Tabel met voorbeeld van klinisch relevante medicatie voor extramurale zorgverleners
terug naar pagina met aanvullende documentatie
Een instelling stelt alle medicatiegegevens die in de instelling zelf zijn vastgelegd (alle eigen bouwstenen) beschikbaar. Deze zijn voor ontvangende zorgverleners mogelijk niet allemaal relevant. Raadplegende informatiesystemen zouden de gegevens daarom kunnen filteren. Echter, sommige geneesmiddelen die tijdens een opname worden toegediend kunnen ook na ontslag nog van belang zijn. Bijvoorbeeld omdat ze een langdurige werking hebben waarvoor ook na ontslag medicatiebewaking nodig blijft. Deze zouden dus niet op voorhand weggefilterd moeten worden. Sectoren en leveranciers kunnen gezamenlijk een lijst hiervoor opstellen. Onderstaande tabel bevat een lijst met voorbeelden van geneesmiddelengroepen die klinisch relevant kunnen zijn voor extramurale zorgverleners.
| ATC-groepscode | Naam |
|---|---|
| L01 | Cytostatica |
| L03AX03 | BCG-vaccin urologie |
| L04AA23; L04AA25; L04AA26; L04AA33; L04AA34; L04AB; L04AC | Immunosuppresiva |
| B03AC; B03XA; B06AC | IJzer, epo, middelen tegen angioedeem |
| G03GA; G03GB02 | Gonadotropines (HCG etc), clomifeen |
| H01CA; H01CC; L02AE04 | Gonadoreline, hypothalamus hormonen, triptoreline |
| J06; J07 | Immunoglobulines, vaccins |
| M03AX01 | Botox |
| R03DX05 | Omalizumab |
| S01LA04; S01LA05; S01LA | Oogheelkundige anti neovasculaire stoffen |
Documenthistorie
| Versie | Datum | Omschrijving |
|---|---|---|
| 9 3.0.0-rc.2 | februari 2026 | voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes |