7prica:V6.10 CMET A ObservationIntolerance

Uit informatiestandaarden
Versie door DominiqueStoverink (overleg | bijdragen) op 31 jul 2014 om 10:55 (Nieuwe pagina aangemaakt met '{{#customtitle:CMET A ObservationIntolerance|CMET A ObservationIntolerance}} <noinclude>{{DocumentPart|ns=7prica|title=V6.10 Common Message Element Types}}</noinclu...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

{{#customtitle:CMET A ObservationIntolerance|CMET A ObservationIntolerance}}

Dit materiaal is onderdeel van HL7v3-domein Primary Care V6.10 Common Message Element Types.
  • Compatible wijzigingen/nadere bewoordingen, tikfouten kunnen direct in de Wiki gewijzigd worden
  • Open issues die discussie vergen s.v.p. in de commentaarsectie opnemen.

CMET A ObservationIntolerance

R-MIM: COCT_RM120104NL
HL7v3 Nederlandse naam: Intolerantie
HL7v3artefacttype: CMET
HL7v3 gestructureerde naam: A_ObservationIntolerance [universal]
Herkomst: AORTA

Voor het statisch model van COCT_MT120104NL wordt verwezen naar §3.8.

De CMET A_ObservationIntolerance wordt gebruikt om een medicijnallergie mee te geven. Andere allergieën, zoals huisstofmijtallergie en latexallergie, kunnen met een diagnosecode worden meegegeven in een Clinical Statement (ObservationDx) (§5.5.1) of in een episodeOfCondition (§4.3.3.1).

Uit de functionele beschrijving van de [G-Standaard] komt het volgende citaat: “De 'ongewenste groepen, ongewenste stoffen en ongewenste handelsproducten' (is 'ongewenste middelen') vormen samen met de 'contra-indicaties' de patiëntkenmerken. Bij ongewenste middelen gaat het niet uitsluitend om een allergie, er kunnen andere redenen zijn om een stof of groep van stoffen niet af te leveren aan een bepaalde patiënt, bijvoorbeeld een bijwerking. Ook kan de toedieningsweg van een stof hierbij een rol spelen. Het kan ook voorkomen dat het product van een bepaalde fabrikant niet gewenst is, bijvoorbeeld door een hulpstof. Met behulp van de door het softwarehuis geleverde optie 'ongewenste middelen' kan de gebruiker de betreffende ongewenste stof, de groep van stoffen, of het betreffende product zelf selecteren en koppelen aan de patient, met opgave van de reden van de koppeling. Als de patient een geneesmiddel krijgt voorgeschreven, moet het systeem controleren of dit middel al dan niet ongewenst is.”

De CMET A_ObservationIntolerance wordt gebruikt om het volgende mee te geven:

  • Individuele bestanddelen, oftewel stoffen op basis van stofnaamcode (SNK).
  • Individuele bestanddelen in combinatie met een toedieningsweg (SSK).
  • Ongewenste groepen, oftewel groepen medicijnen met een ongewenste stof.
  • Ongewenst handelsprodukt (bestand 030 (handelsprodukten)).