MedMij:Vissue-MM-1119 ToelichtingKwalificatieBgZ

Uit informatiestandaarden
Versie door Camiel Reijnders (overleg | bijdragen) op 2 jul 2020 om 14:43 (include)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Uitgangspunten voor de kwalificatie systeemrol ‘Raadplegen BgZ’ (PGO)

Hieronder volgen de uitgangspunten bij de kwalificatie van de systeemrol ‘Raadplegen BgZ’:

  • De BgZ is bewust als één geheel vastgesteld. Daarvoor kwalificeer je wel/niet binnen de MedMij context.
  • Een PGO raadpleegt altijd de gehele BgZ en daarmee dus alle secties (altijd alle FHIR searches).
  • Een PGO kan de gehele BgZ verwerken (gestructureerd opslaan in PGO database) en tonen. Dat geldt per zib voor alle onderliggende data-elementen (verplicht en optioneel).
  • Een PGO biedt de persoon inzicht in de ontvangen respons. Als er géén gegevens beschikbaar gesteld worden, kan dat zijn omdat er geen informatie beschikbaar is in het XIS of vanwege een technische foutmelding. Er volgt bijvoorbeeld een foutmelding indien de resource, een specifieke zib, niet wordt ondersteund in het XIS. Het is een belangrijk inzicht voor de persoon als gegevens technisch niet beschikbaar gesteld kunnen worden.
  • Een PGO biedt de persoon inzicht in herkomst van de verzamelde gegevens, en wanneer deze gegevens verzameld zijn. Dit betreft concepten die meer technisch van aard zijn, maar voor de eenduidigheid en herleidbaarheid van de gegevens noodzakelijk zijn. Dit betreffen de metagegevens zoals gelogd door de PGO bij ontvangst van de geraadpleegde gegevens.
  • Bij raadpleging BgZ wordt gebruik gemaakt van losse queries en niet van bundeling als batch, onder andere om aan performance bezwaren tegemoet te komen.
  • Mocht een PGO alleen enkele losse secties van de BgZ willen raadplegen, dan kan een PGO dat doen als daarvoor binnen MedMij een gegevensdienst en informatiestandaard beschikbaar is. Zoals voor labuitslagen bijvoorbeeld. Dit staat dan los van systeemrol ‘raadplegen BgZ’.
  • Bij BgZ raadpleging geldt soms een specifieke filtering voor een zib. Labuitslagen is binnen BgZ bijvoorbeeld beperkt tot de bekende klinische chemie bepalingen, en daarvan de laatste uitslag. Andere usecases voor labuitslagen kunnen vanuit de separate informatiestandaard labuitslagen ondersteund worden.
  • De BgZ secties, en de volgorde daarvan, zoals ook aangehouden in de addenda van de kwalificatiescripts, bepalen niet hoe de gegevens moeten worden weergegeven en gesorteerd in een PGO. Voor kwalificatie moeten wel alle functionele data-elementen conform de dataset van de informatiestandaard getoond worden aan de gebruiker.
  • In de addenda van de kwalificatiescripts kunnen voorbeelden met data-elementen uitgewerkt zijn, die via FHIR references resolved moeten worden. Bijvoorbeeld het specialisme van een zorgverlener bij een verrichting, dat via PractitionerRole opgehaald kan worden. In het geval dat een dergelijk voorbeeld is uitgewerkt, zal bij de kwalificatie ook gecontroleerd worden of de referentie correct 'resolved' is. Het uitgangspunt is dat alle references resolvable moeten zijn, niet dat ze resolved worden. Een PGO zou er ook voor kunnen kiezen om een clickeable link te tonen, waarmee een gebruiker (de persoon) desgewenst zelf kan 'resolven', eventueel zelfs in een nieuwe sessie (na de initiële 15 minuten). Meer informatie over het gebruik van FHIR references binnen MedMij is te vinden in de informatiestandaard overstijgende principes op de technische ontwerp pagina.