mp:V3.0.0-Ontwerp medicatieproces 9: verschil tussen versies

Uit informatiestandaarden
Ga naar: navigatie, zoeken
(Versie 324843 van Margriet Smits (overleg) ongedaan gemaakt)
(Label: Ongedaan maken)
 
(115 tussenliggende versies door 11 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
 
__NUMBEREDHEADINGS__
 
__NUMBEREDHEADINGS__
−
{{DISPLAYTITLE: Functioneel Ontwerp Medicatieproces 9 versie 3.0.0}}
+
{{DISPLAYTITLE: Functioneel Ontwerp Medicatieproces 9 versie {{VersieInfo|mp9|release=V3.0.0}}}}
−
{{IssueBox|'''<big>Deze pagina is in ontwikkeling. </big>'''}}
+
[[Bestand:ENG.jpg|50px]]  [https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9_ENG Click here for the English live version] <br> <br>
−
[[Bestand:NL.jpg|50px]]  [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|Dit is de NL versie]]<br> <br>
 
−
[[Bestand:ENG.jpg|50px]]  [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9_ENG|Click here for the ENG version]] <br> <br>
 
−
Voor een overzicht van relevante wiki-pagina's voor Medicatieproces zie [[Landingspagina_Medicatieproces]]
 
  
−
=Inleiding=
+
__NUMBEREDHEADINGS__
 +
=<span class="anchor" id="inleiding"></span>Inleiding=
 +
Dit document is onderdeel van de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|informatiestandaard medicatieproces}} (MP9), ontwikkeld binnen het {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|website medicatieoverdracht}}.
 +
Tijdens de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|kickstart}} wordt de in de informatiestandaard beschreven werkwijze beproefd en zo nodig bijgesteld.
  
−
Dit document is het functioneel ontwerp van de informatiestandaard Medicatieproces. Het beschrijft de algemene werking en specifieke praktijksituaties. Daarbij is voor een concrete situatie het vastleggen en uitwisselen van informatie beschreven aan de hand van actoren (mensen, informatiesystemen) en transacties (welke informatie wordt wanneer uitgewisseld).  
+
==Algemeen==
 +
Dit document beschrijft het functioneel ontwerp (FO) van de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|informatiestandaard medicatieproces}}. Het beschrijft de vastlegging en uitwisseling van medicatiegegevens en licht dit toe met specifieke praktijkvoorbeelden. Dit wordt uitgelegd aan de hand van actoren (mensen en informatiesystemen) en transacties (welke informatie wordt wanneer en op welke wijze uitgewisseld).<br>
 +
Voor meer informatie over informatiestandaarden en hoe deze worden ontwikkeld, zie de Nictiz webpagina voor {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|informatiestandaarden}}. In het {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|begrippenoverzicht}} op de website van Nictiz en de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|begrippenlijst}} op de site van het programma Medicatieoverdracht staat uitleg van de begrippen die voorkomen in dit FO.<br>
 +
Daarnaast is er een link naar het Technisch Ontwerp in de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|technisch ontwerp}}.
  
−
Doelgroep voor dit document zijn:
+
==Doelgroep==
−
* zorgverleners;
+
De doelgroep voor dit document bestaat uit:
−
* informatieanalisten en -architecten;
+
* Productmanagers, architecten, ontwerpers, bouwers en testers van:
−
* softwareleveranciers.
+
:: – leveranciers van medicatiegerelateerde informatiesystemen;
 +
:: – zorgorganisaties en regio-organisaties;
 +
:: – Nictiz;
 +
* Vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten.
  
−
==Scope en visie==
+
==Kaders en uitgangspunten==
 +
===Wetgeving===
 +
De overdracht van medicatiegegevens zoals in dit document beschreven voldoet aan de wet- en regelgeving. Het versturen van een medicatieafspraak gecombineerd met een verstrekkingsverzoek komt overeen met een recept zoals gedefinieerd in de Geneesmiddelenwet. Nadere uitleg hierover is te vinden in de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|NEN7503}}. De {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|richtlijn}} bevat ook toelichting op de wettelijke eisen aan de uitwisseling van medicatiegegevens.
  
−
Dit document is tot stand gekomen binnen het programma Medicatieproces. Het programma Medicatieproces beoogt allereerst om bestaande knelpunten in het medicatieproces op te lossen, rekening houdend met de huidige wetgeving en de haalbaarheid van concrete resultaten binnen afzienbare termijn.
+
===Richtlijn en proces===
 +
In 2020 is de herziene kwaliteitsstandaard {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|richtlijn}} gepubliceerd door het Zorginstituut Nederland. Het doel is daarin als volgt omschreven:<br>
 +
“Het overdragen van medicatiegegevens in het netwerk van de patiënt, zodat voorschrijvers, apothekers, en toedieners op het moment van voorschrijven, ter hand stellen en toedienen binnen de keten continuïteit van zorg kunnen leveren en een verantwoorde risico-inschatting kunnen maken ten behoeve van veilige medische en farmaceutische zorg.”<br>
  
−
Een van de belangrijkste knelpunten betreft het onvoldoende zicht hebben op de medicatie die de patiënt gebruikt. Dit heeft onder andere te maken met het vermengen van therapeutische en logistieke informatie wat leidt tot een onoverzichtelijke medicatiehistorie. Het onderscheid tussen therapie en logistiek is als volgt gemaakt:
+
De bijbehorende {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|informatieparagraaf}} beschrijft globaal de vastlegging en uitwisseling van medicatiegegevens. De informatiestandaard werkt dit in detail uit. Het medicatieproces bestaat op hoofdlijnen uit de deelprocessen:
−
* '''Therapie''' omvat de ‘medisch-inhoudelijke’ aspecten. Het omvat onder andere de medicamenteuze (behandelings-)afspraken, de begeleiding en de uitvoering ervan. Ook de therapeutische intentie, het (werkelijk) gebruik, zelfmedicatie en farmacotherapie zijn termen die passen onder de paraplu van ‘therapie’, zoals in dit document is bedoeld.  
+
* Voorschrijven
−
* '''Logistiek''' omvat de aspecten rondom de fysieke goederenstroom van geneesmiddelen, inclusief aanvragen, planning en afleveringen. Ook de medicatievoorraad en het verbruik ervan vallen onder dit begrip.  
+
* Ter hand stellen
 +
* Toedienen
 +
* Gebruiken
 +
Daarbij is ook het deelproces Medicatieverificatie van belang.
 +
In [[#Medicatieproces|hoofdstuk 5 Medicatieproces]] wordt het zorgproces beschreven.
  
−
Het programma heeft rekening gehouden met huidige wetgeving en haalbaarheid binnen een afzienbare termijn. De visie gaat wel verder dan de scope van het programma Medicatieproces en legt het fundament voor een situatie waarin het verstrekkingsverzoek verdwijnt. Het uiteindelijke doel is dat voorschrijvers zich uitsluitend bezig houden met therapeutische aspect (welk geneesmiddel, welke sterkte, welke dosering, wanneer starten, etc.). Daardoor is het maken van een verstrekkingsverzoek niet meer nodig. In plaats daarvan maakt de voorschrijver medicatieafspraken met de patiënt. Op basis van deze medicatieafspraken verzorgt de apotheker het logistieke proces en daarmee kan het verstrekkingsverzoek verdwijnen.
+
===Reikwijdte informatiestandaard===
−
Dit is echter (nog) niet mogelijk vanwege wetgeving. Het programma Medicatieproces zet wel de eerste noodzakelijke stap in die richting.
+
De reikwijdte van de informatiestandaard beslaat de functionele beschrijvingen (dit FO) en de dataset voor alle gegevensuitwisselingen binnen alle deelprocessen in het medicatieproces (in {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR}}).
 +
 
 +
==Kwalificatie==
 +
Op basis van dit FO en de daarbij behorende dataset worden kwalificatiescripts opgesteld. Het opstellen van kwalificatiescripts valt buiten de scope van dit FO. Voor meer informatie zie de Nictiz-pagina over {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|kwalificatie}} en de landingspagina van de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|kickstart}}.
  
 
==Leeswijzer==
 
==Leeswijzer==
 +
===Usecases en scenario's in dit FO===
 +
Informatiestandaarden worden bij Nictiz doorgaans beschreven aan de hand van usecases. In die informatiestandaarden is een usecase gedefinieerd als een beschrijving van een praktijksituatie in de zorg, die gekoppeld is aan een scenario. Een scenario is een samenhangende groep transacties voor het uitwisselen van gegevens.<br>
 +
Het FO voor MP9 behandelt de zorgbrede uitwisseling van medicatiegegevens tussen een groot aantal verschillende betrokkenen en in uiteenlopende zorgsituaties. Binnen MP9 kunnen daarom in één deelproces verschillende usecases met bijbehorende scenario’s voorkomen. Een scenario kan ook in meer dan één deelproces van toepassing zijn. Verder wordt bij MP9 veel aandacht besteed aan de vastlegging van gegevens, naast het uitwisselen ervan.<br>
 +
Voor MP9 is daarom gekozen voor een andere indeling:<br>
 +
* [[#informatieoverdracht|Hoofdstuk 3 Informatieoverdracht]] geeft een overzicht van de scenario's met hun transacties, en de daarvoor benodigde systeemrollen. Hierbij wordt aangegeven in welke deelprocessen deze voorkomen.
 +
* De beschrijving van het zorgproces staat in [[#mp|hoofdstuk 5 Medicatieproces]]. Voor elk deelproces wordt aangegeven welke systeemrollen hierbij nodig zijn.
 +
 +
===Overzicht hoofdstukken===
 +
[[#inleiding|Hoofdstuk 1 Inleiding]] geeft algemene informatie over het FO van MP9.<br>
 +
[[#concept|Hoofdstuk 2 Conceptueel model]] beschrijft het onderliggende conceptuele model waar MP9 op gebaseerd is: de aanleiding voor het ontwikkelen van dit model, uitgangspunten, definities en werkwijze.<br>
 +
[[#informatieoverdracht|Hoofdstuk 3 Informatieoverdracht]] geeft een overzicht van de relevante informatiesystemen, systeemrollen, scenario's en transacties, en de daarbij betrokken bouwstenen.<br>
 +
[[#consolideren|Hoofdstuk 4 Consolideren: wat, waarom en hoe]] beschrijft wat consolideren is en wat voor MP9 de bijbehorende regels zijn.<br>
 +
[[#mp|Hoofdstuk 5 Medicatieproces]] beschrijft hoe het proces er in grote lijnen uitziet, welke deelprocessen erin voorkomen en hoe medicatiegegevens daarin worden gebruikt, vastgelegd en uitgewisseld.<br>
 +
[[#aanvullende info|Hoofdstuk 6 Aanvullende informatie]] bevat een verwijzing naar pagina’s met aanvullende documentatie, de documenthistorie en de lijst met referenties.
 +
 +
===Voorbeelden op aparte pagina's===
 +
Vanwege de lengte van dit FO zijn de praktijkvoorbeelden naar pagina’s buiten deze hoofdpagina verplaatst. Er is een pagina met [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden|alle voorbeelden]] en aparte pagina’s met voorbeelden per deelproces of deelonderwerp.<br>
 +
Daarnaast zijn er [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/aanvullende_documentatie#Overige_voorbeelden|nog enkele andere pagina's]] met nadere uitleg in de vorm van voorbeelden.
 +
 +
===<span class="anchor" id="beta"></span>Functionaliteiten in bètaversie===
 +
Voorstelgegevens (zie [[#mp voorstelgegevens|paragraaf 5.6]]) en de functionaliteiten in het deelproces Toedienen (zie [[#Deelproces Toedienen|paragraaf 5.4]]) hebben status bèta aangezien ze nog beproefd moeten worden. Dit is conform het Duurzaam Releasebeleid van Nictiz.<br>
 +
 +
===Schrijfconventies===
 +
De volgende schrijfconventies worden gevolgd in dit FO:
 +
* De medicatiebouwstenen worden als afkorting geschreven. Alleen bij de eerste introductie en in paragraaftitels worden de volledige namen uitgeschreven. Doel is om de tekst korter en beter leesbaar te maken, zeker in geval van lange namen als 'wisselend doseerschema' of 'antwoord voorstel verstrekkingsverzoek'.
 +
* Data-elementen van de bouwstenen en waarden uit waardelijsten worden geschreven zoals ze in de dataset in {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR}} staan, inclusief hoofdletters. Op deze manier is altijd duidelijk wat er bedoeld wordt.
 +
* In dit FO wordt de term 'patiënt' gebruikt waarmee zowel patiënten als cliënten worden bedoeld.
 +
* In dit FO wordt de term 'verstrekker' gebruikt. Een verstrekker is een apotheker of apotheekhoudend huisarts die het proces van ter hand stellen uitvoert of onder wiens verantwoordelijkheid dat gebeurt.
 +
 +
===Herhaalde tekstblokken===
 +
In het FO kunnen diverse stukken tekst op meerdere plaatsen terugkomen. Het betreft informatie die in verschillende paragrafen relevant is. Dit is met name het geval in hoofdstuk 5. Voorbeelden hiervan zijn:
 +
* Aanwijzingen voor het invullen van een data-element, dat zowel in de MA als in de TA voorkomt.
 +
* Teksten over GDS die in allerlei paragrafen van hoofdstuk 5 voorkomen zijn samengevat in een eigen paragraaf 5.8.
 +
In die gevallen wordt de tekst gekopieerd vanuit de eerste paragraaf waarin deze voorkomt. Dit zorgt ervoor dat eventuele aanpassingen op elke plaats op dezelfde manier gedaan worden.
  
−
De volgende paragraaf bevat een introductie van de belangrijkste bouwstenen en termen die in dit document gebruikt worden.  
+
=<span class="anchor" id="concept"></span>Conceptueel model=
−
In [[#Medicatieproces|hoofdstuk 2]] zijn de verschillende processen (voorschrijven, ter hand stellen, toedienen, gebruiken) uitgewerkt. Het doel van de beschrijving is helder te maken hoe het zorgproces in de gewenste situatie loopt, welke processtappen nodig zijn, welke actoren daaraan deelnemen, welke informatie daarbij van toepassing is en welke uitwisselingsmomenten er zijn.
+
In dit hoofdstuk wordt het model uitgelegd dat aan de basis staat van MP9.<br>
−
De processen zijn volgens een vaste indeling beschreven:
+
Paragraaf 2.1 bespreekt de aanleiding voor het ontwikkelen van dit model.<br>
 +
Paragraaf 2.2 legt de basisprincipes uit.<br>
 +
Paragraaf 2.3 beschrijft de medicatiebouwstenen en de voorstelgegevens.<br>
 +
Paragraaf 2.4. introduceert het begrip 'medicamenteuze behandeling' en de functionele toepassing ervan.<br>
 +
Paragraaf 2.5 geeft uitleg over de samenhang tussen bouwstenen en medicamenteuze behandeling.<br>
 +
Paragraaf 2.6 beschrijft hoe deze bouwstenen uitgewisseld kunnen worden.
  
−
* Huidige situatie <br />Deze paragraaf beschrijft de relevante verschillen van de huidige situatie ten opzichte van de gewenste situatie (“soll”, volgens deze informatiestandaard). Hier vindt u dus knelpunten terug.
+
==Aanleiding ontwikkeling conceptueel model==
−
* Procesbeschrijving met de paragrafen:
+
Registratie en communicatie van medicatiegegevens verlopen grotendeels digitaal. In de loop van de tijd zijn daarin diverse problemen aan het licht gekomen. Dit is onderzocht in een project van NHG en KNMP in 2012-2013. De conclusie was dat therapeutische en logistieke aspecten door elkaar lopen bij het vastleggen en communiceren van medicatiegegevens. Daarnaast ontbreekt er een eenduidig en gedeeld begrippenkader.<br>
−
** ''Preconditie'' <br />De voorwaarden waaraan voldaan moet zijn vóór het starten van het proces.
 
−
** ''Trigger Event''<br />De gebeurtenis die het proces start.
 
−
** ''Een of meerdere processtappen''<br />Beschrijving van een onderdeel van het proces.
 
−
** ''Postconditie''<br />De voorwaarden waaraan voldaan is nadat de processtappen van het proces zijn uitgevoerd.
 
−
* Use cases<br />Opsomming van de use cases die horen bij dit deelproces. De uitwerking van de use cases is opgenomen in [[#Beschrijving use cases|Hoofdstuk 4]].
 
−
* Informatiesystemen en transactiesgroepen<br />Deze paragraaf beschrijft de betrokken informatiesystemen, systeemrollen, transacties en transactiegroepen in relatie tot de processtappen. Alle informatie rond informatiesystemen en transactiegroepen is ook opgenomen in [[#Systemen en transacties|Hoofdstuk 7]].
 
  
−
In [[#Domeinspecifieke invulling medicatieproces|hoofdstuk 3]] zijn enkele domeinspecifieke invullingen van het medicatieproces beschreven bijvoorbeeld die bij de dienstwaarneming in de ambulante situatie. In [[#Beschrijving use cases|Hoofdstuk 4]] zijn verschillende use cases in meer detail beschreven. De praktijk situaties zijn in een groot aantal gevallen ontleent aan de huisartsenpraktijk maar zijn illustratief voor vergelijkbare situaties in een andere setting. De use cases zijn onderverdeeld naar deelproces, zoals aangegeven in Hoofdstuk 2.<br>
+
Het bovenstaande is uitgewerkt in een rapport, {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|bouwstenen medicatieproces}} uit 2014. Hierin wordt een conceptueel model beschreven waarin therapeutische en logistieke gegevens uit elkaar worden getrokken. Dit model is de basis voor de informatiestandaard MP9.
−
[[#Medicatieoverzicht en afleidingsregels|Hoofdstuk 5]] beschrijft hoe een medicatieprofiel kan worden opgebouwd uit de verschillende bouwstenen. In [[#Systemen en transacties|Hoofdstuk 7]] is een overzicht opgenomen van alle informatiesystemen, systeemrollen, transacties en transactiegroepen. Aanwijzingen voor de functionaliteit van verschillende informatiesystemen zijn uitgewerkt in [[#Functionaliteit|Hoofdstuk 8]].
+
De teksten in dit hoofdstuk zijn deels gebaseerd op dit rapport.
  
−
==Introductie van relevante termen==
+
==Uitgangspunten conceptueel model==
−
===Therapeutische en logistieke bouwstenen===
+
Het conceptuele model is tot stand gekomen door de deelprocessen in het medicatieproces als vertrekpunt te nemen:
−
De use cases bevatten een beschrijving van het proces en de gegevenselementen die daarin een rol spelen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van groepen van bij elkaar horende gegevenselementen: zorginformatiebouwstenen (zib), de zorginformatiebouwstenen zijn in sommige gevallen aangevuld met elementen die nodig zijn voor de context en/ of het werkproces. In de dataset is uitgewerkt uit welke gegevenselementen deze bouwstenen bestaan. De dataset bevat de complete set van definities van de gegevenselementen in de bouwstenen. De bouwstenen met hun gegevenselementen worden gebruikt in verschillende scenario’s waarmee zorgtoepassingen kunnen worden ingericht/gemodelleerd of waarmee koppelvlakken voor gegevensuitwisseling worden gedefinieerd.  
+
* Voorschrijven
 +
* Ter hand stellen
 +
* Toedienen
 +
* Gebruiken
 +
Tijdens deze deelprocessen ontstaat informatie die wordt vastgelegd in de vorm van medicatiebouwstenen. Een bouwsteen in een informatiestandaard is een verzameling samenhangende data-elementen rond een bepaald concept binnen een bepaalde context, bijvoorbeeld een medicatieafspraak in het medicatieproces. Deze data-elementen beschrijven de gegevens die nodig zijn voor een heldere en eenduidige representatie van dit concept.<br>
 +
De verschillende medicatiebouwstenen representeren stappen in het medicatieproces rondom de patiënt: voorschrijven van een geneesmiddel (medicatieafspraak, verstrekkingsverzoek, wisselend doseerschema), gevolgd door het ter hand stellen (toedieningsafspraak, medicatieverstrekking), toedienen (medicatietoediening) en gebruiken (medicatiegebruik) van dat geneesmiddel.<br>
 +
Tijdens een deelproces worden de data-elementen van de betreffende bouwsteen voor zover mogelijk en relevant ingevuld. Dit resulteert in een concrete invulling van die bouwsteen. Dit wordt een ''instantiatie'' genoemd.<br>
 +
Instantiaties van bouwstenen kunnen digitaal worden uitgewisseld: ofwel door ze actief naar een andere zorgverlener te sturen, ofwel door ze beschikbaar te stellen voor raadpleging op een willekeurig moment door een andere zorgverlener en de patiënt (zie [[#push/pull|paragraaf 2.6]]). Hierdoor kan een zorgverlener op elk moment beschikken over alle medicatiegegevens van een patiënt, zoals bedoeld in de kwaliteitsstandaard {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|richtlijn}}.<br>
 +
Volledige uitleg van het conceptuele model is te vinden in het originele rapport {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|bouwstenen medicatieproces}}.
  
−
Onderstaande figuur geeft de bouwstenen weer. Zij zijn gerangschikt naar (deel)proces en naar therapie versus logistiek.
+
==Medicatiebouwstenen en voorstelgegevens==
 +
In deze paragraaf worden de medicatiebouwstenen en voorstelgegevens beschreven. Na de eerste introductie worden verder de afkortingen van de bouwstenen gebruikt, behalve in paragraaftitels.
 +
===<span class="anchor" id="bouwstenen"></span>Therapeutische en logistieke bouwstenen===
 +
Binnen de medicatiebouwstenen wordt onderscheid gemaakt tussen therapie en logistiek:<br>
  
−
{{anchor|figuur 1}}
+
'''Therapie'''<br>
−
[[Bestand:Figuur 1 Bouwstenen - overzicht.png|Figuur 1 Bouwstenen - overzicht]]
+
Dit betreft de medisch-inhoudelijke aspecten. Het omvat onder andere de medicamenteuze (behandelings-)afspraken en de uitvoering ervan. Ook de therapeutische intentie, het (werkelijke) gebruik en zelfmedicatie vallen hieronder.<br>
 +
De therapeutische bouwstenen zijn: medicatieafspraak (MA), toedieningsafspraak (TA), wisselend doseerschema (WDS), medicatietoediening (MTD) en medicatiegebruik (MGB).<br>
  
−
Onderstaande tabel geeft een beschrijving van deze bouwstenen. Ook de vier aanvullende concepten ‘voorstel medicatieafspraak’ (therapeutisch), 'antwoord voorstel medicatieafspraak' (therapeutisch), 'voorstel verstrekkingsverzoek’ (logistiek)  en ‘antwoord voorstel verstrekkingsverzoek’ (logistiek) zijn beschreven.
+
'''Logistiek'''<br>
 +
Dit gaat over aspecten rondom de fysieke goederenstroom van geneesmiddelen, zoals aanvragen en afleveringen.<br>
 +
De logistieke bouwstenen zijn: verstrekkingsverzoek (VV) en medicatieverstrekking (MVE).<br>
 +
<br>
 +
Figuur 2.1 geeft de medicatiebouwstenen weer, verdeeld naar deelproces en onderscheid therapie/logistiek.<br>
  
 +
{{anchor|figuur FOH1}}
 +
[[Bestand:Bouwstenen_oktober2023-300OUD.png|750px|Figuur 1 Bouwstenen - overzicht]]<br>
 +
''<small>Figuur 2.1  Overzicht therapeutische en logistieke medicatiebouwstenen</small>''<br>
 +
<br>
 +
Onderstaande tabel geeft een beschrijving van de bouwstenen.
 
{{anchor|tabel 1}}
 
{{anchor|tabel 1}}
 
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
 
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
Regel 63: Regel 134:
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatieafspraak
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatieafspraak
 
|style="background-color: white;vertical-align:top;"| MA
 
|style="background-color: white;vertical-align:top;"| MA
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een medicatieafspraak is het voorstel van een voorschrijver tot gebruik van medicatie waarmee de patiënt akkoord is. Ook de afspraak om het medicatiegebruik te stoppen is een medicatieafspraak<ref>In dit document wordt alleen medicatieafspraak gebruikt waarmee dus ook het klinische equivalent voorlopige medicatie-opdracht wordt aangeduid</ref>.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een medicatieafspraak is de afspraak tussen de voorschrijver en de patiënt over het gebruik van medicatie door deze patiënt. Ook de afspraak om het medicatiegebruik te stoppen of te wijzigen is een medicatieafspraak.
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| wisselend doseerschema
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| wisselend doseerschema
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| WDS
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| WDS
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een wisselend doseerschema is het doseerschema van een (externe) voorschrijver, waarbij het onderdeel gebruiksinstructie van een medicatieafspraak concreet wordt ingevuld. Het doseerschema kan tussentijds aangepast worden zonder dat de medicatieafspraak gewijzigd hoeft te worden.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Met het wisselend doseerschema wordt het onderdeel gebruiksinstructie van een medicatieafspraak concreet ingevuld. Het doseerschema kan tussentijds aangepast worden zonder dat de medicatieafspraak gewijzigd hoeft te worden.
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| verstrekkingsverzoek
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| verstrekkingsverzoek
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| VV
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| VV
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een verstrekkingsverzoek is het verzoek van een voorschrijver aan de apotheker om medicatieverstrekking(en) te doen aan de patiënt, ter ondersteuning van de geldende medicatieafspraken<ref>De bouwsteen verstrekkingsverzoek is in de klinische situatie niet van toepassing. Verstrekken van medicatie wordt in de klinische situatie op verschillende manieren ingevuld. Het aanvullen van bijvoorbeeld een afdelingsdepot wordt hier niet als medicatieverstrekking gezien maar als verlengde voorraad van de apotheker. Er is pas sprake van een medicatieverstrekking als de koppeling tussen het geneesmiddel en de patiënt gelegd is. In de klinische situatie wordt daarna vaak gelijk toegediend.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een verstrekkingsverzoek is het verzoek van een voorschrijver aan de verstrekker tot medicatieverstrekking(en) aan de patiënt in lijn met de bijbehorende medicatieafspraken.
−
</ref>.
 
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| toedieningsafspraak
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| toedieningsafspraak
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| TA
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| TA
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een toedieningsafspraak is de gebruiks- (of toedienings-)instructie van de apotheker aan de patiënt (of zijn vertegenwoordiger of toediener), waarbij een medicatieafspraak concreet wordt ingevuld<ref name="MO">Een voorlopige medicatieopdracht, zoals die in ziekenhuizen wordt gebruikt, is zowel het verzoek van de arts aan de toediener om medicatie toe te dienen aan de patiënt als een verstrekkingsverzoek aan de apotheker om ervoor te zorgen dat de medicatie beschikbaar is voor de toediener. Dit laatste komt overeen met de medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek uit de eerste lijn. De apotheker in het ziekenhuis voert in de regel bovendien een validatie van het toedieningsverzoek uit (zo ontstaat de definitieve medicatieopdracht en dit wordt hier de toedieningsafspraak genoemd). Met voorlopige medicatieopdracht wordt dus niet bedoeld een voorstel van bijvoorbeeld de verpleegkundige op basis van protocol welke nog niet geaccordeerd is door een arts.</ref>.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een toedieningsafspraak is de gebruiks- of toedieningsinstructie van de verstrekker aan de patiënt, diens vertegenwoordiger of toediener, waarbij de medicatieafspraak concreet wordt ingevuld.
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatieverstrekking
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatieverstrekking
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| MVE
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| MVE
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een medicatieverstrekking is de ter handstelling van een hoeveelheid van een geneesmiddel aan de patiënt, zijn toediener of zijn vertegenwoordiger.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een medicatieverstrekking is de uitgifte van een hoeveelheid van een geneesmiddel aan de patiënt, diens vertegenwoordiger of toediener.
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatietoediening
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatietoediening
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| MTD
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| MTD
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Medicatietoediening is de registratie van de afzonderlijke toedieningen van het geneesmiddel aan de patiënt door de toediener (zoals een verpleegkundige of patiënt zelf), in relatie tot de gemaakte afspraken.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Een medicatietoediening is de afzonderlijke toediening van een geneesmiddel aan de patiënt door de toediener.
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatiegebruik
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatiegebruik
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| MGB
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| MGB
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Medicatiegebruik is een uitspraak over historisch, huidig of voorgenomen gebruik van een geneesmiddel<ref>Gebruik kan voorafgegaan zijn door een medicatietoediening. Registratie van gebruik na bijvoorbeeld medicatietoediening van rabiës vaccinatie of infuus ligt niet voor de hand.</ref>.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Medicatiegebruik is een uitspraak over het historisch, huidig of voorgenomen gebruik van een geneesmiddel door de patiënt. De uitspraak kan vastgelegd worden door de patiënt zelf maar ook door een zorgverlener of een vertegenwoordiger van de patiënt.
−
|-
+
|}
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| medicatieverbruik
+
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| MVB
+
===Voorstelgegevens===
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het verbruik is de logistieke invalshoek van het gebruik. Het beschrijft tot wanneer een patiënt heeft gedaan of nog kan doen met een (deel)voorraad geneesmiddelen<ref>Van eenmalig tot een bepaalde periode. De bouwsteen Medicatieverbruik is niet verder uitgewerkt in deze informatiestandaard.</ref>.
+
Het kan voorkomen dat een zorgverlener of patiënt een voorstel wil doen voor een nieuwe MA of VV. Om dit te ondersteunen zijn voorstelgegevens geïntroduceerd. In dit FO en de dataset worden de voorstelgegevens als bètaversie gepubliceerd (zie [[#beta|paragraaf 1.5.4]]).<br>
 +
<br>
 +
Onderstaande tabel geeft een beschrijving van deze voorstelgegevens.
 +
 
 +
{{anchor|tabel 1}}
 +
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
 +
! style="text-align:left;"| Bouwsteen
 +
! style="text-align:left;"| Afk.
 +
! style="text-align:left;"| Beschrijving
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voorstel medicatieafspraak
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voorstel medicatieafspraak
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| VMA
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| VMA
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het voorstel medicatieafspraak is een advies of verzoek van de apotheker, voorschrijver of de patiënt aan de voorschrijver van de MA over de afgesproken medicatie. Het adviesverzoek kan bijvoorbeeld inhouden medicatie te evalueren, te stoppen, te starten of te wijzigen.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het voorstel medicatieafspraak is een voorstel van een zorgverlener of de patiënt aan de voorschrijver met betrekking tot het voorschrijven van medicatie. Het voorstel kan inhouden de medicatie te stoppen, starten, wijzigen of continueren.
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| antwoord voorstel medicatieafspraak
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| antwoord voorstel medicatieafspraak
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| AVMA
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| AVMA
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het antwoord voorstel medicatieafspraak is een antwoord van de voorschrijver op de voorstel medicatieafspraak. Hierin geeft de voorschrijver aan akkoord te gaan (waarna een (aangepaste) medicatieafspraak zal volgen) of niet (en de reden daarvoor).
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het antwoord voorstel medicatieafspraak is een antwoord van de voorschrijver op het voorstel medicatieafspraak. Hierin geeft de voorschrijver aan akkoord te gaan (waarna een (aangepaste) medicatieafspraak zal volgen) of niet (en de reden daarvoor).
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voorstel verstrekkingsverzoek
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voorstel verstrekkingsverzoek
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| VVV
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| VVV
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het voorstel verstrekkingsverzoek is een voorstel van de apotheker aan de voorschrijver om (een) medicatieverstrekking(en) te fiatteren ten behoeve van geldende medicatieafspr(a)ak(en). Dit is vergelijkbaar met de huidige situatie van het aanbieden van het autorisatieformulier of verzamelrecept of het ter ondertekening aanbieden van een herhaalrecept. Ook de patiënt kan een voorstel verstrekkingsverzoek indienen bij de voorschrijver.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het voorstel verstrekkingsverzoek is een voorstel van een zorgverlener of de patiënt aan de voorschrijver om een medicatieverstrekking te fiatteren ten behoeve van de bijbehorende medicatieafspraak.
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| antwoord voorstel verstrekkingsverzoek
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| antwoord voorstel verstrekkingsverzoek
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| AVVV
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| AVVV
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het antwoord voorstel verstrekkingsverzoek is een antwoord van de voorschrijver op het voorstel verstrekkingsverzoek. Hierin geeft de voorschrijver aan akkoord te gaan (waarna een verstrekkingsverzoek zal volgen) of niet (en de reden daarvoor).
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Het antwoord voorstel verstrekkingsverzoek is een antwoord van de voorschrijver op het voorstel verstrekkingsverzoek. Hierin geeft de voorschrijver aan akkoord te gaan (waarna een verstrekkingsverzoek zal volgen) of niet (en de reden daarvoor).
−
|}<small>Tabel 1 Bouwstenen – beschrijving</small>
+
|}
  
−
===Medicatieoverzicht===
+
Een voorstel kan resulteren in een nieuwe MA of VV. Er wordt altijd een AVMA of AVVV naar de voorsteller gestuurd.<br>
−
Zie [[#Medicatieoverzicht en afleidingsregels|hoofdstuk 5]] voor meer informatie over deze overzichten, welke bouwstenen daarbij van toepassing zijn en hoe een medicatieprofiel/actueel overzicht kan worden samengesteld.
+
Een voorstel is alleen bedoeld voor de voorschrijver waar het voorstel aan gericht is, niet voor de rest van de keten. Het zijn dus geen bouwstenen (zoals in [[#bouwstenen|paragraaf 2.3.1]]) waarmee een overzicht van medicatie kan worden opgebouwd, al staan ze wel ook in de dataset in ART-DECOR. Ze vallen dus ook niet onder een MBH (zie paragraaf 2.4).<br>
 +
In [[#mp voorstelgegevens|paragraaf 5.6]] wordt het gebruik van de voorstelgegevens verder toegelicht.<br>
  
−
===Medicamenteuze behandeling===
+
===Medicatiebouwstenen en zorginformatiebouwstenen===
−
De verschillende medicatiebouwstenen representeren stappen in het medicatieproces, van het voorschrijven van een geneesmiddel (medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek), gevolgd door het ter hand stellen (toedieningsafspraak en/of medicatieverstrekking) tot en met het toedienen en gebruik. Het model is zo ingericht dat therapeutische bouwstenen en logistieke bouwstenen van elkaar gescheiden zijn.<br>
+
Voor de medicatiebouwstenen binnen MP9 worden geen zorginformatiebouwstenen (zibs) gebruikt. Dit geldt voor Medicatieafspraak, Toedieningsafspraak, Verstrekkingsverzoek, Medicatieverstrekking, Medicatiegebruik, Medicatietoediening, Gebruiksinstructie en WisselendDoseerschema. De specificaties van deze medicatiebouwstenen worden uitsluitend binnen MP9 beheerd en gepubliceerd.
−
'''Scope'''<br>
 
−
Om de onderlinge samenhang tussen de medicatiebouwstenen te kunnen benoemen, is het begrip ‘medicamenteuze behandeling’ geïntroduceerd.<br>
 
−
:''Medicamenteuze behandeling is in de informatiestandaard een '''technisch begrip'''. Het heeft als doel om: <br>
 
−
:#'' de verzameling van samenhangende medicatiebouwstenen eenduidig te identificeren, en'' <br>
 
−
:#'' regels op toe te passen waarmee de actuele situatie eenduidig wordt bepaald.''
 
−
<br>
 
−
De functionele toepassing van het begrip medicamenteuze behandeling is als volgt:
 
−
*Het starten van medicatie (c.q. medicamenteuze behandeling) wordt gedaan door het maken van een eerste medicatieafspraak binnen een nieuwe medicamenteuze behandeling.
 
−
*Het stoppen van medicatie (c.q. medicamenteuze behandeling) gebeurt door een nieuwe medicatieafspraak te maken binnen dezelfde medicamenteuze behandeling (een stop-medicatieafspraak).
 
−
*Het wijzigen van de medicatie (c.q. medicamenteuze behandeling) gebeurt door:
 
−
#de bestaande medicatieafspraak te stoppen en  
 
−
#een nieuwe medicatieafspraak met de wijziging te maken binnen dezelfde medicamenteuze behandeling. De ingangsdatum van deze nieuwe medicatieafspraak kan ook in de toekomst liggen.
 
  
−
Het voorschrijven van een nieuw geneesmiddel resulteert altijd in een nieuwe medicatieafspraak. Een medicatieafspraak hoort altijd bij één medicamenteuze behandeling. Vooralsnog bepaalt het PRK-niveau (Prescriptie Kode uit de G-standaard) van het geneesmiddel of de medicatieafspraak bij een nieuwe of bestaande medicamenteuze behandeling hoort. In de toekomst wordt dit mogelijk verruimd naar SNK-niveau (Stam Naam Kode uit de G-standaard) zodat sterktewijzigingen en geneesmiddelen uit dezelfde groep niet meer leiden tot een nieuwe medicamenteuze behandeling. Een nadere beschrijving is te vinden in [[#Processtap: Maken medicatieafspraak| paragraaf 2.2.5 Processtap: Maken Medicatieafspraak]].<br>
+
MP9 past wel de volgende zibs toe: Farmaceutisch product, Adresgegevens, Bereik, Naamgegevens, Interval, Contactgegevens, Anatomische locatie, Lichaamslengte, Lichaamsgewicht, Zorgverlener, Zorgaanbieder, Patiënt, Contactpersoon en Probleem. Meer informatie over zibs is te vinden op {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|zibs}}.
−
Uitzonderingen: <br>
 
−
*Middelen zonder PRK (een niet geneesmiddel zoals krukken of verbandmiddelen). In dit geval bepaalt het HPK niveau (Handels Product Kode uit de G-standaard) of deze tot een nieuwe medicamenteuze behandeling leidt.
 
−
*Medicatie zonder PRK (magistralen bestaan veelal uit meerdere stoffen die niet onder eenzelfde PRK vallen, deze stoffen worden afzonderlijk als ingrediënten opgenomen in de medicatieafspraak). Elk magistraal of aanpassing daarop valt onder een nieuwe medicamenteuze behandeling.
 
−
*Eigen artikelen zonder PRK (artikelen die in het interne informatiesysteem onder de 90 miljoen nummers opgeslagen staan, zoals bijvoorbeeld halve tabletten, veel gebruikte magistralen). Elk artikel of aanpassing daarop valt onder een nieuwe medicamenteuze behandeling.
 
−
*Infusen (wordt nog uitgezocht)
 
  
−
<br>
+
==Het begrip 'medicamenteuze behandeling'==
−
'''Voorbeelden'''<br>
+
In deze paragraaf worden het begrip ‘medicamenteuze behandeling’ (MBH) en de functionele toepassing ervan geïntroduceerd.
−
Een vijftal voorbeelden lichten de reikwijdte van een medicamenteuze behandeling toe:<br>
 
−
*Diazepam 5 mg 4x daags 1 tablet wordt gewijzigd naar diazepam 5 mg 3x daags 1 tablet. Het PRK van beide middelen is gelijk, ze vallen beide onder dezelfde medicamenteuze behandeling.
 
−
*Paroxetine tablet 10 mg 1 maal per dag 1 tablet wordt gewijzigd naar paroxetine tablet 20 mg 1 maal per dag 1 tablet. Het betreft hierbij een wijziging van een medicatieafspraak met twee verschillende geneesmiddelen op PRK-niveau. Bij deze wijziging dient dus de eerste medicamenteuze behandeling te worden beëindigd en een nieuwe medicamenteuze behandeling te worden gestart.
 
−
*Uit voorzorg is een maagbeschermer afgesproken bij een behandeling met prednison: prednison en maagbeschermer zijn hier twee verschillende geneesmiddelen, die parallel aan elkaar lopen en apart van elkaar gewijzigd en gestopt kunnen worden. Daarmee vallen zij niet onder dezelfde medicamenteuze behandeling.
 
−
*Het wisselen van bètablokker naar een ACE-remmer betekent een andere PRK en wordt dan ook ingevuld met het stoppen van de medicamenteuze behandeling van de bètablokker én het starten van een nieuwe medicamenteuze behandeling voor de ACE-remmer.
 
−
*Wanneer er geen PRK is en de samenstelling van de geneesmiddelen in de medicatieafspraak verandert (elke wijziging in de ingrediënten), wordt de bestaande medicamenteuze behandeling beëindigd en wordt een nieuwe medicamenteuze behandeling gestart. Dit geldt bijvoorbeeld voor magistralen, infusen en eigen artikelen.  
 
  
−
<br>
+
===Medicamenteuze behandeling als technisch begrip===
−
'''Ontstaan medicamenteuze behandeling'''<br>
+
Er kunnen verschillende medicatiebouwstenen bestaan die betrekking hebben op dezelfde behandeling. Om aan te geven dat deze bouwstenen bij elkaar horen is het begrip ‘medicamenteuze behandeling’ geïntroduceerd. Het gaat hierbij om een '''''technisch begrip''''', een MBH heeft geen zorginhoudelijke betekenis. Het heeft de vorm van een uniek identificatienummer ('''''id''''') dat door een informatiesysteem aan een bouwsteen of verzameling van samenhangende bouwstenen gekoppeld wordt.
−
In onderstaande figuur is het ontstaan van de medicamenteuze behandeling (MBH) schematisch weergegeven. Bij het ontstaan van een nieuwe bouwsteen (MA, TA, VV, MVE, MTD of MGB) wordt eerst gecontroleerd of het nieuwe medicatie betreft of dat er al een bouwsteen met hetzelfde product bestaat en actueel is. Hiervoor worden zowel de eigen als andermans bouwstenen beschouwd. In de meeste informatiesystemen zal de gebruiker van het informatiesysteem aangeven een wijziging te willen uitvoeren op één van de bestaande medicatiebouwstenen of nieuwe medicatie op te willen voeren. In dat geval is het eenvoudig om te ontdekken of er al een medicamenteuze behandeling is waar de bouwsteen bij hoort.
 
−
*Wanneer er geen bestaande bouwsteen voor deze medicatie is dan wordt een nieuwe bouwsteen gemaakt met een nieuwe medicamenteuze behandeling.
 
−
*Wanneer er een bouwsteen bestaat met een medicamenteuze behandeling dan wordt de gebruiker van het informatiesysteem gevraagd of de nieuwe bouwsteen en de bestaande bouwsteen bij dezelfde behandeling horen. Wanneer dit het geval is dan wordt dezelfde medicamenteuze behandeling gebruikt. Wanneer de bouwstenen niet bij dezelfde behandeling horen dan wordt een nieuwe medicamenteuze behandeling gemaakt.
 
−
{{anchor|figuur 2}}
 
−
[[Bestand:Ontstaan_MBH.png|500px|Figuur 2 Ontstaan medicamenteuze behandeling]]
 
  
−
<br>
+
De MBH maakt het volgende mogelijk:
−
'''Parallelle medicatieafspraken'''<br>
+
#''eenduidig identificeren van de verzameling van samenhangende medicatiebouwstenen;''
−
Binnen een medicamenteuze behandeling kunnen meerdere medicatieafspraken gelijktijdig actueel zijn. Dit zijn alle medicatieafspraken die op dit moment geldig zijn (“huidig”) of in de toekomst geldig worden. Binnen een medicamenteuze behandeling is in principe op enig moment één medicatieafspraak geldig. Maar er is een aantal situaties waarin parallelle medicatieafspraken denkbaar zijn:
+
#''toepassen van regels op een verzameling van bouwstenen om eenduidig te bepalen wat de actuele situatie van een patiënt is wat betreft diens behandeling met een bepaald geneesmiddel (zie [[#consolideren|hoofdstuk 4]]).''
−
#Zelfde geneesmiddel, andere sterkte waarbij eigenlijk in één afspraak de totale sterkte voorgeschreven wordt.
 
−
#Aan elkaar gerelateerde (andere) geneesmiddelen die samen gegeven worden en je ook als één geheel wilt beschouwen bij evaluatie van de therapie.
 
−
#Technische omissies in informatiesystemen bij bijvoorbeeld complexe doseerschema’s of combinatie-infusen.
 
−
'''Situatie 1''' kan worden opgelost door op een hoger niveau (SNK) voor te schrijven. G-standaard/Zindex werkt hieraan, maar dit is nog niet mogelijk. Tot die tijd wordt gekozen voor het combineren van 1 of meer producten in dezelfde medicatieafspraak door de producten als ingrediënt op te nemen. Dit is vergelijkbaar met magistrale producten. De gebruiksinstructie voor al deze producten moet dan wel identiek zijn.<ref>In de praktijk worden vaak meerdere medicatieafspraken (met verschillende PRK's) gecombineerd tot één product in plaats van één medicatieafspraak met daaronder de samenstelling.</ref><br>
 
−
'''Situatie 2''' wordt in informatiesystemen op verschillende wijze opgelost, met eigen groeperingsmechanismen. Het betreft hier het relateren van verschillende medicamenteuze behandelingen. De informatiestandaard laat dit vrij en heeft hiervoor dus geen universeel groeperingsmechanisme.<br>
 
−
'''Situatie 3''' is de enige situatie waarin parallelle medicatieafspraken onder één medicamenteuze behandeling toegestaan zijn. Complexe op- en afbouwschema’s en combinatie infusen kunnen in één medicatieafspraak worden opgenomen maar niet alle informatiesystemen ondersteunen dit. Voor die informatiesystemen is het toegestaan om parallelle medicatieafspraken in één medicamenteuze behandeling te maken.
 
  
−
===Samenhang tussen de bouwstenen en medicamenteuze behandeling===
+
===<span class="anchor" id="starten nieuw MBH"></span>Starten van een nieuwe medicamenteuze behandeling===
−
In onderstaande figuur is de samenhang tussen de bouwstenen en de medicamenteuze behandeling schematisch weergegeven. Hier volgt een beschrijving van de relaties tussen de bouwstenen onderling en met medicamenteuze behandeling:
+
Het starten van een behandeling met een geneesmiddel gebeurt door een eerste bouwsteen vast te leggen. Hiermee wordt een nieuwe MBH gestart. De eerste bouwsteen zal meestal een MA zijn, maar kan ook bijvoorbeeld een TA of MGB zijn waarmee zelfzorgmedicatie wordt vastgelegd, of een MTD als in een acute situatie direct een geneesmiddel moet worden toegediend.<br>
−
*De bouwstenen horen bij één medicamenteuze behandeling. Een medicamenteuze behandeling heeft tenminste één medicatieafspraak en kan 0 of meer van de bouwstenen verstrekkingsverzoeken, wisselend doseerschema's, toedieningsafspraken, medicatieverstrekkingen, gebruik en medicatietoediening hebben. Tenzij bijvoorbeeld zelfmedicatie met gebruik is vastgelegd of er een papieren recept is aangeleverd, dan kan een medicamenteuze behandeling bestaan zonder medicatieafspraak, maar met medicatiegebruik, medicatietoediening of een toedieningsafspraak. Een MBH blijft altijd bestaan, het kan alleen zijn dat hij niet meer effectief is, omdat er geen actuele bouwstenen meer onder hangen.<br/> Een voorstel medicatieafspraak, antwoord voorstel medicatieafspraak, voorstel verstrekkingsverzoek en antwoord voorstel verstrekkingsverzoek vallen nog buiten de medicamenteuze behandeling omdat het gaat om een concept/voorstel dat al dan niet leidt tot een definitieve medicatieafspraak of verstrekkingsverzoek met een relatie naar een medicamenteuze behandeling. Een voorstel medicatieafspraak kan leiden tot nul (wanneer het advies niet opgevolgd wordt), één of meerdere medicatieafspraken en een voorstel verstrekkingsverzoek kan leiden tot nul (wanneer het voorstel niet gehonoreerd wordt), één of meerdere verstrekkingsverzoeken.
+
Bij het vastleggen van een nieuwe bouwsteen moet eerst worden gecontroleerd of het om een nieuw geneesmiddel gaat of dat er al een bouwsteen met hetzelfde product bestaat. Dat kan in het eigen informatiesysteem het geval zijn, maar ook in informatiesystemen elders. Een afdoende controle vereist dus het raadplegen van alle beschikbare bouwstenen (zie voor uitleg over raadplegen [[#push/pull|paragraaf 2.6]] en [[#informatieoverdracht|hoofdstuk 3]]). Deze bouwstenen worden vervolgens gecontroleerd:
−
*Een MBH kan ook alleen een stop-MA hebben naast bijvoorbeeld een gebruiksbouwsteen. Bijvoorbeeld in het geval dat de zorgverlener de patiënt verzoekt om het gebruik van een vrij verkrijgbaar geneesmiddel (ook wel zelfzorgmedicatie of Over-The-Counter (OTC) medicatie genoemd) te stoppen. Dan legt de zorgverlener het gebruik van de zelfzorgmedicatie vast in een gebruiksbouwsteen en stopt het gebruik door het maken van een stop-afspraak (stop-MA die onder dezelfde MBH hangt).
+
* Als er geen bestaande bouwsteen voor dit geneesmiddel is dan wordt een nieuwe MBH aangemaakt.
−
*Een MA kan verwijzen naar de vorige MA of een TA of MGB waarop deze gebaseerd is. Dit mag ook een MA, TA of MGB onder een andere medicamenteuze behandeling zijn. Het kan zijn dat er geen digitale MA beschikbaar is (bijvoorbeeld [[#Papieren recept|Papieren recept (paragraaf 4.1.17)]]), deze MA moet dan worden aangemaakt. Die MA mag verwijzen naar de TA of MGB. Een apotheker is nooit de bron van een MA; hij kan wel een kopie hebben.
+
* Als er een bouwsteen bestaat met hetzelfde geneesmiddel dan zal het doorgaans de bedoeling zijn dat de nieuwe bouwsteen onder dezelfde MBH valt. De zorgverlener moet wel de mogelijkheid hebben om te kiezen voor het starten van een nieuwe MBH.
−
*Binnen een medicamenteuze behandeling is in principe op enig moment één medicatieafspraak geldig. Alleen vanwege technische omissies in informatiesystemen bij bijvoorbeeld complexe doseerschema’s of combinatie-infusen, zijn parallelle medicatieafspraken toegestaan (zie ook vorige paragraaf).
 
−
*Een medicatieafspraak wordt ondersteund door nul (wanneer er nog voldoende voorraad is of wanneer er geen medicatieverstrekking nodig is), één of meerdere (wanneer er bijvoorbeeld sprake is van doorlopende medicatie) verstrekkingsverzoeken.
 
−
*Een verstrekkingsverzoek is gebaseerd op de actuele medicatieafspraken en eventueel reeds bestaande bijbehorende toedieningsafspraken in een behandeling. Dit kunnen er meerdere zijn.
 
−
*Een verstrekkingsverzoek verwijst naar één of meerdere MA’s (bij bijvoorbeeld een tussentijdse doseringsverhoging kan er een Verstrekkingsverzoek gedaan worden die zowel de voorraad voor de bestaande MA aanvult als de voorraad voor de toekomstige MA start).
 
−
*Een verstrekkingsverzoek kan resulteren in nul (bijvoorbeeld wanneer de patiënt de medicatie niet afhaalt) tot meerdere medicatieverstrekkingen.
 
−
*Een medicatieafspraak kan leiden tot nul, één of meerdere wisselend doseerschema’s.
 
−
*Er kunnen meerdere (evt. parallelle) toedieningsafspraken gebaseerd zijn op dezelfde medicatieafspraak (bijvoorbeeld wanneer een apotheker wisselt van handelsproduct of wanneer het geneesmiddel geleverd wordt in twee of meer geneesmiddelen met andere sterkte waarbij de totale sterkte gelijk blijft). Wanneer er een papieren recept wordt aangeleverd en de medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek niet digitaal beschikbaar zijn, is er een toedieningsafspraak zonder medicatieafspraak.
 
−
*Een medicatieafspraak hoeft niet altijd te leiden tot een toedieningsafspraak. Bijvoorbeeld wanneer er geen verstrekkingsverzoek nodig is bij een MA met korte gebruiksperiode, waarbij de patiënt nog voldoende voorraad heeft.
 
−
*Een toedieningsafspraak wordt ondersteund door nul (wanneer er voldoende voorraad is), één of meerdere medicatieverstrekkingen.
 
−
*Een medicatieverstrekking is gebaseerd op een medicatieafspraak (en een toedieningsafspraak) en in de ambulante situatie op een verstrekkingsverzoek. De uitzondering hierop is de verkoop ten behoeve van zelfzorgmedicatie: deze heeft geen medicatieafspraak en geen verstrekkingsverzoek. Zelfzorgmedicatie verstrekt door de apotheker kan wel door die apotheker worden vastgelegd als toedieningsafspraak met medicatieverstrekking of door een willekeurige zorgverlener of de patiënt zelf als gebruik.
 
−
*Een medicatieverstrekking kan meerdere toedieningsafspraken ondersteunen.
 
−
*Een medicatie- of toedieningsafspraak kan opgevolgd worden door een nieuwe medicatie- of toedieningsafspraak. Dit kan het geval zijn bij een wijziging van de bestaande medicatie (wijziging MA en/of TA) of bij het stoppen van het medicatiegebruik (stoppen MA/TA).
 
  
 +
Figuur 2.2 toont een stroomschema voor het bepalen of een nieuwe bouwsteen in een nieuwe of bestaande MBH moet worden vastgelegd.<br>
 +
<br>
  
−
{{anchor|figuur 2}}
+
[[Bestand:Nieuwe MBH Flowchart.png|500px|Figuur 2 Stroomschema vastleggen bouwsteen in nieuwe of bestaande MBH]]<br>
−
[[Image: Datamodel_MP92.PNG|800px|Figuur 2 - Datamodel Medicatieproces]]
 
  
−
===Informeren en (actief) beschikbaar stellen===
+
''<small>Figuur 2.2  Stroomschema vastleggen bouwsteen in nieuwe of bestaande MBH</small>''<br>
−
[[#Medicatieproces|Hoofdstuk 2]] beschrijft het medicatieproces. Daarbij zijn processtappen opgenomen met de tekst 'Informeren' of '(Actief) beschikbaar stellen'. Onderstaande tabel bevat een nadere omschrijving van de betekenis hiervan. In [[#Medicatieproces|hoofdstuk 2]] is verder uitgewerkt in welke situatie er sprake is van actief versturen danwel beschikbaar stellen.
+
<br>
 +
<u>Wanneer geldt iets als ‘hetzelfde geneesmiddel’ of ‘dezelfde behandeling’?</u><br>
 +
Bij het vastleggen van een MA bepaalt de PRK (PRescriptie Kenmerken uit de G-standaard) van een geneesmiddel of deze MA bij een nieuwe of bestaande MBH hoort. Een andere PRK leidt tot een andere MBH. Uitleg over welke kenmerken op dit niveau van belang zijn is te vinden op de webpagina {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ruggengraat}}.<br> <u>'''NB'''</u>: Dat een wijziging in PRK tot een nieuwe MBH leidt geldt alleen voor de MA. Een verstrekker zou een middel met een andere PRK kunnen kiezen, bijvoorbeeld vanwege preferentiebeleid. De bijbehorende TA en MVE vallen dan niet onder een nieuwe MBH. De andere bouwstenen volgen de MA of TA waarnaar ze verwijzen.<br>
 +
<br>
 +
Voor producten zonder PRK geldt het volgende:
 +
* '''Niet-geneesmiddelen'''.
 +
:Dit zijn middelen als krukken of verbandmiddelen. In die gevallen bepaalt het HPK-niveau (Handels Product Kenmerken uit de G-standaard) of het om een nieuw middel en dus een nieuwe MBH gaat.
 +
* '''Geneesmiddelen'''. Het kan gaan om:
 +
:#Magistralen. Deze bestaan veelal uit meerdere stoffen die niet onder eenzelfde PRK vallen. Die stoffen worden afzonderlijk als ingrediënten opgenomen in de MA. Elke afzonderlijke magistraal of aanpassing* daarop valt onder een nieuwe MBH.
 +
:#Eigen artikelen zonder PRK. Dit zijn artikelen die in het interne informatiesysteem mogelijk onder een 90 miljoen nummer worden opgeslagen, bijvoorbeeld halve tabletten of veel gebruikte magistralen. Elk afzonderlijk artikel of aanpassing* daarop valt onder een nieuwe MBH.
 +
:#Middelen die in vrije tekst zijn voorgeschreven en waarvan dus geen product- of ingrediëntcode uit de G-Standaard beschikbaar is. Elke aanpassing* van het product valt onder een nieuwe MBH.
 +
:#Infusen. Voor de Kickstart is een voorlopige werkwijze uitgewerkt, zie de pagina {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|Werkwijze infusen}}.<br>
  
−
{{anchor|tabel 2}}
+
Ook bij deze producten gelden de regels alleen bij vastleggen van een MA, niet bij TA en MVE. Indien en voor zover de verstrekker mag afwijken van de in de MA beschreven medicatie, leidt dit niet tot een nieuwe MBH.<br>
−
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
 
−
! style="text-align:left;"| Term
 
−
! style="text-align:left;"| Toelichting
 
−
|-
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Informeren
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Informeren betekent het geadresseerd sturen van een opdracht of verzoek aan een andere actor. Het gaat hier om een zogenaamde 'push' van informatie: de actor stuurt de informatie gericht naar de ander. Dit kan bijvoorbeeld met
 
−
*een elektronisch bericht via een digitaal netwerk,
 
−
*papier (bijvoorbeeld door een recept bestemd voor een apotheker mee te geven met de patiënt),
 
−
*een fax,
 
−
*een combinatie van bovengenoemde opties.
 
−
|-
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| (Actief) beschikbaar stellen
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| De zorgverlener stelt de informatie (actief) beschikbaar voor een andere actor. Het gaat in deze processtap om:
 
−
*actief versturen ofwel informeren (‘push’) zoals hierboven beschreven of
 
−
*geautomatiseerd beschikbaar stellen aan zorgverleners en/of de patiënt wanneer deze daarom vragen op basis van vooraf verleende toestemming of
 
−
*een combinatie van beide voorgaande bullets.
 
−
Gegevens worden altijd beschikbaar gesteld en daarnaast heeft de zorgverlener de keus om medebehandelaars en/of de patiënt op enig moment in het proces ook geadresseerd te informeren. Gegevens kunnen in overleg met de patiënt naar een door de patiënt gewenste zorgverlener worden verstuurd (informeren).  
 
−
|} <small>Tabel 2 Informeren versus (Actief) beschikbaarstellen</small>
 
  
−
Het technisch mechanisme (‘pull’, ‘publish and subscribe’, ‘push’, etc.) waarmee gegevens (actief) beschikbaar worden gesteld is infrastructuur afhankelijk en daarom niet in dit document uitgewerkt.
+
<nowiki>*</nowiki><small>Met ‘aanpassing’ wordt in principe bedoeld: Aanpassingen die bij middelen mét PRK tot een andere PRK zouden leiden en daarmee onder een nieuwe MBH vallen, leiden bij deze middelen ook tot aanpassing van de MBH. Deze regel is met name bedoeld om consistent te zijn. Waar dit tot implementatieproblemen leidt moet in overleg tussen gebruikers en leveranciers naar een werkbare oplossing gezocht worden.</small>
  
−
Artsenfederatie KNMG beschrijft in zijn publicatie “Van wet naar praktijk: implementatie van de WGBO Deel 4. Toegang tot patiëntengegevens” wanneer er sprake is van veronderstelde toestemming en expliciete toestemming. Op de uitwisseling beschreven in deze informatiestandaard zijn de vigerende wettelijke kaders en richtlijnen rond toestemming en opt-in van toepassing en derhalve niet expliciet beschreven.
+
'''Voorbeelden'''
 +
*Diazepam 5 mg 4x daags 1 tablet wordt gewijzigd naar diazepam 5 mg 3x daags 1 tablet. De PRK blijft gelijk, beide MA’s vallen daarom onder dezelfde MBH.
 +
*Paroxetine tablet 10 mg 1x daags 1 tablet wordt gewijzigd naar paroxetine tablet 20 mg 1x daags  1 tablet. De bijbehorende MA’s gaan over verschillende geneesmiddelen op PRK-niveau en vallen dus onder verschillende MBH’s.
 +
*Bij een behandeling met prednison is uit voorzorg een maagbeschermer afgesproken. Deze worden weliswaar parallel aan elkaar voorgeschreven maar het zijn verschillende geneesmiddelen. Ze vallen dus niet onder dezelfde MBH en kunnen apart van elkaar gewijzigd en gestopt worden.
 +
*Het wisselen van bètablokker naar een ACE-remmer betekent een wijziging van PRK. De bijbehorende MA's vallen onder verschillende MBH's.
  
−
==Legenda/Uitleg==
+
====Parallelle medicamenteuze behandelingen voor dezelfde medicatie====
−
Een handleiding bij deze Nictiz wiki documentatie is te vinden op:<br>
+
Hierboven is beschreven dat bij het vastleggen van een nieuwe bouwsteen gecontroleerd moet worden of er al een MBH voor deze medicatie bestaat. Er kunnen echter toch situaties voorkomen dat er parallelle MBH’s bestaan voor dezelfde medicatie. Voorbeelden zijn:
−
http://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/Handleiding_Wiki_documentatie<br>
+
* Patiënt heeft geen toestemming gegeven voor het beschikbaar stellen van diens medicatiegegevens.
−
Daarin is ook een legenda opgenomen bij de verschillende diagrammen die in dit document voorkomen.
+
* Bij migratie en in de hybride situatie kunnen bouwstenen voor dezelfde behandeling in verschillende informatiesystemen zijn vastgelegd onder verschillende MBH’s.
 +
* Spoedsituaties waarbij de MA wordt vastgelegd na het toedienen van medicatie, in de MBH die door de MTD is geopend. Als voor die medicatie al een MA bestond zijn er nu 2 MBH’s met bouwstenen voor die medicatie.
 +
Samenvoegen van bij elkaar horende bouwstenen die onder verschillende MBH’s zijn vastgelegd is beschreven in de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|implementatiehandleiding migratie en hybride}}.
  
−
=Medicatieproces=
+
===<span class="anchor" id="stoppen en wijzigen"></span>Stoppen en wijzigen van medicatie binnen een medicamenteuze behandeling===
−
Dit hoofdstuk beschrijft het medicatieproces in relatie tot de bouwstenen voor zowel de 1e, 2e als 3e lijnszorg. In de kern is het proces in al deze lijnen hetzelfde. Het belangrijkste verschil is welke apotheek de medicatie levert: de openbare apotheek (incl. poliklinische apotheek) of de ziekenhuisapotheek.<br>
+
Een eenmaal ingevulde en uitgewisselde bouwsteen verandert niet. Als aanpassingen nodig zijn worden deze als volgt gemaakt:<br>
−
Daarnaast is het verschil dat in de ambulante setting een verstrekkingsverzoek nodig is om medicijnen geleverd te krijgen. In de klinische setting is dit niet nodig: de (ziekenhuis)apotheker zorgt dat de medicijnen er zijn zolang de medicatieafspraak loopt.
 
  
−
Het medicatieproces is een cyclisch proces dat bestaat uit voorschrijven, ter hand stellen, toedienen en gebruiken. Het proces start op het moment dat de patiënt/cliënt bij de zorgaanbieder (huisarts, ziekenhuis of andere instelling) komt voor een behandeling met een geneesmiddel en eindigt wanneer de medicatie niet meer gebruikt hoeft te worden. Het proces is weergegeven in onderstaande figuur. De gele balk betreft het proces van medicatieverificatie, groen voorschrijven, paars ter hand stellen, oranje toedienen en gebruiken. De blauwe balk geeft het ontvangen of opvragen van beschikbaar gestelde gegevens aan, dit kan in elk van de deelprocessen plaats vinden. Een verdere uitwerking hiervan is in het vervolg van dit hoofdstuk bij het betreffende deelproces beschreven.<br>
+
<u>Stoppen</u><br>
−
In de volgende paragrafen zijn de processen medicatieverificatie, voorschrijven, ter hand stellen, toedienen en gebruiken beschreven.
+
* Het stoppen van een afspraak (MA, TA) gebeurt door binnen dezelfde MBH een stop-bouwsteen vast te leggen. Dit is een nieuwe MA of TA met stoptype ‘stopgezet’.
 +
* Het stoppen van een afspraak (MA, TA) met {{fhir|startDatumTijd}} in de toekomst, met als doel dat de medicatie helemaal niet gebruikt gaat worden, heet ''annuleren''. Dit gebeurt door binnen dezelfde MBH een annuleer-bouwsteen vast te leggen. Dit is een nieuwe MA of TA met stoptype 'geannuleerd'. Hiermee wordt duidelijk dat de medicatie nooit gestart is, terwijl dit bij stoppen wel het geval is.
 +
* Definitief stoppen van een WDS moet door een stop-MA gebeuren.<br>
 +
<u>Wijzigen</u><br>
 +
* Het wijzigen van een afspraak (MA, TA, WDS) gebeurt door binnen dezelfde MBH:
 +
:#een nieuwe afspraak met de gewijzigde informatie vast te leggen, én<br>
 +
:#de bestaande afspraak te stoppen met een stop-bouwsteen met stoptype ‘stopgezet’.
  
 +
Het data-element stoptype wordt uitsluitend in stop-bouwstenen ingevuld, dus alleen bij stoppen (inclusief annuleren) of wijzigen.<br>
 +
Deze werkwijze met stop-bouwstenen geldt alleen voor de afspraakbouwstenen MA, TA en WDS. Bij de overige bouwstenen is dit niet aan de orde. MGB kent weliswaar ook een stoptype, maar dat heeft daarin een andere functie. Hiermee wordt de periode aangegeven waarin de patiënt de medicatie niet gebruikt heeft, zie [[#aanwijzing mgb|paragraaf 5.5.2]].<br>
 +
In [[#mp|hoofdstuk 5]] wordt per deelproces het vastleggen van (stop-)bouwstenen verder uitgewerkt.
  
−
{{anchor|figuur 3}}
+
====<span class="anchor" id="stop-bouwstenen"></span>Gewone en 'technische' stop-bouwstenen====
−
[[Bestand:ActiviteitendiagramMP.png|1600px|Figuur 3 Activiteitendiagram - Medicatieproces algemeen]] <br>
+
Bij het definitief stoppen van een bouwsteen zal de zorgverlener dit actief doen door de benodigde gegevens in de stop-bouwsteen in te vullen.<br>
 +
Behalve gewone stop-bouwstenen bestaan er ook ‘technische’ stop-bouwstenen. Deze zijn van toepassing als medicatie wordt gewijzigd. Naast het vastleggen van een nieuwe bouwsteen met de gewijzigde informatie moet ook de oorspronkelijke bouwsteen worden gestopt. De zorgverlener hoeft in dit geval niet zelf een stop-bouwsteen vast te leggen, het systeem maakt onderliggend de stop-bouwsteen aan. Dergelijke stop-bouwstenen bij wijzigingen worden in dit FO technische stops genoemd, bijvoorbeeld 'technische stop-MA'.<br>
 +
De te wijzigen bouwsteen wordt gestopt vanaf de {{fhir|startDatumTijd}} van de nieuwe bouwsteen. In de praktijk kan de {{fhir|eindDatumTijd}} van de technische stop-bouwsteen iets eerder liggen (bijvoorbeeld 1 seconde), zodat informatiesystemen dit beter kunnen verwerken.<br>
  
 +
===Regels voor parallelle bouwstenen in een medicamenteuze behandeling===
 +
Binnen een MBH kunnen meerdere bouwstenen van hetzelfde type gelijktijdig actueel zijn, bijvoorbeeld een huidige en een toekomstige MA. In principe zijn er echter binnen één MBH geen parallelle bouwstenen toegestaan. Parallelle bouwstenen zijn bouwstenen die:
 +
* van hetzelfde type zijn én
 +
* beide geldig zijn én
 +
* een (deels) overlappende {{fhir|Gebruiksperiode}} hebben.
 +
In dit FO worden met het woord actueel zowel de huidige als de toekomstige bouwstenen bedoeld. In [[#begrippen consolidatieregels|paragraaf 4.4]] worden de begrippen actueel, huidig en toekomstig, en het begrip geldig nader uitgelegd.<br>
 +
<br>
 +
In enkele gevallen zijn parallelle bouwstenen binnen een MBH wel toegestaan. Dit is in onderstaande regels per type bouwsteen uitgewerkt.
 +
* Parallelle '''MA'''’s zijn <u>niet</u> toegestaan binnen dezelfde MBH. Ook complexe op- en afbouwschema’s moeten in 1 MA vastgelegd worden.
 +
* Parallelle '''WDS'''’en zijn <u>niet</u> toegestaan binnen dezelfde MBH.
 +
* Parallelle '''TA'''’s zijn wel toegestaan binnen dezelfde MBH. Dit kan noodzakelijk zijn om de medicatieafspraak volledig uit te voeren.
 +
* Parallelle '''MGB'''’s zijn toegestaan binnen dezelfde MBH, maar alleen bij parallelle TA’s. Dit maakt correcte medicatieverificatie mogelijk, zodat bijvoorbeeld het medicatiegebruik behorend bij de ene TA als ‘conform afspraak’ kan worden beoordeeld, terwijl het medicatiegebruik behorend bij een andere TA in dezelfde MBH als afwijkend wordt geregistreerd. In alle andere gevallen zijn parallelle MGB’s niet toegestaan.<br>
 +
<br>
 +
In bepaalde situaties kan het gebeuren dat er parallelle MA’s (dreigen te) ontstaan. Voorbeeld:
 +
* Bij het vastleggen van een nieuwe MA is niet gemerkt dat er al een MBH bestaat voor deze medicatie.
 +
Als op enig moment blijkt dat er sprake is van parallelle MA’s moet een van beide gestopt worden.
  
 +
==Samenhang medicamenteuze behandeling en medicatiebouwstenen==
 +
Binnen een MBH kunnen verschillende bouwstenen bestaan. Hieronder wordt de samenhang tussen de bouwstenen binnen een MBH uitgelegd met hun onderlinge getalsmatige verhoudingen, dus hoe vaak binnen één MBH een bouwsteen ten opzichte van een andere bouwsteen kan voorkomen. Het gaat hierbij om instantiaties van de bouwstenen.
  
−
==Proces: medicatieverificatie==
+
===Samenhang MBH en bouwstenen===
−
Voorafgaande aan het proces van voorschrijven wordt het werkelijke medicatiegebruik van de patiënt vastgesteld. Dit gebeurt<ref>De patiënt kan ook zijn eigen medicatie verifiëren. Hij legt dan gebruik vast, zie [[#Vastleggen medicatiegebruik door de patiënt|paragraaf 2.5.4.1]].</ref>:
+
Voor de verhoudingen tussen een MBH en de bouwstenen geldt het volgende (uitgaande van de MBH):<br>
−
*in de huisartsenpraktijk door de huisarts tijdens het consult,
 
−
*op de huisartsenpost, SEH (Spoedeisende Hulp), crisisdienst GGZ (Geestelijke gezondheidszorg) door bijvoorbeeld de triagist of de behandelaar zelf, zo snel mogelijk, bij aankomst of opname,
 
−
*bij klinische of dagopname in een ziekenhuis of andere instellingen door bijvoorbeeld de verpleging, apothekersassistent of poliklinische/ziekenhuisapotheker,
 
−
*bij poliklinisch consult door bijvoorbeeld de verpleging, doktersassistent of behandelaar zelf.
 
  
−
===Huidige situatie===
+
{| class="wikitable" style="width: 85%;"
−
*In de huidige situatie wordt aan de patiënt of de familie/mantelzorgers gevraagd welke medicatie zij gebruiken. Soms is de patiënt niet in staat om hier antwoord op te geven. Familie/mantelzorgers (indien bekend) kunnen hier vaak ook geen antwoord op geven. De arts neemt dan contact op met huisarts of apotheek om de medicatie te achterhalen. Buiten kantooruren en in het weekend lukt dit slecht.
+
! style="text-align:left;" colspan="2"|Medicamenteuze behandeling → andere bouwstenen
 +
|-
 +
| style="width: 60%; vertical-align: top;"|Een MBH heeft in principe minimaal één MA.
 +
|Er zijn uitzonderingen mogelijk; enkele voorbeelden zijn:<br>  • Er is zelfzorgmedicatie vastgelegd met bouwsteen MGB.<br>  • Er is in een acute situatie direct medicatie toegediend en een MTD vastgelegd.<br>  • Er is afgesproken dat de verstrekker bij een NSAID of prednison altijd maagbescherming mag verstrekken.<br>In dergelijke gevallen is er sprake van een MBH zonder MA.
 +
|-
 +
| Er kunnen 0 tot meer MA’s actueel zijn binnen een MBH: 0 of 1 huidige en 0 of meer toekomstige. Zie [[#Is een bouwsteen actueel?|paragraaf 4.4.1]] voor uitleg over de begrippen actueel, huidig en toekomstig.
 +
|
 +
|-
 +
| Een MBH kan 0 of meer van de bouwstenen VV, WDS, TA, MVE, MGB en MTD hebben. In een MBH zit altijd minimaal 1 bouwsteen.
 +
|
 +
|}
  
−
===Preconditie===
+
===Samenhang bouwstenen onderling===
−
De patiënt komt op (poliklinisch) consult of wordt (in de toekomst) opgenomen.
+
Hieronder volgt uitleg over de getalsverhoudingen tussen de bouwstenen onderling, beginnend met de MA. Per bouwsteen wordt aangegeven hoeveel instantiaties van een andere bouwsteen erbij kunnen voorkomen. Waar nodig zijn uitspraken voorzien van voorbeelden.<br>
 +
Als het woord 'verwijzen' wordt gebruikt gaat het om een Relatie-veld zoals deze in de dataset in ART-DECOR voorkomt. Als zo’n relatie niet bestaat, maar er wel een uitspraak gedaan wordt over de onderlinge getalsverhoudingen is dit gemarkeerd met een asterisk (*).<br>
  
−
===Trigger event===
+
'''Enkele algemene regels over verwijzen:'''
−
*Ambulante setting: consult van en/of voorschrijven aan ambulante patiënten en patiënten die in een andere zorginstelling<ref>Het gaat om patiënten uit een verpleeghuis of GGZ-instelling die naar de polikliniek van een ziekenhuis gaan.</ref>  verblijven. Medicatieverificatie gebeurt dan vaak tijdens het evalueren van de behandeling (zie [[#Processtap: Evalueren (medicamenteuze) behandeling|paragraaf 2.2.4]]).
+
* Een bouwsteen kan verwijzen naar een eerder vastgelegde bouwsteen van hetzelfde type. Deze verwijzing is niet verplicht.
−
*Klinische setting: voorbereiding bij opname van patiënt.
+
* Stop-bouwstenen moeten wel een verwijzing naar de te stoppen bouwsteen bevatten, mits die in de MBH aanwezig is.
 +
* Een gewone bouwsteen verwijst nooit naar een technische stop-bouwsteen. Alleen een stop-bouwsteen kan naar een technische stop verwijzen.
  
−
===Proces===
+
{| class="wikitable" style="width: 85%;"
−
De zorgverlener verzamelt de medicatiegegevens uit verschillende bronnen. Bronnen kunnen zijn:  
+
! colspan="2" style="text-align:left;"|Medicatieafspraak → andere bouwstenen
−
*verhaal van patiënt,
+
|-
−
*afleveroverzichten van apotheken,  
+
| style="width: 40%; vertical-align:top;"|Een MA kan opgevolgd worden door een nieuwe MA.
−
*digitaal beschikbare medicatiegegevens van zorgverleners of PGO (Persoonlijke GezondheidsOmgeving),  
+
| Voorbeelden:<br>  • Wijzigen bestaande medicatie.<br>  • Stoppen bestaande medicatie.<br>De nieuwe MA en eventuele stop-MA verwijzen dan naar de oorspronkelijke MA.
−
*meegenomen medicatie,  
+
|-
−
*indien nodig telefonische informatie van eigen apotheker of huisarts.
+
| style="vertical-align:top;"|Bij een MA kunnen 0, 1 of meer WDS'en horen.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Bij een MA kunnen 0, 1 of meer VV’s horen.
 +
| Voorbeelden:
 +
{| class="wikitable"
 +
| style="vertical-align:top;"|Nul
 +
| • De patiënt heeft nog voldoende voorraad.<br> • Het betreft zelfzorgmedicatie.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Eén
 +
| Voorschrijven van een antibioticakuur.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Meer
 +
| Herhalingen bij langlopende MA.
 +
|}
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Bij een MA kunnen 0, 1 of meer TA’s horen.
 +
| Voorbeelden:
 +
{| class="wikitable"
 +
| style="vertical-align:top;"| Nul
 +
| • Een nieuwe MA waarbij geen medicatie verstrekt hoeft te worden omdat de patiënt nog voldoende voorraad heeft van een vorige behandeling.<br> • Het betreft een MA voor medicatie waar geen wettig recept voor nodig is en die door de patiënt zelf wordt gehaald bij een drogist.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"| Eén
 +
| De meest gangbare situatie, waarbij een TA volgt na een MA.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"| Meer
 +
| De verstrekker wisselt van handelsproduct of gaat de medicatie in GDS (Geneesmiddel Distributie Systeem) leveren.
 +
|}
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een MA kan verwijzen naar een eerder vastgelegde TA.
 +
| Voorbeeld:<br>  • Er is een TA aangemaakt voor de terhandstelling van zelfzorgmedicatie. De voorschrijver besluit hier beleid van te maken en maakt een MA aan in de MBH van de TA.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een MA kan verwijzen naar een eerder vastgelegde MGB.
 +
| Voorbeeld:<br>  • De patiënt heeft een MGB aangemaakt voor zelfzorgmedicatie. De voorschrijver besluit hier beleid van te maken en maakt een MA aan in de MBH van de MGB.
 +
|-
 +
! colspan="2" style="text-align:left;"|Wisselend doseerschema → andere bouwstenen
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een WDS verwijst naar een MA.
 +
|
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een WDS kan naar een eerder vastgelegd WDS verwijzen.
 +
| Voorbeeld:<br>  • Wijziging van het wisselend doseerschema.
 +
|-
 +
! colspan="2" style="text-align:left;"|Verstrekkingsverzoek → andere bouwstenen
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een VV verwijst naar 1 of meer MA’s.
 +
| Voorbeeld:<br>  • Bij een tussentijdse doseringsverhoging kan een VV vastgelegd worden dat enerzijds de voorraad voor de bestaande MA aanvult en anderzijds dient om de voorraad voor de toekomstige MA te starten. <br>
 +
Uitzondering:<br>
 +
In de transacties Beschikbaar stellen medicatiegegevens en Sturen medicatiegegevens kan het voorkomen dat een VV zonder verwijzing naar een MA bestaat. Dit kan alleen in geval van migratie van een systeem, en soms in de hybride situatie.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Bij een VV kunnen 0, 1 of meer MVE’s horen.
 +
| Voorbeelden:<br>  • Nul : De patiënt haalt de medicatie niet af.<br>  • Eén: Het betreft een kuur met antibiotica.<br>  • Meer: GDS met VV voor 3 maanden waarbij wekelijks wordt verstrekt.
 +
|-
 +
! colspan="2" style="text-align:left;"|Toedieningsafspraak → andere bouwstenen
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een TA kan opgevolgd worden door een nieuwe TA.
 +
| Voorbeelden:<br>  • Wijziging van de bestaande MA.<br>  • Verstrekking middel met andere PRK of HPK vanwege preferentiebeleid of voorraadtekort.<br>  • Wijziging in toedientijden of distributievorm.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Er kunnen meerdere (eventueel parallelle) TA’s verwijzen naar dezelfde MA.
 +
| Voorbeelden:<br>  • Verstrekking geneesmiddel in de vorm van twee of meer middelen met verschillende sterkte die samen de gewenste sterkte opleveren (parallelle TA’s).<br>  • Verstrekking geneesmiddel met andere PRK of HPK, bijvoorbeeld vanwege preferentiebeleid of voorraadtekort (seriële TA’s).<br>  • Verstrekking geneesmiddel in GDS én in los doosje als 'zo nodig' medicatie. Het betreft verschillende distributievormen dus hiervoor zijn 2 TA’s nodig (parallelle TA’s).
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een TA kan bestaan zonder verwijzing naar een MA.
 +
| Voorbeelden:<br>  • De verstrekker stelt zelfzorgmedicatie ter hand en maakt een TA aan in een nieuwe MBH.<br>  • De verstrekker stelt een aanvullend middel ter hand waar nog geen voorschrift voor is. Hij maakt hiervoor een TA aan in een nieuwe MBH, en stuurt een VMA voor het aanvullende middel naar de voorschrijver.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|(*) Bij een TA kunnen 0, 1 of meer MVE’s horen.
 +
| Voorbeelden:<br>  • Nul : De patiënt heeft voldoende voorraad.<br>  • Eén: Het betreft een kuur met antibiotica.<br>  • Meer: Elke 2 weken een herhalende verstrekking.
 +
|-
 +
! colspan="2" style="text-align:left;"|Medicatieverstrekking → andere bouwstenen
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een MVE is in de ambulante situatie gebaseerd op een VV. In dat geval verwijst de MVE naar dat VV.
 +
| Uitzonderingen:<br>  • Zelfzorgmedicatie verkregen bij de verstrekker.<br>  • MVE op basis van een papieren recept. Papieren recepten zijn in principe niet meer toegestaan maar er zijn uitzonderingsgevallen mogelijk, zie praktijkvoorbeeld [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden#papieren recept|Papieren recept]].
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|(*) Een MVE is gebaseerd op een MA.
 +
| Uitzondering:<br>  • Zelfzorgmedicatie verkregen bij de verstrekker. De verstrekker kan hierbij ook een TA aanmaken, maar dat hoeft niet.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|(*) Een MVE is gebaseerd op een TA.
 +
| Uitzondering:<br>  • Zelfzorgmedicatie verkregen bij de verstrekker. De verstrekker kan hierbij ook een TA aanmaken, maar dat hoeft niet.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|(*) Een MVE kan bij meerdere TA’s horen.
 +
| Voorbeeld:<br>  • Er is een nieuwe TA aangemaakt waar geen MVE voor nodig was, omdat de patiënt voldoende voorraad had. De eerdere MVE hoort dan bij zowel de oude als de nieuwe TA.  
 +
|-
 +
! colspan="2" style="text-align:left;"|Medicatiegebruik → andere bouwstenen
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een MGB kan naar 0 of 1 MA verwijzen.
 +
| Voorbeelden:<br>  • Nul : Een patiënt legt zelfzorgmedicatie vast met MGB.<br>  • Eén: Een patiënt legt diens gebruik van een geneesmiddel over de afgelopen weken vast met MGB, met verwijzing naar de betreffende MA.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Meerdere MGB’s kunnen verwijzen naar dezelfde MA.
 +
| Voorbeeld:<br>  • Een patiënt houdt regelmatig zijn medicatiegebruik bij door het vastleggen van MGB’s bij dezelfde MA.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een MGB kan naar 0 of 1 TA verwijzen.
 +
| Voorbeeld:<br>  • Nul: Een patiënt legt door de apotheek verstrekte zelfzorgmedicatie vast met MGB.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Meerdere MGB’s kunnen verwijzen naar dezelfde TA.
 +
| Voorbeeld:<br>  • Een patiënt houdt regelmatig zijn medicatiegebruik bij door het vastleggen van MGB’s bij dezelfde TA.
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een MGB kan maar naar één andere bouwsteen, MA óf TA, verwijzen.
 +
| Reden:<br>  • Als naar beide verwezen wordt en er zou een verschil zijn tussen TA en MA, dan is niet af te leiden wat “conform afspraak” inhoudt.
 +
|
 +
|-
 +
! colspan="2" style="text-align:left;"|Medicatietoediening → andere bouwstenen
 +
|-
 +
| style="vertical-align:top;"|Een MTD verwijst naar 0 of 1 MA en/of TA en/of WDS, afhankelijk van de situatie.
 +
| Voorbeelden:<br>  • In ad-hocsituaties waarin meteen medicatie moet worden toegediend heeft de MTD geen verwijzing.<br>  • In ambulante situaties zal doorgaans naar een TA worden verwezen, in klinische situaties eerder naar een MA.<br>  • De MTD kan naar zowel de MA als TA verwijzen, als die beide bestaan. De MA waarnaar de MTD verwijst moet dezelfde zijn als die waar de TA naar verwijst.<br>  • Als er sprake is van een WDS, dan zal de MTD naar zowel WDS als MA verwijzen. De MA waarnaar de MTD verwijst moet dezelfde zijn als die waar het WDS naar verwijst.
 +
|}
  
−
De zorgverlener voert de medicatieverificatie uit met de patiënt en legt daarbij de geverifieerde medicatie als medicatiegebruik (MGB, incl. zelfzorgmedicatie) vast. Er ontstaat een geactualiseerd medicatieprofiel; zie ook [[#paragraaf5.1|paragraaf 5.1]].
+
De voorstelgegevens bevatten voorstellen waarvan nog niet zeker is of deze leiden tot nieuwe MA’s of VV’s. Voorstelgegevens leiden wel altijd tot antwoorden  met daarin het besluit op die voorstellen. De onderlinge getalsverhoudingen bij deze voorstelgegevens zijn als volgt:
 +
* Een VMA kan leiden tot 0, 1 of meer MA’s.
 +
* Een VMA leidt tot 1 AVMA.
 +
* Een VVV kan leiden tot 0, 1 of meer VV’s.
 +
* Een VVV leidt tot 1 AVVV.
  
−
In de praktijk zal alleen wanneer dit klinisch relevant is de medicatieverificatie leiden tot het vastleggen van gebruik en het actualiseren van het medicatieprofiel. Hierbij kan vooral gedacht worden aan opname en ontslag.<br>
+
===Samenhang MBH en bouwstenen grafisch weergegeven===
−
De vastgelegde gegevens rond medicatiegebruik worden ter beschikking gesteld voor medebehandelaars en patiënt zodat deze de gegevens kunnen opvragen.
+
De uitspraken in paragraaf 2.5.1 en 2.5.2 resulteren in de volgende figuren:<br>
 +
[[Bestand:Samenhang MBH bouwstenen.png|600px|Samenhang MBH en bouwstenen]]<br>
  
−
===Postconditie===
+
''<small>Figuur 2.3  Samenhang MBH en bouwstenen</small>''<br>
−
Het medicatiegebruik van de patiënt is vastgelegd. Medicatiegegevens (gebruik) zijn beschikbaar gesteld.
 
  
−
===Informatiesystemen en transactiegroepen===
+
Deze figuur laat zien hoeveel instantiaties van therapeutische en logistieke bouwstenen er binnen één MBH kunnen voorkomen. Een patiënt kan 0 of meer medicamenteuze behandelingen hebben.<br>
−
[[#Systemen en transacties|Hoofdstuk 7]] geeft een overzicht van alle informatiesystemen, systeemrollen, transacties, etc. De belangrijkste voor het proces van medicatieverificatie zijn in onderstaand overzicht opgenomen.
+
[[Bestand:20250930 Samenhang verhoudingen en verwijzingen.png|700px|Samenhang bouwstenen binnen een MBH]]<br>
  
−
{{anchor|figuur 4}}
+
''<small>Figuur 2.4 Samenhang bouwstenen binnen een MBH met onderlinge verwijzingen</small>''<br>
−
[[Bestand:Medicatieverificatie.png|Figuur 4 Processtappen en transacties - medicatieverificatie]]
 
  
−
==Proces: voorschrijven==
+
Deze figuur toont de onderlinge getalsverhoudingen tussen instantiaties van de bouwstenen binnen één MBH. De pijlen geven aan dat een bouwsteen naar een andere bouwsteen kan verwijzen. In geval van dubbelzijdige pijlen kunnen beide bouwstenen naar elkaar verwijzen. De volgende notatie wordt gebruikt:<br>
−
Deze paragraaf beschrijft het proces van voorschrijven. Het gaat hierbij om alle voorschrijvers; denk bijvoorbeeld aan: huisarts, specialist, andere arts of specialistisch verpleegkundige met een voorschrijfbevoegdheid. Het proces van voorschrijven bestaat uit het evalueren van de eventueel reeds bestaande medicamenteuze behandeling. Zo nodig wordt er een medicatieafspraak gemaakt en, alleen in de ambulante situatie, eventueel een verstrekkingsverzoek. Ten slotte worden de vastgelegde gegevens (actief) beschikbaar gesteld. Voor een plaat van dit proces zie [[#Bijlage: Diagram Medicatieproces algemeen|hoofdstuk 13]].
 
  
−
===Huidige situatie===
+
* '''0..1''' – 0 of 1 keer<br>
−
Afwijkingen in de huidige situatie (ten opzicht van de gewenste) betreffen:
+
* '''0..*''' – 0, 1 of meer keren<br>
−
*Het logistieke proces bepaalt vaak de registratie (en zeker de communicatie). Het wijzigen en stoppen van medicatie wordt onvoldoende vastgelegd en/of gecommuniceerd. Dit leidt onder andere tot onnauwkeurige medicatiebewaking, onjuist gebruik en onjuiste medicatieprofielen.<br /> In plaats van het logistieke proces zou het farmacotherapeutisch beleid bepalend moeten zijn.  
+
* '''1..*''' – minimaal 1 keer<br>
−
*Doordat de therapeutische intentie niet gecommuniceerd wordt naar de apotheker, is uit de beschikbare gegevens niet af te leiden of een aanvraag voor een herhaalrecept binnen die therapeutische intentie valt. Hierdoor kan onterecht een geneesmiddel hervat of gecontinueerd worden.
+
* '''1..1''' – precies 1 keer<br>
−
*Wanneer een wijziging niet wordt gecommuniceerd kan een aanvraag voor een herhaalrecept (via de apotheker) gebaseerd zijn op een verouderde gebruiksinstructie. Dit kan gemakkelijk leiden tot fouten.
 
−
*Vanuit de poliklinische setting wordt een medicatieafspraak en/of een verstrekkingsverzoek nu meestal niet (elektronisch) verstuurd naar de apotheker.
 
  
−
===Preconditie===
+
De getallen die bij een bouwsteen vermeld staan laten zien hoe vaak deze bouwsteen kan voorkomen binnen één MBH (figuur 2.3), of bij één instantiatie van de bouwsteen aan de andere kant, binnen dezelfde MBH (figuur 2.4).<br>Voorbeeld:<br>
−
Er is een bepaalde reden waarom een voorschrijver een medicamenteuze behandeling wil starten of evalueren/herzien.
+
<br>
 +
[[Bestand: 20241126 uitleg kardinaliteiten in schema samenhang.png|400px|Uitleg kardinaliteiten in schema samenhang]]<br>
 +
''<small>Figuur 2.5  Uitleg notatie getallen in afbeeldingen over samenhang MBH en bouwstenen</small>''<br>
 +
<br>
 +
* Bij 1 instantiatie van bouwsteen X kan 0 of 1 instantiatie van bouwsteen Y horen.
 +
* Bij 1 instantiatie van bouwsteen Y kunnen 0, 1 of meerdere instantiaties van bouwsteen X horen.
 +
<u>'''NB'''</u>: De kardinaliteiten binnen transacties worden in {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR scenario's}} beschreven, zie ook [[#informatieoverdracht|hoofdstuk 3]].
  
−
===Trigger event===
+
==<span class="anchor" id="push/pull"></span>Sturen en/of beschikbaar stellen==
−
De trigger voor het proces is het starten van een nieuwe medicamenteuze behandeling of evalueren van een lopende behandeling of het ontvangen van een voorstel verstrekkingsverzoek of voorstel medicatieafspraak of het ontvangen van een afhandeling voorschrift van een apotheker of opname in of ontslag van een patiënt uit een instelling.
+
De medicatiegegevens van een patiënt kunnen in verschillende informatiesystemen vastgelegd zijn. Het doel van Medicatieproces MP9 is om deze gegevens toegankelijk te maken voor alle betrokken zorgverleners en de patiënt zelf.<br>
 +
Er zijn twee werkwijzen voor het uitwisselen van medicatiebouwstenen in de zorgketen, sturen en beschikbaar stellen.<br>
  
−
===Processtap: Evalueren (medicamenteuze) behandeling===
+
'''Sturen'''<br>
−
Om de behandeling te kunnen evalueren is er behoefte aan een actueel overzicht van medicatiegegevens. Het dossier van de zorgverlener wordt zo mogelijk en indien nodig aangevuld met gegevens uit externe bronnen en eventueel wordt aan de patiënt gevraagd welke geneesmiddelen hij gebruikt. Dit gebruik kan door de zorgverlener worden vastgelegd. Desgewenst vindt er eerst uitgebreidere medicatieverificatie plaats (zie [[#Proces: medicatieverificatie|paragraaf 2.1]]).
+
Gegevens worden naar andere betrokkenen gestuurd, die deze gegevens automatisch ontvangen. Gegevens worden niet naar specifieke ''zorgverleners'' verstuurd, maar naar ''zorgaanbieders''. Als in het FO gesproken wordt over versturen naar "de verstrekker/huisarts/longarts etc." dan gaat het over de betreffende zorgaanbieders, niet die individuele zorgverlener.<br>
 +
In MP9 verloopt dit met een Sturen-transactie, bijvoorbeeld Sturen medicatiegegevens. Hierbij ligt het initiatief bij de sturende partij.<br>
 +
<br>
 +
'''Beschikbaar stellen'''<br>
 +
Medicatiegegevens kunnen na vastleggen ook beschikbaar gesteld worden. Dat wil zeggen dat ze beschikbaar gemaakt worden voor raadplegen. Met raadplegen kunnen andere betrokkenen in de keten alle beschikbare medicatiebouwstenen verzamelen.<br>
  
−
De behandelend arts<ref>Hiertoe behoren alle zorgverleners die bevoegd zijn tot voorschrijven: naast artsen zijn dat bijvoorbeeld ook verpleegkundig specialisten en physician assistants.</ref>  evalueert de (medicamenteuze) behandeling en besluit tot:
+
Niet alle gegevens worden altijd of aan iedereen beschikbaar gesteld:
−
*het starten van een nieuwe medicamenteuze behandeling door het maken van een eerste medicatieafspraak en/of
+
* Voorstelgegevens worden alleen verstuurd, door degene die het voorstel doet naar de ontvanger van het voorstel, de voorschrijver.
−
*het continueren, stoppen (definitief of tijdelijk) of wijzigen van een bestaande medicatieafspraak (1 of meerdere)<ref>Bij substitutie is er sprake van het staken van de bestaande medicatieafspraak en het maken van een nieuwe medicatieafspraak onder een nieuwe medicamenteuze behandeling.</ref>  en/of
+
* Verstrekkingsverzoeken worden alleen beschikbaar gesteld voor raadpleging door de patiënt.
−
*het corrigeren/annuleren van een bestaande medicatieafspraak en/of
+
* Een informatiesysteem stelt alleen bouwstenen beschikbaar waar de betreffende zorgverlener zelf de auteur van is. Eventueel aanwezige kopieën afkomstig uit een andere bron worden ''niet'' beschikbaar gesteld.
−
*accorderen voorstel verstrekkingsverzoek (en antwoorden via het antwoord voorstel verstrekkingsverzoek) of voorstel medicatieafspraak.
+
* De bouwstenen Lengte en Gewicht kunnen met het medicatievoorschrift verstuurd worden. Ook LaboratoriumUitslag kan meegestuurd worden. Raadplegen/beschikbaar stellen van deze bouwstenen is niet in scope van MP9.
−
In de volgende paragraaf worden deze situaties nader toegelicht. Zie ook [[#Medicamenteuze behandeling|paragraaf 1.3.3]] voor meer informatie over het begrip medicamenteuze behandeling.<br>
 
  
−
===Processtap: Maken medicatieafspraak===
+
De daadwerkelijke ''uitwisseling'' van gegevens verloopt in MP9 met de transacties Raadplegen en Beschikbaar stellen, bijvoorbeeld Raadplegen medicatiegegevens en Beschikbaar stellen medicatiegegevens. Hierbij ligt het initiatief bij de raadplegende partij. <u>LET OP</u>: In deze ''transacties'' is “beschikbaar stellen” een antwoord op het raadplegen, dus het daadwerkelijk opleveren van de gevraagde gegevens aan de raadpleger.<br>
−
Bij het maken van een medicatieafspraak geldt het uitgangspunt: elke wijziging wordt vastgelegd in een nieuwe medicatieafspraak.
 
−
Een wijziging wordt technisch ingevuld door het beëindigen van de bestaande medicatieafspra(a)k(en) door de stopdatum (einddatum van de gebruiksperiode) in te vullen én het maken van een nieuwe medicatieafspraak met de wijzigingen <ref>Informatiesystemen houden een audittrail bij. Bij een wijziging wordt de bestaande MA gestopt (nieuw record) en vervolgens wordt een nieuwe MA met daarin de wijziging aangemaakt (nieuw record). Door gebruik te maken van de records in de audittrail zijn er voor het stoppen van een MA in de meeste informatiesystemen geen grote aanpassingen nodig.</ref>.<br>
 
−
Medicatieafspraken kunnen ook gemaakt worden om te starten in de toekomst. Ze krijgen dan een gebruiksperiode met een toekomstige ingangsdatum die dus later is dan de datum van de afspraak. Een eventuele voorgaande medicatieafspraak heeft dan een stopdatum pas net voor de ingangsdatum/tijd van de toekomstige.
 
−
In de gebruiksperiode kan ook enkel een ingangsdatum aangegeven worden (zonder duur of stopdatum), dit is het geval bij doorlopende medicatie. Om verwarring te voorkomen tussen 'tot' en 'tot en met' is het meegeven van de tijd altijd verplicht bij de stopdatum. 'Tot en met' datum (bij een gehele dag) is tijdstip 23:59:59 van toepassing.
 
  
−
Voordat de medicatieafspraak (actief) beschikbaar wordt gesteld, vindt medicatiebewaking plaatst conform de geldende richtlijnen. Dit is onderdeel van deze processtap.
+
Zie [[#informatieoverdracht|hoofdstuk 3]] voor verdere uitleg over deze transacties.
  
−
In de volgende paragrafen zijn de verschillende situaties beschreven waarin een medicatieafspraak wordt gemaakt: eerste medicatieafspraak, continueren medicatie, stoppen medicatie, tijdelijk onderbreken medicatie, wijzigen medicatie of het corrigeren/annuleren van een medicatieafspraak. Informatie over de Medicamenteuze behandeling wordt bekend verondersteld (zie [[#Medicamenteuze behandeling|paragraaf 1.3.3]]).
+
=<span class="anchor" id="informatieoverdracht"></span>Informatieoverdracht=
 +
Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de informatiesystemen, systeemrollen, transacties en de daarbij betrokken bouwstenen in MP9. Het beschrijft kort hoe deze begrippen zich tot elkaar verhouden en hoe deze gebruikt worden in de beschrijving van deze informatiestandaard. Doel van dit hoofdstuk is om de basisprincipes van informatieoverdracht met MP9 inzichtelijk te maken. Voor gedetailleerde informatie verwijzen we naar de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR index}}.
  
−
====''Nieuwe medicatieafspraak''====
+
==Overzicht begrippen==
−
Een nieuwe medicatieafspraak wordt gemaakt bij de start van een medicamenteuze behandeling of een wijziging daarvan. Wanneer er een nieuwe medicamenteuze behandeling gestart wordt dient de voorschrijver te overwegen of een bestaande medicamenteuze behandeling gestopt moet worden.
+
Vastgelegde medicatiegegevens worden in de vorm van instantiaties van medicatiebouwstenen uitgewisseld. Dit gebeurt via ''transacties'' tussen de informatiesystemen van zorgverleners. Transacties worden gegroepeerd in transactiegroepen die zelf weer deel uitmaken van scenario’s. Deze zijn te vinden in de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR scenario's}}.<br>
−
De beschrijving in [[#Medicamenteuze behandeling|paragraaf 1.3.3]] gaat uit van het meest gangbare proces van voorschrijven tot toedienen of gebruiken. In de overgangssituatie of bij het ontbreken van digitale gegevens kan het ook gebeuren dat een medicamenteuze behandeling systeemtechnisch gezien begint met bijvoorbeeld een toedieningsafspraak. Dit treedt bijvoorbeeld op wanneer de apotheker de medicatieafspraak met bijbehorende medicamenteuze behandeling niet digitaal heeft ontvangen. De apotheker start dan een nieuwe medicamenteuze behandeling bij het maken van de toedieningsafspraak. Dit kan met elke andere bouwsteen ook het geval zijn. Zo kan ook de patiënt bijvoorbeeld een medicamenteuze behandeling starten door het vastleggen van medicatiegebruik zonder daarbij de oorspronkelijke medicamenteuze behandeling te hebben.
+
Daarin staat ook een overzicht van de transacties per ''systeemrol'' (actor: systeem). Een systeemrol is een functie die het systeem vervult in de uitwisseling van gegevens. Elk informatiesysteem in MP9 moet bepaalde systeemrollen kunnen vervullen om de bijbehorende transactie uit te kunnen voeren.<br>
  
−
====''Continueren medicatie''====
+
In het tabblad Dataset in {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR}} is de ''generieke'' dataset te vinden met alle voor MP9 relevante gegevenstypen. Een ''transactie''dataset is een subset van deze generieke dataset. Het bevat de bouwstenen en data-elementen die in de betreffende transactie uitgewisseld kunnen of moeten worden. De kardinaliteit  en conformiteit van de data-elementen worden per transactie gespecificeerd. Zie voor uitleg hierover de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|Handleiding Kardinaliteiten}}.<br>
−
In een aantal gevallen blijft de therapeutische intentie van de voorschrijver gelijk en hoeft de medicatieafspraak niet aangepast te worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld
 
−
*in de ambulante situatie wanneer er alleen een nieuw verstrekkingsverzoek gewenst is ingeval van een herhaling, of
 
−
*bij opname in een instelling waarbij de thuismedicatie wordt doorgebruikt, al dan niet gecombineerd met ‘Medicatie in Eigen Beheer’
 
−
In deze beide gevallen wordt de bestaande medicatieafspraak niet aangepast. <br>
 
−
Wanneer, bijvoorbeeld bij een opname of ontslag, sprake is van een wijziging in PRK wordt in alle gevallen de bestaande medicamenteuze behandeling beëindigd door het maken van een stop-MA (zie [[#Stoppen medicatie|Stoppen medicatie (paragraaf 2.2.5.3)]]) en een nieuwe medicamenteuze behandeling gestart (zie [[#Nieuwe medicatieafspraak|Nieuwe medicatieafspraak (paragraaf 2.2.5.1.)]]).
 
  
−
====''Stoppen medicatie''====
+
Een usecase beschrijft een praktijksituatie in de zorg waarvoor de informatie-uitwisseling wordt gespecificeerd aan de hand van:
−
Medicatie wordt gestopt door het maken van een nieuwe medicatieafspraak (stop-MA) binnen dezelfde medicamenteuze behandeling. De reden van het stoppen wordt in deze medicatieafspraak vastgelegd. De medicatie kan per direct of in de toekomst gestopt worden.<br>
+
* '''Actoren''': Personen en informatiesystemen die bij de usecase betrokken zijn. Het gaat daarbij om de ''rollen'' die deze actoren vervullen:
−
De nieuwe stop-medicatieafspraak is een kopie van de bestaande medicatieafspraak met:  
+
**''Bedrijfsrollen'': voorschrijver, verstrekker, toediener, patiënt.
−
*in de gebruiksperiode als stopdatum de datum waarop de medicatieafspraak eindigt (kan ook in de toekomst liggen),
+
**''Systeemrollen'': sturend, ontvangend, raadplegend en beschikbaarstellend systeem.
−
*een stopdatum die ook moet terugkomen in de tekstuele omschrijving van de gebruiksinstructie,
+
* '''Transacties''': Welke informatie wordt uitgewisseld, wanneer, tussen welke systemen en systeemrollen, en welke bedrijfsrollen zijn erbij betrokken.
−
*een eigen auteur,  
 
−
*een eigen afspraakdatum,
 
−
*stoptype 'definitief',
 
−
*verwijzing naar de specifieke medicatieafspraak die gewijzigd wordt (toekomstige medicatieafspraken blijven bestaan). Het is niet mogelijk om een stop-MA aan te maken zonder verwijzing naar de MA die gestopt moet worden, behalve als er geen MA beschikbaar is in de MBH om naar te verwijzen. Wanneer er alleen TA('s) en/of MGB('s) beschikbaar zijn in de MBH moet de voorschrijver deze kunnen stoppen met een stop-MA zonder relatie naar MA.
 
−
Voor een medicatieafspraak waarin al direct een stopdatum is afgesproken, bijvoorbeeld in geval van een kuur, is geen aanvullende stop-MA nodig. Wanneer een medicatieafspraak met een stopdatum die nog in de toekomst ligt wordt verlengd, is dat een gewone wijziging (zie [[#Wijzigen medicatie|Wijzigen medicatie (paragraaf 2.2.5.5)]]). Een stop-MA heeft ook het stoptype 'definitief' als het een stop-MA is als gevolg van een wijziging. Bij een wijziging wordt de stop-MA opgevolgd door een nieuwe medicatieafspraak. Voor de eindgebruikers is de stop-MA als gevolg van een wijziging minder relevant. Een stop-MA als gevolg van een wijziging wordt ook wel een technische stop-MA genoemd. De user-interface dient hierbij adequaat te ondersteunen. Een voorschrijver zal hier minder behoefte aan hebben dan een apotheker die zijn logistieke proces mogelijk moet aanpassen vanwege de wijziging.
 
  
−
====''Tijdelijk onderbreken en hervatten van medicatie''====
+
In het rapport {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|informatiestandaarden in de zorg}} staat nadere uitleg en achtergrondinformatie over deze begrippen en hun onderlinge relatie.
−
Tijdelijk onderbreken is het stoppen van het medicatiegebruik gedurende een bepaalde, vooraf bekende of onbekende, periode. Tijdelijk onderbreken kan per direct of in de toekomst plaatsvinden. In de periode van onderbreken blijft de medicatie relevant voor medicatiebewaking in verband met het mogelijk hervatten in de toekomst. Tijdelijke substitutie met een ander middel is dus geen onderbreking maar daadwerkelijk stoppen van het eerste middel en het starten van een nieuwe medicamenteuze behandeling met het substituut. Tijdelijk onderbreken bestaat uit twee medicatieafspraken<ref>Dit betekent niet dat eindgebruikers ook daadwerkelijk twee afspraken moeten maken. Een gebruikersvriendelijke presentatie door het informatiesysteem is gewenst. </ref>: als start van de onderbreking wordt een medicatieafspraak (stop-MA) vastgelegd overeenkomstig de stop-MA (zie vorige paragraaf), maar met stoptype 'tijdelijk' en voor het hervatten van de medicatie wordt een nieuwe medicatieafspraak (met eventueel reden van hervatting) vastgelegd. Al deze medicatieafspraken vallen onder dezelfde medicamenteuze behandeling. De reden van de onderbreking wordt in de stop-MA vastgelegd. De stop-MA verwijst naar de originele medicatieafspraak om deze tijdelijk te onderbreken. Het stoptype voor het tijdelijk onderbreken van medicatie is 'tijdelijk'.
 
  
−
====''Wijzigen medicatie''====
+
==Informatiesystemen, systeemrollen en transacties==
−
Het wijzigen van een medicatieafspraak kan onder andere betrekking hebben op:
+
Deze paragraaf beschrijft de informatiesystemen, systeemrollen, transacties en daarbij betrokken bouwstenen binnen MP9.
−
:a) de dosering,
+
===Typen informatiesystemen===
−
:b) de sterkte van het geneesmiddel,
+
Binnen MP9 worden verschillende typen informatiesystemen onderscheiden op basis van hun functionele rol:<br>
−
:c) toedieningswijze,
+
*EVS – elektronisch voorschrijfsysteem
−
:d) de duur (bijvoorbeeld een verlenging van de therapie);
+
*AIS – apotheekinformatiesysteem
−
:e)      de verantwoordelijk voorschrijver.
+
*PGO – persoonlijke gezondheidsomgeving
−
Bij een overstap naar een geheel ander geneesmiddel is er in principe sprake van het overstappen op een andere medicamenteuze behandeling (zie ook [[#Medicamenteuze behandeling|paragraaf 1.3.3]]). In dat geval stopt de arts de bestaande behandeling (zie [[#Stoppen medicatie|paragraaf 2.2.5.3]]) en start een nieuwe (zie [[#Nieuwe medicatieafspraak|paragraaf 2.2.5.1]]).<br>
+
*eTDR – elektronisch toedienregistratiesysteem
−
Wijzigingen worden, bij gelijkblijvende PRK, vastgelegd onder dezelfde medicamenteuze behandeling. Bij een wijziging wordt er een technische stop-MA gemaakt (zie [[#Stoppen medicatie|paragraaf 2.2.5.3]]) en een nieuwe medicatieafspraak met de wijziging. De afspraak datum van de technisch stop-MA en de nieuwe medicatieafspraak moeten altijd hetzelfde zijn. In de nieuwe medicatieafspraak wordt de reden van de wijziging opgenomen en (zo mogelijk) een verwijzing naar de oorspronkelijke medicatieafspraak. Wijzigingen kunnen per direct of in de toekomst ingaan. Een technische stop-MA en bijbehorende nieuwe medicatieafspraak worden gelijktijdig ter beschikking gesteld.
+
*TrIS – trombose-informatiesysteem<br>
−
Ingeval van het verlengen van een medicatieafspraak waarvan de duur al is verlopen of de ingevulde stopdatum al voorbij is, dan wordt dit niet gezien als een wijziging (een stop-MA op de reeds automatisch gestopte medicatieafspraak is overbodig). In dit geval kan er onder de betreffende medicamenteuze behandeling een nieuwe MA worden gemaakt.
 
  
−
====''Corrigeren / annuleren medicatieafspraak''<ref>Het corrigeren/annuleren van toedieningsafspraken vindt op gelijke wijze plaats.
+
XIS is de generieke term om een informatiesysteem mee aan te duiden.
−
XIS is een generieke term voor een willekeurig (zorg)informatiesysteem. PGO=Persoonlijke GezondheidsOmgeving.</ref>====
 
−
Dit betreft het corrigeren of annuleren van een medicatieafspraak omdat een voorschrijver een fout maakte. Dit kan ontdekt zijn door de voorschrijver zelf of door een medebehandelaar.<br>
 
−
Bijvoorbeeld een arts die een typefout maakt in de dosering van een medicatieafspraak: 2 maal daags 10 inhalaties in plaats van 2 maal daags 1 inhalatie. Indien de medicatieafspraak nog niet gedeeld is met andere zorgverleners, dan kan de voorschrijver die medicatieafspraak zelf aanpassen of schrappen (annuleren) uit het eigen informatiesysteem. Indien de afspraak al wel gedeeld is met andere zorgverleners dan stopt hij deze foutieve medicatieafspraak met een stop-MA en als reden 'foutieve registratie' en maakt een nieuwe medicatieafspraak onder dezelfde medicamenteuze behandeling met de juiste informatie. De arts informeert de apotheker en eventuele medebehandelaren actief hierover en stelt de stop-MA en nieuwe medicatieafspraak beschikbaar (zie [[#Processtap: (Actief) beschikbaarstellen|paragraaf 2.2.10]]).
 
  
−
====''Stoppen toekomstige medicatieafspraak''====
+
===Systeemrollen en bijbehorende transacties en bouwstenen===
−
Dit betreft alleen medicatieafspraken waarvan de startdatum in de toekomst ligt. Een voorschrijver kan deze toekomstige MA om wat voor reden dan ook willen beëindigen. Hiervoor wordt geen stop-MA aangemaakt maar annuleert de voorschrijver de toekomstige MA. Dit doet de voorschrijver door gebruik te maken van de geannuleerd indicator. Hier kan de voorschrijver alleen gebruik van maken als de startdatum van de MA in toekomst ligt. Als deze voorschrijver de toekomstige MA wil beëindigen dan verandert hij/zij de status van de originele MA naar ‘geannuleerd’. Hier wordt dan dus geen gebruik meer gemaakt van de stop-MA.
+
Een systeemrol is een functie die het systeem vervult in de uitwisseling van gegevens. Het gaat om de volgende algemene functies:
 +
* Sturend systeem – stuurt gegevens naar een Ontvangend systeem
 +
* Ontvangend systeem – ontvangt gegevens van een Sturend systeem
 +
* Raadplegend systeem – vraagt gegevens op bij een Beschikbaarstellend systeem
 +
* Beschikbaarstellend systeem – stuurt de gevraagde gegevens naar een Raadplegend systeem
 +
Een informatiesysteem kan een of meer van deze systeemrollen vervullen.<br>
  
−
In het scenario waarbij niet de originele voorschrijver van de MA maar een andere voorschrijver de toekomstige MA wil beëindigen werkt het proces op de volgende manier. Deze voorschrijver maakt een nieuwe MA aan met daarin geannuleerd indicator geactiveerd. Deze ‘geannuleerd-MA’ stuurt de voorschrijver op naar de originele voorschrijver van de MA. De originele voorschrijver van de MA wijzigt dan ook in de originele MA de status naar geannuleerd.
+
In de tabel hieronder staat een overzicht van de systeemrollen binnen MP9 met hun afkorting, de bijbehorende transactie en de bouwstenen die daarbij betrokken kunnen zijn. In de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR scenario's}} zijn voor elke transactie te vinden hoe de betrokken bouwstenen daarin worden ingevuld.
  
−
===Processtap: Maken wisselend doseerschema===
+
{| class="wikitable"
−
Als een voorschrijver medicatie met een wisselend doseerschema voorschrijft, kan de dosering van deze medicatie tussentijds aangepast worden door een (andere) voorschrijver, zonder dat de medicatieafspraak iedere keer gewijzigd moet worden. Dit is het geval bij antistollingsmedicatie. Bij deze medicatie bepaalt de voorschrijver de therapeutische INR-range (International Normalized Ratio, maat voor de stollingstijd van het bloed) waarbinnen de behandeling plaats dient te vinden.
+
! style="text-align:left;" | Systeemrol
−
De invulling van de wisselende doseerschema’s wordt gedaan door de trombosedienst. Het doseerschema wordt in de medicatiebouwsteen wisselend doseerschema (WDS) ingevuld door een voorschrijver, vaak de trombosearts. De voorschrijvend arts, die de medicatieafspraak heeft gemaakt, blijft verantwoordelijk voor de verstrekkingsverzoeken, de trombosearts stelt het specifieke doseerschema op binnen de afgesproken INR-range en op basis van de gemeten INR-waarde. <br>
+
! style="text-align:left; width: 70px" | Afkorting
 +
! style="text-align:left;" | Transactie
 +
! style="text-align:left; width: 35%" | Mogelijk betrokken bouwstenen
  
−
====Opstarten wisselend doseerschema ====
+
|-
−
De voorschrijver schrijft antistollingsmedicatie voor en geeft in de medicatieafspraak aan:
+
! colspan="4" style="text-align:left;"| '''Scenario Medicatievoorschrift'''
−
* Welk geneesmiddel (PRK) de patiënt voorgeschreven krijgt. In het wisselend doseerschema is altijd hetzelfde geneesmiddel opgenomen als in de medicatieafspraak.
+
|-
−
* Dat de medicatie wordt gebruikt volgens schema trombosedienst. Dit wordt geregistreerd onder ‘aanvullende instructie’, er wordt in de medicatieafspraak dus geen doseerschema opgenomen;
+
| VoorschriftSturend
−
* Binnen welke INR-range de behandeling plaats dient te vinden (in ‘toelichting’)
+
| MP-VOS
−
Om de periode tot de trombosezorg betrokken is te overbruggen, maakt de voorschrijver een eerste wisselend doseerschema aan voor de eerste periode  (vaak tussen de 4 en 7 dagen). Na aanmelding bij de trombosedienst, wordt meestal een controledatum afgesproken waarbij de INR-waarde gemeten wordt. Op basis van de INR-waarde en/ of de professionele inschatting van de trombosearts stelt de trombosedienst een doseerschema op dat het schema van de voorschrijver wijzigt of opvolgt. Vanaf dit moment neemt de trombosedienst het opstellen van de doseerschema’s over van de oorspronkelijke voorschrijver.
+
| Sturen medicatievoorschrift
 +
| rowspan="2" style="vertical-align:top;"| MA met of zonder VV; eventueel Lengte, Gewicht <br> Eventueel meesturen van de nierfunctiewaarde met het voorschrift verloopt via de transactie Lab2Zorg. Zie {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|leeswijzer}}.
 +
|-
 +
| VoorschriftOntvangend
 +
| MP-VOO
 +
| Ontvangstbevestiging medicatievoorschrift
 +
|-
 +
! colspan="4" style="text-align:left;"| '''Scenario Afhandelen medicatievoorschrift'''
 +
|-
 +
| VoorschriftAfhandelingSturend
 +
| MP-VAS
 +
| Sturen afhandeling medicatievoorschrift
 +
| rowspan="2" style="vertical-align:top;"| TA met of zonder MVE
 +
|-
 +
| VoorschriftAfhandelingOntvangend
 +
| MP-VAO
 +
| Ontvangstbevestiging afhandeling medicatievoorschrift
 +
|-
 +
! colspan="4" style="text-align:left;" |'''Scenario Medicatiegegevens'''
 +
|-
 +
| MedicatieGegevensSturend
 +
| MP-MGS
 +
| Sturen medicatiegegevens
 +
| rowspan="4"  style="vertical-align:top;"|Eén of meer:<br> MA, VV, TA, MVE, MTD, MGB, WDS
 +
|-
 +
| MedicatieGegevensOntvangend
 +
| MP-MGO
 +
| Ontvangstbevestiging medicatiegegevens
 +
|-
 +
| MedicatieGegevensBeschikbaarstellend
 +
| MP-MGB
 +
| Beschikbaar stellen medicatiegegevens
 +
|-
 +
| MedicatieGegevensRaadplegend
 +
| MP-MGR
 +
| Raadplegen medicatiegegevens
 +
|-
 +
! colspan="4" style="text-align:left;"|'''Scenario Voorstelgegevens'''
 +
|-
 +
| VoorstelMedicatieafspraakSturend
 +
| MP-VMS
 +
| Sturen voorstel medicatieafspraak
 +
| rowspan="2" style="vertical-align:top;"|VMA met of zonder Lengte, Gewicht
 +
|-
 +
| VoorstelMedicatieafspraakOntvangend
 +
| MP-VMO
 +
| Ontvangstbevestiging voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| AntwoordVoorstelMedicatieafspraakSturend
 +
| MP-AVMS
 +
| Sturen antwoord voorstel medicatieafspraak
 +
| rowspan="2" style="vertical-align:top;"|AVMA
 +
|-
 +
| AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend
 +
| MP-AVMO
 +
| Ontvangstbevestiging antwoord voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend
 +
| MP-VVS
 +
| Sturen voorstel verstrekkingsverzoek
 +
| rowspan="2" style="vertical-align:top;"|VVV
 +
|-
 +
| VoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend
 +
| MP-VVO
 +
| Ontvangstbevestiging voorstel verstrekkingsverzoek
 +
|-
 +
| AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekSturend
 +
| MP-AVVS
 +
| Sturen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek
 +
| rowspan="2" style="vertical-align:top;"| AVVV
 +
|-
 +
| AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend
 +
| MP-AVVO
 +
| Ontvangstbevestiging antwoord voorstel verstrekkingsverzoek
  
−
''INR-waarde bij het WDS''<br>
+
|}
−
Het wisselend doseerschema is vaak gebaseerd op een INR-waarde. Voor andere betrokkenen in de keten is het belangrijk om te kunnen achterhalen op welke waarde een bepaald wisselend doseerschema gebaseerd is. Daarom kan bij het beschikbaarstellen (of gericht sturen) van een wisselend doseerschema ook de bijbehorende INR-waarde beschikbaar gesteld worden. De INR-waarde wordt opgenomen in vrije tekst onder ‘toelichting’ in het wisselend doseerschema.
 
  
−
====Wijzigen wisselend doseerschema ====
+
Bepaalde systeemrollen zijn elkaars logische tegenhangers en komen dus altijd samen in een systeem voor. Bijvoorbeeld het sturen van een voorschrift en het ontvangen van de afhandeling van het voorschrift. Het gaat om de volgende Sturen/Ontvangen-paren:
−
Wanneer het wisselend doseerschema gebruikt wordt tot de stopdatum van het schema, kan het doseerschema opgevolgd worden door een nieuw schema. In het wisselend doseerschema staat een relatie naar de medicatieafspraak en naar het vorige wisselend doseerschema.  
+
* MP-VOS en MP-VAO
−
Het is ook mogelijk om een doseerschema tussentijds aan te passen. In dat geval sluit het informatiesysteem het huidige wisselend doseerschema af met een technische stop-WDS (niet zichtbaar voor de gebruiker). Het nieuwe wisselend doseerschema volgt daarop en heeft een reden van wijzigen en een relatie naar de medicatieafspraak en het vorige wisselend doseerschema.
+
* MP-VOO en MP-VAS
−
Alle wijzigingen die gaan over het doseerschema, kunnen in het wisselend doseerschema opgenomen worden. Wijzigingen die gaan over het verdere behandelbeleid (bijv. het geneesmiddel, de toedieningsweg of de INR-range) worden opgenomen in de medicatieafspraak.
+
* MP-VMS en MP-AVMO
 +
* MP-VMO en MP-AVMS
 +
* MP-VVS en MP-AVVO
 +
* MP-VVO en MP-AVVS
  
−
====Stoppen wisselend doseerschema ====
+
===<span class="anchor" id="systeem"></span>Informatiesystemen en systeemrollen===
−
Antistollingsmedicatie kan om verschillende redenen (tijdelijk) gestopt worden. Bijvoorbeeld in geval van een ingreep, of omdat er tijdelijk sprake is van co-medicatie. Er zijn twee situaties te onderscheiden, afhankelijk van de situatie en de inschatting van de trombosearts kan voor een van beide werkwijzen gekozen worden.
+
Een informatiesysteem kan verschillende systeemrollen vervullen. Onderstaande tabel laat voor elk informatiesysteem zien welke dit zijn.<br>
−
# ''(tijdelijk) aanpassen van beleid:'' De trombosearts kan kiezen om de dosering voor de antistollingsmedicatie tijdelijk aan te passen naar 0. Bijvoorbeeld in aanloop naar een geplande ingreep. De medicatieafspraak (en daarmee de behandeling met antistollingsmedicatie) en de toedieningsafspraak lopen in dit geval door, maar in het wisselend doseerschema wordt de dosering tijdelijk aangepast naar 0. Op het medicatieoverzicht zal de medicatieafspraak van de antistollingsmedicatie te zien zijn onder ‘actuele medicatie’. Bij een dergelijke aanpassing in het wisselend doseerschema is het wenselijk om de reden voor deze wijziging mee te sturen.
+
{| class="wikitable"
−
# ''staken of stoppen antistollingsmedicatie:'' De trombosearts (of een andere voorschrijver) kan er ook voor kiezen om de behandeling met antistollingsmedicatie (tijdelijk) te stoppen. Dit betekent dat er geen dosering meer plaats mag vinden. In dat geval maakt de trombosearts een stop-MA aan (of stuurt deze een voorstel-MA aan de voorschrijver). Met het stoppen van de medicatieafspraak wordt ook het onderliggende WDS en de bijbehorende TA gestopt. Op het medicatieoverzicht zal de medicatieafspraak van de antistollingsmedicatie te zien zijn onder ‘recent gestopte medicatie’.
+
! systeemrol !! EVS !! AIS !! PGO !! eTDR !! TrIS
−
Als de MA na een bepaalde periode weer opgestart of gewijzigd moet worden, doet de oorspronkelijke voorschrijver van de antistollingsmedicatie dit door een nieuwe MA aan te maken. In veel gevallen is de trombosedienst ook (tijdelijk) niet meer betrokken bij de patiënt, mocht dit wel het geval zijn dan kan de trombosearts een voorstel-MA sturen naar de oorspronkelijke voorschrijver en kan deze dit voorstel overnemen in een MA.
+
|-
 +
| MP-VOS || √ || - || - || - || √
 +
|-
 +
| MP-VOO || - || √ || - || - || -
 +
|-
 +
| MP-VAS || - || √ || - || - || -
 +
|-
 +
| MP-VAO || √ || - || - || - || √
 +
|-
 +
| MP-MGS || √ || √ || √ || √ || √
 +
|-
 +
| MP-MGO || √ || √ || √ || √ || √
 +
|-
 +
| MP-MGB || √ || √ || √ || √ || √
 +
|-
 +
| MP-MGR || √ || √ || √ || √ || √
 +
|-
 +
| MP-VMS || √ || √ || √ || √ || √
 +
|-
 +
| MP-VMO || √ || - || - || - || -
 +
|-
 +
| MP-AVMS || √ || - || - || - || -
 +
|-
 +
| MP-AVMO || √ || √ || √ || √ || √
 +
|-
 +
| MP-VVS || √ || √ || √ || √ || √
 +
|-
 +
| MP-VVO || √ || - || - || - || -
 +
|-
 +
| MP-AVVS || √ || - || - || - || -
 +
|-
 +
| MP-AVVO || √ || √ || √ || √ || √
 +
|}
  
−
===Processtap: Maken verstrekkingsverzoek===
+
Figuur 3.1 is een grafische weergave hiervan:<br>
−
Een verstrekkingsverzoek (naast een medicatieafspraak) is alleen van toepassing in de ambulante situatie. Er kan een verstrekkingsverzoek worden gedaan als de voorraad medicatie van de patiënt moet worden aangevuld. Dit hoeft niet tegelijk met een medicatieafspraak plaats te vinden. Bij de start van een medicamenteuze behandeling waarbij de patiënt nog voldoende voorraad thuis heeft van een vorige keer is een verstrekkingsverzoek niet nodig. Ook wanneer de dosering verlaagd wordt, kan de patiënt nog genoeg op voorraad hebben. Bij een geneesmiddel dat lang loopt (bijvoorbeeld een bloeddrukverlager waarbij er een doorlopende medicatieafspraak is gemaakt, dus een gebruiksperiode met enkel een ingangsdatum), kunnen er in de loop van de tijd meerdere verstrekkingsverzoeken worden gedaan onder deze bestaande medicatieafspraak. Het is ook mogelijk dat een andere voorschrijver dan degene die de medicatieafspraak heeft gemaakt, een verstrekkingsverzoek onder deze medicatieafspraak doet.<br>
 
−
In het verstrekkingsverzoek kunnen logistieke en urgentie aanwijzingen worden meegegeven, zoals afleverlocatie, niet opnemen in GDS (Geneesmiddel Distributie Systeem), etc.
 
  
−
Bij een verstrekkingsverzoek kan de te verstrekken hoeveelheid opgegeven worden óf de verbruiksperiode. Bij een verbruiksperiode moet de hoeveelheid wel eenduidig afleidbaar zijn uit de doseerinstructie van de medicatieafspraak. Let op: een verbruiksperiode einddatum heeft een andere betekenis dan de gebruiksperiode stopdatum uit de medicatieafspraak en kunnen ongelijk zijn.  
+
[[Bestand:informatiesystemen_en_systeemrollen.png|500px|Figuur 3.1 Informatiesystemen en systeemrollen]]<br>
−
* verbruiksperiode einddatum: datum tot wanneer de apotheker toestemming heeft om verstrekkingen te doen (en daarmee voldoende voorraad aan de patiënt mee te geven voor gebruik tot aan die datum).
+
''<small>Figuur 3.1 Informatiesystemen en systeemrollen</small>''
−
* gebruiksperiode stopdatum: datum waarop de patiënt moet stoppen met de medicatie (deze kan gelijk zijn aan de verbruiksperiode einddatum of verder in de toekomst liggen).
 
  
−
===Processtap: Nierfunctiewaarde meesturen met het voorschrift ===
+
==Scenario's==
 +
Deze paragraaf geeft een beschrijving van de volgende scenario's:
 +
* Medicatievoorschrift
 +
* Afhandelen medicatievoorschrift
 +
* Medicatiegegevens
 +
* Voorstelgegevens
 +
Bij elk scenario wordt aangegeven in welke deelprocessen dit voor kan komen. De bijbehorende procesbeschrijvingen staan in [[#mp|hoofdstuk 5]].<br>
 +
Er is gekozen voor een onderverdeling per scenario en niet per usecase. Dit is gedaan omdat binnen het medicatieproces geen 1-op-1 relatie tussen usecase en scenario bestaat. Het deelproces Voorschrijven kent bijvoorbeeld de usecase versturen medicatievoorschrift, maar ook de usecases ontvangen afhandeling voorschrift, het ontvangen en beantwoorden van een voorstel van een verstrekker of het opstellen van een overzicht van medicatiegegevens. Alle scenario’s komen hierbij aan de orde. Omgekeerd kan het scenario Medicatiegegevens voor allerlei verschillende usecases gebruikt worden. Een beschrijving per scenario is daarom het meest efficiënt.
  
−
Voor sommige geneesmiddelen is het functioneren van de nieren van belang. De nierfunctiewaarde bepaalt dan de keuze van het geneesmiddel en/of de geneesmiddeldosering. Wettelijk is vastgelegd dat indien een beroepsbeoefenaar bij een patiënt nader onderzoek heeft laten uitvoeren naar de nierfunctie, hij afwijkende nierfunctiewaarden deelt met de daartoe door patiënt aangewezen apotheker (artikel 6.10, regeling geneesmiddelenwet).  
+
===Scenario Medicatievoorschrift===
 +
====Doel en relevantie====
 +
Doel is het versturen van een medicatievoorschrift door de voorschrijver naar de verstrekker.
 +
====Proces====
 +
Dit scenario is van toepassing in de usecase voorschrijven van medicatie tijdens het deelproces Voorschrijven.
 +
====Bedrijfsrollen en activiteitendiagram====
 +
{| class="wikitable"
 +
! Bedrijfsrol (actor) !! Beschrijving bedrijfsrol
 +
|-
 +
| Voorschrijver || Sturen medicatievoorschrift naar verstrekker
 +
|-
 +
| Verstrekker || Ontvangen medicatievoorschrift van voorschrijver
 +
|}
 +
[[Bestand:Activiteitendiagram scenario Medicatievoorschrift.png|500px|Activiteitendiagram scenario Medicatievoorschrift]]
  
−
De nierfunctiewaarde wordt altijd met het voorschrift meegestuurd (m.b.v. de bouwsteen laboratoriumuitslag) voor geneesmiddelen waarvoor dit van belang is (kenmerk in de G-standaard), zodat de apotheker goede medicatiebewaking kan uitvoeren. De nierfunctiewaarde mag niet ouder zijn dan 13 maanden, omdat bij een stabiele chronische verminderde nierfunctie de nierfunctie 1x per jaar gecontroleerd moet worden. Hier is 1 maand aan toegevoegd, zodat er voor de praktijk enige speling is.  
+
====Systemen en systeemrollen====
 +
De voorschrijver maakt gebruik van een EVS. De verstrekker maakt gebruik van een AIS.
  
−
Als op het moment van het sturen van een medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek geen nierfunctie bekend is, betreft dat het voorschrijfbeleid van dat moment.
+
{| class="wikitable"
−
Het los sturen van de laboratoriumuitslag nierfunctiewaarde zonder medicatieafspraak en/of verstrekkingsverzoek valt buiten scope van deze informatiestandaard.
+
! Systeem !! Naam systeemrol !! Systeemrolcode !! Beschrijving systeemrol
 +
|-
 +
| EVS || VoorschriftSturend || MP-VOS || Sturen medicatievoorschrift
 +
|-
 +
| AIS || VoorschriftOntvangend || MP-VOO || Ontvangen medicatievoorschrift
 +
|}
  
−
===Processtap: Lengte en gewicht meesturen in het voorschrift ===
+
====Samenhang bedrijfsrollen, systeemrollen en transacties====
 +
{| class="wikitable"
 +
! Scenario
 +
! Bedrijfsrol
 +
! Systeem
 +
! Systeemrolcode
 +
! Transactiegroep
 +
! Transactie
 +
|-
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top" | Medicatievoorschrift
 +
| Voorschrijver
 +
| EVS
 +
| MP-VOS
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top" | MedicatieVoorschrift (Sturen/Ontvangen)
 +
| Sturen medicatievoorschrift
 +
|-
 +
| Verstrekker
 +
| AIS
 +
| MP-VOO
 +
| Ontvangstbevestiging medicatievoorschrift
 +
|}
  
−
De voorschrijver kan bij het versturen van het medicatievoorschrift ook de lichaamslengte en het lichaamsgewicht van de patiënt meesturen. Het gaat om de lengte en het gewicht dat de voorschrijver heeft aangehouden voor het bepalen van de medicatieafspraak. Deze kan dus afwijken (nauwkeuriger zijn) van de lengte of het gewicht dat algemeen is vastgelegd over de patiënt. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden bij het voorschrijven aan kinderen, of het voorschrijven van medicatie waarbij gewicht (bepaalde stollingsmedicatie) of lichaamsoppervlak (bijv. bij sommige oncolytica) van belang zijn.  
+
===Scenario Afhandelen medicatievoorschrift===
 +
====Doel en relevantie====
 +
Doel is het informeren van de voorschrijver door de verstrekker over het afhandelen van een medicatievoorschrift.
 +
====Proces====
 +
Dit scenario is van toepassing in de usecase afhandelen medicatievoorschrift tijdens het deelproces Ter hand stellen.
 +
====Bedrijfsrollen en activiteitendiagram====
 +
{| class="wikitable"
 +
! Bedrijfsrol (actor) !! Beschrijving bedrijfsrol
 +
|-
 +
| Verstrekker || Sturen afhandeling medicatievoorschrift naar voorschrijver
 +
|-
 +
| Voorschrijver || Ontvangen afhandeling medicatievoorschrift van verstrekker
 +
|-
 +
|}
 +
[[Bestand:Activiteitendiagram scenario Afhandelen medicatievoorschrift.png|500px|Activiteitendiagram scenario Afhandelen medicatievoorschrift]]
  
−
Lichaamslengte en lichaamsgewicht zijn losse bouwstenen en kunnen alleen worden meegestuurd bij het versturen van het medicatievoorschrift en bij het versturen van een voorstel medicatieafspraak. Deze informatie is verder niet opvraagbaar.
+
====Systemen en systeemrollen====
 +
De verstrekker maakt gebruik van een AIS. De voorschrijver maakt gebruik van een EVS.
 +
{| class="wikitable"
 +
! Systeem !! Naam systeemrol !! Systeemrolcode !! Beschrijving systeemrol
 +
|-
 +
| AIS || VoorschriftAfhandelingSturend || MP-VAS || Sturen afhandeling medicatievoorschrift
 +
|-
 +
| EVS || VoorschriftAfhandelingOntvangend || MP-VAO || Ontvangen afhandeling medicatievoorschrift
 +
|}
  
−
===Processtap: (Actief) beschikbaarstellen===
+
====Samenhang bedrijfsrollen, systeemrollen en transacties====
−
In deze stap vindt informatie-uitwisseling plaats. De informatie kan met verschillende intenties gestuurd of beschikbaar gesteld worden:
+
{| class="wikitable"
−
:A. Als opdracht aan de apotheker om medicatie ter hand te stellen. De voorschrijver verstuurt de medicatieafspraak aan de apotheker. In de ambulante situatie wordt daarbij ook het verstrekkingsverzoek naar de apotheker van keuze van de patiënt gestuurd. Wanneer de apotheker niet bekend is kan deze processtap ook worden vervuld met een papieren recept en/of het (reactief) beschikbaarstellen van de gegevens (zie C). Wanneer de apotheker de opdracht heeft ingevuld dan ontvangt de voorschrijver daarvan bericht (zie [[#Processtap:_.28Actief.29_beschikbaarstellen_2|paragraaf 2.3.8]]).
+
! Scenario
−
:B. Als opdracht aan de apotheker om een wijziging in medicatie (incl. stop-MA met stoptype definitief of tijdelijk) door te voeren dat impact heeft of kan hebben op een lopende ter hand stelling van deze apotheker. Een lopende ter hand stelling houdt in dat er een opdracht (als bij A) is aangenomen die nog niet volledig is ingevuld. Er vinden bijvoorbeeld nog uitgiftes plaats of er is sprake van meerdere uitgiftes op basis van een verstrekkingsverzoek waarvan nog niet alle uitgiftes hebben plaatsgevonden. Dit komt bijvoorbeeld bij GDS voor.
+
! Bedrijfsrol
−
:C. Het beschikbaarstellen van de medicatiegegevens (MA, WDS, VV (aan patiënt), MGB) zodat medebehandelaren en/of patiënt deze later kunnen opvragen eventueel in combinatie met ongeadresseerd voorschrijven (zie [[#Ongeadresseerd voorschrijven (ambulant)|paragraaf 9.1]]).
+
! Systeem
−
:D. Het geadresseerd sturen (informeren) van medicatiegegevens (één of meerdere bouwstenen) aan een andere zorgverlener op verzoek van de patiënt die bij deze zorgverlener aanwezig is of bij ontslag.
+
! Systeemrolcode
 +
! Transactiegroep 
 +
! Transactie
 +
|-
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Afhandelen medicatievoorschrift
 +
| Verstrekker
 +
| AIS
 +
| MP-VAS
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top" | Medicatievoorschrift afhandeling (Sturen/Ontvangen)  
 +
| Sturen afhandeling medicatievoorschrift
 +
|-
 +
| Voorschrijver
 +
| EVS
 +
| MP-VAO
 +
| Ontvangstbevestiging afhandeling medicatievoorschrift
 +
|}
  
−
Bij gecorrigeerde gegevens schat de voorschrijver in wie hij actief op de hoogte moet stellen van deze correctie bijvoorbeeld door het sturen van de nieuwe afspraak (optie A of B hierboven) of door middel van telefonisch overleg.<br>
+
===<span class="anchor" id="Scenario Medicatiegegevens"></span>Scenario Medicatiegegevens===
−
In de ambulante setting (huisarts/polikliniek) worden gegevens meestal direct gestuurd of beschikbaar gesteld, in de klinische setting meestal bij ontslag of tussentijds verlof uit de instelling.<br>
+
====Doel en relevantie====
−
In dit hoofdstuk wordt uitgegaan van geadresseerd voorschrijven; in [[#Ongeadresseerd voorschrijven (ambulant)|paragraaf 9.1]] is het ongeadresseerd voorschrijven uitgewerkt.<br>
+
Doel is het versturen, ontvangen, raadplegen en beschikbaar stellen van medicatiegegevens door zorgverleners en patiënt. Voorbeelden van usecases zijn:
−
Zie ook [[#Informeren en (actief) beschikbaar stellen|paragraaf 1.3.5]] voor een nadere toelichting op informeren (situatie A, B, D) en beschikbaar stellen (situatie C).
+
* Beschikbaar stellen van een MGB die tijdens het proces van medicatieverificatie is vastgelegd;
 +
* Raadplegen van medicatiegegevens ten behoeve van het opstellen van een toedienlijst;
 +
* Sturen van een stop-MA door een voorschrijver naar de voorschrijver van de oorspronkelijke MA;
 +
* Beschikbaar stellen van een TA en MVE door de verstrekker;
 +
* Raadplegen van medicatiegegevens door een patiënt.
  
−
===Postconditie===
+
====Proces====
−
*Er kan een nieuwe medicatieafspraak gemaakt zijn (starten, wijzigen of stoppen van medicatie)
+
Dit scenario komt in diverse usecases tijdens elk van de deelprocessen in [[#mp|hoofdstuk 5]] aan de orde.
−
*Er kan een verstrekkingsverzoek gedaan zijn (alleen ambulant)
 
−
*Er kan een opdracht gestuurd zijn naar de apotheker om een ter hand stelling uit te voeren
 
−
*Er kan een opdracht gestuurd zijn naar de apotheker om een ter hand stelling aan te passen
 
−
*Medebehandelaars en de patiënt zijn geïnformeerd of kunnen zich informeren over de nieuwe medicatiegegevens: medicatieafspraak, verstrekkingsverzoek, gebruik.
 
  
−
===Informatiesystemen en transactiegroepen===
+
====Bedrijfsrollen en activiteitendiagram====
−
Zowel de ''voorschrijver'' als de ''apotheker'' als andere ''medebehandelaars'' en ''gebruikers'' maken ieder gebruik van een informatiesysteem, respectievelijk een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS), een apothekersinformatiesysteem (AIS, incl. ZAIS), een XIS en een PGO<ref>XIS is een generieke term voor een willekeurig (zorg)informatiesysteem. PGO=Persoonlijke GezondheidsOmgeving.</ref>. Deze informatiesystemen kennen ieder verschillende systeemrollen, die het uitwisselen van gegevens tussen deze informatiesystemen in het kader van het voorschrijfproces mogelijk maken.<br>
+
Het scenario Medicatiegegevens kan bij alle bedrijfsrollen (zorgverleners en patiënt) van toepassing zijn.
−
[[#Systemen en transacties|Hoofdstuk 7]] geeft een overzicht van alle informatiesystemen, systeemrollen, transacties, etc. De belangrijkste voor het proces van voorschrijven zijn in onderstaand overzicht opgenomen.
+
{| class="wikitable"
 +
! Bedrijfsrol (actor)  
 +
! Beschrijving bedrijfsrol
 +
|-
 +
| rowspan = "4" style = "vertical-align: top"| Alle actoren
 +
| Sturen medicatiegegevens naar medebehandelaar/patiënt
 +
|-
 +
| Ontvangen medicatiegegevens van medebehandelaar/patiënt
 +
|-
 +
| Raadplegen medicatiegegevens bij medebehandelaars/patiënt
 +
|-
 +
| Opleveren gevraagde medicatiegegevens aan medebehandelaars/patiënt
 +
|}
 +
[[Bestand:Activiteitendiagram scenario Medicatiegegevens.png|500px|Activiteitendiagram scenario Medicatiegegevens]]
  
−
{{anchor|figuur 5}}
+
====Systemen en systeemrollen====
−
[[Bestand:Uc Voorschrijven.png|Figuur 5 Processtappen en transacties - voorschrijven]]
+
De generieke term XIS kan voor elk informatiesysteem staan, naast EVS en AIS bijvoorbeeld ook PGO, TrIS en eTDR.
 +
{| class="wikitable"
 +
! Systeem
 +
! Naam systeemrol
 +
! Systeemrolcode
 +
! Beschrijving systeemrol
 +
|-
 +
| rowspan = "4" style = "vertical-align: top"| XIS
 +
| MedicatieGegevensSturend
 +
| MP-MGS
 +
| Sturen medicatiegegevens
 +
|-
 +
| MedicatieGegevensOntvangend
 +
| MP-MGO
 +
| Ontvangen medicatiegegevens
 +
|-
 +
| MedicatieGegevensRaadplegend
 +
| MP-MGR
 +
| Raadplegen medicatiegegevens
 +
|-
 +
| MedicatieGegevensBeschikbaarstellend
 +
| MP-MGB
 +
| Opleveren gevraagde medicatiegegevens
 +
|}
  
−
===Use cases===
+
====Samenhang bedrijfsrollen, systeemrollen en transacties====
−
De volgende specifieke use cases van voorschrijven zijn uitgewerkt:
+
{| class="wikitable"
−
*[[#Kortdurende_medicatie|Kortdurende medicatie]]
+
! Scenario
−
*[[#Doorlopende medicatie|Doorlopende medicatie]]
+
! Bedrijfsrol
−
*[[#Harde stopdatum gebruiksperiode| Harde stopdatum gebruiksperiode]]
+
! Systeem
−
*[[#Zo nodig medicatie|Zo nodig medicatie]]
+
! Systeemrolcode
−
*[[#Kuur zo nodig startend in de toekomst|Kuur zo nodig startend in de toekomst]]
+
! Transactiegroep
−
*[[#Twee doseringen van hetzelfde geneesmiddel tegelijkertijd|Twee doseringen van hetzelfde geneesmiddel tegelijkertijd]]
+
! Transactie
−
*[[#Hetzelfde geneesmiddel met verschillende sterkte tegelijkertijd|Hetzelfde geneesmiddel met verschillende sterkte tegelijkertijd]]
+
|-
−
*[[#Toelichting in medicatieafspraak bij bewust gekozen bijzonderheid|Toelichting in medicatieafspraak bij bewust gekozen bijzonderheid]]
+
| rowspan = "4" style = "vertical-align: top"| Medicatiegegevens
−
*[[#Nieuwe medicatieafspraak, geen verstrekkingsverzoek|Nieuwe medicatieafspraak, geen verstrekkingsverzoek]]
+
| rowspan = "4" style = "vertical-align: top"| Alle actoren
−
*[[#Nieuw verstrekkingsverzoek onder bestaande medicatieafspraak|Nieuw verstrekkingsverzoek onder bestaande medicatieafspraak]]
+
| rowspan = "4" style = "vertical-align: top"| XIS
−
*[[#Wijziging in dosering (voldoende voorraad)|Wijziging in dosering (voldoende voorraad)]]
+
| MP-MGS
−
*[[#Recept niet meer nodig na eerste verstrekkingsverzoek|Recept niet meer nodig na eerste verstrekkingsverzoek]]
+
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Medicatiegegevens (Sturen/Ontvangen)
−
*[[#Stoppen medicatie 2|Stoppen medicatie]]
+
| Sturen medicatiegegevens
−
*[[#Onderbreken / hervatten medicatie|Onderbreken / hervatten medicatie]]
+
|-
−
*[[#Onderbreken voor een ingreep|Onderbreken voor een ingreep ]]
+
| MP-MGO
−
*[[#Papieren recept|Papieren recept]]
+
| Ontvangstbevestiging medicatiegegevens
−
*[[#Uitvoeren medicatieverificatie en evaluatie bij buitenlandse of zelfzorgmedicatie|Uitvoeren medicatieverificatie en evaluatie bij buitenlandse of zelfzorgmedicatie ]]
+
|-
−
*[[#Dagbehandeling|Dagbehandeling]]
+
| MP-MGR
−
*[[#Starten met medicatie voor opname|Starten met medicatie voor opname]]
+
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Medicatiegegevens (Raadplegen/Beschikbaar stellen)
−
*[[#Spoedopname|Spoedopname ]]
+
| Raadplegen medicatiegegevens
−
*[[#Tussentijds ontslag|Tussentijds ontslag]]
+
|-
−
*[[#Ontslag naar andere instelling|Ontslag naar andere instelling ]]
+
| MP-MGB
−
*[[#Niet verstrekken voor|Niet verstrekken voor ]]
+
| Beschikbaar stellen medicatiegegevens
−
*[[#Stoppen van medicatie door derden|Stoppen van medicatie door derden]]
+
|}
−
*[[#Twee PRK's onder één medicamenteuze behandeling|Twee PRK's onder één medicamenteuze behandeling ]]
 
−
*[[#Achteraf vastleggen medicatieafspraak|Achteraf vastleggen medicatieafspraak ]]
 
−
*[[#Eenmalig gebruik|Eenmalig gebruik]]
 
−
*[[#Voorlopige en definitieve medicatieopdracht|Voorlopige en definitieve medicatieopdracht]]
 
−
*[[#Onterecht openstaande medicatie of 'weeskinderen'|Onterecht openstaande medicatie of 'weeskinderen']]
 
−
*[[#Ontbreken digitale medicatieafspraak bij opname|Ontbreken digitale medicatieafspraak bij opname]]
 
−
*[[#Eigen artikelen (90 miljoen nummers)|Eigen artikelen (90 miljoen nummers) ]]
 
−
*[[#Dosering met minimum interval|Dosering met minimum interval ]]
 
−
*[[#Verstrekkingsverzoek met aantal herhalingen|Verstrekkingsverzoek met aantal herhalingen ]]
 
−
*[[#Voorschrijven van niet geneesmiddelen (verbandmiddelen, krukken of andere hulpmiddelen)|Voorschrijven van niet geneesmiddelen (verbandmiddelen, krukken of andere hulpmiddelen) ]]
 
−
*[[#Nierfunctiewaarde sturen met het voorschrift|Nierfunctiewaarde sturen met het voorschrift]]
 
−
*[[#Annuleren eerder verstuurd voorschrift|Annuleren eerder verstuurd voorschrift ]]
 
−
*[[#Wijzigen van andermans medicatieafspraak|Wijzigen van andermans medicatieafspraak ]]
 
−
*[[#Opstarten van een wisselend doseerschema|Opstarten van een wisselend doseerschema]]
 
−
*[[#Tussentijds wijzigen wisselend doseerschema|Tussentijds wijzigen wisselend doseerschema]]
 
−
*[[#Stoppen medicatie met een wisselend doseerschema|Stoppen medicatie met een wisselend doseerschema ]]
 
  
−
==Proces: ter hand stellen==
+
===Scenario Voorstelgegevens===
−
Deze paragraaf beschrijft het proces van het ter hand stellen, inclusief herhaling en GDS. Het proces omvat het geheel van handelingen die de apotheker uitvoert opdat de patiënt niet alleen een farmaceutisch product ontvangt, maar ook de daarbij behorende farmaceutische zorg, zodat hij het product veilig en effectief kan gebruiken. Het proces van ter hand stellen start met het uitvoeren van farmaceutische zorg. Vervolgens wordt er zo nodig een toedieningsafspraak gemaakt en vindt  er (indien nodig) een verstrekking plaats. Er hoeft niet altijd een medicatieverstrekking (d.w.z uitgifte van een geneesmiddel) plaats te vinden. Dit is het geval bij sommige wijzigingen in de medicatieafspraak (bijv. dosisverlaging waarbij de patiënt nog genoeg voorraad heeft), het stoppen van de medicatie of, in de ambulante situatie, het niet afhalen van de medicatie. Wanneer de medicatieafspraak en/of het verstrekkingsverzoek niet voldoen (zie [[#Processtap: Informeren voorschrijver|paragraaf 2.3.5]]) wordt de voorschrijver daarover ingelicht. Ten slotte worden de vastgelegde gegevens (actief) beschikbaar gesteld.  
+
NB: In dit FO en de dataset worden de voorstelgegevens als bètaversie gepubliceerd (zie [[#beta|paragraaf 1.5.4]]).
 +
====Doel en relevantie====
 +
Doel is het doen van een voorstel met betrekking tot een MA of VV aan de voorschrijver. Alle actoren kunnen zo’n voorstel doen.
 +
====Proces====
 +
Dit scenario is van toepassing in usecases tijdens alle deelprocessen. In [[#mp voorstelgegevens|paragraaf 5.6]] wordt de werkwijze met voorstelgegevens verder toegelicht.
  
−
Medicatiebeoordeling is het proces waarbij arts en apotheker de complete medicatie van de patiënt beschouwen tegen de achtergrond van zijn aandoening, de geldende richtlijnen voor behandeling, het welbevinden van de patiënt, etc. Medicatiebeoordeling wordt in dit document gezien als een combinatie van evalueren medicamenteuze behandeling (zoals in de vorige paragrafen beschreven) en het verlenen van farmaceutische zorg. Afhankelijk van de bevindingen worden de eerder beschreven processen van medicatieverificatie en voorschrijven doorlopen en opgevolgd door ter hand stellen.
+
====Bedrijfsrollen en activiteitendiagram====
 +
Het scenario Voorstelgegevens kan bij alle bedrijfsrollen (zorgverleners en patiënt) van toepassing zijn.
 +
{| class="wikitable"
 +
! Bedrijfsrol (actor)  
 +
! Beschrijving bedrijfsrol
 +
|-
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Alle actoren
 +
| Sturen voorstel MA/VV naar voorschrijver
 +
|-
 +
| Ontvangen antwoord voorstel MA/VV van voorschrijver
 +
|-
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Voorschrijver
 +
| Ontvangen voorstel MA/VV van andere actor
 +
|-
 +
| Sturen antwoord voorstel MA/VV naar voorsteller
 +
|}
 +
[[Bestand:Activiteitendiagram scenario Voorstelgegevens.png|700px|Activiteitendiagram scenario Voorstelgegevens]]
  
−
Veel apothekers werken voor GDS samen met een andere organisatie die een deel van de logistiek van de apotheker overneemt. Daarbij is ook informatie-uitwisseling met die partij nodig. Daarnaast is niet alle medicatie 'rolgeschikt'. Dit zorgt voor extra logistieke complexiteit bij de apotheker.
+
====Systemen en systeemrollen====
−
De interne logistieke activiteiten en communicatie tussen de apotheker en zijn 'onderaannemer(s)' zijn buiten scope van deze informatiestandaard. Wel is geconstateerd dat met het aanbieden van de huidige bouwstenen en onderliggende dataelementen dit logistieke proces voldoende ondersteund kan worden.
+
De voorschrijver maakt gebruik van een EVS. Alle actoren maken gebruik van een XIS.
 +
{| class="wikitable"
 +
! Systeem
 +
! Naam systeemrol
 +
! Systeemrolcode
 +
! Beschrijving systeemrol
 +
|-
 +
| rowspan = "4" style = "vertical-align: top"| XIS
 +
| VoorstelMedicatieafspraakSturend
 +
| MP-VMS
 +
| Sturen voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend
 +
| MP-AVMO
 +
| Ontvangen antwoord voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend
 +
| MP-VVS
 +
| Sturen voorstel verstrekkingsverzoek
 +
|-
 +
| AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend
 +
| MP-AVVO
 +
| Ontvangen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek
 +
|-
 +
| rowspan = "4" style = "vertical-align: top"| EVS
 +
| VoorstelMedicatieafspraakOntvangend
 +
| MP-VMO
 +
| Ontvangen voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| AntwoordVoorstelMedicatieafspraakSturend
 +
| MP-AVMS
 +
| Sturen antwoord voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| VoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend
 +
| MP-VVO
 +
| Ontvangen voorstel verstrekkingsverzoek
 +
|-
 +
| AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekSturend
 +
| MP-AVVS
 +
| Sturen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek
 +
|}
  
−
===Huidige situatie===
+
====Samenhang bedrijfsrollen, systeemrollen en transacties====
−
Afwijkingen in de huidige situatie (ten opzicht van de gewenste situatie) betreffen:
+
{| class="wikitable"
−
*In de huidige situatie, bij GDS, ontvangen de voorschrijvend arts en andere medebehandelaars een grote hoeveelheid afleverberichten. Dit is voor deze zorgverleners moeilijk te overzien.
+
! Scenario
−
*In de huidige situatie is er, bij geneesmiddel distributiesystemen, communicatie tussen apothekers en huisartsen via zogenaamde autorisatielijsten. Hierbij stuurt de apotheker een overzicht van alle medicatie van de patiënt naar de huisarts om deze in zijn geheel te autoriseren. Dit is lastig voor een huisarts omdat hij dan alle medicatieafspraken opnieuw moet verifiëren. Dit zou eigenlijk ook niet nodig moeten zijn, omdat de meeste medicatieafspraken/verstrekkingsverzoeken al geautoriseerd zijn. Het is dan ook veel efficiënter voor de huisarts om alleen die medicatieafspraken/verstrekkingsverzoeken te autoriseren die ook daadwerkelijk nog geautoriseerd moeten worden. Bijvoorbeeld een nieuw verstrekkingsverzoek op basis van een bestaande medicatieafspraak.
+
! Bedrijfsrol
−
*Een dienstapotheek informeert de vaste huisarts en vaste apotheker in de huidige situatie vaak niet over uitgevoerde terhandstellingen.
+
! Systeem
−
*In de huidige situatie wordt een voorstel medicatieafspraak meestal per telefoon met de voorschrijver afgestemd en/of de apotheker en voorschrijver hebben een afspraak gemaakt over de afhandeling van een medicatiebewakingssignaal.
+
! Systeemrolcode
−
*De bedoeling van het retourbericht is niet altijd duidelijk: in het retour-/afleverbericht is geen onderscheid te maken tussen weergave van de fysieke aflevering en het doorgeven van informatie over een aanpassing in de medicatie.
+
! Transactiegroep 
−
*In de huidige situatie registreren (en communiceren) apothekers soms al medicatieverstrekkingen bij het gereed maken van de medicatie voor de patiënt in plaats van bij de daadwerkelijke uitgifte aan de patiënt. Dit betekent dat er soms ten onrechte medicatieverstrekkingen zijn geregistreerd voor niet afgehaalde medicatie.
+
! Transactie
 +
|-
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Voorstelgegevens
 +
| Alle actoren
 +
| XIS
 +
| MP-VMS
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top" | Voorstel medicatieafspraak (VMS/VMO)
 +
| Sturen voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| Voorschrijver
 +
| EVS
 +
| MP-VMO
 +
| Ontvangstbevestiging voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Voorstelgegevens
 +
| Alle actoren
 +
| XIS
 +
| MP-AVMO
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top" | Antwoord voorstel medicatieafspraak (AVMS/AVMO)
 +
| Ontvangstbevestiging antwoord voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| Voorschrijver
 +
| EVS
 +
| MP-AVMS
 +
| Sturen antwoord voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Voorstelgegevens
 +
| Alle actoren
 +
| XIS
 +
| MP-VVS
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top" | Voorstel verstrekkingsverzoek (VVS/VVO)
 +
| Sturen voorstel verstrekkingsverzoek
 +
|-
 +
| Voorschrijver
 +
| EVS
 +
| MP-VVO
 +
| Ontvangstbevestiging voorstel verstrekkingsverzoek
 +
|-
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top"| Voorstelgegevens
 +
| Alle actoren
 +
| XIS
 +
| MP-AVVO
 +
| rowspan = "2" style = "vertical-align: top" | Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek (AVVS/AVVO)
 +
| Ontvangstbevestiging antwoord voorstel medicatieafspraak
 +
|-
 +
| Voorschrijver
 +
| EVS
 +
| MP-AVVS
 +
| Sturen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek
 +
|}
  
−
===Preconditie===
+
=<span class="anchor" id="consolideren"></span>Consolideren: wat, waarom en hoe=
−
Er is een medicatieafspraak en in de ambulante situatie eventueel een bijbehorend verstrekkingsverzoek.
+
Consolideren gaat over het samenvoegen van gegevens, waarna er regels toegepast worden om er een samenhangend geheel van te maken. Dit hoofdstuk geeft uitleg over het wat, waarom en hoe van consolideren.<br>
  
−
===Trigger event===
+
Paragraaf 4.1 legt uit wat consolideren is in de context van deze informatiestandaard.<br>
−
De apotheker start het proces van ter hand stellen op basis van één van de volgende gebeurtenissen:
+
In paragraaf 4.2 wordt het doel van consolideren uitgelegd.<br>
−
*Ontvangen van een opdracht om op basis van een nieuwe medicatieafspraak een medicatieverstrekking te doen. In de ambulante situatie gaat deze opdracht altijd gepaard met een verstrekkingsverzoek.
+
Paragraaf 4.3 beschrijft het proces van consolideren.<br>
−
*Ontvangen van een opdracht om een nieuwe medicatieafspraak te verwerken in een lopende ter hand stelling.
+
Paragraaf 4.4 geeft uitleg over de begrippen die hierbij van belang zijn.<br>
−
*Ontvangen van een trigger (via bijvoorbeeld patiënt of herhaalmodule van het apotheekinformatiesysteem) voor een herhaalde terhandstelling onder een bestaande of nieuw voor te stellen verstrekkingsverzoek.
+
In paragraaf 4.5 worden de consolidatieregels beschreven.<br>
 +
Paragraaf 4.6 licht toe wat consolideren betekent voor overzichten van medicatiegegevens.<br>
  
−
===Processtap: Uitvoeren farmaceutische zorg===
+
==Wat is consolideren?==
−
Het uitvoeren van de farmaceutische zorg gebeurt door de openbare, poliklinische of ziekenhuisapotheek, afhankelijk vanuit welke zorgaanbieder de medicatieafspraak afkomstig is:
+
Consolideren is het samenvoegen van gegevens en het toepassen van regels op de samengevoegde set om tot een samenhangend geheel te komen.<br>
−
*medicatieafspraken evt. met verstrekkingsverzoek van de huisarts of specialist door de openbare of poliklinische apotheek,
+
In deze informatiestandaard gaat het dan om de set bouwstenen die bij raadplegen verzameld wordt. Deze verzameling kan zeer omvangrijk zijn. Er kan sprake zijn van verschillende MBH’s die elk ook meerdere bouwstenen kunnen bevatten. Dat kan zelfs oplopen tot honderden bouwstenen.<br>
−
*medicatieafspraken van specialisten en andere voorschrijvers in ziekenhuizen/instellingen door de ziekenhuisapotheek of de openbare apotheek die levert aan de betreffende instelling.
+
Na het raadplegen wordt met consolidatieregels bepaald hoe elke bouwsteen in de set geïnterpreteerd moet worden.
−
Medicatiebewaking is ook een onderdeel van de farmaceutische zorg.
 
  
−
De apotheker besluit op basis van de ontvangen medicatieafspraak of wijziging in de situatie van de patiënt hoe hij deze kan invullen door:
+
==Wat is het doel van consolideren?==
−
*het maken van een of meerdere nieuwe toedieningsafspraken,
+
Het doel van consolideren is om binnen de verzameling bouwstenen tot een ‘samenhangend geheel’ te komen. Wat dat precies inhoudt hangt af van het doel van het raadplegen. Voor een toedienlijst zijn andere gegevens nodig dan wanneer een huisarts de medicatiehistorie van een nieuwe patiënt wil inzien. Het moet duidelijk zijn welke bouwstenen de gewenste gegevens opleveren. Met de consolidatieregels kan van elke bouwsteen binnen 1 MBH de status bepaald worden aan de hand van twee criteria:<br>
−
*het continueren, definitief stoppen, tijdelijk onderbreken of wijzigen van een bestaande toedieningsafspraak,
+
:* is een bouwsteen wel of niet ‘actueel’?
−
*het afwijzen van de medicatieafspraak,
+
:* is een bouwsteen wel of niet ‘geldig’?
−
*het voorstellen van een nieuwe medicatieafspraak,
+
Deze status bepaalt of een bouwsteen de juiste informatie bevat voor de beoogde toepassing.<br>
−
*het voorstellen van een nieuw verstrekkingsverzoek.
 
−
De laatste drie situaties zijn in de volgende paragraaf toegelicht. De eerste twee situaties zijn toegelicht in [[#Processtap: Maken toedieningsafspraak|paragraaf 2.3.6.]]<br>
 
  
−
===Processtap: Informeren voorschrijver===
+
In [[#begrippen consolidatieregels|paragraaf 4.4]] worden de begrippen actueel en geldig uitgelegd.
−
Er is een aantal situaties waarin de apotheker de voorschrijver informeert waaronder:
 
−
*omdat er mogelijk een nieuwe of gewijzigde medicatieafspraak nodig is
 
−
*omdat er een nieuw verstrekkingsverzoek nodig is.
 
−
Voor meer informatie over Informeren zie [[#Informeren en (actief) beschikbaar stellen|paragraaf 1.3.5.]]
 
  
−
Een nieuwe of gewijzigde medicatieafspraak is nodig:
+
==Proces van consolideren==
−
*wanneer op basis van de ontvangen medicatieafspraak geen toedieningsafspraak kan worden gemaakt omdat de apotheker een fout in de medicatieafspraak vermoedt, of
+
Bij consolideren worden de volgende stappen doorlopen:<br>
−
*na een medicatiebewakingssignaal als onderdeel van de farmaceutische zorg. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat de dosering moet worden verlaagd of verhoogd, dat het raadzaam is een ander middel te kiezen, dat een middel tijdelijk gestopt dient te worden, dat een ander middel moet worden toegevoegd, et cetera, of
+
'''Verzamelen bouwstenen'''<br>
−
*op basis van het medicatiegebruik zoals verwoord door de patiënt tijdens het uitvoeren van de farmaceutische zorg, of
+
Uit alle beschikbare bronnen worden bouwstenen voor een bepaalde tijdsperiode verzameld. Dit gebeurt met de transactie Raadplegen medicatiegegevens (zie [[#Scenario Medicatiegegevens|paragraaf 3.3.3]]).<br>
−
*wanneer de tijdelijk onderbroken medicamenteuze behandeling mogelijk kan worden hervat.  
+
In sommige situaties kan het voorkomen dat een bouwsteen actueel en geldig lijkt terwijl dat eigenlijk niet meer het geval is. Daarom moet voor elke MBH ook de stop-bouwsteen met de meest recente {{fhir|RegistratieDatumTijd}} opgeleverd worden, middels de query-parameter LaatsteStop. Het beschikbaarstellende systeem zal dan de laatste stop-MA, stop-TA en stop-WDS opleveren, ook als zo'n bouwsteen buiten de opgevraagde tijdsperiode valt. Op die manier kan alsnog bepaald worden dat die bouwsteen gestopt is.<br>
−
Er wordt in deze situaties dus nog geen toedieningsafspraak gemaakt of gewijzigd.<br>
+
'''Ontdubbelen identieke bouwstenen'''<br>
−
In deze situaties belt in eerste instantie de apotheker de voorschrijver, informeert deze over de vermoede fout en stelt een alternatief voor. De apotheker kan ook een digitaal voorstel medicatieafspraak sturen naar de voorschrijver. Hij adviseert daarin een concrete medicatieafspraak, met de aanleiding en de argumenten voor dat advies. Vervolgens kan de voorschrijver de voorstel medicatieafspraak accorderen tot een definitieve medicatieafspraak (zie ook [[#Processtap: Evalueren (medicamenteuze) behandeling|paragraaf 2.2.4]]).
+
In principe zouden dubbele bouwstenen niet moeten voorkomen aangezien de betrokken informatiesystemen bij deze transactie alleen eigen medicatiegegevens beschikbaar mogen stellen. In enkele gevallen kan dit toch voorkomen. Het informatiesysteem moet daarom eventuele identieke bouwstenen kunnen identificeren en ontdubbelen.<br>
 +
'''Toepassen consolidatieregels'''<br>
 +
Met consolidatieregels worden de actualiteit en de geldigheid van elke bouwsteen in een MBH bepaald. In de volgende paragrafen wordt dit verder toegelicht.
  
−
Er is een nieuw verstrekkingsverzoek nodig wanneer de medicatie op of bijna op is voor de patiënt en de behandeling mogelijk moet worden voortgezet (herhaling aanvragen). De patiënt vraagt herhaling van medicatie aan bij apotheker of de patiënt heeft zich in het verleden aangemeld voor proactief herhalen en de herhaalmodule van het AIS genereert een signaal wanneer een patiënt nieuwe medicatie nodig heeft<ref>De patiënt kan ook een herhaling rechtstreeks bij de voorschrijver aanvragen: zie [[#Processtap: Informeren voorschrijver|paragraaf 2.5.6]].</ref>.<br>
+
==<span class="anchor" id="begrippen consolidatieregels"></span>Relevante begrippen voor de beschrijving van de consolidatieregels==
−
Wanneer het bestaande verstrekkingsverzoek niet voldoet kan de apotheker dit verzoek telefonisch doorgeven of een digitaal voorstel verstrekkingsverzoek naar de voorschrijver sturen. Het voorstel verstrekkingsverzoek kan aanwijzingen bevatten voor de voorschrijver zoals urgentie. De voorschrijver ontvangt het voorstel en kan deze accorderen tot een definitief verstrekkingsverzoek. De voorschrijver informeert de verzoeker via een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek. (zie ook [[#Processtap: Evalueren (medicamenteuze) behandeling|paragraaf 2.2.4]] en volgende).
+
In deze paragraaf worden de begrippen die gebruikt worden in de consolidatieregels toegelicht. Aan de hand van voorbeelden worden de algemene regels beschreven. Deze regels worden in paragraaf 4.5 in detail uitgewerkt.
  
−
===Processtap: Maken toedieningsafspraak===
+
===Is een bouwsteen actueel?===
−
Indien de medicatieafspraak en eventueel het bijbehorende verstrekkingsverzoek verwerkt kunnen worden dan wordt er een toedieningsafspraak gemaakt. Met het maken van een toedieningsafspraak vult de apotheker een medicatieafspraak concreet in. De toedieningsafspraak wordt gecommuniceerd met de patiënt of diens toediener. De toedieningsafspraak hoort bij dezelfde medicamenteuze behandeling als de medicatieafspraak die hij vervult. Een toedieningsafspraak kan net als de bijbehorende medicatieafspraak ook in de toekomst starten. De dosering in de toedieningsafspraak kan afwijken van die in de medicatieafspraak omdat bijvoorbeeld een bepaalde sterkte niet op voorraad is. Daarmee kan er dus ook een andere 'PRK' onder de medicamenteuze behandeling vallen wanneer bijvoorbeeld gewijzigd wordt van 1x 20 mg naar 2x 10 mg tabletten.<br>
+
Actueel betekent dat de ''effectieve'' einddatumtijd van een bouwsteen, bezien vanuit het heden, in de toekomst ligt. In de volgende paragraaf wordt uitgelegd wat bedoeld wordt met het woord 'effectieve' in bovenstaande zin.<br>
−
Voordat de toedieningsafspraak (actief) beschikbaar wordt gesteld, vindt medicatiebewaking plaatst conform de geldende richtlijnen van ter hand stellen. Dit is onderdeel van deze processtap.
 
  
−
Op basis van de toedieningsafspraken kan voor o.a. de thuiszorg of de verpleging in een instelling een toedienlijst<ref>In dit document wordt met toedienlijst zowel de digitale als papieren variant bedoeld, tenzij anders aangeduid. Synoniem zijn deellijst, aftekenlijst.</ref> worden samengesteld.
+
====Effectieve periode====
 +
De ''effectieve periode'' van een bouwsteen is de periode waarin een bouwsteen uiteindelijk actueel is (geweest).<br>
  
−
Bij het maken van een toedieningsafspraak geldt hetzelfde uitgangspunt als bij de medicatieafspraak: elke wijziging wordt vastgelegd in een nieuwe toedieningsafspraak.
+
Een eenmaal vastgelegde bouwsteen verandert niet (zie [[#stoppen en wijzigen|paragraaf 2.4.3]]). Dat geldt ook voor diens {{fhir|Gebruiksperiode}}. Maar in de praktijk kunnen de daadwerkelijke start en stop van een afspraak wel anders liggen dan wat er in de bouwsteen staat.<br>
 +
<br>
  
−
In de volgende paragrafen zijn de verschillende situaties beschreven waarin een toedieningsafspraak wordt gemaakt: nieuwe toedieningsafspraak of continueren, definitief stoppen, tijdelijk onderbreken of wijzigen van een bestaande toedieningsafspraak.
+
<u>Algemene regel</u>: De effectieve einddatumtijd van een bouwsteen verandert door een stop-bouwsteen met verwijzing naar die bouwsteen.<br>
  
−
====''Nieuwe toedieningsafspraak''====
+
'''Voorbeeld'''<br>
−
Bij een nieuwe medicatieafspraak wordt altijd een nieuwe toedieningsafspraak gemaakt. Een nieuwe toedieningsafspraak wordt ook gemaakt bij nieuw preferentiebeleid of een wijziging in assortiment die leidt tot de keus voor een ander geneesmiddel.<br>
+
Een patiënt krijgt een middel voor onbepaalde tijd voorgeschreven. De MA heeft {{fhir|startDatumTijd}} = dag 1 en geen {{fhir|eindDatumTijd}}. Na 2 weken besluit de voorschrijver dat de patiënt met het middel moet stoppen vanwege bijwerkingen. De stop-MA heeft de {{fhir|startDatumTijd}} van de oorspronkelijke MA = dag 1 en {{fhir|eindDatumTijd}} = dag 14. <br>  
−
Bij het maken van een nieuwe toedieningsafspraak houdt de apotheker onder andere rekening met:
+
Op dag 30 lijkt de MA op zichzelf bekeken gewoon actueel, deze heeft immers geen {{fhir|eindDatumTijd}}. De ''effectieve'' einddatumtijd van de MA is echter die van de stop-MA geworden. <br>
−
*preferentiebeleid,
+
<br>
−
*levering in GDS-verpakking,
 
−
*beschikbaar assortiment van de instelling (‘ziekenhuisformularium’) of de apotheek zelf.
 
  
−
''Toedieningsafspraak bij antistollingsmedicatie'' <br>
+
<u>Algemene regel</u>: De effectieve startdatumtijd en einddatumtijd van een MA kunnen beïnvloed worden door een TA.<br>
−
Bij medicatie met een wisselend doseerschema is ook een toedieningsafspraak en/ of medicatieverstrekking nodig. Hiervoor wordt het reguliere proces gevolgd. Alleen wordt in de toedieningsafspraak, net als in de medicatieafspraak geen doseerschema opgenomen maar de aanvullende instructie: 'gebruik volgens schema trombosedienst'. Zie [[#Processtap:_Maken_wisselend_doseerschema|paragraaf 2.2.6]] voor meer informatie over het wisselend doseerschema.
 
  
−
====''Continueren toedieningsafspraak''====
+
'''Voorbeeld'''<br>
−
Wanneer de bestaande medicatieafspraak en toedieningsafspraak voldoende zijn om een medicatieverstrekking te doen dan wordt de toedieningsafspraak niet aangepast.
+
Een patiënt krijgt een middel voor 5 dagen voorgeschreven. De MA heeft {{fhir|startDatumTijd}} = dag 1 en {{fhir|eindDatumTijd}} = dag 5. De patiënt haalt het geneesmiddel na 3 dagen op. De TA heeft daarom een {{fhir|startDatumTijd}} = dag 4 en een {{fhir|eindDatumTijd}} = dag 8.<br>
 +
Op dag 6 is de {{fhir|eindDatumTijd}} van de MA voorbij. Als alleen  naar die MA wordt gekeken ''lijkt'' deze dus niet meer actueel. Maar aan de TA is te zien dat de MA nog wel als actueel beschouwd moet worden. De MA heeft een ''effectieve'' startdatumtijd = dag 4 en een ''effectieve'' einddatumtijd = dag 8.<br>
  
−
====''Stoppen toedieningsafspraak''====
+
Deze algemene regels worden in paragraaf 4.5.1 nader gespecificeerd.
−
Een medicatieafspraak waarin afgesproken is om de medicatie definitief te stoppen leidt tot een stop-toedieningsafspraak onder dezelfde medicamenteuze behandeling met als stoptype 'definitief' (dit geldt ook voor de stop-MA als gevolg van een wijziging). Daarmee wordt een nieuwe medicatieverstrekking van de medicatie voorkomen.<br>
 
−
In de ambulante situatie kan de voorschrijver in de medicatieafspraak aangeven dat de medicatie gestopt wordt met ingang van de volgende rol (GDS). Dit kan betekenen dat de ingangsdatum van de stop-toedieningsafspraak later is dan in de oorspronkelijke stop-medicatieafspraak is aangegeven.
 
  
−
====''Tijdelijk onderbreken toedieningsafspraak''====
+
====Actueel en niet-actueel====
−
Een tijdelijk onderbreken medicatieafspraak leidt tot een stop-toedieningsafspraak (stoptype: tijdelijk). Bij hervatting wordt er een nieuwe toedieningsafspraak gemaakt. Beide toedieningsafspraken horen bij dezelfde medicamenteuze behandeling als de medicatieafspraak.
+
Actuele bouwstenen hebben een effectieve einddatumtijd die ten opzichte van het heden in de toekomst ligt. Actueel zijn:
 +
:*''Huidige'' bouwstenen, waarbij het heden tussen de effectieve startdatumtijd en de effectieve einddatumtijd ligt.
 +
:*''Toekomstige'' bouwstenen, waarvan de effectieve startdatumtijd in de toekomst ligt.
  
−
====''Wijzigen toedieningsafspraak''====
+
Niet-actuele bouwstenen hebben een effectieve einddatumtijd in het verleden. Deze bouwstenen vormen de geschiedenis van een behandeling. Hiermee kan ook het verloop van een behandeling in het verleden worden ingezien.<br>
−
Een gewijzigde medicatieafspraak (bestaande uit een technische stop-MA en een nieuwe medicatieafspraak) leidt tot een nieuwe toedieningsafspraak onder dezelfde medicamenteuze behandeling. Net als bij de medicatieafspraak betekent een wijziging in een toedieningsafspraak het stoppen van de bestaande toedieningsafspraak (een technische stop-TA) en het maken van een nieuwe toedieningsafspraak.
 
  
−
===Processtap: Verstrekken===
+
Figuur 4.1 geeft deze begrippen grafisch weer.
−
Na het maken van de toedieningsafspraak maakt de apotheker het product gereed en levert deze af voor:
 
−
*de patiënt in de thuissituatie,
 
−
*de patiënt die is opgenomen in een ziekenhuis, verpleeghuis of andere instelling.
 
−
De apotheker registreert de medicatieverstrekking<ref>In de klinische situatie wordt eventueel vanuit de afdelingsvoorraad gehaald waarna direct toediening plaatsvindt en de toediening wordt vastgelegd.</ref>.
 
  
−
Levering aan patiënten:
+
[[Bestand:Huidige actuele toekomstige bouwstenen.png|700px|Huidige actuele en toekomstige bouwstenen]]<br>
−
*in de ambulante situatie gebeurt alleen op basis van een verstrekkingsverzoek of een herhaling van dat verzoek,
 
−
*in de klinische situatie gebeurt op basis van de medicatieafspraak zonder dat een verstrekkingsverzoek nodig is.
 
  
−
===Processtap: (Actief) beschikbaarstellen===
+
''<small>Figuur 4.1 Actuele (huidige + toekomstige) en niet-actuele bouwstenen binnen een MBH</small>''<br>
−
In deze stap vindt informatie-uitwisseling plaats. De informatie kan met verschillende intenties gestuurd of beschikbaar gesteld worden:
 
−
*Als verzoek aan de voorschrijver om een nieuwe medicatieafspraak (VMA) of verstrekkingsverzoek (VVV) te maken.
 
−
*Het informeren van de voorschrijver over de afhandeling van het voorschrift (toedieningsafspraak en/of medicatieverstrekking).
 
−
*Het beschikbaarstellen van de medicatiegegevens (toedieningsafspraak en medicatieverstrekking) zodat medebehandelaren en/of patiënt deze later kunnen opvragen.
 
  
−
===Postconditie===
+
===Is een bouwsteen geldig?===
−
*Er kan toedieningsafspraak zijn gemaakt.
+
Geldig gaat over de vraag of een bouwsteen een correcte weergave van de werkelijke situatie bevat. Dit is afhankelijk van de context, in de vorm van mogelijke andere bouwstenen in de betreffende MBH.<br>
−
*Er kan een medicatieverstrekking zijn gedaan en de patiënt heeft zo nodig uitleg gekregen hoe hij het geneesmiddel moet gebruiken.
+
De informatie in een eenmaal vastgelegde bouwsteen verandert niet. Hoe die informatie begrepen moet worden kan door de vastlegging van een volgende bouwsteen binnen dezelfde MBH wél veranderen.<br>
−
*Medebehandelaars zijn op de hoogte gesteld of kunnen zich op de hoogte stellen. De voorschrijver is op de hoogte gesteld.
+
<br>
−
*De voorschrijvend arts is zo nodig verzocht om een nieuwe/gewijzigde medicatieafspraak of verstrekkingsverzoek.
+
<u>Algemene regel</u>: Een stop-bouwsteen stopt de bouwsteen waar deze naar verwijst en maakt deze daarmee ongeldig.<br>
−
 
 
−
===Informatiesystemen en transactiegroepen===
 
−
Zowel de ''voorschrijver'' als de ''apotheker'' als andere ''medebehandelaars'' en ''gebruikers'' maken ieder gebruik van een informatiesysteem, respectievelijk een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS), een apothekersinformatiesysteem (AIS, incl. ZAIS), een XIS en een PGO<ref>XIS is een generieke term voor een willekeurig (zorg)informatiesysteem. PGO=Persoonlijke GezondheidsOmgeving.</ref>. Deze informatiesystemen kennen ieder verschillende systeemrollen, die het uitwisselen van gegevens tussen deze informatiesystemen in het kader van het ter handstellingsproces mogelijk maken. <br>
 
−
[[#Systemen en transacties|Hoofdstuk 7]] geeft een overzicht van alle informatiesystemen, systeemrollen, transacties, etc. De belangrijkste voor het proces van ter hand stellen zijn in onderstaand overzicht opgenomen.
 
−
 
 
−
{{anchor|figuur 6}}
 
−
[[Bestand:Uc Ter handstellen.png|Figuur 6 Processtappen en transacties - ter hand stellen]]
 
−
 
 
−
===Use cases===
 
−
De volgende specifieke use cases van ter hand stellen zijn uitgewerkt:
 
−
*[[#Nieuwe medicatieafspraak, medicatieverstrekking zelfde product|Nieuwe medicatieafspraak, medicatieverstrekking zelfde product ]]
 
−
*[[#Nieuwe medicatieafspraak, nadere specificering product|Nieuwe medicatieafspraak, nadere specificering product ]]
 
−
*[[#Bestaande toedieningsafspraak voldoet|Bestaande toedieningsafspraak voldoet ]]
 
−
*[[#Medicatieafspraak gewenst (Informeren voorschrijver)|Medicatieafspraak gewenst (Informeren voorschrijver)]]
 
−
*[[#Aanschrijven en verstrekken|Aanschrijven en verstrekken ]]
 
−
*[[#Patiënt vraagt herhaalrecept via arts (reactief herhalen)|Patiënt vraagt herhaalrecept via arts (reactief herhalen)]]
 
−
*[[#Patiënt vraagt herhaalrecept via apotheker (Informeren voorschrijver)|Patiënt vraagt herhaalrecept via apotheker (Informeren voorschrijver) ]]
 
−
*[[#Proactief herhaalrecept door apotheker (Informeren voorschrijver)|Proactief herhaalrecept door apotheker (Informeren voorschrijver) ]]
 
−
*[[#Verstrekken op basis van bestaand verstrekkingsverzoek|Verstrekken op basis van bestaand verstrekkingsverzoek ]]
 
−
*[[#Knippen van recept|Knippen van recept ]]
 
−
*[[#Het opstarten en continueren van GDS|Het opstarten en continueren van GDS ]]
 
−
*[[#De apotheker wijzigt van handelsproduct|De apotheker wijzigt van handelsproduct)]]
 
−
*[[#Medicatie toevoegen aan GDS|Medicatie toevoegen aan GDS ]]
 
−
*[[#Medicatie in GDS stoppen|Medicatie in GDS stoppen ]]
 
−
*[[#GDS leverancier levert ander handelsproduct|GDS leverancier levert ander handelsproduct ]]
 
−
*[[#Parallelle toedieningsafspraken bij GDS- en niet-GDS-verstrekking|Parallelle toedieningsafspraken bij GDS- en niet-GDS-verstrekking ]]
 
−
*[[#Afhandelen stoppen medicatieafspraak|Afhandelen stoppen medicatieafspraak]]
 
−
*[[#Verstrekken onder andermans toedieningsafspraak|Verstrekken onder andermans toedieningsafspraak ]]
 
−
*[[#Wijzigen van andermans toedieningsafspraak|Wijzigen van andermans toedieningsafspraak ]]
 
−
*[[#Verstrekkingsverzoek met aantal herhalingen|Verstrekkingsverzoek met aantal herhalingen]]
 
−
 
 
−
==Proces: toedienen==
 
−
 
 
−
Deze paragraaf beschrijft het proces van toedienen. Dit proces bestaat uit het samenstellen van de toedienlijst voor (professionele) toedieners en de toediening die wordt gedaan door een (professionele) toediener, de patiënt zelf of een mantelzorger. Professionele toedieners zijn artsen, verpleegkundigen en verzorgenden.
 
−
 
 
−
In [[#Huidige situatie 4|paragraaf 2.4.1]] wordt de huidige situatie omschreven en in de paragrafen die volgen zal de nieuwe situatie met aanpassingen omschreven worden.
 
−
 
 
−
===Huidige situatie===
 
−
 
 
−
In de huidige situatie controleert de (professionele) toediener samen met de patiënt de toe te dienen medicatie aan de hand van de aanwezige informatie: papieren en/of digitale toedienlijst(en), een doseerschema van bijvoorbeeld antistollingsmedicatie en etiketinformatie, en dient toe. Bij onduidelijkheden neemt de toediener contact op met voorschrijver of apotheker. Mogelijke onduidelijkheden nemen toe naarmate er meer voorschrijvers, verstrekkers en toedieners betrokken zijn in het toedienproces.
 
−
 
 
−
In de huidige situatie is er een aantal knelpunten in de overdracht van medicatiegegevens voor de toediener:
 
−
*ontbreken van of geen tijdige overdracht van medicatiegegevens tussen intramurale zorginstelling en thuiszorg enerzijds en ziekenhuis anderzijds;
 
−
*het niet of niet tijdig doorkrijgen van wijzigingen en ontbrekende stops; 
 
−
*het niet op een veilige manier beschikbaar hebben van actuele gegevens op de toedienlijst bij verstrekkingen door meerdere apothekers en tijdens ANW-uren (avond, nacht, weekend); 
 
−
*naast de toedienlijst een apart doseerschema van (snel) wisselende doseringen, zoals antistollingsmedicatie.
 
−
*gerelateerde problemen aan apart doseerschema, zoals het kwijtraken van het doseerschema, mondeling doorgeven van wijzigingen van het doseerschema;
 
−
*ontbreken van zo nodig medicatie en bijspuitschema’s (bijvoorbeeld bij insuline) op de toedienlijst (in de toekomst zal dit opgepakt worden);
 
−
*ontbreken van inzicht in alle betrokken zorgverleners en zorgaanbieders.
 
−
 
 
−
In de huidige situatie zorgt de apotheker voor de toedienlijst voor de (professionele) toediener of de patiënt. Op de toedienlijst staan toedientijden en de toediener en apotheker stemmen deze toedientijden af op de logistieke ronde van de thuiszorgorganisatie en de farmaceutische mogelijkheden.
 
−
Aan de hand van de papieren of digitale toedienlijst registreren (professionele) toedieners de medicatietoediening. Een papieren toedienlijst ligt achter de voordeur van de patiënt (inclusief toedieningsregistratie). Elke betrokken professionele toediener (ongeacht van welke organisatie) heeft in principe achter de voordeur toegang tot deze toedienlijst en registratie van voorgangers. De vastgelegde medicatietoedieningen in digitale vorm worden in de huidige situatie alleen bij uitzonderlijke situaties (soms in geval van opname of bijzonderheden) met andere zorgverleners uitgewisseld. Met de overstap van elektronische toedienregistratie is de toedienlijst (met geregistreerde toedienmomenten) niet meer fysiek aanwezig bij de patiënt, maar is deze vastgelegd in de E-TDR/E-TRS (elektronische toedienregistratie/elektronisch toedienregistratiesysteem) oplossing ([[#Systemen en transactiegroepen|zie paragraaf 2.4.8]]). Betrokken professionele toedieners van verschillende organisatie (met al dan niet verschillende E-TRS applicaties) kunnen niet of moeizaam elkaars geregistreerde toedienmomenten inzien omdat deze in verschillende applicaties c.q. databases vastgelegd worden.
 
−
 
 
−
===Preconditie===
 
−
 
 
−
De patiënt dient zichzelf medicatie toe of de patiënt krijgt hulp bij de medicatietoediening door een (professionele) toediener en heeft hiervoor een toedienlijst nodig.
 
−
 
 
−
===Trigger event===
 
−
 
 
−
Het moment dat de geneesmiddelen zouden moeten worden toegediend. 
 
−
 
 
−
===Processtap: Toedienlijst===
 
−
 
 
−
De (professionele) toediener of patiënt ontvangt of vraagt de (actief) beschikbaar gestelde medicatiegegevens op die nodig zijn voor het geautomatiseerd genereren van de toedienlijst. Voor de toedienlijst zijn hiervoor de bouwstenen medicatieafspraak (MA), wisselend doseerschema (WDS), toedieningsafspraak (TA), medicatieverstrekking (MVE) en medicatietoediening (MTD) nodig. Om een complete toedienlijst te kunnen genereren zijn de (richt)toedientijden en doseerinstructies noodzakelijk. Deze gegevens kunnen door de apotheker in de TA vastgelegd worden of door de voorschrijver in de MA of WDS. Apothekers en voorschrijvers in de ambulante setting leggen niet standaard de (richt)toedientijden vast en zullen dan ook een trigger moeten ontvangen dat het hier gaat om een ‘toedienpatiënt’, een patiënt die hulp krijgt bij de medicatietoediening of zelf een toedienlijst nodig heeft. Voor sommige medicatie is het noodzakelijk om te weten wat de prik- en plakplekken (toedienlocatie) zijn, dit wordt vastgelegd in de MTD. In de klinische setting is voor alle patiënten een toedienlijst aanwezig en worden de (richt)toedientijden standaard vastgelegd.  
 
−
 
 
−
De meeste (richt)toedientijden zullen bepaald worden op basis van de toedientijden van andere voorgeschreven medicatie en de logistieke rondes van de toediener. Dit is vooral het geval bij MA’s en TA’s waarbij de (richt)toedientijd standaard flexibel is. Over de (richt)toedientijden zullen nog verdere afspraken in het zorgveld gemaakt moeten worden (o.a. hoeveel de patiënt of toediener mag afwijken van de (richt)toedientijd). Als een toediening van medicatie een specifieke tijd vereist, bijvoorbeeld door een wisselwerking tussen medicaties, wordt dit gecommuniceerd door de (richt)toedientijd als niet flexibel aan te geven in de TA en/of MA.
 
−
 
 
−
Op de toedienlijst wordt op basis van de distributievorm een onderscheid gemaakt tussen GDS-medicatie en niet-GDS-medicatie. Deze gegevens worden in de bouwsteen MVE en TA vastgelegd. Vervolgens stelt de toediener (toedieningssoftware) op basis van de MA, het WDS, de TA en de MTD de toedienlijst samen, met een uitsplitsing naar toedieningen per toedienmoment. Voorschrijvers, apothekers en toedieners (PrikPlakLocatie) zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van de medicatiegegevens die noodzakelijk zijn voor het samenstellen van een toedienlijst.
 
−
 
 
−
===Processtap: Medicatietoediening===
 
−
 
 
−
De (professionele) toediener heeft de medicatiegegevens (MA, WDS, TA, MVE en MTD), die nodig zijn voor de medicatietoediening, ontvangen. Deze gegevens worden in de hierboven beschreven toedienlijst voor de toedienpatiënten weergegeven. De (professionele) toediener controleert samen met de patiënt de aanwezige medicatie en de toediengegevens. Indien afgesproken en nodig maakt de toediener het geneesmiddel voor medicatietoediening gereed. De medicatie wordt toegediend en de toediener legt de medicatietoediening in het informatiesysteem of op de toedienlijst vast. Afwijkingen in de medicatietoediening (niet toedienen, gewijzigde dosering, weigering van de patiënt, slikproblemen, bijwerkingen, etc.) worden daarbij vastgelegd. 
 
−
 
−
===Processtap: (Actief) beschikbaarstellen===
 
−
 
 
−
In deze stap vindt informatie-uitwisseling plaats. De informatie kan met verschillende intenties gestuurd of beschikbaar gesteld worden:
 
−
*De vastgelegde MTD’s en afwijkingen kunnen ter kennisgeving worden gestuurd naar een medebehandelaar;
 
−
*Het beschikbaarstellen van de MTD zodat medebehandelaars en/of patiënt deze later kunnen opvragen. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn bij de verplaatsing van een patiënt naar een andere afdeling of instelling. Daarnaast kan een zorgverlener controleren welke medicatie bij een patiënt toegediend is.
 
−
 
 
−
===Postconditie ===
 
−
 
 
−
De patiënt heeft geneesmiddelen zelf toegediend of toegediend gekregen. De MTD’s kunnen zijn vastgelegd in een informatiesysteem en worden (actief) beschikbaar gesteld voor medebehandelaars en/of patiënt. 
 
−
 
 
−
===Systemen en transactiegroepen===
 
−
 
 
−
Zowel de voorschrijver en apotheker als de toedieners en patiënten (optioneel) maken ieder gebruik van een informatiesysteem, respectievelijk een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS), een elektronisch cliëntendossier (ECD), een apothekersinformatiesysteem (AIS), ziekenhuisapotheekinformatiesysteem (ZAIS), een toedieningsregistratiesysteem (TRS), trombosedienstinformatiesysteem (TrIS) en een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Deze informatiesystemen kennen ieder verschillende systeemrollen, die het uitwisselen van gegevens tussen deze informatiesystemen in het kader van het proces toedienen mogelijk maken. Deze informatiesystemen kunnen een systeemrol spelen bij het opstellen van een toedienlijst en bij het vastleggen, versturen en opleveren van een MTD.
 
−
[[#Systemen_en_transacties|Hoofdstuk 7]] geeft een voorbeeld van het opstellen van een toedienlijst. De belangrijkste processtappen voor het proces van toedienen zijn in het onderstaande overzicht opgenomen.
 
−
 
 
−
{{anchor|figuur 7}}
 
−
[[Bestand:Toedienen.png|Figuur 7 Processtappen en transacties - toedienen|800px]]
 
−
 
 
−
===Use cases ===
 
−
 
 
−
De volgende specifieke use cases van het proces toediening zijn uitgewerkt:
 
−
 
 
−
*[[#Toedienlijst opstarten| Toedienlijst opstarten]]
 
−
*[[#Exacte toedientijden nodig| Exacte toedientijden nodig]]
 
−
*[[#Ontbreken (richt)toedientijden| Ontbreken (richt)toedientijden]]
 
−
*[[#Niet-GDS-medicatie zo nodig| Niet-GDS-medicatie zo nodig]]
 
−
*[[#Meerdere apotheken leveren medicatie| Meerdere apotheken leveren medicatie]]
 
−
*[[#Wijziging in GDS-medicatie vanaf volgende levering of per direct| Wijziging in GDS-medicatie vanaf volgende levering of per direct]]
 
−
*[[#Verhogen dosering GDS-medicatie in nieuwe MBH|  Verhogen dosering GDS-medicatie in nieuwe MBH ]]
 
−
*[[#Verlagen dosering GDS in nieuwe MBH| Verlagen dosering GDS in nieuwe MBH]]
 
−
*[[#Wijziging verwerkt door de apotheker| Wijziging verwerkt door de apotheker ]]
 
−
*[[#Wijziging niet verwerkt door de apotheker| Wijziging niet verwerkt door de apotheker]]
 
−
*[[#Aanvullende informatie| Aanvullende informatie]]
 
−
*[[#Medicatietoediening afwijkend ten opzichte van toedienlijst| Medicatietoediening afwijkend ten opzichte van toedienlijst]]
 
−
*[[#Medicatietoediening zonder medicatieafspraak en toedieningsafspraak| Medicatietoediening zonder medicatieafspraak en toedieningsafspraak]]
 
−
*[[#Medicatietoediening van zelfzorgmedicatie| Medicatietoediening van zelfzorgmedicatie]]
 
−
*[[#Corrigeren/annuleren van toediening| Corrigeren/annuleren van toediening]]
 
−
*[[#Opschorten van toediening| Opschorten van toediening ]]
 
−
*[[#Medicatietoediening door voorschrijver| Medicatietoediening door voorschrijver ]]
 
−
*[[#Meerdere toedienorganisaties| Meerdere toedienorganisaties ]]
 
−
*[[#Feedback aan patiënt via medicatiesignalering| Feedback aan patiënt via medicatiesignalering]]
 
−
 
 
−
==Proces: gebruiken==
 
−
Deze paragraaf beschrijft het proces van gebruiken van de medicatie inclusief de registratie van het gebruik door de patiënt of een zorgverlener. De door de patiënt of zorgverlener vastgelegde informatie kan onder andere worden gebruikt bij medicatieverificatie door de zorgverlener. Tijdens medicatieverificatie wordt het gebruik vastgelegd door de zorgverlener. Voor een plaat van dit proces zie [[#Bijlage: Diagram Medicatieproces algemeen|hoofdstuk 13]].
 
−
 
 
−
===Huidige situatie===
 
−
*Er is op dit moment een beperkt aantal informatiesystemen beschikbaar waarin de patiënt zelf het gebruik van medicatie kan vastleggen. Ook de uitwisseling naar zorgverleners is sterk afhankelijk van het gebruikte informatiesysteem en beperkt zich veelal tot één specifieke zorgaanbieder via bijvoorbeeld één specifiek zorgaanbiedersplatform/app.
 
−
*De huidige medicatieprofielen zijn vaak onvolledig en niet actueel.
 
−
 
 
−
===Preconditie===
 
−
De patiënt heeft medicatie voorgeschreven gekregen.
 
−
 
 
−
===Trigger event===
 
−
De patiënt heeft de medicatie gebruikt of gebruikt deze niet (meer).
 
−
 
 
−
===Processtap: Gebruiken===
 
−
De patiënt gebruikt de voorgeschreven medicatie of zelfzorgmedicatie. Het medicatiegebruik kan worden vastgelegd door
 
−
*de patiënt zelf of zijn mantelzorger,
 
−
*een thuiszorg- of instellingsverpleegkundige en/of
 
−
*een andere zorgverlener.
 
−
Dit laatste vindt vaak plaats bij medicatieverificatie (zie [[#Proces: medicatieverificatie|paragraaf 2.1]]). Er zijn allerlei informatiesystemen beschikbaar om het gebruik vast te leggen: PGO, XIS, EPD/ECD, app, etc.
 
−
 
 
−
Als medicatiegebruik kunnen worden vastgelegd:
 
−
*zelfzorg en andere eigen medicatie,
 
−
*het aangeven van afwijkingen ten opzichte van de gemaakte afspraken,
 
−
*bevestiging van gebruik (bevorderen therapietrouw),
 
−
*geverifieerde medicatie (zie [[#Proces: medicatieverificatie|paragraaf 2.1]]),
 
−
*wijzigingen als gevolg van bijvoorbeeld bijwerkingen (door de patiënt zelf; een zorgverlener zal dit op een andere wijze registreren).
 
−
 
 
−
Patiënten die medicatie krijgen toegediend door een verpleegkundige nemen afhankelijk van de BEM score (Beoordeling Eigen beheer Medicatie) soms zelf later de medicatie in; de gegevens van de medicatietoediening kunnen dan afwijken van het medicatiegebruik.<br>
 
−
Gedurende het gebruik wordt farmaceutische zorg uitgevoerd door de apotheker (zie [[#Processtap: Uitvoeren farmaceutische zorg|paragraaf 2.3.4]] bijv. in geval van nieuwe laboratoriumwaarden). Ook kan er een vervolgcontact plaatsvinden waarin de medicamenteuze behandeling wordt geëvalueerd (zie [[#Processtap: Evalueren (medicamenteuze) behandeling|paragraaf 2.2.4]]).
 
−
 
 
−
====''Vastleggen medicatiegebruik door de patiënt''====
 
−
De patiënt maakt gebruik van een medicatieprofiel en geeft per medicijn, waarvoor dit relevant is, het daadwerkelijk gebruik aan. Daarbij kan de patiënt aangeven of hij het product wel of niet gebruikt en of dit 'gebruik volgens afspraak' is (waarbij de medicatieafspraak en/of toedieningsafspraak getoond is) en afwijkingen daarvan. Bij afwijkingen kan ingevoerd worden welke afwijking het betreft, dus volgens het werkelijk door de patiënt gevolgde schema, maar ook in algemenere termen (bijvoorbeeld ik neem de medicatie: 'af en toe', 'gemiddeld [x] keer per [dag/week]', '1x per dag in plaats van 2x', 'niet meer sinds 22-1-2015' of 'niet meer sinds ongeveer een maand'). Bij afwijking van de afspraken geeft de patiënt ook de reden van wijzigen of stoppen aan.<br>
 
−
Daarnaast kan de patiënt zijn eigen medicatie toevoegen aan het overzicht en eventuele bijwerkingen als reden voor wijzigingen opgeven.
 
−
 
 
−
Informatie over gebruik zal niet altijd aanwezig zijn. Daarnaast is er geen zekerheid over de betrouwbaarheid van de informatie. Soms zijn er afspraken tussen zorgverlener en patiënt over het bijhouden van medicatiegebruik, soms ligt het initiatief geheel bij de patiënt zelf.
 
−
 
 
−
====''Vastleggen medicatiegebruik door zorgverlener''====
 
−
Tijdens het proces van medicatieverificatie ([[#Proces: medicatieverificatie|paragraaf 2.1]]) of Evalueren van de medicamenteuze behandeling ([[#Processtap: Evalueren (medicamenteuze) behandeling|2.2.4]]) geeft de patiënt (of zijn mantelzorger) bijvoorbeeld aan dat hij medicatie niet of anders gebruikt dan afgesproken. Of dat hij ook nog andere medicatie gebruikt (zelfzorgmiddelen of buitenlandse medicatie). De zorgverlener kan deze gegevens vastleggen als medicatiegebruik. De gegevens over gebruik worden naast de primaire medicatiegegevens vastgelegd, de patiënt wordt daarbij als bron van de informatie vastgelegd, de zorgverlener als auteur.<br>
 
−
In plaats van of naast het vastleggen van het gebruik kan een voorschrijver er ook voor kiezen om een nieuwe of gewijzigde medicatieafspraak te maken met de patiënt (conform proces beschreven in [[#Processtap: Maken medicatieafspraak|paragraaf 2.2.5]]). Dit gebeurt wanneer de voorschrijver reden ziet om de afspraak bij te stellen naar aanleiding van het gebruik door de patiënt. Wanneer de voorschrijver geen reden ziet de afspraak bij te stellen kan hij er voor kiezen alleen het gebruik vast te leggen, met eventueel de opmerking dat hij de patiënt heeft verzocht zich te houden aan de eerder gemaakte afspraken.
 
−
 
 
−
Bij afwijkend gebruik zal een apotheker mogelijk een voorstel medicatieafspraak opstellen ten behoeve van de voorschrijver (zie [[#Processtap: Informeren voorschrijver|paragraaf 2.3.5]]) en/of de patiënt aanraden de voorschrijver te informeren over het afwijkende gebruik.
 
−
 
 
−
De verslaglegging rondom de evaluatie van gebruik (werking en bijwerking) zal de arts in de anamnese vastleggen of gebruiken als reden om een medicatieafspraak te wijzigen of te stoppen.
 
−
 
 
−
===Processtap: (Actief) beschikbaarstellen===
 
−
De vastgelegde medicatiegegevens (gebruik) kunnen ter kennisgeving worden verstuurd naar een medebehandelaar of beschikbaar worden gesteld zodat zij later opgevraagd kunnen worden.
 
−
 
 
−
===Processtap: Informeren voorschrijver===
 
−
De patiënt kan de voorschrijver ook zelf informeren wanneer er een nieuwe of gewijzigde medicatieafspraak of een nieuw verstrekkingsverzoek nodig is. Het proces is analoog aan het proces van Informeren voorschrijver door de apotheker ([[#Processtap: Informeren voorschrijver|paragraaf 2.3.5]]).
 
−
 
 
−
===Postconditie===
 
−
De lijst met medicatie is door de patiënt bijgewerkt en het daadwerkelijk gebruik is toegevoegd. De patiënt heeft zo nodig de voorschrijver verzocht om een nieuwe of gewijzigde medicatieafspraak of verstrekkingsverzoek.
 
−
 
 
−
===Informatiesystemen en transactiegroepen===
 
−
Zowel de ''voorschrijver'' als de ''apotheker'' als andere ''medebehandelaars'' en ''gebruikers'' maken ieder gebruik van een informatiesysteem, respectievelijk een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS), een apothekersinformatiesysteem (AIS, incl. ZAIS), een XIS en een PGO<ref>XIS is een generieke term voor een willekeurig (zorg)informatiesysteem. PGO=Persoonlijke GezondheidsOmgeving.</ref>. Deze informatiesystemen kennen ieder verschillende systeemrollen, die het uitwisselen van gegevens tussen deze informatiesystemen in het kader van het gebruiksproces mogelijk maken.
 
−
[[#Systemen en transacties|Hoofdstuk 7]] geeft een overzicht van alle informatiesystemen, systeemrollen, transacties, etc. De belangrijkste voor het proces van gebruiken zijn in onderstaand overzicht opgenomen.
 
−
 
 
−
{{anchor|figuur 8}}
 
−
[[Bestand:Gebruiken.png|Figuur 8 Processtappen en transacties - gebruiken]]
 
  
−
===Use cases===
+
'''Voorbeeld''' <br>
−
De use cases voor Gebruiken zijn beschreven vanuit registratie door de patiënt. De voorschrijver kan het medicatiegebruik op dezelfde wijze vastleggen maar zal de verslaglegging rondom de evaluatie van gebruik (werking en bijwerking) eerder in de anamnese vastleggen of gebruiken als reden om een medicatieafspraak te wijzigen of te stoppen.
+
Er is een MA voor onbepaalde duur met bijbehorend VV. Mag de verstrekker op basis hiervan een verstrekking doen?<br>
 +
<u>Situatie A:</u> Er is geen stop-bouwsteen met verwijzing naar deze MA vastgelegd. De MA is geldig: de informatie in deze bouwsteen is een correcte weergave van de werkelijke situatie.<br>
 +
Het antwoord is Ja. De verstrekker mag op basis hiervan een verstrekking doen.<br>
  
−
De volgende specifieke use cases van gebruik zijn uitgewerkt:
+
<u>Situatie B:</u> De MA is opgevolgd door een stop-MA met verwijzing naar deze MA. De MA is dus gestopt en daarmee ongeldig gemaakt: deze MA biedt geen correcte weergave van de werkelijke situatie.<br>
−
*[[#Zelfzorgmiddel|Zelfzorgmiddel ]]
+
Het antwoord is Nee. De verstrekker mag het geneesmiddel niet meer verstrekken.<br>
−
*[[#Medicatie uit buitenland|Medicatie uit buitenland ]]
 
−
*[[#Wijziging op initiatief patiënt|Wijziging op initiatief patiënt ]]
 
−
*[[#Stoppen medicatie op initiatief patiënt|Stoppen medicatie op initiatief patiënt ]]
 
−
*[[#Geen voorraad meer|Geen voorraad meer ]]
 
−
*[[#Registreren van afwijkend medicatiegebruik door patiënt vanwege een bijwerking|Registreren van afwijkend medicatiegebruik door patiënt vanwege een bijwerking ]]
 
−
*[[#Gebruik registreren op basis van verstrekking|Gebruik registreren op basis van verstrekking ]]
 
−
 
 
−
=Domeinspecifieke invulling medicatieproces=
 
−
 
 
−
==Dienstwaarneming door HAP==
 
−
De huisartsenpost (HAP) werkt in opdracht van de vaste huisarts. De huisartsenpost kan (onder andere) medicatieafspraken starten, wijzigen en stoppen conform het proces beschreven in [[#Proces: medicatieverificatie|paragraaf 2.1]]. De HAP zal zo nodig ook de bijbehorende verstrekkingsverzoeken doen.<br>
 
−
De HAP informeert de vaste huisarts over de waarneming. Bestaande afspraak is dat de HAP zelf geen bron is van informatie voor andere medebehandelaars van deze patiënt. Dit betekent dat de HAP de processtap ‘(Actief) beschikbaar stellen’ niet zal vervullen. In plaats daarvan stelt de vaste huisarts de betreffende informatie beschikbaar voor de medebehandelaars. Uitzondering hierop is het eventueel ongeadresseerd voorschrijven door een HAP, zie hiervoor [[#Ongeadresseerd voorschrijven (ambulant)|'Ongeadresseerd voorschrijven']].<br>
 
−
Dienstwaarneming volgt daarmee in principe het generieke proces van voorschrijven. Het verschil is dat een waarnemend arts sommige stappen uitvoert in opdracht van de vaste huisarts ('gedelegeerd').
 
−
 
 
−
==GGZ==
 
−
In de GGZ komen maar weinig geplande opnames voor (eigenlijk alleen bij afdelingen als eetstoornissen, klinisch herstel, e.d.). De meeste opnames betreffen opnames t.g.v. acute crisissituaties en zijn daarmee vergelijkbaar met opnames via de SEH in ziekenhuizen (zie ook [[#Starten met medicatie voor opname|paragraaf 4.1.20]]).
 
−
 
 
−
===Huidige situatie===
 
−
In de huidige situatie wordt aan de patiënt of de familie/mantelzorgers gevraagd welke medicatie zij gebruiken. In de meeste gevallen is de patiënt niet in staat om hier antwoord op te geven (dat is namelijk ook de reden voor opname). Familie/mantelzorgers (indien bekend) kunnen hier ook niet altijd antwoord op geven. De opnemend arts/psychiaters nemen contact op met huisarts of apotheek om de medicatie te achterhalen. Buiten kantooruren en in het weekend lukt dit slecht. En wanneer er gegevens binnen komen worden deze maar deels overgetypt in het informatiesysteem van de zorgverleners.
 
−
 
 
−
===Proces===
 
−
In de nieuwe situatie kunnen de beschikbaargestelde medicatiegegevens worden opgevraagd. Op basis daarvan wordt gestart met medicatieverificatie en het evalueren van de medicamenteuze behandeling (zodra mogelijk) en het toedienen van medicatie (conform [[#Medicatieproces|hoofdstuk 2]]). De medicatieverstrekking wordt poliklinisch door de openbare apothekers gedaan en klinisch vaak door een gecontracteerde ziekenhuisapotheek.<br>
 
−
Bij ontslag uit een GGZ-instelling wordt, net als in de ziekenhuizen, de medicamenteuze behandeling geëvalueerd ([[#Processtap: Evalueren (medicamenteuze) behandeling|paragraaf 2.2.4]]). Daarin wordt de klinische medicatie gestopt en wordt zo nodig nieuwe medicatie voorgeschreven of eerder tijdelijk onderbroken ambulante medicatie definitief gestopt of hervat. De arts/psychiater richt zich vooral op de psychiatrische medicatie, somatische medicatie blijft meestal ongemoeid.<br>
 
−
Het vastleggen van medicatiegebruik door de psychiatrische patiënt kan ervaren worden als ongewenste controle in plaats van dat dit het gebruik stimuleert.<br>
 
−
De medicatiegegevens worden beschikbaargesteld.
 
−
 
 
−
==VVT==
 
−
Het medicatieproces in een VVT-instelling (Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg) verloopt analoog aan die van de klinische situatie echter in de VVT-instelling is een specialist ouderengeneeskunde als voorschrijver verantwoordelijk voor de medicatie van de opgenomen cliënten en wordt de levering van medicatie door één of meerdere openbare apothekers gedaan, zo nodig in de vorm van GDS.
 
−
In de VVT-instelling en in de thuiszorg wordt met een toedienlijst gewerkt. Deze wordt samengesteld op basis van de toedieningsafspraken. De toedienlijst wordt gebruikt om controle te doen op de medicatie voorafgaand aan de medicatietoediening en om de daadwerkelijke medicatietoediening op af te tekenen. Het communiceren van de toedienlijst tussen apotheker, voorschrijver en verpleegkundige wordt in een later stadium in deze informatiestandaard  uitgewerkt.
 
−
 
 
−
==Opname en ontslag==
 
−
Een bijzondere situatie bij medicatieoverdracht ontstaat wanneer een patiënt wordt opgenomen in een instelling en vanuit een ambulante situatie in een klinische situatie terecht komt.
 
−
Omdat op het moment van opname in de instelling en bij ontslag uit de instelling veel wijzigingen in medicatie- en toedieningsafspraken kunnen plaatsvinden, wordt dit onderwerp hier apart genoemd. In handleidingen voor zorgverleners en leveranciers worden de werking van proces en systeem in de verschillende voorkomende situaties gedetailleerd beschreven.
 
−
 
 
−
===Voorafgaand aan opname===
 
−
Voordat de patiënt wordt opgenomen, kan al sprake zijn van een aanpassing in de medicatie. De medisch specialist kan met de patiënt afspreken dat deze een aantal dagen voor opname start met nieuwe medicatie of stopt met lopende medicatie.
 
−
De medisch specialist maakt in zo’n geval een medicatieafspraak of een stop-MA, waarbij hij in de toelichting aangeeft hoeveel dagen voor opname de patiënt met de medicatie moet starten of stoppen. Op het moment dat deze afspraak wordt gemaakt, is de opnamedatum vaak nog niet bekend. De medisch specialist geeft daarom bij het maken van de medicatieafspraak of stop-MA aan dat deze afhankelijk is van een opname, waardoor de gebruiksperiode onzeker is. Technisch wordt dit ingevuld door de gevulde toelichting op te nemen in element ‘Criterium’ bij de gebruiksperiode in de medicatieafspraak. Wanneer dit element bij een medicatieafspraak is gevuld, moet voor alle zorgverleners in de keten duidelijk zijn dat de gebruiksperiode onzeker is.
 
−
 
 
−
===Tijdens opname en bij ontslag===
 
−
Wanneer een patiënt wordt opgenomen in een instelling, kunnen voor de medicatie die de patiënt in de ambulante situatie gebruikt de volgende situaties van toepassing zijn:
 
−
* Ongewijzigd doorgebruiken,
 
−
* Wijziging dosering,
 
−
* Generieke substitutie (werkzame stof blijft gelijk),
 
−
* Farmacotherapeutische substitutie (werkzame stof wijzigt, maar middel is geregistreerd voor dezelfde indicatie),
 
−
* (Tijdelijke) stop.
 
−
 
 
−
Hieronder volgt per situatie een toelichting op de gevolgen voor de registratie van de medicatie van de patiënt.
 
−
 
 
−
====Ongewijzigd doorgebruiken====
 
−
De patiënt blijft de medicatie uit de ambulante situatie ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname.
 
−
 
 
−
De medicatieafspraak en toedieningsafspraak uit de ambulante situatie blijven doorlopen tijdens opname en na ontslag.
 
−
 
 
−
====Wijziging dosering====
 
−
De patiënt gebruikt tijdens opname hetzelfde geneesmiddel als in de ambulante situatie, echter met een andere dosering.
 
−
 
 
−
De medicatieafspraak uit de ambulante situatie wordt gestopt bij opname. Tijdens opname wordt een nieuwe medicatieafspraak gemaakt met de aangepaste dosering. Bij ontslag bepaalt de voorschrijver welke dosering gaat gelden voor de ambulante situatie. Afhankelijk hiervan wordt de medicatieafspraak uit de ambulante situatie voortgezet of wordt een nieuwe medicatieafspraak gemaakt voor de ambulante situatie.
 
−
Ook de toedieningsafspraak uit de ambulante situatie wordt gestopt bij opname. Tijdens opname wordt een nieuwe toedieningsafspraak gemaakt op basis van de nieuwe medicatieafspraak. Bij ontslag wordt de toedieningsafspraak uit de ambulante situatie voortgezet of wordt een nieuwe toedieningsafspraak gemaakt voor de ambulante situatie.
 
−
 
 
−
====Generieke substitutie====
 
−
De patiënt gebruikt tijdens opname een ander geneesmiddel dan in de ambulante situatie, echter met dezelfde werkzame stof en in dezelfde hoeveelheid en farmaceutische vorm.
 
−
 
 
−
De medicatieafspraak uit de ambulante situatie blijft doorlopen tijdens opname en na ontslag. De toedieningsafspraak uit de ambulante situatie wordt bij opname gestopt en na ontslag weer voortgezet. Tijdens opname wordt een nieuwe toedieningsafspraak gemaakt die bij ontslag wordt gestopt.
 
−
 
 
−
====Farmacotherapeutische substitutie====
 
−
De patiënt gebruikt tijdens opname een ander geneesmiddel dan in de ambulante situatie, dit middel is echter geregistreerd voor dezelfde indicatie (bijvoorbeeld omeprazol/pantoprazol).
 
−
 
 
−
De medicatieafspraak uit de ambulante situatie wordt gestopt bij opname en na ontslag weer voortgezet. Tijdens opname wordt een nieuwe medicatieafspraak gemaakt die bij ontslag wordt gestopt.
 
−
Ook de toedieningsafspraak uit de ambulante situatie wordt gestopt bij opname en na ontslag weer voortgezet. Tijdens opname wordt een nieuwe toedieningsafspraak gemaakt die bij ontslag wordt gestopt.
 
−
 
 
−
====(Tijdelijke) stop====
 
−
De patiënt stopt tijdens opname (tijdelijk) met de ambulante medicatie.
 
−
 
 
−
De medicatieafspraak uit de ambulante situatie wordt (tijdelijk) gestopt bij opname. Indien het gaat om een tijdelijke stop, wordt de medicatieafspraak na ontslag weer voortgezet. Bij een definitieve stop volgt er geen medicatieafspraak meer voor de ambulante situatie.
 
−
Ook de toedieningsafspraak uit de ambulante situatie wordt (tijdelijk) gestopt. Indien het gaat om een tijdelijke stop, wordt de toedieningsafspraak na ontslag weer voortgezet. Bij een definitieve stop volgt er geen toedieningsafspraak meer voor de ambulante situatie.
 
−
 
 
−
 
 
−
=Beschrijving use cases=
 
−
Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van verschillende use cases. Er zijn concrete praktijksituaties beschreven voor de verschillende deelprocessen. De praktijksituaties zijn in een groot aantal gevallen ontleend aan de huisartsenpraktijk maar zijn illustratief voor vergelijkbare situaties in een andere setting. Dit hoofdstuk veronderstelt voorkennis zoals beschreven in [[#Medicatieproces|hoofdstuk 2]].
 
−
 
 
−
==Use cases Voorschrijven==
 
−
 
 
−
===Kortdurende medicatie===
 
−
Een 35-jarige vrouwelijke patiënt met urineweginfectie in de voorgeschiedenis, brengt haar urine naar de assistente aan de balie en vertelt dezelfde klachten als de vorige keren te hebben. De assistente vraagt nog naar andere klachten zoals koorts en pijn in de flank en kijkt de urine na. Er zijn geen andere klachten en uit de urine blijkt een urineweginfectie. Zij vertelt de patiënt dat de huisarts een kuur zal voorschrijven en dat ze die later bij de apotheker op kan halen. De huisarts kijkt naar de vorige kuren en een eventuele kweek en legt een medicatieafspraak vast. Op ''27 januari'' is afgesproken:
 
−
:''Nitrofurantoïne capsule mga 100 mg, 2 maal daags 1 capsule, vanaf heden<ref>Zie ook [[#Harde einddatum gebruiksperiode|paragraaf 4.1.3]].</ref> gedurende 5 dagen.''
 
−
Hij legt deze medicatieafspraak vast in zijn informatiesysteem. Vervolgens maakt de huisarts direct ook een verstrekkingsverzoek voor de apotheker naar keuze van de patiënt:
 
−
:''Nitrofurantoïne capsule mga 100 mg; 10 stuks.''
 
−
De huisarts legt ook dit verstrekkingsverzoek vast in zijn informatiesysteem. <br>
 
−
De huisarts overlegt met de patiënt bij welke apotheker zij de medicatie wil afhalen. De huisarts kan deze apotheker vervolgens informeren over het verstrekkingsverzoek én de medicatieafspraak. <br>
 
−
Het informatiesysteem van de huisarts maakt de informatie (verstrekkingsverzoek en medicatieafspraak) beschikbaar voor de medebehandelaars van deze patiënt.<br>
 
 
<br>
 
<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.1.PNG|800px]]
 
  
−
===Doorlopende medicatie===
+
<u>Algemene regel</u>: Sommige bouwstenen kunnen ook bouwstenen van een ander type ongeldig maken<br>
−
Het proces bij doorlopende medicatie is hetzelfde als bij kortdurende medicatie (zie [[#Kortdurende medicatie|paragraaf 4.1.1]]). Het verschil is dat bij doorlopende medicatie de medicatieafspraak voor onbepaalde tijd wordt gemaakt.
 
  
−
Bijvoorbeeld: de voorschrijver spreekt met een patiënt met hypertensie af een diureticum doorlopend te gebruiken. Op ''30 maart 2013'' is afgesproken:
+
'''Voorbeeld'''<br>
−
:''Hydrochloorthiazide tablet 12,5 mg; eenmaal daags een tablet; vanaf heden <u>voor onbepaalde duur.</u>''
+
Er zijn een huidige MA en een TA voor een geneesmiddel dat toegediend moet worden. De TA is niet opgevolgd door een stop-TA. Mag de toediener het geneesmiddel toedienen?<br>
−
De voorschrijver kiest bijvoorbeeld in het verstrekkingsverzoek voor initieel een te verstrekken hoeveelheid van 100 stuks.<br>
+
<u>Situatie A:</u> De bijbehorende MA is niet opgevolgd door een stop-bouwsteen. De MA en de TA zijn dus beide geldig.<br>
−
<br>
+
Het antwoord is Ja. De toediener mag het betreffende geneesmiddel toedienen.<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.2.PNG|800px]]
 
  
−
===Harde stopdatum gebruiksperiode===
+
<u>Situatie B</u>: De bijbehorende MA is gestopt door een stop-MA met onmiddellijke ingang. Die stop-MA is echter nog niet verwerkt in de apotheek waardoor er nog geen stop-TA is aangemaakt. De TA is weliswaar nog huidig, maar is ongeldig geworden door de stop-MA.<br>
−
In de gebruiksperiode van een medicatieafspraak kan een ingangsdatum, stopdatum en/of duur worden meegegeven. Wanneer er een harde stopdatum gewenst is, dient dit ook expliciet in de Toelichting te worden aangegeven. Het enkel opnemen van een stopdatum is niet voldoende omdat dit niet genoeg duidelijkheid geeft over de intentie van de voorschrijver.<br>
+
Het antwoord is Nee. De toediener mag het geneesmiddel niet meer toedienen.<br><br>
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.3.PNG|800px]]
 
  
−
===Zo nodig medicatie===
+
Deze algemene regels worden in paragraaf 4.5.2 nader gespecificeerd.
−
Een 31 jarige vrouwelijke patiënt heeft in een jaar een paar keer hoofdpijnaanvallen gehad, waarbij nu de diagnose migraine wordt gesteld. De huisarts schrijft voor:
 
−
:''Rizatriptan 10 mg tabletten <u>zo nodig</u> 1c1t onder de tong. Eerste tablet bij eerstvolgende duidelijke migraine aanval.''
 
−
De huisarts legt de medicatieafspraak vast en doet een verstrekkingsverzoek:
 
−
:''6 Tabletten rizatriptan s.l. 10 mg.'' <br>
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.4.png|800px]]
 
  
−
===Kuur zo nodig startend in de toekomst===
+
==<span class="anchor" id="Consolidatieregels"></span>Consolidatieregels==
−
Een zestigjarige patiënt met een status na een trombosebeen heeft soms om het jaar, soms driemaal per jaar een erysipelas (ernstige infectie aan het been waarvoor als de medicatie niet snel begint opname nodig kan zijn). Op verzoek van de patiënt schrijft de huisarts een antibioticumkuur voor waar hij meteen mee kan beginnen bij een recidief erysipelas. De volgende medicatieafspraak wordt gemaakt:
+
Paragraaf 4.4 laat zien dat een bouwsteen geldig kan zijn, zonder actueel te zijn. En omgekeerd kan een bouwsteen ook actueel zijn zonder geldig te zijn. Hieronder worden voor beide de bijbehorende regels uitgewerkt.
−
:''Flucloxacilline 500 mg capsules, 4d1 capsule, gedurende 10 dagen. In de medicatieafspraak wordt aangegeven (zo nodig): start zo nodig bij recidief.''
 
−
De huisarts doet meteen een verstrekkingsverzoek:
 
−
:''Flucloxacilline 500 mg capsules 40stuks.''<br>
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.5.PNG|800px]]
 
  
−
===Twee doseringen van hetzelfde geneesmiddel tegelijkertijd===
+
===<span class="anchor" id="regels effectieve periode"></span>Regels voor het afleiden van de effectieve periode van een bouwsteen===
−
Een 79 jarige man met uitgezaaide prostaatkanker heeft meer pijn en zijn medicatie wordt gewijzigd. De specialist schrijft (op 9 oktober) oxycodon 10 mg tabletten voor 4d1t en zo nodig bij pijn ’s nachts 1d1t. De specialist legt dit in één medicatieafspraak met twee doseerinstructies vast en doet een verstrekkingsverzoek voor 60 tabletten oxycodon 10 mg.<br>
+
In paragraaf 4.4 zijn twee algemene regels over de actualiteit van bouwstenen binnen 1 MBH benoemd.  
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.6.PNG|800px]]
 
  
−
===Hetzelfde geneesmiddel met verschillende sterkte tegelijkertijd===
+
<u>Algemene regels</u>:<br>
−
Dezelfde 79 jarige patiënt (zie [[#Twee doseringen van hetzelfde geneesmiddel tegelijkertijd|paragraaf 4.1.6]]) krijgt toch weer meer pijn. De specialist stopt op 16 oktober de oxycodon 10 mg tabletten en schrijft oxycodon 20 mg retard tabletten voor 3d2t en oxycodon 20 mg tabletten (normale afgifte) zo nodig bij pijn ’s nachts 1d1t. De specialist legt dit in twee medicatieafspraken (bij vooralsnog twee separate medicamenteuze behandelingen) vast en doet voor beide medicatieafspraken een verstrekkingsverzoek, respectievelijk 45 retardtabletten oxycodon 20 mg en 30 tabletten oxycodon 20 mg (normale afgifte).<br>
+
De effectieve einddatumtijd van een bouwsteen verandert door een stop-bouwsteen met verwijzing naar die bouwsteen.<br>
−
<br>
+
De effectieve startdatumtijd en einddatumtijd van een MA kunnen beïnvloed worden door een TA.<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.7.PNG|800px]]
 
  
−
===Toelichting in medicatieafspraak bij bewust gekozen bijzonderheid===
+
De effectieve startdatumtijd en einddatumtijd, en daarmee de effectieve periode van een bouwsteen, zijn dus afgeleide gegevens. Ze zijn daarom geen onderdeel van de dataset. Hieronder worden de afleidingsregels uitgewerkt. Het nummer bij iedere afleidingsregel staat voor de volgorde waarin de regels moeten worden uitgevoerd.<br>
−
Bij het kiezen van een geneesmiddel kan er worden afgeweken van wat er verwacht wordt of van wat de standaard is. Bijvoorbeeld wanneer het ziekenhuis een ander formularium hanteert dan de openbare apotheek. Uit efficiencyoverwegingen is in het ziekenhuis bijvoorbeeld gekozen voor één maagzuurremmer: pantoprazol. <br>
 
−
Bij opname wordt een patiënt met omeprazol omgezet naar pantoprazol voor de duur van het verblijf. Bij ontslag gaat de patiënt weer terug naar omeprazol.<br>
 
−
Het is duidelijk dat hier nog wel eens wat mis kan gaan en dat de patiënt zowel omeprazol als pantoprazol slikt als er niet ingegrepen wordt. In de medicatieafspraak van het ziekenhuis voor pantoprazol kan een opmerking worden gemaakt (in de toelichting) over de afwijking zodat duidelijk is dat pantoprazol de vervanger is van omeprazol of juist naast omeprazol moet worden gebruikt.<br>
 
−
Zie ook voorbeeld [[mp:V9_2.0.0_Ontwerp_medicatieproces#Substitutie|substitutie]].<br>
 
−
<br>
 
−
Ander voorbeeld zijn de halve sterktes. Het ziekenhuis heeft soms de beschikking over tabletten met de halve sterkte van het normale handelspreparaat (eigen productie). Waar de patiënt het ziekenhuis ingaat met chlortalidon 25 mg, een maal daags een halve tablet krijgt hij intramuraal chlortalidon 12,5 mg, eenmaal daags één tablet. Dan hoeft de verpleging in dit geval geen tabletten te breken. Hier bestaat het risico dat de patiënt bij thuiskomst weer de 25 mg gaat gebruiken, maar dan een hele tablet per keer. In de medicatieafspraak (Aanvullende informatie) van de laatste chlortalidon 25 mg kan worden aangegeven of dit een bewuste verhoging is geweest.<br>
 
 
<br>
 
<br>
−
Indien een voorgeschreven middel heel specifiek een bepaald handelsproduct dient te zijn (HPK), dan kan dit worden aangegeven met (Aanvullende informatie) 'Medische noodzaak'.
+
'''Medicatie starten'''<br>
−
 
+
''Maken medicatieafspraak''<br>
−
===Nieuwe medicatieafspraak, geen verstrekkingsverzoek===
+
Medicatie wordt gestart door het vastleggen van een MA.
−
Een 50-jarige man komt bij de huisarts met rugklachten. De klachten bestaan al 3 weken en hij gebruikt al paracetamol. De huisarts spreekt met de patiënt af aanvullend diclofenac te gebruiken:
+
regel 1a: De effectieve periode van een MA is gelijk aan diens {{fhir|Gebruiksperiode}}.
−
+
''Maken toedieningsafspraak''<br>
−
Op ''30 januari'' is afgesproken:
+
Een TA vult een MA concreet in.
−
:''Diclofenac tablet 50 mg, 3 maal daags 1 tablet, vanaf heden gedurende 3 weken.''  
+
regel 1b: De effectieve periode van een TA is gelijk aan diens {{fhir|Gebruiksperiode}}.
−
Hij legt deze medicatieafspraak vast in zijn informatiesysteem. De patiënt geeft aan voldoende voorraad thuis te hebben: zijn vrouw heeft nog een ruime voorraad diclofenac over vanwege een ander probleem een jaar geleden.  
+
Als een MA een bijbehorende TA kent, geldt:
−
+
regel 2a: De effectieve periode van de MA is gelijk aan de effectieve periode van de TA.
−
Er is dus geen verstrekkingsverzoek nodig en de apotheker stelt dus ook geen medicatie ter hand. <br>
 
−
De huisarts stelt de nieuwe medicatieafspraak beschikbaar voor eventuele medebehandelaars van deze patiënt. De vaste apotheker kan zich informeren over deze nieuwe medicatieafspraak.<br>
 
 
<br>
 
<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.9a.PNG|800px]]
+
'''Medicatie stoppen'''<br>
−
 
+
''Stoppen medicatieafspraak''<br>
−
Een ander voorbeeld:
+
Het definitief stoppen van medicatie gebeurt door het maken van een stop-MA met stoptype ‘gestopt’ en:
−
Dhr Simons krijgt wekelijks zijn medicatie verstrekt door de apotheek. In het verleden waren er namelijk veel verzoeken om extra medicatie, wat leidde tot duidelijke afspraken over het afgiftebeleid.  
+
:* {{fhir|startDatumTijd}} = {{fhir|startDatumTijd}} van de originele MA
 +
:* {{fhir|eindDatumTijd}} = datum waarop de medicatie gestopt wordt.
 +
De effectieve periode van de originele MA is vervangen door die van de nieuwe stop-MA.
 +
regel 1c: Wanneer een MA definitief gestopt wordt dan is de effectieve periode van de MA de effectieve periode van de stop-MA.
 +
''Stoppen toedieningsafspraak''<br>
 +
<u>Situatie A:</u> De TA wordt gestopt bij gelijkblijvende MA.<br>
 +
De effectieve periode van de originele TA wordt vervangen door de effectieve periode van de stop-TA. Deze laatste is volgens regel 1b gelijk aan diens {{fhir|Gebruiksperiode}}.<br>
  
−
Het gaat om:  
+
<u>Situatie B:</u> De TA wordt gestopt als gevolg van een stop-MA.<br>
−
:''Medicatieafspraak: Diazepam 5 mg 4 maal daags 1 tablet vanaf 1-1-2012 tot voor onbepaalde duur''
+
De stop-TA vult de stop-MA concreet in. Het is mogelijk dat de {{fhir|eindDatumTijd}} van de stop-TA later is dan die van de stop-MA, bijvoorbeeld omdat in de stop-MA is aangegeven dat het stoppen in kan gaan met de volgende GDS-rol. In zo’n geval verandert dat de effectieve periode van de MA, volgens regels 1b en 2a.<br>
−
:''Verstrekkingsverzoek: 28 stuks iter 10; toelichting: wekelijkse medicatieverstrekkingen''
 
−
Het verstrekkingsverzoek wordt ongeveer iedere 11 weken herhaald.
 
  
−
Het laatste verstrekkingsverzoek was op 3-3-2016:
+
regels 1b en 2a: effectieve periode stop-MA = effectieve periode stop-TA = {{fhir|Gebruiksperiode}} stop-TA.<br>
−
:''een week (28 tabletten) met iter 10x ''
 
−
zodat de apotheek er 11 weken mee vooruit kan.<br>
 
 
<br>
 
<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.9b.PNG|800px]]
+
'''Medicatie wijzigen'''<br>
 +
''Wijzigen medicatieafspraak''<br>
 +
De voorschrijver wijzigt medicatie binnen de MBH door het stoppen van de originele MA1 en het maken van een nieuwe MA2. De voorgaande afleidingsregels veranderen hierdoor niet:<br>
  
−
De laatste jaren is het rustig. Hij vraagt niet meer om extra medicatie. Bij het laatste gesprek vertelde hij dat hij toe kan met 3 x daags diazepam. Dit wordt in een medicatieafspraak vastgelegd:
+
regel 1a: effectieve periode nieuwe MA2 = {{fhir|Gebruiksperiode}} MA2.<br>
−
:''1-4-2016 Diazepam 5 mg 3x daags 1 tablet vanaf 1-4-2016 tot voor onbepaalde duur.''
+
regel 1c: effectieve periode MA1 = effectieve periode technische stop-MA.<br>
−
De vorige medicatieafspraak wordt beëindigd per 31-3-2016 (zie stoppen van medicatie in [[#Processtap: Maken medicatieafspraak|paragraaf 2.2.5]]).
 
  
−
In de huidige situatie belde de huisarts de apotheek om te zorgen dat er bij de volgende medicatieverstrekkingen 21 tabletten diazepam worden meegegeven i.p.v. 28. Er was toen geen nieuwe verstrekkingsverzoek nodig.
+
''Wijzigen toedieningsafspraak''<br>
 +
<u>Situatie A:</u> De TA wordt gewijzigd bij gelijkblijvende MA.<br>
 +
Een MA wordt concreet ingevuld door een TA. Op deze TA kan een wijziging plaatsvinden (zie [[#wijzigen TA|paragraaf 5.3.2.4]]). Er kunnen dus meerdere achtereenvolgende TA’s onder één MA worden gemaakt. De effectieve periode van de MA wordt nu bepaald door alle bijbehorende TA’s.
 +
regel 2b: De effectieve periode van een MA loopt vanaf de vroegste {{fhir|startDatumTijd}} tot aan de laatste {{fhir|eindDatumTijd}} van de bijbehorende TA's.
 +
Er kunnen parallelle TA's onder één MA bestaan waarvan de {{fhir|RegistratieDatumTijd}} en {{fhir|startDatumTijd}} gelijk zijn. Daarmee wijzigt regel 2b niet.<br>
  
−
In de nieuwe situatie stuurt de huisarts de nieuwe medicatieafspraak naar de apotheek. Op basis van de nieuwe medicatieafspraak verstrekt de apotheek 21 tabletten per week, het vorige verstrekkingsverzoek volstaat nog. <br>
+
<u>Situatie B:</u> De TA wordt gewijzigd als gevolg van een wijziging in de MA. Hiermee veranderen de voorgaande regels niet.<br>
 
<br>
 
<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.9c.png|800px]]
+
'''Medicatie tijdelijk onderbreken en hervatten'''<br>
 +
Onderbreken van medicatie gebeurt door het maken van een stop-MA met stoptype 'onderbroken' en dezelfde {{fhir|startDatumTijd}} als de originele MA. De {{fhir|eindDatumTijd}} van de stop-MA is het moment van tijdelijk onderbreken. Hervatten gebeurt door het maken van een MA met als {{fhir|startDatumTijd}} de datum van hervatten. Het stoptype ‘onderbroken’ zorgt er echter voor dat de effectieve periode gebaseerd blijft op de effectieve {{fhir|startDatumTijd}} van de originele MA.
 +
regel 1d: Tijdelijk onderbreken van medicatie heeft geen invloed op de effectieve periode. De effectieve periode blijft gelijk aan de effectieve periode van de originele MA.
  
−
===Nieuw verstrekkingsverzoek onder bestaande medicatieafspraak===
+
====Samenvatting regels voor het bepalen van de effectieve periode====
−
Een voorschrijver kan ook een nieuw verstrekkingsverzoek doen onder een bestaande medicatieafspraak. Deze medicatieafspraak kan gemaakt zijn door een andere voorschrijver bijvoorbeeld een psychiater of in geval van waarneming de vaste huisarts. Het betreft hier herhaalmedicatie. Deze use case is beschreven in [[#Pati.C3.ABnt_vraagt_herhaalrecept_via_arts_.28reactief_herhalen.29|paragraaf 4.2.6]]. <br>
+
De beschreven regels moeten op volgorde van hun nummering worden verwerkt:
−
<br>
+
* regel 1a: De effectieve periode van een MA is gelijk aan diens {{fhir|Gebruiksperiode}}.
−
[[Bestand:Uc4.1.10.png|800px]]
+
* regel 1b: De effectieve periode van een (stop-)TA is gelijk aan diens {{fhir|Gebruiksperiode}}.
 +
* regel 1c: Wanneer een MA definitief gestopt wordt dan is de effectieve periode van de MA de effectieve periode van de stop-MA.
 +
* regel 1d: Tijdelijk onderbreken van medicatie beïnvloedt niet de effectieve periode. De effectieve periode blijft gelijk aan de effectieve periode van de originele MA.
 +
* regel 2a: De effectieve periode van de MA is gelijk aan de effectieve periode van de TA.
 +
* regel 2b: De effectieve periode van een MA loopt vanaf de vroegste {{fhir|startDatumTijd}} tot aan de laatste {{fhir|eindDatumTijd}} van de bijbehorende TA’s.<br>
  
−
===Wijziging in dosering (voldoende voorraad)===
+
===<span class="anchor" id="geldigheidsregels"></span>Regels voor het bepalen van de geldigheid van een bouwsteen===
−
Patiënt (37 jaar, astma) is op 13 augustus 2013 bij de longarts voor controle van zijn astma. De longarts heeft vastgesteld dat de astma onvoldoende gereguleerd is.<br>
+
In paragraaf 4.4 zijn twee algemene regels over de geldigheid van bouwstenen binnen 1 MBH benoemd. Deze worden hieronder verder gespecificeerd.<br>
−
De patiënt gebruikt op dit moment Beclometason volgens een eerder gemaakte en geregistreerde medicatieafspraak: op 10 juni 2010 is afgesproken
+
<u>Algemene regels:</u><br>
−
:''Beclometason aerosol 100 microg/dosis inh; 2 maal daags 1 inhalatie; vanaf 10 juni 2010 voor onbepaalde duur.''
+
Een stop-bouwsteen stopt de bouwsteen waar deze naar verwijst en maakt deze daarmee ongeldig.<br>
−
De longarts spreekt op 13 augustus 2013 met de patiënt een verhoging van de dosering af:
+
Sommige bouwstenen kunnen ook bouwstenen van een ander type ongeldig maken.<br>
−
:''Beclometason aerosol 100 microg/dosis inh; 2 maal daags 2 inhalaties; van 13 augustus 2013 tot voor onbepaalde duur; reden van aanpassing: onvoldoende werking.''
 
−
De voorgaande medicatieafspraak van 10 juni 2010 geldt niet meer: deze wordt beëindigd (zie wijzigen van medicatie in [[#Processtap: Maken medicatieafspraak|paragraaf 2.2.5]]) . De patiënt heeft nog voldoende voorraad, er is dus geen verstrekkingsverzoek nodig. <br>
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.11.PNG|800px]]<br>
 
−
In het geval de patiënt geen voorraad meer zou hebben dan wordt er ook een nieuw verstrekkingsverzoek gemaakt.<br>
 
−
Het informatiesysteem van de longarts maakt de nieuwe medicatieafspraak beschikbaar voor de medebehandelaars van deze patiënt. Deze wijziging komt binnen bij de apotheker (medebehandelaar). De apotheker verwerkt de wijziging. De apotheker kan er ook voor kiezen om wijzigingen automatisch te accepteren.
 
  
−
===Recept niet meer nodig na eerste verstrekkingsverzoek===
+
Het stoppen en ongeldig maken treedt in werking vanaf de {{fhir|eindDatumTijd}} van de stop-bouwsteen. De specifieke geldigheidsregels binnen één MBH zijn dan als volgt:<br>
−
Een 16 jarige vrouw heeft een vriend en wil niet zwanger worden. Na uitleg kiest zij voor de pil. De huisarts schrijft ethinylestradiol/levonorgestrel tablet 20/100ug voor, 1d1t gedurende 21 dagen, vervolgens 7 dg geen pil nemen, dan weer 21 dagen wel. Start op de 1e dag van de volgende menstruatie. De huisarts legt de medicatieafspraak vast en doet een verstrekkingsverzoek voor 63 tabletten microgynon 20 tablet omhuld. Hij legt haar uit dat indien zij geen klachten heeft, zij de pil verder via de apotheek kan krijgen. <br>
 
−
Drie maanden later doet de vrouw een voorstel tot herhaalverstrekking aan de apotheek. De apotheek verstrekt het middel en communiceert de medicatieverstrekking aan de huisarts.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.12.png|800px]]<br>
 
  
−
===Stoppen medicatie===
+
:1. Een stop-MA maakt op diens {{fhir|eindDatumTijd}} ongeldig:
−
Patiënt (37 jaar, astma) is op 13 augustus 2013 bij de longarts voor controle van zijn astma. De patiënt heeft last van een bijwerking.
+
:::* de originele MA waarnaar deze stop-MA verwijst, én
−
De patiënt gebruikt op dit moment Beclometason volgens een eerder gemaakte en geregistreerde medicatieafspraak. Op ''10 juni 2010'' is afgesproken:  
+
:::* de TA en WDS die ook naar die originele MA verwijzen, én
−
:''Beclometason aerosol 100 microg/dosis inh; 2 maal daags 1 inhalatie; vanaf 10 juni 2010 voor onbepaalde duur.''
+
:::* alle eerdere MGB’s
−
De longarts spreekt op 13 augustus 2013 met de patiënt af om de medicatie te stoppen (medicamenteuze behandeling wordt gestopt). Medicatieverificatie is ook hier van toepassing. Verder kan ook medicatiebewaking hierbij relevant zijn, bijvoorbeeld wanneer maagbeschermers geslikt worden vanwege gebruik van de te stoppen medicatie (het informatiesysteem zal dit niet altijd automatisch signaleren).<br>
+
:2. Een stop-TA maakt op diens {{fhir|eindDatumTijd}} ongeldig:
−
De longarts legt vast:
+
:::* de originele TA waarnaar deze stop-TA verwijst, én
−
:''Beclometason aerosol 100 microg/dosis inh; stoptype 'definitief'; vanaf 13 augustus 2013. Vanwege een bijwerking.''
+
:::* alle eerdere vastgelegde MGB’s
−
Deze wijziging komt binnen bij de apotheker (medebehandelaar). De apotheker verwerkt de wijziging. De apotheker kan er ook voor kiezen om wijzigingen automatisch te accepteren.
+
:3. Een stop-WDS maakt op diens {{fhir|eindDatumTijd}} ongeldig:
−
De longarts besluit ook om een medebehandelaar (bijv. de huisarts) hierover actief te informeren (onderdeel van de processtap (Actief) Beschikbaarstellen).<br>
+
:::* het WDS waarnaar dit stop-WDS verwijst, én
−
Het informatiesysteem van de longarts maakt deze informatie (afspraak om te stoppen) beschikbaar voor alle medebehandelaars van deze patiënt. <br>
+
:::* alle eerdere vastgelegde MGB’s
−
[[Bestand:Uc4.1.13.png|800px]]<br>
+
:4. Elk type MA, TA en WDS maakt alle eerder vastgelegde MGB’s ongeldig.
 +
:5. Elk type MGB maakt alle eerdere vastgelegde MGB’s ongeldig, mits afkomstig van eenzelfde type auteur.<br>
 +
:<u>Uitzondering</u>: In geval van parallelle TA's maakt een nieuwe MGB alleen de oudere MGB's ongeldig die bij dezelfde TA horen en van eenzelfde type auteur komen.<br>
  
−
===Onderbreken / hervatten medicatie===
+
Op annuleer-bouwstenen zijn dezelfde regels van toepassing.<br>
−
De patiënt wordt behandeld met Simvastatine (cholesterolverlager): 40 mg 1D1T voor onbepaalde duur.
 
−
Vanwege een keelontsteking in combinatie met een allergie voor het eerste keuze antibioticum wordt gedurende 1 week Claritromycine 250 mg 2D1T (antibioticum) voorgeschreven. Gedurende die week wordt de simvastatine onderbroken vanwege een interactie.<br>
 
−
De huisarts legt vast:
 
−
:''Simvastatine 40 mg; tijdelijk onderbreken; gedurende 1 week; reden: interactie''
 
−
:''Claritromycine 250 mg; 2D1T; gedurende 1 week (en een bijbehorend verstrekkingsverzoek)''
 
−
De apotheker wordt over het tijdelijk onderbreken van de simvastatine door de huisarts actief geïnformeerd. Er wordt ook een nieuwe medicatieafspraak gemaakt waarmee de simvastatine na een week wordt hervat. Ook ontvangt de apotheker de medicatieafspraak en het bijbehorende verstrekkingsverzoek voor de claritromycine. Zie ook Tijdelijk onderbreken en hervatten van medicatie in [[#Processtap: Maken medicatieafspraak|paragraaf 2.2.5]].<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.14.png|800px]]<br>
 
  
−
===Onderbreken voor een ingreep===
+
De geldigheidsregels zijn van toepassing op afspraakbouwstenen, dus op MA, TA, en WDS. MGB’s bevatten geen afspraken, maar kunnen wel relevant zijn. Daarom zijn deze ook meegenomen in de consolidatieregels. Bij MGB’s kan ‘ongeldig’ gezien worden als ‘de informatie in deze bouwsteen kan achterhaald zijn’.<br>
−
Een 62 jarige man gebruikt acetylsalicylzuur 100 mg 1d1t wegens coronairlijden. Hij moet een darmpoliep laten verwijderen. De huisarts bespreekt met hem dat hij de acetylsalicylzuur drie dagen voor de ingreep moet stoppen en de dag na de ingreep moet hervatten. De huisarts legt het tijdelijk onderbreken in een stop-medicatieafspraak vast met als stopdatum 3 dagen voor de ingreep; stoptype 'tijdelijk'; reden onderbreken ‘ingreep’. In de (tweede) medicatieafspraak voor het hervatten wordt als ingangsdatum 1 dag na de ingreep opgenomen. De huisarts informeert actief de apotheker en de maag-darm-leverarts over de medicatieafspraken.<br>
+
MTD’s komen niet voor in deze regels. Een MTD is een registratie van een handeling die al heeft plaatsgevonden. Een stop-bouwsteen heeft geen invloed op een eenmaal vastgelegde MTD.<br>
−
Wanneer de datum van de ingreep niet bekend of onzeker is wordt in de toelichting aangegeven dat er 3 dagen voor de ingreep moet worden gestopt en na 1 dag wordt hervat. De duur van de onderbreking is dan 4 dagen. Zie ook Tijdelijk onderbreken en hervatten van medicatie in [[#Processtap: Maken medicatieafspraak|paragraaf 2.2.5]] en Voorafgaand aan opname in [[#Voorafgaand aan opname|paragraaf 3.4.1]]. <br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.15.png|800px]]<br>
 
  
−
===Papieren recept===
+
<u>'''NB'''</u>: Een eenmaal ongeldig gemaakte bouwsteen kan niet meer opnieuw geldig worden. Dan moet er een nieuwe bouwsteen worden aangemaakt.<br>
−
De arts geeft een papieren recept mee aan de patiënt<ref>Eenzelfde situatie doet zich voor wanneer de apotheker een fax ontvangt.</ref>. Een papieren recept bevat een medicatieafspraak en een verstrekkingsverzoek. De patiënt kan met dit recept bij een willekeurige apotheker de medicatie afhalen. De huisarts informeert de verstrekkende apotheker in dit geval niet zelf. Het proces is echter eigenlijk toch hetzelfde: de activiteit '(Actief) beschikbaar stellen' wordt nu alleen 'vervuld' door het papieren recept in handen van de patiënt. De verstrekkende apotheker zal deze papieren medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek overnemen in het eigen informatiesysteem en deze invullen met een toedieningsafspraak. Ook kan de apotheker mogelijk de beschikbaar gestelde medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek digitaal opvragen en zo verwerken in het eigen informatiesysteem.<br>
 
−
Het informatiesysteem van de huisarts stelt de nieuwe medicatieafspraak en het verstrekkingsverzoek beschikbaar voor medebehandelaars.<br>
 
−
Wanneer het informatiesysteem van de huisarts deze niet beschikbaar heeft gesteld kan er dus sprake zijn van een toedieningsafspraak zonder digitaal beschikbare medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek. De apotheker stelt de ‘van papier’ verkregen medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek niet beschikbaar omdat hij daar zelf geen eigenaar van is. Daarnaast zou dit er toe kunnen leiden dat er anders, mogelijk pas in de toekomst, onterecht dubbele medicatieafspraken en verstrekkingsverzoeken kunnen voorkomen.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.17.png|800px]]<br>
 
  
−
===Uitvoeren medicatieverificatie en evaluatie bij buitenlandse of zelfzorgmedicatie===
+
De regels zijn bruikbaar in de meest gangbare situaties binnen een MBH. Er kunnen echter situaties bestaan die onvoldoende ondervangen worden met deze regels. Wanneer een systeem op basis van bovengenoemde regels niet kan bepalen welke bouwstenen geldig zijn, moet dit worden aangegeven aan de eindgebruiker. Deze kan dit dan verder zelf beoordelen.<br>
−
Wanneer medicatie niet in het informatiesysteem gevonden kan worden (bijvoorbeeld buitenlands medicatie en zelfzorgmedicatie) dan wordt deze medicatie vastgelegd als medicatiegebruik (zie [[#Proces: gebruiken|paragraaf 2.5]]).
 
  
−
===Dagbehandeling===
+
De regels worden geïllustreerd aan de hand van voorbeelden op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/Voorbeelden_geldigheidsregels|Voorbeelden geldigheidsregels]].<br>
−
Een dagopname is te vergelijken met een poliklinisch consult of een spoedopname waarbij de medicatie door de ziekenhuisapotheker wordt geleverd. Bij dagopname vindt niet altijd uitgebreide medicatieverificatie plaats. Bij dagopname wordt vastgelegd welke medicatie wordt voorgeschreven (gebeurt vaak op basis van protocollen waarbij achteraf verificatie plaatsvindt) en toegediend.<br>
+
De [[mp:Implementatiehandleiding_Consolidatie/afleidingsregels|Implementatiehandleiding Consolidatie/afleidingsregels]] biedt een (niet-normatief) stappenplan voor een mogelijke praktische uitwerking van de regels.<br>
−
Bij bijvoorbeeld cytostatica kuren is er wel een medicatieafspraak maar is niet altijd van te voren duidelijk wanneer de medicatieverstrekking/toediening plaatsvindt. Reden: vaak worden kuren uitgesteld en dan wordt pas later verstrekt en toegediend.
 
  
−
===Starten met medicatie voor opname===
+
==Overzichten van medicatiegegevens==
−
Bij een cataractoperatie wordt 3 dagen voor de behandeling gestart met Nevanac. Deze worden gebruikt tot 3 weken na de operatie (een totale gebruiksduur van 24 dagen). Er wordt door de specialist een medicatieafspraak gemaakt voor Nevanac, 1 druppel ’s morgens, gedurende 24 dagen. Wanneer de datum van de operatie niet bekend of onzeker is kan in de toelichting worden aangegeven dat er 3 dagen voor de operatie moet worden gestart. Zie ook Voorafgaand aan opname in [[#Voorafgaand aan opname|paragraaf 3.4.1]].<br>
+
Na het consolideren is van elke bouwsteen in een MBH bekend of deze geldig of ongeldig en actueel of niet-actueel is. Hierdoor kunnen alle gegevens in hun juiste context worden geplaatst.<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.20.png|800px]] <br>
+
Op basis hiervan kunnen verschillende overzichten van medicatiegegevens worden gegenereerd. Er zijn allerlei situaties en doeleinden denkbaar waarin een overzicht van medicatiegegevens gebruikt wordt. Hiervoor is dus niet één definitie of beschrijving te geven. Zo’n overzicht kan ook verschillende vormen hebben (papier, pdf, presentatie op een beeldscherm etc.).<br>
  
−
===Spoedopname===
+
De consolidatieregels worden ingezet voor het samenstellen van:
−
Bij een spoedopname vindt vooraf geen uitgebreide medicatieverificatie plaats zoals dat bij een klinische opname wel gebeurt. Ook het afspreken van medicatie met de patiënt is vaak niet mogelijk. De patiënt krijgt zo snel mogelijk de medicatie toegediend waarbij verificatie vaak achteraf plaatsvindt.
+
* een medicatieoverzicht zoals beschreven in de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|richtlijn}}
 +
* een toedienlijst
  
−
===Tussentijds ontslag===
+
Voor elke situatie zal een eigen wijze van presentatie gekozen worden, in overleg tussen gebruiker of organisatie en leverancier. De effectieve periode kan bijvoorbeeld worden gebruikt om het beloop van een behandeling weer te geven, of om een indeling te maken naar huidige, toekomstige en recent gestopte medicatie.<br>
−
Wanneer een patiënt tussentijds uit het ziekenhuis/de instelling naar huis gaat, bijvoorbeeld met weekendverlof, loopt de klinische medicatie door. Om de vaste huisarts op de hoogte te houden wordt het medicatieoverzicht meegegeven met de patiënt en worden de medicatiegegevens beschikbaar gesteld.
+
Nadere informatie over toedienlijsten is te vinden in [[#Toedienlijsten|paragraaf 5.4.2]].<br>
  
−
===Ontslag naar andere instelling===
+
Er zijn overigens situaties denkbaar waarin de consolidatieregels niet tot een compleet en/of accuraat overzicht leiden, bijvoorbeeld omdat de patiënt geen toestemming tot delen heeft gegeven. Daarom is altijd medicatieverificatie wenselijk.
−
Bij ontslag naar een andere instelling wordt de medicamenteuze behandeling geëvalueerd (zie [[#Processtap: Evalueren (medicamenteuze) behandeling|hoofdstuk 2.2.4]] en [[#Processtap: Maken medicatieafspraak|2.2.5]]). De medicatiegegevens worden (actief) beschikbaar gesteld. De nieuwe behandelend arts evalueert de medicamenteuze behandeling en bepaalt de instellingsmedicatie.
 
  
−
===Niet verstrekken voor===
+
=<span class="anchor" id="mp"></span>Medicatieproces=
−
De voorschrijvend arts doet op 14 april 2017 een verstrekkingsverzoek, maar wil in datzelfde verstrekkingsverzoek aangeven dat er pas verstrekt mag worden op of vanaf een latere datum, bijvoorbeeld 23 april 2017. In het verstrekkingsverzoek kan dit niet gestructureerd worden vastgelegd maar wordt dit opgenomen in de toelichting (vrije tekst).<br>
+
Dit hoofdstuk beschrijft het medicatieproces in relatie tot het vastleggen en uitwisselen van de daarbij benodigde gegevens. Het generieke medicatieproces bestaat in de kern uit de deelprocessen Voorschrijven, Ter hand stellen, Toedienen en Gebruiken. Het proces start wanneer een patiënt een geneesmiddel gaat gebruiken, al dan niet op voorschrift. Het eindigt wanneer het gebruik van het betreffende middel stopt.<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.25.png|800px]]<br>
 
  
−
===Stoppen van medicatie door derden===
+
Het proces kan per sector en situatie op een verschillende manier verlopen. Niet alle onderdelen zijn altijd van toepassing; zo is in de ambulante situatie een VV vereist voor medicatieverstrekking, maar niet in de klinische situatie. Deelprocessen kunnen ook iteratief of in een andere volgorde uitgevoerd worden.<br>
−
Medicatie kan door de voorschrijver zelf gestopt worden (zie [[#Stoppen medicatie|Paragraaf 2.2.5.3]]) maar ook door een andere voorschrijver. Bijvoorbeeld de specialist kan  medicatieafspraken gemaakt door een huisarts stoppen die volgens het informatiesysteem weliswaar actueel zijn, maar - na bijvoorbeeld medicatieverificatie - dat toch niet blijken te zijn. Wanneer een zorgverlener medicatie stopt maakt hij een nieuwe stop-MA. De zorgverlener kan de medicatieafspraak van een ander niet aanpassen, alleen een stop-MA maken. Hij informeert daarom de zorgverlener van de originele medicatieafspraak actief over deze wijziging (zie [[#Informeren en (actief) beschikbaar stellen|Paragraaf 1.3.5]]). De zorgverlener van de originele medicatieafspraak past de stopdatum aan in de bestaande medicatieafspraak. Dit kan desgewenst ook geautomatiseerd worden door het informatiesysteem. Hiermee wordt voorkomen dat na verloop van tijd de tweede zorgverlener geen gegevens meer hoeft op te leveren omdat de oplevertermijn is verstreken (ook geen stop-MA) terwijl de zorgverlener van de originele medicatieafspraak deze onterecht (zonder stopdatum) wel blijft opleveren. <br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.26.png|800px]]<br>
 
  
−
===Twee PRK's onder één medicamenteuze behandeling===
+
Om het medicatieproces op een verantwoorde manier te laten verlopen zijn ook ondersteunende activiteiten als medicatieverificatie en medicatiebewaking  nodig. Medicatieverificatie is in verschillende deelprocessen aan de orde en is daarom ook als apart deelproces opgenomen.<br>
−
Het is een apotheek, binnen bepaalde kaders, toegestaan om een andere PRK te kiezen voor de toedieningsafspraak dan is aangegeven in de medicatieafspraak gemaakt door een voorschrijver. Wanneer vervolgens alleen de toedieningsafspraak kan worden gecommuniceerd vanwege bijvoorbeeld een storing in het informatiesysteem bij de voorschrijver dan heeft een volgende voorschrijver alleen deze toedieningsafspraak met nieuwe PRK. De volgende voorschrijver gaat er dan waarschijnlijk vanuit dat deze PRK ook de PRK van de medicatieafspraak is. Een wijziging in de medicatieafspraak zal dan ook een stop-MA (zonder verwijzing naar originele MA) en een nieuwe medicatieafspraak op basis van deze PRK tot gevolg hebben. Dit betekent dat er twee medicatieafspraken met verschillende PRK's voorkomen onder dezelfde medicamenteuze behandeling. Deze twee medicatieafspraken blijven bestaan. (Het informatiesysteem van) de voorschrijver moet na uitval controleren of er wijzigingen zijn geweest en deze zo nodig doorvoeren (zie ook [[#Stoppen van medicatie door derden|paragraaf 4.1.26]]).<br>
+
Doordat MP9 bijdraagt aan de volledigheid van medicatiegegevens, kan betere medicatiebewaking worden uitgevoerd. Medicatiebewaking zelf valt buiten de scope van dit FO.<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.27.png|800px]]<br>
 
  
−
===Achteraf vastleggen medicatieafspraak===
+
In de paragrafen 5.1 t/m 5.5 worden de deelprocessen beschreven.<br>
−
In bijvoorbeeld spoedsituaties kan het voorkomen dat de medicatieafspraak pas wordt vastgelegd na het verstrekken of toedienen van de medicatie. Dit kan leiden tot conflicterende medicatieafspraken. Op basis hiervan moeten één of meerdere medicatieafspraken gestopt worden zodat er geen parallelle medicatieafspraken voorkomen. De enige uitzondering voor parallelle medicatieafspraken is beschreven in [[#Medicamenteuze behandeling|Paragraaf 1.3.3]].
+
Paragraaf 5.6 geeft uitleg over voorstelgegevens.<br>
 +
Paragraaf 5.7 bevat enkele aandachtspunten rond de klinische situatie.<br>
 +
In paragraaf 5.8 wordt de informatie met betrekking tot GDS-medicatie uit de voorgaande paragrafen op een rij gezet.
  
−
===Eenmalig gebruik===
+
De functionele beschrijving wordt geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Alle praktijkvoorbeelden zijn op een [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden|aparte overzichtspagina]] te vinden. Daarnaast zijn er aparte pagina’s met praktijkvoorbeelden per deelproces en voor GDS (Geneesmiddel Distributie Systeem):
−
Bij medicatie die eenmalig moet worden gebruikt wordt in de gebruiksperiode alleen een stopdatum opgenomen.
+
* [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/medicatieverificatie|Praktijkvoorbeelden Medicatieverificatie]]
−
Denk aan vaccinaties (bijv. tetanusprik) of de situatie waarin gezegd wordt neem dit eenmalig 3 weken voordat je op vakantie gaat. <br>
+
* [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/voorschrijven|Praktijkvoorbeelden Voorschrijven]]
−
[[Bestand:Uc4.1.30.png|800px]]<br>
+
* [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/ter_hand_stellen|Praktijkvoorbeelden Ter hand stellen]]
 +
* [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/toedienen|Praktijkvoorbeelden Toedienen]]
 +
* [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/gebruiken|Praktijkvoorbeelden Gebruiken]]
 +
* [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/GDS|Praktijkvoorbeelden GDS]]
 +
Sommige praktijkvoorbeelden zijn voor meerdere deelprocessen relevant, en zijn dus op verschillende pagina’s terug te vinden.
  
−
===Voorlopige en definitieve medicatieopdracht===
+
==<span class="anchor" id="Deelproces Medicatieverificatie"></span>Deelproces Medicatieverificatie==
−
In de kliniek schrijft de voorschrijver medicatie voor. Dit wordt vastgelegd in een voorlopige medicatieopdracht oftewel, in termen van deze informatiestandaard, de medicatieafspraak. De ziekenhuisapotheker verifieert deze opdracht en legt dit vast als definitieve medicatieopdracht oftewel, in termen van deze informatiestandaard, de toedieningsafspraak.  
+
Deze paragraaf beschrijft het proces van medicatieverificatie. Medicatieverificatie is het samen met (de vertegenwoordiger van) de patiënt vaststellen van het daadwerkelijke gebruik van medicatie door de patiënt. Ook andere informatie die van belang kan zijn voor dat gebruik (contra-indicaties, allergieën, ernstige bijwerkingen en laboratoriumwaarden) kan hierbij worden uitgevraagd. Doel is om optimaal inzicht te verkrijgen in het daadwerkelijke gebruik van medicatie door een patiënt, zodat goede zorg verleend kan worden. Op verschillende momenten in het zorgproces kan medicatieverificatie nodig of wenselijk zijn. Bijvoorbeeld voorafgaand aan voorschrijven, ter hand stellen of toedienen van medicatie, bij evaluatie van een behandeling, of bij de voorbereiding van een opname. Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/medicatieverificatie|Praktijkvoorbeelden Medicatieverificatie]].
−
Zie ook <ref name="MO"/>.
 
