mp:V9.0 Ontwerpbeslissingen

Uit informatiestandaarden
Ga naar: navigatie, zoeken

Ontwerpbeslissingen

Issue icon.png

Al deze ontwerpbeslissingen zijn per september 2017 overgenomen in het Functioneel ontwerp v9.04. Deze pagina is puur ter referentie en niet meer leidend.

Datamodel MP

Datamodel Medicatieproces

Additioneel op het model in het FO zijn toegevoegd:

  • Relatie van ma naar voorgaande ma
  • Relatie van ma naar ta (zie besluit 1)
  • Relatie van ma naar gb (zie besluit 1)
  • Relatie van vv naar ma

Besluit 1 Relatie VV en MA

Een Verstrekkingsverzoek verwijst naar één of meerdere MA’s. Wanneer er geen (digitale) MA is wordt deze gemaakt. Een MA kan verwijzen naar de vorige MA of een TA of GB waarop deze gebaseerd is.

Onderbouwing

  • Bij bijvoorbeeld een tussentijdse doseringsverhoging kan er een Verstrekkingsverzoek gedaan worden die zowel de voorraad voor de bestaande MA aanvult als de voorraad voor de toekomstige MA start.
  • Verstrekkingsverzoek verwijst naar 1 of meerdere MA.
  • Bij een papieren recept of herhaal-Verstrekkingsverzoek op basis van alleen een TA of gebruik kan het zijn dat er geen digitale MA beschikbaar is. Deze MA moet dan worden aangemaakt. Die MA mag verwijzen naar de TA of GB.
  • Apotheker is nooit de bron van een MA; hij kan wel een kopie hebben.


Besluit 2 Scenario Versturen Voorschrift

Bij het versturen van een Voorschrift (push) kunnen bij de MA(‘s) meerdere VV’s worden opgenomen. In het VV wordt verwezen naar de MA(‘s) waarop deze betrekking heeft. Wanneer een MA gewijzigd is moet ook de bijbehorende stop-ma worden opgenomen. 
Voor één patiënt kunnen MA’s en VV’s uit verschillende Medicamenteuze behandelingen worden opgenomen.

Onderbouwing
In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij psychiatrische patiënten) krijgt een patiënt op basis van dezelfde Medicatieafspraak meerdere receptbriefjes mee. Daarmee wordt de uitgifte van geneesmiddelen gereguleerd over bijvoorbeeld een aantal weken.


Besluit 3 Aanmelden op LSP bij nieuwe informatie

Alleen wanneer nieuwe informatie ontstaat, moet een aanmelding gedaan worden bij het LSP.

Onderbouwing
Bij het opvragen van medicatiegegevens/bouwstenen op het LSP wordt door systemen vaak een kopie gemaakt (met behoud oorspronkelijke OID). En wanneer een Medicatieoverzicht wordt opgevraagd en geverifieerd, ontstaat vaak lokaal een nieuw Medicatieoverzicht. De kopie/ontvangen informatie mag niet worden aangemeld omdat het anders lijkt alsof bij dat systeem de meest recente informatie te vinden is. Er mag pas worden aangemeld als in het eigen systeem een wijziging in een bestaande of nieuwe bouwsteen is vastgelegd.


Besluit 4 Een stop-MA is een gestopte MA

Een stop-MA is een MA met een unieke identificatie die een kopie van de originele MA is met een nieuwe einddatum. Deze einddatum kan ook in de toekomst liggen. De gestopte MA verwijst naar de originele MA (indien bekend). Bij een stop-MA ten behoeve van een wijziging verwijst de gewijzigde MA naar de stop-MA.

Onderbouwing

  • Informatiesystemen houden een audittrail bij. Bij een wijziging wordt de bestaande MA gestopt (nieuw record) en vervolgens wordt een nieuwe MA met daarin de wijziging aangemaakt (nieuw record). Door gebruik te maken van de records in de audittrail zijn er voor het staken van een MA in de meeste systemen geen grote aanpassingen nodig.
  • Een stop-MA wordt alleen gemaakt wanneer er een wijziging is in de eerder gemaakte afspraken. Een MA waarin al direct een einddatum is afgesproken, bijvoorbeeld in geval van een kuur, is geen stop-MA.
  • Wanneer een MA met einddatum wordt verlengd is dat een normale wijziging: eerst stop-MA, daarna nieuwe MA met de wijziging.

Hoe is de stop-MA als gevolg van een wijziging te herkennen?

  • Een stop-MA heeft altijd stoptype = staken. Er is geen behoefte aan een ander stoptype of reden van wijziging. Op het Medicatieoverzicht toon je altijd de meest recente. In geval van een wijziging is dat de gewijzigde MA.
  • Wanneer er in de originele MA een duur is aangegeven wordt deze in de stop-MA vervangen door de nieuwe einddatum.

User-interface
Voor de eindgebruikers is de stop-ma die gemaakt is bij een wijziging niet altijd relevant. De user-interface dient hierbij adequaat te ondersteunen. Een voorschrijver zal hier minder behoefte aan hebben dan een apotheker die zijn logistieke proces mogelijk moet aanpassen vanwege de wijziging.


Besluit 5 Verwijzing in stop-ma en onderbreek-ma

Wanneer een stop-ma verwijst naar een voorgaande ma wordt alleen die voorgaande ma gestaakt. Wanneer een stop-ma niet verwijst naar een voorgaande ma wordt de gehele medicamenteuze behandeling gestaakt; deze stop-ma mag alleen door de voorschrijver worden gemaakt.

Voor onderbreek-ma’s geldt hetzelfde als voor stop-ma.

Besluit 6 Medicamenteuze behandeling

Alle bouwstenen verwijzen altijd naar de bovenliggende MBH. Een MBH blijft altijd bestaan, het kan alleen zijn dat hij niet meer effectief is, omdat er geen actuele bouwstenen meer onder hangen.

Aanvulling
Een MBH kan ook alleen een stop-MA hebben naast bijvoorbeeld een gebruiksbouwsteen. Bijvoorbeeld in het geval dat de zorgverlener de patiënt verzoekt om het gebruik van een vrij verkrijgbaar geneesmiddel (OTC) te staken. Dan legt de zorgverlener het gebruik van de OTC vast in een gebruiksbouwsteen en staakt het gebruik door het maken van een stop-afspraak (stop-MA die onder dezelfde MBH hangt).


Besluit 7 Geen parallelle MA in één MBH

Er mogen geen parallelle MA voorkomen in één medicamenteuze behandeling.

Onderbouwing
Er zijn een aantal situatie waarin parallelle MA’s mogelijk zijn:

  1. Zelfde geneesmiddel, andere sterkte waarbij eigenlijk in één afspraak de totale sterkte voorgeschreven wordt.
  2. Aan elkaar gerelateerde (andere) geneesmiddelen die samen gegeven worden en je ook als één geheel wilt beschouwen bij evaluatie van de therapie.
  3. Opeenvolgende verschillende geneesmiddelen waarbij de volgende een vervanging van de voorgaande is, bijvoorbeeld seroxat gevolgd door efexor.

Situatie 3 is geen parallelle MA maar een volgtijdelijke. Aan de gebruiker (of de mogelijkheden van het systeem) wordt overgelaten of het opvolgende geneesmiddel onder dezelfde of onder een nieuwe medicamenteuze behandeling wordt geplaatst.
Situatie 2 wordt in systemen op verschillende wijze opgelost, met eigen groeperingsmechanismen. Hiervoor wordt geen universeel groeperingsmechanisme in de standaard toegevoegd. Deze groepering wordt vooralsnog dus ook niet uitgewisseld.
Situatie 1 kan worden opgelost door op een hoger niveau (SNK) voor te schrijven. Hier wordt aan gewerkt vanuit de G-standaard/Z-index. Vooralsnog is dit niet mogelijk. Tot die tijd wordt gekozen voor het combineren van 1 of meer producten in dezelfde ma door de producten als ingrediënt op te nemen, vergelijkbaar met magistrale producten.

Omdat de stop-ma een ‘kopie’ is van het origineel, zie besluit 4, heeft deze wel een overlap in ingangsdatum en einddatum met het origineel.


Besluit 8 Achteraf vastleggen MA

Het achteraf vastleggen van een MA kan leiden tot conflicterende MA’s. Op basis hiervan MOETEN één of meerdere MA’s gestopt worden zodat er geen parallelle MA’s voorkomen.

Besluit 9 1x per 36uur constructie

Bij 1x per 36 uur wordt dit in principe gedaan door een interval van 36 uur te gebruiken. Wanneer dit systeemtechnisch niet mogelijk is wordt er gebruik gemaakt van een repeterend schema waarin gewisseld wordt tussen ochtend en avond en een dag niet (variant 2 hieronder).

Onderbouwing
Wanneer de doseerinstructie luidt 1 tablet per 36uur kan dit normaliter in één medicatieafspraak worden weergegeven (keerdosis: 1 tablet, interval: 36uur). Maar wanneer een systeem niet verder gaat dan een interval van bijvoorbeeld 24 uur dan is er een andere oplossing nodig.

Variant 1: Gebruik maken van een Zo nodig instructie waarbij het criterium is: ‘er is 36 uur verstreken sinds de laatste toediening’. Maar dit levert een bepaalde mate van vrijblijvendheid die mogelijk niet gewenst is.

Variant 2: Er kan ook een repeterend schema worden gemaakt waarbij gewisseld wordt tussen ochtend en avond en een dag niet:

Herhaalperiode: 3 dagen 
Doseerinstructie
 Volgnummer: 1
 Doseerduur: 1 dag
  Dosering
   Keerdosis: 1 stuks
   Toedientijd: 9uur (bijvoorbeeld, kan ook een dagdeel zijn)
 Volgnummer: 2
 Doseerduur: 1 dag
  Dosering
  Keerdosis: 1 stuks
  Toedientijd: 21uur (bijvoorbeeld, kan ook een dagdeel zijn)

Wanneer het systeemtechnische niet mogelijk is om een interval van 36uur te kiezen wordt variant 2 toegepast.

Wijziginghistorie Ontwerpbeslissingen

Datum Wijziging
15-3-2017 Beschrijving wijzigingen in datamodel t.o.v. FO
Besluit 2: “Wanneer een MA gewijzigd is moet ook de bijbehorende stop-ma worden opgenomen.” toegevoegd.
Besluit 4: user-interface toegevoegd.
Besluit 5: uitgebreid met onderbreek-ma
Besluit 6, 7, 8 toegevoegd op basis van bespreking 26/10 en 23/11
30-5-2017 Datamodel toegevoegd relaties vanuit medicatiegebruik en medicatietoediening
Besluit 4: in stop-MA wordt Duur vervangen door einddatum
14-6-2017 Besluit 9: 1x per 36 uur toegevoegd nav vergadering 8 maart 2017
18-9-2017 Alle besluiten zijn overgenomen in het Functioneel ontwerp van september 2017. Daarmee is deze pagina alleen nog als referentie beschikbaar maar niet meer leidend.