Tabel met voorbeeld van klinisch relevante medicatie voor extramurale zorgverleners

Uit informatiestandaarden
Versie door Paul Berendsen (overleg | bijdragen) op 26 feb 2026 om 08:28
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

terug naar FO

terug naar pagina met aanvullende documentatie Een instelling stelt alle medicatiegegevens die in de instelling zelf zijn vastgelegd (alle eigen bouwstenen) beschikbaar. Deze zijn voor ontvangende zorgverleners mogelijk niet allemaal relevant. Raadplegende informatiesystemen zouden de gegevens daarom kunnen filteren. Echter, sommige geneesmiddelen die tijdens een opname worden toegediend kunnen ook na ontslag nog van belang zijn. Bijvoorbeeld omdat ze een langdurige werking hebben waarvoor ook na ontslag medicatiebewaking nodig blijft. Deze zouden dus niet op voorhand weggefilterd moeten worden. Sectoren en leveranciers kunnen gezamenlijk een lijst hiervoor opstellen. Onderstaande tabel bevat een lijst met voorbeelden van geneesmiddelengroepen die klinisch relevant kunnen zijn voor extramurale zorgverleners.

ATC-groepscode Naam
L01 Cytostatica
L03AX03 BCG-vaccin urologie
L04AA23; L04AA25; L04AA26; L04AA33; L04AA34; L04AB; L04AC Immunosuppresiva
B03AC; B03XA; B06AC IJzer, epo, middelen tegen angioedeem
G03GA; G03GB02 Gonadotropines (HCG etc), clomifeen
H01CA; H01CC; L02AE04 Gonadoreline, hypothalamus hormonen, triptoreline
J06; J07 Immunoglobulines, vaccins
M03AX01 Botox
R03DX05 Omalizumab
S01LA04; S01LA05; S01LA Oogheelkundige anti neovasculaire stoffen

Documenthistorie

Versie Datum Omschrijving
9 3.0.0-rc.2 februari 2026 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes