gegevens verwerkt ten behoeve van een Perinatale Audit. Deze gegevens vallen buiten de Perinatale registratie. De zendende partijen kunnen zijn de verloskundig actieve huisarts, verloskundige, gynaecoloog en/of kinderarts/neonatoloog.
Perined berekent de scores voor het merendeel van de indicatoren en publiceert deze in mijnPerined, een voor praktijken toegankelijke tool. Zorgverleners kunnen deze scores overnemen, invullen en autoriseren in het OmniQ-portal van DHD. DHD zorgt vervolgens voor dat de gegevens aangeleverd worden naar het Zorginstituut en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Daarnaast worden er gegevens met betrekking tot de prenatale screening naar het RIVM gestuurd namelijk;
- Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE): de PSIE (Bloedonderzoek zwangeren) heeft als doel hepatitis B- en HIV humaan immunodeficiëntievirus -dragerschap, congenitale syfilis en hemolytische ziekte van de foetus en/of pasgeborene te voorkomen.
- Niet Invasieve Prenatale Test, NIPT: het onderzoeken van aanwijzingen in de zwangerschap dat het kind down-, Edwards- of Patausyndroom heeft. Ook andere chromosoomafwijkingen kunnen worden opgespoord met de NIPT.
- Eerste trimester SEO: is een medisch onderzoek rond de 13e week van de zwangerschap. Bij dit onderzoek kijkt de echoscopist of er aanwijzingen zijn voor lichamelijke afwijkingen bij het ongeboren kind. Het doel van het eerste trimester SEO is om in een vroeg stadium te onderzoeken of het ongeboren kind lichamelijke afwijkingen heeft. Ernstige afwijkingen - zoals een open schedel of groot defect in de buikwand - kunnen mogelijk vroeg in de zwangerschap worden ontdekt.
- Tweede trimester SEO: met het tweede trimester SEO structureel echoscopisch onderzoek wordt gekeken naar structurele (lichamelijke) afwijkingen van het ongeboren kind.
- Neonatale hielprikscreening (NHS): het vroegtijdig opsporen van een aantal zeldzame, ernstige aandoeningen.
1.4 Testen
Een belangrijk onderdeel van het ontwikkelen van een informatiestandaard voor geboortezorg is het testen van de informatiestandaard voordat deze in het zorgveld geimplementeerd zal worden. Met behulp van testmateriaal wat een fictieve maar realistische casus beschrijft, kan worden gekeken of systemen volledig en eenduidig kunnen uitwisselen. Dit test materiaal is te vinden op ConformanceLab, wat tevens testfunctionaliteiten faciliteert. Ten behoeve van het testen is er een implementatiegids geschreven en zijn er voorbeeldberichten ontwikkeld. Deze zijn op deze testpagina per usecase te vinden.
- Testscenario Integrale Zwangerschapskaart Echo
- Testscenario Integrale Zwangerschapskaart Kraam
- Testscenario's Integrale Zwangerschapskaart Verloskunde
1.5 Kwalificatie
1.5.1 Algemeen
In deze versie van de informatiestandaard is nog geen kwalificatiemateriaal opgesteld. Kwalificaties op deze versie van de informatiestandaard zijn daarom nog niet mogelijk.
1.5.2 MedMij kwalificatie
Op de usecases ten behoeve van informatieontsluiting richting het PGO is een MedMij kwalificatie van toepassing. Kwalificatie voor MedMij vindt plaats per systeemrol. Algemene informatie over kwalificatie is te vinden op de MedMij kwalificatiepagina. Er zijn op dit moment geen kwalificaties op basis van dit functioneel ontwerp beschikbaar. Wel is er testmateriaal beschikbaar.
2 Usecases
Een usecase is een specifieke beschrijving van een praktijksituatie in de geboortezorg waarbij voor een concrete situatie het uitwisselen van informatie wordt beschreven aan de hand van actoren (mensen, systemen) en transacties (welke informatie wordt wanneer uitgewisseld). Een usecase is een verbijzondering van een specifiek onderdeel van het zorgproces in de geboortezorg. De geboortezorg informatiestandaard bestaat uit meerdere usecases. Iedere usecase koppelt met een scenario in ART-DECOR. Wanneer verschillende usecases gebruik maken van hetzelfde scenario kan een andere indeling gewenst zijn, bijvoorbeeld op basis van proces. In dit functioneel ontwerp wordt elke usecase geanalyseerd en uitgewerkt. Op dit moment is alleen een usecase voor het ontsluiten van geboortezorg informatie richting het PGO beschikbaar. Deze is opgesplitst in drie onderdelen: echo, kraamzorg en verloskunde.
In een usecase worden onder andere het doel, de preconditie, een storyboard en de postconditie beschreven. Daarnaast wordt voor iedere usecase een usecase diagram, een activiteiten diagram en een interactiediagram uitgewerkt.
2.1 Algemeen
In de geboortezorg is sprake van meerdere usecases die het mogelijk maken om verschillende zorgprocessen op een eenduidige wijze uit te wisselen. Deze usecases zijn afgestemd met de gebruikers zowel cliënten als zorgverleners. Hieronder tonen we een lijst van de usecases, zijnde de scenario's in ART-DECOR. Bij het ontwikkelen van deze beta versie van de informatiestandaard wordt de volgende usecase opgeleverd:
- Client vraagt via PGO Integrale Zwangerschapskaart op (MedMij Integrale Zwangerschapskaart)
- Integrale Zwangerschapskaart Echo
- Integrale Zwangerschapskaart Kraam
- Integrale Zwangerschapskaart Verloskunde
Dit functioneel ontwerp vormt, samen met de bijbehorende dataset en het technisch ontwerp, de basis voor de huidige usecases. Op basis hiervan kunnen in de toekomst aanvullende usecases worden uitgewerkt.
2.1.1 Voorgaande versies van usecase "Client vraagt via PGO Integrale Zwangerschapskaart op"
De usecase ‘Cliënt vraagt via PGO Integrale Zwangerschapskaart op’ kent meerdere versies. Een eerste versie van deze usecase MedMij 0.1 Verloskunde is uitgefaseerd per 1 september 2025.
Een opvolgende versie is MedMij Integrale Zwangerschapskaart 2.0.10 (gegevensdienst 67) is door meerdere partijen geïmplementeerd en gekwalificeerd. Tijdens de doorontwikkeling en kwalificaties bleken de onderdelen kraam, echo en verloskunde niet volledig op elkaar aan te sluiten en waren wijzigingen in de dataset nodig voor eenduidige gegevensuitwisseling. Dit heeft geleid tot deze nieuwe major versie van de informatiestandaard Geboortezorg.
Dit functioneel ontwerp Geboortezorg 4.0.0-beta.1 beschrijft uitsluitend deze nieuwe versie. De usecase is opgesplitst in drie transacties, zodat software leveranciers alleen de voor hun zorginformatiesysteem relevante gegevens hoeven te ondersteunen. Een PGO kan de gegevens uit deze transacties vervolgens samenvoegen en als één geheel aan de cliënt presenteren.
2.2 Usecase "Client vraagt via PGO Integrale Zwangerschapskaart Echo op"
2.2.1 Doel en Relevantie
Inzicht in de integrale zwangerschapskaart echo biedt patiënten overzicht en gebruiksgemak. Dit draagt bij aan meer grip op de eigen gezondheidsgegevens en daarmee ook meer regie over de eigen gezondheid. Een technische specificatie vindt u in de FHIR implementatie gids Ultrasound.
2.2.2 Proces en Context
Het stuk van het proces waar het in deze usecase om gaat is:
- Het systeem van een zorgaanbieder (XIS) stelt de integrale zwangerschapskaart echo beschikbaar aan het systeem van een patiënt (PGO).
Deze paragraaf vervolgt met een beschrijving van precondities, proces stappen, en post condities.
2.2.2.1 Preproces
De patiënt heeft toestemming gegeven voor het elektronisch uitwisselen van de integrale zwangerschapskaart echo tussen het betreffende XIS en de eigen persoonlijke gezondheidsomgeving.
De patiënt wil de integrale zwangerschapskaart echo inzien en de zorgaanbieder stelt dit ook beschikbaar. Een patiënt neemt steeds zelf het initiatief om hun integrale zwangerschapskaart echo te raadplegen.
2.2.2.2 Proces
| Stap | Omschrijving |
|---|---|
| 01 | Het systeem van de patiënt (PGO) vraagt om beschikbaarheid van de integrale zwangerschapskaart echo bij een XIS. |
| 02 | Het systeem van de zorgaanbieder (XIS) maakt de integrale zwangerschapskaart echo beschikbaar voor de patiënt. |
| 03 | De patiënt gebruikt de persoonlijke gezondheidsomgeving om de integrale zwangerschapskaart echo in te zien. |
2.2.2.3 Postproces
De patiënt heeft de integrale zwangerschapskaart echo geraadpleegd via de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO).
2.2.3 Systemen & Systeemrollen
Zowel zorgaanbieder als patiënt maken gebruik van een informatiesysteem:
- PGO (patiënt)
- XIS (zorgaanbieder)
Deze systemen kennen ieder verschillende systeemrollen, die het uitwisselen van gegevens tussen deze systemen mogelijk maken. Hier gaat het om uitwisseling van de integrale zwangerschapskaart echo van zorgaanbieder naar de patiënt.
| Systeem | Naam systeemrol | Systeemrolcode | Omschrijving |
|---|---|---|---|
| PGO | IntegraleZwangerschapskaartEchoRaadplegend | GZ-IZER-FHIR | Raadplegen integrale zwangerschapskaart echo bij zorgaanbieder |
| XIS | IntegraleZwangerschapskaartEchoBeschikbaarstellend | GZ-IZEB-FHIR | Beschikbaarstellen integrale zwangerschapskaart echo aan de patiënt |
Zie ook onderstaande afbeelding.
Componenten diagram van systemen en systeemrollen
2.2.4 Transacties & Transactiegroepen
Het uitwisselen van gegevens tussen de verschillende systeemrollen gebeurt op basis van transacties. Een transactiegroep is een verzameling van bij elkaar horende transacties (bijvoorbeeld een vraag- en antwoordbericht). Onderstaande tabel biedt een overzicht voor deze usecase.
| Transactiegroep | Transactie | Systeemrolcode | Systeem | Bedrijfsrol | Technisch |
|---|---|---|---|---|---|
| Integrale Zwangerschapskaart Echo (PULL) | [| MedMij Raadplegen Integrale Zwangerschapskaart Echo] | GZ-IZER-FHIR | DVP | Patiënt | Integrale Zwangerschapskaart Echo in FHIR IG |
| [| MedMij Beschikbaarstellen Integrale Zwangerschapskaart Echo] | GZ-IZEB-FHIR | DVA | Zorgaanbieder |
2.2.5 Usecase diagram
Onderstaande afbeelding toont bedrijfsrollen, activiteiten, systeemrollen, transacties en transactiegroep in samenhang.
Afbeelding 11: Usecase diagram raadplegen gegevens Integrale Zwangerschapskaart
2.3 Usecase "Client vraagt via PGO Integrale Zwangerschapskaart Kraam op"
2.3.1 Doel en Relevantie
Inzicht in de integrale zwangerschapskaart kraam biedt patiënten overzicht en gebruiksgemak. Dit draagt bij aan meer grip op de eigen gezondheidsgegevens en daarmee ook meer regie over de eigen gezondheid. Een technische specificatie vindt u in de [[ | FHIR Implementatie Gids Kraam]].
2.3.2 Proces en Context
Het stuk van het proces waar het in deze usecase om gaat is:
- Het systeem van een zorgaanbieder (XIS) stelt de integrale zwangerschapskaart kraam beschikbaar aan het systeem van een patiënt (PGO).
Deze paragraaf vervolgt met een beschrijving van precondities, proces stappen, en post condities.
2.3.2.1 Preproces
De patiënt heeft toestemming gegeven voor het elektronisch uitwisselen van de integrale zwangerschapskaart kraam tussen het betreffende XIS en de eigen persoonlijke gezondheidsomgeving.
De patiënt wil de integrale zwangerschapskaart kraam inzien en de zorgaanbieder stelt dit ook beschikbaar. Een patiënt neemt steeds zelf het initiatief om hun integrale zwangerschapskaart kraam te raadplegen.
2.3.2.2 Proces
| Stap | Omschrijving |
|---|---|
| 01 | Het systeem van de patiënt (PGO) vraagt om beschikbaarheid van de integrale zwangerschapskaart kraam bij een XIS. |
| 02 | Het systeem van de zorgaanbieder (XIS) maakt de integrale zwangerschapskaart kraam beschikbaar voor de patiënt. |
| 03 | De patiënt gebruikt de persoonlijke gezondheidsomgeving om de integrale zwangerschapskaart kraam in te zien. |
2.3.2.3 Postproces
De patiënt heeft de integrale zwangerschapskaart kraam geraadpleegd via de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO).
2.3.3 Systemen & Systeemrollen
Zowel zorgaanbieder als patiënt maken gebruik van een informatiesysteem:
- PGO (patiënt)
- XIS (zorgaanbieder)
Deze systemen kennen ieder verschillende systeemrollen, die het uitwisselen van gegevens tussen deze systemen mogelijk maken. Hier gaat het om uitwisseling van de integrale zwangerschapskaart kraam van zorgaanbieder naar de patiënt.
| Systeem | Naam systeemrol | Systeemrolcode | Omschrijving |
|---|---|---|---|
| PGO | IntegraleZwangerschapskaartKraamRaadplegend | GZ-IZKR-FHIR | Raadplegen integrale zwangerschapskaart kraam bij zorgaanbieder |
| XIS | IntegraleZwangerschapskaartKraamBeschikbaarstellend | GZ-IZKB-FHIR | Beschikbaarstellen integrale zwangerschapskaart kraam aan de patiënt |
Zie ook onderstaande afbeelding.
Componenten diagram van systemen en systeemrollen
2.3.4 Transacties & Transactiegroepen
Het uitwisselen van gegevens tussen de verschillende systeemrollen gebeurt op basis van transacties. Een transactiegroep is een verzameling van bij elkaar horende transacties (bijvoorbeeld een vraag- en antwoordbericht). Onderstaande tabel biedt een overzicht voor deze usecase.
| Transactiegroep | Transactie | Systeemrolcode | Systeem | Bedrijfsrol | Technisch |
|---|---|---|---|---|---|
| Integrale Zwangerschapskaart Kraam (PULL) | [ MedMij Raadplegen Integrale Zwangerschapskaart Kraam] | GZ-IZKR-FHIR | DVP | Patiënt | Integrale Zwangerschapskaart Kraam in FHIR IG |
| [ MedMij Beschikbaarstellen Integrale Zwangerschapskaart Kraam] | GZ-IZKB-FHIR | DVA | Zorgaanbieder |
2.3.5 Usecase diagram
Onderstaande afbeelding toont bedrijfsrollen, activiteiten, systeemrollen, transacties en transactiegroep in samenhang.
Afbeelding 11: Usecase diagram raadplegen gegevens Integrale Zwangerschapskaart
2.4 Usecase "Client vraagt via PGO Integrale Zwangerschapskaart Verloskunde op"
2.4.1 Doel en Relevantie
Inzicht in de integrale zwangerschapskaart verloskunde biedt patiënten overzicht en gebruiksgemak. Dit draagt bij aan meer grip op de eigen gezondheidsgegevens en daarmee ook meer regie over de eigen gezondheid. Een technische specificatie vindt u in de [[ | FHIR implementatie gids Verloskunde]].
2.4.2 Proces en Context
Het stuk van het proces waar het in deze usecase om gaat is:
- Het systeem van een zorgaanbieder (XIS) stelt de integrale zwangerschapskaart verloskunde beschikbaar aan het systeem van een patiënt (PGO).
Deze paragraaf vervolgt met een beschrijving van precondities, proces stappen, en post condities.
2.4.2.1 Preproces
De patiënt heeft toestemming gegeven voor het elektronisch uitwisselen van de integrale zwangerschapskaart verloskunde tussen het betreffende XIS en de eigen persoonlijke gezondheidsomgeving.
