Ontwerp Labwaardenoverdracht V1.0.0

Uit informatiestandaarden
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit materiaal is onderdeel van Medicatieproces V6.12 Ontwerp medicatieproces.
  • Compatible wijzigingen/nadere bewoordingen, tikfouten kunnen direct in de Wiki gewijzigd worden
  • Open issues die discussie vergen s.v.p. in de commentaarsectie opnemen.

Beschrijving van de informatiestandaard

Korte beschrijving

Het document beschrijft de informatiestandaard medicatieproces labwaardenoverdracht. Hierin staan de transacties beschreven die uitgevoerd kunnen worden door zorgverleners voor het ophalen en verstrekken van labwaarden.

Het profiel medicatieproces labwaardenoverdracht geeft inzicht in het gebruik van gestandaardiseerde berichten voor het uitwisselen van labwaarden. Hiervoor heeft Nictiz technische berichten ontwikkeld die de uitwisseling mogelijk maken. Met deze technische berichten hebben zorgverleners direct inzicht in de labuitslagen van hun patiënten en voeren hiermee bewaking uit bij het voorschrijven of verstrekken van medicatie. Dit bevordert de medicatieveiligheid.

De scope van de informatiestandaard is het uitwisselen van labwaarden tussen labwaardenopvragers en labwaardenverstrekkers. Labwaardenopvragers zijn zorgverleners die voor de behandeling van hun patiënt labwaarden nodig hebben, zoals huisartsen, apothekers en specialisten. Labwaardenverstrekkers zijn zorginstellingen die uitslagen onder zich hebben, zoals laboratoria en huisartsen.

De doelgroepen van dit document zijn huisartsen, ziekenhuisapothekers, apothekers, artsen, ICT-leveranciers en infrastructuur-leveranciers.


Labwaardenoverdracht

Bij de informatiestandaard labwaardenoverdracht wordt er informatie uitgewisseld tussen een labwaardenopvrager en labwaardenverstrekker. Een labwaardenopvrager kan bijvoorbeeld een arts, huisarts of apotheker zijn. Een labwaardenverstrekker is meestal een laboratorium. De labwaardenopvrager vraagt de resultaten op van labtesten van een patiënt, meestal voordat er een verstrekking of voorschrift uitgeschreven wordt, zodat de zorgverlener weet dat dit niet conflicteert met de resultaten van de labtesten. Hij kan dit rechtstreeks bij de verstrekker opvragen, maar het is ook mogelijk dat er een index tussen zit die bijhoudt welke organisaties er labwaarden van een patiënt beschikbaar hebben gesteld. Indien via een index labwaarden worden uitgewisseld is de transactie ‘aanmelden labwaarden’ ook van toepassing. Bij deze transactie geef je aan dat je labwaarden beschikbaar wilt stellen voor anderen. Deze transactie wordt hier echter niet beschreven, omdat deze afhankelijk is van de zorginfrastructuur die gebruikt wordt.

De informatiestandaard medicatieproces labwaardenoverdracht beschrijft de transacties die uitgevoerd worden tussen zorgverleners en laboratoria. In onderstaand plaatje staat weergegeven welke transacties een rol spelen en welke rol er binnen het systeem aanwezig moet zijn (actoren).


Component diagram


De volgende actoren (systemen) spelen een rol binnen het medicatieproces labwaarden. Bij elke actor is weergegeven bij welke transactie(s) het een rol heeft en of de transactie verplicht is.


Transacties Actoren Omschrijving Optionaliteit
Opvragen labwaarden Labwaardenopvrager

labwaardenverstrekker

Vraagt labwaarden van een patiënt op R


Procesflow

De patiënt bezoekt de arts met een gezondheidsklacht. De arts besluit voor nader onderzoek een laboratoriumonderzoek uit te laten voeren. Op aanvraag van de arts bepaalt het laboratorium de labwaarden van de patiënt. Het laboratorium registreert deze waarden in het laboratoriuminformatiesysteem (LIS). De arts krijgt een rapport met het resultaat van het labonderzoek. Voor de medicatieveiligheid van bepaalde patiënten is het essentieel dat labwaarden ook aanwezig zijn bij andere zorgverleners waar de patiënt mee te maken heeft, zoals verstrekkers van medicatie. Deze zorgverleners kunnen de gegevens ophalen of opvragen uit het LIS en vervolgens gebruiken voor de medicatiebewaking.


Sequence diagram

Transacties


Opvragen en versturen labwaarden

Doel

Labwaarden kunnen op verschillende manieren worden overgedragen. De volgende use cases behandelen het opvragen van gegevens met en zonder index:

  • Met index. Indien er een index aanwezig is in de zorginfrastructuur is, kan de labwaardenopvrager op ieder moment zelf de gegevens ophalen bij de labwaardenverstrekker. De index houdt bij welke labwaardenverstrekker gegevens beschikbaar heeft gesteld van een patiënt. Hiertoe moeten de gegevens wel aangemeld zijn bij de index door de labwaardenverstrekker.
  • Zonder index. Indien er geen index gebruikt wordt in de zorginfrastructuur, dan vraagt de labwaardenopvrager de gegevens direct op bij de labwaardenverstrekker. De labwaardenopvrager stuurt hiervoor een verzoek naar de labwaardenverstrekker en deze stuurt als reactie zelf de labwaarden naar de labwaardenopvrager.
Actoren
  1. Labwaardenopvrager
  2. Labwaardenverstrekker
Interacties
  1. opvragen labuitslagen (zie IH Labuitslagen)
  2. opleveren labuitslagen (zie IH Labuitslagen)

De volgende labwaarden kunnen momenteel opgeleverd worden:

Labtabel.png
Use case Labwaarden opvragen en versturen met index

De labwaardenopvrager gebruikt een infrastructuur met index.

Precondities:

  • De labwaardenopvrager is ingelogd in zijn zorgsysteem en is geautoriseerd om de labwaarden op te halen via een geaccepteerde zorginfrastructuur.
  • De labwaardenverstrekker heeft labwaarden aangemeld op de index en stelt deze hierdoor beschikbaar aan de labwaardenopvrager.

Trigger: De patiënt komt bij de zorgverlener voor een behandeling, een voorschrift of een verstrekking.

Basic flow:

  1. De labwaardenopvrager verifieert de identiteit van de patiënt.
  2. De labwaardenopvrager zoekt de patiëntgegevens in zijn zorginformatiesysteem.
  3. De labwaardenopvrager vraagt met zijn zorginformatiesysteem via de zorginfrastructuur de labwaarden op bij de labwaardenverstrekker (bericht opvragen labuitslagen).
  4. Het informatiesysteem van de labwaardenverstrekker stuurt geautomatiseerd (zonder tussenkomst van een medewerker) de labwaarden naar de zorgverlener (bericht opleveren labuitslagen).
  5. Het zorginformatiesysteem van de labwaardenopvrager toont de labwaarden aan de zorgverlener op het scherm.
  6. De labwaardenopvrager gebruikt de labwaarden voor medicatiebewaking.
  7. De patiënt krijgt op basis van de medicatiebewaking een passend medicatieadvies.

Alternatieve flows:

  • De patiënt is niet bekend in het zorginformatiesysteem van de labwaardenopvrager. Als behandelend zorgverlener is het wel mogelijk om de labwaarden op te halen.
    • De patiënt wordt geregistreerd in het zorginformatiesysteem.
    • De labwaardenopvrager haalt vervolgens de labwaarden op (stap 3).
  • Er zijn geen labwaarden in het systeem van de labwaardenverstrekker.
    • In dit geval wordt er een melding gegeven dat de labwaarden er niet zijn.
  • De patiënt heeft geen toestemming gegeven voor het delen van de labwaarden. Deze toestemming staat niet in de zorginfrastructuur.
    • In dit geval wordt er een melding gegeven dat er geen labwaarden zijn.
    • Aan de patiënt wordt gevraagd om zelf de labwaarden bij het laboratorium op te halen en terug te komen met de labwaarden voor verdere behandeling.
    • Aan de patiënt wordt het advies gegeven om toestemming te geven, zodat zijn zorgverlener rechtstreeks voor een behandeling de gegevens kan inzien.

Postcondities:

  • De labwaardenopvrager heeft de laboratoriumwaarden.
Use case Labwaarden opvragen en versturen zonder zorginfrastructuur

De labwaardenopvrager en -verstrekker gebruiken geen index.

Precondities:

  • De labwaardenopvrager is ingelogd in zijn zorgsysteem.
  • Op het informatiesysteem van de labwaardenverstrekker staan labwaarden.
  • Er is een beveiligde manier waarop gegevens elektronisch tussen labwaardenopvrager en –verstrekker uitgewisseld worden.
  • De patient geeft toestemming voor het opvragen van zijn labwaarden aan de labwaardenopvrager.

Trigger: De patiënt komt bij de zorgverlener voor een behandeling, een voorschrift of een verstrekking.

Basic flow:

  1. De labwaardenopvrager verifieert de identiteit van de patiënt.
  2. De labwaardenopvrager zoekt de patiëntgegevens in zijn zorginformatiesysteem.
  3. De labwaardenopvrager vraagt vanuit zijn zorginformatiesysteem de labwaarden op bij de labwaardenverstrekker (bericht opvragen labuitslagen).
  4. De labwaardenverstrekker stuurt met zijn informatiesysteem de labwaarden naar het zorginformatiesysteem van de labwaardenopvrager (bericht opleveren labuitslagen).
  5. Het zorginformatiesysteem van de labwaardenopvrager toont de labwaarden aan de zorgverlener op het scherm.
  6. De labwaardenopvrager gebruikt de labwaarden voor medicatiebewaking.
  7. De patiënt krijgt op basis van de medicatiebewaking een passend medicatieadvies.

Alternatieve flows:

  • De patiënt is niet bekend in het zorginformatiesysteem. Als behandelend zorgverlener is het wel mogelijk om de labwaarden op te halen.
    • De patiënt wordt geregistreerd.
    • De labwaardenopvrager haalt de labwaarden op (stap 3).
  • Er zijn geen labwaarden in het informatiesysteem van de labwaardenverstrekker van de betreffende patient.
    • In dit geval wordt er een melding gegeven dat de labwaarden er niet zijn.

Postcondities:

  • De zorgverlener heeft de laboratoriumwaarden.