Technisch Ontwerp Informatiestandaard Beeldbeschikbaarheid v2.0.0

Uit informatiestandaarden
Ga naar: navigatie, zoeken



BBS

Inhoud

1 Inleiding

Beeldbeschikbaarheid v2 geeft de technische invulling aan het beschikbaarstellen, vinden, raadplegen, delen, downloaden en uploaden van medisch beeldvormende onderzoeken en gerelateerde beeldvormingsverslagen.

De technische uitwerking bouwt voort op Beeldbeschikbaarheid v1.0.0 en sluit aan op de Europese ontwikkeling van het European Electronic Health Record Exchange Format (EEHRxF) voor medische beeldvorming.

1.1 Algemeen

Het Technisch Ontwerp vormt de technische uitwerking van het Functioneel Ontwerp Beeldbeschikbaarheid v2.0.0 en legt de afspraken vast die nodig zijn voor interoperabele implementatie door leveranciers.

Het Functioneel Ontwerp legt het functionele gedrag, de systeemrollen en de functionele transacties vast. Het Technisch Ontwerp koppelt deze aan technische actors, interoperabiliteitsprofielen, transacties, informatieobjecten en interfaces.

Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van bestaande internationale standaarden en profielen van HL7, DICOM en IHE.

1.2 Doelgroep

De primaire doelgroep bestaat uit leveranciers, architecten, ontwerpers, ontwikkelaars en testers van systemen die één of meer systeemrollen uit Beeldbeschikbaarheid implementeren.

Bekendheid met HL7 FHIR, DICOM, DICOMweb en de relevante IHE-profielen wordt verondersteld. Dit Technisch Ontwerp is geen algemene introductie tot deze standaarden, maar legt vast hoe zij binnen Beeldbeschikbaarheid worden toegepast.

1.3 Kaders & uitgangspunten

De technische uitwerking van Beeldbeschikbaarheid sluit aan op de relevante Europese en Nederlandse kaders en de daarin vastgelegde uitgangspunten.

1.3.1 Europese en Nederlandse kaders

Verordening (EU) 2025/327 betreffende de European Health Data Space (EHDS) vormt het juridische Europese kader. Medische beelden en gerelateerde beeldvormingsverslagen behoren tot de tweede groep prioritaire categorieën voor primair gebruik waarvoor de relevante bepalingen vanaf 26 maart 2031 van toepassing worden.

De technische uitwerking wordt afgestemd op het European Electronic Health Record Exchange Format (EEHRxF) en de bijbehorende Europese implementatieartefacten.

Xt-EHR heeft voor medische beeldvorming logische informatiemodellen ontwikkeld voor onder andere:

  • EHDSImagingStudy;
  • EHDSImagingReport;
  • gemeenschappelijke modellen voor patiënt, zorgverlener, organisatie, verrichting, apparaat, anatomische structuur en endpoint.

De Xt-EHR Logical Information Models versie 1.0.0 vormen een actuele technische referentie voor de Europese informatiebehoefte. Voor de concrete FHIR-representatie bestaan afzonderlijke implementatiegidsen die nog in ontwikkeling kunnen zijn.

Voor de Nederlandse situatie wordt voortgebouwd op Beeldbeschikbaarheid v1.0.0, NEN 7541 en de relevante landelijke afspraken voor gegevensuitwisseling en generieke functies.

TODO BESLUIT: Leg voor publicatie vast tegen welke exacte versies en publicatiedata van de Europese logische modellen, FHIR-implementatiegidsen, IHE-profielen en overige artefacten BBS v2 is uitgewerkt.

1.3.2 Reikwijdte Technisch Ontwerp

Beeldbeschikbaarheid specificeert de interoperabele uitwisseling tussen systemen. De interne opslagarchitectuur van een zorgaanbieder of samenwerkingsverband wordt niet voorgeschreven.

Binnen scope van het Technisch Ontwerp vallen onder andere:

  • de technische actors die aan de systeemrollen worden gekoppeld;
  • profielen en transacties voor beschikbaarstellen, zoeken, ophalen en delen;
  • de representatie en ontsluiting van onderzoeksmetadata;
  • de representatie en uitwisseling van beeldvormingsverslagen;
  • toegang tot DICOM-objecten;
  • weergave van beelden op afstand;
  • identificatie en koppeling van onderzoek en verslag;
  • technische zoekmogelijkheden;
  • foutafhandeling en relevante performance-eisen;
  • technische afhankelijkheden van generieke functies.

Het produceren en intern opslaan van DICOM-objecten en verslaginformatie binnen een bronsysteem valt buiten scope, behalve waar eisen aan deze informatie noodzakelijk zijn voor interoperabele uitwisseling.

1.3.3 Relatie Functioneel Ontwerp, Technisch Ontwerp en implementatieartefacten

Het Functioneel Ontwerp is leidend voor de functionele informatiebehoefte en de functionele systeemrollen.

Dit Technisch Ontwerp legt de technische invulling daarvan vast. Detailafspraken over profielen, resourceconformiteit, kardinaliteiten, terminologiebindingen en search parameters kunnen daarnaast in afzonderlijke implementatiegidsen en datasets worden beheerd.

De volgende traceerbaarheid wordt nagestreefd:

Functionele usecase
      ↓
Functionele transactie
      ↓
BBS-systeemrol
      ↓
Technische actor
      ↓
IHE/HL7/DICOM-profiel en transactie
      ↓
Implementatieartefact

TODO MAPPING: Voeg een traceabilitymatrix toe zodra de technische profielkeuzes zijn vastgesteld.

1.3.4 Infrastructuur

Beeldbeschikbaarheid gaat uit van uitwisseling tussen systemen en organisaties zonder één specifieke interne of landelijke deploymentarchitectuur voor te schrijven.

Een vindfunctie voor onderzoeks- en verslaggegevens kan technisch centraal, decentraal of federatief worden ingericht, mits de voor Beeldbeschikbaarheid vereiste functionaliteit interoperabel beschikbaar is.

Beeldvormende onderzoeken kunnen omvangrijk zijn. Het beschikbaarstellen van metadata wordt daarom technisch onderscheiden van het opslaan en transporteren van de daadwerkelijke DICOM-objecten. DICOM-objecten kunnen bij de oorspronkelijke bron beschikbaar blijven en op verzoek worden opgehaald of op afstand worden weergegeven.

Beeldbeschikbaarheid v1.0.0 beschreef zowel XCA-I als een MHD/WIA-gebaseerde route. BBS v2 moet aansluiten op de ontwikkeling richting FHIR- en DICOMweb-gebaseerde interfaces zonder bestaande landelijke of regionale infrastructuur zonder expliciet migratiebesluit uit te sluiten.

TODO BESLUIT: Leg de positie van XCA-I/XDS-I ten opzichte van MHD, MADO, XC-WADO en andere REST-gebaseerde profielen voor BBS v2 vast.

TODO BESLUIT: Leg vast welke infrastructuurvarianten normatief ondersteund moeten worden en waar gateways of vertalingen tussen bestaande en nieuwe interfaces zijn toegestaan.

1.3.5 Generieke functies

Uitvoering van een BBS-transactie veronderstelt dat de noodzakelijke generieke functies beschikbaar zijn.

Dit betreft ten minste:

  • identificatie en authenticatie van patiënt, vertegenwoordiger, zorgverlener, zorgaanbieder en systeem;
  • patiëntmatching;
  • autorisatie en toegangsbeleid;
  • toestemming of een andere geldige rechtsgrond;
  • lokalisatie;
  • adressering;
  • logging;
  • beveiliging, integriteit en vertrouwelijkheid;
  • eventuele noodtoegang;
  • dossier- en bewaarbeleid.

De generieke functie zelf wordt niet opnieuw door BBS gespecificeerd. Waar een technisch profiel eisen stelt aan de overdracht van identiteit, autorisatiecontext, beveiliging of logging worden deze eisen wel opgenomen of genormatief verwezen.

TODO BESLUIT: Bepaal welke landelijke en Europese implementatieprofielen voor authenticatie, autorisatie en auditlogging vanuit BBS normatief moeten worden gerefereerd.

1.4 Status en normativiteit

Beeldbeschikbaarheid v2 wordt ontwikkeld terwijl ook de Europese implementatieartefacten voor medische beeldvorming verder worden uitgewerkt.

De Xt-EHR Logical Information Models zijn beschikbaar als versie 1.0.0. De implementatiegidsen voor concrete FHIR-representaties kennen een eigen publicatie- en volwassenheidsstatus. De status van een Europese of internationale specificatie wordt daarom niet impliciet overgenomen: BBS legt per normatieve afhankelijkheid een specifieke versie vast.

Een verwijzing naar een profiel in dit Technisch Ontwerp betekent niet automatisch dat iedere BBS-implementatie dat profiel moet ondersteunen. Verplichtingen zijn gekoppeld aan de systeemrollen die een systeem declareert.

TODO NORMATIEF: Gebruik in de definitieve versie expliciet SHALL, SHOULD en MAY of de binnen Nictiz afgesproken equivalente normatieve formuleringen.


2 Usecases

De Europese usecases vormen de hoofdstructuur. De Nederlandse usecases uit Beeldbeschikbaarheid v1.0.0 worden waar passend als nationale verfijningen onder deze usecases technisch uitgewerkt.

2.1 Algemeen

De technische realisatie wordt zo veel mogelijk opgebouwd uit herbruikbare actors, transacties en informatieobjecten. Technische afspraken die voor meerdere usecases identiek zijn worden niet per usecase opnieuw gedefinieerd.

2.1.1 Technische uitgangspunten voor alle usecases

Voor de technische uitwerking gelden de volgende uitgangspunten:

  • onderzoeksmetadata en daadwerkelijke DICOM-content zijn afzonderlijke technische concepten;
  • een beeldvormingsverslag en een beeldvormend onderzoek blijven met stabiele identificatoren aan elkaar gerelateerd;
  • FHIR wordt gebruikt waar gestructureerde Europese of documentgebaseerde informatie als FHIR wordt uitgewisseld;
  • DICOM blijft de standaard voor de daadwerkelijke medische beeldobjecten;
  • DICOMweb kan worden gebruikt voor webgebaseerd zoeken en ophalen van DICOM-objecten;
  • IHE-profielen specificeren waar van toepassing de combinatie van actors, transacties en standaarden;
  • metadata bevat voldoende informatie om een onderzoek te vinden en vervolgens de relevante content te selecteren en benaderen;
  • systemen verwerken status, herkomst en versie-informatie zonder klinisch verschillende of identieke onderzoeken onjuist samen te voegen;
  • de technische interfaces ondersteunen foutafhandeling conform de onderliggende standaard of het toegepaste profiel.

2.1.2 Systemen, systeemrollen en technische actors

De systeemrollen uit het Functioneel Ontwerp worden gekoppeld aan actors uit de geselecteerde interoperabiliteitsprofielen.

Een fysiek systeem kan meerdere BBS-systeemrollen en meerdere technische actors implementeren. Een PACS of VNA kan bijvoorbeeld zowel onderzoeksmetadata beschikbaar stellen als DICOM-objecten leveren. Een EPD kan zowel metadata zoeken als verslagen of onderzoeksinformatie consumeren.

De koppeling tussen BBS-systeemrol en IHE-actor wordt normatief zodra het bijbehorende profiel voor BBS v2 is vastgesteld.

TODO MAPPING: Maak een centrale tabel met minimaal:

BBS-systeemrol Technische actor Profiel Transactie(s) Verplicht/optioneel Versie
... ... ... ... ... ...

2.1.3 Transacties en transactiegroepen

Het Functioneel Ontwerp onderscheidt functionele capabilities voor onder andere:

  • produceren;
  • beschikbaarstellen;
  • zoeken;
  • ophalen;
  • raadplegen;
  • ophalen van DICOM-objecten;
  • aanroepen van beeldweergave;
  • gericht verzenden.

De technische invulling kan verschillen afhankelijk van het type informatieobject.

Documentgebaseerde uitwisseling en resourcegebaseerde uitwisseling worden daarbij onderscheiden. De keuze voor een technische interface is gekoppeld aan de BBS-systeemrol en de informatie die wordt uitgewisseld.

2.1.4 Interoperabiliteitsprofielen en standaarden

Voor BBS v2 zijn de volgende internationale profielen en standaarden relevant.

Profiel / standaard Technische functie Relevante transactie Status binnen BBS v2
HL7 FHIR Gestructureerde uitwisseling van documenten, resources en metadata FHIR REST / document Bundle Basisstandaard; exacte profielen nog vast te stellen
DICOM Modellering en opslag van medische beeldobjecten DICOM services / objectmodel Basisstandaard
DICOMweb Webgebaseerd zoeken, opslaan en ophalen van DICOM-objecten o.a. QIDO-RS, WADO-RS Relevant voor beeldtoegang
IHE MHD Publiceren, zoeken en ophalen van gezondheidsdocumenten via FHIR ITI-65, ITI-67, ITI-68 Kandidaat voor documentgebaseerde uitwisseling
IHE QEDm Zoeken en ophalen van bestaande gegevens als FHIR-resources PCC-44 Kandidaat voor resourcegebaseerde uitwisseling
IHE MADO Manifestgebaseerde toegang tot DICOM-objecten o.a. WADO-RS Retrieve [RAD-107] Kandidaat voor onderzoeksmetadata en toegang tot beeldcontent
IHE XC-WADO Webgebaseerde toegang tot DICOM-objecten over communitygrenzen RAD-160 Kandidaat voor cross-community beeldtoegang
IHE IID Gestandaardiseerd aanroepen van een beeldviewer RAD-106 Kandidaat voor weergave op afstand
IHE XCA-I Cross-community zoeken en ophalen van imaginginformatie ITI-38, ITI-39, RAD-75 Bestaand uit BBS v1; positie in v2 nog vast te stellen
IHE WIA Webgebaseerde toegang tot imaginginformatie o.a. QIDO-RS en WADO-RS Bestaand uit BBS v1; relatie met v2-profielen nog vast te stellen

MHD versie 4.x is gebaseerd op FHIR R4 en definieert onder andere Provide Document Bundle [ITI-65], Find Document References [ITI-67] en Retrieve Document [ITI-68].

QEDm versie 3.0.0 is eveneens gebaseerd op FHIR R4 en gebruikt Mobile Query Existing Data [PCC-44].

MADO specificeert een manifest waarmee een consumer voldoende informatie ontvangt om de bij een onderzoek behorende DICOM-content te identificeren en te benaderen. De FHIR-representatie van het MADO-manifest is een document Bundle met onder andere Composition, ImagingStudy en Endpoint-resources.

MADO en Imaging Study Manifest zijn geen synoniemen: MADO is een interoperabiliteitsprofiel; het manifest is een informatieobject dat binnen dat profiel wordt gebruikt.

TODO BESLUIT: Stel vast welke profielen onderdeel worden van de BBS v2 baseline en welke als alternatieve of transitionele route zijn toegestaan.

TODO BESLUIT: Stel vast of BBS v2 primair op FHIR R4, FHIR R5 of een combinatie van vastgepinde Europese implementatiegidsen profileert.

2.1.5 Mapping EHDS-usecases en Nederlandse usecases

De Nederlandse usecases worden technisch gekoppeld aan de Europese capabilities zonder daarmee te veronderstellen dat iedere Nederlandse eis onderdeel is van de Europese baseline.

EHDS-usecase Nederlandse verfijning Technische focus
Beschikbaarstellen medisch beeldvormend onderzoek Beschikbaarstellen beeldgegevens t.b.v. tijdlijn Onderzoeksmetadata vindbaar maken en toegang tot DICOM-content mogelijk maken
Beschikbaarstellen beeldvormingsverslag Beschikbaarstellen verslaggegevens t.b.v. tijdlijn Verslag en verslagmetadata vindbaar en opvraagbaar maken
Delen en gebruiken onderzoek en/of verslag Raadplegen tijdlijngegevens Zoeken en selecteren
Delen en gebruiken onderzoek en/of verslag Raadplegen verslag Ophalen of verwerken van verslag
Delen en gebruiken onderzoek en/of verslag Raadplegen beeld DICOM-content ophalen of op afstand tonen
Delen en gebruiken onderzoek en/of verslag Sturen beeld Nederlandse route voor gerichte overdracht
Delen en gebruiken onderzoek en/of verslag Sturen verslag Nederlandse route voor gerichte overdracht
Patiëntinzage en downloaden Geen BBS v1-equivalent Patiëntgerichte toegang
Patiënt deelt of uploadt Geen BBS v1-equivalent Patiëntgerichte aanlevering


2.2 EHDS-usecase 1: Beschikbaarstellen medisch beeldvormend onderzoek

Een beeldvormend onderzoek bestaat technisch uit DICOM-objecten en metadata waarmee deze content kan worden geïdentificeerd, gevonden en benaderd.

De EEHRxF-representatie betreft de onderzoeksmetadata en vervangt niet de DICOM-content zelf.

2.2.1 Technische uitwerking

De technische capability bestaat uit twee afzonderlijke verantwoordelijkheden:

  1. beschikbaarstellen van voldoende onderzoeksmetadata om het onderzoek te vinden en selecteren;
  2. beschikbaarstellen van een technisch endpoint of andere route waarmee de geselecteerde DICOM-content kan worden opgehaald of weergegeven.

Een Imaging Study Manifest kan hiervoor een technische representatie zijn.

TODO BESLUIT: Stel vast of een Imaging Study Manifest in BBS v2 verplicht, conditioneel verplicht of optioneel is.

2.2.1.1 Systeemrollen en actors

Een bronsysteem voor beeldvorming kan onder andere de verantwoordelijkheden vervullen voor:

  • produceren van DICOM-objecten;
  • produceren van onderzoeksmetadata;
  • publiceren van onderzoeksmetadata;
  • leveren van een manifest;
  • leveren van DICOM-objecten;
  • aanbieden van een viewer.

PACS, VNA, modaliteit, RIS en EPD kunnen afhankelijk van de implementatie één of meer van deze verantwoordelijkheden vervullen.

TODO MAPPING: Koppel de functionele systeemrollen aan de definitieve MHD-, MADO-, QEDm-, WIA-, XC-WADO- en/of andere IHE-actors.

2.2.1.2 Profielen en transacties

Voor het beschikbaarstellen van onderzoeksmetadata zijn MHD en QEDm relevante kandidaten, afhankelijk van de keuze voor document- of resourcegebaseerde uitwisseling.

Voor toegang tot de daadwerkelijke beelden zijn DICOMweb en de IHE-profielen MADO, XC-WADO en eventueel WIA relevant.

Een MADO-manifest bevat onder andere de identificatoren en endpoints die nodig zijn om een onderzoek en de bijbehorende series en instances te benaderen. WADO-RS Retrieve [RAD-107] ondersteunt retrieval op study-, series- en instance-niveau.

TODO BESLUIT: Leg vast welke combinatie van discovery en retrieval voor nationale, regionale en grensoverschrijdende situaties verplicht wordt.

2.2.1.3 Informatieobjecten en mapping

De onderzoeksmetadata worden gebaseerd op het Europese logische model EHDSImagingStudy.

Belangrijke technische concepten zijn onder andere:

  • patiëntidentificatie;
  • identificatie van het metadataobject;
  • Study Instance UID;
  • series- en instance-identificatoren;
  • modaliteit;
  • anatomische regio;
  • onderzoeks- en proceduregegevens;
  • accession number en overige orderidentificatoren;
  • endpoints voor toegang tot beeldcontent;
  • bron- en herkomstinformatie.

De Study Instance UID blijft de primaire wereldwijd unieke DICOM-identificatie van een onderzoek.

TODO MAPPING: Leg de mapping vast tussen het EHDSImagingStudy-model, de gekozen FHIR-profielen en relevante DICOM-attributen.


2.2.2 Nederlandse verfijning: BBS1-usecase 2 – Beschikbaarstellen beeldgegevens t.b.v. tijdlijn

Voor de Nederlandse tijdlijn worden voldoende onderzoeksmetadata beschikbaar gesteld om onderzoeken te kunnen vinden, filteren en selecteren zonder dat de DICOM-content zelf naar een centrale vindvoorziening hoeft te worden gekopieerd.

2.2.2.1 Systeemrollen en actors

De BBS-systeemrollen zijn:

  • BeeldGegevensBeschikbaarstellendSysteem (BBS-BGB);
  • BeeldGegevensOntvangendSysteem (BBS-BGO).

TODO MAPPING: Koppel BBS-BGB en BBS-BGO aan de definitieve technische actors.

2.2.2.2 Profielen en transacties

De technische interface moet metadata beschikbaar kunnen stellen aan een centrale, decentrale of federatieve vindfunctie.

BBS v1 gebruikte hiervoor document-sharingmetadata. Voor BBS v2 wordt vastgesteld of deze capability via MHD, een FHIR-resource-interface, bestaande XDS/XCA-infrastructuur of een combinatie daarvan wordt gerealiseerd.

TODO BESLUIT: Selecteer de normatieve publicatie-/registratietransactie.

2.2.2.3 Informatieobjecten en mapping

De vindbare metadata bevat minimaal voldoende identificerende en klinische kenmerken om het onderzoek aan de juiste patiënt te koppelen, te onderscheiden van andere onderzoeken en een vervolgactie voor raadplegen mogelijk te maken.

TODO MAPPING: Werk de tijdlijnmetadata uit tegen EHDSImagingStudy, DocumentReference en/of andere gekozen FHIR-resources.


2.3 EHDS-usecase 2: Beschikbaarstellen beeldvormingsverslag

Een beeldvormingsverslag bevat de klinische interpretatie van één of meer beeldvormende onderzoeken en blijft technisch gekoppeld aan de onderzoeken waarop het verslag betrekking heeft.

2.3.1 Technische uitwerking

Het Europese EHDSImagingReport-logische model vormt het uitgangspunt voor de inhoudelijke Europese representatie.

Het model bevat onder andere gegevens over patiënt, auteur, documentstatus, type, zorgcontext, aanvraag, verrichting, bevindingen, conclusie, aanbevelingen en de gerelateerde imaging study metadata.

2.3.1.1 Systeemrollen en actors

EPD/EHR, RIS en verslagleggingssystemen kunnen de verantwoordelijkheid vervullen voor het produceren of beschikbaarstellen van een verslag.

Een repository, document sharing component of FHIR-server kan de verantwoordelijkheid vervullen voor het zoeken en ophalen van het verslag.

TODO MAPPING: Koppel de functionele producent-, toegangsverlener- en consumerrollen aan de definitieve IHE-actors.

2.3.1.2 Profielen en transacties

Voor documentgebaseerde uitwisseling is MHD een kandidaat:

  • ITI-65 voor het aanbieden van documenten;
  • ITI-67 voor het vinden van documentreferenties;
  • ITI-68 voor het ophalen van een document.

Voor resourcegebaseerde toegang kan QEDm/PCC-44 of een Europese FHIR-interface worden toegepast indien het verslag als samenhangende FHIR-resources wordt verwerkt.

TODO BESLUIT: Leg vast of het beeldvormingsverslag binnen BBS v2 als FHIR document, FHIR-resources en/of een aanvullende gerenderde representatie moet worden geleverd.

2.3.1.3 Informatieobjecten en mapping

De technische representatie moet zowel de klinische verslaginhoud als metadata voor identificatie, zoeken, status en herkomst ondersteunen.

Het verslag bevat een expliciete technische relatie naar het betreffende beeldvormende onderzoek of de betreffende onderzoeken.

TODO MAPPING: Werk EHDSImagingReport uit naar de gekozen Nederlandse FHIR-implementatie en leg de relatie naar EHDSImagingStudy vast.


2.3.2 Nederlandse verfijning: BBS1-usecase 1 – Beschikbaarstellen verslaggegevens t.b.v. tijdlijn

Voor de Nederlandse tijdlijn worden voldoende verslagmetadata beschikbaar gesteld om een verslag te vinden en aan het juiste beeldvormende onderzoek te koppelen.

2.3.2.1 Systeemrollen en actors

De BBS-systeemrollen zijn:

  • VerslagGegevensBeschikbaarstellendSysteem (BBS-VGB);
  • VerslagGegevensOntvangendSysteem (BBS-VGO).

TODO MAPPING: Koppel BBS-VGB en BBS-VGO aan de geselecteerde technische actors.

2.3.2.2 Profielen en transacties

De technische interface ondersteunt het publiceren of ontsluiten van verslagmetadata en het actualiseren daarvan bij een statuswijziging, addendum of rectificatie.

TODO BESLUIT: Selecteer de normatieve publicatie-/registratietransactie.

2.3.2.3 Informatieobjecten en mapping

Verslagmetadata moet de koppeling met patiënt en onderzoek ondersteunen en voldoende informatie leveren voor presentatie in de tijdlijn.

TODO MAPPING: Leg de relatie vast tussen tijdlijnmetadata, EHDSImagingReport en eventuele MHD DocumentReference-metadata.


2.4 EHDS-usecase 3: Delen en gebruiken medisch beeldvormend onderzoek en/of gerelateerd verslag

Deze usecase combineert discovery met het vervolgens ophalen of weergeven van geselecteerde beeldvormende informatie.

2.4.1 Technische uitwerking

De technische flow bestaat conceptueel uit:

  1. patiënt en toegangscontext bepalen;
  2. beschikbare onderzoeks- en verslagmetadata zoeken;
  3. relevante informatie selecteren;
  4. verslag of metadata ophalen;
  5. DICOM-content geheel of gedeeltelijk ophalen of op afstand weergeven.

Discovery en content retrieval hoeven niet door hetzelfde protocol of dezelfde infrastructuurcomponent te worden uitgevoerd.

2.4.1.1 Systeemrollen en actors

De consumer kan een EPD/EHR, PACS, diagnostische werkplek, viewer of andere zorgtoepassing zijn.

De bron kan bestaan uit een documentrepository/FHIR-server voor metadata en verslagen en een PACS/VNA voor de feitelijke DICOM-content.

2.4.1.2 Profielen en transacties

Relevante technische capabilities zijn:

  • MHD ITI-67 voor document discovery;
  • MHD ITI-68 voor document retrieval;
  • QEDm PCC-44 voor resourcegebaseerd zoeken;
  • WADO-RS voor DICOM retrieval;
  • XC-WADO voor cross-community DICOMweb-toegang;
  • IID voor het aanroepen van een externe viewer.

TODO BESLUIT: Stel per deploymentcontext vast welke transacties SHALL, SHOULD of MAY zijn.

2.4.1.3 Informatieobjecten en mapping

Zoekresultaten moeten voldoende informatie bevatten om vervolgtransacties uit te voeren zonder onbetrouwbare matching op vrije tekst.

Stabiele identifiers en endpoints worden daarom behouden tussen discovery, selectie en retrieval.


2.4.2 Nederlandse verfijning: BBS1-usecase 3 – Raadplegen tijdlijngegevens

De Nederlandse tijdlijn combineert vindbare onderzoeks- en verslagmetadata tot een klinisch bruikbaar overzicht.

2.4.2.1 Systeemrollen en actors

De raadplegende toepassing consumeert onderzoeks- en verslagmetadata uit de beschikbare vindfunctie(s).

TODO MAPPING: Neem de definitieve BBS-systeemrollen uit ART-DECOR over en koppel deze aan de geselecteerde consumer- en source-actors.

2.4.2.2 Profielen en transacties

BBS v1 ondersteunde tijdlijnquery's via XCA-I en MHD. BBS v2 behoudt de functionele capability, maar de technische interface wordt opnieuw vastgesteld tegen de Europese FHIR- en imagingprofielen.

TODO BESLUIT: Bepaal of één uniforme query-interface wordt vereist of dat meerdere interoperabele routes worden ondersteund.

2.4.2.3 Informatieobjecten en mapping

De tijdlijn gebruikt metadata en haalt niet standaard de volledige DICOM-content op.

De technische mapping van de zoek- en resultaatkenmerken wordt uitgewerkt in hoofdstuk Zoeken en presenteren van de tijdlijn.


2.4.3 Nederlandse verfijning: BBS1-usecase 4 – Raadplegen verslag

Een gebruiker kan vanuit een zoekresultaat of andere bekende verwijzing een geselecteerd beeldvormingsverslag ophalen.

2.4.3.1 Systeemrollen en actors

De BBS-systeemrollen voor raadplegen en beschikbaarstellen van verslag worden gekoppeld aan de consumer- en source-actors van het gekozen profiel.

2.4.3.2 Profielen en transacties

MHD Retrieve Document [ITI-68] is een kandidaat wanneer het verslag als document beschikbaar is.

Voor een resourcegebaseerde representatie kan een FHIR REST-interface worden gebruikt.

TODO BESLUIT: Bepaal de verplichte technische representatie(s) van het verslag.

2.4.3.3 Informatieobjecten en mapping

Het ontvangen verslag behoudt patiënt-, document-, auteur-, status- en onderzoeksidentificatie zodat de context van het verslag eenduidig kan worden vastgesteld.


2.4.4 Nederlandse verfijning: BBS1-usecase 5 – Raadplegen beeld

Een gebruiker kan het volledige beeldvormende onderzoek, een serie of een afzonderlijk DICOM-object benaderen.

2.4.4.1 Systeemrollen en actors

De BBS-systeemrollen zijn:

  • BeeldRaadplegendSysteem (BBS-BR);
  • BeeldBeschikbaarstellendSysteem (BBS-BB).

2.4.4.2 Profielen en transacties

WADO-RS ondersteunt het ophalen van DICOM-content op study-, series- en instance-niveau.

MADO kan metadata en endpoints leveren die de consumer gebruikt om deze retrieval uit te voeren.

XC-WADO is relevant wanneer webgebaseerde toegang over communitygrenzen nodig is.

IID kan worden toegepast wanneer de beelden niet naar de lokale toepassing worden overgebracht maar via een externe viewer worden gepresenteerd.

TODO BESLUIT: Bepaal wanneer lokale retrieval, cross-community retrieval en remote viewing verplicht of optioneel zijn.

2.4.4.3 Informatieobjecten en mapping

De retrieval gebruikt DICOM-identificatoren zoals Study Instance UID, Series Instance UID en SOP Instance UID.

Een FHIR- of manifestrepresentatie van de onderzoeksmetadata vervangt deze DICOM-identificatoren niet.


2.4.5 Nederlandse verfijning: BBS1-usecase 6 – Sturen beeld

Gericht verzenden van beelden is een Nederlandse aanvullende route voor overdracht aan een bekende ontvanger.

De beschikbaarheids- en raadpleegfuncties blijven leidend; gericht verzenden vormt geen vervanging van discovery wanneer beschikbaarstelling volgens de landelijke afspraken vereist is.

2.4.5.1 Systeemrollen en actors

De verzendende en ontvangende systemen moeten elkaar vooraf kunnen identificeren en technisch adresseren.

2.4.5.2 Profielen en transacties

TODO BESLUIT: Selecteer de technische standaard voor gericht verzenden van beelden. Kandidaten moeten worden beoordeeld op ondersteuning van grote DICOM-objecten, foutafhandeling, hervatten en overdracht van de benodigde metadata.

2.4.5.3 Informatieobjecten en mapping

De overdracht behoudt de DICOM-identificatoren, patiëntcontext, herkomst en koppeling met het bijbehorende verslag.


2.4.6 Nederlandse verfijning: BBS1-usecase 7 – Sturen verslag

Gericht verzenden van een verslag is een Nederlandse aanvullende route voor overdracht aan een bekende ontvanger.

2.4.6.1 Systeemrollen en actors

De verzendende en ontvangende systemen moeten elkaar vooraf kunnen identificeren en technisch adresseren.

2.4.6.2 Profielen en transacties

TODO BESLUIT: Selecteer de technische standaard voor gericht verzenden van verslagen en bepaal de relatie met de documentgebaseerde Europese uitwisseling.

2.4.6.3 Informatieobjecten en mapping

Het verslag behoudt documentidentificatie, patiëntcontext, herkomst, status en verwijzingen naar het bijbehorende onderzoek.


2.5 EHDS-usecase 4: Patiëntinzage en downloaden van onderzoek en/of verslag

Een patiënt of bevoegde vertegenwoordiger kan eigen onderzoeken en verslagen zoeken, bekijken en downloaden.

2.5.1 Technische uitwerking

Waar dezelfde klinische informatieobjecten worden gebruikt, wordt voorkomen dat voor patiënttoegang een inhoudelijk afwijkend formaat ontstaat zonder technische noodzaak.

Patiëntgerichte toegang vereist wel een andere authenticatie-, autorisatie- en gebruikscontext dan professionele toegang.

2.5.1.1 Systeemrollen en actors

Patiëntportaal, PGO of andere patiënttoepassing vervult de consumerrol.

Onderzoeks- en verslagbronnen blijven verantwoordelijk voor het interoperabel beschikbaarstellen van de informatie.

2.5.1.2 Profielen en transacties

Dezelfde discovery-, document-retrieval- en DICOM-retrievalcapabilities kunnen technisch worden hergebruikt indien het gekozen toegangsprofiel dit toestaat.

TODO BESLUIT: Leg de relatie vast met de Nederlandse patiënttoegangsarchitectuur en de relevante Europese patient-access-specificaties.

2.5.1.3 Informatieobjecten en mapping

Gedownloade informatie behoudt voldoende context en metadata om patiënt, onderzoek, verslag, bron, status en technische representatie buiten het bronsysteem te kunnen herkennen.


2.6 EHDS-usecase 5: Patiënt deelt of uploadt onderzoek en/of verslag

Een patiënt of bevoegde vertegenwoordiger kan beeldvormende informatie aan een zorgverlener beschikbaar stellen.

2.6.1 Technische uitwerking

Patiënt-aangeleverde informatie wordt technisch onderscheiden van informatie die reeds als professioneel gevalideerd onderdeel van het zorgdossier beschikbaar was.

Upload betekent daarom niet automatisch opname in het professionele dossier.

2.6.1.1 Systeemrollen en actors

De patiënttoepassing of uploadvoorziening levert de informatie aan een ontvangende zorgtoepassing of gecontroleerde ontvangstomgeving.

2.6.1.2 Profielen en transacties

TODO BESLUIT: Selecteer de technische interfaces voor upload van verslagdocumenten, metadata en DICOM-content.

Bij selectie moet rekening worden gehouden met bestandsgrootte, malwarecontrole, integriteitscontrole en betrouwbare koppeling aan de juiste patiënt.

2.6.1.3 Informatieobjecten en mapping

Waar de oorspronkelijke bron en identifiers bekend zijn blijven deze behouden.

Aanvullend wordt vastgelegd:

  • dat de informatie door een patiënt of vertegenwoordiger is aangeleverd;
  • wanneer de informatie is ontvangen;
  • welke actor de upload heeft uitgevoerd;
  • welke technische validaties zijn uitgevoerd;
  • of de gegevens professioneel zijn beoordeeld of in het dossier zijn opgenomen.


3 Non-EHDS-usecases – Alleen landelijk gebruik

3.1 Algemeen

Op dit moment worden geen afzonderlijke bestaande BBS v1-usecases uitsluitend in dit hoofdstuk geplaatst.

Nieuwe nationale usecases die niet logisch onder een Europese usecase kunnen worden gepositioneerd kunnen hier later worden toegevoegd.

Voor een dergelijke usecase wordt minimaal vastgelegd:

  • de nationale grondslag;
  • waarom deze niet onder een EHDS-usecase valt;
  • de systeemrollen;
  • informatieobjecten;
  • technische transacties;
  • eventuele gevolgen voor Europese interoperabiliteit.


4 Aanvullende technische informatie

Usecase-overstijgende technische afspraken gelden voor alle relevante systeemrollen.

4.1 Aanwijzingen/eisen voor implementatie van systemen

4.1.1 Eenheid van taal

Semantische interoperabiliteit vereist dat gecodeerde gegevens door producer en consumer dezelfde betekenis behouden.

Voor beeldvormingsspecifieke gegevens wordt waar mogelijk aangesloten op terminologie die reeds onderdeel is van DICOM en de Europese modellen. Voor klinische concepten worden Europese en Nederlandse terminologieafspraken toegepast.

Relevante terminologiestelsels zijn onder andere:

  • SNOMED CT;
  • DICOM Controlled Terminology;
  • LOINC;
  • UCUM;
  • HL7 Terminology;
  • RadLex, waar specifiek voorgeschreven.

De exacte bindingssterkte en ValueSets worden niet zelfstandig in dit hoofdstuk gedefinieerd maar in de bijbehorende dataset of implementatiegids vastgelegd.

TODO MAPPING: Leg per gecodeerd element de ValueSet, versie en bindingssterkte vast.

4.1.2 Internationale interoperabiliteitsstandaarden

De technische architectuur combineert drie hoofdlagen:

  1. HL7 FHIR voor gestructureerde gezondheidsinformatie, metadata en document-/resource-interfaces;
  2. DICOM en DICOMweb voor de daadwerkelijke medische beeldinformatie en bijbehorende imagingservices;
  3. IHE-profielen om actors, transacties en combinaties van deze standaarden interoperabel te specificeren.

MHD biedt een FHIR R4-gebaseerde document-sharinginterface.

QEDm biedt een FHIR R4-gebaseerde query-interface voor bestaande klinische resources.

MADO specificeert manifestgebaseerde toegang tot DICOM-objecten en ondersteunt zowel een DICOM KOS-representatie als een FHIR Imaging Study Manifest.

XC-WADO richt zich op webgebaseerde toegang tot DICOM-objecten over communitygrenzen.

IID ondersteunt het gestandaardiseerd aanroepen van een image display.

XCA-I en WIA zijn onderdeel van de technische basis van Beeldbeschikbaarheid v1.0.0 en worden bij de definitieve v2-architectuur beoordeeld op continuering, migratie of co-existentie.

4.1.3 Koppeling onderzoek en verslag

Een verslag en het onderzoek waarop het betrekking heeft mogen niet uitsluitend op basis van tekstuele kenmerken aan elkaar worden gekoppeld.

Waar beschikbaar worden stabiele technische identifiers gebruikt, waaronder:

  • Study Instance UID;
  • accession number met de juiste issuerscope;
  • order- of aanvraagidentificatie;
  • documentidentificatie;
  • expliciete FHIR-references;
  • patiëntidentificatie binnen de juiste identificatiescope.

De Study Instance UID is wereldwijd uniek voor een DICOM Study.

Een accession number is doorgaans lokaal uitgegeven en wordt alleen als eenduidige identifier gebruikt in combinatie met de benodigde issuer- of organisatiescope.

Het EHDSImagingReport-model kan imaging study metadata expliciet relateren aan het verslag. De concrete FHIR-mapping van deze relatie wordt in de implementatiegids vastgesteld.

TODO MAPPING: Leg normatief vast welke identifiers producer en consumer SHALL ondersteunen voor onderzoek-verslagkoppeling.

4.1.4 Zoeken en presenteren van de tijdlijn

De tijdlijn is een Nederlandse verfijning en geen generieke presentatie-eis voor alle EHDS-implementaties.

De technische zoekfunctie levert voldoende metadata om onderzoeken en verslagen te vinden, te filteren, te sorteren en aan elkaar te koppelen.

Relevante zoek- en resultaatkenmerken zijn onder andere:

Kenmerk Technische functie Mapping
Patiëntidentificatie Selectie van gegevens van de juiste patiënt TODO MAPPING
Document-/informatietype Onderscheid verslag, onderzoeksmetadata en overige ondersteunde objecten TODO MAPPING
Modaliteit Filteren van beeldvormende onderzoeken TODO MAPPING
Onderzoeksdatum/periode Selectie en chronologische presentatie TODO MAPPING
Anatomische regio Klinische filtering TODO MAPPING
Study Instance UID Gerichte identificatie van een DICOM Study TODO MAPPING
Accession number Koppeling aan aanvraag/onderzoek binnen de juiste scope TODO MAPPING
Orderidentificatie Koppeling aan oorspronkelijke aanvraag TODO MAPPING
Documentidentificatie Gerichte documentselectie TODO MAPPING
Verrichtingcode Identificatie van het uitgevoerde onderzoek TODO MAPPING
Auteur / organisatie / land Herkomstinformatie TODO MAPPING
Status Onderscheid tussen actuele, vervangen of ingetrokken informatie TODO MAPPING

BBS v1 mapt een deel van deze functionaliteit op XDS/XCA-metadata en MHD DocumentReference. Voor BBS v2 wordt een nieuwe mapping opgesteld tegen de definitief geselecteerde Europese en Nederlandse FHIR-profielen.

TODO MAPPING: Voeg per ondersteund profiel de concrete search parameters en response-elementen toe.

4.1.5 Grote DICOM-objecten en performance

De feitelijke beeldcontent kan aanzienlijk groter zijn dan de metadata en verslaginformatie. Technische implementaties mogen daarom niet veronderstellen dat een volledige imaging study op dezelfde wijze kan worden getransporteerd als een regulier klinisch document.

De implementatie houdt rekening met:

  • omvang van het onderzoek;
  • beschikbare bandbreedte;
  • time-outs;
  • tussenliggende gateways en proxies;
  • geheugen- en opslaggebruik;
  • foutafhandeling;
  • onderbroken overdracht;
  • detectie van een incomplete ontvangst;
  • retrieval op study-, series- of instance-niveau;
  • selectieve retrieval;
  • remote viewing als alternatief voor lokale overdracht.

WADO-RS ondersteunt retrieval op verschillende niveaus van de DICOM-hiërarchie en maakt daardoor selectieve retrieval mogelijk.

Een gedeeltelijk ontvangen onderzoek mag niet zonder waarschuwing als volledig onderzoek worden gepresenteerd.

TODO BESLUIT: Definieer meetbare performance-eisen voor tijdkritische situaties.

TODO BESLUIT: Bepaal eisen voor time-out, retry, resumability en maximale responstijden voor de geselecteerde transacties.

4.1.6 Herkomst, integriteit en patiënt-aangeleverde gegevens

Ontvangen informatie bevat voldoende technische metadata om de herkomst te kunnen beoordelen.

Afhankelijk van het informatieobject betreft dit onder andere:

  • patiënt;
  • auteur of verantwoordelijke zorgverlener;
  • verantwoordelijke organisatie;
  • bronsysteem;
  • vervaardigings- of onderzoeksdatum;
  • document- of resourceidentifier;
  • status;
  • land of uitwisselingscontext;
  • technische integriteitsinformatie.

Patiënt-aangeleverde gegevens blijven als zodanig herkenbaar totdat zij volgens het geldende zorgproces zijn beoordeeld.

Waar technisch mogelijk blijft de oorspronkelijke provenance behouden naast informatie over de patiënt-upload zelf.

4.1.7 Actualiteit, addenda en rectificaties

Een eenmaal beschikbaar gesteld verslag of metadataobject kan later een gewijzigde status krijgen of worden aangevuld.

Implementaties ondersteunen daarom voldoende versie- en statusinformatie om:

  • een actuele versie te herkennen;
  • een ingetrokken of vervangen versie niet ongemerkt als actueel te presenteren;
  • addenda en rectificaties aan het oorspronkelijke verslag te koppelen;
  • wijzigingen door te geven aan de gebruikte vindfunctie;
  • auditinformatie te behouden.

TODO MAPPING: Leg de mapping vast naar FHIR status-, versionerings- en relatie-elementen van de geselecteerde profielen.

4.1.8 Logging, beveiliging en autorisatie

Alle interfaces worden gebruikt binnen een beveiligde en geautoriseerde context.

Voor iedere relevante transactie moet technisch kunnen worden vastgesteld:

  • welke natuurlijke persoon of welk systeem de handeling uitvoert;
  • namens welke organisatie de handeling plaatsvindt;
  • op welke patiënt de handeling betrekking heeft;
  • welke informatieobjecten zijn gezocht, geraadpleegd, verzonden, gedownload of geüpload;
  • wat de uitkomst van de transactie was.

Transportbeveiliging en integriteitscontrole volgen minimaal de eisen van de gebruikte onderliggende profielen en de toepasselijke landelijke of Europese beveiligingskaders.