De patiënt wil de integrale zwangerschapskaart verloskunde inzien en de zorgaanbieder stelt dit ook beschikbaar. Een patiënt neemt steeds zelf het initiatief om hun integrale zwangerschapskaart verloskunde te raadplegen.
2.4.2.2 Proces
| Stap | Omschrijving |
|---|---|
| 01 | Het systeem van de patiënt (PGO) vraagt om beschikbaarheid van de integrale zwangerschapskaart verloskunde bij een XIS. |
| 02 | Het systeem van de zorgaanbieder (XIS) maakt de integrale zwangerschapskaart verloskunde beschikbaar voor de patiënt. |
| 03 | De patiënt gebruikt de persoonlijke gezondheidsomgeving om de integrale zwangerschapskaart verloskunde in te zien. |
2.4.2.3 Postproces
De patiënt heeft de integrale zwangerschapskaart verloskunde geraadpleegd via de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO).
2.4.3 Systemen & Systeemrollen
Zowel zorgaanbieder als patiënt maken gebruik van een informatiesysteem:
- PGO (patiënt)
- XIS (zorgaanbieder)
Deze systemen kennen ieder verschillende systeemrollen, die het uitwisselen van gegevens tussen deze systemen mogelijk maken. Hier gaat het om uitwisseling van de integrale zwangerschapskaart verloskunde van zorgaanbieder naar de patiënt.
| Systeem | Naam systeemrol | Systeemrolcode | Omschrijving |
|---|---|---|---|
| PGO | IntegraleZwangerschapskaartVerloskundeRaadplegend | GZ-IZVR-FHIR | Raadplegen integrale zwangerschapskaart verloskunde bij zorgaanbieder |
| XIS | IntegraleZwangerschapskaartVerloskundeBeschikbaarstellend | GZ-IZVB-FHIR | Beschikbaarstellen integrale zwangerschapskaart verloskunde aan de patiënt |
Zie ook onderstaande afbeelding.
Componenten diagram van systemen en systeemrollen
2.4.4 Transacties & Transactiegroepen
Het uitwisselen van gegevens tussen de verschillende systeemrollen gebeurt op basis van transacties. Een transactiegroep is een verzameling van bij elkaar horende transacties (bijvoorbeeld een vraag- en antwoordbericht). Onderstaande tabel biedt een overzicht voor deze usecase.
| Transactiegroep | Transactie | Systeemrolcode | Systeem | Bedrijfsrol | Technisch |
|---|---|---|---|---|---|
| Integrale Zwangerschapskaart Verloskunde (PULL) | [ MedMij Raadplegen Integrale Zwangerschapskaart Verloskunde] | GZ-IZVR-FHIR | DVP | Patiënt | [[ | Integrale Zwangerschapskaart Verloskunde in FHIR IG]] |
| [ MedMij Beschikbaarstellen Integrale Zwangerschapskaart Verloskunde] | GZ-IZVB-FHIR | DVA | Zorgaanbieder |
2.4.5 Usecase diagram
Onderstaande afbeelding toont bedrijfsrollen, activiteiten, systeemrollen, transacties en transactiegroep in samenhang.
Afbeelding 11: Usecase diagram raadplegen gegevens Integrale Zwangerschapskaart Verloskunde
3 Aanvullende informatie
In dit deel van het FO wordt een opsomming gegeven van de zorginformatiemodellen, zibs, die in de dataset worden gebruikt. Een belangrijke afspraak is dat zibs uit publicatie 2017 worden gebruikt, omdat bij start van ontwikkeling van de dataset dit de vigerende dataset was en er hiervoor FHIR profielen zijn ontwikkeld. Echter, in publicatie 2020 zijn zibs of waardelijsten beschikbaar die mede gebaseerd zijn op commentaar uit de Expertgroep Eenheid van Taal Geboortezorg. Een aantal van deze zibs worden gebruikt in dataset 4.0. Bij een zib zal een beschrijving worden gegeven hoe de zib moet worden gebruikt in de systemen en uit welke publicatie de zib en/of waardelijsten komen.
3.1 Aanwijzingen / eisen voor functionaliteit van systemen per zib
De informatiestandaard Geboortezorg bestaat uit zorginformatiebouwstenen (zibs) en geboortezorgspecifieke bouwstenen (CIMs). Per zib wordt een beschrijving gegeven hoe deze in de geboortezorg gebruikt wordt en welke functionele eisen aan de systemen worden gesteld. Alle informatie over een zib kan geraadpleegd worden op ART-DECOR waar de zibs publicatie 2017 en zib publicatie 2020 zijn gepubliceerd.
Om het in gebruik nemen van deze informatiestandaard voor gebruikers makkelijker te maken, zijn hier een aantal algemene eisen voor de systemen in de geboortezorg op basis van ervaringen en wensen van zorgverleners.
- Inbouwen zorginformatiebouwstenen, zibs, in systemen omdat alles moet worden ingevuld door de zorgverlener: de zibs kunnen in zijn geheel worden ingebouwd in de systemen. Dit betekent niet dat alles van de zib op het scherm aan de zorgverlener moet worden getoond. Een voordeel is wel dat gegevens uit andere systemen, gebaseerd op de zibs, ontvangen en getoond kunnen worden. Bijvoorbeeld in de kraamzorg zullen kraamverzorgenden niet alle elementen in een zib nodig hebben om hun zorg vast te leggen. Zij moeten echter wel gegevens vanuit de obstetrie of kinderarts kunnen inzien/ ontvangen. Denk aan de zib Problematiek kind; het inzien ervan is relevanter dan het invullen want niet alles kan door een kraamverzorgende worden ingevuld.
- Lange waardelijsten worden door leveranciers soms gebruikersonvriendelijk ingebouwd en aangeboden aan de zorgverlener. Het systeem moet een lange waardelijst op een gebruikersvriendelijke manier aanbieden aan de zorgverlener. Bijvoorbeeld door een waardelijst met hiërarchie te tonen en na selectie een deel van de relevante waardelijst te tonen aan de zorgverlener. Wanneer relevant, zoals bij problematiek kind, kan een grafische weergave gebruikt worden voor selectie van de relevante waarden in een waardelijst. Hierbij is gebruik van de informatiestandaard door het oogpunt van de zorgverlener belangrijk om in acht te houden.
- In een waardelijst staat bij sommige waarden een omschrijving die gebruikt moet worden als informatie aan de zorgverlener, zodat voor hen duidelijk is wat met de waarde wordt bedoeld. Bijvoorbeeld, bij de psychosociale anamnese is de zib Probleem opgenomen voor sociale problemen. Een van de problemen is een laag gezinsinkomen. In de omschrijving wordt aangegeven wat er onder een laag gezinsinkomen wordt verstaan: 'Hierbij gaat het om een netto gezinsinkomen lager dan 1000 euro per maand'. Deze beschrijving moet zichtbaar zijn voor de zorgverlener. Daarom moeten systemen deze tekst aanbieden als een informatieveld bij het element.
- In de dataset is een veld 'Operationalisatie' opgenomen. Dit veld bevat concrete aanwijzingen voor het element in de dataset. Bijvoorbeeld, bij het element Etniciteit is opgenomen 'Zorgverlener: kies uit de waardelijst de juiste etniciteit van uw patiënt, conform het schema zoals dit door de KNOV is opgesteld (zie Bron)'.
- Bij de dataset view is in de waardelijsten van de zibs 2017 veelal de Engelse term uit SNOMED CT opgenomen. Echter, voor de zorgverlener moet dit een Nederlandse zorgverlener vriendelijke term zijn. In de waardelijst op ART-DECOR is deze term beschreven in de kolom 'Omschrijving'. Het gaat dan om een Nederlandse voorkeursterm zoals opgenomen in SNOMED CT of een Nederlandse term vastgesteld in de zib. Teven is een koppeling mogelijk met de nationale terminologie server om dit soort vertalingen te automatiseren.
- In veel waardelijsten worden HL7 nullFlavors gebruikt, om het ontbreken van informatie te duiden. Hieronder een beschrijving van gebruikte HL7 nullFlavors:
- NI = geen informatie: Uit het gebruik van deze nullFlavor mag geen enkele informatie worden afgeleid. Het betekent niet meer dan dat hetbetreffende gegeven ontbreekt, zonder reden daarvoor.
