7kezo:V2.0 Use Cases en Storyboards

Uit informatiestandaarden
Ga naar: navigatie, zoeken

{{#customtitle:Use Cases en Storyboards|Use Cases en Storyboards}}

Use cases ten bate van Bouwstenen

Michael Kuntzel, Erica Bastiaanssen, NHG

Inleiding

De huidige opzet van de bouwstenen geeft aanleiding tot twijfel over de bruikbaarheid ervan in de uitwisseling van informatie binnen de 1e lijn en in de ketenzorg in het bijzonder. Door het opstellen van relevante use cases die alle onderdelen van de uit te wisselen informatie afdekken, moet het mogelijk zijn om na te gaan of de bouwsteenmodellen in hun huidige opzet toereikend zijn.

Doel van deze use cases

Met deze use cases moeten alle onderdelen van de uit te wisselen informatie afgedekt worden. Daarbij gaat het in het algemeen om informatie uitwisseling tussen verschillende disciplines in de 1e en 2e lijn en in het bijzonder om de uitwisseling in het kader van de ketenzorg (huisarts/POH; paramedici als diëtist, podotherapeut, fysiotherapeut; medisch specialist als internist, oogarts, longarts).

Aandachtspunten, die bij het testen van deze use case naar voren moeten komen zijn:

  • Episode die in de loop van de tijd van titel verandert (bijvoorbeeld van hoesten naar longontsteking)
  • Episode waarbij binnen de episode een extra diagnose is vastgelegd zonder dat dit een nieuwe episode vraagt (bijvoorbeeld diabetes met retinopathie)
  • Aandoening met zodanige complicaties, dat deze leiden tot een nieuwe episode naast de episode over de aandoening (bijvoorbeeld diabetes met ernstige oogproblemen)
  • Overdracht in de keten: aan- en afmelden voor ketenzorg, chronische patiënt (up-to-date houden van de ketendossiers). Het moment dat een reguliere patient een ketenzorgpatient wordt
  • De belangrijkste bouwstenen, te weten: Overdracht concern, Algemene bepaling, Labbepaling, Medicatievoorschrift, Contactverslag, Alert (contra-indicatie)
  • De verbanden tussen de bouwstenen
  • Opnemen van niet-medicatie overgevoeligheid (bijvoorbeeld bijensteek)
  • Opnemen van algemeen patiëntkenmerk (bijvoorbeeld agressieve patiënt)

Casus

De volgende casus zijn beschreven met de gedachte dat ze in iedere huisartsenpraktijk kunnen voorkomen. De insteek was om een zo algemeen mogelijke casusbeschrijving te doen, waar de complexiteit in registratie toeneemt en dus meer eisen zal stellen aan de uitwisseling.

Hierbij is ook de verslaglegging van huisarts in het medisch dossier van de patiënt beschreven. Dit is de bron van de informatie, die mbv de bouwstenen gecommuniceerd gaat worden. In tabellen is weergegeven wat de verslaglegging is na het consult.

Use Case 1: COPD Patiënt

Kenmerken:

  • Weinig complex, enkele episode

Aandachtspunten:

  • Episode die in de loop van de tijd van titel verandert

Bouwstenen:

  • Bouwsteen.png Overdracht concern
  • Bouwsteen.png Algemene bepaling
  • Bouwsteen.png Medicatievoorschrift
  • Bouwsteen.png Contactverslag


Casus 1

De heer Sigurd Tabarook, 62 jaar, bezoekt zijn huisarts nu hij merkt dat hij na twee trappen lopen wel erg kortademig is. Hij weet al langer zijn conditiegebrek aan het roken en stelde dus doktersbezoek uit. Hij komt nu naar de dokter om zijn longen te laten onderzoek, ook aangezien zijn vader emfyseem had en op latere leeftijd aan de zuurstof moest. Hij is bang dat hem hetzelfde overkomt.

Episode (nieuw) R02 Dyspnoe/benauwdheid toegeschreven aan luchtwegen [ex. K02]
S langer dyspnoe, geen duidelijke oorzaak. Niet ziek geweest, geen koorts. Met name bij inspannen, maar ook wat bij warm weer. Emfyseem? Al langer hoesten met sputum (wit). Geen piepen. Valt niet af, geen bloed bij sputum. Geen pijn op de borst
VG: 1967 appendectomie, pneumonie 1989, Med: geen, All: geen
O niet acuut dyspnoische man, tonvormige thorax. Pulm: beiderzijds normaal ademgeruis, zachte geruizen. Percutoir weinig verschuivende longgrenzen. Geen piepen. Cor: normale harttonen, geen souffles
E dyspnoe, wsl beginnende COPD
ICPC: R02 Dyspnoe/benauwdheid toegeschreven aan luchtwegen [ex. K02]
P eerst longfunctie, dringend advies staken roken, uitleg tav rol roken op COPD/longfunctie, co na longfunctie

Patiënt komt diezelfde week nog bij de POH voor de longfunctie. Deze neemt bij de patiënt ook de CCQ af.

Episode R02 Dyspnoe/benauwdheid toegeschreven aan luchtwegen [ex. K02]
Uitslag Spirometrie: bij herhaling irreversibele luchtwegobstructie. De flow-volume curve wordt als pdf toegevoegd aan het dossier
Uitslag Gem. score alle klacht/bep (CCQ): 1,7
Uitslag Gem. score symptomen (CCQ): 2,5
Uitslag Gem. score mentale kl/bep (CCQ): 1
Uitslag Gem. score functionele bep (CCQ): 1,25
Uitslag Quetelet-index (BMI): 27

De week erna komt patiënt met zijn echtgenote op het spreekuur om de uitslagen te bespreken

Episode R95 Emfyseem/COPD
S nagedacht over het roken, patiënt is gelijk gestopt. Zijn vrouw zal ook stoppen met roken. Hoe nu verder?
E COPD, licht
ICPC: R95 Emfyseem/COPD
P stoppen met roken volhouden! Uitleg over COPD, info thuisarts mee. Proef salbutamol 100ug/dosis 1-4d1I, evalueer effect op hoesten/dyspnoe. Co twee weken HA. Aanmelden voor ketenzorg. Start controles POH tav voorlichting, behandeling en controles.
Voorschrift SALBUTAMOL AEROSOL 100UG/DO 200DO ADEMH 4 x per dag 1 inhalatie, 1 STUKS

De patiënt wordt aangemeld in het KIS. Patiënt wordt ingevoerd in KIS met BSN nummer. POH voert intake in het KIS uit. Dit wordt gedaan volgens het protocol dat in het KIS wordt aangeboden. Voor de registratie worden alle velden gevuld die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de plicht om indicatoren op te leveren en om de financiële declaraties te versturen.

De informatie staat in de Samenvattingskaart kernset COPD.

De gegevens kunnen door de POH of de doktersassistent ingevoerd worden. Dit is afhankelijk van de afspraak die de huisarts met de POH/doktersassistent maakt. Na afronden van het consult wordt de geregistreerde informatie uit de kernset naar het HIS gestuurd. Per praktijk kunnen er aanvullende gegevens worden geregistreerd. Alleen de geregistreerde items (die eveneens voldoen aan de OZIS standaard) in het KIS worden geselecteerd en verstuurd.

Casus 1 vervolg

Vanwege tevens voedingsproblemen volgt verwijzing naar Diëtist voor intake en voedingsadvies

  • Afhankelijk van de afspraken (inkoop/contractvoorwaarden) in de zorggroep kan een cliënt in het KIS verwezen worden naar een diëtist (of elke andere ketenpartner) .
  • De POH verwijst de cliënt naar de diëtist. Dit is een interne functie in het KIS om gegevens klaar te zetten voor de diëtist en er wordt een gewone mail uit het KIS verstuurd naar de diëtist. De diëtist ontvangt een email. De autorisatiematrix in het KIS bepaalt welke gegevens de diëtist mag zien, dit verschilt per zorggroep. De diëtist (net als alle ketenpartners) werkt met een vergelijkbare methode als de SOEP regels. De Dietist registreert (volgens de SOEP regels) in vrije tekstvelden. Het is aan de zorggroep of (wel,niet) en hoe de informatie (mail, edifact, OZIS-Ketenzorg) en hoe vaak (bij elk consult, op basis van noodzaak, eind van de behandeling de naar de huisarts wordt verstuurd.

Let op: Indien de gegevens die de diëtist registreert niet via OZIS naar het HIS worden verstuurd maar via edifact is als volgt. Dit edifact bericht komt in de postvak in bij de huisarts. Reden om (ongestructureerde) edifact te blijven hanteren ligt in het feit dat informatie van ketenpartners op een andere manier wordt behandeld. Ketenzorgpartners zoals diëtisten en fysiotherapeuten versturen evt. edifactberichten. Als er namelijk een OZIS bericht (gestructureerde en direct door HIS te verwerken edifact) wordt verstuurd, dan wordt door het HIS dit OZIS bericht ‘geïnterpreteerd’ NIET aangegeven dat de informatie NIET van de POH of doktersassistent is. Of: niet aangegeven van wie de informatie is, zodat interpretatie lastiger is, en de verantwoordelijkheid de facto altijd bij de arts ligt (verlengde arm eigen personeel). Deze situatie verschilt per KIS.

De bovengenoemde werkwijze is gelijk aan alle ketenpartners zoals de fysiotherapeut, podoloog etc.. Ketenpartners hebben eigen verantwoordelijkheden van meetapparatuur. Informatie van ketenzorgpartners wordt door het ontbreken van identificatie van de afzender dus niet automatisch toegevoegd in de koppeling tussen KIS en HIS, waar dat in gevallen wel zou kunnen. Deze situatie verschilt per KIS.

Use Case 2: van hoesten tot astma met zwangerschap

Kenmerken:

  • Twee episodes, contra-indicatie

Aandachtspunten:

  • Episode die in de loop van de tijd van titel verandert

Bouwstenen:

  • Bouwsteen.png Overdracht concern
  • Bouwsteen.png Algemene bepaling
  • Bouwsteen.png Medicatievoorschrift
  • Bouwsteen.png Contactverslag
  • Bouwsteen.png Alert


Casus 2

Mevrouw Klaartje uit de Lucht, 35 jaar, komt op het spreekuur. De huisarts heeft haar een paar keer gezien toen ze voor haar zoontje Tijmen op het spreekuur verscheen, toen hij een periode van eczeem en vervolgens astma doormaakte. Zelf komt ze eigenlijk nooit, is ze gezond en gebruikte in het hooikoortsseizoen loratidine en livocab neusspray zo nodig. Vandaag komt ze in verband met langdurig hoesten.

Episode (nieuw) R05 Hoesten
S al 2-3 weken hinderlijke prikkelhoest, slaapt er slecht van. Iets tegen te doen? Codeine? Niet duidelijk benauwd, kan nog goed inspannen. Mogelijk iets verkouden geweest. Rookt niet.
O niet ziek, T36,7 P60 ra Pulm: normale geruizen, geen piepen. Expirium normaal.
E Hoesten
ICPC: R05 Hoesten
P expectatief, uitleg, herstel wsl komende weken. Codeïne in principe niet geïndiceerd. Info thuisarts mee. Bij toename/blijvend retour

Twee weken later op spreekuur.

Episode R96.01 Hyperreactiviteit luchtwegen
S hoesten blijft, lijkt toch meer aanvalsgewijs bij inspannen of prikkels (mn rooklucht). Heeft salbutamol van zoontje geprobeerd en dat gaf meer lucht.
O Pulm: bdz normaal geruis, minimaal exp piepen?
E postvirale hyperreactiviteit, dd begin astma
ICPC: R96.01 Hyperreactiviteit luchtwegen
P proef salbutamol, expectatief Uitleg tav hyperreactiviteit en mglk astma. Co 4 wkn
Voorschrift SALBUTAMOL AEROSOL 100UG/DO 200DO ADEMH 1-4 x per dag 1 inhalatie zo nodig bij benauwdheid, 1 STUKS

Vier weken later.

Episode R96.01 Hyperreactiviteit luchtwegen
S met salbutamol goed effect, gebruikt voor sporten en gaat duidelijk beter. Slapen ook eindelijk weer goed. Weinig zorgen over astma, als het maar te behandelen is. Zonder salbutamol echter snel weer gespannen gevoel op de borst.
E dd astma
ICPC: R96.01 Hyperreactiviteit luchtwegen
P longfunctie, lab allergie, co 1 week

Een week later, ondertussen longfunctie met duidelijk reversibiliteit.