TODO BESLUIT: Leg vast welke security-, authorization- en auditprofielen normatief worden toegepast en welke eisen door generieke voorzieningen buiten BBS worden ingevuld.


4.2 Informatieobjecten en gegevensmodel

BBS v2 maakt technisch onderscheid tussen ten minste vier concepten:

Concept Functie Technische representatie
Beeldvormingsverslag Klinische observaties, interpretatie, conclusie en advies EHDSImagingReport / nader vast te stellen FHIR-profielen
Imaging Study Metadata Gestructureerde metadata over het beeldvormend onderzoek EHDSImagingStudy / nader vast te stellen FHIR-profielen
Imaging Study Manifest Overdraagbaar metadataobject waarmee inhoud en locaties van een onderzoek kunnen worden beschreven Bijvoorbeeld MADO FHIR document Bundle en/of DICOM KOS
DICOM Study Content De daadwerkelijke beelden en overige DICOM-objecten DICOM-objecten

De EEHRxF-representatie van een imaging study betreft metadata over het onderzoek en niet de daadwerkelijke pixel- of mediacontent.

EHDSImagingStudy bevat kerninformatie over het onderzoek en kan verwijzingen of endpoints bevatten naar de content. De DICOM Study zelf blijft georganiseerd volgens de DICOM-hiërarchie:

Study
  └── Series
        └── Instance

Een Imaging Study Manifest kan deze structuur en de benodigde toegangsinformatie beschrijven zonder de volledige beeldcontent zelf te bevatten.

Het MADO FHIR Imaging Study Manifest is een FHIR document Bundle. De centrale ImagingStudy-resource bevat de onderzoeksstructuur; aanvullende resources leveren context over patiënt, maker, aanvraag en endpoints voor toegang tot de content.

TODO BESLUIT: Bepaal welke manifestrepresentaties binnen BBS v2 SHALL worden ondersteund.

TODO MAPPING: Maak een volledige mapping tussen:

  • EHDSImagingStudy;
  • EHDSImagingReport;
  • MADO;
  • relevante DICOM-attributen;
  • BBS-dataset;
  • eventuele MHD DocumentReference-metadata.


4.3 Kwalificatie en conformiteit

Conformiteit wordt beoordeeld per BBS-systeemrol die een implementatie declareert.

Een kwalificatiescenario kan meerdere technische profielen combineren wanneer dat nodig is om een volledige BBS-usecase uit te voeren.

De toetsing omvat waar van toepassing:

  • correcte productie van de vereiste informatieobjecten;
  • correcte verwerking van verplichte metadata;
  • discovery en filtering;
  • correcte onderzoek-verslagkoppeling;
  • document retrieval;
  • DICOM retrieval;
  • remote viewing;
  • foutafhandeling;
  • grote onderzoeken en incomplete overdrachten;
  • status, addenda en rectificaties;
  • terminologie;
  • patiëntgerichte download of upload;
  • relevante security- en logginguitkomsten.

Een systeem hoeft alleen conformiteit aan te tonen voor de systeemrollen en opties die het declareert, tenzij een required grouping in het gekozen IHE-profiel aanvullende actors verplicht stelt.

TODO BESLUIT: Definieer de verplichte profielcombinaties per BBS-systeemrol.

TODO BESLUIT: Bepaal welke bestaande IHE Connectathon-tests of andere internationale testartefacten kunnen worden hergebruikt.


4.4 Begrippenlijst

Begrip Omschrijving
BBS Beeldbeschikbaarheid.
DICOM Digital Imaging and Communications in Medicine; standaard voor medische beeldvormende informatie en bijbehorende diensten.
DICOMweb REST-gebaseerde DICOM-diensten voor onder andere zoeken, opslaan en ophalen.
EEHRxF European Electronic Health Record Exchange Format.
EHDS European Health Data Space.
EHDSImagingReport Europees logisch informatiemodel voor het beeldvormingsverslag.
EHDSImagingStudy Europees logisch informatiemodel voor metadata over een beeldvormend onderzoek.
FHIR Fast Healthcare Interoperability Resources.
IHE Integrating the Healthcare Enterprise.
Imaging Study Manifest Metadataobject waarmee de inhoud, identificatoren en toegangslocaties van een beeldvormend onderzoek kunnen worden beschreven.
MADO IHE Manifest-based Access to DICOM Objects; interoperabiliteitsprofiel voor manifestgebaseerde toegang tot DICOM-objecten.
MHD IHE Mobile access to Health Documents.
QEDm IHE Query for Existing Data for Mobile.
IID IHE Invoke Image Display.
XC-WADO IHE Cross-Community Web-Based Access to DICOM Objects.
XCA-I IHE Cross-Community Access for Imaging.
Study Instance UID Wereldwijd unieke DICOM-identificatie van een imaging study.
WADO-RS DICOMweb-dienst voor REST-gebaseerd ophalen van DICOM-objecten.


5 Referenties

  • Verordening (EU) 2025/327 betreffende de European Health Data Space.
  • Xt-EHR – Medical images and reports / D7.2.
  • Xt-EHR – EHDS Logical Information Models.
  • HL7 Europe – European Imaging Report Implementation Guide.
  • IHE ITI – Mobile access to Health Documents (MHD).
  • IHE PCC – Query for Existing Data for Mobile (QEDm).
  • IHE RAD – Manifest-based Access to DICOM Objects (MADO).
  • IHE RAD – Cross-Community Web-Based Access to DICOM Objects (XC-WADO).
  • IHE RAD – Invoke Image Display (IID).
  • IHE RAD – Cross-Community Access for Imaging (XCA-I).
  • IHE RAD – Web-based Image Access (WIA).
  • DICOM Standard.
  • NEN 7541.
  • Beeldbeschikbaarheid v1.0.0 Functioneel Ontwerp.
  • Beeldbeschikbaarheid v1.0.0 Technisch Ontwerp.


6 Release Notes

Deze versie vormt de eerste technische uitwerking van Beeldbeschikbaarheid v2.0.0 en bouwt voort op de technische afspraken uit Beeldbeschikbaarheid v1.0.0.

Belangrijke onderwerpen voor v2 zijn de aansluiting op EHDS/EEHRxF, uitbreiding van de scope ten opzichte van v1, toepassing van actuele FHIR- en DICOMweb-gebaseerde interoperabiliteitsprofielen en ondersteuning van de nieuwe patiëntgerichte usecases.

TODO: Vul deze paragraaf bij publicatie aan met de definitieve technische wijzigingen ten opzichte van v1.0.0.