- UNK = onbekend: Er is wel een waarde van toepassing, maar deze is bij de verzender niet bekend (diverse specialisaties zijn mogelijk).
- OTH = overig of soms anders: Er is geen bruikbare waarde beschikbaar binnen de waardelijst dat voor het betreffende gegeven van toepassing is (bijvoorbeeld verplicht een vocabulaire domein voor een code).
3.2 Verantwoordelijkheden voor informatie
Het systeem mag uitsluitend informatie uitwisselen die door de zorgverlener zelf is geregistreerd. Informatie die afkomstig is uit andere bronnen wordt niet uitgewisseld. Dit zorgt voor een vermindering van duplicatie en reconciliatie.
3.3 Afschermen van gegevens
Het BSN mag niet worden uitgewisseld met een PGO. Binnen FHIR wordt hiervoor gebruikgemaakt van een gemaskeerd BSN (masked BSN).
4 Referenties
| Auteur(s) | Titel | Datum | Bron | Organisatie |
|---|---|---|---|---|
| Nictiz | Ontwerp PWD 3.2 | Informatiestandaard Geboortezorg PWD 3.2 | Nictiz | |
| RIVM | Bloedonderzoek zwangeren | Verkregen op 1-8-2026 | https://www.pns.nl/professionals/bloedonderzoek-zwangeren | RIVM |
| RIVM | Draaiboek PSIE | Verkregen op 1-8-2026 | https://draaiboekpsie.nl/ | RIVM |
Referenties
5 Release notes
| Release | BITS issue | Omschrijving |
|---|---|---|
| 3.2 | GZ-1994 | Er is een verwijzing naar een patient (patient-foetus) opgenomen in scenario echo |
| GZ-1989 | In het functioneel en technisch kwalificatiemateriaal van IZK 2.0 Echo bij dataelement EFWWaarde is de LOINC code 89087-1 vervangen door 11727-5. | |
| GZ-1955 | In dataset is de eenheid van TestCode uitslag voor de groep LaboratoriumTest_Hb veranderd naar mmol/L | |
| GZ-1922 | KeuzeTest waardelijst aangepast in PWD 3.2 | |
| GZ-1914 | Verwijderen van de volgende resources:
Ligging kind, Bloedvaten navelstreng, Probleem maternaal, Verrichting maternaal, Zwangerschapsduur.
Ligging kind, Bloedvaten navelstreng, Probleem maternaal, Verrichting maternaal, Zwangerschapsduur. | |
| GZ-1913 | Data-elementen 3341, 3343 en 3344 zijn toegevoegd aan de transactie Kraam Beschikbaarstellen met kardinaliteit 1..1R. Data-element zwangerschapsduur is toegevoegd met kardinaliteit 0..1R | |
| GZ-1882 | Waardelijst aangepast naar: | |
| GZ-1869 | OrganisatieType is nu opgenomen als data-element 965 in Echo transactie. | |
| GZ-1805 | Wijzigingen in fixtures test- en kwalificatiemateriaal, tijdzone offsets gewijzigd naar GMT+02 | |
| GZ-1800 | Kardinaliteit is gewijzigd naar 0…1R in MedMij 0.1 integrale zwangerschapskaart. | |
| GZ-1523 | Terminologiekoppeling 390281000146101 | |
| GZ-1522 | In peri-dataelement-10897 terminologie koppeling toegevoegd en bijbehorende waardenlijst keuzetest aangepast.
Terminologie koppeling 1186606009 | |
| GZ-1521 | Terminologie 55621000146103 voorkeurslocatie voor zorg (waarneembare entiteit) toegevoegd aan peri32-dataelement-2938 | |
| GZ-1520 | Terminologie koppeling 842009 | |
| GZ-1519 | Volgende terminologie koppeling toegevoegd aan peri32-dataelement-10675: 249508009 *flatusincontinentie (bevinding)* | |
| GZ-1518 | peri32-dataelement-1682 onder behandeling geweest? verwijderd uit de dataset. |