  
−
===Onterecht openstaande medicatie of 'weeskinderen'===
+
===Overzicht deelproces Medicatieverificatie===
−
In de overgangssituatie en in een situatie waarin niet elk XIS is aangesloten kunnen er medicatieafspraken zijn bij dezelfde behandeling die door verschillende informatiesystemen zijn vastgelegd onder verschillende medicamenteuze behandelingen. Deze medicatieafspraken wil je eigenlijk samenvoegen onder één medicamenteuze behandeling. Dit probleem dient in ieder geval opgelost te worden voor medicatie met een open stopdatum. Die medicatie kan namelijk onder een andere medicamenteuze behandeling zijn gestopt en daardoor open blijven staan en dus blijvend opgeleverd worden. Het betreft hier een ‘weeskind’ (dat wil zeggen: een bouwsteen die is vastgelegd, maar waarbij de zorgverlener op een gegeven moment geen actieve rol meer heeft en zijn informatiesysteem de bouwsteen dus blijft opleveren ook als deze elders al gestopt is). Voor medicatie met stopdatum, sterft dit probleem vanzelf uit en wordt geen koppelingsactie ondernomen.  
+
Met de transactie Raadplegen medicatiegegevens verzamelt de zorgverlener de beschikbare medicatiebouwstenen, inclusief eventuele MGB's die door de patiënt zijn vastgelegd. Na consolideren heeft de zorgverlener een overzicht van de medicatie van de patiënt.<br>
−
Wanneer bij medicatieverificatie of -beoordeling wordt geconstateerd dat medicatie onterecht nog open staat wordt er een stop-MA gemaakt onder dezelfde medicamenteuze behandeling. De originele voorschrijver wordt actief geïnformeerd over deze stop-MA en voorziet de medicatieafspraak in zijn eigen informatiesysteem van een stopdatum. Het zetten van de stopdatum kan, afhankelijk van de leverancier en wensen van de klant, automatisch of met tussenkomst van de voorschrijver gebeuren.
+
Daarnaast kan ook gebruik gemaakt worden van bronnen zoals:
−
Zie ook [[#Stoppen van medicatie door derden|paragraaf 4.1.24]] en [[#Wijzigen van andermans medicatieafspraak|paragraaf 4.1.37]]. <br>
+
* meegenomen medicatie
−
[[Bestand:Uc4.1.32.png|800px]]<br>
+
* telefonische informatie van de apotheker of huisarts van de patiënt
 +
De zorgverlener bespreekt deze informatie met de patiënt en kan de geverifieerde medicatie (inclusief zelfzorgmedicatie en medicatie uit het buitenland) met de bouwsteen MGB vastleggen.<br>
 +
De vastgelegde gegevens rond medicatiegebruik worden beschikbaar gesteld aan medebehandelaars en patiënt zodat deze de gegevens kunnen raadplegen.
  
−
===Ontbreken digitale medicatieafspraak bij opname===
+
===Uitkomsten van Medicatieverificatie===
−
Wanneer bij medicatieverificatie geen digitale medicatieafspraak beschikbaar is wordt een nieuwe medicamenteuze behandeling gestart met het vastleggen van medicatiegebruik. Wanneer dit gebruik gestopt moet worden, wordt vervolgens een stop-medicatieafspraak gemaakt onder deze zelfde medicamenteuze behandeling die verwijst naar het vastgelegde medicatiegebruik. <br>
+
====Hoe wordt een geneesmiddel gebruikt?====
−
[[Bestand:Uc4.1.33.png|800px]]<br>
+
Bij medicatieverificatie zijn voor elk geneesmiddel de volgende uitkomsten mogelijk:
 +
* Het geneesmiddel wordt gebruikt zoals afgesproken.
 +
* Het gebruik is niet zoals afgesproken. Voorbeelden:
 +
::– De patiënt gebruikt het geneesmiddel anders dan afgesproken, of wil dit gaan doen.
 +
::– De patiënt gebruikt een ander geneesmiddel dan bij de zorgverlener bekend is.
 +
* Onbekend of het gebruik is zoals afgesproken. Voorbeeld:
 +
::– De patiënt heeft in het buitenland medicatie voorgeschreven gekregen maar het voorschrift is niet meer beschikbaar.
  
−
Zo mogelijk worden oorspronkelijke voorschrijver (bijv. huisarts) en apotheek actief geïnformeerd over het stoppen van deze medicatie.
+
De zorgverlener kan deze bevindingen voor ieder geneesmiddel vastleggen met de bouwsteen MGB. In paragraaf 5.1.3 wordt dit verder toegelicht.<br>
  
−
===Eigen artikelen (90 miljoen nummers)===
+
Bij afwijkend gebruik kan een voorschrijver ook besluiten een nieuwe MA of MA met wijziging vast te leggen (zie [[#MA|paragraaf 5.2.2]]). Ziet de voorschrijver daar geen aanleiding toe, dan kan hij ook alleen een MGB vastleggen, eventueel met opmerking dat hij de patiënt heeft verzocht zich te houden aan de eerder gemaakte afspraken.<br>
−
Het is mogelijk om een 90 miljoen nummer uit te wisselen. Voorwaarde is dat binnen een organisatie een eenmaal aangemaakt 90 miljoen nummer nooit aangepast mag worden. Bij de uitwisseling zorgt de root oid (unieke technische identificatie van de organisatie) in combinatie met het 90 miljoen nummer ervoor dat deze uniek is ten opzichte van alle 90 miljoen nummers vanuit andere organisaties.<br>
+
Een zorgverlener kan bij afwijkend gebruik ook een VMA naar de voorschrijver sturen (zie [[#mp voorstelgegevens|paragraaf 5.6]]) en/of de patiënt aanraden de voorschrijver te informeren over het afwijkende gebruik.
−
De stoffen waaruit dit artikel bestaat worden als ingrediënten in de medicatieafspraak meegegeven (minimaal één ingrediënt) zoals dit ook het geval is bij magistralen.
 
  
−
===Dosering met minimum interval===
+
====Onterecht openstaande medicatie of 'weeskinderen'====
−
Medicatie kan voorgeschreven worden met een vast interval (bijvoorbeeld: elke 6 uur 2 tabletten). Het voorschrijven van medicatie met een minimum interval dient gedeeltelijk in vrije tekst te gebeuren.<br>
+
Tijdens verificatie kan ook blijken dat medicatie onterecht nog openstaat. In bepaalde situaties kan het voorkomen dat bouwstenen (MA’s, TA’s) onterecht actueel zijn gebleven, de zogenaamde ‘weeskinderen’. Voorbeelden:<br>
−
Bijvoorbeeld zo nodig maximaal 3x per dag, minimaal 6 uur tussen de innamemomenten:<br>
+
* In de hybride situatie is bij het samenvoegen van bouwstenen voor dezelfde medicatie iets niet goed gegaan.
−
Hierbij wordt ''zo nodig'' en ''maximaal 3x per dag'' op de standaard manier vastgelegd. Het onderdeel ''"minimaal 6 uur tussen de innamemomenten"'' wordt in vrije tekst als ''Aanvullende instructie'' vastgelegd. <br>
+
* Medicatie is gestopt in een ander systeem dan dat van de voorschrijver en dit systeem is niet (meer) beschikbaar voor het uitwisselen van bouwstenen. Hierdoor wordt de stop-MA niet opgeleverd en lijkt de oorspronkelijke MA dus nog actueel en geldig.<br>
−
<br>
+
Bij bouwstenen met {{fhir|eindDatumTijd}} is het probleem beperkt omdat die medicatie na de {{fhir|eindDatumTijd}} vanzelf niet meer actueel is. Bouwstenen zonder {{fhir|eindDatumTijd}} zouden zonder ingrijpen wel blijvend actueel en geldig lijken. Tijdens medicatieverificatie kunnen dergelijke ‘weeskinderen’ gesignaleerd worden. De zorgverlener moet dit corrigeren met een stop-bouwsteen. De stop-bouwsteen wordt zo mogelijk verstuurd naar de zorgverlener die de oorspronkelijke bouwsteen heeft vastgelegd.
−
[[Bestand:Uc4.1.35.png|800px]]
 
  
−
===Verstrekkingsverzoek met aantal herhalingen===
+
===Aanwijzingen voor invulling bouwsteen medicatiegebruik===
−
De voorschrijver maakt een verstrekkingsverzoek bij een medicatieafspraak waarin zij het aantal herhalingen invult.
+
Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR index}} is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden. Onderstaande tabel laat voor een aantal data-elementen zien hoe deze in verschillende situaties moeten worden ingevuld.<br>
−
Hiermee geeft de voorschrijver bij de verstrekker aan dat deze additionele verstrekkingen mag doen.
 
  
−
Het aantal herhalingen in combinatie met de te verstrekken hoeveelheid resulteert in: (Aantal herhalingen + 1) x te verstrekken hoeveelheid.
+
De zorgverlener die de verificatie uitvoert is de {{fhir|Auteur}} van de bouwsteen. In {{fhir|Informant}} kan de bron van de betreffende informatie aangegeven worden, bijvoorbeeld de patiënt, een zorgverlener of een andere betrokkene. In {{fhir|RelatieMedicatieafspraak}} of {{fhir|RelatieToedieningsafspraak}} wordt verwezen naar de MA óf TA die de referentie is geweest voor het opgeven van dit gebruik.
−
In geval van "Aantal herhalingen = 3" en "Te verstrekken hoeveelheid = 30 stuks", mag de verstrekker 4 maal 30 stuks verstrekken (in totaal 120 stuks).
+
<section begin=tabel medicatiegebruik/>
 +
{| class="wikitable"
 +
! style="width: 17%;" rowspan="2"|Situatie !! style="width: 1%;" rowspan="2"|Gebruik Indicator !! style="width: 1%;" rowspan="2"|VolgensAfspraak Indicator !! style="width: 1%;" rowspan="2"|Medicatiegebruik StopType !! style="width: 42,5%;" colspan="3"|Gebruiksperiode (maximaal 2 van 3 invullen) !! style="width: 14%;" rowspan="2"|Doseerinstructie
 +
|-
 +
! style="text-align:center;"|startDatumTijd || style="text-align:center;"|tijdsDuur || style="text-align:center;"| eindDatumTijd
 +
|-
 +
| style="text-align:center;" colspan="8"|<big>Medicatie is/wordt in Gebruiksperiode gebruikt</big>
 +
|-
 +
| rowspan="2"|'''Dit is volgens afspraak''' || style="text-align:center;" rowspan="2"|ja || style="text-align:center;" rowspan="2"|ja || style="text-align:center;" rowspan="2"|leeg laten || style="text-align:center;" colspan="3"|invullen conform MA of TA || rowspan="2"|invullen conform MA of TA
 +
|-
 +
| datum/tijd waarop gebruik gestart is of zal starten || (beoogde) duur van het gebruik || datum/tijd waarop gebruik geëindigd is of zal eindigen
 +
|-
 +
| '''Dit is niet volgens afspraak''' || style="text-align:center;"|ja || style="text-align:center;"|nee || style="text-align:center;"|leeg laten || datum/tijd waarop afwijkend gebruik gestart is of zal starten || (beoogde) duur van het afwijkende gebruik || datum/tijd waarop afwijkend gebruik geëindigd is of zal eindigen || daadwerkelijk gebruikte dosering moet ingevuld worden
 +
|-
 +
| '''Er is geen afspraak (zelfzorgmedicatie) / onbekend of dit volgens afspraak is''' || style="text-align:center;"|ja || style="text-align:center;"|leeg laten || style="text-align:center;"|leeg laten || datum/tijd waarop gebruik gestart is of zal starten || (beoogde) duur van het gebruik || datum/tijd waarop gebruik geëindigd is of zal eindigen || dosering die patiënt met zichzelf heeft afgesproken moet ingevuld worden
 +
|-
 +
| style="text-align:center;" colspan="8"|<big>Medicatie is/wordt in Gebruiksperiode niet gebruikt</big>
 +
|-
 +
| '''Dit is volgens afspraak''' || style="text-align:center;"|nee || style="text-align:center;"|ja || style="text-align:center;"|leeg laten of invullen conform stop-afspraak || datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt || n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken || n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden || leeg laten er is geen sprake van een dosering
 +
|-
 +
| '''Dit is niet volgens afspraak''' || style="text-align:center;"|nee || style="text-align:center;"|nee || style="text-align:center;"|stopgezet / onderbroken || datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt || n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken || n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden || leeg laten er is geen sprake van een dosering
 +
|-
 +
| '''Er is geen afspraak (zelfzorgmedicatie) / onbekend of dit volgens afspraak is''' || style="text-align:center;"|nee || style="text-align:center;"|leeg laten || style="text-align:center;"|stopgezet / onderbroken || datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt || n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken || n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden || leeg laten er is geen sprake van een dosering
 +
|}
 +
<section end=tabel medicatiegebruik/>
  
−
Het aantal herhalingen in combinatie met de verbruiksperiode duur resulteert in: (Aantal herhalingen + 1) x verbruiksperiode duur.
+
===Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Medicatieverificatie===
−
De te verstrekken hoeveelheid is hierbij afhankelijk van de dosering.
+
Tijdens het deelproces Medicatieverificatie kunnen diverse vormen van informatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.
−
In geval van "Dosering = 3x per dag 2 stuks", "Aantal herhalingen = 3" en "Verbruiksperiode duur = 30 dagen", mag de verstrekker 4 maal (6 stuks per dag x 30 dagen=) 180 stuks verstrekken (in totaal 720 stuks). <br>
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.36.png|800px]]
 
  
−
===Voorschrijven van niet geneesmiddelen (verbandmiddelen, krukken of andere hulpmiddelen)===
+
{| class="wikitable"
−
Niet geneesmiddelen kunnen vanuit de G-standaard voorgeschreven worden op HPK niveau.  
+
! style="text-align:left;"|type informatieoverdracht !! style="text-align:left;"|systeemrol !! systeemrolcode
−
Dit kan bijvoorbeeld een inhalator (Aerochamber, HPK 1915185) als hulpmiddel voor voorgeschreven aerosolen zijn.
+
|-
−
Niet geneesmiddelen zijn niet van toepassing voor het medicatieoverzicht of medicatiebewaking.
+
| De zorgverlener raadpleegt de beschikbare medicatiegegevens.
−
 
+
|| MedicatieGegevensRaadplegend
−
===Nierfunctiewaarde sturen met het voorschrift ===
+
|| MP-MGR
 +
|-
 +
| Het informatiesysteem van de zorgverlener levert in respons op raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op.
 +
|| MedicatieGegevensBeschikbaarstellend
 +
|| MP-MGB
 +
|-
 +
| De zorgverlener kan de vastgelegde medicatiegegevens versturen naar  zorgverleners.  
 +
| MedicatieGegevensSturend
 +
|| MP-MGS
 +
|-
 +
|}
  
−
'''A) Nierfunctiewaarde met een nieuw voorschrift:''' <br>
+
Zorgverleners die medicatieverificatie uitvoeren kunnen van verschillende informatiesystemen gebruik maken. Zie [[#systeem|paragraaf 3.2.3]] voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.
−
Ter preventie van een beroerte krijgt een patiënt (man, 65 jaar) voor het eerst Dabigatran voorgeschreven.
 
−
De patiënt heeft een verminderde nierfunctie en de voorschrijver heeft een recente nierfunctiewaarde beschikbaar.
 
−
Op basis van deze nierfunctiewaarde wijkt de voorschrijver af van de standaard dosering en maakt een medicatieafspraak aan met een lagere dosering van Dabigatran 2x daags 1 capsule van 110 mg vanaf 15 januari 2020.
 
−
De voorschrijver maakt ook een verstrekkingsverzoek en stuurt het voorschrift (medicatieafspraak, verstrekkingsverzoek) met de laboratoriumuitslag nierfunctiewaarde aan de apotheker.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.38A.PNG|800px]]
 
  
−
'''B) Nierfunctiewaarde reden voor een wijziging:''' <br>
+
==Deelproces Voorschrijven==
−
Een man van 70 jaar heeft enkele dagen geleden 3x daags 1 tablet metformine 500 mg voorgeschreven gekregen (medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek). De arts heeft tegelijkertijd een bloed onderzoek in gang gezet om de nierfunctiewaarde te bepalen van de patiënt. De waarde was nog niet bekend op het moment van voorschrijven.<br>
+
Deze paragraaf beschrijft het proces van voorschrijven. De rol van voorschrijver mag worden uitgevoerd door iedereen met een voorschrijfbevoegdheid volgens de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|wet}}. Daarnaast mag een voorschrijver deze taak delegeren aan andere zorgverleners zonder eigen voorschrijfbevoegdheid. Dit mag alleen binnen de voorwaarden in de wet en binnen de afspraken in de betreffende zorgorganisatie.<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.38B1.PNG|800px]]
+
Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/voorschrijven|Praktijkvoorbeelden Voorschrijven]].
  
−
Uit het onderzoek blijkt dat de nierfunctie verminderd is en reden geeft tot aanpassing van de medicatieafspraak.
+
===Overzicht deelproces Voorschrijven===
−
De voorschrijver past de dosering op 17 januari 2020 aan naar 2x daags 1 tablet metformine 500 mg en bespreekt dit met de patiënt.
+
====Voorschrijfproces algemeen====
−
Het nieuwe voorschrift (de 'technische' stop-medicatieafspraak, nieuwe medicatieafspraak) wordt met de laboratoriumuitslag nierfunctiewaarde door de voorschrijver aan de apotheek gestuurd.
 
−
Omdat de patiënt de medicatie al had opgehaald en daardoor voldoende voorraad heeft, wordt er geen nieuw verstrekkingsverzoek meegestuurd.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.38B2.PNG|800px]]
 
  
−
'''C) Nierfunctiewaarde van toepassing vanwege geneesmiddel:''' <br>
+
'''Starten voorschrijfproces'''<br>
−
Patiënte krijgt vanwege een blaasontsteking Nitrofurantoine 100 mg, 2x daags 1 capsule voorgeschreven als kuur van 5 dagen en moet meteen starten op 6 januari 2020. Bij dit geneesmiddel moet de nierfunctie waarde (indien bekend en niet ouder dan 13 maanden) meegestuurd worden. De voorschrijver heeft voor deze patiënte een nierfunctie waarde beschikbaar, welke echter geen aanleiding geeft tot een aangepaste dosering.
+
Het voorschrijfproces kan starten tijdens een consult of naar aanleiding van een voorstel van een andere zorgverlener of de patiënt met betrekking tot diens medicamenteuze behandeling. Zie [[#mp voorstelgegevens|paragraaf 5.6]] voor uitleg over voorstelgegevens.<br>
−
De voorschrijver stuurt het voorschrift (medicatieafspraak, verstrekkingsverzoek) met de laboratoriumuitslag nierfunctiewaardenaar de apotheker.<br>
+
De voorschrijver evalueert de situatie van de patiënt, waaronder diens medicamenteuze behandeling. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van een overzicht van medicatiegegevens (zie [[#consolideren|hoofdstuk 4)]].<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.38C.PNG|800px]]
 
  
−
===Annuleren eerder verstuurd voorschrift ===
+
'''Mogelijke acties bij voorschrijven'''<br>
−
Patiënt komt 's ochtends bij huisarts in verband met maagklachten. De huisarts schrijft pantoprazol voor en stuurt het voorschrift (MA + VV1) naar de voorkeursapotheek zoals bij de huisarts bekend is. Patiënt belt ’s middags op dat hij de medicatie nog niet heeft opgehaald en dat hij dit graag bij een andere apotheek wil doen i.v.m. een recente verhuizing, maar dat hij dit ’s ochtends is vergeten aan te geven. De huisarts stuurt de apotheek waar het eerdere voorschrift naartoe is gestuurd opnieuw het voorschrift, maar waarbij het VV de geannuleerd indicator bevat (MA + VV1”geannuleerd”), zodat de apotheker weet dat hij op dit voorschrift niet moet verstrekken.
+
Vervolgens besluit de voorschrijver om medicatie te starten, continueren, stoppen of wijzigen. Hierbij kunnen de volgende medicatiebouwstenen vastgelegd worden:
−
Daarna stuurt de voorschrijver een nieuw voorschrift (MA + VV2) naar de nieuwe apotheek van de patiënt. De patiënt kan de medicatie daar ophalen.<br>
+
* MA voor het vastleggen van de therapeutische intentie van de voorschrijver.
−
In medicatiebouwstenen ziet dit er als volgt uit:<br>
+
* WDS voor het specificeren van het doseerschema bij geneesmiddelen met wisselende dosering (bijvoorbeeld antistollingsmedicatie).
−
[[Bestand:Uc4.1.39A.png|800px]] <br>
+
* VV voor de logistieke verwerking van de voorgeschreven medicatie.
−
De transacties zien er zo uit:<br>
+
Dit wordt per bouwsteen verder uitgewerkt in de paragrafen 5.2.2 t/m 5.2.4.<br>
−
[[Bestand:Uc4.1.39B.png|600px]]<br>
+
Paragraaf 5.2.5 bevat aanwijzingen voor de invulling van de bouwstenen MA en VV in specifieke situaties.<br>
−
 
 
−
===Wijzigen van andermans medicatieafspraak ===
 
−
Een patiënt slikt een keer per dag 40 mg Lisinopril in verband met hypertensie. Deze medicatieafspraak is eerder door de huisarts met de patiënt gemaakt. De patiënt komt binnen op de spoedeisende hulp in verband met een val door duizeligheid. De specialist constateert hypotensie en besluit om de dosering van de Lisinopril te verlagen naar een keer per dag 20 mg. Hierop stopt de specialist de huidige MA, en start de nieuwe MA met een lagere dosering. Hiermee wijzigt hij de medicatieafspraak met de patiënt. De specialist informeert de oorspronkelijke voorschrijver(de huisarts) hierover met een stop-MA en de nieuwe MA.
 
−
De zorgverlener van de originele medicatieafspraak past de stopdatum aan in de bestaande medicatieafspraak. Dit kan desgewenst ook geautomatiseerd worden door het informatiesysteem. Hiermee wordt voorkomen dat na verloop van tijd de tweede zorgverlener geen gegevens meer hoeft op te leveren omdat de oplevertermijn is verstreken (ook geen stop-MA) terwijl de zorgverlener van de originele medicatieafspraak deze onterecht (zonder stopdatum) wel blijft opleveren.
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.1.40.PNG|800px]]
 
−
<br>
 
−
===Opstarten van een wisselend doseerschema ===
 
−
De voorschrijver schrijft bij een patiënt antistollingsmedicatie voor en geeft in de MA aan dat de medicatie gebruikt wordt volgens het schema van de trombosedienst. De voorschrijver stuurt een VV naar de apotheker en de patiënt wordt aangemeld bij de trombosedienst. Om de periode tot de trombosezorg betrokken is te overbruggen, maakt de voorschrijver een wisselend doseerschema aan voor de eerste periode. Na de aanmelding stelt de trombosedienst een doseerschema op dat het schema van de voorschrijver overschrijft of opvolgt. Vanaf dit moment neemt de trombosedienst de doseerschema’s over van de oorspronkelijke voorschrijver.
 
  
−
[[Bestand:Opstarten wisselend doseerschema.png|800px]]
+
'''Gegevens uitwisselen'''<br>
 +
De voorschrijver stuurt de (stop-)MA met of zonder VV met de transactie Sturen medicatievoorschrift naar de verstrekker. Zo nodig kan een WDS, informatie over lengte of gewicht, of nierfunctiewaarde van de patiënt meegestuurd worden. De vastgelegde gegevens worden ook beschikbaar gesteld. De informatieoverdracht wordt in paragraaf 5.2.6 verder behandeld.<br>
 +
Tijdens het voorschrijfproces wordt medicatiebewaking uitgevoerd; de uitwerking hiervan is buiten scope van dit FO.
  
−
===Tussentijds wijzigen wisselend doseerschema ===
+
====Enkele specifieke situaties====
−
Het kan nodig zijn om het doseerschema uit een WDS te herzien voor de stopdatum uit het schema. Bijvoorbeeld wanneer de patiënt onverwacht een kleine ingreep moet ondergaan. In dit geval stopt de voorschrijver het lopende WDS met een technische stop (niet zichtbaar voor de gebruiker) en maakt de voorschrijver een nieuw WDS aan met enkele 0-doseringen de dagen voorafgaand aan de ingreep. De MA loopt in de tussentijd gewoon door.
+
<u>Dienstwaarneming door huisartsenpost (HAP)</u><br>
−
[[Bestand:Uc_Tussentijds_wijzigen_WDS.png|800px]]
+
Een huisartsenpost (HAP) werkt in opdracht van de vaste huisarts. De dienstwaarneming volgt in principe het generieke proces van voorschrijven. Ook de HAP kan medicatie starten, continueren, wijzigen en stoppen. De HAP zal zo nodig ook de bijbehorende verstrekkingsverzoeken doen.
 +
Als aanvulling op dit proces kan de HAP-voorschrijver gebruik maken van het data-element {{fhir|VolgendeBehandelaar}} (zie [[#vb|paragraaf 5.2.5.1.7]]).<br>
  
−
===Stoppen medicatie met een wisselend doseerschema ===
+
<section begin=specifieke situaties voorschrijven /><u>Medicatieproces in de klinische situatie</u><br>
−
Wanneer de patiënt (tijdelijk) helemaal moet stoppen met het gebruik van antistollingsmedicatie, wordt dit vastgelegd op het niveau van de MA. De trombosearts maakt dan een stop-MA aan. Daarmee wordt ook het onderliggende WDS en de bijbehorende TA gestopt. De originele voorschrijver verwerkt de stopdatum ook in zijn MA.
+
Het medicatieproces in de klinische situatie wordt apart behandeld in [[#mp klinische situatie|paragraaf 5.7]].<br>
−
Als de antistollingsmedicatie na een aantal maanden weer opgestart moet worden, doet de oorspronkelijke voorschrijver van de antistollingsmedicatie dit door het proces van het opstarten van een WDS te volgen. Dus door een nieuwe MA te maken en een eerste WDS (zie de use case [[#Opstarten van een wisselend doseerschema|opstarten van een wisselend doseerschema]]).  
 
−
[[Bestand:Uc_Stoppen_WDS.png|800px]]
 
  
−
==Use cases Ter hand stellen==
+
<u>Medicatie op toedienlijst</u><br>
 +
Bij sommige patiënten staat medicatie op een toedienlijst (toedienpatiënten). Deze medicatie kan door een toediener, of door de patiënt zelf toegediend worden. De gegevens die nodig zijn voor het genereren van een toedienlijst  kunnen door de voorschrijver in MA of WDS worden vastgelegd en/of door de verstrekker in de TA<section end=specifieke situaties voorschrijven /> (zie [[#aanwijzingen bouwstenen voorschrijven|paragraaf 5.2.5]] en [[#Toedienlijsten|paragraaf 5.4.2]]).
  
−
===Nieuwe medicatieafspraak, medicatieverstrekking zelfde product===
+
===<span class="anchor" id="MA"></span>Medicatieafspraak===
−
De patiënt is op 27 januari 2013 bij de apotheker om medicatie af te halen. De apotheker opent het dossier van de patiënt en verifieert het medicatiedossier. Het betreft een nieuwe medicatieafspraak voor deze patiënt. De relevante informatie van de voorschrijvende arts is weergegeven op het scherm van de apotheker:<br>
+
De MA is de therapeutische bouwsteen in een voorschrift. Hierin legt de voorschrijver vast wat er met de patiënt is afgesproken over het betreffende geneesmiddel. De MA geeft de therapeutische intentie van de voorschrijver weer.<br>
−
Medicatieafspraak: ''Nitrofurantoïne capsule mga 100 mg, 2 maal daags 1 capsule, vanaf heden gedurende 5 dagen.'' <br>
 
−
Verstrekkingsverzoek: ''Nitrofurantoïne capsule mga 100 mg; 10 stuks.''
 
  
−
De apotheker kiest een product op basis van de medicatieafspraak en andere factoren (zoals bijvoorbeeld de voorraad van de apotheker, preferentiebeleid zorgverzekeraar): <br>
+
Op hoofdlijnen kan een voorschrijver een eerste MA maken binnen een nieuwe MBH, of een bestaande MA continueren, stoppen, wijzigen of tijdelijk onderbreken. Dit wordt in paragraaf 5.2.2.1 t/m 5.2.2.4 uitgewerkt. Zie ook [[#stoppen en wijzigen|paragraaf 2.4.3]] voor uitleg over werkwijze bij stoppen en wijzigen.<br>
−
''FURABID CAPSULE MGA 100 MG''<br>
 
−
De apotheker voert medicatiebewaking uit met behulp van het informatiesysteem, er zijn geen signalen.<br>
 
−
De apotheker voert farmaceutische zorg (therapietrouw, voorlichting, etcetera) uit en spreekt met de patiënt af hoe zij de medicatie zal gebruiken. Deze toedieningsafspraak op 27 januari 2013 luidt: <br>
 
−
''FURABID CAPSULE MGA 100 MG; 2 maal daags 1 capsule; vanaf heden gedurende 5 dagen.''
 
−
De apotheker verstrekt de medicatie aan de patiënt: <br>
 
−
''op 27 januari 2013, FURABID CAPSULE MGA 100 MG; 10 stuks.''
 
−
De apotheker informeert de voorschrijvende arts actief over de toedieningsafspraak en de medicatieverstrekking. <br>
 
−
Het informatiesysteem van de apotheker maakt de nieuwe toedieningsafspraak en medicatieverstrekking beschikbaar voor de medebehandelaars van deze patiënt.<br>
 
 
<br>
 
<br>
−
[[Bestand:Uc4.2.1.PNG|800px]]
+
<section begin=gebruiksperiode voorschrijven />In de {{fhir|Gebruiksperiode}} wordt de beoogde duur van de medicatie vastgelegd:
−
 
+
* Medicatie voor onbepaalde duur: hierbij wordt alleen {{fhir|startDatumTijd}} ingevuld, zonder {{fhir|tijdsDuur}} of {{fhir|eindDatumTijd}}.
−
===Nieuwe medicatieafspraak, nadere specificering product===
+
* Medicatie voor bepaalde duur: 2 van de 3 data-elementen moeten worden ingevuld. Dit is ook het geval bij medicatie voor eenmalig gebruik.
−
Het verschil bij het specificeren van het product is dat de afspraak over toediening en ook de medicatieverstrekking afwijkt van de afspraak die de patiënt met de voorschrijvende arts heeft gemaakt. Verder is het proces hetzelfde als beschreven in de voorgaande paragraaf.
+
* Als er een {{fhir|eindDatumTijd}} wordt vermeld, is het meegeven van de tijd altijd verplicht. Dit is om verwarring te voorkomen tussen 'tot' en 'tot en met'. In geval van een 'tot en met' datum (dus bij een gehele dag) is tijdstip 23:59:59 van toepassing.<section end=gebruiksperiode voorschrijven />
−
 
 
−
<u>'''Voorbeeld'''</u><br>
 
−
Medicatieafspraak: ''Nitrofurantoïne capsule mga <u>100 mg</u>, 2 maal daags 1 capsule, vanaf heden gedurende 5 dagen.'' <br><br>
 
−
 
 
−
De apotheker specificeert een ander product:  
 
−
:''Nitrofurantoïne MC Actavis capsule <u>50</u> mg.''
 
−
De apotheker spreekt met de patiënt af hoe zij de medicatie zal gebruiken. Deze toedieningsafspraak op 27 januari 2013 luidt:
 
−
:''Nitrofurantoïne MC Actavis capsule 50 mg; <u>4</u> maal daags 1 capsule; vanaf heden gedurende 5 dagen.''
 
−
De apotheker verstrekt de medicatie aan de patiënt:
 
−
:''op 27 januari 2013, Nitrofurantoïne MC Actavis capsule <u>50</u> mg; <u>20</u> stuks.''<br>
 
 
<br>
 
<br>
−
[[Bestand:Uc4.2.2.PNG|800px]]
+
In paragraaf 5.2.5.1 wordt voor een aantal data-elementen toegelicht hoe deze in bepaalde situaties moeten worden ingevuld.
 +
====Starten medicatie====
 +
Een eerste MA vormt doorgaans de start van een MBH. Soms kan een MBH ook beginnen met een andere therapeutische bouwsteen. Voorbeelden:
 +
* MTD in situaties waarbij acute toediening van een geneesmiddel nodig is.
 +
* TA als de verstrekker (nog) niet de beschikking heeft over de digitale MA, bijvoorbeeld in de hybride situatie.
 +
* Door de patiënt vastgelegde MGB.
 +
In dergelijke gevallen kan de eerste MA in een MBH volgen na de vastlegging van de andere bouwsteen. Ook dan is de MA altijd leidend voor het weergeven van de therapeutische intentie van de voorschrijver.<br>
  
−
===Bestaande toedieningsafspraak voldoet===
+
Een MA kan gemaakt worden om direct in te gaan maar kan ook vooruit gepland worden, met start in de toekomst (TMA). Deze TMA heeft een {{fhir|startDatumTijd}} die later ligt dan de datum waarop de afspraak gemaakt is.
−
Het proces van het doen van een nieuwe medicatieverstrekking op basis van een bestaande medicatieafspraak, evt. bestaand verstrekkingsverzoek én toedieningsafspraak komt voor bij herhalen en is beschreven in paragraaf [[#Knippen van recept|4.2.10]], situatie 2.
 
  
−
===Medicatieafspraak gewenst (Informeren voorschrijver)===
+
====<span class="anchor" id="Continueren medicatie"></span>Continueren medicatie====
−
<u>'''Voorbeeld 1 - dosering aanpassen:'''</u><br>
+
Voorbeelden van continueren van medicatie zijn:
−
De apotheker voert bij een patiënt van 70 jaar met creatinineklaring 45 ml/min een toedieningsafspraak in voor gabapentine tablet 600 mg 3x per dag 1 tablet. In de apotheek is de nierfunctie vastgelegd in het patiëntendossier, en op basis daarvan verschijnt er een signaal dat de maximale dosering 900 mg per dag is. De apotheker stuurt een voorstel medicatieafspraak met een aangepaste dosering van 300 mg 3x per dag en de reden voor dit voorstel (maximale dosering overschreden) naar de voorschrijver. De voorschrijver ontvangt het voorstel medicatieafspraak in zijn EVS. Hierop verstuurt de voorschrijver een aangepaste medicatieafspraak en optioneel een antwoord voorstel medicatieafspraak terug naar de apotheker. <br>
+
*Herhaalmedicatie; er is alleen een nieuw VV nodig bij bestaande MA.
−
[[Bestand:Uc4.2.4.1.png|800px]]<br>
+
*Bij opname in een instelling waarbij de thuismedicatie wordt doorgebruikt.
 +
In deze beide gevallen hoeft de bestaande MA niet aangepast te worden, tenzij de {{fhir|eindDatumTijd}} van de MA verstreken is. In dat geval moet er een nieuwe MA worden vastgelegd.<br>
 +
<u>'''NB'''</u>: Het voortzetten van een behandeling met een middel met een andere PRK valt niet onder continueren, maar onder wijzigen
 +
(zie [[#Wijzigen medicatie|paragraaf 5.2.2.4]]).
  
−
<u>'''Voorbeeld 2 – geneesmiddel tijdelijk stoppen:'''</u><br>
+
====<span class="anchor" id="Stoppen medicatie"></span>Stoppen medicatie====
−
De apotheker voert bij een patiënt van 50 jaar met een kuur fluconazol oraal in de actuele medicatie, een toedieningsafspraak in voor simvastatine. Er verschijnt een melding met het advies om te overwegen simvastatine tijdelijk te stoppen. De apotheker kan een voorstel medicatieafspraak voor het stoppen van simvastatine maken (stoptype 'tijdelijk'). Voor verdere stappen zie voorbeeld 1. <br>
+
Een MA waarin meteen al een {{fhir|eindDatumTijd}} is vastgelegd, bijvoorbeeld voor een kuur, stopt vanzelf op die datum. Hierbij is geen stop-MA nodig.<br>
−
[[Bestand:Uc4.2.4.2.png|800px]]<br>
+
Als de medicatie eerder gestopt moet worden, of als een MA geen {{fhir|eindDatumTijd}} heeft, moet er een stop-MA binnen dezelfde MBH worden vastgelegd. De stop-MA bevat de volgende nieuwe gegevens:
 +
{| class="wikitable"
 +
! style="text-align:left;"| data-element  in dataset !! style="text-align:left;"| uitleg
 +
|-
 +
| eindDatumTijd || De datum waarop de MA eindigt. Deze einddatum kan ook in de toekomst liggen.
 +
|-
 +
| Voorschrijver || Naam van de zorgverlener die de stop-MA maakt.
 +
|-
 +
| RegistratieDatumTijd || Datum en tijd waarop de stop-MA wordt vastgelegd.
 +
|-
 +
| MedicatieafspraakStopType || ‘stopgezet’
 +
|-
 +
| RelatieMedicatieafspraak || Relatie naar de MA die gestopt wordt. Een stop-MA moet deze relatie bevatten, tenzij er geen MA beschikbaar is in de MBH om naar te verwijzen. Als de MBH alleen TA(‘s) en/of MGB(‘s) bevat, moet de voorschrijver deze kunnen stoppen met een stop-MA zonder RelatieMedicatieafspraak. De stop-MA krijgt in dat geval ook geen relatie naar een TA of MGB.
 +
|-
 +
| RedenWijzigenOfStaken || Reden voor stoppen van de MA. In de ambulante situatie is invullen verplicht. In de klinische situatie hoeft dit alleen ingevuld te worden indien relevant voor uitwisseling in de keten.
 +
|}
  
−
<u>'''Voorbeeld 3 – geneesmiddel toevoegen:'''</u><br>
+
Uit de MA waarnaar verwezen wordt moet de overige beschikbare informatie worden overgenomen, in ieder geval de volgende elementen:
−
De apotheker voert bij een vrouw van 55 jaar een toedieningsafspraak in voor prednison 10 mg per dag gedurende 3 maanden. De patiënt gebruikt geen osteoporoseprofylaxe. Er verschijnt een melding met het advies om een bisfosfonaat toe te voegen en na te gaan of de patiënt calcium en vitamine D gebruikt. Wanneer de patiënt deze middelen niet gebruikt kan de apotheker een voorstel medicatieafspraak voor deze middelen maken. Voor verdere stappen zie voorbeeld 1. <br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.4.3.png|800px]]<br>
 
  
−
LET OP: het zal van de situatie afhangen of het zinvol is geautomatiseerd een voorstel voor aanpassing/toevoeging van een MA te doen. Als het advies complex is, kan het nog steeds zinvol zijn om te bellen en te overleggen, i.p.v. een digitaal voorstel te sturen.<br>
+
{| class="wikitable"
−
De voorstel medicatieafspraak kan de voorschrijver helpen deze wijziging in de registratie door te voeren. Dit laatste is van belang wanneer medicatieafspraken worden geraadpleegd zoals in de dienstwaarneming huisartsen.
+
! style="text-align:left;"| data-element in dataset !! style="text-align:left;"| uitleg
 +
|-
 +
| startDatumTijd || De oorspronkelijke startdatum.
 +
|-
 +
| AfgesprokenGeneesmiddel || Het afgesproken geneesmiddel. In geval van magistralen of ingrediënten hoeven 90 miljoen-nummers niet overgenomen te worden.
 +
|-
 +
| Gebruiksinstructie || De oorspronkelijke gebruiksinstructie. Het onderdeel AanvullendeInstructie hoeft niet te worden overgenomen aangezien wijze van gebruik bij een stop-MA niet meer relevant is.
 +
|}
 +
De MA kan per direct gestopt worden met {{fhir|eindDatumTijd}} vandaag.<br>
 +
De MA kan ook gestopt worden met een {{fhir|eindDatumTijd}} in de toekomst. Als de voorschrijver de {{fhir|Gebruiksperiode}} daarna alsnog verder wil inkorten, wordt een tweede stop-MA aangemaakt. Deze tweede stop-MA verwijst naar de meest recente MA, in dit geval de eerste stop-MA.<br>
  
−
===Aanschrijven en verstrekken===
+
Het vastleggen van een stop-MA leidt tot het stoppen van de bijbehorende WDS’en en TA’s. Daarbij moet voor de TA’s nog een stop-TA worden vastgelegd. Voor het WDS is geen stop-WDS nodig.
−
Wanneer een medicatieafspraak met verstrekkingsverzoek bij de apotheek binnen komt wordt deze verwerkt in het apotheek informatiesysteem tot een voorgenomen uitgifte. Dit wordt het moment van aanschrijven genoemd, welke als aanschrijfdatum in de medicatieverstrekking wordt vastgelegd. De verstrekkingsdatum wordt gevuld bij afhalen of overhandigen. De apotheker informeert de voorschrijver over de afhandeling van het voorschrift (toedieningsafspraak en/of medicatieverstrekking).  
 
  
−
Het is mogelijk om meerdere verstrekkingen onder dezelfde TA aan te maken:
+
======<span class="anchor" id="stoppen MA andere voorschrijver"></span>Stoppen medicatieafspraak door andere voorschrijver======
−
*Er komt een verstrekkingsverzoek binnen met een medicatieafspraak met een gebruiksperiode van een jaar.
+
Een MA kan door de voorschrijver zelf gestopt worden maar ook door een andere voorschrijver. Wanneer een voorschrijver medicatie stopt maakt hij een stop-MA, ook bij het stoppen van een MA van een ander. De stop-MA wordt naar de zorgverlener die de gestopte MA heeft gemaakt gestuurd (transactie Sturen medicatiegegevens).<br>De stop-MA moet ook naar de verstrekker gestuurd worden. De voorschrijver kan deze vinden door het raadplegen van de bij de MA horende TA’s (transactie Raadplegen medicatiegegevens). Hij verstuurt vervolgens de stop-MA naar de verstrekker met een actuele TA (transactie Sturen medicatievoorschrift).
−
*Er vindt een eerste verstrekking plaats met een nieuwe TA en een medicatieverstrekking welke voldoende is voor bijvoorbeeld een periode van 4 maanden.
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.5a.PNG|800px]]
 
−
<br>
 
−
*De tweede verstrekking wordt op basis van de bestaande medicatieafspraak, verstrekkingsverzoek en toedieningsafspraak uitgevoerd (er is geen nieuw voorschrift of een nieuwe toedieningsafspraak nodig). De nieuwe tweede medicatieverstrekking (met nieuwe aanschrijfdatum en de reeds bestaande bijbehorende toedieningsafspraak) wordt verstuurd naar de voorschrijver wanneer de verstrekkingsdatum geregistreerd is.
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.5b.PNG|800px]]
 
−
 
 
−
===Patiënt vraagt herhaalrecept via arts (reactief herhalen)===
 
−
Een arts heeft eerder hypertensie geconstateerd bij een patiënt (57 jaar) en heeft de patiënt hiervoor medicatie voorgeschreven. De patiënt gebruikt deze medicatie en de medicatie raakt op. De patiënt doet een verzoek om de medicatie te herhalen via bijvoorbeeld de herhaallijn, telefonisch, per e-mail aan de praktijk, balie/doosjes, website, app of portaal van de arts. De arts geeft toestemming voor herhaling. Dit leidt tot een nieuw verstrekkingsverzoek. <br>
 
−
<u>Bijvoorbeeld:</u>
 
−
:De huisarts doet, in het kader van de medicatieafspraak van 30 maart 2010:
 
−
:''Nifedipine mga 30 mg; 1 maal daags 1 tablet vanaf 30 maart 2010 tot <u>voor onbepaalde duur</u>''
 
−
:op 13 april 2013 een verstrekkingsverzoek aan een apotheker naar keuze van de patiënt:
 
−
:''Nifedipine tablet mga 30 mg; ‘voor drie maanden’.''
 
−
In overleg met de patiënt kan de voorschrijver het verstrekkingsverzoek met de bijbehorende medicatieafspraken als opdracht versturen naar de apotheker naar keuze van de patiënt. Daarnaast stelt de voorschrijver het nieuwe verstrekkingsverzoek beschikbaar aan medebehandelaars en patiënt. De bestaande medicatieafspraken waren reeds eerder beschikbaar gesteld.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.6.png|800px]]<br>
 
−
De apotheker ontvangt het verstrekkingsverzoek tezamen met de medicatieafspraak en handelt het af conform het proces van ter hand stellen en start met de processtap farmaceutische zorg.<br><br>
 
−
Wanneer de patiënt op basis van een toedieningsafspraak of op basis van zijn gebruik om een herhaalrecept vraagt, waarbij de medicatieafspraak niet digitaal beschikbaar is, maakt de arts een nieuwe medicatieafspraak die gebaseerd is op deze toedieningsafspraak of gebruik van de patiënt. Er vindt dan geen verwijzing plaats naar de bestaande medicatieafspraak.
 
−
 
 
−
===Patiënt vraagt herhaalrecept via apotheker (Informeren voorschrijver)===
 
−
De patiënt vraagt herhaling van medicatie aan bij apotheker, bijvoorbeeld via herhaallijn, telefonisch, e-mail, balie/doosjes, website, app of portaal van de apotheker. <br>
 
−
De apotheker stuurt een voorstel verstrekkingsverzoek ter autorisatie aan de voorschrijver. De arts beoordeelt het voorstel verstrekkingsverzoek en accordeert deze. Hij informeert de apotheker via het antwoord voorstel verstrekkingsverzoek en stuurt een nieuw verstrekkingsverzoek samen met de actuele afspraken naar de apotheker. De apotheker vervolgt het proces van ter hand stellen en start met de processtap farmaceutische zorg.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.7.png|800px]]<br>
 
−
Als de voorschrijver geen verstrekkingsverzoek afgeeft informeert hij de apotheker via het antwoord voorstel verstrekkingsverzoek hierover.
 
−
 
 
−
===Proactief herhaalrecept door apotheker (Informeren voorschrijver)===
 
−
De patiënt heeft zich in het verleden aangemeld voor proactief herhalen en de apotheker heeft dit geregistreerd in het eigen apotheek informatiesysteem (AIS). De herhaalmodule van dit informatiesysteem zal een signaal genereren wanneer een patiënt nieuwe medicatie nodig heeft. Als er een nieuw verstrekkingsverzoek nodig is komt dit overeen met het proces beschreven in de vorige paragraaf, alleen de trigger is niet de patiënt maar de apotheker (of zijn informatiesysteem) zelf. Proactief herhalen wordt ook gebruikt voor GDS, zie [[#Het opstarten en continueren van GDS|paragraaf 4.2.11]].<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.8.png|800px]]<br>
 
−
 
 
−
===Verstrekken op basis van bestaand verstrekkingsverzoek===
 
−
De patiënt levert een herhaalrecept in bij de apotheker. Het betreft in dit geval een verzoek tot medicatieverstrekking op basis van een bestaand, nog geldig, verstrekkingsverzoek. Zie hiervoor [[#Knippen van recept|paragraaf 4.2.10 situatie (3)]].
 
−
 
 
−
===Knippen van recept===
 
−
Een patiënt gebruikt al jaren dezelfde medicatie. De medicatieafspraak kan voor onbepaalde duur worden gemaakt. Ook de toedieningsafspraak volstaat voor onbepaalde duur. De patiënt komt dan in aanmerking voor een jaarrecept. Wanneer de patiënt een jaarrecept krijgt dan moet er geknipt worden door de apotheker. De geknipte recepten zijn feitelijk geen 'herhaalrecept' maar we noemen het in de wandelgangen wel zo. <br>
 
−
Er zijn drie situaties:<br>
 
−
1) Patiënt komt terug bij behandelend arts en de klachten zijn nog niet over. De voorschrijver schrijft hetzelfde voor (bij een verlopen medicatieafspraak wordt een nieuwe medicatieafspraak met nieuw verstrekkingsverzoek gemaakt en bij een nog lopende medicatieafspraak wordt alleen een nieuw verstrekkingsverzoek gemaakt).<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.10A.png|800px]]<br>
 
−
 
 
−
2) Voorschrijver en patiënt spreken initieel af: 90 stuks met 3x herhalen. De patiënt krijgt initieel 90 stuks verstrekt. De volgende keer dat de patiënt bij de apotheker komt wordt er een medicatieverstrekking gedaan onder de bestaande afspraken.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.10B.png|800px]]<br>
 
−
3) Voorschrijver en patiënt spreken initieel af: 360 stuks gedurende een jaar. De apotheker knipt dit in 4 deelverstrekkingen. De patiënt krijgt dan initieel 90 stuks verstrekt en kan zonder nieuw verstrekkingsverzoek daarna nog 3x bij de apotheker een medicatieverstrekking afhalen van 90 stuks.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.10C.png|800px]]<br>
 
−
Deze laatste situatie beschrijft feitelijk de situatie van het knippen van een jaarrecept door de apotheker.
 
−
 
 
−
===Het opstarten en continueren van GDS===
 
−
Het voorbeeld hierna toont het proces rondom één geneesmiddel dat door de patiënt voor onbepaalde duur wordt gebruikt. In het informatiesysteem van de voorschrijver en de apotheker staan (onder andere) de volgende gegevens over een patiënt:
 
−
*De medicatieafspraak op 2 januari 2013 luidt: Metoprolol tablet mga 100 mg (succinaat); een maal daags een tablet; van 2 januari 2013 voor onbepaalde duur.
 
−
*De toedieningsafspraak op 2 januari 2013 luidt: Metoprolol PCH retard 100 tablet mga 95 mg; een maal daags een tablet; van 2 januari 2013 voor onbepaalde duur.
 
−
Deze bejaarde patiënt heeft zoveel medicatie dat hij geen overzicht meer heeft: een potentieel gevaar. Op 6 februari spreken de apotheker en de voorschrijver af dat de medicatieverstrekking van geneesmiddelen aan deze patiënt gebeurt via GDS.
 
−
 
 
−
De GDS wordt opgestart: de apotheker stuurt een voorstel verstrekkingsverzoek (qua gebeurtenis vergelijkbaar met het huidige verzamelrecept of autorisatieformulier).  
 
  
−
Het voorstel verstrekkingsverzoek van 6 februari luidt:
+
=====<span class="anchor" id="annuleren TMA"></span> Annuleren toekomstige medicatieafspraak=====
−
*Verstrekkingsverzoek ten behoeve van de medicatieafspraak van 2 januari 2013: Metoprolol tablet mga 100 mg (succinaat), en een verbruiksperiode voor voldoende voorraad tot en met 1 mei 2013.
+
Het stoppen van een MA met {{fhir|startDatumTijd}} in de toekomst (TMA) heet annuleren. De TMA wordt geannuleerd door het vastleggen van een annuleer-TMA. Dit is een stop-MA met stoptype ‘geannuleerd’. De annuleer-TMA laat zien dat de patiënt de betreffende medicatie nooit volgens die TMA heeft gebruikt.<br>
−
De apotheker stuurt het voorstel naar de voorschrijver. De voorschrijver fiatteert het voorstel op 6 februari en stuurt het als verstrekkingsverzoek ongewijzigd naar de apotheker. In zowel het informatiesysteem van de voorschrijver als de apotheker wordt bij de patiënt het kenmerk GDS aangezet.
+
De annuleer-TMA werkt hetzelfde als de stop-MA zoals hierboven beschreven, maar met twee verschillen:
−
 
+
*Het stoptype is ‘geannuleerd’ i.p.v. ‘stopgezet’;
−
De apotheker kiest met de patiënt een deeltijd voor het middel. Deze toedieningsafspraak luidt als volgt:
+
*De {{fhir|startDatumTijd}} en {{fhir|eindDatumTijd}} van de annuleer-TMA zijn aan elkaar gelijk.
−
*Op 7 februari is afgesproken: Metoprolol PCH retard 100 tabl mga 95 mg; 1 tablet ‘s morgens; vanaf 11 februari (week 6) voor onbepaalde duur.
+
Het onderscheid tussen een annuleer-TMA en een gewone stop-MA maakt duidelijk of een geneesmiddel nooit (volgens die TMA) gebruikt is geweest, dan wel dat het gebruik eerst is gestart en daarna gestopt.
−
De apotheker verstrekt iedere tweede week een baxterrol medicatie met (onder andere) de Metoprolol:
 
−
*Verstrekking 1: De apotheker verstrekt op vrijdag 8 februari 2013: 14 tabletten; gepland voor week 6 en 7 (een verbruiksduur van 2 weken).
 
−
*Verstrekking 2: De apotheker verstrekt op vrijdag 22 februari: 14 tabletten; gepland voor week 8 en 9.
 
−
*Verstrekking 3, 4, 5, enzovoorts...
 
−
Bij elke medicatieverstrekking wordt aangegeven dat deze via GDS geleverd is.<br>
 
−
Na drie maanden volgt opnieuw een voorstel verstrekkingsverzoek van de apotheek aan de voorschrijver, enzovoorts. <br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.11.png|800px]]<br>
 
−
 
 
−
'''Beschouwing''' <br>
 
−
*Het toepassen van een voorstel verstrekkingsverzoek in plaats van een autorisatieformulier maakt de betekenis ervan eenduidig.
 
−
*Doordat in de huidige situatie toedieningsafspraken en medicatieverstrekkingen als één aflevering wordt geregistreerd, is het moeilijk om in de grote hoeveelheid berichten zinvolle informatie te vinden. Het scheiden van het afleverbericht in twee bouwstenen maakt het overzicht eenvoudiger te overzien: er zijn géén nieuwe medicatieafspraken en er is één nieuwe toedieningsafspraak gemaakt. De resterende logistieke gegevens bevatten geen verrassingen. De medicatieverstrekkingen hoeven in dit scenario niet onder de aandacht van de huisarts te komen.
 
−
*Deze wijze van registreren en uitwisselen voorkomt dubbele registratie, en fouten ten gevolge daarvan.
 
−
*De toedieningsafspraken vormen de basis voor toedienlijst en aftekenlijsten van verpleeg- en verzorgingshuizen. Het aftekenen ervan komt overeen met de toediening(en).
 
−
 
 
−
===De apotheker wijzigt van handelsproduct===
 
−
Dit scenario bouwt voort op het vorige scenario: na een half jaar wordt een ander handelsproduct afgesproken met de patiënt (toedieningsafspraak), omdat het andere product niet leverbaar is. Er wordt geen nieuwe medicatieafspraak gemaakt, op dat niveau vindt geen wijziging plaats. De toedieningsafspraak wordt gewijzigd:
 
−
*Op 1 juli is afgesproken: Metoprolol Sandoz ret 100 tabl mga 95 mg; 1 tablet ‘s morgens; vanaf 3 juli voor onbepaalde duur. Reden: niet leverbaar.
 
−
De toedieningsafspraak is een wijziging van de toedieningsafspraak van 7 februari (welke stopt op 2 juli (23.59u)) en is een concrete invulling van de medicatieafspraak van 2 januari. De apotheker informeert de huisarts over deze gegevens.
 
−
[[Bestand:Uc4.2.12.PNG|800px]] <br>
 
−
 
 
−
'''Beschouwing''' <br>
 
−
Deze wijziging in de concrete invulling van de medicatieafspraak door middel van een toedieningsafspraak, verandert niets aan de geldigheid van de medicatieafspraak. Dit komt het overzicht ten goede. Aanvullend kan, doordat de apotheker de reden van aanpassing vastlegt en uitwisselt, de voorschrijver beter inschatten of de informatie relevant is.
 
−
 
 
−
===Medicatie toevoegen aan GDS===
 
−
Wanneer nieuwe medicatie wordt toegevoegd aan bestaande GDS kan de voorschrijver kiezen voor directe toevoeging aan de rol (Wijziging in GDS per direct) of met ingang van de volgende rol (Wijziging in GDS per rolwissel). Dit geeft de voorschrijver aan in de medicatieafspraak (Aanvullende informatie).  
 
−
Wanneer gekozen wordt voor ‘Wijziging in GDS per direct’ zal de apotheker de medicatie eerst los, naast de bestaande GDS leveren. Dit betekent dat er een toedieningsafspraak door de apotheker wordt gemaakt voor de overbruggingsperiode. Met ingang van de nieuwe rol wordt de nieuwe medicatie toegevoegd aan de rol. Met ingang van de ingangsdatum van de nieuwe rol kan er een toedieningsafspraak worden gemaakt door de apotheker met specifieke toedientijden. Wanneer de 'overbruggings-toedieningsafspraak' al de juiste toedientijden bevat wordt er geen nieuwe toedieningsafspraak gemaakt bij opname in de rol.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.13.png|800px]]<br>
 
−
Wanneer gekozen wordt voor 'Wijziging in GDS per rolwissel' zal de apotheker de medicatie opnemen in de eerstvolgende rol die wordt uitgegeven aan de patiënt. Er hoeft geen toedieningsafspraak gemaakt te worden voor de overbruggingsperiode.
 
−
 
 
−
===Medicatie in GDS stoppen===
 
−
Wanneer medicatie wordt gestopt wordt er een stop-medicatieafspraak gemaakt door de voorschrijver. De apotheker wordt conform het proces geïnformeerd over deze stop-medicatieafspraak en kan de levering daarop aanpassen. De apotheker zal een stop-toedieningsafspraak maken. Zie hiervoor paragraaf [[#Stoppen medicatie|2.2.5.3]] en [[#Stoppen toedieningsafspraak|2.3.6.3]].
 
−
 
 
−
===GDS leverancier levert ander handelsproduct===
 
−
Het kan zijn dat een GDS leverancier een ander handelsproduct levert dan door de apotheek in de TA is opgenomen.
 
−
Hier is dus sprake van een wijziging in de HPK welke zorgt voor een gewijzigde TA.
 
−
Eventueel is dit pas achteraf, na terugkoppeling van de GDS leverancier van de definitieve invulling.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.15.png|800px]]<br>
 
−
<br>
 
−
===Parallelle toedieningsafspraken bij GDS- en niet-GDS-verstrekking===
 
−
Een patiënt slikt twee tot drie keer per dag 20 mg pantoprazol in verband met maagklachten. De eerste twee tabletten zijn vaste dosering en worden geleverd in GDS. De derde tablet neemt hij zo nodig en is los verpakt. Op een bepaald moment is de pantoprazol 20 mg van Sandoz niet leverbaar voor losse verstrekkingen. Daarop besluit de apotheker om Apotex te verstrekken. Hiervoor stopt hij de bestaande TA en splitst deze (onder de bestaande MA) op in twee TA’s, beide met dezelfde startdatum/tijd. De eerste TA heeft betrekking op de vaste dosering in GDS, de tweede gaat over de zo nodig tablet.  <br>
 
−
''NB. Er is op dit moment nog geen relatie tussen de verstrekking en een specifieke TA. Daarom is nu niet te zien bij welke TA een verstrekking hoort zonder de inhoud te checken. Er wordt gekeken of dit in de toekomst anders moet.'' <br>
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.16.png|800px]] <br>
 
−
 
 
−
===Afhandelen stoppen medicatieafspraak===
 
−
Wanneer er door de voorschrijver afgesproken wordt medicatie te stoppen wordt een stop-MA gemaakt. Deze stop-MA wordt bij de apotheker ingevuld door het stoppen van de toedieningsafspraak.
 
−
 
 
−
===Verstrekken onder andermans toedieningsafspraak===
 
−
Een patiënt slikt twee keer per dag 20 mg pantoprazol in verband met maagklachten. Tijdens een vakantie komt de patiënt erachter dat hij zijn medicatie vergeten is. Hij gaat naar een HAP bij hem in de buurt en vraagt om extra tabletten voor tijdens zijn vakantie. De dienstdoende arts stuurt een VV aan de dienstapotheek onder de bestaande MA. <br>
 
−
De apotheker van de dienstapotheek ziet het medicatievoorschrift en maakt een MVE aan onder de reeds bestaande TA voor de 10 tabletten die de patiënt nodig heeft en informeert de dienstdoende arts over deze verstrekking. Daarbij stuurt de apotheker een kopie van de oorspronkelijke TA mee. <br>
 
−
''NB. De oorspronkelijke voorschrijver en verstrekker worden niet automatisch geïnformeerd, maar de gegevens zijn voor hen wel beschikbaar.'' <br>
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.18A.png|800px]] <br>
 
−
<br>
 
−
===Wijzigen van andermans toedieningsafspraak===
 
−
Een patiënt slikt twee keer per dag 20 mg pantoprazol in verband met maagklachten. Tijdens een vakantie komt de patiënt erachter dat hij zijn medicatie vergeten is. Hij gaat naar een HAP bij hem in de buurt en vraagt om extra tabletten voor tijdens zijn vakantie. De dienstdoende arts stuurt een VV aan de dienstapotheek onder de bestaande MA. <br>
 
−
De apotheker van de dienstapotheek constateert dat zij geen voorraad pantoprazol van Sandoz hebben, maar van Apotex. Hierop stopt ze de huidige TA, start ze de nieuwe TA voor de Apotex en maakt ze de MVE voor de 10 tabletten Apotex aan. De dienstapotheker informeert de oorspronkelijke apotheker hierover en de oorspronkelijke apotheker verwerkt de stop-TA.
 
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.2.18B.png|800px]] <br>
 
−
<br>
 
  
 +
====<span class="anchor" id="wijzigen medicatie"></span>Wijzigen medicatie====
 +
Veranderingen in medicatie kunnen bijvoorbeeld gaan over dosering, toedieningsweg, gebruiksperiode of voorschrijver.<br>
  
−
==Use cases Toedienen==
+
Als een verandering resulteert in een andere PRK stopt de voorschrijver de MA en legt een nieuwe MA vast in een nieuwe MBH (zie [[#starten nieuw MBH|paragraaf 2.4.2]]). Voorbeelden zijn verandering in toedieningsweg of sterkte, of overstappen naar een ander geneesmiddel.<br>
 +
Als de PRK van het voorgeschreven geneesmiddel gelijk blijft worden wijzigingen vastgelegd onder dezelfde MBH.<br>
  
−
===Toedienlijst opstarten===
+
Medicatie wordt gewijzigd door binnen dezelfde MBH een technische stop-MA en een nieuwe MA met de wijziging vast te leggen. De technische stop-MA heeft als eindDatumTijd de startDatumTijd van de nieuwe MA met wijziging (zie [[#stoppen en wijzigen|paragraaf 2.4.3]]).<br>
−
Wanneer gestart wordt met het gebruik van een toedienlijst, bijvoorbeeld wanneer de patiënt in zorg komt bij een (professionele) toediener, start met GDS-medicatie of niet-GDS-medicatie, vindt een intake plaats met de patiënt en voorschrijver, apotheker of toediener (proces verschilt per zorginstelling). Vervolgens vindt er overleg plaats tussen voorschrijver, apotheker, toediener en/of patiënt waarbij afgestemd wordt welke medicatie op de toedienlijst komt en welke (richt)toedientijden geschikt zijn. De apotheker registreert de (richt)toedientijden in de TA en stelt de benodigde medicatiegegevens voor de toedienlijst (actief) beschikbaar aan toediener en/of patiënt.
+
In de nieuwe MA komt een verwijzing naar de oorspronkelijke MA in {{fhir|RelatieMedicatieafspraak}}. Indien relevant voor uitwisseling in de keten kan de reden van wijzigen in {{fhir|RedenWijzigenOfStaken}} worden vastgelegd.
  
−
===Exacte toedientijden nodig ===
+
Het verlengen van de {{fhir|Gebruiksperiode}} van een MA kan op twee manieren plaatsvinden:
−
Wanneer er exacte toedientijden nodig zijn, bijvoorbeeld in geval van een wisselwerking tussen medicatie kan de voorschrijver of apotheker aangeven dat een exacte toedientijd nodig is en dat de toedientijd geen richttijd is. De voorschrijver of apotheker kan dit vastleggen door aan te geven dat de toedientijd niet flexibel is. Standaard wordt uitgegaan van flexibele (richt)toedientijden. Een exacte toedientijd moet vermeld worden op de toedienlijst, zodat de toediener weet dat van deze toedientijd niet afgeweken mag worden.
+
* Aanmaken van een nieuwe MA2 met {{fhir|startDatumTijd}} na de {{fhir|eindDatumTijd}} van de oorspronkelijke MA1. Er is geen stop-MA op MA1 nodig, deze verloopt vanzelf op diens {{fhir|eindDatumTijd}}. De nieuwe MA2 kan zowel tijdens als na de {{fhir|Gebruiksperiode}} van MA1 aangemaakt worden.
 +
* Verlengen van de {{fhir|Gebruiksperiode}} van de oorspronkelijke MA1 als die nog niet verlopen is. Dit is een wijziging met technische stop-MA en een nieuwe MA2 met de verlengde {{fhir|Gebruiksperiode}}.
  
−
===Ontbreken (richt)toedientijden ===
+
Een wijziging kan per direct ingaan of kan gepland worden met een {{fhir|startDatumTijd}} in de toekomst. Als de wijziging wordt doorgevoerd in een toekomstige MA dan wordt er een technische annuleer-TMA gemaakt en een nieuwe TMA met de wijziging.<br>
−
Wanneer (richt)toedientijden ontbreken in zowel MA als TA zoeken toedieners contact met de voorschrijver of apotheker om de (richt)toedientijd te achterhalen. Dit wordt niet digitaal ondersteund in deze informatiestandaard.
 
  
−
===Niet-GDS-medicatie zo nodig ===
+
De technische stop-MA en technische annuleer-TMA werken hetzelfde als de gewone stop-MA en annuleer-TMA. Ze hebben dus ook stoptype ‘stopgezet’ of ‘geannuleerd’ (zie [[#Stoppen medicatie|paragraaf 5.2.2.3]]).<br>
−
Niet-GDS-medicatie zo nodig staat op de toedienlijst, maar niet per toedienmoment en/of tijd, omdat dit van te voren niet bekend is. Wanneer het relevant is (bijv. bij interactie met andere medicatie) kunnen er wel  (richt)toedientijden meegegeven worden.
 
  
−
Zie de volgende use cases voor praktische voorbeelden: [[mp:V9_2.0.0_Ontwerp_medicatieproces#Zo nodig medicatie|4.1.4 Zo nodig medicatie]], [[mp:V9_2.0.0_Ontwerp_medicatieproces#Kuur zo nodig startend in de toekomst|4.1.5 Kuur zo nodig startend in de toekomst]], [[mp:V9_2.0.0_Ontwerp_medicatieproces#Twee doseringen van hetzelfde geneesmiddel tegelijkertijd|4.1.6 Twee doseringen van hetzelfde geneesmiddel tegelijkertijd]],
+
De technische stop-MA en nieuwe MA worden gelijktijdig aangemaakt en hebben dus dezelfde {{fhir|RegistratieDatumTijd}} (zie [[#stop-bouwstenen|paragraaf 2.4.3.1]]). Ze worden gelijktijdig verstuurd en gelijktijdig beschikbaar gesteld. Bij raadplegen worden ze ook gelijktijdig opgeleverd. Hetzelfde geldt voor de technische annuleer-TMA en nieuwe TMA.
−
[[mp:V9_2.0.0_Ontwerp_medicatieproces#Hetzelfde geneesmiddel met verschillende sterkte tegelijkertijd|4.1.7 Hetzelfde geneesmiddel met verschillende sterkte tegelijkertijd]].  
 