Episode R96 Astma
S is weer zwanger! Helemaal blij, maar hoe moet dat met medicatie? Lijkt ook meer medicatie nodig te hebben. Het werkt wel, maar het wordt helaas niet minder.
O longfunctie: duidelijke reversibiliteit met salbutamol
E dd astma en zwanger
ICPC: R96 Astma
P uitleg dat medicatie vaak wel met zwangerschap samen kan, zelfs juist complicaties kan voorkomen (slechte controle astma is slechter voor ongeboren kind). Co via POH, wel overleg indien andere medicatie gestart zou moeten worden. PM consult longarts indien geen goede co. Pte informeert verloskundige over astma.
Uitslag FEV1 pré-BD: 2,84L
Uitslag FEV1 post-BD: 4,05L
Uitslag FEV1 reversibiliteit: 43%
Uitslag as. Dermatophagoidus pteronyssinus d1: ++
Uitslag as. kat e1: ++
Uitslag as. honde-epitheel e2: +
Uitslag as. mengsel graspollen gx1: +++


Episode (nieuw) W78 Zwangerschap
S Zwanger, zie consult astma
E Zwanger
ICPC: W78 Zwangerschap

Bij het vastleggen van de ICPC voor zwangerschap krijgt de huisarts de melding of deze dan ook zwangerschap als contra-indicatie voor medicatie wil vastleggen. De huisarts bevestigt dit.

Co-morbiditeit Zwangerschap

Wanneer deze Astma door de POH in het kader van programmatische zorg wordt begeleidt (laten we stellen dat dat zo is), dan volgt nu Verwijzing/Aanmeldbericht Ketenzorg

  • Patiënt wordt ingevoerd in KIS met BSN nummer. De POH vraagt de medische gegevens uit het KIS op.
  • POH logt in in het KIS. De POH handelt volgens het protocol die in het KIS wordt aangeboden. Voor de registratie worden alle velden gevuld dit noodzakelijk zijn om te voldoen aan de plicht om indicatoren op te leveren en om de financiële declaraties te versturen.

De informatie staat in de Samenvattingskaart kernset Astma.

Casus 2 vervolg

Vanwege tevens vragen op gebied van voeding volgt verwijzing naar Diëtist voor intake en voedingsadvies.

Diëtist logt in in KIS en voert acties uit: De POH verwijst de cliënt naar de diëtist. Dit is een interne functie in het KIS om gegevens klaar te zetten voor de diëtist en er wordt een gewone mail uit het KIS verstuurd naar de diëtist. De diëtist ontvangt een email. De autorisatiematrix in het KIS bepaalt welke gegevens de diëtist mag zien, dit verschilt per zorggroep. De diëtist (net als alle ketenpartners) werkt met een vergelijkbare methode als de SOEP regels. De diëtist registreert (volgens de SOEP regels) in vrije tekstvelden. Deze situatie verschilt per KIS.

Casus 2 vervolg

De gegevens die de diëtist gestructureerd vastlegt verschillen per zorggroep en KIS. Meest gangbaar zijn:

Patiëntgegevens NHG Code Afkorting Waarde
Lengte patiënt 560 LNGP AO 1.95
Gewicht 357 Gew AO 105 kg
BMI (Quetelet index) 1272 Quet AO 35

Het is aan de zorggroep of (wel,niet) en hoe de informatie (mail, edifact, OZIS-Ketenzorg) en hoe vaak (bij elk consult, op basis van noodzaak, eind van de behandeling de naar de huisarts wordt verstuurd.

Use Case 3: Epilepsie na CVA

Kenmerken:

  • Complex, aan het eind één episode met verschillende labels

Aandachtspunten:

  • Episode waarbij binnen de episode een extra diagnose is vastgelegd zonder dat dit een nieuwe episode vraagt
  • Aandoening met zodanige complicaties, dat die leiden tot een nieuwe episode naast de episode over de aandoening

Bouwstenen:

  • Bouwsteen.png Overdracht concern
  • Bouwsteen.png Medicatievoorschrift
  • Bouwsteen.png Contactverslag
  • Bouwsteen.png Allergie/Intolerantie


Casus 3

Mevrouw Fera Somni, 70 jaar, heeft vorig jaar een CVA doorgemaakt. Na een lange revalidatie van een half jaar is ze weer thuis. Ze heeft flink ingeleverd. Waar ze eerst een vitale levendige vrouw was heeft ze nu last van een rest parese aan de rechter arm en voet en is ze vaak moe. De stemming is ook slecht geworden. Haar zoon maakt zich hier nog het meeste zorgen over.

Met haar zoon komt ze vandaag op het spreekuur voor de controle van de medicatie.

Episode (nieuw) K90 CVRM: Cerebrovasculair accident (CVA)
S gaat zo-zo, probeert erop uit te trekken, maar zit toch vaak thuis. Concentratie is ook minder, snel moe in drukke groepen. Leeft wel op als ze een dagje met haar zoon of een vriendin een rondje in de stad maakt. Med: ascal, enalapril, simvastatine, vit d, calcichew, hydrochlorothiazide
O RR 160/80 P80 ra
E Hypertensie en lusteloosheid
ICPC: K90 CVRM Cerebrovasculair accident (CVA)
P Voor hypertensie co 1 maand, nu geen medicatie aanpassen.
naar POH GGZ, contact kerk?

Wanneer deze patiënt door de POH in het kader van programmatische zorg wordt begeleidt (laten we stellen dat dat zo is), dan volgt nu Verwijzing/Aanmeldbericht Ketenzorg.

  • POH logt in in het KIS. POH voert patiënt in KIS met BSN nummer. De POH vraagt de medische gegevens uit het KIS op.
  • De POH handelt volgens het protocol die in het KIS wordt aangeboden. Voor de registratie worden alle velden gevuld dit noodzakelijk zijn om te voldoen aan de plicht om indicatoren op te leveren en om de financiële declaraties te versturen.

De informatie staat in de Samenvattingskaart kernset CVRM.

Casus 3

Ten behoeve van deze use case (Zie ook noot bij inleiding Use Cases) heeft de patiënt meerdere relevante aandoeningen. Patient heeft:

  • ICPC U99.01 (nierinsufficientie),
  • L88 reumatoïde arthtritis en
  • K86 hypertensie zonder orgaanschade.
Episode (nieuw) A04 lusteloosheid
S Lusteloosheid, zie episode CVA
E Lusteloosheid
ICPC: A04 Moeheid/zwakte
P PM geriater? Nu expectatief

De huisarts wordt geroepen door de assistente, die haar zoon aan de lijn heeft. Haar zoon heeft mevrouw een beetje suf in de stoel gevonden, reageerde raar. Hij zag ook schokken aan de armen. De huisarts gaat op visite.

Episode (nieuw) A06 onwelwording eci, dd PAF, recidief CVA, epilepsie
S visite: pte rustig in stoel, kan zich niet herinneren wat er gebeurd is, niet gevallen. Was niet ziek. Zat vanochtend rustig omroep Max te kijken.
O in stoel, alert, wel vermoeide indruk. RR 140/70 P70ra Gluc 6.8 Cor: s1s2s- Pulm: bdz normale geruizen. Neurol: iets verminderde kracht re arm en re been, status quo.
E onwelwording eci, dd PAF, recidief CVA, epilepsie
ICPC: A06 Flauwvallen/syncope
P overleg neuroloog, ivm mglk recidief CVA wel insturen, therapeutische opties wsl wel beperkt.

De huisarts krijgt een brief van de neuroloog:

Samenvatting; wij zagen mevrouw Somni op de SEH na een onwelwording thuis. Zij is bij ons bekend na een CVA, waarvoor ze langdurig revalideerde in het verpleeghuis. Bij CT onderzoek werd geen nieuw CVA gezien en werd ze ter observatie opgenomen. Tijdens de opname werd een epilepsie aanval geobserveerd, die kort duurde. Met EEG werd later ook de diagnose bevestigd. De epilepsie komt voort uit het gebied waar vorig jaar het CVA gelokaliseerd was.

We zullen haar voorzichtig instellen op anti-epileptica en vervolgen op de poli. Ik vraag de geriater in consult in verband met mogelijk cognitieve klachten. Bij onderzoek was de bloeddruk herhaaldelijk hoog. Ik wil de huisarts vragen dit onder controle te houden.

