Praktijkvoorbeelden toedienen
|
Deze pagina betreft een demo |
|
Aan deze pagina wordt momenteel gewerkt. |
Inhoud
- 1 Parallelle toedieningsafspraken waarvan één gewijzigd wordt
- 2 Verhogen dosering GDS-medicatie in nieuwe MBH
- 3 Verhogen dosering GDS-medicatie in zelfde MBH
- 4 Verhogen dosering GDS-medicatie met verschillende toedientijden
- 5 Verlagen dosering GDS-medicatie in nieuwe MBH
- 6 Verlagen dosering GDS-medicatie in zelfde MBH
- 7 Wijzigen van GDS-medicatie naar ‘zo nodig’-medicatie
- 8 Wijzigen van GDS-medicatie naar deels GDS- en deels ‘zo nodig’-medicatie
- 9 Toedienen gewijzigde hoeveelheid tabletten
- 10 Corrigeren van toediening
- 11 Corrigeren van toediening na uitspugen tablet door patiënt
- 12 Toediening niet gegeven
- 13 Opschorten van toediening
- 14 Aparte MTD’s vastleggen per PrikPlakLocatie
1 Parallelle toedieningsafspraken waarvan één gewijzigd wordt
De huisarts schrijft aan een patiënt met maagklachten pantoprazol voor.
- MA: pantoprazol tablet 20 mg, 2-3x daags 1 tablet
De vaste dosering van 2 tabletten gaat in GDS en wordt door de GDS-leverancier geleverd van het merk Sandoz. De derde tablet is voor gebruik ‘zo nodig’ en wordt los verstrekt van het merk Teva. Dit resulteert in twee parallelle TA’s.
Op een bepaald moment kan de GDS-leverancier tijdelijk geen pantoprazol meer leveren. De verstrekker heeft voorraad Teva en wijzigt de TA voor de vaste dosering in GDS naar een losse verstrekking. Het stoppen van de GDS-TA heeft geen invloed op de 'zo nodig'-TA, deze loopt gewoon door.
Hiermee ontstaan twee parallelle TA’s van hetzelfde merk, die beide los verstrekt worden. Echter, de ene bevat de vaste dosering en de andere de ‘zo nodig’-dosering. Op deze manier blijven ze ook apart op de toedienlijst zichtbaar als vaste en ‘zo nodig’-dosering.
Zodra pantoprazol weer in GDS geleverd kan worden zal de verstrekker de TA voor de vaste dosering stoppen en een nieuwe TA voor levering in GDS maken.
2 Verhogen dosering GDS-medicatie in nieuwe MBH
Een patiënt krijgt iedere dag 1 tablet losartan 50 mg toegediend. Dit heeft onvoldoende effect en de voorschrijver besluit de dosis te verhogen naar 100 mg 1x daags. Dit is een wijziging op PRK-niveau. De voorschrijver stopt daarom de oorspronkelijke MA en legt de nieuwe MA vast in een nieuwe MBH. In data-element AanvullendeInformatie geeft zij aan ‘Wijziging in GDS per direct’.
Echter, de patiënt heeft nog voor enkele dagen voorraad van de 50 mg-tabletten in haar GDS-rol. De verstrekker besluit om, tot de rolwissel, de GDS-medicatie aan te vullen met 1 losse tablet losartan 50 mg.
De verstrekker legt een stop-TA en 3 nieuwe TA's vast:
- stop-TA om de oorspronkelijke TA te stoppen, als gevolg van de stop-MA.
- TA voor de oorspronkelijke dosering van 50 mg losartan in GDS.
- TA voor de overbrugging met losse tabletten losartan 50 mg.
- TA voor de nieuwe dosering van 100 mg losartan in GDS.
Bij de volgende rolwissel wordt de verhoging in de GDS-rol geleverd.
3 Verhogen dosering GDS-medicatie in zelfde MBH
Een patiënt krijgt iedere dag 1 tablet furosemide 40 mg toegediend wegens oedeem. Dit heeft onvoldoende effect en de voorschrijver besluit de dosis te verhogen naar 1x daags 2 tabletten. Er is geen sprake van een verandering op PRK-niveau dus dit is een gewone wijziging. De voorschrijver legt een nieuwe MA binnen dezelfde MBH vast. Daarbij wordt een technische stop-MA aangemaakt.
De wijziging moet per direct ingaan. De rolwissel vindt echter pas enkele dagen later plaats. De verstrekker besluit om, tot de rolwissel, de GDS-medicatie aan te vullen met losse tabletten furosemide 40 mg.
De verstrekker legt een technische stop-TA en 3 nieuwe TA’s vast:
- technische stop-TA om de oorspronkelijke TA te stoppen, als gevolg van de stop-MA.
- TA voor de oorspronkelijke dosering propranolol in GDS.
- TA voor de overbrugging met losse tabletten furosemide 40 mg.
- TA voor de nieuwe dosering furosemide 40 mg in GDS.
Bij de volgende rolwissel wordt de verhoging (2 tabletten per keer) in de GDS-rol geleverd.
![]()
4 Verhogen dosering GDS-medicatie met verschillende toedientijden
Een patiënt krijgt iedere dag om 8:00 u 1 tablet furosemide 40 mg toegediend. Dit heeft onvoldoende effect en de voorschrijver besluit de dosis te verhogen naar 2x daags 1 tablet, 's ochtends om 8:00 u en 's middags om 17:00 u. Er is geen sprake van een wijziging op PRK-niveau dus de nieuwe MA en technische stop-MA worden in dezelfde MBH vastgelegd.
De wijziging moet per direct ingaan. De rolwissel vindt echter pas enkele dagen later plaats. De verstrekker besluit om, tot de rolwissel, de GDS-medicatie aan te vullen met losse tabletten furosemide 40 mg. De tablet in de GDS-rol houdt als Toedientijd 8:00, de losse tablet krijgt Toedientijd 17:00 u.
De verstrekker legt een technische stop-TA en 3 nieuwe TA’s vast:
- technische stop-TA om de oorspronkelijke TA te stoppen, als gevolg van de stop-MA
- TA voor de oorspronkelijke dosering furosemide in GDS met toedientijd 8:00 u
- TA voor de overbrugging met losse tabletten furosemide 40 mg met toedientijd 17:00 u
- TA voor de nieuwe dosering furosemide 40 mg in GDS met toedientijden 8:00 u en 17:00 u
Bij de volgende rolwissel wordt de verhoging (2 tabletten per dag) in de GDS-rol geleverd.
5 Verlagen dosering GDS-medicatie in nieuwe MBH
Een patiënt krijgt iedere dag 1 tablet losartan 100 mg toegediend. De voorschrijver besluit in verband met verslechterde nierfunctie de dosis te verlagen naar 50 mg 1x daags. Dit is een wijziging op PRK-niveau. De voorschrijver stopt daarom de oorspronkelijke MA en legt de nieuwe MA vast in een nieuwe MBH.
De patiënt heeft nog voor enkele dagen voorraad van de 100 mg-tabletten in haar GDS-rol. Een toediener mag echter geen tabletten halveren. De wijziging moet per direct ingaan en kan niet wachten op de rolwissel die pas enkele dagen later plaatsvindt.
De verstrekker besluit daarom de overgebleven GDS-zakjes dezelfde dag nog te laten ophalen en te vervangen door een nieuwe GDS-rol met de 50 mg-tabletten. Zij stopt de oorspronkelijke TA en legt een nieuwe TA vast voor de nieuwe dosering.
6 Verlagen dosering GDS-medicatie in zelfde MBH
Een patiënt krijgt iedere dag 2 tabletten verapamil 240 mg mga toegediend. Dit heeft een te sterk effect en de voorschrijver besluit de dosis te verlagen naar 1x daags 1 tablet. Er is geen sprake van een wijziging op PRK-niveau dus de nieuwe MA en bijbehorende technische stop-MA worden in dezelfde MBH vastgelegd.
De wijziging moet per direct ingaan. De rolwissel vindt echter pas enkele dagen later plaats. De verstrekker besluit daarom de overgebleven GDS-zakjes dezelfde dag nog te laten ophalen en tot de volgende rolwissel de tabletten los aan te leveren.
De verstrekker legt een technische stop-TA en 2 nieuwe TA’s vast:
- technische stop-TA om de oorspronkelijke TA te stoppen, als gevolg van de stop-MA
- TA voor de overbrugging met losse tabletten verapamil 240 mg mga
- TA voor de nieuwe dosering verapamil 240 mg mga in GDS
Bij de volgende rolwissel wordt de verlaging in de GDS-rol geleverd.
![]()
7 Wijzigen van GDS-medicatie naar ‘zo nodig’-medicatie
Een patiënt gebruikt temazepam vanwege slapeloosheid. De huisarts probeert al enige tijd de patiënt te overtuigen te stoppen met deze slaapmedicatie. De patiënt geeft nu aan bereid te zijn om het te proberen. Hij wil wel de beschikking hebben over temazepam om dit zo nodig te kunnen gebruiken. De huisarts verandert de dosering van 1x daags 10 mg temazepam naar 10 mg temazepam 'zo nodig'.
De patiënt heeft net een nieuwe rol voor 2 weken gekregen. De huisarts wil het momentum gebruiken en besluit dat de nieuwe MA per direct moet ingaan. De GDS-medicatie moet daarom dezelfde dag door de apotheek teruggehaald worden.
![]()
8 Wijzigen van GDS-medicatie naar deels GDS- en deels ‘zo nodig’-medicatie
De huisarts schrijft aan een patiënt diazepam 2x daags 5 mg voor wegens angstklachten. Dit heeft een te sterk effect en de voorschrijver besluit de dosis te verlagen naar diazepam 5 mg 1x daags 1 tablet plus 1 tablet ‘zo nodig’. Er is geen sprake van een wijziging op PRK-niveau dus de stop-MA en nieuwe MA worden in dezelfde MBH vastgelegd, evenals de stop-TA en nieuwe TA die het gevolg zijn van de wijziging.
De wijziging moet per direct ingaan. De rolwissel vindt echter pas enkele dagen later plaats. De verstrekker besluit daarom de overgebleven GDS-zakjes dezelfde dag nog te laten ophalen en tot de volgende rolwissel de tabletten los aan te leveren.
De verstrekker legt een technische stop-TA en 3 nieuwe TA’s vast:
- technische stop-TA om de oorspronkelijke TA te stoppen, als gevolg van de stop-MA.
- TA voor de overbrugging met losse tabletten diazepam.
- TA voor de nieuwe dosering diazepam in GDS.
- TA voor de nieuwe dosering diazepam als losse tabletten.
Bij de volgende rolwissel wordt de ‘zo nodig’-medicatie los aangeleverd en de verlaagde dosis in de GDS-rol geleverd.
![]()
9 Toedienen gewijzigde hoeveelheid tabletten
De huisarts schrijft aan een patiënte pantoprazol 40 mg, 1x daags 1 tablet voor.
- MA: pantoprazol tablet 40 mg, 1x daags 1 tablet
- TA: pantoprazol Sandoz tablet 40 mg, 1x daags 1 tablet
Na enige tijd zijn er leveringsproblemen voor pantoprazol 40 mg. De apotheek levert daarom pantoprazol 20 mg.
- TA: pantoprazol Sandoz tablet 20 mg, 1x daags 2 tabletten
De thuiszorgmedewerker ziet de nieuwe TA in het eTDR en dient 2 tabletten toe en tekent dit af.
![]()
10 Corrigeren van toediening
De huisarts schrijft aan een patiënte calcium 500 mg, 2x daags 1 tablet voor, in verband met botontkalking. De patiënte krijgt hulp van de thuiszorg bij het innemen van haar medicatie. De calciumtabletten zijn groot en patiënte heeft moeite beide tabletten in te nemen. Vandaag wil ze daarom de tweede tablet niet innemen. De thuiszorgmedewerker registreert toediening van 1 tablet, met als reden ‘toediening van medicatie geweigerd’ in MedicatietoedieningRedenVanAfwijken. Na enkele minuten neemt patiënte alsnog de tweede tablet in. De thuiszorgmedewerker corrigeert de registratie naar 2 tabletten, met als reden ‘foutieve registratie van medicatie’.
Dit kan op 2 manieren in het eTDR worden vastgelegd:
Corrigeren met negatieve ToegediendeHoeveelheid
In het eTDR worden 2 extra MTD’s vastgelegd: een met negatieve ToegediendeHoeveelheid en een met de juiste hoeveelheid.
![]()
Corrigeren met aanvullende MTD
![]()
11 Corrigeren van toediening na uitspugen tablet door patiënt
De huisarts schrijft aan een patiënte calcium 1000 mg, 1x daags 1 tablet voor, in verband met botontkalking. De patiënte krijgt hulp van de thuiszorg bij het innemen van haar medicatie. De calciumtabletten zijn groot en patiënte heeft moeite met het innemen van een tablet.
De thuiszorgmedewerker geeft patiënte 1 tablet en registreert dit in het eTDR. Even later spuugt de patiënte de tablet echter uit en het lukt niet om het haar opnieuw te geven.
De thuiszorgmedewerker corrigeert de eerdere registratie door het invoeren van een nieuwe MTD met negatieve hoeveelheid.
![]()
12 Toediening niet gegeven
Een patiënt krijgt iedere dag 1 tablet atenolol 50 mg toegediend. De patiënt heeft een lagere bloeddruk dan normaal vanwege koorts. De toediener neemt contact op met de voorschrijver. In overleg wordt besloten die dag geen atenolol toe te dienen. De toediener legt een MTD vast met '0 stuks' als ToegediendeHoeveelheid en 'lage bloeddruk door koorts' in MedicatietoedieningRedenVanAfwijken.
![]()
13 Opschorten van toediening
Een patiënt krijgt iedere dag 1 tablet calcium 1000 mg toegediend. Deze ochtend lukt het niet de tablet toe te dienen omdat de patiënt last heeft van misselijkheid. De toediener legt een MTD vast met '0 stuks' als ToegediendeHoeveelheid en 'patiënt misselijk' in MedicatietoedieningRedenVanAfwijken.
Voor calcium is geen vaste toedientijd noodzakelijk. De toediener komt op de middagronde opnieuw bij de patiënt en dit keer lukt het wel de tablet toe te dienen.
![]()
14 Aparte MTD’s vastleggen per PrikPlakLocatie
Een patiënt krijgt iedere avond 50 eenheden langwerkende insuline glargine toegediend door een thuiszorgmedewerker. Vanwege het hoge aantal eenheden moet dit in twee giften van 25 eenheden toegediend worden. De verstrekker vermeldt dit in het data-element AanvullendeInformatie in de TA.
De zorgmedewerker dient eerst 25E toe met PrikPlakLocatie ‘linkerbovenbeen’ en vervolgens 25E met PrikPlakLocatie ‘rechterbovenbeen’ en MedicatietoedieningRedenVanAfwijken ‘2 toedieningen ivm 50 eenheden’. Omdat in een MTD maar 1 PrikPlakLocatie kan worden vastgelegd zijn hiervoor 2 MTD’s nodig.
![]()