  
−
===Meerdere apotheken leveren medicatie ===
+
=====<span class="anchor" id="corrigeren MA"></span>Corrigeren medicatieafspraak=====
−
Meerdere apothekers kunnen betrokken zijn bij medicatieverstrekkingen voor één patiënt. Dit gaat bijvoorbeeld om verstrekkingen door een poliklinische apotheker, naast de verstrekkingen door een openbare apotheker of verstrekkingen van add-on medicatie door een ziekenhuisapotheker, naast verstrekkingen door een openbare apotheker. Wanneer meerdere apothekers medicatie leveren, is iedere apotheker zelf verantwoordelijk voor de medicatiegegevens die nodig zijn voor de toedienlijst. Dit omvat dus ook de (richt)toedientijden in de TA. De verantwoordelijkheid om te bepalen of een toevoeging/wijziging past bij het totaal van (bekende) medicatiegegevens ligt bij de voorschrijver of apotheker van de laatst toegevoegde/gewijzigde medicatie. Dit gaat dan om zowel medicatiebewaking als om (richt)toedientijden. De medicatiegegevens worden (actief) beschikbaar gesteld, zodat alle medicatiegegevens vanuit de verschillende apothekers op één toedienlijst kunnen komen.
+
Het kan voorkomen dat een voorschrijver een vergissing heeft gemaakt in een MA, bijvoorbeeld een typefout in de dosering. Als de foutieve MA nog niet gedeeld is met andere zorgverleners, kan de voorschrijver deze in het eigen informatiesysteem aanpassen of schrappen. Als de foutieve afspraak al wel gedeeld is met andere zorgverleners dan moet deze gecorrigeerd worden. Bij gelijkblijvende PRK volgt corrigeren het proces van wijzigen van een MA. Er worden twee nieuwe MA’s gemaakt binnen dezelfde MBH:
 +
*Een nieuwe MA met de juiste gegevens en ‘foutieve registratie van medicatie’ in {{fhir|RedenWijzigenOfStaken}}.
 +
*Een technische stop-MA met stoptype ‘stopgezet’ en verwijzing naar de te corrigeren MA in {{fhir|RelatieMedicatieafspraak}}.
 +
Corrigeren van een toekomstige MA gebeurt op dezelfde manier, met een technische annuleer-TMA plus nieuwe TMA.<br>
  
−
===Wijziging in GDS-medicatie vanaf volgende levering of per direct ===
+
Als de correctie inhoudt dat medicatie met andere PRK wordt voorgeschreven, dan gaat het niet om een wijziging. De MA wordt in dat geval gestopt met een stop-MA met ‘foutieve registratie van medicatie’ in {{fhir|RedenWijzigenOfStaken}}. De nieuwe MA wordt in een andere MBH vastgelegd.
−
Indien GDS-medicatie gewijzigd wordt, is het situatieafhankelijk of deze wijziging per direct of pas vanaf de eerstvolgende levering kan ingaan. De voorschrijver kan dit aangeven in de MA. Indien het gaat om een directe wijziging, moet dit direct zichtbaar zijn op de toedienlijst, zodat de (professionele) toediener de juiste (hoeveelheid) medicatie toedient. Bij een wijziging die pas bij de eerstvolgende levering ingaat, moet dit niet direct op de toedienlijst worden aangepast, omdat de oude afspraken op dat moment nog geldig zijn. De toedienlijst moet pas worden aangepast op het moment dat de wijziging ook daadwerkelijk ingaat.
 
  
−
Zie ook use case [[mp:V9_2.0.0_Ontwerp_medicatieproces#Medicatie toevoegen aan GDS|4.2.13 Medicatie toevoegen aan GDS]].
+
=====<span class="anchor" id="wijzigen MA andere voorschrijver"></span>Wijzigen medicatieafspraak door andere voorschrijver=====
 +
Een MA kan door de voorschrijver zelf gewijzigd worden maar ook door een andere voorschrijver.<br>
 +
De technische stop-MA wordt naar de zorgverlener gestuurd die de originele MA heeft gemaakt (transactie Sturen medicatiegegevens).<br>
 +
De technische stop-MA en nieuwe MA worden met of zonder VV gestuurd naar de verstrekker met een actuele TA (zie [[#stoppen MA andere voorschrijver|paragraaf 5.2.2.3.1]]).
  
−
===Verhogen dosering GDS-medicatie in nieuwe MBH ===
+
====<span class="anchor" id="tijdelijk"></span>Tijdelijk onderbreken en hervatten van medicatie====
−
Patiënt krijgt iedere dag 1 tablet propranolol 40 mg toegediend. Wegens onvoldoende effect besluit de voorschrijver de dosis te verhogen naar 80 mg 1x daags. Er wordt voor deze MA een nieuwe MBH aangemaakt, want het voorschrijven op prescriptieniveau wijzigt. Echter, de patiënt heeft nog voor enkele dagen voorraad van de 40 mg tabletten in haar GDS-rol zitten. Daarom besluit de apotheker om tot de rolwissel over 5 dagen de GDS-medicatie aan te vullen met het toedienen van 1 tablet propranolol 40 mg buiten de GDS, naast de tablet uit de GDS. De apotheker maakt twee TA’s aan, namelijk één voor de oude GDS-medicatie en één voor de overbrugging een niet-GDS bij de medicatieverstrekking. Bij de nieuwe rol GDS (rolwissel) worden de 80 mg tabletten in haar GDS opgenomen.
+
<section begin=tijdelijk onderbreken/>Tijdelijk onderbreken is het stoppen van de medicatie gedurende een bepaalde periode. De onderbreking kan per direct ingaan of er kan een toekomstige onderbreking gepland worden. Gedurende de periode van onderbreken wordt de medicatie als actueel beschouwd vanwege de intentie om deze in de toekomst te hervatten.
 +
Er worden twee nieuwe MA’s gemaakt binnen dezelfde MBH:
 +
*Een stop-MA met stoptype ‘onderbroken’, verwijzing naar de te onderbreken MA in {{fhir|RelatieMedicatieafspraak}} en, indien relevant voor uitwisseling in de keten, reden voor onderbreken in RedenWijzigenOfStaken.
 +
*Een nieuwe MA ter hervatting met relatie naar die stop-MA en eventueel de reden van hervatting in {{fhir|RedenWijzigenOfStaken}}. Deze kan direct aangemaakt worden of later, bijvoorbeeld pas als de datum van hervatting bekend is.
 +
<section end=tijdelijk onderbreken/>
 +
Indien de voorschrijver de onderbroken MA definitief wil stoppen, wordt er een stop-MA met stoptype ‘stopgezet’ gemaakt met verwijzing naar de stop-MA waarmee de oorspronkelijke MA is onderbroken.<br>
  
−
[[Bestand:Usecase verhogen dosering losse levering nieuwe MBH.png|800px]]
+
Tijdelijke substitutie met een ander middel is geen wijziging of onderbreking maar daadwerkelijk stoppen van het eerste middel en het starten van een nieuwe MBH met het substituut.
  
−
===Verlagen dosering GDS in nieuwe MBH ===
+
===Wisselend doseerschema===
−
Patiënt krijgt iedere dag 1 tablet propranolol 80 mg toegediend. Wegens een te sterk effect besluit de voorschrijver de dosis zo snel mogelijk te verlagen naar 40 mg 1x daags. Er wordt voor deze MA een nieuwe MBH aangemaakt. Patiënt heeft nog voor enkele dagen voorraad van de 80 mg tabletten in haar GDS-rol zitten. Omdat de toediener tabletten niet mag halveren besluit de verstrekker dat de overgebleven GDS-zakjes dezelfde dag nog worden opgehaald en worden vervangen door een nieuwe GDS-rol met de 40 mg tabletten.
+
Bij sommige geneesmiddelen is het doseerschema variabel, bijvoorbeeld omdat het afhankelijk is van bepaalde bloedwaarden. Een voorbeeld is antistollingsmedicatie. Hierbij bepaalt de voorschrijver de therapeutische INR-range (International Normalized Ratio, maat voor de stollingstijd van het bloed) waarbinnen de behandeling plaats dient te vinden.<br>
 +
De doseerinstructie wordt dan niet in de MA maar in het WDS vastgelegd. Met een WDS kan de dosering van de medicatie aangepast worden zonder dat de MA gewijzigd hoeft te worden.<br>
 +
De trombosearts stelt de specifieke doseerinstructies op binnen de afgesproken INR-range en op basis van de gemeten INR-waarde. Deze INR-waarde wordt vastgelegd in de {{fhir|Toelichting}} van het WDS, zodat duidelijk is op welke waarde een bepaald schema gebaseerd is.
 +
De voorschrijvend arts die de MA heeft gemaakt blijft verantwoordelijk voor de VV’s.
  
−
[[Bestand:Verlagen dosering GDS in nieuwe MBH.png|800px]]
+
====<span class="anchor" id="opstarten wds"></span>Opstarten wisselend doseerschema====
 +
De voorschrijver schrijft antistollingsmedicatie voor en legt in de MA vast:
 +
*{{fhir|AfgesprokenGeneesmiddel}}: het voorgeschreven geneesmiddel. In het WDS wordt altijd hetzelfde geneesmiddel opgenomen als in de MA.
 +
*{{fhir|AanvullendeInstructie}} ‘gebruik volgens schema trombosedienst’; er wordt in de MA dus geen Doseerinstructie opgenomen.
 +
*{{fhir|Toelichting}}: de INR-range waarbinnen de behandeling plaats dient te vinden.
 +
De voorschrijver maakt een eerste WDS aan om de periode tot de trombosezorg betrokken is te overbruggen. Op basis van de INR-waarde en, indien nodig, zijn professionele inschatting stelt de trombosearts een WDS op dat het schema van de voorschrijver wijzigt of opvolgt. Vanaf dit moment neemt de trombosedienst het opstellen van de WDS’en over van de voorschrijver.
  
−
===Wijziging verwerkt door de apotheker ===
+
====Continueren wisselend doseerschema====
−
Wijziging door de voorschrijver, zoals het starten van nieuwe medicatie, het wijzigen van de dosering, het (tijdelijk) stoppen van medicatie, legt de voorschrijver vast in de MA en/of het VV. De apotheker verwerkt deze in de TA en/of MVE. Dit vindt plaats tijdens openingstijden van de openbare apotheker, maar ook wanneer er een wijziging plaatsvindt buiten de openingstijden en er een medicatieverstrekking nodig is. De dienstapotheker verstrekt in dit geval de medicatie en er zijn dan meerdere apotheken die medicatie leveren (zie ook paragraaf 2.5.9.4). De medicatiegegevens van de apotheker(s) en de voorschrijver(s) worden door de voorschrijver en dienstapotheker (actief) beschikbaar gesteld aan de toediener voor de toedienlijst.  
+
Een WDS zal altijd voor een bepaalde tijd worden opgesteld. Het wordt bijgesteld op basis van relevante meetwaarden. Als het WDS aan het einde van de {{fhir|Gebruiksperiode}} afloopt wordt het opgevolgd door een nieuw WDS (maar zie ook [[#wijzigen wds|paragraaf 5.2.3.4]]). In het nieuwe WDS staat een relatie naar de MA en naar het vorige WDS. Er is geen stop-WDS nodig.
  
−
===Wijziging niet verwerkt door de apotheker ===
+
====Stoppen wisselend doseerschema====
−
Wanneer een wijziging in de medicatie van een patiënt plaatsvindt door toedoen van de voorschrijver buiten de openingstijden van de openbare apotheker en er geen medicatieverstrekking nodig is, is er geen tussenkomst van een apotheker. In dit geval is de MA leidend en stelt de voorschrijver deze(actief) beschikbaar. De toediener ziet op de toedienlijst de gewijzigde of gestopte MA en deze overrulet alle medicatiebouwstenen binnen dezelfde medicamenteuze behandeling. Deze situatie is ook van toepassing als de apotheker de wijziging van de voorschrijver nog niet heeft verwerkt. De apotheker zorgt zo snel mogelijk alsnog voor aanpassing van de TA.
+
Zolang er een therapeutische afspraak in een MA staat moet er ook een doseerinstructie zijn. Als die ingevuld wordt door een WDS moet er dus altijd een WDS bestaan zolang de MA loopt.<br>
 +
Het definitief stoppen van een WDS gebeurt door het stoppen van de MA. De trombosearts of andere voorschrijver maakt een stop-MA aan, of stuurt een VMA met voorstel om te stoppen naar de voorschrijver. Het stoppen van de MA leidt tot het stoppen van het bijbehorende WDS. Er is dan geen stop-WDS nodig.<br>
 +
Als de behandeling na verloop van tijd weer gestart moet worden, volgt de gewone procedure van aanmaken MA en opstarten WDS.
  
−
===Aanvullende informatie ===
+
====<span class="anchor" id="wijzigen wds"></span>Wijzigen wisselend doseerschema====
−
Aanvullende informatie is een aanvullende uitleg over het gebruik voor de (professionele) toediener en/of patiënt. Een voorbeeld hiervan is dat bij het stoppen van een fentanylpleister er een extra instructie is dat de pleister verwijderd moet worden. Een ander voorbeeld is dat bij dosering van een halve tablet een instructie is bijgevoegd wat er met de andere halve tablet moet gebeuren. Deze gegevens kunnen vastgelegd worden in vrije tekst in de toelichting van de MA, TA en/of WDS.  
+
Omdat bij antistollingsmedicatie altijd een WDS bij een MA beschikbaar moet zijn zal een WDS doorgaans doorlopen tot na de volgende meting van de relevante bloedwaarde.
 +
Dat betekent dat een WDS meestal gewijzigd moet worden.  Dit gebeurt volgens het gewone wijzigingsproces door het vastleggen van een nieuw WDS en een technisch stop-WDS (zie [[#stoppen en wijzigen|paragraaf 2.4.3]]).<br>
 +
Het nieuwe WDS krijgt een relatie naar de MA en naar het vorige WDS. In {{fhir|RedenWijzigenOfStaken}} van het WDS kan de reden voor de wijziging worden vastgelegd. Meestal zal een nieuwe INR-waarde uitgangspunt zijn voor het nieuwe schema, deze wordt vastgelegd in de {{fhir|Toelichting}} van het WDS.<br>
  
−
Zie use case [[mp:V9_2.0.0_Ontwerp_medicatieproces#Toelichting in medicatieafspraak bij bewust gekozen bijzonderheid|4.1.8 Toelichting in medicatieafspraak bij bewust gekozen bijzonderheid]] van de informatiestandaard MP9 voor meer informatie.
+
Wijzigingen met betrekking tot de doseerinstructie worden in het WDS opgenomen. Wijzigingen in het overige behandelbeleid moeten in de MA worden vastgelegd.
  
−
===Medicatietoediening afwijkend ten opzichte van toedienlijst===
+
=====Wijzigen wisselend doseerschema door andere voorschrijver=====
−
Er kan een afwijking zijn geweest in de toediening ten opzichte van wat door de voorschrijver en apotheker is vastgelegd in de MA of TA. Dit kan een afwijking betreffen in tijdstip, hoeveelheid, toedieningsweg, toedieningssnelheid, product of het in het geheel niet toedienen. Een (professionele) toediener kan in overleg met de voorschrijver van de regels afwijken als deze goede argumenten heeft en veilige zorg en veilig werken wordt gerealiseerd. De reden van de afwijking wordt in de MTD vastgelegd.
+
Een WDS kan door de auteur van het WDS zelf gewijzigd worden maar ook door een andere voorschrijver. Deze stuurt dan het technische stop-WDS naar de zorgverlener die het originele WDS heeft gemaakt.
  
−
===Medicatietoediening zonder medicatieafspraak en toedieningsafspraak ===
+
====Onderbreken dosering====
−
Bij een spoedsituatie kan er mogelijk (nog) geen MA en TA beschikbaar zijn, maar moet de (professionele) toediener op basis van een mondelinge/telefonische MA medicatie toedienen. Deze medicatie staat dan niet op de toedienlijst. De (professionele) toediener legt een dergelijke MTD vast in het informatiesysteem van de toediener (o.a. ECD, TDR). Dit is de eerste bouwsteen in een nieuwe medicamenteuze behandeling (MBH) en dus start de toediener hier een MBH.
+
Het kan nodig zijn om de dosering tijdelijk te onderbreken, bijvoorbeeld vanwege comedicatie of een geplande ingreep.
 +
Dit kan op twee manieren:
 +
* Als bekend is wanneer de onderbreking moet starten wordt de dosering voor de betreffende periode in het WDS aangepast naar 0. Er wordt een nieuw WDS met de nuldosering en een technisch stop-WDS aangemaakt.
 +
: De MA en de TA lopen in dit geval door. Hiermee is duidelijk dat alleen de dosering tijdelijk onderbroken is; de therapeutische behandeling is niet gestopt.
 +
* Indien de exacte periode waarin de onderbreking plaats moet vinden niet bekend is, dient de onderbreking via een stop-MA te lopen. Zie [[#tijdelijk|paragraaf 5.2.2.5]].
  
−
===Medicatietoediening van zelfzorgmedicatie ===
+
===Verstrekkingsverzoek===
−
Volgens de veilige principes in de medicatieketen heeft de toediener geen taak in het toedienen van zelfzorgmedicatie, behalve als deze uiteindelijk wordt voorgeschreven door een voorschrijver (MA wordt aangemaakt). Dan komt de zelfzorgmedicatie als GDS- of als niet-GDS-medicatie (zo nodig) op de toedienlijst.
+
Het VV is de logistieke bouwsteen in een voorschrift. In het VV beschrijft de voorschrijver hoeveel van een geneesmiddel moet worden verstrekt.<br>
 +
In paragraaf 5.2.5.2 wordt voor een aantal data-elementen toegelicht hoe deze in bepaalde situaties moeten worden ingevuld.
  
−
===Corrigeren/annuleren van toediening ===
+
====Maken verstrekkingsverzoek====
−
Dit betreft het corrigeren of annuleren van een MTD omdat een toediener een fout in de registratie maakte en er geen medicatietoediening heeft plaatsgevonden. Indien de MTD nog niet gedeeld is met andere zorgverleners, dan kan de toediener die MTD zelf aanpassen of schrappen (annuleren) uit het eigen informatiesysteem. Indien de MTD al wel gedeeld is met andere zorgverleners dan annuleert de toediener deze foutieve MTD en maakt een nieuwe MTD onder dezelfde MBH met de juiste informatie. De toediener stelt de gecorrigeerde MTD en nieuwe MTD (actief) beschikbaar.
+
Als een patiënt een (nieuwe) voorraad geneesmiddel nodig heeft wordt er een VV gemaakt. Bijvoorbeeld bij de start van een behandeling met een nieuw geneesmiddel.
 +
Een VV hoeft niet tegelijk met het vastleggen van een MA gemaakt te worden. Bij een MA met een langere gebruiksperiode worden in de loop van de tijd meerdere VV’s gemaakt terwijl de MA hetzelfde blijft.<br>
 +
In de klinische setting is geen VV nodig: de ziekenhuisapotheker zorgt dat de medicijnen beschikbaar zijn zolang de MA loopt.  
  
−
===Opschorten van toediening ===
+
=====Maken verstrekkingsverzoek door andere voorschrijver=====
−
Er zijn gevallen waarbij de toediening niet is gelukt en in overleg met een voorschrijver of apotheker op een later moment alsnog toegediend kan worden. Als de medicatietoediening binnen de gemaakte afspraken over flexibele toedientijden valt, kan de toediener afwijken van de (richt)toedientijd.
+
Het is mogelijk dat een andere voorschrijver dan degene die de MA heeft gemaakt, een VV onder deze MA doet. Het gaat dan om herhaalmedicatie. In dat geval wordt in het voorschrift naar de apotheek de MA van de originele voorschrijver meegestuurd met het VV.
  
−
Een voorbeeld voor het opschorten van toediening is:
+
===<span class="anchor" id="aanwijzingen bouwstenen voorschrijven"></span>Aanwijzingen voor invulling bouwstenen medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek===
−
*Medicatietoediening is niet gelukt, maar de bedoeling is om deze medicatietoediening op een later (of soms eerder) moment op de dag nog een keer te proberen. Bij deze medicatietoediening is sprake van het opschorten van de toediening én van een afwijking van de toedienlijst.
 
  
−
===Medicatietoediening door voorschrijver ===
+
====<span class="anchor" id="aanwijzingen MA></span>Aanwijzingen voor invulling bouwsteen Medicatieafspraak====
−
Een voorschrijver kan net als een (professionele) toediener medicatie toedienen bij een patiënt en deze handeling vastleggen in een MTD.  
+
Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen van de MA in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR}} is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden.
 +
=====<span class="anchor" id="aanvullendeinformatie"></span>AanvullendeInformatie=====
 +
<section begin=aanvullende informatie/>Een voorschrijver kan in data-element {{fhir|AanvullendeInformatie}} onder andere aangeven of een MA wel of niet direct in moet gaan. De volgende waarden zijn hiervoor beschikbaar:
 +
* Direct op toedienlijst of in GDS
 +
* Na reguliere voorschriftverwerking op toedienlijst of in GDS
 +
* Per volgende GDS-rolwissel op toedienlijst
 +
Als bij wijzigen een van deze waarden in de nieuwe MA wordt ingevuld, moet de technische stop-MA dezelfde waarde krijgen. Bij stoppen van medicatie kan deze informatie in de stop-MA worden vastgelegd.<section end=aanvullende informatie/><br>
 +
In [[#GDS-medicatie|paragraaf 5.8]] is alle informatie over GDS-medicatie in een overzicht gezet.
  
−
===Meerdere toedienorganisaties ===
+
=====AfgesprokenGeneesmiddel=====
−
Meerdere toedienorganisaties kunnen betrokken zijn bij de medicatietoediening van één patiënt. Dit gaat bijvoorbeeld om zorgverlening waarbij de medicatietoedieningen in de avond of nacht door een andere organisatie geleverd wordt dan overdag. Wanneer meerdere toedienorganisaties de zorg leveren, kunnen deze zorgverleners elkaars MTD’s raadplegen om het proces van toedien van medicatie te volgen. De handelingen van de ene organisatie kan namelijk effect hebben op het proces van de andere organisatie (o.a. heeft de toediening plaatsgevonden of waren er afwijkingen ten opzichte van de toedienlijst).
+
'''G-standaard en vrije tekst'''<br>
 +
In {{fhir|AfgesprokenGeneesmiddel}} wordt het voor te schrijven geneesmiddel vastgelegd met een code uit de G-standaard, doorgaans op PRK-niveau.<br>
 +
Het is wel mogelijk om zonder zo’n code, dus in vrije tekst, voor te schrijven. Dit is echter alleen toegestaan wanneer er geen geschikte code beschikbaar is in de G-Standaard, bijvoorbeeld bij onderzoeksmedicatie. Dit mag alleen bij hoge uitzondering gebeuren, onder andere omdat zonder G-standaardcode geen medicatiebewaking kan worden uitgevoerd.
  
−
===Feedback aan patiënt via medicatiesignalering===
+
'''Niet-geneesmiddelen'''<br>
−
De patiënt gebruikt bijvoorbeeld zijn mobiele app als medicatiesignaleringtoepassing. Daartoe heeft de apotheker of de patiënt zelf een toedienschema ingesteld op de gewenste innamemomenten (al dan niet met applicatie-intelligentie om uit de medicatieverstrekkingen/toedienafspraken toedienmomenten voor te stellen). Op de toedienmomenten ontvangt de patiënt een signaal dat hem eraan herinnert om de medicatie in te nemen. De patiënt registreert de toediening en geeft daarmee aan of hij het geneesmiddel heeft ingenomen of niet (bijv. omdat de patiënt het geneesmiddel vergeten heeft mee te nemen). Wanneer de app gekoppeld is aan bijvoorbeeld het PGO van de patiënt wordt dan de therapietrouw automatisch bijgehouden.
+
Ook niet-geneesmiddelen kunnen, op HPK-niveau, vanuit de G-standaard voorgeschreven worden. Voorbeeld: inhalator (Aerochamber, HPK 1915185) als hulpmiddel voor voorgeschreven aerosolen. Niet-geneesmiddelen zijn niet van toepassing voor een medicatieoverzicht of medicatiebewaking.
−
<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.3.23.PNG|800px]]
 
−
<br>
 
−
</font>
 
  
−
==Use cases Gebruiken==
+
'''Eigen artikelen'''<br>
 +
Eigen artikelen (90 miljoen nummer) kunnen ook in dit data-element worden vastgelegd. Voorwaarde is dat binnen een organisatie een eenmaal aangemaakt 90 miljoen nummer nooit aangepast mag worden. Bij de uitwisseling zorgt de root-oid (unieke technische identificatie van de organisatie) in combinatie met het 90 miljoen nummer ervoor dat deze uniek is ten opzichte van alle 90 miljoen nummers vanuit andere organisaties.<br>
 +
De stoffen waaruit dit artikel bestaat worden als ingrediënten in dit data-element van de MA vastgelegd. Er moet minimaal één ingrediënt worden vastgelegd, zoals bij magistralen.
  
−
===Zelfzorgmiddel===
+
=====Gebruiksinstructie=====
−
Een patiënt heeft bij de drogist Ibuprofen aangeschaft, en neemt dagelijks 1200 mg. De patiënt voert het middel op als gebruik, met gegevens als ingangsdatum en dosering, en eventueel de reden van gebruik. <br>
+
<section begin=aanwijzing gebruiksinstructie voorschrijven />'''Omschrijving'''<br>
−
[[Bestand:Uc4.4.1.png|800px]]<br>
+
Gebruiksinstructies worden op twee manieren elektronisch aangeleverd:
 +
* Gestructureerd conform de datastructuur onder Gebruiksinstructie.
 +
* Als vrije tekst in data-element Omschrijving. Hierin wordt de volledige gebruiksinstructie leesbaar uitgeschreven, bijvoorbeeld: "eenmaal per dag 1 stuk".<br>
  
−
===Medicatie uit buitenland===
+
De optie om vrije tekst weer te geven is bedoeld voor situaties waarin het ontvangende systeem de gestructureerde informatie niet goed kan verwerken, zodat toch correcte informatie aan de eindgebruiker kan worden getoond.<br>
−
Een patiënt heeft op vakantie medicatie voorgeschreven gekregen en neemt deze in. De patiënt voert de medicatie op als gebruik, met gegevens als ingangsdatum en dosering, en eventueel de reden van gebruik. Indien bekend worden ook de naam van de voorschrijver vastgelegd. <br>
 
−
[[Bestand:Uc4.4.2.png|800px]]<br>
 
  
−
===Wijziging op initiatief patiënt===
+
Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat leveranciers bij implementatie zoveel mogelijk gebruikmaken van de gestructureerde informatie om hun eigen omschrijvingen te genereren.  
−
Een patiënt heeft medicatie propranolol voorgeschreven gekregen. De patiënt slaapt er erg slecht door, en heeft zelf de medicatie geminderd. De patiënt legt gebruik vast met de gewijzigde dosering en de datum sinds wanneer deze verlaagde dosis wordt genomen. Daarbij geeft de patiënt als reden aan dat dit op eigen initiatief is.<br>
+
De gestructureerde informatie en de vrije tekst moeten volledig overeenkomen. Er mag in de gestructureerde informatie niets staan dat niet in Omschrijving is vermeld.
−
Bij bijvoorbeeld een dosisverlaging op eigen initiatief kan de patiënt langer doorgaan dan afgesproken omdat zij nog voorraad heeft. Dit kan de patiënt als aanvullend gebruik opgeven. <br>
 
−
Bij bijvoorbeeld een dosisverhoging op eigen initiatief kan de voorraad van de patiënt eerder op zijn. De patiënt komt dan mogelijk eerder dan verwacht terug bij de arts.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.4.3.png|800px]]<br>
 
  
−
===Stoppen medicatie op initiatief patiënt===
+
'''AanvullendeInstructie'''<br>
−
Sinds het gebruik van propranolol heeft een patiënt last van slapeloosheid. Hij besluit te stoppen zonder daarbij direct de voorschrijvend arts te informeren. De patiënt legt vast dat hij gestopt is, per wanneer en kiest als reden voor wijzigen/stoppen '(mogelijke) bijwerking'. In de toelichting vult hij aan dat de bijwerking slapeloosheid betreft.<br>
+
<u>Antistollingsmedicatie</u> (zie [[#opstarten wds|paragraaf 5.2.3.1]])<br>
−
[[Bestand:Uc4.4.4.png|800px]]<br>
+
Bij geneesmiddelen met een wisselend doseeerschema wordt in de MA geen {{fhir|Doseerinstructie}} opgenomen. In {{fhir|AanvullendeInstructie}} wordt ‘gebruik volgens schema trombosedienst’ vastgelegd.
  
−
===Geen voorraad meer===
+
<u>Medicatie die toegediend moet worden</u><br>
−
Een patiënt heeft 'zo nodig' medicatie gekregen ter bestrijding van huidklachten. De medicatie staat nog op actief in het medicatieprofiel maar is al op. De patiënt geeft aan dat de medicatie gestopt is, met als reden dat deze niet meer voorradig is, eventueel met de toevoeging dat de klachten verholpen zijn.<br>
+
<section begin=medicatie die toegediend moet worden />Er kunnen extra aanwijzingen voor de toediening worden meegegeven aan de (professionele) toediener en/of patiënt. Voorbeelden zijn:
−
[[Bestand:Uc4.4.5A.png|800px]]<br>
+
*Aangeven dat bij het stoppen van een fentanylpleister de pleister verwijderd moet worden.
−
De patiënt kan ook een voorstel verstrekkingsverzoek doen om zijn voorraad aan te vullen. Het antwoord voorstel verstrekkingsverzoek komt in dit geval bij de patiënt terug (en indien geaccordeerd gaat er van de voorschrijver tevens een verstrekkingsverzoek naar de apotheker).<br>
+
*Bij dosering van een halve tablet aangeven wat er met de andere halve tablet moet gebeuren.
−
[[Bestand:Uc4.4.5B.png|800px]]<br>
+
Dergelijke gegevens kunnen niet gestructureerd worden vastgelegd. Deze worden in vrije tekst in het data-element {{fhir|AanvullendeInstructie}} van de MA, TA en/of het WDS vastgelegd.<section end=medicatie die toegediend moet worden /><br>
  
−
===Registreren van afwijkend medicatiegebruik door patiënt vanwege een bijwerking===
+
'''Doseerinstructie'''<br>
−
Sinds het gebruik van propranolol heeft een patiënt last van slapeloosheid. De patiënt legt de bijwerking vast in de toelichting bij het medicatiegebruik. Wanneer de patiënt de medicatie anders gebruikt dan afgesproken, bijvoorbeeld minder tabletten, dan kan hij de bijwerking als reden opgeven van deze wijziging. Wanneer de klachten verminderen of ophouden legt de patiënt dit vast in de toelichting van het medicatiegebruik.<br>
+
<u>‘Zo nodig’-medicatie</u><br>
−
Het kan zijn dat de patiënt last heeft van bijwerkingen zonder precies te weten welk geneesmiddel daarvan de oorzaak is. Er is (nog) geen voorziening binnen medicatieproces om dat vast te leggen.
+
In geval van ‘zo nodig’-medicatie wordt in data-element {{fhir|ZoNodig.Criterium}} vastgelegd in welke situatie de medicatie genomen moet worden.<br>
  
−
===Gebruik registreren op basis van verstrekking===
+
<u>Doseerinstructie met interval eenmaal per 36 uur</u><br>
 +
Een {{fhir|Doseerinstructie}} die de inname van 1 tablet per 36 uur voorschrijft, kan doorgaans worden vastgelegd als 1 MA met een {{fhir|Keerdosis}} van 1 tablet en een {{fhir|Interval}} van 36 uur. Niet alle informatiesystemen ondersteunen echter intervallen langer dan 24 uur. In dat geval is een alternatieve werkwijze nodig.<br>
 +
Een praktische oplossing is gebruikmaken van een {{fhir|HerhaalperiodeCyclischSchema}} van drie dagen met verschillende {{fhir|Doseerinstructie}} voor elke dag:
 +
* dag 1 ’s ochtends een dosis
 +
* dag 2 ’s avonds een dosis
 +
* dag 3 geen inname of toediening.
 +
Door dit schema te herhalen ontstaat alsnog een correct doseerpatroon met toedienmomenten die telkens 36 uur uit elkaar liggen.
  
−
Dit is van toepassing in de transitie periode van de oude medicatieproces standaard 6.12 naar deze medicatieproces informatiestandaard.  
+
<u>(Richt)toedientijden bij medicatie die toegediend moet worden</u><br>
 +
<section begin=richttoedientijden />Voor een toedienlijst zijn (richt)toedientijden en doseerinstructies noodzakelijk. Deze gegevens kunnen in de TA, MA of het WDS vastgelegd worden. Verstrekkers en voorschrijvers in de ambulante setting leggen niet standaard de (richt)toedientijden vast en moeten dus alert zijn dat het om een toedienpatiënt gaat. Standaard wordt uitgegaan van flexibele (richt)toedientijden.<section end=richttoedientijden /><br>
  
−
Digitaal is alleen een verstrekking beschikbaar (volgens medicatieproces versie 6.12). Het informatiesysteem van de gebruiker biedt echter wel de mogelijkheid om al medicatiegebruik vast te leggen.
+
<section begin=exacte toedientijden />Soms is een specifieke toedientijd vereist, bijvoorbeeld vanwege een wisselwerking met andere medicatie. Behalve het vermelden van de exacte toedientijd moet op de toedienlijst ook duidelijk zijn dat hier niet van afgeweken mag worden. Dit moet aangegeven worden door in MA, TA en/of WDS het data-element {{fhir|Toedieningsschema.IsFlexibel}} op ‘nee’ te zetten.<section end=exacte toedientijden /><section end=aanwijzing gebruiksinstructie voorschrijven />
−
Het medicatiegebruik kan in dat geval vastgelegd worden met verwijzing naar het id van de versie 6.12 verstrekking.<br>
 
−
[[Bestand:Uc4.4.8.png|800px]]<br>
 
  
−
=Medicatieoverzicht en afleidingsregels=
+
=====Gebruiksperiode=====
 +
<section begin=onzekerheidscriterium 1/><section begin=onzekerheidscriterium 2/>Indien er sprake is van een situatieafhankelijke  {{fhir|startDatumTijd}} of {{fhir|eindDatumTijd}}, kan dit aangegeven worden in het data-element {{fhir|Gebruiksperiode.Criterium}}. Dit criterium maakt expliciet wat de situatieafhankelijkheid inhoudt. Voorbeelden hiervan zijn:
 +
* ‘X dagen voor opname starten’ – als het exacte startmoment afhankelijk is van een geplande ziekenhuisopname.
 +
* ‘X dagen na vakantie stoppen’ – als de medicatie wordt afgebouwd na een specifieke gebeurtenis met een onzekere einddatum.<section end=onzekerheidscriterium 2/>
  
−
Dit hoofdstuk toont een voorbeeld medicatieoverzicht en specificeert daarnaast afleidingsregels voor 'De laatst relevante bouwsteen', Verificatie per medicamenteuze behandeling etc.
+
Zie de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/voorbeelden_onzekerheidscriterium|Voorbeelden onzekerheidscriterium]] voor uitwerking van de werkwijze bij gebruik van dit criterium.<section end=onzekerheidscriterium 1/>
−
==Inleiding==
 
  
−
De term 'actueel medicatieoverzicht' is vervangen door de term 'basisset medicatiegegevens':
+
=====RegistratieDatumTijd=====
−
het medicatieoverzicht in combinatie met aanvullende gegevens die (minimaal) nodig zijn om veilig en verantwoord medicatie te kunnen voorschrijven, wijzigen, stoppen of veilig ter hand te stellen in de Leidraad Overdracht van Medicatiegegevens in de keten (definitief concept 2017).
+
<section begin="registratiedatumtijd" />De {{fhir|RegistratieDatumTijd}} geeft de datum en tijd van het vastleggen van de medicatiebouwsteen en dient om de volgordelijkheid van de medicatiebouwstenen correct te kunnen bepalen. Verdere uitleg over de {{fhir|RegistratieDatumTijd}} is te vinden in ART-DECOR.<section end="registratiedatumtijd" />
  
−
Deze pagina bevat een voorbeeld van een medicatieoverzicht. Dit voorbeeld is ontwikkeld in het programma Informatiestandaard Medicatieproces en dient als voorbeeld voor de manier waarop gegevens getoond kunnen worden in een applicatie. De in onderstaande plaatjes genummerde gegevens zijn daarbij normatief, deze zijn verplicht om te tonen. De andere (ongenummerde) gegevens in het voorbeeld zijn optioneel en worden mogelijk in de toekomst als normatief toegevoegd. De lay-out van het overzicht in een informatiesysteem kan verschillen per doelgroep en per device. Voor apothekers zijn bijvoorbeeld in eerste instantie alleen toedieningsafspraken zichtbaar waarbij vervolgens kan worden doorgeklikt naar de bijbehorende medicatieafspraak en het medicatiegebruik. Wanneer er alleen medicatiegebruik of een medicatieafspraak bekend is wordt deze uiteraard wel direct getoond. Uitgangspunt is dat op het overzicht alle medicatie van de patiënt getoond wordt, dus niet alleen de medicatie die in het eigen informatiesysteem is vastgelegd.
+
=====Toelichting=====
 +
In geval van antistollingsmedicatie wordt in {{fhir|Toelichting}} de INR-range waarbinnen de behandeling plaats dient te vinden vastgelegd.
  
−
Het overzicht is generiek beschreven en daarmee voor alle leveranciers gelijk. Op deze pagina zijn de eisen van de eindgebruikers opgenomen en worden geen uitspraken gedaan over de technische realisatie of implementatie. De bestaande KNMP-specificatie “User requirements specification Medicatieoverzicht 2.0”, definitieve concept “Leidraad Overdracht van Medicatiegegevens in de keten” en de nieuwe inzichten uit het programma Medicatieproces zijn hierin verwerkt.
+
=====<span class="anchor" id="vb"></span>VolgendeBehandelaar=====
 +
In dit data-element kan de zorgverlener worden vastgelegd waarmee contact kan worden opgenomen bij vragen over deze MA. Als de zorgverlener niet bekend is, mag als alternatief de betreffende zorgaanbieder worden ingevuld. Dit data-element kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij ontslag uit een klinische situatie, zie [[#bij ontslag|paragraaf 5.7.2.3]].<br>
  
−
Uitgangspunten voor het overzicht zijn:
+
Het kan ook relevant zijn voor een voorschrijver in een huisartsenpost (HAP). Voorbeelden:
−
* Zorgverleners willen op een medicatieoverzicht onderscheid zien tussen de therapeutische bouwstenen:
+
* Nieuwe MA: De HAP-voorschrijver kan hier de naam van de vaste huisarts invullen.
−
** Medicatieafspraak
+
* Wijzigen bestaande MA: De HAP-voorschrijver kan in de nieuwe MA hier de naam van de voorschrijver van de oorspronkelijke MA invullen.
−
** Toedieningsafspraak
+
* Stoppen bestaande MA: De HAP-voorschrijver kan in de stop-MA hier de naam van de oorspronkelijke voorschrijver invullen.
−
** Medicatiegebruik
+
Hiermee is het ook buiten ANW-uren voor de hele keten duidelijk bij welke voorschrijver men moet zijn voor bijvoorbeeld vraagafhandeling.
−
* Logistieke bouwstenen (verstrekkingsverzoek, verstrekking) en de bouwsteen medicatietoediening zijn niet relevant voor het medicatieoverzicht.
 
  
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_1_v0.5.PNG|Medicatieoverzicht v0.5]]
+
====Aanwijzingen voor invulling bouwsteen verstrekkingsverzoek====
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_2_v0.5.PNG|Medicatieoverzicht v0.5]]
+
Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen van het VV in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR}} is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden.
 +
=====Hoeveelheid die verstrekt moet worden=====
 +
In een VV kan de {{fhir|TeVerstrekkenHoeveelheid}} vastgelegd worden óf de {{fhir|Verbruiksperiode}}. Bij vastleggen van een {{fhir|Verbruiksperiode}} moet de hoeveelheid die verstrekt moet worden eenduidig afleidbaar zijn uit de {{fhir|Doseerinstructie}} van de MA.<br>
 +
<u>Let op</u>: de {{fhir|eindDatumTijd}} in een {{fhir|Verbruiksperiode}} heeft een andere betekenis dan de {{fhir|eindDatumTijd}} in de {{fhir|Gebruiksperiode}} van een MA. Deze kunnen ongelijk zijn.
 +
*{{fhir|Verbruiksperiode.eindDatumTijd}}: datum tot wanneer de verstrekker toestemming heeft om verstrekkingen te doen (en daarmee voldoende voorraad aan de patiënt mee te geven voor gebruik tot aan die datum).
 +
*{{fhir|Gebruiksperiode.eindDatumTijd}}: datum waarop de patiënt moet stoppen met de medicatie (deze kan gelijk zijn aan de {{fhir|Verbruiksperiode.eindDatumTijd}} of verder in de toekomst liggen).
  
−
==Functionele specificatie==
+
=====Medicatie niet in GDS=====
−
In de figuren hieronder zijn de onderdelen opgenomen met normatieve gegevens. De andere onderdelen zijn nog niet normatief.  
+
<section begin=aanvullende wensen/>In het data-element {{fhir|AanvullendeWensen}} van het VV kan de voorschrijver aangeven dat een geneesmiddel niet in GDS verstrekt mag worden.<section end=aanvullende wensen/><br>
−
De in de tabel genummerde elementen zijn normatief, overige elementen vooralsnog optioneel.
+
In [[#GDS-medicatie|paragraaf 5.8]] is alle informatie over GDS-medicatie in een overzicht gezet.
  
−
===Kop en Algemeen===
+
===<span class="anchor" id="informatieoverdracht voorschrijven"></span>Informatieoverdracht tijdens deelproces Voorschrijven===
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_KopAlgemeen_v0.5.PNG]]
+
====Nierfunctiewaarde meesturen met medicatievoorschrift====
 +
Bij sommige geneesmiddelen is het functioneren van de nieren van belang. De nierfunctiewaarde bepaalt dan de keuze en/of de dosering van het geneesmiddel. Bij dergelijke geneesmiddelen wordt de nierfunctiewaarde altijd samen met het medicatievoorschrift meegestuurd. Ook als er sinds een vorige verstrekking nieuwe uitslagen bekend zijn moeten deze weer met het medicatievoorschrift voor de nieuwe verstrekking worden meegestuurd.<br>
 +
Deze nierfunctiewaarde wordt vastgelegd in de bouwsteen Laboratoriumuitslag en verstuurd via de transactie Sturen laboratoriumresultaten. Zie hiervoor de {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|lab2zorg}}. Het los sturen van de Laboratoriumuitslag nierfunctiewaarde zonder medicatievoorschrift valt buiten scope van de informatiestandaard MP9.
  
−
Filter: n.v.t.
+
====Lengte en gewicht meesturen in voorschrift====
 +
De voorschrijver kan bij het versturen van het medicatievoorschrift ook lengte en gewicht van de patiënt meesturen. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden bij het voorschrijven aan kinderen, of het voorschrijven van medicatie waarbij gewicht (bijvoorbeeld antistollingsmedicatie) of lichaamsoppervlakte (bijvoorbeeld sommige oncolytica) van belang zijn.<br>
  
−
Sorteren: n.v.t.
+
Het gaat om de lengte en het gewicht dat de voorschrijver heeft aangehouden voor het bepalen van het voorschrift. Dit kan afwijken van de lengte of het gewicht dat algemeen is vastgelegd over de patiënt.<br>
  
−
Datum medicatieoverzicht: dit is de datum dat de laatste wijziging in een medicatieafspraak, toedieningsafspraak of medicatiegebruik is vastgelegd binnen het informatiesysteem dat het medicatieoverzicht oplevert.
+
Lichaamslengte en Lichaamsgewicht zijn losse bouwstenen en kunnen alleen worden meegestuurd in de transacties Sturen medicatievoorschrift en Sturen voorstel medicatieafspraak. Deze informatie is verder niet te raadplegen.
  
−
N.B. in de viewer worden alle datums getoond met de maand in letters, zodat geen verwarring kan ontstaan tussen dag-maand en maand-dag (Amerikaans formaat).
+
====Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Voorschrijven====
 +
Binnen het deelproces Voorschrijven kunnen diverse vormen van informatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.
 
{| class="wikitable"
 
{| class="wikitable"
 +
! style="text-align:left;"|type informatieoverdracht !! style="text-align:left;"|systeemrol !! style="text-align:left;"|systeemrolcode
 +
|-
 +
| De voorschrijver stuurt een nieuwe MA naar de verstrekker van keuze van de patiënt, in de ambulante situatie vergezeld van een VV. Hiermee geeft de voorschrijver opdracht aan de verstrekker om medicatie ter hand te stellen. || rowspan="4"| VoorschriftSturend|| rowspan="4"|MP-VOS
 +
|-
 +
| De voorschrijver stuurt een stop-MA en eventuele nieuwe MA naar de verstrekker, al dan niet vergezeld van een VV. Hiermee geeft de voorschrijver opdracht aan de verstrekker om een wijziging in medicatiebeleid door te voeren.
 +
|-
 +
| De voorschrijver stuurt een nieuw VV met bestaande MA naar de verstrekker. Hiermee geeft de voorschrijver opdracht aan de verstrekker om opnieuw medicatie ter hand te stellen.
 +
|-
 +
| De voorschrijver stuurt lengte en/of gewicht mee met het voorschrift.
 +
|-
 +
| De voorschrijver stuurt een nierfunctiewaarde mee met het voorschrift. || VoorschriftSturend + LabResultaatSturend|| MP-VOS + LAB-LRS
 +
|-
 +
| De voorschrijver ontvangt bericht als de verstrekker de opdracht heeft afgehandeld. || VoorschriftAfhandelingOntvangend || MP-VAO
 
|-
 
|-
−
! Nr !! Kop !! Dataset !! Toelichting
+
| rowspan="4"|De voorschrijver kan van andere zorgverleners een VMA en/of VVV ontvangen en een AVMA en/of AVVV naar de voorsteller terugsturen. || VoorstelMedicatieafspraakOntvangend  || MP-VMO
 
|-
 
|-
−
| 1 || Naam || Patient – Naamgegevens (Initialen, Geslachtsnaam, GeslachtsnaamPartner), Geboortedatum, Geslacht ||  
+
|  AntwoordVoorstelMedicatieafspraakSturend  || MP-AVMS
 
|-
 
|-
−
| 2 || Telefoon || Patient – Contactgegevens – Telefoonnummers || Door patiënt als preferent opgegeven telefoonnummer
+
| VoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend  || MP-VVO
 
|-
 
|-
−
| 3 || BSN || Patient – Patientidentificatienummer || Altijd BSN
+
| AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekSturend || MP-AVVS
 
|-
 
|-
−
| 4 || Adres || Patient – Adresgegevens ||  
+
| rowspan="4"|De voorschrijver kan ook zelf voorstelgegevens naar een andere voorschrijver sturen en antwoorden ontvangen. || VoorstelMedicatieafspraakSturend  || MP-VMS
 
|-
 
|-
−
| 5 || Naam zorgaanbieder || Zorgaanbieder – Organisatienaam || Zorgaanbieder die het medicatieoverzicht heeft samengesteld
+
| AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend  || MP-AVMO
 
|-
 
|-
−
| 6 || Zorgaanbieder Adres || Zorgaanbieder – Adres – Adresgegevens ||  
+
| VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend  || MP-VVS
 
|-
 
|-
−
| 7 || Zorgaanbieder Telefoon || Zorgaanbieder – TelefoonMail – Contactgegevens – Telefoonnummers ||  
+
| AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend  || MP-AVVO
 
|-
 
|-
−
| 8 || Zorgaanbieder Email || Zorgaanbieder – TelefoonMail – Contactgegevens – Emailadressen ||  
+
| Het EVS levert bij raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. VV wordt alleen aan de patiënt opgeleverd. || MedicatieGegevensBeschikbaarstellend  || MP-MGB
 
|-
 
|-
−
| 9 || Datum medicatieoverzicht || Documentgegevens – Documentdatum ||  
+
| De voorschrijver raadpleegt de beschikbare medicatiegegevens voor het uitvoeren van medicatieverificatie en/of het evalueren van de medicamenteuze behandeling van de patiënt. || MedicatieGegevensRaadplegend  || MP-MGR
 
|-
 
|-
−
| || Lengte || Lichaamslengte – LengteWaarde, LengteDatumTijd ||  
+
| rowspan="2"|De voorschrijver stuurt medicatiegegevens naar/ontvangt medicatiegegevens van een andere zorgverlener, bijvoorbeeld op verzoek van de patiënt of bij ontslag. || MedicatieGegevensSturend  || MP-MGS
 
|-
 
|-
−
|  || Gewicht || Lichaamsgewicht – GewichtWaarde, GewichtDatumTijd ||
+
| MedicatieGegevensOntvangend || MP-MGO
 
|-
 
|-
−
| || Gecontroleerd door zorgverlener || Documentgegevens – Verificatie zorgverlener ||  
+
| De voorschrijver stuurt medicatiegegevens (MA en WDS) naar de trombosedienst ingeval de voorschrijver een eerste WDS ter overbrugging heeft gemaakt. || rowspan="3"|MedicatieGegevensSturend  || rowspan="3"|MP-MGS
 
|-
 
|-
−
| || Geverifieerd met patient/mantelzorger || Documentgegevens – Verificatie patient ||  
+
| In geval van gecorrigeerde gegevens schat de voorschrijver in wie hij actief op de hoogte moet stellen door het sturen van de juiste gegevens.
 +
|-
 +
| In geval van stoppen andermans MA stuurt de voorschrijver de stop-MA naar de voorschrijver van de gestopte MA.
 
|}
 
|}
−
Elementen 5 tot en met 8 worden niet getoond als de patiënt de opsteller van het medicatieoverzicht is.
+
De voorschrijver maakt gebruik van een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS). Zie [[#systeem|paragraaf 3.2.3]] voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.
 +
 
 +
==Deelproces Ter hand stellen==
 +
Deze paragraaf beschrijft het proces van ter hand stellen door een verstrekker. Een verstrekker is een apotheker of apotheekhoudend huisarts die het proces van ter hand stellen uitvoert of onder wiens verantwoordelijkheid dat gebeurt.
 +
Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/ter_hand_stellen|Praktijkvoorbeelden Ter hand stellen]].
 +
 
 +
===Overzicht deelproces Ter hand stellen===
  
−
===Contra-indicaties en overgevoeligheden (CiO)===
+
====Ter hand stellen algemeen====
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_ICA_v0.5.PNG]]
+
'''Starten ter hand stellen'''<br>
 +
Het proces van ter hand stellen start wanneer de verstrekker een nieuw medicatievoorschrift (MA met of zonder VV) ontvangt. Ook een verzoek van de patiënt voor herhaalde medicatieverstrekking of een signaal uit de herhaalmodule van het AIS kan reden zijn voor het starten van dit deelproces. Soms is een verandering in de situatie van de patiënt aanleiding voor het starten van het deelproces, bijvoorbeeld omdat diens medicatie voortaan in een Geneesmiddel Distributie Systeem (GDS) verstrekt moet worden.<br>
 +
 
 +
Er wordt gecontroleerd op verkrijgbaarheid van het voorgeschreven geneesmiddel en op preferentiebeleid. Ook wordt medicatiebewaking uitgevoerd; de uitwerking hiervan is buiten scope van dit FO.<br>
 +
<br>
 +
'''Mogelijke acties bij ter hand stellen'''<br>
 +
Als alle gegevens voldoen handelt de verstrekker het medicatievoorschrift af. Dit kan het verstrekken van medicatie betekenen, maar dat hoeft niet. Voorbeelden daarvan zijn:
 +
* De medicatie wordt gestopt met een stop-MA.
 +
* De medicatie is gewijzigd en de patiënt heeft nog voldoende voorraad.
 +
* De patiënt haalt de medicatie niet af.
 +
<br>
 +
Bij het afhandelen van het medicatievoorschrift kunnen de volgende medicatiebouwstenen vastgelegd worden:
 +
* TA om vast te leggen hoe de bijbehorende MA concreet is ingevuld.
 +
* MVE om vast te leggen wat er daadwerkelijk aan de patiënt is verstrekt.
 +
Dit wordt per bouwsteen verder uitgewerkt in de paragrafen 5.3.2 en 5.3.3.<br>
 +
Paragraaf 5.3.4 bevat aanwijzingen voor de invulling van de bouwstenen MA en VV in specifieke situaties.
 +
<br>
 +
Soms zal een verstrekker contact willen opnemen met de voorschrijver. Bijvoorbeeld:
 +
* Er is een nieuw VV nodig.
 +
* Er zijn vragen over de ontvangen MA.
 +
* Na een medicatiebewakingssignaal.
 +
In dergelijke gevallen kan de verstrekker een VMA of VVV naar de voorschrijver sturen. Daarin doet de verstrekker een concreet voorstel voor een MA of VV, met vermelding van de reden voor dat voorstel. Zie [[#mp voorstelgegevens|paragraaf 5.6]] voor nadere informatie over deze voorstelgegevens.<br>
 +
<br>
 +
'''Gegevens uitwisselen'''<br>
 +
De verstrekker stuurt de TA en, indien ook een verstrekking heeft plaatsgevonden, de MVE naar de voorschrijver. Als de {{fhir|Auteur}} van het VV een andere zorgverlener is dan de {{fhir|Voorschrijver}} in de MA, wordt de TA met eventueel de MVE naar die {{fhir|Auteur}} gestuurd. De vastgelegde gegevens worden ook beschikbaar gesteld.<br>
 +
De informatieoverdracht wordt in paragraaf 5.3.5 verder behandeld.
  
−
Actieve contra-indicaties en overgevoeligheden (intoleranties, allergieën/ bijwerkingen).
+
====Enkele specifieke situaties====
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|specifieke situaties voorschrijven }} (zie [[#Toedienlijsten|paragraaf 5.4.2]]).
  
−
Filter: einddatum is niet gevuld, ligt in de toekomst of is minder dan een jaar geleden bij het samenstellen van het overzicht.
+
===<span class="anchor" id="TA"></span>Toedieningsafspraak===
 +
Met de TA wordt de MA op een concreet niveau ingevuld. Een TA heeft altijd een verwijzing in RelatieMedicatieafspraak naar de bijbehorende MA, indien aanwezig. Er is niet altijd een nieuwe TA nodig, bijvoorbeeld bij herhaalverstrekking onder een lopende MA.<br>
 +
De TA wordt ingevuld op basis van factoren zoals beschikbaarheid, preferentiebeleid, of wensen van de patiënt of voorschrijver. Dit kan bijvoorbeeld resulteren in een product met een andere sterkte met daarbij aangepaste doseerfrequentie. Een andere sterkte betekent een andere PRK. Aangezien de TA onder dezelfde MBH valt als de MA, kunnen binnen 1 MBH dus bouwstenen met verschillende PRK voorkomen.<br>
  
−
Sorteren: meest recente ingangsdatum bovenaan.
+
Op hoofdlijnen kan een verstrekker een nieuwe TA maken, of een bestaande TA continueren, stoppen, wijzigen of tijdelijk onderbreken. Dit wordt in paragraaf 5.3.2.1 t/m 5.3.2.5 uitgewerkt.<br>
 +
In paragraaf 5.3.4.1 wordt voor een aantal data-elementen toegelicht hoe deze in bepaalde situaties moeten worden ingevuld.
  
−
Dit onderdeel wordt op een later moment uitgewerkt en is nog niet normatief.
+
====Eerste toedieningsafspraak====
 +
Bij een nieuwe MA wordt altijd een nieuwe TA gemaakt. Een eerste TA in een MBH zal doorgaans gemaakt worden naar aanleiding van een nieuwe MA. Een eerste TA kan echter ook zonder bijbehorende MA worden gemaakt. Als een patiënt in de apotheek bijvoorbeeld een zelfzorgmiddel koopt kan de verstrekker ervoor kiezen om een TA vast te leggen en daarmee een nieuwe MBH te starten. Dit maakt medicatiebewaking mogelijk en het zelfzorgmiddel kan dan ook op een toedienlijst opgenomen worden (zie [[#Deelproces Toedienen|paragraaf 5.4]]).<br>
  
−
===Huidige medicatie===
+
Een TA kan net als de bijbehorende MA in de toekomst starten. Deze TTA heeft een {{fhir|startDatumTijd}} die later ligt dan de datum waarop de afspraak gemaakt is.
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_HuidigeMedicatie_v0.5.PNG]]
 
  
−
Filter: alle huidige medicatie, dat wil zeggen alle medicatieafspraken en toedieningsafspraken die van toepassing zijn op het moment dat het overzicht wordt samengesteld en het daarbij behorende medicatiegebruik per bron. Ook de tijdelijk onderbroken medicatie wordt in deze categorie getoond.
+
====Continueren toedieningsafspraak====
−
Wanneer er alleen medicatiegebruik bekend is wordt deze getoond als deze niet ouder is dan 13 maanden. Wanneer medicatiegebruik is vastgelegd door zowel een zorgverlener als een patiënt wordt van beide het laatst geregistreerde medicatiegebruik getoond.  
+
Als de bestaande MA en TA afdoende zijn om een nieuwe medicatieverstrekking te doen hoeft de TA niet te worden aangepast.
  
−
Sorteren: per medicamenteuze behandeling: medicatieafspraak, toedieningsafspraak, medicatiegebruik (vastgelegd door patiënt, zorgverlener). Medicamenteuze behandelingen worden gesorteerd op ingangsdatum MA/ TA/ MGB aflopend.
+
====<span class="anchor" id="stoppen TA"></span>Stoppen toedieningsafspraak====
 +
Een TA met {{fhir|eindDatumTijd}}, bijvoorbeeld voor een kuur, stopt vanzelf op die datum. Hierbij is geen stop-TA nodig.<br>
 +
Een stop-MA voor het definitief stoppen van medicatie leidt tot een stop-TA binnen dezelfde MBH met stoptype ‘stopgezet’. Dit voorkomt verdere verstrekking van de medicatie.<br>
  
−
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
+
De stop-TA bevat de volgende nieuwe gegevens:
−
! style="text-align:left;"| '''Nr'''
+
{| class="wikitable" style="width:56em;"
−
! style="text-align:left;"| '''Kop'''
+
! style="text-align:left;"|data-element in dataset !! style="text-align:left;"|uitleg
−
! style="text-align:left;" colspan="3"| '''Dataset'''
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|1
+
| eindDatumTijd || De datum waarop de TA eindigt. Deze einddatum kan ook in de toekomst liggen.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Type
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Medicatieafspraak
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Toedieningsafspraak
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Medicatiegebruik
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|2
+
| Verstrekker || Naam van de verstrekker die de stop-TA maakt.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|Geneesmiddel
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Afgesproken geneesmiddel-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Geneesmiddel bij Toedieningsafspraak-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Gebruiksproduct-
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;" colspan="3"|Product – ProductCode (als afwezig: ProductSpecificatie, ProductNaam)
+
| RegistratieDatumTijd || Datum en tijd waarop de stop-TA wordt vastgelegd.
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|3
+
| ToedieningsafspraakStopType || ‘stopgezet’
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ingangsdatum
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;" colspan="3"|Ingangsdatum
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|4
+
| RelatieToedieningsafspraak || Relatie naar de TA die gestopt wordt. Een stop-TA moet deze relatie bevatten, tenzij er geen TA beschikbaar is in de MBH om naar te verwijzen. Als de MBH alleen MGB(‘s) bevat, moet de verstrekker deze kunnen stoppen met een stop-TA zonder RelatieToedieningsafspraak. De stop-TA krijgt in dit geval ook geen relatie naar een MGB.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Stopdatum/Duur
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;" colspan="3"|Einddatum(als afwezig: Duur)
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|5
+
| RelatieMedicatieafspraak || Relatie naar de stop-MA die aanleiding is voor deze stop-TA.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Dosering
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Omschrijving
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|6
+
| Toedieningsafspraak RedenWijzigenOf Staken || Reden voor stoppen van de TA.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Toedieningsweg
+
|}
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Toedieningsweg
+
Uit de TA waarnaar verwezen wordt moet de overige beschikbare informatie worden overgenomen, in ieder geval de volgende elementen:
−
|-
+
{| class="wikitable" style="width:56em;"
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|7
+
! style="text-align:left;"|data-element in dataset !! style="text-align:left;"|uitleg
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Reden
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Reden van voorschrijven & evt. <br>Reden van staken/onderbreken
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Reden van staken/onderbreken
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Reden van staken/onderbreken
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|8
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Toelichting
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;" colspan="2"|Toelichting & Aanvullende Informatie
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Toelichting
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="3"|9
+
| startDatumTijd || De oorspronkelijke startdatum.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="3"|Bron
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Voorschrijver-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Verstrekker-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|Auteur-
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;" colspan="3"|Zorgverlener – Zorgverlenernaam, Specialisme
+
| GeneesmiddelBijToedienings Afspraak || Het afgesproken geneesmiddel. In geval van magistralen of ingrediënten hoeven 90 miljoen-nummers niet overgenomen te worden.
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|n.v.t
+
| Gebruiksinstructie || De oorspronkelijke gebruiksinstructie. Het onderdeel AanvullendeInstructie hoeft niet te worden overgenomen aangezien wijze van gebruik bij een stop-TA niet meer relevant is.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|n.v.t
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top; text-align:center;"|of "Patient"
 
 
|}
 
|}
 +
De TA kan per direct gestopt worden met {{fhir|eindDatumTijd}} vandaag, of gestopt worden met een {{fhir|eindDatumTijd}} in de toekomst.
  
−
===Toekomstige medicatie===
+
=====Stoppen toedieningsafspraak door andere verstrekker=====
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_ToekomstigeMedicatie_v0.5.PNG]]
+
Een TA kan door de verstrekker zelf gestopt worden maar ook door een andere verstrekker. Wanneer een verstrekker medicatie stopt maakt hij een stop-TA, ook bij het stoppen van een TA van een ander. De stop-TA wordt naar de zorgverlener die de originele TA heeft gemaakt gestuurd. Diens XIS maakt voor deze zorgverlener inzichtelijk dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH.
  
−
Filter: alle medicatie die in de komende 3 maanden actueel wordt. Dit is inclusief voorgenomen medicatiegebruik.
+
=====Annuleren toekomstige toedieningsafspraak=====
 +
Het stoppen van een TA met {{fhir|startDatumTijd}} in de toekomst (TTA) heet annuleren. De TTA wordt geannuleerd door het vastleggen van een annuleer-TTA. Dit is een stop-TA met stoptype ‘geannuleerd’. De annuleer-TTA laat zien dat de patiënt de betreffende medicatie nooit volgens deze TTA heeft gebruikt.<br>
  
−
Voor een beschrijving van de mapping geldt hetzelfde als bij de huidige medicatie, zie [[#Huidige_medicatie|Huidige medicatie]].
+
De annuleer-TTA werkt hetzelfde als de stop-TA zoals hierboven beschreven maar met twee verschillen:
 +
* Het stoptype is ‘geannuleerd’ i.p.v. ‘stopgezet’;
 +
* De {{fhir|startDatumTijd}} en {{fhir|eindDatumTijd}} van de annuleer-TTA zijn aan elkaar gelijk.
  
−
===Recent beëindigde medicatie===
+
====<span class="anchor" id="wijzigen TA"></span>Wijzigen toedieningsafspraak====
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_RecentBeeindigde_v0.5.PNG]]
+
Het kan nodig zijn om de TA te wijzigen, bijvoorbeeld vanwege een wijziging in het assortiment of in het preferentiebeleid. Anders dan bij de MA leidt een wijziging in het geneesmiddel op PRK-niveau bij een TA niet tot een andere MBH.
  
−
Filter: alle medicatie die in de afgelopen 2 maanden geëindigd of gestopt is.  
+
'''Wijzigen TA bij ongewijzigde MA'''<br>
 +
Het wijzigen van een TA bij ongewijzigde MA gebeurt door het maken van een technische stop-TA met stoptype ‘stopgezet’ en een nieuwe TA met de wijziging binnen dezelfde MBH. Beide hebben een relatie naar de oorspronkelijke TA en de ongewijzigde MA. De technische stop-TA heeft als eindDatumTijd de startDatumTijd van de nieuwe TA met wijziging (zie [[#stoppen en wijzigen|paragraaf 2.4.3]]). In de nieuwe TA kan de reden voor het wijzigen in {{fhir|ToedieningsafspraakRedenWijzigenOfStaken}} worden vastgelegd.<br>
  
−
Voor een beschrijving van de mapping geldt hetzelfde als bij de huidige medicatie, zie [[#Huidige_medicatie|Huidige medicatie]].
+
Een wijziging kan per direct ingaan of kan gepland worden met een {{fhir|startDatumTijd}} in de toekomst. Als de wijziging wordt doorgevoerd in een toekomstige TA dan wordt er een technische annuleer-TTA gemaakt en een nieuwe TTA met de wijziging.<br>
  
−
===Aanvullende labwaarden===
+
De technische stop-TA en nieuwe TA worden gelijktijdig aangemaakt en hebben dus dezelfde {{fhir|RegistratieDatumTijd}} (zie [[#stop-bouwstenen|paragraaf 2.4.3.1]]). Ze worden gelijktijdig verstuurd en gelijktijdig beschikbaar gesteld. Bij raadplegen worden ze ook gelijktijdig opgeleverd. Hetzelfde geldt voor de technische annuleer-TTA en nieuwe TTA.
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_Labwaarden_v0.5.PNG]]
 
  
−
Meest recente labwaarden en afwijkende nierfunctiewaarden.
+
'''Wijzigen TA als gevolg van gewijzigde MA'''<br>
−
 
+
Een TA kan ook gewijzigd moeten worden als gevolg van een wijziging in de bijbehorende MA. In dat geval wordt een technische stop-MA en een nieuwe MA gemaakt. Dit leidt tot een technische stop-TA met relatie naar de oorspronkelijke TA en naar de technische stop-MA. Bij de nieuwe MA wordt een nieuwe TA gemaakt met relatie naar die nieuwe MA, zonder relatie naar de oorspronkelijke TA.<br>
−
Dit onderdeel wordt op een later moment uitgewerkt en is nog niet normatief.
+
Het wijzigen van een TTA als gevolg van een wijziging in een toekomstige MA werkt hetzelfde.<br>
−
 
+
{| class="wikitable" style="width:38em;"
−
===Opmerkingen===
+
! style="text-align:left;"|actie !! style="text-align:left;"|leidt tot !! style="text-align:left; width: 33%;"|met relatie naar
−
[[Bestand:Medicatieoverzicht_Opmerkingen_v0.5.PNG]]
+
|-style="text-align:left;"|met relatie naar
−
 
 
−
Bijvoorbeeld relevante (beperkte) gezondheidsvaardigheden (competenties: geletterdheid, reken- en digitale vaardigheden) die impact kunnen hebben op medicatiegebruik/behandeling.
 