Patiënte vertelde toevallig ook allergisch te zijn voor amoxicilline en hier in het verleden een heftige benauwdheidsreactie op gehad heeft. Dit was mij niet bekend, dus volledigheidshalve noem ik het.

Conclusie:

  • Epilepsie, status na CVA
  • Hypertensie, ondanks ace remmer en diureticum
  • Cognitieve klachten, waarvoor consult geriater
  • Allergie amoxicilline, nevendiagnose

De huisarts legt de brief vast in de correspondentie bij de episode status na CVA. Hij voegt de drie episodes samen tot de episode st. na CVA, eenmalig epileptisch insult.

Episode K90 st na CVA, eenmalig epileptisch insult
Correspondentie Brief neuroloog met samenvatting
Medicatie-overgevoeligheid Amoxicilline, opmerking: via neuroloog

Na de consulten ziet de registratie in de samengestelde episode er als volgt uit:

Episode K90 st na CVA, eenmalig epileptisch insult
K90 st na CVA, eenmalig epileptisch insult
Correspondentie Brief neuroloog met samenvatting
A06 Flauwvallen/ syncope
S visite: pte rustig in stoel, kan zich niet herinneren wat er gebeurd is, niet gevallen. Was niet ziek. Zat vanochtend rustig omroep Max te kijken.
O in stoel, alert, wel vermoeide indruk. RR 140/70 P70ra Gluc 6.8 Cor: s1s2s- Pulm: bdz normale geruizen. Neurol: iets verminderde kracht re arm en re been, status quo.
E onwelwording eci, dd PAF, recidief CVA, epilepsie
ICPC: A06 Flauwvallen/syncope
P overleg neuroloog, ivm mglk recidief CVA wel insturen, therapeutische opties wsl wel beperkt.
A04 Moeheid/zwakte
S Lusteloosheid, zie episode CVA
E Lusteloosheid
ICPC: A04 Moeheid/zwakte
P PM geriater? Nu expectatief
K90 Cerebrovasculair accident (CVA)
S gaat zo-zo, probeert erop uit te trekken, maar zit toch vaak thuis. Concentratie is ook minder, snel moe in drukke groepen. Leeft wel op als ze een dagje met haar zoon of een vriendin een rondje in de stad maakt. Med: ascal, enalapril, simvastatine, vit d, calcichew, hydrochlorothiazide
O RR 160/80 P80 ra
E Hypertensie en lusteloosheid
ICPC: K90 CVRM Cerebrovasculair accident (CVA)
P Voor hypertensie co 1 maand, nu geen medicatie aanpassen.
naar POH GGZ, contact kerk?

In de laatste kolom staat het label: de naam van de episode zoals die was toen het deelcontact werd afgesloten.

Use Case 4: Diabetes en diabetische voet

Kenmerken:

  • Een episode met daarbinnen een deelprobleem dat uitgroeit tot een zelfstandig probleem en contact 2e lijn

Aandachtspunten:

  • Episode die in de loop van de tijd van titel verandert (bijvoorbeeld van hoesten naar longontsteking)
  • Episode waarbij binnen de episode een extra diagnose is vastgelegd zonder dat dit een nieuwe episode vraagt (bijvoorbeeld diabetes met retinopathie)
  • Aandoening met zodanige complicaties, dat deze leiden tot een nieuwe episode naast de episode over de aandoening (bijvoorbeeld diabetes met ernstige oogproblemen)

Bouwstenen:

  • Bouwsteen.png Overdracht concern
  • Bouwsteen.png Contactverslag


Casus 4

De heer Kees Zoet, 65 jaar, is sinds jaren bekend met suikerziekte. Hij gebruikt hiervoor metformine en een heel scala aan andere medicatie ter voorkoming van hart- en vaatziekten. Helaas is er geen sprake van een goede controle van de glucose. HbA1c is standaard te hoog en ook de nuchtere glucoses zijn vaak te hoog. Hij komt voor de jaarlijkse controle.

Onderdeel jaarcontrole.

Episode T90.02 Diabetes mellitus type 2
S weinig klachten, geen last van bijwerkingen. Bewegen steeds moeizamer door rugklachten en sinds kort ook vervelend wondje op de enkel. Doet pijn bij lopen, dus beweegt eigenlijk niet meer. Wil wel graag dat waardes goed zijn. Nog niet klaar om het roken te staken, mag wel vragen naar staken.
O RR 145/75 P80 ra gluc 7.6 niet nuchter Ext: enkel rechts mediaal een kleine ulcus, gelig beslag. Voeten: gevoel beiderzijds duidelijk minder.
E diabetes mellitus, type 2, slechte controle
Cave diabetisch ulcus
ICPC: T90.02 Diabetes mellitus type 2
P metformine naar 3d 1000 mg. Start siliconen wondverband op ulcus, co via wondverpleegkundige
  • POH voert jaarcontrole in KIS uit
  • POH logt in in het KIS. POH voert patiënt in KIS met BSN nummer. De POH haalt de meest recente gegevens op uit het HIS.
  • De POH registreert in het KIS de gegevens die nodig zijn voor de jaarcontrole (dit is een subset uit de kernset die vermeld staat in de Samenvattingskaart kernset DM:
Patiëntgegevens NHG Code Afkorting Waarde
Gewicht 357 Gew AO 67,5 kg
BMI (Quetelet index) 1272 Quet AO 29
Systolische bloeddruk 1744 RRSY KA 120
Diastolische bloeddruk 1740 RRDI KA 80
HbA1c (glycohemoglobine) IFCC 2816 HBAC B 125
Cholesterol totaal 192 CHOL B MT 4
HDL-cholesterol 446 HDL B 1,5
LDL-cholesterol 542 LDL B 1.8
Cholesterol/HDL-cholesterol ratio 181 CHHD B MI 15,1
Triglyceriden 1377 TRIG B 0,9
Kreatinine 523 KREA B 80
(micro-) Albumine urine of (micro-) albumine/kreatinineratio 38 ALB U 12
MDRD (eGFR) 1919 KREM O FB 85
Inspectie linkervoet (diabetes) 1697 INSP LV LI Afwijkend
Inspectie rechtervoet (diabetes) 1698 INSP LV RE Afwijkend
Doorbloeding linkervoet 1641 DBLO LV LI Onduidelijjk
Doorbloeding rechtervoet 1642 DBLO LV RE Normal
Monofilamentenonderzoek linkervoet 1710 MOFV NS LI Normal
Monofilamentenonderzoek rechtervoet 1711 MOFV NS RE Afwijkend
Risico voetulcera (SIMM's) 2196 RIVU SQ 2
Roken 1739 ROOK AQ Ja
Advies stoppen met roken gegeven 1814 ADMI AQ Ja
Alcoholgebruik 1591 ALCO PQ 2
bijzonderheden voedingspatroon 2718 BZVD AA Aanwezig.

Patient wordt verwezen naar podotherapeut voor voetcontrole wegens voetklachten. POH stuurt verwijsbrief vanuit KIS naar podotherapeut.

  • Podotherapeut logt in in KIS en voert acties uit. De gegevens die de podotherapeut vastlegt verschillen per zorggroep en KIS. Meest gangbaar zijn:
Patiëntgegevens NHG Code Afkorting Waarde
Risico voetulcera (SIMM's) 2196 RIVU SQ 3
Inspectie linkervoet (diabetes) 1697 INSP LV LI Afwijkend
Inspectie rechtervoet (diabetes) 1698 INSP LV RE Afwijkend
Doorbloeding linkervoet 1641 DBLO LV LI Afwijkend
Doorbloeding rechtervoet 1642 DBLO LV RE Afwijkend
Monofilamentenonderzoek linkervoet 1710 MOFV NS LI Afwijkend
Monofilamentenonderzoek rechtervoet 1711 MOFV NS RE Afwijkend

Na afronding van consult stuurt de podotherapeut een contactverslag naar de huisarts.

Een dag later belt dhr Zoet in verband met pijn aan zijn tenen. Het verband zit strak en hij kan het zelf niet verbinden

Episode T90.02 Diabetes mellitus type 2
S Verband van gister zit te strak, svp opnieuw verbinden
O Verband: circulair, distaal wel goed gevoel tenen, goede vascularisatie. Wond; status quo.
E Verband te strak
ICPC: A87 Complicatie(s) medische behandeling
P Opnieuw verband, let op volgende keer niet te strak!!

