hwg:V6.10.1 Ontwerp Huisartswaarneemgegevens Procesflow

Uit informatiestandaarden
Versie door Schmohl (overleg | bijdragen) op 13 aug 2013 om 08:36 (Procesflow)
Ga naar: navigatie, zoeken

{{#customtitle:Procesflow|Procesflow}}

Dit materiaal is onderdeel van Huisartswaarneming V6.10.1 Ontwerp Huisartswaarneemgegevens.
  • Compatible wijzigingen/nadere bewoordingen, tikfouten kunnen direct in de Wiki gewijzigd worden
  • Open issues die discussie vergen s.v.p. in de commentaarsectie opnemen.

Procesflow

Concept: Het waarneemproces start wanneer een patiënt contact opneemt met de waarneemlocatie (hulpvraag). Hij belt met de waarneemlocatie en vraagt om hulp. Een daartoe bevoegd zorgverlener of medewerker zorgaanbieder voert de triage uit. De triagist stelt aan de hand van controlevragen de identiteit van de patiënt vast ("telefonisch vergewissen"), en vraagt de patiënt om zijn gegevens, waarmee de triagist zo nodig de professionele samenvatting (PS) van de patiënt in kan kijken. Vervolgens bepaalt de triagist of de patiënt gezien moet worden door een waarnemend huisarts en/of adviseert de patiënt. Ook kan de triagist al een eerste subjectieve waarneming (S-regel) in het waarneemverslag (WV) noteren.

De patiënt wordt gezien door een daartoe bevoegd zorgverlener die het waarneemconsult uitvoert. De patiënt wordt gevraagd naar relevante medische informatie. Ook wordt nader onderzoek uitgevoerd. Er wordt zo mogelijk een diagnose gesteld, advies gegeven en eventueel een behandelplan opgesteld. Ook kan het zijn dat de patiënt doorverwezen wordt naar de spoedeisende hulp, specialist of naar de vaste huisarts. Als de waarnemend huisarts zelf gaat behandelen start hij de behandeling door indien mogelijk de patiënt ter plekke te behandelen, of hij start het behandeltraject middels instructies aan de patiënt en/of vaste huisarts. Indien nodig wordt ook medicatie voorgeschreven.

De eindverantwoordelijkheid van het uitvoeren van het waarneemconsult ligt bij de waarnemend huisarts. Bij het uitvoeren van deze activiteit kan gebruik gemaakt worden van de PS en wordt het WV (eventueel ten dele) gemaakt.

Vervolgens wordt het waarneemconsult afgerond door een zorgverlener in de rol van waarnemend huisarts. Het waarneemverslag wordt gecompleteerd en eventueel benodigde, specifiek voor de vaste huisarts bestemde instructies, worden toegevoegd (overdrachtsinformatie). Ook hierbij kan gebruik gemaakt worden van de PS en het WV. Een huisarts, verpleegkundige en een triagist mogen een waarneemverslag opstellen. Alleen een huisarts mag een waarneemverslag fiatteren. Een huisarts en gemandateerden mogen een waarneemverslag versturen.

Nadat het waarneemconsult afgerond is en dus het waarneembericht (WB) met daarin het waarneem verslag verstuurd is, wordt het waarneemverslag in het systeem van de vaste huisarts verwerkt.

De bedrijfsrollen waarnemend huisarts en vaste huisarts kunnen door verschillende zorgverleners aangenomen worden.