−
 
 
−
Dit onderdeel wordt op een later moment uitgewerkt en is nog niet normatief.
 
−
 
 
−
==Bouwsteen instantiaties==
 
−
Deze paragraaf beschrijft welke instantiaties van de bouwstenen horen bij het medicatieoverzicht. Dit gaat om ‘eigen’ én ‘andermans’ bouwstenen en dan alleen de laatste, relevante instantiaties hiervan.
 
−
 
 
−
===Eigen én andermans===
 
−
Zowel de eigen als een kopie van (bij de verzender bekende) bouwstenen van andere bronnen gaan mee in het medicatieoverzicht. Dit zodat het medicatieoverzicht zo compleet mogelijk is voor de ontvanger. Dit zorgt ervoor dat ontvangers er direct mee aan de slag kunnen en niet afhankelijk zijn van andere bronnen.
 
−
De technische representatie van andermans bouwsteen kan ánders zijn dan die van de echte bron. Het is belangrijk dat de ontvanger hiervan op de hoogte is. De originele OID van andermans bouwsteen moet gewoon meegegeven worden. De ontvanger kan er dan voor kiezen om de bouwsteen ook in zijn originele vorm bij de bron op te halen.<br>
 
−
De bouwstenen medicatieafspraak, toedieningsafspraak en medicatiegebruik zijn uitgebreid met een kenmerk dat aangeeft of:
 
−
* er sprake is van een ‘eigen’ bouwsteen of
 
−
* die van ‘iemand anders’ (een ''accent'' bouwsteen: MA’, TA’, MGB’)
 
−
Dit kenmerk is van toepassing in de transactie voor het medicatieoverzicht. Daarnaast is het kenmerk kopie van toepassing bij afhandeling voorschrift, bij voorschrijven onder andermans MA en bij wijzigen of verstrekken van andermans TA. Bij andere transacties mogen geen kopieën van bouwstenen opgeleverd mogen worden.
 
−
 
 
−
Het kenmerk 'bouwsteen van iemand anders' bevind zich op twee niveaus:
 
−
* Het template ID van een MA’, TA’, MGB’ verschilt van een MA, TA en MGB.
 
−
* Daarnaast wordt het element kopie indicator altijd meegestuurd met waarde '''true''' in MA’, TA’, MGB’.
 
−
 
 
−
Het is toegestaan om voor het medicatieoverzicht de medicatieafspraken, toedienafspraken en medicatiegebruik via een door het informatiesysteem gegenereerd MGB of MGB’ (Zorgaanbieder is auteur MGB) aan te bieden. Deze dient wel een referentie te hebben naar een MA, TA of MGB.
 
−
 
 
−
====Medicatieoverzicht en afleidingsregels====
 
−
Een overzicht van medicatie die de patiënt gebruikt (of zou moeten gebruiken) kan op twee manieren in een informatiesysteem worden samengesteld:<br>
 
−
1) tonen van een actueel medicatieoverzicht (of overzichten) verkregen uit andere bron (of bronnen)<br>
 
−
2) in samenhang tonen van losse medicatiebouwstenen verkregen uit het eigen informatiesysteem en uit andere bronnen.<br>
 
−
Dit overzicht van medicatie bestaat in beide gevallen uit de informatie zoals opgenomen in de bouwstenen medicatieafspraak, toedieningsafspraak en medicatiegebruik.
 
−
 
 
−
Ad 1) Wanneer in dit document gesproken wordt over een actueel medicatieoverzicht wordt daarmee een samenhangend overzicht bedoeld waarin actuele medicatieafspraken, toedieningsafspraken en medicatiegebruik is opgenomen. Dit actuele medicatieoverzicht wordt opgebouwd door de bron op basis van de op dat moment bij de bron bekende gegevens. Dit overzicht kan worden uitgewisseld met de transactiegroep Medicatieoverzicht (PULL of PUSH).
 
−
 
 
−
De gegevens en bouwstenen die bekend zijn bij de bron, maar afkomstig uit een andere bron, worden in de transactie opgeleverd met de 'accent' indicator zodat ze herkenbaar zijn als andermans bouwstenen (MA accent, TA accent, MGB accent). <br>
 
−
 
 
−
Ad 2) Het is ook mogelijk dat een informatiesysteem een overzicht samen stelt door het samenvoegen van eigen en andermans losse medicatiebouwstenen. Voor het opvragen van losse bouwstenen wordt de transactiegroep medicatiegegevens (PULL) gebruikt.
 
−
 
 
−
Met de transactiegroep medicatiegegevens (PUSH) kunnen losse bouwstenen ook direct aan een andere zorgverlener of de patiënt worden verstuurd (dus zonder opvragen). Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ontslag of op verzoek van een medebehandelaar die de patiënt voor zich heeft (bijv. patiënt verschijnt bij huisarts of apotheker buiten de regio waarbij deze huisarts of apotheker bij de eigen huisarts van de patiënt de gegevens telefonisch opvraagt en digitaal ontvangt).<br>
 
−
Bij zowel medicatiegegevens PUSH als PULL mogen gegevens die uit andere bron zijn verkregen niet worden opgeleverd.
 
−
<br>
 
−
 
 
−
===Laatste relevante===
 
−
Alleen de laatste relevante bouwstenen (per medicamenteuze behandeling) zijn onderdeel van het medicatieoverzicht. Deze paragraaf beschrijft wat dan precies die laatst relevante bouwstenen zijn voor een medicatieoverzicht. Allereerst voor medicatie op voorschrift (paragraaf 5.3.2.1), dan voor ‘over the counter’ medicatie (paragraaf 5.3.2.2). De hierop volgende paragraaf 5.3.2.3 gaat nog in op de bijzondere situatie dat er behalve een huidige, ook een toekomstige medicatieafspraak binnen dezelfde medicamenteuze behandeling geldig is. Tenslotte vat de laatste paragraaf de te hanteren regels samen.<br>
 
−
 
 
−
====Medicatie op voorschrift====
 
−
=====Meest eenvoudige ‘happy flow’=====
 
−
In een medicamenteuze behandeling ontstaat er in de meest eenvoudige ‘happy flow’ een opeenvolging van:
 
−
* ''Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik''.
 
−
Normaal gesproken begint een medicamenteuze behandeling met een medicatieafspraak. Een toedieningsafspraak vult de medicatieafspraak concreet in. Medicatiegebruik zegt iets over het daadwerkelijk gebruik van de patiënt in deze medicamenteuze behandeling. Alle drie de bouwstenen zijn in zo’n geval relevant en horen bij de oplevering van een medicatieoverzicht, zoals aangegeven in groen  hieronder.
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik</font>.
 
−
Een toedieningsafspraak verwijst naar de medicatieafspraak die hij invult. Als er geen verwijzing beschikbaar is in de toedieningsafspraak dan moet de afspraakdatum (toedieningsafspraak) later zijn dan die van de medicatieafspraak om relevant te zijn voor oplevering.<br>
 
−
Medicatiegebruik kán verwijzen naar een medicatieafspraak óf toedieningsafspraak. Als er geen verwijzing beschikbaar is in het medicatiegebruik, dan moet de registratiedatum (medicatiegebruik) later zijn dan die van de medicatieafspraak om relevant te zijn voor oplevering.
 
−
 
 
−
=====Nieuwe medicatieafspraak in de medicamenteuze behandeling=====
 
−
Als je een nieuwe medicatieafspraak aanmaakt in een bestaande medicamenteuze behandeling zijn de op dát moment reeds bestaande medicatieafspraken, toedieningsafspraken en vastleggingen van medicatiegebruik niet meer relevant voor het medicatieoverzicht. Het idee is dat alle oudere bouwstenen dan de huidige medicatieafspraak per definitie ‘overruled’ zijn door deze nieuwe medicatieafspraak en dientengevolge niet meer relevant voor het medicatieoverzicht.
 
−
* <small>''Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik''</small> - <small><font color="red">stop-Medicatieafspraak</font></small> – <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small><font color="red">stop-Toedieningsafspraak</font></small>
 
−
 
 
−
Wanneer er volgend op een dergelijke medicatieafspraak een toedieningsafspraak en eventueel ook medicatiegebruik aangemaakt en beschikbaar zijn, worden deze wél weer meegeleverd in het medicatieoverzicht.
 
−
* <small>''Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik''</small> – <small><font color="red">stop-Medicatieafspraak</font></small> – <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small><font color="red">stop-Toedieningsafspraak</font></small> - <font color="00CC00"> Toedieningsafspraak</font>
 
−
* <small>''Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik''</small> – <small><font color="red">stop-Medicatieafspraak</font></small> - <font color="00CC00">Medicatieafspraak </font> - <small><font color="red">stop-Toedieningsafspraak</font></small> – <font color="00CC00">Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik</font> <br>
 
−
 
 
−
De nieuwe medicatieafspraak kan ook een stop-Medicatieafspraak zijn, als de patiënt in het geheel moet stoppen met deze medicatie. Deze stop-Medicatieafspraak blijft 2 maanden relevant voor het medicatieoverzicht. <br>
 
−
* <small>Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik </small> – <font color="red"> stop-Medicatieafspraak </font> - <font color="red">stop-Toedieningsafspraak</font>
 
−
 
 
−
=====Medicatiegebruik eerder dan toedieningsafspraak=====
 
−
Het kan gebeuren dat je medicatiegebruik hebt vastgelegd voordat de toedieningsafspraak aangemaakt is. Ook hier is het idee dat de nieuwere toedieningsafspraak de oudere vastlegging van toedieningsafspraak én medicatiegebruik ‘overrulet’. Het oudere medicatiegebruik is dan dus niet meer relevant voor het medicatieoverzicht.
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Medicatiegebruik</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small>''Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">Toedieningsafspraak</font>
 
−
 
 
−
Natuurlijk kan er daarna weer een nieuwe vastlegging van medicatiegebruik plaatsvinden, die dan ook weer relevant is voor het medicatieoverzicht.
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small>''Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">Toedieningsafspraak - Medicatiegebruik</font>
 
−
 
 
−
=====Nieuwe toedieningsafspraak=====
 
−
Soms maak je een nieuwe toedieningsafspraak onder een bestaande medicatieafspraak. Bijvoorbeeld omdat er een ander product verstrekt moet worden (ten gevolge van preferentiebeleid of voorraad). Ook dan geldt dat een dergelijke nieuwe toedieningsafspraak eventueel oudere toedieningsafspraken en medicatiegebruik ‘overrulet’.
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small>''Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik''- <font color="red">stop-Toedieningsafspraak</font></small> - <font color="00CC00">Toedieningsafspraak</font>
 
−
 
 
−
Natuurlijk kan je daarna medicatiegebruik vastleggen, die is dan ook weer relevant voor het medicatieoverzicht.
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small>''Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik'' - <font color="red">stop-Toedieningsafspraak</font></small> – <font color="00CC00">Toedieningsafspraak - Medicatiegebruik</font>
 
−
 
 
−
====Over the counter====
 
−
Soms gebruikt een patiënt medicatie waarvoor er geen voorschrift is. Dit geldt bijvoorbeeld voor pijnstillers als paracetamol of ibuprofen, die verkrijgbaar zijn zonder recept. We noemen dit “over the counter” medicatie.
 
−
Dergelijk gebruik van ‘over the counter’ medicatie kan vastgelegd worden met de bouwsteen medicatiegebruik. Ook dit is relevant voor het medicatieoverzicht.
 
−
* <font color="00CC00">Medicatiegebruik</font>
 
−
 
 
−
Een nieuwe vastlegging van medicatiegebruik door dezelfde type auteur (type auteur is patiënt of zorgverlener) ‘overrulet’ eventuele oudere vastleggingen van medicatiegebruik. Hieronder uitgewerkt, op volgorde van registratiedatum:
 
−
* <small>''Medicatiegebruik''</small> - <font color="00CC00">Medicatiegebruik</font>
 
−
 
 
−
Wanneer een voorschrijver beslist om deze medicamenteuze behandeling te formaliseren met een medicatieafspraak, gelden daarna de regels zoals hiervoor beschreven. Hieronder uitgewerkt, op volgorde van afspraakdatum (medicatie- of toedieningsafspraak)/registratiedatum (medicatiegebruik):
 
−
* <small>''Medicatiegebruik – Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font>
 
−
* <small>''Medicatiegebruik – Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">Medicatieafspraak - Medicatiegebruik</font>
 
−
* <small>''Medicatiegebruik – Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak - Medicatiegebruik</font>
 
−
* <small>''Medicatiegebruik – Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small>''Medicatiegebruik''</small> - <font color="00CC00">Toedieningsafspraak - Medicatiegebruik</font>
 
−
* <small>''Medicatiegebruik – Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> - <small>''Medicatiegebruik''</small> - <font color="00CC00">Medicatiegebruik</font>
 
−
 
 
−
====Toekomstige medicatieafspraken en toedieningsafspraken====
 
−
Een medicamenteuze behandeling kan meer dan één actuele medicatieafspraak en toedieningsafspraak bevatten. Namelijk één voor de huidige situatie en één of meer voor de toekomstige situatie. Deze paragraaf beschrijft een voorbeeld met één huidige en één toekomstige. De toekomstige bouwstenen hebben in de voorbeelden voor de duidelijkheid een “T-“. Zowel huidige als toekomstige bouwstenen zijn relevant voor het medicatieoverzicht. De bouwstenen voor toedieningsafspraak en medicatiegebruik moeten wel adequate verwijzingen hebben naar ofwel de huidige ofwel de toekomstige afspraak.  Hieronder drie voorbeelden, op volgorde van afspraakdatum/registratiedatum (indien deze gelijk zijn, dan gesorteerd op gebruiksperiode):
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – T Medicatieafspraak</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – T Medicatieafspraak – T Toedieningsafspraak</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik – T Medicatieafspraak – T Toedieningsafspraak – (eventueel T Medicatiegebruik)</font>
 
−
Stel dat de toedieningsafspraak wijzigt omdat de verstrekker een andere sterkte levert (2x 500 mg tabletten ipv. 1x 1000 mg tabletten) en de patiënt nog voldoende voorraad heeft voor twee weken obv. de eerste toedieningsafspraak:
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik – T Toedieningsafspraak</font>
 
−
 
 
−
=====Nieuwe medicatieafspraak=====
 
−
Als je in deze situatie een nieuwe medicatieafspraak maakt, maak je ook altijd een (technische) stop-medicatieafspraak. Deze stop-medicatieafspraak kent twee verschijningsvormen:<br>
 
−
1) met verwijzing naar een specifieke medicatieafspraak die je stopt<br>
 
−
2) zonder verwijzing, en daarmee stop je de hele medicamenteuze behandeling
 
−
 
 
−
Ad 1) Stop-medicatieafspraak voor één actuele medicatieafspraak. Met deze stop-medicatieafspraak stop je één specifieke medicatieafspraak. Je maakt voor die medicatieafspraak ook weer een nieuwe.
 
−
Stel dat je alleen de huidige medicatieafspraak wilt wijzigen, dan geeft dit toegepast op de voorbeelden hierboven, op volgorde van afspraakdatum:
 
−
* <small>''Medicatieafspraak''</small> – <font color="00CC00">T Medicatieafspraak </font> - <small> <font color="red">stop-Medicatieafspraak </small> </font> <font color="00CC00"> – Medicatieafspraak </font>
 
−
* <small>''Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak''</small> – <font color="00CC00">T Medicatieafspraak – T Toedieningsafspraak </font> - <small> <font color="red">stop-Medicatieafspraak </small> </font> <font color="00CC00"> – Medicatieafspraak</font>
 
−
* <small>''Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">T Medicatieafspraak – T Toedieningsafspraak – T Medicatiegebruik </font> -<small> <font color="red">stop-Medicatieafspraak </small> </font> <font color="00CC00"> – Medicatieafspraak</font>
 
−
 
 
−
Stel dat je alleen de toekomstige medicatieafspraak wilt wijzigen, dan geeft dit toegepast op de voorbeelden hierboven, op volgorde van afspraakdatum:
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small>''T Medicatieafspraak''</small> - <small> <font color="red">stop- T Medicatieafspraak </small> </font> <font color="00CC00"> – <font color="00CC00">T Medicatieafspraak</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak</font> – <font color="black"><small>''T Medicatieafspraak – T Toedieningsafspraak''</font></small> - <small> <font color="red">stop- T Medicatieafspraak </small> </font> <font color="00CC00">– <font color="00CC00">T Medicatieafspraak</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik</font> – <font color="black"> <small>''T Medicatieafspraak – T Toedieningsafspraak – T Medicatiegebruik''</font></small> - <small> <font color="red">stop- T Medicatieafspraak </small> </font> –  <font color="00CC00">T Medicatieafspraak </font>
 
−
 
 
−
<font color="black"> Ad 2) Stop-medicatieafspraak voor de hele medicamenteuze behandeling.
 
−
Dit mag alleen gebruikt worden wanneer er in de MBH geen MA beschikbaar is om naar te verwijzen. Dit kan gebeuren doordat de MBH gestart is met een andere bouwsteen, zoals een TA of MGB, of als de MA – om wat voor reden dan ook – niet opgeleverd is bij raadplegen. Het systeem ‘kent’ op dat moment deze MA niet en kan er dus niet naar verwijzen. Een voorschrijver kan de MBH dan stoppen met een stop-medicatieafspraak die geen referentie heeft naar een MA. Mocht de voorschrijver vervolgens alsnog een MA willen maken dan kan dat door het aanmaken van een nieuwe MA. Hieronder uitgewerkt voor dezelfde drie voorbeelden als bovenstaand, op volgorde van afspraakdatum.
 
−
* <small>Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik</small> – <small> <font color="red">stop-Medicatieafspraak (zonder referentie)</small> </font>
 
−
* <small>''Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik''</small> - <small> <font color="red">stop-Medicatieafspraak (zonder referentie)</small> </font>– <font color="00CC00">Medicatieafspraak </font>
 
−
* <small>''Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik ''</small> - <small> <font color="red">stop-Medicatieafspraak (zonder referentie)</small> </font>– <font color="00CC00">Medicatieafspraak - Toedieningsafspraak </font> <font colour="black">
 
−
 
 
−
 
 
−
=====Nieuwe toedieningsafspraak=====
 
−
<font color="black"> Je kunt echter ook een nieuwe toedieningsafspraak maken voor alleen de huidige medicatieafspraak. Deze nieuwe toedieningsafspraak moet dan een verwijzing naar die huidige medicatieafspraak hebben. Hieronder uitgewerkt voor drie voorbeelden, op volgorde van afspraakdatum.
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – T Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small>''Toedieningsafspraak''</small>– <font color="00CC00">T-Medicatieafspraak – T Toedieningsafspraak </font> - <small> <font color="red"> stop-Toedieningsafspraak </small> </font>– <font color="00CC00">Toedieningsafspraak</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak</font> – <small>''Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik''</small> – <font color="00CC00">T Medicatieafspraak – T-Toedieningsafspraak – T Medicatiegebruik – </font> - <font color="red"> <small> stop-Toedieningsafspraak </font></small> – <font color="00CC00">Toedieningsafspraak</font>
 
−
 
 
−
Een nieuwe toedieningsafspraak met een verwijzing naar de toekomstige medicatieafspraak ziet er als volgt uit.
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – T Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – T-Toedieningsafspraak</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak –Toedieningsafspraak – T-Medicatieafspraak</font> – <small>''T Toedieningsafspraak''</small> –  <font color="red"> <small> stop-T Toedieningsafspraak </font></small> - <font color="00CC00">T Toedieningsafspraak</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak –Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik – T Medicatieafspraak</font> – <small>''T Toedieningsafspraak – T Medicatiegebruik''</small> - <font color="red"> <small> stop- T Toedieningsafspraak </font></small>– <font color="00CC00">T-Toedieningsafspraak</font>
 
−
 
 
−
====Regels van het overrulen opgesomd====
 
−
Op basis van bovenstaande beschrijving/voorbeelden zijn de volgende algemene regels voor het overrulen af te leiden. Het gaat hier om de regels om te bepalen of een bouwsteen relevant is voor oplevering in het medicatieoverzicht.
 
−
Binnen een medicamenteuze behandeling:
 
−
* Een nieuwe medicatieafspraak overrulet alle oudere bouwstenen (medicatieafspraak, toedieningsafspraak, medicatiegebruik) behorende bij de medicatieafspraak/-afspraken die deze medicatieafspraak gestopt heeft.
 
−
* Een nieuwe toedieningsafspraak overrulet alle oudere bouwstenen van type toedieningsafspraak of medicatiegebruik die horen bij dezelfde medicatieafspraak als de nieuwe toedieningsafspraak.
 
−
* Een nieuwe vastlegging van medicatiegebruik overrulet in principe (zie uitzondering hieronder) oudere vastleggingen van medicatiegebruik die horen bij dezelfde medicatieafspraak als het nieuwe medicatiegebruik.
 
−
** Uitzondering op deze regel: medicatiegebruik met als auteur patiënt overrulet NIET een oudere vastlegging van medicatiegebruik met als auteur zorgverlener en vice versa. Beide zijn dan dus relevant voor het medicatieoverzicht.
 
−
 
 
−
Deze laatste uitzondering toegepast op een aantal situaties:
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik-ZVL – Medicatiegebruik-PAT</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik-PAT – Medicatiegebruik-ZVL</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak</font> – <small>''Medicatiegebruik-PAT''</small> – <font color="00CC00">Medicatiegebruik-PAT</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak – Medicatiegebruik-ZVL</font> – <small>''Medicatiegebruik-PAT''</small> – <font color="00CC00">Medicatiegebruik-PAT</font>
 
−
* <font color="00CC00">Medicatieafspraak – Toedieningsafspraak</font> – <small>''Medicatiegebruik-ZVL – Medicatiegebruik-PAT''</small> – <font color="00CC00">Medicatiegebruik PAT – Medicatiegebruik-ZVL</font>
 
−
 
 
−
==Verificatie per medicamenteuze behandeling==
 
−
Een zorgverlener legt verificatie per medicamenteuze behandeling vast met de bouwsteen medicatiegebruik:
 
−
* Auteur = Zorgverlener
 
−
* Eventuele informant: de patiënt, een zorgverlener of een andere persoon
 
−
* Eventueel kenmerk ‘volgens afspraak’: is het medicatiegebruik volgens de auteur conform medicatieafspraak of toedieningsafspraak?
 
−
* Eventuele link naar medicatieafspraak óf toedieningsafspraak:
 
−
** Medicatie- of toedieningsafspraak die de referentie is geweest voor het opgeven van dit gebruik.
 
−
** Wanneer er wordt aangegeven ‘volgens afspraak’ dan staat hier de medicatie- of toedieningsafspraak conform welke de patiënt gebruikt.
 
−
Een dergelijke vastlegging van medicatiegebruik betekent: “Volgens mij gebruikt de patiënt dit medicament als volgt:…..”.<br>
 
−
Bekend: het is nu niet voorzien in de informatiestandaard om aan te geven dat een medicatieafspraak of toedieningsafspraak klopt, los van of de patiënt het ook zo gebruikt.
 
−
 
 
−
==Proces van het medicatieoverzicht uitwisselen==
 
−
Naast de inhoud en de verificatie is ook het proces rondom het medicatieoverzicht van belang.
 
−
 
 
−
===Wie, wanneer, met welke informatie===
 
−
De betrouwbaarheid en de compleetheid van een medicatieoverzicht hangt af van:
 
−
* wie het heeft samengesteld,
 
−
* op welk moment en
 
−
* met welke basisinformatie.
 
−
 
 
−
Daarover kunnen we afspraken maken, bijvoorbeeld:
 
−
* een medicatieoverzicht pas uitwisselen/beschikbaar stellen zodra deze enige vorm van betrouwbaarheid heeft
 
−
** na een expliciete actie van een zorgverlener of
 
−
** automatisch als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
 
−
* medicatieoverzicht volledig automatisch uitwisselen/beschikbaar stellen zonder voorwaarden
 
−
* medicatieoverzicht volledig automatisch beschikbaar maken zonder dat een nieuwe gegevenssoort nodig is (dus bij aanmelding van één van de andere medicatie gegevenssoorten ben je automatisch ook bron voor een medicatieoverzicht).
 
−
 
 
−
====Besluit====
 
−
Bovenstaande vragen zijn nog niet beantwoord. Besloten is dat tijdens de Proof-Of-Concept alle partijen die een medicatieoverzicht kunnen opleveren dit ook doen.
 
−
 
 
−
===Verantwoordelijkheden opvrager en bron===
 
−
De opvrager krijgt medicatieoverzichten uit meerdere bronnen. Het verwerken hiervan is de verantwoordelijkheid van de ontvanger. De actualiteit van een medicatieoverzicht is hierbij van belang.<br>
 
−
'''Actie:''' de transactie medicatieoverzicht moet de meest recente datum bevatten van de verzameling van beschikbare afspraakdatums/registratiedatums van de opgeleverde instantiaties van bouwstenen. De samensteller (bron) van het medicatieoverzicht moet deze datum dus opleveren. Dit helpt de ontvanger om de actualiteit van het medicatieoverzicht beter in te schatten.
 
−
 
 
−
===Afspraken vervolg===
 
−
Met de uitkomsten van de Proof-Of-Concept vervolgen we de analyse om te komen tot een goed proces voor het medicatieoverzicht.
 
−
 
 
−
 
 
−
==Afleidingsregels==
 
−
Het is van belang dat iedere partij de arts, apotheker, verpleging en ook de patiënt uit de medicatiebouwstenen kan opmaken wat de bedoeling is (c.q. wat de actuele afspraken zijn). Die bedoeling mag niet per informatiesysteem verschillen. Daarom moeten informatiesystemen volgens dezelfde afleidingsregels de actuele situatie kunnen berekenen.
 
−
 
 
−
De actuele therapeutische situatie wordt berekend aan de hand van zowel medicatie- als toedieningsafspraken. Toedieningsafspraken hebben een relatie met de medicatieafspraak die zij concreet invullen. Toedieningsafspraken zijn daardoor te koppelen aan de medicatieafspraak die zij invullen.<br>
 
−
Het medicatiegebruik is uiteraard ook zinvol om te weten. Het geeft echter niet weer wat de bedoeling van de zorgverlener is, maar wat de patiënt heeft gebruikt. Onderstaande regels nemen daarom niet het ‘gebruik’ mee. Het gebruik is wel onderdeel van een medicatieprofiel maar wordt apart getoond onder de betreffende medicamenteuze behandeling.
 
−
 
 
−
===Effectieve periode===
 
−
De effectieve periode bestaat uit een ''effectieve ingangsdatum'' en een ''effectieve stopdatum.''
 
−
:''De effectieve periode beschrijft de periode waarin een medicatie- of toedieningsafspraak (uiteindelijk) geldt /van toepassing is.''
 
−
De effectieve periode is afhankelijk van aanpassingen (wijzigen / staken / onderbreken / hervatten) van medicatie en door de ‘concrete invulling’ van een medicatieafspraak door een toedieningsafspraak. De effectieve periode is niet beschreven in de dataset, omdat het een afgeleid gegeven is dat alleen wordt gebruikt om de actuele situatie te bepalen. De ''effectieve ingangsdatum'', ''effectieve stopdatum'' en ''effectieve periode'' zijn geen gegevens om aan de eindgebruiker te tonen.<br>
 
−
Medicatie voor onbepaalde duur heeft een ''effectieve stopdatum'' die in de toekomst ligt, maar op een (nog) niet af te leiden moment. Het is alleen bekend dat hij 'ergens' in de toekomst ligt.
 
−
 
 
−
===Actuele en huidige medicatie===
 
−
*''Actuele (medicatie– en toedienings)afspraken:'' de afspraken waarvan de effectieve stopdatum in de toekomst ligt.
 
−
*''Huidige (medicatie– en toedienings)afspraken:'' de afspraken waarvan het heden tussen de effectieve ingangsdatum en de effectieve stopdatum ligt.
 
−
*''Actuele medicatie:'' de verzameling van actuele (huidige en toekomstige) medicatie- en toedieningsafspraken en het actuele gebruik. Voorbehoud hierbij is dat nooit met zekerheid te zeggen is in hoeverre de patiënt zich aan de afspraken houdt en het daadwerkelijk gebruik meldt.
 
−
 
 
−
===Uitwerking===
 
−
'''Aanpak'''<br>
 
−
Aan de hand van een aantal situaties worden de afleidingsregels beschreven om te komen tot de effectieve therapeutische periode in een medicatieprofiel:<br>
 
−
:1) Medicatie starten
 
−
:2) Maken toedieningsafspraak
 
−
:3) Medicatie wijzigen
 
−
:4) Medicatie definitief stoppen
 
−
:5) Medicatie tijdelijk onderbreken en hervatten
 
−
 
 
−
Hieronder worden de afleidingsregels beschreven. Het nummer bij iedere afleidingsregel staat voor de volgorde waarin de regels moeten worden uitgevoerd.
 
−
 
 
−
'''1) Medicatie starten'''<br>
 
−
Medicatie wordt gestart door het maken van een nieuwe medicatieafspraak. De medicatieafspraak kent een:
 
−
*Afspraakdatum - de datum waarop de afspraak is gemaakt met de patiënt.
 
−
*Gebruiksperiode - de periode bestaat uit:
 
−
**ingangsdatum - de ingangsdatum van de medicatieafspraak kan in de toekomst liggen;
 
−
**gebruiksduur;
 
−
**stopdatum - tot wanneer geldt de medicatieafspraak.
 
−
 
 
−
1a: De effectieve periode van een ''nieuwe'' medicatieafspraak is gelijk aan diens gebruiksperiode
 
−
 
 
−
'''2) Maken toedieningsafspraak'''<br>
 
−
Een toedieningsafspraak vult een medicatieafspraak concreet in. In zekere zin, door de ogen van de patiënt gezien, zou je kunnen zeggen dat een toedieningsafspraak een medicatieafspraak vervangt. Dat is immers dichter bij wat hij zou moeten gebruiken.
 
−
 
 
−
Afleidingsregel 1 wordt uitgebreid:
 
−
 
 
−
1b: De effectieve periode van een nieuwe toedieningsafspraak is gelijk aan diens gebruiksperiode
 
−
 
 
−
Afleidingsregel 2 is van toepassing als een medicatieafspraak onderliggende toedieningsafspraken kent (zie afleidingsregel 2b voor nadere toelichting):
 
−
 
 
−
2a: De effectieve periode van een medicatieafspraak is gelijk aan de effectieve periode van de onderliggende toedieningsafspraak.
 
−
 
 
−
'''3) Medicatie wijzigen'''
 
−
:'''a) Door een medicatieafspraak'''
 
−
De voorschrijver wijzigt medicatie (c.q. de medicamenteuze behandeling) door het maken van een nieuwe medicatieafspraak (en het beëindigen van de bestaande) binnen een bestaande medicamenteuze behandeling. <br>
 
−
Doordat de ingangsdatum van een medicatieafspraak in de toekomst kan liggen kunnen er meerdere medicatieafspraken tegelijk actueel zijn. Bijvoorbeeld wanneer een medicatieafspraak geldt ‘voor onbepaalde duur’ (MA1) en er wordt afgesproken over twee weken de dosering te wijzigen (MA2) blijft de eerste medicatieafspraak (MA1) nog twee weken geldig, daarna gaat de tweede medicatieafspraak (MA2) in.
 
−
De voorgaande afleidingsregels veranderen hierdoor niet.
 
−
 
 
−
:'''b) Door een toedieningsafspraak'''
 
−
Een medicatieafspraak wordt concreet ingevuld door een toedieningsafspraak. Op deze toedieningsafspraak kan een wijziging plaatsvinden. Bijvoorbeeld wanneer deeltijden veranderen (wanneer GDS wordt geïnitieerd), of wanneer er van handelsproduct wordt gewijzigd (door bijvoorbeeld een preferentiebeleid). Er kunnen dus meerdere achtereenvolgende toedieningsafspraken onder één medicatieafspraak worden gemaakt. Daarom wordt regel 2 uitgebreid zodat effectieve periode van de medicatieafspraak wordt bepaald door de gehele reeks onderliggende toedieningsafspraken.
 
−
 
 
−
2b: Wanneer er meerdere toedieningsafspraken onder een medicatieafspraak gemaakt worden dan is de effectieve ingangsdatum van de medicatieafspraak gelijk aan de meest vroege ingangsdatum van de onderliggende toedieningsafspraken en de stopdatum van de laatste toedieningsafspraak.
 
−
 
 
−
Er kunnen parallelle toedieningsafspraken onder één medicatieafspraak zijn waarvan de afspraakdatum en ingangsdatum gelijk zijn. Beide zijn dan tegelijk geldig en daarmee wijzigt regel 2b niet.
 
−
 
 
−
In onderstaande figuur is een zeer eenvoudig voorbeeld opgenomen van een actueel profiel samengesteld uit de verschillende bouwstenen. De patiënt-, verificatie-, CiO- en labgegevens zijn in dit overzicht geheel buiten beschouwing gelaten. Er is verder een zeer beperkt aantal gegevens opgenomen om vooral de werking van de effectieve periode te tonen. Regels met een ‘-‘ zijn detailregels en kunnen desgewenst ‘ingeklapt’ worden in het medicatieprofiel. In de eerste regel is de effectieve periode getoond voor de onderliggende MA en TA's. Daaronder is ook gebruik zichtbaar, deze heeft geen invloed op de berekening van de effectieve therapeutische periode in de eerste regel.
 
−
 
 
−
{{anchor|figuur 9}}
 
−
[[Bestand:Voorbeeldeffectieveperioden.png|Figuur 9 Voorbeeld effectieve periode]]
 
−
 
 
−
'''4) Medicatie definitief stoppen'''<br>
 
−
Het stoppen van medicatie (c.q. medicamenteuze behandeling) gebeurt door het maken van een medicatieafspraak, waarin stoptype 'definitief' is aangegeven. De ingangsdatum van deze medicatieafspraak is de datum waarop de originele medicatieafspraak inging. De stopdatum is de datum waarop de medicatie gestopt wordt. De effectieve periode van de originele medicatieafspraak is daarmee vervangen door de effectieve periode van deze nieuwe stop-MA.
 
−
 
 
−
1c: Wanneer een medicatieafspraak gestopt wordt dan is de effectieve periode van de medicatieafspraak de effectieve periode van de stop-MA.
 
−
 
 
−
Een stop-toedieningsafspraak kan een stop-medicatieafspraak concreet invullen. Zo kan bijvoorbeeld worden uitgedrukt dat het stoppen ingaat met de volgende GDS uitgifte.
 
−
 
 
−
'''5) Medicatie tijdelijk onderbreken en hervatten'''<br>
 
−
Het onderbreken van medicatie gebeurt op dezelfde wijze als medicatie stoppen. Er wordt een stop-MA gemaakt (stoptype 'tijdelijk') met dezelfde ingangsdatum als de originele medicatieafspraak. De stopdatum van de stop-MA is het moment van tijdelijk onderbreken, het stoptype is 'tijdelijk'. Hervatten gebeurt door een medicatieafspraak te maken met de oude (of aangepaste) dosering waarbij de ingangsdatum de hervattingsdatum is. Een aansprekende reden (bijvoorbeeld: hervat eerder gemaakt beleid) kan e.e.a. verduidelijken. Als niet hervat wordt kan 'medicatie stoppen (stoptype 'definitief')' worden uitgevoerd om de medicamenteuze behandeling definitief te beëindigen waarmee het niet meer actuele medicatie is. Medicatie die onderbroken wordt blijft actueel zodat deze op het medicatieprofiel zichtbaar blijft.
 
−
 
 
−
1d: Wanneer medicatie tijdelijk wordt onderbroken wordt de effectieve periode daardoor niet beïnvloed. De effectieve periode wordt bepaald door de effectieve periode van de originele medicatieafspraak.
 
−
 
 
−
Deze afleidingsregels vormen de basis voor het bepalen van de actuele afspraken. Er zijn uitzonderingssituaties denkbaar die gerelateerd zijn aan het slechts deels beschikbaar hebben van medicatiegegevens. Deze zijn niet uitgewerkt.
 
−
In de open-source beschikbare medicatie-viewer zijn alle afleidingsregels opgenomen en geïmplementeerd.
 
−
 
 
−
==Gegevens die niet getoond hoeven te worden==
 
−
Diverse gegevens zijn belangrijk voor het correct kunnen verwerken van informatie, maar zijn voor de eindgebruiker niet relevant:
 
−
*Een applicatie hoeft niet de (technische) identificatie van een MBH te tonen (noch die van de bouwstenen zelf), maar wel de uitwerking daarvan: namelijk in samenhang getoonde bouwsteen instantiaties.
 
−
*De kopie-indicator bij de MA, TA en MGB bij het raadplegen van medicatieoverzicht. Of een bouwsteen een kopie betreft, is voor een gebruiker niet zo belangrijk en kan afgeleid worden door andere gegevens uit die bouwsteen (zoals auteur van de bouwsteen). Het is dus niet zo belangrijk dat een gebruiker kan zien dat dit 'als kopie' is opgeleverd en vermoedelijk alleen maar verwarrend. Voor leveranciers is dit gegeven echter wél belangrijk, bijvoorbeeld omdat zij soms met de gegevens willen rekenen en het dan veiliger is om het gegeven bij de échte bron op te halen. Het ligt daarom voor de hand om in je informatiesysteem wél bij te houden of je het gegeven van de échte bron hebt ontvangen.
 
−
*Een applicatie hoeft niet het stoptype (tijdelijk/definitief) van een stop-afspraak te tonen, maar wel de uitwerking daarvan: namelijk het verwerken van de betekenis, waardoor een gehele MBH als gestopte medicatie getoond wordt of als onderbroken medicatie (blijft inzichtelijk onder huidige medicatie) of als een wijziging in geval van een 'technische stop-afspraak'.
 
−
 
 
−
 
 
−
 
 
−
=Toedienlijst en afleidingsregels=
 
−
 
 
−
 
 
−
Dit hoofdstuk toont een mogelijke weergave van een toedienlijst en specificeert daarnaast afleidingsregels voor alle relevante bouwstenen en verificatie per medicamenteuze behandeling voor het opstellen van een toedienlijst.
 
−
 
 
−
==Inleiding ==
 
−
 
 
−
Deze paragraaf bevat een voorbeeld van een toedienlijst. De toedienlijst toont op elk moment van de dag de meeste recente medicatiegegevens zodat de medicatietoediening adequaat kan verlopen. Om te zorgen voor een veilige situatie waarbij een (professionele) toediener de juiste en actuele medicatiegegevens heeft om goed en veilig te kunnen toedienen, dient de toedieningssoftware in staat te zijn om de medicatiebouwstenen te kunnen verwerken en samenhang hierin te brengen met behulp van de spelregels die binnen deze informatiestandaard MP9 zijn bepaald. 
 
−
 
 
−
Onder de term ‘toedienlijst’ wordt verstaan een digitale lijst van alle geneesmiddelen die zijn voorgeschreven door een voorschrijver en die aan een patiënt/cliënt toegediend moeten worden. Deze lijst wordt opgesteld op basis van de volgende medicatiebouwstenen: medicatieafspraak, wisselenddoseerschema, toedieningsafspraak, medicatieverstrekking en medicatietoediening.
 
−
 
 
−
Het (actief) beschikbaar stellen van medicatiegegevens aan (professionele) toedieners zorgt voor een totaal overzicht over alle toe te dienen medicatie. Dit betekent dat zowel het stoppen als het wijzigen van medicatie met of zonder medicatieverstrekking op elk moment beschikbaar is. Wijzigingen in medicatie en wisselende doseerschema’s, zoals van de trombosedienst, zijn direct beschikbaar voor toedieners.
 
−
 
 
−
In figuur 1 zijn de medicatiegegevens weergegeven die getoond kunnen worden op een toedienlijst. In tabel 1 wordt door middel van nummers aangegeven welke gegevens daarbij normatief zijn, deze medicatiegegevens zijn verplicht om te tonen. De andere gegevens in de figuur zijn optioneel en worden mogelijk in de toekomst als normatief toegevoegd. De lay-out van de toedienlijst in een informatiesysteem kan verschillen per doelgroep en per device, dit is afhankelijk van de gebruikerseisen.
 
−
 
 
−
De toedienlijst in dit voorbeeld is generiek beschreven. De algemene eisen van de eindgebruikers voor het opstellen van de toedienlijst zijn in dit hoofdstuk opgenomen en er worden geen uitspraken gedaan over de technische realisatie of implementatie.
 
−
 
 
−
De Veilige principes in de medicatieketen (2016) gaan over wat ‘in principe’ veilig is in de medicatieketen in de sector verpleging, verzorging en thuiszorg. De specificaties, die in de Veilige principes in de medicatieketen (2016), Richtlijn overdracht van medicatiegegevens in de keten herziening 2018/2019 en de nieuwe inzichten uit het programma Medicatieoverdracht zijn opgenomen, zijn in dit hoofdstuk verwerkt.
 
−
 
 
−
Uitgangspunten voor de toedienlijst zijn:
 
−
*Medicatiebouwstenen
 
−
**Medicatieafspraak (MA)
 
−
**Toedieningsafspraak (TA)
 
−
**Wisselenddoseerschema (WDS)
 
−
**Medicatietoediening (MTD)
 
−
**Medicatieverstrekking (MVE)
 
−
*Alle huidige medicatie, dat wil zeggen alle MA’s, TA’s en WDS’s die beschikbaar zijn en van toepassing zijn op het moment dat medicatie wordt toegediend, worden bepaald op basis van de Gebruiksperiode.  
 
−
*De PrikPlakLocatie in de bouwsteen MTD wordt geraadpleegd op basis de toedieningsperiode  (ToedieningsDatumTijd).
 
−
*(Professionele) toedieners kunnen op een toedienlijst een onderscheid maken tussen de verschillende medicatie die een patiënt toegediend krijgt, dit gebeurt op basis van het data-element “Distributievorm” in de bouwsteen TA en het data-element “zo nodig criterium” in de dosering (MA, TA of WDS). Het onderscheid kan er als volgt uit zien: 
 
−
**GDS-medicatie;
 
−
**Niet GDS-medicatie;
 
−
**Niet GDS-medicatie zo nodig.
 
−
*De resterende bouwstenen (verstrekkingsverzoek, medicatiegebruik en medicatieverbruik) zijn niet relevant voor het opstellen van de toedienlijst.
 
−
<br>
 
−
 
 
−
{{anchor|figuur 1}}
 
−
[[Bestand:Toedienlijst_figuur_1a.PNG|Figuur 1: Voorbeeldweergave toedienlijst]]
 
−
[[Bestand:Toedienlijst_figuur_1b.PNG|Figuur 1: Voorbeeldweergave toedienlijst]]
 
−
[[Bestand:Toedienlijst_figuur_1c.PNG|Figuur 1: Voorbeeldweergave toedienlijst]]
 
−
<br>
 
−
<small>''Figuur 1: Voorbeeldweergave toedienlijst''
 
−
</small> <br>
 
−
<br>
 
−
{| class="wikitable"
 
−
|-
 
−
! Nr
 
−
! style="text-align:left;"|Kop
 
−
! style="text-align:left;" colspan="3"|Dataset
 
−
|-
 
−
| 1 || Type || Medicatieafspraak || Toedieningsafspraak || Wisselenddoseerschema
 
−
|-
 
−
| 2 || Geneesmiddel || Afgesproken geneesmiddel || Geneesmiddel bij toedieningsafspraak ||
 
−
|-
 
−
| 3 || Voorschrijver
 
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Medicatieafspraak – Voorschrijver – Zorgverlener
 
 
|-
 
|-
−
| 4 || Verstrekker
+
| colspan="3"|'''wijziging TA'''
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Toedieningsafspraak – Verstrekker – Zorgaanbieder 
 
 
|-
 
|-
−
| || Auteur
+
| technische stop-TA || n.v.t || oorspronkelijke TA
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Wisselenddoseerschema – Auteur – Zorgverlener (conditioneel)
 
 
|-
 
|-
−
| 5 || Ingangsdatum || Medicatieafspraak - Gebruiksperiode || Toedieningsafspraak - Gebruiksperiode || Wisselenddoseerschema - Gebruiksperiode
+
| nieuwe TA || n.v.t. || oorspronkelijke TA (ongewijzigde) MA
 
|-
 
|-
−
| 6 || Einddatum/duur || Medicatieafspraak - Gebruiksperiode || Toedieningsafspraak – Gebruiksperiode || Wisselenddoseerschema - Gebruiksperiode
+
| colspan="3"|'''wijziging TTA'''
 
|-
 
|-
−
| 7 || Omschrijving
+
| technische annuleer-TTA || n.v.t. || oorspronkelijke TTA
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Omschrijving
 
−
|-
 
−
|  || Toedieningsweg
 
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Toedieningsweg
 
−
 
 
 
|-
 
|-
−
| || Aanvullende instructie
+
| nieuwe TTA || n.v.t. || oorspronkelijke TTA (ongewijzigde) MA
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Aanvullende instructie
 
 
|-
 
|-
−
| || Keerdosis
+
| colspan="3"|'''wijziging MA'''
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Doseerinstructie – Dosering – Keerdosis
 
 
|-
 
|-
−
| || Toedientijd
+
| technische stop-MA || technische stop-TA || oorspronkelijke TA technische stop-MA
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Doseerinstructie – Dosering – Toedieningsschema – Toedientijd
 
 
|-
 
|-
−
| || Toedieningssnelheid
+
| nieuwe MA || nieuwe TA || nieuwe MA
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Doseerinstructie – Dosering – Toedieningssnelheid
 
 
|-
 
|-
−
| || Toedieningsduur
+
| colspan="3"|'''wijziging TMA'''
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Gebruiksinstructie – Doseerinstructie – Dosering – Toedieningsduur
 
 
|-
 
|-
−
| 8 || PrikPlakLocatie
+
| technische annuleer-TMA || technische annuleer-TTA || oorspronkelijke TTA technische annuleer-TMA
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Medicatietoediening – PrikPlakLocatie
 
 
|-
 
|-
−
| 9 || Toelichting
+
| nieuwe TMA || nieuwe TTA || nieuwe TMA
−
|style="text-align:left;" colspan="3"|Toelichting & Aanvullende Informatie
 
 
|}
 
|}
−
<small>''Tabel 1: Normatieve medicatiegegevens voor de toedienlijst''
+
=====Corrigeren toedieningsafspraak=====
−
</small>
+
Voor het corrigeren van een TA gelden dezelfde regels als voor het corrigeren van een MA (zie [[#corrigeren MA|paragraaf 5.2.2.4.1]]):<br>
 +
Als de foutieve TA nog niet gedeeld is met andere zorgverleners, kan de verstrekker deze in het eigen informatiesysteem aanpassen of schrappen. Als de foutieve afspraak al wel gedeeld is met andere zorgverleners dan moet deze gecorrigeerd worden. Er worden twee nieuwe TA’s gemaakt binnen dezelfde MBH:
 +
* Een nieuwe TA met de juiste gegevens, ‘foutieve registratie van medicatie’ in {{fhir|ToedieningsafspraakRedenWijzigenOfStaken}} en verwijzing naar de te corrigeren TA en de ongewijzigde MA.
 +
* Een technische stop-TA met stoptype ‘stopgezet’ en verwijzing naar de te corrigeren TA in {{fhir|RelatieToedieningsafspraak}}.
 +
Corrigeren van een toekomstige TA gebeurt op dezelfde manier, met een technische annuleer-TTA plus nieuwe TTA.
  
−
==Functionele specificatie==
+
====Tijdelijk onderbreken en hervatten van toedieningsafspraak====
 +
'''Onderbreken TA bij ongewijzigde MA'''<br>
 +
Het onderbreken van een TA bij ongewijzigde MA gebeurt door het vastleggen van twee nieuwe TA’s binnen dezelfde MBH:
 +
*Een stop-TA met stoptype ‘onderbroken’, verwijzing naar de te onderbreken TA in {{fhir|RelatieToedieningsafspraak}} en reden voor onderbreken in {{fhir|ToedieningsafspraakRedenWijzigenOfStaken}}.
 +
*Bij hervatting een nieuwe TA met relatie naar de ongewijzigde MA en naar de oorspronkelijke TA.
 +
Dit kan aan de orde zijn bij generieke substitutie tijdens opname (zie [[#generieke substitutie|paragraaf 5.7.2.2.2]]).
  
−
In de figuren hieronder zijn de onderdelen opgenomen met normatieve gegevens. De andere onderdelen zijn (nog) niet normatief. De in de tabel genummerde elementen zijn normatief, overige elementen zijn vooralsnog optioneel.
+
'''Onderbreken TA als gevolg van een onderbreek-MA'''<br>
 +
Het onderbreken van een TA als gevolg van een onderbreek-MA gebeurt op dezelfde manier. Alleen heeft de nieuwe TA een relatie naar de nieuwe hervattings-MA, zonder relatie naar de oorspronkelijke TA.
  
−
[[Bestand:Toedienlijst_Functionele_specificatie.png]]
+
===Medicatieverstrekking===
 +
De medicatie kan worden afgeleverd als er een nieuwe of bestaande TA voor is vastgelegd. Een medicatieverstrekking mag alleen plaatsvinden als er een geldige MA bij bestaat.<br>
 +
In de ambulante situatie is ook een nieuw of bestaand VV vereist. De MVE bevat dan een verwijzing naar dat VV. In de klinische situatie is een MA afdoende.<br>
 +
Bij aflevering wordt een MVE vastgelegd en beschikbaar gesteld.
  
−
===Kop en algemeen===
+
====Medicatieverstrekking bij GDS-medicatie====
 +
<section begin=medicatieverstrekking GDS/>Het is wenselijk dat een voorschrijver kan bepalen of wijzigingen in medicatie kunnen wachten tot de volgende rolwissel. Daarvoor moet inzichtelijk zijn wanneer die rolwissel plaatsvindt.<br>
 +
Hiervoor is de afspraak gemaakt om de {{fhir|Verbruiksduur}} van een MVE gelijk te stellen aan de loopduur van de medicatierol. De MVE heeft bij een wekelijkse medicatierol een {{fhir|Verbruiksduur}} van 7 dagen. Bij een tweewekelijkse medicatierol is de {{fhir|Verbruiksduur}} 14 dagen. In combinatie met de start van de MVE (in {{fhir|MedicatieverstrekkingsDatumTijd}}) is eenvoudig af te leiden wat de laatste dag van de rol zal zijn.<br>
 +
Dit is met name van belang bij medicatie met een niet-dagelijks innameschema. Het voorkomt dat medicatie te vroeg wordt herhaald en zorgt voor een eenduidig uitgangspunt bij rolwisselingen. Voorbeelden:
 +
* Medicatie met innameschema 3x per week, op maandag - woensdag - vrijdag.
 +
* Medicatie met innameschema 1x per 2 weken. Bij een wekelijkse medicatierol zal de rol de ene week de medicatie wél bevatten, de andere week niet.<section end=medicatieverstrekking GDS/>
  
−
[[Bestand:Toedienlijst_Kop en algemeen.png]]
+
===<span class="anchor" id="aanwijzingen bouwstenen ter hand stellen"></span>Aanwijzingen voor invulling bouwstenen toedieningsafspraak en medicatieverstrekking===
 +
====<span class="anchor" id="aanwijzingen TA"></span>Aanwijzingen voor invulling bouwsteen toedieningsafspraak====
 +
Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen van de TA in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR}} is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden.
  
−
===Opmerkingen ===
+
=====Distributievorm=====
 +
<section begin=distributievorm />In het data-element {{fhir|Distributievorm}} van de TA en de MVE kan aangegeven worden of er sprake is van GDS-medicatie.<section end=distributievorm /><br>
 +
In [[#GDS-medicatie|paragraaf 5.8]] is alle informatie over GDS-medicatie in een overzicht gezet.
  
−
In de opmerkingen kunnen bijvoorbeeld relevante (beperkte) gezondheidsvaardigheden (competenties: geletterdheid, reken- en digitale vaardigheden) vastgelegd worden die impact kunnen hebben op medicatietoediening. Dit onderdeel is bedoeld voor intern gebruik en wordt (nog) niet uitgewisseld.  
+
=====Gebruiksinstructie=====
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|aanwijzing gebruiksinstructie voorschrijven }}
  
−
'''NB.''' Dit onderdeel is nog niet normatief. Deze gegevens komen uit het interne informatiesysteem van de organisatie.  
+
<section begin=herhaalperiodecyclischschema/>Sommige doseerinstructies zijn niet zomaar eenduidig afleidbaar naar innamemomenten. Voorbeelden zijn:
 +
*Twee keer per week
 +
*Eén keer per maand
 +
*Twee keer per jaar
 +
Met name bij toedienpatiënten is het essentieel dat de geplande toedienmomenten identiek worden afgeleid. Voor toedienpatiënten is daarom het gebruik van het data-element {{fhir|HerhaalperiodeCyclischSchema}} verplicht in geval van niet-eenduidig afleidbare doseerinstructies. Dit maakt het mogelijk om altijd tot dezelfde toedienmomenten te komen, ongeacht het gebruikte informatiesysteem. Voor uitgewerkte voorbeelden met data-element {{fhir|HerhaalperiodeCyclischSchema}} zie de pagina [[mp:V3.0_Voorbeelden_doseringen#Cyclisch|doseervoorbeelden]].<section end=herhaalperiodecyclischschema/>
  
−
[[Bestand:Toedienlijst_Opmerkingen.png]]
+
=====Gebruiksperiode=====
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|gebruiksperiode voorschrijven }}<br>
  
−
===GDS-medicatie===
 
−
 
−
Geautomatiseerd geneesmiddeldistributiesysteem (GDS) wordt gedefinieerd als een verpakking waarin geneesmiddelen zijn verdeeld in eenheden per toedieningstijdstip en op naam van een individuele cliënt zijn gesteld ([https://www.knmp.nl/praktijkvoering/richtlijnen/knmp-richtlijnen-praktijkvoering/knmp-richtlijn-voor-geautomatiseerd-geneesmiddeldistributiesysteem-gds-september-2011| KNMP 2011]). Een GDS biedt een patiënt de mogelijkheid om zijn eigen medicatie langer zelf te beheren. Of medicatie in GDS wordt geplaatst wordt door een apotheker bepaald. In het data-element “Distributievorm” in de bijbehorende MVE en TA wordt aangegeven of er sprake is van GDS-medicatie. 
 
  
−
Vanuit het zorgveld is de wens uitgesproken dat bij gewijzigde of gestopte medicatie een waarschuwingssignaal getoond wordt met de opmerking dat het geneesmiddel zich mogelijk in de GDS-verpakking bevindt en hier mogelijk een handeling op verricht moet worden. Nadere uitwerking van deze situatie is nodig.
+
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|onzekerheidscriterium 1 }}<br>
  
−
===Niet GDS-medicatie ===
 
  
−
[[Bestand:Toedienlijst_Niet-GDS-medicatie.png]]
+
De {{fhir|startDatumTijd}} van een TA kan afwijken van die in de MA. Voorbeelden:
−
+
* De patiënt komt de medicatie pas enkele dagen na de {{fhir|startDatumTijd}} in de MA ophalen.
−
Niet GDS-medicatie zijn losse medicatie die om verschillende redenen niet in een geautomatiseerd geneesmiddeldistributiesysteem kunnen worden opgenomen. In het data-element “Distributievorm” in de bijbehorende TA wordt aangegeven of er geen sprake is van GDS-medicatie. Daarnaast is het criterium “ZoNodig” leeggelaten.
+
* Starten of wijzigen van GDS-medicatie.
 +
Hetzelfde geldt voor de {{fhir|eindDatumTijd}}.<br>
  
−
===Niet GDS-medicatie zo nodig ===
 
  
−
[[Bestand:Toedienlijst_Niet-GDS-medicatie_zo_nodig.png]]
+
<section begin=startdatumtijd TA GDS/>Als medicatie in GDS geleverd gaat worden of als er wijzigingen plaatsvinden in GDS-medicatie, is de {{fhir|startDatumTijd}} van de nieuwe GDS-TA gelijk aan de ingangsdatum van de volgende medicatierol.<br>
  
−
Niet GDS-medicatie zo nodig zijn losse medicatie die in bijzondere gevallen toegediend mogen worden. De voorwaarde voor het toedienen van een zo nodig medicament kan zijn:
+
Als de wijziging moet ingaan vóór een geplande rolwisseling, moet de tijd tot rolwisseling overbrugd worden. Dat kan door de medicatie gedurende die periode los te leveren, of door de rol direct te wisselen.<section end=startdatumtijd TA GDS/>
  
−
*een fysiologische meetwaarde (plasma glucose concentratie, lichaamstemperatuur, bloeddruk);
+
=====GeneesmiddelBijToedieningsafspraak=====
−
*een symptoom of andere omstandigheid (bij hoofdpijn, bij jeuk).  
+
Waar in de MA het geneesmiddel doorgaans op PRK-niveau wordt voorgeschreven, wordt dit in de TA op HPK-niveau benoemd. Dit niveau bevat nog extra medicatiebewakingsgegevens met betrekking tot hulpstoffen. In de TA staat dan het specifieke handelsproduct dat verstrekt is of verstrekt zal worden.
  
−
In het data-element “Distributievorm” in de bijbehorende TA wordt aangegeven of er geen sprake is van GDS-medicatie. Daarnaast is het criterium “ZoNodig” ingevuld.
+
=====RegistratieDatumTijd=====
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|registratiedatumtijd }}
  
−
==Bouwsteen instanties ==
+
====<span class="anchor" id="aanwijzingen MVE"></span>Aanwijzingen voor invulling bouwsteen medicatieverstrekking====
 +
Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen van de MVE in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|ART-DECOR}} is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden.
  
−
Deze paragraaf beschrijft welke instanties van de bouwstenen horen bij de toedienlijst. Dit gaat alleen om ‘eigen’ bouwstenen ([[#Bouwsteen instantiaties|hoofdstuk 5.3.1]]) en dan alleen de laatste, relevante instanties hiervan ([[#Laatste relevante|paragraaf 5.3.2]]).  
+
=====Aanschrijfdatum en MedicatieverstrekkingsDatumTijd=====
 +
In een MVE kan zowel de {{fhir|AanschrijfDatum}} als de {{fhir|MedicatieverstrekkingsDatumTijd}} worden vastgelegd.
 +
* {{fhir|AanschrijfDatum}}: datum/tijd waarop de verstrekker een voorgenomen uitgifte vastlegt.
 +
* {{fhir|MedicatieverstrekkingsDatumTijd}}: datum/tijd dat de daadwerkelijke medicatieuitgifte heeft plaatsgevonden.
 +
Beide datums zijn gelijk als het VV direct verwerkt wordt en de patiënt de medicatie dezelfde dag komt ophalen. Als de patiënt de medicatie later komt ophalen dan dat het VV verwerkt is zijn deze datums verschillend. Als de medicatie niet wordt opgehaald is er geen sprake van een verstrekking en wordt er ook geen MVE vastgelegd.<br>
  
−
===Therapie en logistieke bouwstenen ===
+
Bij gebruik van een uitgifteautomaat is de {{fhir|MedicatieverstrekkingsDatumTijd}} de datum/tijd waarop de patiënt de medicatie uit de automaat haalt. Als deze datum/tijd niet beschikbaar is in het AIS mag ook de datum/tijd worden gebruikt waarop de medicatie in de uitgifteautomaat wordt gelegd.<br>
  
−
De medicatiebouwstenen voor het samenstellen van een toedienlijst zijn zowel therapeutisch als logistiek van aard. Bouwstenen kunnen op basis van afleidingregels overruled worden. Hierbij zijn de afleidregels die eerder in [[#Medicatieoverzicht_en_afleidingsregels|hoofdstuk 5]] benoemd zijn van toepassing (zie [[#Medicatieoverzicht en afleidingsregels|hoofdstuk 5]]). Alleen voor WDS als nieuwe bouwsteen zijn de regels nog niet opgesteld. Deze afleidingsregels zullen in deze paragraaf opgenomen worden. Voor MTD zijn de afleidingsregels niet van toepassing, dit gaat namelijk over een feitelijke gebeurtenis op een bepaald moment en niet over een periode waarbij een bepaalde afspraak actueel is zoals bij de MA, TA en MGB.  
+
Indien er meerdere verstrekkingen worden gedaan onder hetzelfde VV dan heeft elke verstrekking een eigen {{fhir|AanschrijfDatum}} en uiteraard ook een eigen {{fhir|MedicatieverstrekkingsDatumTijd}}.
  
−
Bij het opstellen van een toedienlijst moet er ook rekening gehouden worden met de logistieke bouwsteen MVE om de distributievorm te kunnen bepalen.
+
=====Distributievorm=====
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|distributievorm }}<br>
 +
In [[#GDS-medicatie|paragraaf 5.8]] is alle informatie over GDS-medicatie in een overzicht gezet.
  
−
====Toedienlijst en afleidingsregels ====
+
===<span class="anchor" id="informatieoverdracht ter hand stellen"></span>Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Ter hand stellen===
−
 
+
Binnen het deelproces Ter hand stellen kunnen diverse vormen van informatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.
−
Een toedienlijst kan o.a. in het informatiesysteem van de toediener, door middel van losse medicatiebouwstenen worden samengesteld. De medicatiebouwstenen kunnen worden verkregen uit het eigen informatiesysteem en uit andere bronnen. Voor het raadplegen en beschikbaarstellen van losse bouwstenen wordt de transactie Medicatiegegevens (raadplegen/ beschikbaarstellen) gebruikt.  
+
{| class="wikitable" style="width: 65em;"
−
 
+
! style="text-align:left"|type informatieoverdracht !! style="text-align:left"|systeemrol !! systeemrolcode
−
Met de transactiegroep Medicatiegegevens (sturen/ ontvangen) kunnen losse bouwstenen direct aan een andere zorgverlener of de patiënt worden verstuurd (dus zonder eerst te raadplegen). Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ontslag of op verzoek van een medebehandelaar (bijv. een patiënt verschijnt bij een huisarts of apotheker buiten de regio waarbij deze huisarts of apotheker bij de eigen huisarts van de patiënt de gegevens telefonisch opvraagt en digitaal ontvangt).
+
|-
−
 
+
| rowspan="2"|De verstrekker ontvangt van de voorschrijver een nieuwe MA, een stop-MA of technische stop-MA met gewijzigde nieuwe MA. Dit kan eventueel vergezeld zijn van een nierfunctiewaarde, lengte, of gewicht. || style="vertical-align:top;"|VoorschriftOntvangend ||style="vertical-align:top;"|MP-VOO
−
Bij zowel Medicatiegegevens sturen/ ontvangen als raadplegen/ beschikbaarstellen mogen gegevens die uit andere bron zijn verkregen niet worden opgeleverd.
+
|-
−
 
+
| style="vertical-align:top;"|LabresultaatOntvangendSysteem  ||style="vertical-align:top;"|LAB-LRO
−
===Laatste relevante ===
+
|-
−
 
+
| De verstrekker informeert de voorschrijver over de afhandeling van het medicatievoorschrift door het sturen van de TA en/of stop-TA, met of zonder MVE. ||style="vertical-align:top;"|VoorschriftAfhandelingSturend ||style="vertical-align:top;"|MP-VAS
−
Alleen de laatste relevante bouwstenen (per medicamenteuze behandeling) zijn onderdeel van de toedienlijst. Deze paragraaf beschrijft wat precies die laatst relevante bouwstenen zijn voor een toedienlijst van medicatie op voorschrift. De hierop volgende paragraaf 6.3.2.1 gaat in op de bijzondere situatie waarbij een WDS van toepassing is. Een WDS kan wat betreft afleidingsregels op dezelfde manier behandeld worden als de MA. Bij het opstellen van toedienlijst is bij aanwezigheid van een WDS, dit WDS leidend voor de gebruiksinstructie. Alle andere situaties zonder WDS, die in [[#Laatste relevante|paragraaf 5.3.2]] beschreven worden, zijn ook van toepassing.
 