Dhr Zoet komt twee weken later op het spreekuur na terugverwezen te zijn door de wondverpleegkundige. Vraag: medebeoordeling, verwijzing chirurg bij uitbreiding?

Episode (nieuw) S97.01 Ulcus cruris
S Heeft steeds meer pijn aan wond, ook geregeld vocht. Ligt er soms ’s nachts wakker van. Gebruikt nu iedere dag paracetamol. Geen koorts.
O mediale zijde re enkel ulcus 5x4 cm, wondranden rood, centraal ook wat necrose. Rondom uitbreidende roodheid
E ulcus cruris, diabetische voet
ICPC: S97.01 Ulcus cruris
P v/chirurgie

Drie maanden later komt patiënt voor de controle van de diabetes. Hij heeft een heel traject bij de chirurg gekregen, maar de wond is nog niet onder controle. Hij zet zijn hoop op een behandeling met hyperbare zuurstof, maar anders zal er waarschijnlijk een amputatie van de voet moeten komen.

Episode T90.02 DM 2 risico amputatie bij diabetische voet
S veel zorgen om mogelijke amputatie. Door de stress stelt hij het stoppen met roken uit, ziet wel belang. Heeft dagelijks veel pijn in voet, in rust. Bewegen lukt eigenlijk ook niet goed meer. Heeft medicatie trouw genomen, eet gezonder (vrouw wil alleen maar gezond eten vanaf nu)
O Loopt op krukken, rechter voet in verband. Nu gluc 5,4 HbA1c 56 mmol/l RR 125/75 P72 ra. (Voet niet beoordeeld; via chirurg)
E diabetes betere controle, wel risico amputatie bij diabetische voet
ICPC: T90.02
P Reguliere controle
Episode S97.01 Ulcus cruris
S Veel pijn voet, zie DM2.
E pijnklachten bij diabetische voet mglk amputatie voet
ICPC: S97.01 Ulcus cruris
P verwijzing fysiotherapie en ergotherapie alvast

Vervolgens voert POH reguliere controle uit door de POH.

  • POH voert intake in het KIS uit. Dit wordt gedaan volgens het protocol dat in het KIS wordt aangeboden. Voor de registratie worden alle velden uit de kernset diabetes gecheckt en indien van toepassing gewijzigd om te voldoen aan de plicht om indicatoren op te leveren en om de financiële declaraties te versturen. De volgende velden zijn gewijzigd:
Patiëntgegevens NHG Code Afkorting Waarde
Gewicht 357 Gew AO 74 kg
BMI (Quetelet index) 1272 Quet AO 30
Systolische bloeddruk 1744 RRSY KA 140
Diastolische bloeddruk 1740 RRDI KA 90
HbA1c (glycohemoglobine) IFCC 2816 HBAC B 130
Cholesterol totaal 192 CHOL B MT 5
HDL-cholesterol 446 HDL B 1,7

De volledige set van gegevens die gewijzigd kunnen worden staat staat in de Samenvattingskaart_kernset_DM.

Patiënt wordt verwezen naar fysiotherapeut.

  • De POH verwijst de cliënt naar de fysiotherapeut. De fysiotherapeut ontvangt een email. Fysiotherapeut logt in in KIS en voert acties uit. De fysiotherapeut (net als alle ketenpartners) werkt met een vergelijkbare methode als de SOEP regels. De fysiotherapeut registreert (volgens de SOEP regels) in vrije tekstvelden. Ook de gegevens welke door een fysiotherapeut worden ingevuld vershillen per zorggroep en per KIS. In het kader van DM is er niet echt een set gestructureerde gegevens.

Patiënt wordt verwezen naar ergotherapeut.

  • De POH heeft de patiënt ook verwezen naar de ergotherapeut. De ergotherapeut ontvangt een email. De ergothapeut logt in in KIS en voert acties uit. De fysiotherapeut (net als alle ketenpartners) werkt met een vergelijkbare methode als de SOEP regels. De ergotherapeut registreert (volgens de SOEP regels) in vrije tekstvelden. Ook de gegevens welke door een ergotherapeut worden ingevuld verschillen per zorggroep en per KIS. In het kader van DM is er niet echt een set gestructureerde gegevens.
  • Vanuit KIS worden de bevindingen die geregistreerd staan in de SOEP regels naar het HIS verstuurd.