−
 
 
−
Query om te komen tot de juiste, relevante en toekomstige bouwstenen:
 
−
 
 
−
{| class="wikitable"
 
 
|-
 
|-
−
! Nr
+
| rowspan="4" style="vertical-align:top;"|De verstrekker kan een VMA en/of VVV naar de voorschrijver sturen en een AVMA en/of AVVV ontvangen. ||style="vertical-align:top;"|VoorstelMedicatieafspraakSturend ||style="vertical-align:top;"|MP-VMS
−
! style="text-align:left;"|Bouwsteen
 
−
! style="text-align:left;"|Query
 
−
! style="text-align:left;"|Wat is de specifieke invulling?
 
 
|-
 
|-
−
| 1 || MA, TA, WDS || Gebruiksperiode || Alles wat vandaag toegediend moet worden en daarmee van toepassing is: Dag = T, BeginDatum = T: 00:00:00 uur, EindDatum = T: 23:59:59 uur
+
| style="vertical-align:top;"|AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend|| style="vertical-align:top;"|MP-AVMO
 
|-
 
|-
−
| 2 || MTD || Toedieningsperiode || Afhankelijk hoe ver in het verleden de prik- en plaklocaties medisch of voor het toedienen noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld als een week voldoende is (er kan ook gekozen worden voor een andere periode): Dag = T, BeginDatum = T-7 dag
+
| VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend  || MP-VVS
 
|-
 
|-
−
| 3 || MVE || Verstrekkingsperiode || Ruim opvragen (+/- één maand)
+
| AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend  || MP-AVVO
−
|}
 
−
 
 
−
Als alle bouwstenen verzameld zijn, kunnen de volgende medicatiegegevens afhankelijk van de situatie uit de volgende bouwstenen gebruikt worden:
 
−
 
 
−
{| class="wikitable"
 
 
|-
 
|-
−
! style="text-align:left;"|Bouwsteen
+
| Het AIS levert bij raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. || MedicatieGegevensBeschikbaarstellend  || MP-MGB
−
! style="text-align:left;"|Situatie: alleen MA*
 
−
! style="text-align:left;"|Situatie: MA + TA
 
−
! style="text-align:left;"|Situatie: MA + TA + WDS
 
 
|-
 
|-
−
| MA || Leidend** voor het opstellen van de toedienlijst (nummer: 2, 5, 6, 7, 9, 10) || Gegevens van de voorschrijver || Gegevens van de voorschrijver
+
| De verstrekker raadpleegt de beschikbare medicatiegegevens voor het uitvoeren van medicatieverificatie. || style="vertical-align:top;"|MedicatieGegevensRaadplegend  ||style="vertical-align:top;"| MP-MGR
 
|-
 
|-
−
| TA || - || Leidend** voor het opstellen van de toedienlijst (nummer 2, 5, 6, 7, 9, 10) || Gegevens van de verstrekker en geneesmiddel
+
| rowspan="2"|In voorkomende gevallen kan de verstrekker medicatiegegevens sturen naar of ontvangen van andere zorgverleners. || MedicatieGegevensSturend  || MP-MGS
 
|-
 
|-
−
| WDS || - || - || Leidend** voor het opstellen van de toedienlijst (nummer 5, 6, 7, 10)
+
| MedicatieGegevensOntvangend  || MP-MGO
 
|}
 
|}
−
<small>
+
De verstrekker maakt gebruik van een apotheek informatiesysteem (AIS). Zie [[#systeem|paragraaf 3.2.3]] voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.
−
* Situatie waarbij een apotheker de MA nog niet verwerkt heeft.  
 
−
** Met leidend worden de data-elementen die in de functionele eisen zijn opgenomen. De nummers van deze elementen zijn toegevoegd.</small>
 
  
−
====Medicatie op voorschrift met een wisselend doseerschema ====
+
==<span class="anchor" id="Deelproces Toedienen"></span>Deelproces Toedienen==
 +
NB: In dit FO en de dataset worden de functionaliteiten rond toedienen als bètaversie gepubliceerd (zie [[#beta|paragraaf 1.5.4]]).<br>
  
−
======Meest eenvoudige ‘happy flow’======
+
Deze paragraaf behandelt het proces van het toedienen van medicatie. Medicatie kan worden toegediend zonder toedienlijst. In paragraaf 5.4.1.2 staan enkele voorbeelden hiervan. In deze paragraaf ligt de focus echter op het toedienen aan de hand van een toedienlijst.<br>
  
−
In een medicamenteuze behandeling ontstaat er in de meest eenvoudige ‘happy flow’ een opeenvolging van:
+
Er zijn verschillende situaties waarin medicatie moet worden toegediend, bijvoorbeeld in het ziekenhuis, een verpleeghuis of bij thuiszorg. Het toedienen van medicatie kan gebeuren door professionele toedieners zoals artsen, verpleegkundigen en verzorgenden. Ook kan het zijn dat de patiënt zelf of een mantelzorger de medicatie toedient, maar hierbij een toedienlijst nodig heeft. Hierna wordt het algemene woord toediener gebruikt.<br>
  
−
*Medicatieafspraak – Wisselenddoseerschema – Toedieningsafspraak
+
Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/toedienen|Praktijkvoorbeelden Toedienen]].
  
−
Normaal gesproken begint een medicamenteuze behandeling met een medicatieafspraak. Een toedieningsafspraak vult de medicatieafspraak concreet in. Daarnaast wordt er met een WDS vastgesteld of er sprake is van een wisselenddoseerschema. In zowel de MA als in de TA wordt “Gebruik volgens schema trombosedienst” bij de dosering vastgelegd. In het WDS wordt invulling gegeven aan de dosering; doseerschema wordt vastgelegd. De drie bouwstenen zijn relevant en horen bij het samenstellen van een toedienlijst, zoals aangegeven in groen hieronder. </font>
+
===Overzicht deelproces Toedienen===
−
<font color="00CC00">
+
====Toedienen medicatie op basis van toedienlijst====
−
*Medicatieafspraak  – Wisselenddoseerschema – Toedieningsafspraak  </font>
+
In principe wordt medicatie toegediend aan de hand van een toedienlijst. Bij het starten met een toedienlijst stemmen voorschrijver, verstrekker, toediener en/of patiënt af welke medicatie op de toedienlijst komt en wat de beoogde (richt)toedientijden zijn. Dit proces kan per situatie en per zorgorganisatie verschillen.  
−
<font color="black">
 
−
Een toedieningsafspraak verwijst in principe naar de medicatieafspraak die hij invult. Ook een wisselend doseerschema verwijst naar de medicatieafspraak die het invult. Een WDS is altijd gerelateerd aan een medicatieafspraak.
 
  
−
======Nieuwe Wisselenddoseerschema  ======
+
Voorafgaand aan toediening moet de toediener beschikken over een toedienlijst met de relevante medicatiegegevens van de patiënt. Paragraaf 5.4.2 geeft uitleg over inhoud en opstellen van toedienlijsten.<br>
  
−
<font color="00CC00">
+
De toediener controleert de aanwezige medicatie en de gegevens op de toedienlijst, en maakt zo nodig de medicatie voor toediening gereed. De toediener dient de medicatie toe en legt de toediening vast in de bouwsteen MTD. Paragraaf 5.4.3 beschrijft hoe de vastlegging plaats moet vinden in verschillende situaties.<br>
−
*Medicatieafspraak<font color="gray"> – Wisselenddoseerschema – <font color="00CC00">Toedieningsafspraak<font color="black"> – <font color="00CC00">Wisselenddoseerschema<font color="black">
 
  
−
De gebruiksperiode van wisselenddoseerschema is afgelopen en er wordt een nieuw doseerschema aangemaakt. Voor een wisselenddoseerschema waarin al direct een stopdatum is afgesproken, is geen aanvullende stop-WDS nodig.  
+
De toediener kan een VMA of VVV naar de voorschrijver sturen om een voorstel te doen met betrekking tot de medicatie van een patiënt. Zie [[#mp voorstelgegevens|paragraaf 5.6]] voor de afhandeling van deze voorstelgegevens.
  
−
======Wijziging Wisselenddoseerschema ======
+
Hierna vindt uitwisseling van de vastgelegde gegevens plaats. Hierdoor kan een zorgverlener controleren welke medicatie bij een patiënt toegediend is. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn bij de verplaatsing van een patiënt naar een andere afdeling of instelling. De informatieoverdracht wordt in paragraaf 5.4.4 verder behandeld.
  
−
<font color="00CC00">
+
====Toedienen van medicatie zonder toedienlijst====
−
*Medicatieafspraak<font color="black"> – Wisselenddoseerschema – <font color="00CC00">Toedieningsafspraak<font color="black"> – <font color="red">stop-Wisselenddoseerschema<font color="black">  – <font color="00CC00">Wisselenddoseerschema<font color="black">
+
Soms wordt medicatie toegediend zonder dat dit op een toedienlijst staat. Voorbeelden zijn:
 +
* Er is mondeling een aanpassing in de MA doorgegeven, die nog niet is vastgelegd.
 +
* Incidentele toediening door de huisarts, bijvoorbeeld van een tetanusinjectie of verdoving.
 +
* Toedienen van medicatie in spoedsituaties. Ook dan legt de toediener na de toediening een MTD vast. Deze MTD kan dan de eerste bouwsteen zijn waarmee een nieuwe MBH gestart wordt. Hierna moeten wel alsnog een MA en TA aangemaakt worden binnen deze MBH.
  
−
Het wisselenddoseerschema is gewijzigd.  
+
===<span class="anchor" id="Toedienlijsten"></span>Toedienlijsten===
 +
Om te kunnen verantwoorden welke medicatie de toediener aan de patiënt toedient, moet dit op een toedienlijst staan (afgezien van de uitzonderingssituaties in paragraaf 5.4.1). Een toedienlijst is een lijst van alle geneesmiddelen die aan een patiënt zijn voorgeschreven en die aan deze patiënt toegediend moeten worden.<br>
 +
Zelfzorgmedicatie valt hier in principe niet onder. Alleen als een voorschrijver hier beleid van heeft gemaakt en hiervoor een MA heeft aangemaakt, en/of als een verstrekker hiervoor een TA heeft aangemaakt, kan ook zelfzorgmedicatie op de toedienlijst staan.
  
−
======Stoppen van medicatie ======
+
====Toelichting op enkele gegevens op toedienlijsten====
 +
In de paragrafen hieronder worden enkele gegevens toegelicht die van belang kunnen zijn om in een toedienlijst te tonen. De exacte informatiebehoefte bij toedienregistratie is echter afhankelijk van de context van de toediener. De inhoud van een toedienlijst en de wijze waarop een eTDR dit presenteert kunnen dus verschillen, afhankelijk van deze context.
  
−
*Medicatieafspraak – Wisselenddoseerschema – Toedieningsafspraak – <font color="red">stop-Medicatieafspraak<font color="black">
+
=====Medicatie in GDS=====
 +
<section begin=toedienlijst GDS/>Op de toedienlijst moet duidelijk zichtbaar zijn of een geneesmiddel in GDS wordt verstrekt.<section end=toedienlijst GDS/> {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|distributievorm }}
  
−
Het stoppen van medicatie met een wisselenddoseerschema wordt met behulp van de MA gestopt.
+
=====<span class="anchor" id="extra aanwijzingen toediening"></span>Extra aanwijzingen voor toediening=====
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|medicatie die toegediend moet worden }}
  
−
======Wijzigen van handelsproduct ======
+
=====(Richt)toedientijden=====
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|richttoedientijden }}<br>
 +
Als deze gegevens ontbreken moet de toediener dit navragen bij de voorschrijver of verstrekker.
  
−
<font color="00CC00">
+
''Flexibele (richt)toedientijd''<br>
−
*Medicatieafspraak <font color="black">– <font color="00CC00">Wisselenddoseerschema<font color="black"> – Toedieningsafspraak – <font color="red">stop-Toedieningsafspraak<font color="black">  – <font color="00CC00">Toedieningsafspraak<font color="black">
+
Als de (richt)toedientijd van een geneesmiddel flexibel is, zal deze doorgaans bepaald worden op basis van de toedientijden van andere medicatie en de logistieke rondes van de toediener.
  
−
Het handelsproduct wordt gewijzigd, dit heeft geen invloed op het wisselenddoseerschema.  
+
''Exacte toedientijd''<br>
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|exacte toedientijden }}
  
−
======Regels van het overrulen opgesomd ======
+
''(Richt)toedientijd bij ‘zo nodig’-medicatie''<br>
 +
Bij ‘zo nodig’-medicatie is normaal gesproken van tevoren geen toedientijd bekend. Er kunnen wel (richt)toedientijden worden meegegeven als daar reden voor is, bijvoorbeeld in geval van slaapmedicatie.
  
−
Op basis van bovenstaande beschrijvingen/voorbeelden zijn de volgende algemene regels voor het overrulen af te leiden. Het gaat hier om de regels om te bepalen of een bouwsteen relevant is voor oplevering in de toedienlijst. Binnen een medicamenteuze behandeling: <br>
+
''HerhaalperiodeCyclischSchema verplicht bij bepaalde doseerinstructies''<br>
−
*Een nieuwe medicatieafspraak overrulet alle oudere therapie bouwstenen (medicatieafspraak, toedieningsafspraak, wisselenddoseerschema) behorende bij de medicatieafspraak/-afspraken die deze medicatieafspraak gestopt heeft.  
+
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|herhaalperiodecyclischschema }}
−
*Een nieuwe toedieningsafspraak overrulet de oudere toedieningsafspraak die hoort bij dezelfde medicatieafspraak als de nieuwe toedieningsafspraak.
 
−
*Een nieuw wisselenddoseerschema overrulet alle oudere wisselenddoseerschema’s die horen bij dezelfde medicatieafspraak.
 
−
<font color="black">
 
  
−
=Systemen en transacties=
+
=====<span class="anchor" id="prik"></span>PrikPlaklocatie=====
−
Dit hoofdstuk bevat een opsomming van alle systeemrollen en transacties. In de verschillende proceshoofdstukken wordt hiernaar verwezen.
+
Bij sommige medicatie is het noodzakelijk om te weten waar de laatste keer een injectie is gegeven of een pleister geplakt. Dit wordt na elke toediening vastgelegd in het data-element {{fhir|PrikPlakLocatie}} in de MTD.
  
−
Onderstaande figuur ([[#figuur 10|Figuur 10]]) bevat een overzicht van alle informatiesystemen met hun bijbehorende systeemrollen. De systeemrollen zijn beschreven in de daaronder opgenomen [[#tabel 3|Tabel 3]]. De systeemrollen die betrekking hebben op raadplegen/beschikbaarstellen van medicatiegegevens en medicatieoverzicht zijn voor alle informatiesystemen van belang al naar gelang het proces waarin zij gebruikt worden. Het elektronisch voorschrijfsysteem (EVS) heeft daarnaast de systeemrollen voor het ontvangen van een voorstel verstrekkingsverzoek, het versturen van een antwoord voorstel verstrekkingsverzoek en het ontvangen van een voorstel medicatieafspraak en in de ambulante situatie voor het versturen van een voorschrift en het ontvangen van een vervulling van het voorschrift. Een XIS en PGO hebben naast de generieke systeemrollen ook de systeemrollen voor het versturen van een voorstel medicatieafspraak en voorstel verstrekkingsverzoek en het sturen van gebruik en ontvangen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek. Een apotheekinformatiesysteem heeft naast de basis systeemrollen ook de rollen voor sturen van voorstel medicatieafspraak, voorstel verstrekkingsverzoek en afhandeling voorschrift en het ontvangen van een voorschrift en antwoord voorstel verstrekkingsverzoek. In [[#Medicatieproces|hoofdstuk 2]] zijn de belangrijkste systeemrollen per proces benoemd.
+
====Opstellen toedienlijst====
 +
Om medicatietoediening veilig en correct te laten verlopen moet een toedienlijst de relevante medicatiegegevens voor dat toedienmoment tonen. Voorschrijvers, verstrekkers en toedieners zijn verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de medicatiegegevens die noodzakelijk zijn voor het samenstellen van een toedienlijst.
  
−
{{anchor|figuur 10}}
+
=====Medicatiebouwstenen voor toedienlijst=====
−
[[Bestand:Systemen.png|Figuur 10 Overzicht systemen en systeemrollen]]
+
Een toedienlijst wordt samengesteld op basis van alle MA’s, TA’s en WDS’en die beschikbaar zijn op het moment dat de medicatie moet worden toegediend. Gegevens als (richt)toedientijden en gebruiksinstructies worden in deze bouwstenen vastgelegd.<br>
 +
Daarnaast zijn ook recent geregistreerde MTD’s van belang, inclusief MTD’s van gewijzigde of recent gestopte medicatie. De MTD’s geven inzicht in hoe eerdere toedieningen zijn verlopen, bijvoorbeeld met betrekking tot de {{fhir|PrikPlakLocatie}}.<br>
 +
Het informatiesysteem van de toediener (eTDR) haalt de gegevens voor een toedienlijst op met de transactie Raadplegen medicatiegegevens.
  
−
{{anchor|tabel 3}}
+
=====Welke gegevens uit welke bouwstenen halen?=====
−
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
+
Informatie over de {{fhir|PrikPlakLocatie}} is in de MTD te vinden. Voor de overige gegevens laat de volgende tabel zien uit welk data-element van welke bouwsteen deze gehaald kunnen worden.<br>
−
!style="text-align:left;"|Naam systeemrol
+
 
−
!style="text-align:left;"|Afk.
+
''Tabel I Gegevens in data-elementen van MA, TA en WDS''
−
!style="text-align:left;"|Omschrijving
+
 
 +
{| class="wikitable"
 +
! rowspan="3" style="vertical-align:bottom;"|Nr !! rowspan="3" style="text-align:left; vertical-align:bottom;"|Gegeven !! colspan="3"|Medicatiebouwsteen
 +
|-
 +
! colspan="3"|Data-element
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| MedicatieGegevensBeschikbaarstellend
+
!  MA || TA || WDS
−
| style="background-color: white;"| MP-MGB
 
−
| style="background-color: white;"| Beschikbaarstellen medicatiegegevens aan medebehandelaars/patiënt
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| MedicatieGegevensRaadplegend
+
| 1 || Geneesmiddel || style="text-align:center;"|AfgesprokenGeneesmiddel ||GeneesmiddelBijToedieningsafspraak || AfgesprokenGeneesmiddel
−
| style="background-color: white;"| MP-MGR
 
−
| style="background-color: white;"| Raadplegen medicatiegegevens bij medebehandelaars/patiënt
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| MedicatieGegevensSturend
+
| 2 || Voorschrijver || style="text-align:center;"|Voorschrijver || style="text-align:center;"|- || style="text-align:center;"|-
−
| style="background-color: white;"| MP-MGS
 
−
| style="background-color: white;"| Sturen medicatiegegevens aan medebehandelaar/patiënt
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| MedicatieGegevensOntvangend
+
| 3 || Verstrekker || style="text-align:center;"|- || style="text-align:center;"|Verstrekker || style="text-align:center;"|-
−
| style="background-color: white;"| MP-MGO
 
−
| style="background-color: white;"| Ontvangen medicatiegegevens van medebehandelaar/patiënt
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| MedicatieOverzichtBeschikbaarstellend
+
| 4 || Auteur van het WDS || style="text-align:center;"|- || style="text-align:center;"|- || style="text-align:center;"|Auteur
−
| style="background-color: white;"| MP-MOB
 
−
| style="background-color: white;"| Beschikbaarstellen medicatieoverzicht aan medebehandelaars/patiënt
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| MedicatieOverzichtRaadplegend
+
| 5 || Ingangsdatum || colspan="3"|Gebruiksperiode.startDatumTijd
−
| style="background-color: white;"| MP-MOR
 
−
| style="background-color: white;"| Raadplegen medicatieoverzicht bij medebehandelaars/patiënt
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| MedicatieOverzichtSturend
+
| 6 || Einddatum/duur || colspan="3"|Gebruiksperiode.eindDatumTijd, Gebruiksperiode.tijdsDuur
−
| style="background-color: white;"| MP-MOS
 
−
| style="background-color: white;"| Sturen medicatieoverzicht aan medebehandelaar/patiënt
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| MedicatieOverzichtOntvangend
+
| rowspan="8" style="vertical-align:top;"|7 || colspan="4"|'''Gebruiksinstructie''':
−
| style="background-color: white;"| MP-MOO
 
−
| style="background-color: white;"| Ontvangen medicatieoverzicht van medebehandelaar/patiënt
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| VoorschriftSturend
+
| Omschrijving || colspan="3"|Gebruiksinstructie.Omschrijving
−
| style="background-color: white;"| MP-VOS
 
−
| style="background-color: white;"| Sturen verzoek tot medicatieverstrekking van medicatie of verwerking van wijziging in medicatieafspraak
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| VoorschriftOntvangend
+
| Toedieningsweg || colspan="3"|Gebruiksinstructie.Toedieningsweg
−
| style="background-color: white;"| MP-VOO
 
−
| style="background-color: white;"| Ontvangen verzoek tot medicatieverstrekking van medicatie of verwerking wijziging in medicatieafspraak
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| VoorschriftAfhandelingSturend
+
| Aanvullende instructie || colspan="3"|Gebruiksinstructie.AanvullendeInstructie
−
| style="background-color: white;"| MP-VAS
 
−
| style="background-color: white;"| Sturen afhandeling van de medicatieafspraak en evt. verstrekkingverzoek in toedieningsafspraak en/of medicatieverstrekking
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| VoorschriftAfhandelingOntvangend
+
| Keerdosis || colspan="3"|Gebruiksinstructie.Doseerinstructie.Dosering.Keerdosis
−
| style="background-color: white;"| MP-VAO
 
−
| style="background-color: white;"| Ontvangen afhandeling van de medicatieafspraak en evt. verstrekkingverzoek in toedieningsafspraak en/of medicatieverstrekking
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend
+
| Toedientijd || colspan="3"|Gebruiksinstructie.Doseerinstructie.Dosering.Toedieningsschema.Toedientijd
−
| style="background-color: white;"| MP-VVS
 
−
| style="background-color: white;"| Informeren voorschrijver over voorstel tot nieuw verstrekkingsverzoek, ontvangen antwoord op voorstel verstrekkingsverzoek
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| VoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend
+
| Toedieningssnelheid || colspan="3"|Gebruiksinstructie.Doseerinstructie.Dosering.Toedieningssnelheid
−
| style="background-color: white;"| MP-VVO
 
−
| style="background-color: white;"| Ontvangen voorstel tot nieuw verstrekkingsverzoek, sturen antwoord op voorstel verstrekkingsverzoek
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| VoorstelMedicatieafspraakSturend
+
| Toedieningsduur || colspan="3"|Gebruiksinstructie.Doseerinstructie.Dosering.Toedieningsduur
−
| style="background-color: white;"| MP-VMS
 
−
| style="background-color: white;"| Informeren voorschrijver over voorstel tot nieuwe of gewijzigde medicatieafspraak, ontvangen antwoord op voorstel medicatieafspraak
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| VoorstelMedicatieafspraakOntvangend
+
| 8 || Toelichting || Toelichting, AanvullendeInformatie || style="text-align:center;"|Toelichting, AanvullendeInformatie || style="text-align:center;"|Toelichting
−
| style="background-color: white;"| MP-VMO
+
|}
−
| style="background-color: white;"| Ontvangen voorstel tot nieuwe of gewijzigde medicatieafspraak, sturen antwoord op voorstel medicatieafspraak
+
 
−
|}<small>Tabel 3 Overzicht systeemrollen</small>
+
Tabel I laat zien dat diverse gegevens in verschillende bouwstenen voor kunnen komen. De meeste benodigde gegevens voor de toedienlijst worden doorgaans uit de TA gehaald, aangezien de TA de concrete invulling van de MA is.<br>
−
In Tabel 4 is een overzicht opgenomen van alle transactiegroepen, transacties, bijbehorende systeemrollen en de bouwstenen die met deze transactiegroep worden uitgewisseld. De namen van de transactiegroepen en transacties linken naar de Art-decor publicatie waarin per scenario is uitgewerkt welke gegevenselementen daarin voorkomen.  
+
Het kan echter voorkomen dat er alleen een MA beschikbaar is. Bijvoorbeeld als de verstrekker de MA nog niet verwerkt heeft. Het hangt af van de invulling van data-element {{fhir|AanvullendeInformatie}} (zie [[#aanvullendeinformatie|paragraaf 5.2.5.1.1]]) of gegevens op de toedienlijst uit deze MA gehaald mogen worden. Het kan hierbij om nieuwe, gewijzigde of gestopte MA’s gaan.<br>
 +
Hiervoor zijn de volgende regels opgesteld:
 +
* Data-element {{fhir|AanvullendeInformatie}} is leeg of bevat ‘''Direct op toedienlijst of in GDS''’: de gegevens uit deze MA worden gebruikt voor het opstellen van de toedienlijst.
 +
* Data-element {{fhir|AanvullendeInformatie}} bevat ‘''Na reguliere voorschriftverwerking op toedienlijst of in GDS''’ of ‘''Per volgende GDS-rolwissel op toedienlijst''’: de gegevens in deze MA mogen niet gebruikt worden voor het opstellen van de toedienlijst. Totdat de MA door de verstrekker is verwerkt in een TA blijven de oude afspraken van toepassing. Na verwerking van de MA is de TA leidend voor de benodigde gegevens op de toedienlijst.
 +
Uitzondering: Als het vastleggen van voorschrijven, ter hand stellen en toedienen in één XIS plaatsvindt, is de invulling van {{fhir|AanvullendeInformatie}} niet van belang. De MA wordt dan in elke situatie gebruikt voor het opstellen op de toedienlijst. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in ziekenhuizen.<br>
 +
 
 +
Ook een WDS heeft invloed op welk gegeven uit welke bouwsteen gehaald moet worden.<br>
 +
<br>
 +
De volgende tabel geeft voor verschillende situaties aan welke bouwsteen leidend is voor het ophalen van een gegeven voor de toedienlijst, voor een bepaald geneesmiddel. De nummers verwijzen naar de gegevens in de vorige tabel.<br>
 +
Op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/MA_TA_op_de_toedienlijst|Voorbeelden toepassing bouwstenen op de toedienlijst]] wordt dit voor verschillende situaties verder uitgewerkt.
 +
 
 +
''Tabel II Welke bouwsteen is leidend voor tonen gegevens op de toedienlijst''
 +
{{anchor|tabel II}}
 +
{| class="wikitable" style="width:100%;"
 +
! colspan="3" | Situatie
 +
! MA
 +
! TA
 +
! WDS
  
−
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
 
−
! style="text-align:left;"| '''Transactiegroep'''
 
−
! style="text-align:left;"| '''Transactie'''
 
−
! style="text-align:left;"| '''Systeemrol'''
 
−
! style="text-align:left;"| '''Bouwstenen'''
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.131-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.299_20220207000000 Medicatiegegevens (Raadplegen/Beschikbaarstellen)]
+
| rowspan="4" | '''A) Alleen MA beschikbaar: verstrekker heeft MA nog niet verwerkt'''
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.301-2022-02-07T000000.html Beschikbaarstellen medicatiegegevens]
+
| rowspan="2" | AanvullendeInformatie in MA is leeg of bevat<br><br>
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-MGB
+
''Direct op toedienlijst of in GDS''
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|Eén of meer: MA, VV, TA, MVE, MTD, MGB, WDS
+
| Nieuwe MA
 +
|
 +
* Leidende bouwsteen voor gegevens #1, 5, 6, 7, 8
 +
* Gegevens voorschrijver #2
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.300-2022-02-07T000000.html Raadplegen medicatiegegevens]
+
| Wijzigen of stoppen MA
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-MGR
+
|
 +
* Leidende bouwsteen voor gegevens #1, 5, 6, 7, 8
 +
* Gegevens voorschrijver #2
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.131-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.302_20220207000000 Medicatiegegevens (Sturen/Ontvangen)]
+
| rowspan="2" | AanvullendeInformatie in MA bevat<br><br>
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.303-2022-02-07T000000.html Sturen medicatiegegevens]
+
''Na reguliere voorschriftverwerking op toedienlijst of in GDS''<br>
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-MGS
+
of ''Per volgende GDS-rolwissel op toedienlijst''
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|Eén of meer: MA, VV, TA, MVE, MTD, MGB, WDS
+
| Nieuwe MA
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ontvangen medicatiegegevens
+
| Wijzigen of stoppen MA
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-MGO
+
|
 +
* Gegevens voorschrijver #2
 +
|
 +
'''Bestaande TA:'''
 +
* Leidende bouwsteen voor gegevens #1, 5, 6, 7, 8
 +
* Gegevens verstrekker #3
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.132-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.315_20220207000000 Medicatieoverzicht (Raadplegen/Beschikbaarstellen)]
+
| '''B) MA en TA beschikbaar'''
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.317-2022-02-07T000000.html Beschikbaarstellen medicatieoverzicht]
+
| style="text-align:center;" | –
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-MOB
+
| style="text-align:center;" | –
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="4"|MA, TA, MGB
+
|
 +
* Gegevens voorschrijver #2
 +
|
 +
* Leidende bouwsteen voor gegevens #1, 5, 6, 7, 8
 +
* Gegevens verstrekker #3
 +
| style="text-align:center;" | –
 +
 
 
|-
 
|-
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.316-2022-02-07T000000.html Raadplegen medicatieoverzicht]
+
| '''C) MA, TA en WDS beschikbaar'''
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-MOR
+
| style="text-align:center;" | –
−
|-
+
| style="text-align:center;" | –
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.132-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.318_20220207000000 Medicatieoverzicht (Sturen/Ontvangen)]
+
|
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.319-2022-02-07T000000.html Sturen medicatieoverzicht]
+
* Gegevens voorschrijver #2
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-MOS
+
|
−
|-
+
* Leidende bouwsteen voor gegeven #1
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ontvangen medicatieoverzicht
+
* Gegevens verstrekker #3
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-MOO
+
|
−
|-
+
* Leidende bouwsteen voor gegevens #4, 5, 6, 7, 8
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.133-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.321_20220207000000 MedicatieVoorschrift (Sturen/Ontvangen)]
+
|}
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.322-2022-02-07T000000.html Sturen medicatievoorschrift]
+
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VOS
+
===Aanwijzingen voor invulling bouwsteen medicatietoediening===
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|MA met of zonder VV, lengte, gewicht, nierfunctiewaarde
+
Na het toedienen van medicatie legt de toediener de toediengegevens vast in de bouwsteen MTD. Eventuele afwijkingen van de oorspronkelijk beoogde toediening (bijvoorbeeld gewijzigde dosering, weigering van de patiënt, slikproblemen, bijwerkingen, etc.) worden ook hierin vastgelegd.<br>
−
|-
+
In deze paragraaf worden enkele specifieke situaties beschreven.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ontvangen medicatievoorschrift
+
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VOO
+
====Toediening wijkt af van toedienlijst====
−
|-
+
De toediener kan, in overleg en binnen gestelde kaders, afwijken van wat door de voorschrijver en/of verstrekker is vastgelegd in de MA en/of TA. Bijvoorbeeld in de datum of tijd van toedienen of in de toegediende hoeveelheid. De reden hiervoor wordt in data-element {{fhir|MedicatietoedieningRedenVanAfwijken}} in de MTD vastgelegd.
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.135-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.333_20220207000000 MedicatieVoorschrift Afhandeling (Sturen/Ontvangen)]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.334-2022-02-07T000000.html Sturen afhandeling medicatievoorschrift]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VAS
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|TA met of zonder MVE
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ontvangen afhandeling medicatievoorschrift
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VAO
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.134-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.327_20220207000000 Voorstel verstrekkingsverzoek (Sturen/Ontvangen)]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.328-2022-02-07T000000.html Sturen voorstel verstrekkingsverzoek]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VVS
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|VVV
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ontvangen voorstel verstrekkingsverzoek
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VVO
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.134-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.330_20220207000000 Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek (Ontvangen/Sturen)]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.331-2022-02-07T000000.html Sturen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VVO
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|AVVV
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ontvangen antwoord voorstel
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VVS
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.134-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.324_20220207000000 Voorstel medicatieafspraak (Sturen/Ontvangen)]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.325-2022-02-07T000000.html Sturen voorstel medicatieafspraak]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VMS
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|VMA met of zonder lengte, gewicht
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ontvangen voorstel medicatieafspraak
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VMO
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/sc-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.3.134-2022-02-07T000000.html#_2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.372_20220302000000 Antwoord voorstel medicatieafspraak (Ontvangen/Sturen)]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|[http://decor.nictiz.nl/medicatieproces/mp-html-20220402T205710/tr-2.16.840.1.113883.2.4.3.11.60.20.77.4.373-2022-03-02T000000.html Sturen antwoord voorstel medicatieafspraak]
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VMO
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="2"|AVMA
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Ontvangen antwoord voorstel medicatieafspraak
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|MP-VMS
 
−
|}<small>Tabel 4 Overzicht transactiegroepen</small>
 
  
−
In [[#Medicatieproces|hoofdstuk 2]] zijn per proces alleen de relevante transacties per processtap aangegeven. Daarin zijn de transactiegroepen niet opgenomen. Bovenstaande tabel bevat alle transactiegroepen en transacties.
+
====Toediening heeft niet plaatsgevonden====
 +
Als het niet lukt een toediening te geven kan dit in de MTD worden vastgelegd door bij {{fhir|ToegediendeHoeveelheid}} 0 in te vullen, eventueel met uitleg in data-element {{fhir|Toelichting}}. Als het ook niet de bedoeling is de medicatie op een later moment alsnog toe te dienen, kan dit ook in dat data-element worden aangegeven.
  
−
=Functionaliteit=
+
====Opschorten van een toediening====
−
Dit hoofdstuk beschrijft aanwijzingen voor de functionaliteit van een informatiesysteem.
+
Als het niet lukt een toediening te geven kan in overleg met de voorschrijver of verstrekker besloten worden op een later moment alsnog toe te dienen, mits dit binnen de gemaakte afspraken over flexibele toedientijden valt. Ook dan kan een initiële MTD met {{fhir|ToegediendeHoeveelheid}} 0 worden vastgelegd, en een nieuwe MTD als  de medicatie later alsnog wordt toegediend.
  
−
==Filteren van medicatie uit 2e/3e lijn (alle informatiesystemen)==
+
====Corrigeren van eerder vastgelegde MTD====
−
Een instelling stelt <u>alle</u> eigen medicatiegegevens (alle bouwstenen) beschikbaar. Deze gegevens zijn voor de ontvangende zorgverleners mogelijk niet allemaal relevant. De ontvangende informatiesystemen kunnen een filter opnemen afhankelijk van de behoefte van de betreffende zorgverlener/patiënt. Onderstaande lijst (Tabel 5) bevat typen medicatie waarvan benoemd is dat medicatietoediening <u>tijdens</u> de opname relevant is voor zorgverleners buiten de instelling.
+
Het kan voorkomen dat een reeds vastgelegde MTD gecorrigeerd moet worden, omdat de toediening anders heeft plaatsgevonden dan was vastgelegd. Als de MTD nog niet beschikbaar is gesteld kan de toediener deze in het eigen informatiesysteem aanpassen of schrappen.<br>
 +
Als de MTD al wel gedeeld is met andere zorgverleners worden correcties uitgevoerd door aanvullende MTD’s vast te leggen en beschikbaar te stellen. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van het data-element {{fhir|ToegediendeHoeveelheid}}. De waarde van dit data-element kan in een corrigerende MTD negatief zijn. Bij correcties is de uiteindelijk toegediende hoeveelheid dan gelijk aan de som van de {{fhir|ToegediendeHoeveelheid}} in alle vastgelegde MTD’s.<br>
 +
In {{fhir|MedicatietoedieningRedenVanAfwijken}} kan de reden voor de correctie aangegeven worden, bijvoorbeeld ‘foutieve registratie van medicatie’ of ‘medicatie uitgespuugd door patiënt’.
  
−
{{anchor|tabel 5}}
+
===Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Toedienen===
−
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
+
Binnen het deelproces Toedienen kunnen diverse vormen van informatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.
−
! style="text-align:left;"| ATC-groepscode
+
{| class="wikitable" style="width: 65em;"
−
! style="text-align:left;"| Naam
+
! style="text-align:left;"|type informatieoverdracht !! style="text-align:left;"|systeemrol !! systeemrolcode
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|L01
+
| De toediener raadpleegt de beschikbare medicatiegegevens van de patiënt voor het opstellen van een toedienlijst || MedicatieGegevensRaadplegend || MP-MGR
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|Cytostatica
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| L03AX03
+
| Het eTDR levert bij raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. || MedicatieGegevensBeschikbaarstellend || MP-MGB
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|BCG-vaccin urologie
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|L04AA23; L04AA25; L04AA26; L04AA33; L04AA34; L04AB; L04AC
+
| rowspan="2"|De toediener stuurt eventueel de vastgelegde MTD’s naar medebehandelaars of ontvangt deze van hun. || MedicatieGegevensSturend || MP-MGS
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|Immunosuppresiva
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|B03AC; B03XA; B06AC
+
| MedicatieGegevensOntvangend || MP-MGO
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| IJzer, epo, middelen tegen angioedeem
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|G03GA; G03GB02
+
| rowspan="4" style="vertical-align:top;"|De toediener kan een VMA en/of VVV naar de voorschrijver sturen en een AVMA en/of AVVV ontvangen. || VoorstelMedicatieafspraakSturend || MP-VMS
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|Gonadotropines (HCG etc), clomifeen
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|H01CA; H01CC; L02AE04
+
| AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend || MP-AVMO
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|Gonadoreline, hypothalamus hormonen, triptoreline
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|J06; J07
+
| VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend || MP-VVS
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|Immunoglobulines, vaccins
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|M03AX01
+
| AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend || MP-AVVO
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|Botox
+
|}
−
|-
+
Bij het toedienen van medicatie wordt gebruik gemaakt van een elektronisch toedienregistratiesysteem (eTDR). Zie [[#systeem|paragraaf 3.2.3]] voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|R03DX05
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|Omalizumab
 
−
|-
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|S01LA04; S01LA05; S01LA
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|Oogheelkundige anti neovasculaire stoffen
 
−
|}<small>Tabel 5 Typen klinische medicatie relevant voor extramurale zorgverleners</small>
 
−
 
 
−
==Beschikbaarstellen medicatiegegevens (alle informatiesystemen)==
 
−
Alle <u>eigen</u> medicatiegegevens mogen beschikbaargesteld worden wanneer de patiënt daarvoor toestemming heeft gegeven (conform vigerende wet- en regelgeving). Gegevens ontvangen van anderen (zorgverleners/patiënt) die men in het eigen informatiesysteem heeft overgenomen en aangemerkt als kopie worden niet beschikbaargesteld. De enige uitzondering is de transactie Medicatieoverzicht PUSH en PULL, daar worden bouwstenen van anderen beschikbaar gesteld mits zij voorzien zijn van de originele identificatie (zie ook [[#Inleiding 2|paragraaf 5.1]]).
 
  
−
==Aanschrijfdatum of verstrekkingsdatum (apotheekinformatiesysteem)==
+
==Deelproces Gebruiken==
−
In de medicatieverstrekking kan zowel de aanschrijfdatum als de daadwerkelijke datum van uitgifte worden vastgelegd. Wanneer een verstrekkingsverzoek direct verwerkt wordt en de patiënt komt het nog dezelfde dag ophalen zijn beide datums gelijk. Wanneer de patiënt de medicatie één of meerdere dagen later komt ophalen dan moeten deze datums verschillend worden ingevuld. De verstrekkingsdatum is de datum dat de daadwerkelijke medicatie-uitgifte heeft plaats gevonden. De aanschrijfdatum is het tijdstip waarop een apotheker een voorgenomen uitgifte vastlegt. Wanneer er meerdere verstrekkingen worden gedaan onder hetzelfde verstrekkingsverzoek (bijv. bij knippen recept) dan heeft elke verstrekking een eigen aanschrijfdatum.
+
Deze paragraaf beschrijft het proces van gebruiken van medicatie en het vastleggen van dit gebruik door een patiënt of diens vertegenwoordiger. Hierna wordt kortheidshalve alleen het woord “patiënt” gebruikt.<br>
−
Wanneer er gewerkt wordt met een uitgifte-automaat is de verstrekkingsdatum het tijdstip waarop de patient de medicatie uit de automaat haalt. Wanneer dit tijdstip niet beschikbaar is in het AIS mag tot die tijd ook het tijdstip worden gebruikt waarop de medicatie in de uitgifte-automaat wordt gelegd. Zie ook [[#Aanschrijven en verstrekken| paragraaf 4.2.5 Aanschrijven en verstrekken]].
+
Gegevens over het medicatiegebruik van de patiënt kunnen ook door zorgverleners worden vastgelegd, bijvoorbeeld tijdens medicatieverificatie (zie [[#Deelproces Medicatieverificatie|paragraaf 5.1]]).<br>
  
−
==Bijwerken na systeemstoring==
+
Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/gebruiken|Praktijkvoorbeelden Gebruiken]].
−
Na systeemuitval moet het informatiesysteem van de voorschrijver controleren of er wijzigingen zijn doorgevoerd in medicatieafspraken. Zie voor use cases en onderbouwing [[#Stoppen van medicatie door derden|Stoppen van medicatie door derden]] en [[#Twee PRK's onder één medicamenteuze behandeling|Twee PRK's onder één medicamenteuze behandeling]].
 
  
−
==Constructie voor interval eenmaal per 36 uur==
+
===Overzicht deelproces Gebruiken===
−
Wanneer de doseerinstructie luidt 1 tablet per 36uur kan dit normaliter in één medicatieafspraak worden weergegeven (keerdosis: 1 tablet, interval: 36uur). Maar wanneer een informatiesysteem niet verder gaat dan een interval van bijvoorbeeld 24 uur dan is er een andere oplossing nodig. <br />
+
De patiënt gebruikt voorgeschreven medicatie en/of zelfzorgmedicatie. Dit kan ook medicatie uit het buitenland betreffen. Dit gebruik kan conform de afspraken in MA en/of TA en/of WDS zijn (bij medicatie op voorschrift), dan wel conform de gebruiksaanwijzing in de verpakking (bij zelfzorgmedicatie). De patiënt kan daar ook van afwijken.<br>
  
−
''Variant 1:''
+
Als er een nieuwe of gewijzigde MA of VV nodig is kan een patiënt contact opnemen met de voorschrijver door het sturen van een VMA of VVV. Zie [[#mp voorstelgegevens|paragraaf 5.6]] voor de afhandeling van deze voorstelgegevens.<br>
−
Gebruik maken van een Zo nodig instructie waarbij het criterium is: ‘er is 36 uur verstreken sinds de laatste medicatietoediening’. Maar dit levert een bepaalde mate van vrijblijvendheid die mogelijk niet gewenst is.
 
  
−
''Variant 2:''
+
Patiënten met een PGO of patiëntenportaal kunnen hun medicatiegegevens inzien (transactie Raadplegen medicatiegegevens). Ze kunnen hierin ook hun medicatiegebruik vastleggen, in de medicatiebouwsteen MGB. De patiënt kan voor elk gebruikt geneesmiddel onder andere vastleggen:
−
Er kan ook een repeterend schema worden gemaakt waarbij gewisseld wordt tussen ochtend en avond en een dag niet:
+
* Wordt het geneesmiddel wel of niet gebruikt?
−
Herhaalperiode: 3 dagen
+
* Is het gebruik volgens afspraak (in MA/TA/WDS)?
−
Doseerinstructie
+
* Zo niet, om wat voor afwijking gaat het?
−
  Volgnummer: 1
+
* Indien van toepassing, de reden voor afwijken of stoppen, bijvoorbeeld bijwerkingen.
−
  Doseerduur: 1 dag
+
Het vastleggen van MGB’s door de patiënt is vrijblijvend. Informatie over diens medicatiegebruik in de vorm van door de patiënt vastgelegde MGB’s zal dus niet altijd beschikbaar zijn.<br>
−
  Dosering
 
−
    Keerdosis: 1 stuks
 
−
    Toedientijd: 9uur (bijvoorbeeld, kan ook een dagdeel zijn)
 
−
  Volgnummer: 2
 
−
  Doseerduur: 1 dag
 
−
  Dosering
 
−
  Keerdosis: 1 stuks
 
−
  Toedientijd: 21uur (bijvoorbeeld, kan ook een dagdeel zijn)
 
  
−
Wanneer het in het informatiesysteem niet mogelijk is om een interval van 36uur te kiezen wordt variant 2 toegepast.
+
Bij toedienpatiënten worden de toediengegevens door de toediener in een MTD vastgelegd, zie [[#Deelproces Toedienen|paragraaf 5.4]]. Sommige toedienpatiënten nemen echter wel zelf de medicatie in. Als zij dit vastleggen in een MGB, kan het voorkomen dat dit afwijkt van de gegevens in de MTD.<br>
  
−
==EVS/HIS verwerken Afhandeling voorschrift==
+
De vastgelegde gegevens (MGB) worden beschikbaar gesteld aan de behandelaars van de patiënt.
−
Het voorschrijvende informatiesysteem wordt door de apotheker geïnformeerd over alle verstrekkingen en wijzigingen in toedieningsafspraken middels de transactie Afhandeling voorschrift. Deze afhandeling moet automatisch verwerkt worden in het voorschrijvende informatiesysteem. De voorschrijver beoordeelt alleen de toedieningsafspraken en hoeft niet alle verstrekkingen te beoordelen.
 
  
−
==Voorbeelden doseringen==
+
===<span class="anchor" id="aanwijzing mgb"></span>Aanwijzingen voor invulling bouwsteen medicatiegebruik===
−
Zie [[mp:V9.2.0.0 Voorbeelden doseringen|Voorbeelden doseringen 9.2.0 (zowel functioneel als technische uitwerking in HL7v3 CDA én in FHIR)]]
+
In de context van deze paragraaf gaat het om patiënten die zelf gegevens rond hun gebruik vastleggen. De tabel hieronder laat voor verschillende situaties zien hoe de data-elementen in de bouwsteen MGB ingevuld moeten worden.
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|tabel medicatiegebruik}}
  
−
==Medicatiegebruik: gebruikindicator, volgens afspraak indicator, stoptype, gebruiksperiode en doseerinstructie==
+
===Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Gebruiken===
 +
Binnen het deelproces Gebruiken kunnen diverse vormen van infomatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.
 
{| class="wikitable"
 
{| class="wikitable"
 +
! style="text-align:left;"|Type informatieoverdracht!! style="text-align:left;"|systeemrol !! systeemrolcode
 
|-
 
|-
−
|style="text-align:center;" |Situatie || 1. Medicatie is/wordt in gebruiksperiode gebruikt volgens afspraak|| 2. Medicatie is/wordt in gebruiksperiode gebruikt maar niet volgens afspraak || 3. In tegenstelling tot de afspraak is/wordt in gebruiksperiode de medicatie niet gebruikt || 4. Medicatie is/wordt in de gebruiksperiode niet gebruikt en dat is ook volgens afspraak || 5. Medicatie is/wordt in de gebruiksperiode gebruikt maar onbekend of dit volgens afspraak is of er is geen afspraak (zelfzorgmedicatie)
+
| Het informatiesysteem van de patiënt levert bij raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. || MedicatieGegevensBeschikbaarstellend|| MP-MGB
−
|-
 
−
! Gebruikindicator<br> ''(wordt dit product gebruikt)'' !! Ja !! Ja !! Nee !! Nee !! Ja
 
−
|-
 
−
! Volgens afspraak indicator!! Ja !! Nee !! Nee !! Ja !! -
 
−
|-
 
−
! Stoptype!! Nvt !! Nvt!! Definitief of Tijdelijk !! Definitief of Tijdelijk !! Nvt
 
−
|-
 
−
| || || || Stoptype afhankelijk of er gestaakt of onderbroken wordt || Stoptype conform de stop-afspraak ||
 
−
|-
 
−
! Gebruiksperiode!! Conform MA of TA !!  Max. 2 van de 3 !! Max. 2 van de 3 !! Max. 2 van de 3 !! Max. 2 van de 3
 
 
|-
 
|-
−
|style="text-align:right;" | ingangsdatum || Het tijdstip waarop het gebruik is gestart. || Het tijdstip waarop het afwijkende gebruik is/wordt gestart. || Het tijdstip vanaf wanneer gestaakt of onderbroken wordt.|| Het tijdstip vanaf wanneer gestaakt of onderbroken wordt. || Het tijdstip waarop het gebruik is gestart.
+
| De patiënt kan diens medicatiegegevens raadplegen. || MedicatieGegevensRaadplegend || MP-MGR
 
|-
 
|-
−
|style="text-align:right;" | gebruiksduur || De beoogde gebruiksduur. || De beoogde duur van het afwijkende gebruik. || De (beoogde) duur van het onderbreken. (nvt. voor staken)|| De (beoogde) duur van het onderbreken. (nvt. voor staken)|| De beoogde gebruiksduur.
+
| rowspan="4" style="vertical-align:top;"|De patiënt kan een VMA en/of VVV naar de voorschrijver sturen en een AVMA en/of AVVV ontvangen. || VoorstelMedicatieafspraakSturend || MP-VMS
 
|-
 
|-
−
|style="text-align:right;" | stopdatum || Het tijdstip waarop de gebruiksperiode eindigt (of geëindigd is of zal eindigen). || Het tijdstip waarop het afwijkende gebruik eindigt (of geëindigd is of zal eindigen). || Het tijdstip waarop het onderbreken eindigt en gebruik is/wordt herstart (of beoogd wordt te herstarten). (nvt. voor staken)|| Het tijdstip waarop het onderbreken eindigt en gebruik is/wordt herstart (of beoogd wordt te herstarten). (nvt. voor staken) || Het tijdstip waarop de gebruiksperiode eindigt (of geëindigd is of zal eindigen).
+
| AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend || MP-AVMO
 
|-
 
|-
−
! Doseerinstructie!! Conform MA of TA !! Verplicht!! Nvt !! Nvt !! Verplicht
+
|  VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend || MP-VVS
 
|-
 
|-
−
| || Medicatie is/wordt in gebruiksperiode gebruikt volgens afspraak || Medicatie is/wordt in gebruiksperiode niet gebruikt volgens afspraak, daadwerkelijk gebruikte dosering moet doorgegeven worden. || De medicatie is/wordt niet gebruikt, er is geen dosering. || De medicatie is/wordt niet gebruikt, er is geen dosering.|| Dosering die patiënt met zichzelf heeft afgesproken.
+
|  AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend || MP-AVVO
−
|}
 
−
'''VOORBEELDEN:'''<br>
 
−
'''Situatie 1: Medicatie is/wordt in gebruiksperiode gebruikt volgens afspraak'''<br>
 
−
Patiënt heeft Ferrofumaraat voorgeschreven gekregen tegen bloedarmoede. Dosering is 3x daags 1 tablet een half uur voor het eten innemen, met als startdatum 4 juni 2018 en zonder stopdatum.<br>
 
−
Op 10 juni registreert de patiënt het medicatiegebruik over de afgelopen periode (van 4 t/m 10 juni).<br>
 
−
{| class="wikitable"
 
−
|-
 
−
! Situatie 1 !!
 
−
|-
 
−
| Geneesmiddel || FERROFUMARAAT 100 MG TABLET
 
−
|-
 
−
| Gebruiksindicator || Ja
 
−
|-
 
−
| Volgens afspraak indicator || Ja
 
−
|-
 
−
| Stoptype || nvt
 
−
|-
 
−
| Ingangsdatum || 4 juni 2018
 
−
|-
 
−
| Stopdatum || 10 juni 2018
 
−
|-
 
−
| Doseerinstructie || ''Overeenkomstig de afspraak''
 
 
|}
 
|}
 +
De patiënt maakt gebruik van een PGO of een patiëntenportaal. Zie [[#systeem|paragraaf 3.2.3]] voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.
 +
 +
==<span class="anchor" id="mp voorstelgegevens"></span>Voorstelgegevens==
 +
NB: In dit FO en de dataset worden de voorstelgegevens als bètaversie gepubliceerd (zie [[#beta|paragraaf 1.5.4]]).
  
−
'''Situatie 1: Medicatie is/wordt in gebruiksperiode gebruikt volgens afspraak'''<br>
+
Een voorschrijver kan een voorstel ontvangen van een verstrekker, andere zorgverlener (inclusief andere voorschrijvers) of van de patiënt met betrekking tot diens medicamenteuze behandeling. Binnen MP9 zijn hiervoor de volgende voorstelgegevens beschikbaar:
−
Patiënt heeft Ferrofumaraat voorgeschreven gekregen tegen bloedarmoede. Dosering is 3x daags 1 tablet een half uur voor het eten innemen, met als startdatum 4 juni 2018 en zonder stopdatum.<br>
+
* Voorstel medicatieafspraak (VMA) voor voorstellen met betrekking tot de MA, met optioneel een reden voor dit voorstel  .
−
Op 10 juni registreert de patiënt het medicatiegebruik en het voornemen om deze medicatie te blijven gebruiken volgens de afspraak.<br>
+
* Antwoord voorstel medicatieafspraak (AVMA) voor het beantwoorden van het VMA.
−
{| class="wikitable"
+
* Voorstel verstrekkingsverzoek (VVV) voor voorstellen met betrekking tot het VV, met optioneel een reden voor dit voorstel.
−
|-
+
* Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek (AVVV), voor het beantwoorden van het VVV.
−
! Situatie 1 !!
+
In reactie op een voorstel stuurt de voorschrijver altijd een antwoord naar de voorsteller. Als het voorstel tot een nieuw voorschrift leidt wordt dit naar de verstrekker gestuurd.
−
|-
 
−
| Geneesmiddel || FERROFUMARAAT 100 MG TABLET
 
−
|-
 
−
| Gebruiksindicator || Ja
 
−
|-
 
−
| Volgens afspraak indicator || Ja
 
−
|-
 
−
| Stoptype || nvt
 
−
|-
 
−
| Ingangsdatum || 4 juni 2018
 
−
|-
 
−
| Stopdatum || -
 
−
|-
 
−
| Doseerinstructie || ''Overeenkomstig de afspraak''
 
−
|}
 
  
−
'''Situatie 2: Medicatie is/wordt in gebruiksperiode gebruikt maar niet volgens afspraak'''<br>
+
===Voorstel medicatieafspraak===
−
Patiënt heeft Ferrofumaraat voorgeschreven gekregen tegen bloedarmoede. Dosering is 3x daags 1 tablet een half uur voor het eten innemen, met als startdatum 4 juni 2018 en zonder stopdatum.<br>
+
Een voorsteller kan een VMA naar de voorschrijver sturen. Het kan gaan om een voorstel om een bestaande MA te wijzigen, te stoppen of te continueren, of om een nieuwe MA te starten. Een voorschrijver die een VMA ontvangt, kiest een van de volgende drie mogelijke antwoorden:
−
De patiënt is overdag veel op pad en vergeet een werkweek lang om telkens de medicijnen voor de lunch in te nemen. Wel worden de tabletten 's ochtends en 's avonds voor het eten ingenomen<br>
+
* ‘Geaccepteerd’: de voorschrijver gaat volledig akkoord met het voorstel dat gedaan is. In dat geval worden de volgende gegevens exact overgenomen van het VMA in de nieuwe MA:
−
{| class="wikitable"
+
{| class="wikitable" style="width:45em;"
−
|-
+
! style="text-align:left;"|Naam data-element
−
! Situatie 2 !!
 
−
|-
 
−
| Geneesmiddel || FERROFUMARAAT 100 MG TABLET
 
−
|-
 
−
| Gebruiksindicator || Ja
 
−
|-
 
−
| Volgens afspraak indicator || Nee
 
−
|-
 
−
| Stoptype || nvt
 
−
|-
 
−
| Ingangsdatum || 11 juni
 
−
|-
 
−
| Stopdatum || 15 juni
 
 
|-
 
|-
−
| Doseerinstructie || 2x daags 1 tablet
+
| Gebruiksperiode
−
|}
 
−
'''Situatie 3: In tegenstelling tot de afspraak is/wordt in gebruiksperiode de medicatie niet gebruikt'''<br>
 
−
Patiënt heeft Ferrofumaraat voorgeschreven gekregen tegen bloedarmoede. Dosering is 3x daags 1 tablet een half uur voor het eten innemen, met als startdatum 4 juni 2018 en zonder stopdatum.<br>
 
−
De patiënt gaat een lang weekend op vakantie en komt er te laat achter dat de medicatie niet ingepakt is. De komende paar dagen zal de patiënt de tabletten niet nemen en ze  wil dit registreren.<br>
 
−
{| class="wikitable"
 
 
|-
 
|-
−
! Situatie 3 !!
+
| AfgesprokenGeneesmiddel
 
|-
 
|-
−
| Geneesmiddel || FERROFUMARAAT 100 MG TABLET
+
| MedicatieafspraakStopType
 
|-
 
|-
−
| Gebruiksindicator || Nee
+
| RedenWijzigenOfStaken
 
|-
 
|-
−
| Volgens afspraak indicator || Nee
+
| RedenVanVoorschrijven
 
|-
 
|-
−
| Stoptype || Tijdelijk
+
| Gebruiksinstructie, met uitzondering van de omschrijving. Een XIS kan ervoor kiezen een omschrijving over te nemen bij raadplegen, of deze zelf te genereren uit de gestructureerde velden.
 
|-
 
|-
−
| Ingangsdatum || 20 juli
+
| AanvullendeInformatie
 
|-
 
|-
−
| Stopdatum || 23 juli
+
| Toelichting
 
|-
 
|-
−
| Doseerinstructie || nvt
 
 
|}
 
|}
−
'''Situatie 4: Medicatie is/wordt in de gebruiksperiode niet gebruikt en dat is ook volgens afspraak'''<br>
+
 
−
Patiënt heeft Ferrofumaraat voorgeschreven gekregen tegen bloedarmoede. Dosering is 3x daags 1 tablet een half uur voor het eten innemen, met als startdatum 4 juni 2018.<br>
+
* ‘Geaccepteerd met wijzigingen’: De voorschrijver gaat akkoord met het voorgestelde farmaceutische product maar maakt een therapeutische wijziging  in de MA ten opzichte van het VMA.
−
Op 12 augustus blijkt na controle dat er geen sprake meer is van bloedarmoede en de arts stopt de medicatie. De patiënt wil registreren dat ze gestopt is met de medicatie en registreert dit zelf op 15 augustus.<br>
+
* ‘Afgewezen’: Als de voorschrijver het niet eens is met de PRK van het voorgestelde farmaceutische product wordt het voorstel als ‘afgewezen’ beschouwd en volgt er een MA met een ander farmaceutisch product. Daarnaast kan het gehele voorstel afgewezen worden waarbij geen MA wordt gemaakt. In beide gevallen moet een toelichting gegeven worden.
−
{| class="wikitable"
+
 
−
|-
+
===Voorstel verstrekkingsverzoek===
−
! Situatie 4 !!
+
Een voorsteller kan een VVV naar de voorschrijver versturen. Dit betreft een verzoek om een herhaalrecept. Een  voorschrijver die een VVV ontvangt, kiest een van de volgende drie mogelijke antwoorden:
 +
* ‘Geaccepteerd’: de voorschrijver gaat volledig akkoord met het voorstel dat gedaan is. In dat geval worden de volgende gegevens uit het VVV exact overgenomen in het nieuwe VV: 
 +
{| class="wikitable" style="width:20em;"
 +
! style="text-align:left;"|Naam data-element
 
|-
 
|-
−
| Geneesmiddel || FERROFUMARAAT 100 MG TABLET
+
| TeVerstrekkenGeneesmiddel
 
|-
 
|-
−
| Gebruiksindicator || Nee
+
| TeVerstrekkenHoeveelheid
 
|-
 
|-
−
| Volgens afspraak indicator || Ja
+
| AantalHerhalingen
 
|-
 
|-
−
| Stoptype || Definitief
+
| Verbruiksperiode
 
|-
 
|-
−
| Ingangsdatum || 12 augustus 2018
+
| Afleverlocatie
 
|-
 
|-
−
| Stopdatum || -
+
| AanvullendeWensen
 
|-
 
|-
−
| Doseerinstructie || nvt
+
| FinanciëleIndicatiecode
−
|}
 
−
'''Situatie 5: Medicatie is/wordt in de gebruiksperiode gebruikt maar onbekend of dit volgens afspraak is of er is geen afspraak (zelfzorgmedicatie)'''<br>
 
−
Patiënt heeft de griep en hij neemt tegen de koorts en pijn paracetamol 500 mg van de plaatselijke drogist. Hij neemt inmiddels al vier dagen 4 tot 6 tabletten per dag en denkt dit nog drie dagen te zullen doen. Hij registreert dit op 12 augustus als medicatiegebruik.<br>
 
−
{| class="wikitable"
 
 
|-
 
|-
−
! Situatie 5 !!
+
| Toelichting
 
|-
 
|-
−
| Geneesmiddel || Paracetamol 500 mg
+
| RelatieMedicatieafspraak
 
|-
 
|-
−
| Gebruiksindicator || Ja
 
−
|-
 
−
| Volgens afspraak indicator || -
 
−
|-
 
−
| Stoptype || nvt
 
−
|-
 
−
| Ingangsdatum || 9 augustus 2018
 
−
|-
 
−
| Duur || 7 dagen
 
−
|-
 
−
| Doseerinstructie || 4 tot 6 tabletten per dag
 
 
|}
 
|}
 +
* ‘Geaccepteerd met wijzigingen’: De voorschrijver gaat akkoord met het voorgestelde farmaceutische product maar maakt een andere wijziging in het VV ten opzichte van het VVV.
 +
* ‘Afgewezen’: Als de voorschrijver het niet eens is met de PRK van het voorgestelde farmaceutische product wordt het voorstel als 'afgewezen' beschouwd. Er volgt een VV met een ander farmaceutisch product. Een andere mogelijkheid is dat de BeoogdVerstrekker wijzigt. Dit wordt ook gezien als een afwijzing. De verstrekker die het voorstel doet ontvangt  de afwijzing als er van deze verstrekker geen verstrekking verwacht wordt. Tot slot kan de voorschrijver het VVV volledig afwijzen. In al deze gevallen moet een toelichting gegeven worden.
  
−
==Implementatie geneesmiddel distributiesysteem (GDS)-velden==
+
===Verstrekken vóór akkoord van voorschrijver===
  
−
===Achtergrond===
+
Als de voorschrijver naar aanleiding van het VMA of VVV een voorschrift maakt wordt dit naar de verstrekker gestuurd. Deze handelt vervolgens het voorschrift af. Bij uitzondering kan een verstrekker al verstrekken voordat de voorschrijver geantwoord heeft op het VMA. Dit gebeurt dan op basis van professionele inschatting, regionale afspraken of mondeling akkoord.
−
Steeds meer patiënten ontvangen hun medicatie via een geneesmiddel distributiesysteem (GDS), waarbij de apotheker overzicht en ordening voor de patiënt aanbrengt in diens geneesmiddelen door deze gereed te maken in afzonderlijke compartimenteenheden. Deze aflevervorm heeft met name een vlucht genomen toen de Geneesmiddelenwet in 2007 bepaalde dat in zorginstellingen zonder apotheek de medicatie voor de patiënten op naam gesteld dient te zijn.
+
Daarbij kan het gaan om:
 +
* Een aanvullend middel dat standaard meegegeven wordt bij een ander product. Bijvoorbeeld een laxans bij een opioïde.
 +
* Een vervangend middel. Het farmaceutisch product in de TA mag afwijken van de MA (zie [[#TA|paragraaf 5.3.2]]). Voor duidelijkheid in de keten kan het wenselijk zijn de MA hierop aan te passen, bijvoorbeeld voor de toedienlijst. Hiervoor kan de verstrekker dan een VMA naar de voorschrijver sturen.
  
−
Voor zorgverleners is het van belang om te weten of een patiënt een gebruikmaakt van GDS. In 2018 is geanalyseerd (onder regie van Z-Index, met zorgverleners) wat de knelpunten en wensen zijn rondom het vastleggen dat een patiënt gebruikmaakt van GDS. Daaruit is globaal naar voren gekomen dat het wenselijk is om zowel op medicatieniveau als op patiëntniveau te kunnen zien of een patiënt gebruik maakt van GDS. Voor de details zie volgende paragraaf.
+
==<span class="anchor" id="mp klinische situatie"></span>Medicatieproces in de klinische situatie==
 +
Deze paragraaf bevat aanvullende informatie over het medicatieproces in de klinische situatie. Het gaat hier over patiënten die opgenomen zijn in bijvoorbeeld een ziekenhuis, een ggz-kliniek, een verpleeghuis of andere instellingen.<br>
  
−
Onderstaande aanwijzingen geven een handreiking hoe het Medicatieproces deze wensen kan ondersteunen.
+
Het poliklinische medicatieproces valt hier buiten. Dat komt overeen met de ambulante situatie zoals beschreven in paragraaf 5.1 t/m 5.5.
  
−
===Wensen zorgverleners===
+
===Enkele aandachtspunten in de klinische situatie===
−
In 2018 is met de gebruikersraden van Z-Index geïnventariseerd wat de wensen rondom het vastleggen en uitwisselen van GDS is. Hieronder het overzicht van deze wensen.<br>
+
Het klinische medicatieproces verloopt grotendeels zoals in de paragrafen hiervoor beschreven, met enkele verschillen en aandachtspunten:
  
−
'''Wie'''
+
'''Levering medicatie'''<br>
−
*Alle zorgpartijen (van voorschrijver t/m toediener)
+
Tijdens opname in een ziekenhuis worden medicijnen in het algemeen geleverd door de ziekenhuisapotheek. In andere instellingen kan dit gedaan worden door openbare, instellings- of ziekenhuisapotheken.
−
'''Wat'''
 
−
*Vastleggen/uitwisselen dat iemand gebruik maakt van GDS
 
−
*Vastleggen waaróm iemand GDS patiënt is
 
−
*Vastleggen/uitwisselen bij medicatie dat dit in de GDS moet
 
−
*Vastleggen/uitwisselen wat de duur van een rol is
 
−
*Uitwisselen of wijziging per direct is of bij volgende rolwissel
 
−
'''Waarom'''
 
−
*Bepaalt welke apotheek aflevert
 
−
*Apotheek moet weten of wijziging voor lopende rol geldt of niet
 
−
*Van belang voor stoppen van eerdere medicatie bij starten van GDS
 
−
*Evaluatie van GDS-patiënten voor zorgverzekeraar
 
−
*Overige logistieke processen richting thuiszorg/mantelzorg
 
−
'''Wanneer'''
 
−
*Bij starten van medicatie, in apotheek al voor aanschrijven recept
 
−
*Bij overdracht 1e/2e lijn
 
−
*Bij wijzigen (incl. stoppen) van medicatie
 
−
*Bij wijzigen CiO-gegevens
 
−
'''Waar'''
 
−
*Bij het werken in het dossier van de patiënt dient inzichtelijk te zijn dat dit kenmerk bij betreffende patiënt van toepassing is. Per soort zorgverlener kan dit een verschillende plaats zijn (patiëntendossier, medicatiedossier). De wens van openbaar apothekers is dat ze dit kenmerk altijd bij de patiënt inzichtelijk hebben.
 
−
*Op medicatieoverzicht
 
  
−
===Data-elementen Medicatieproces===
+
'''Voorlopige en definitieve medicatieopdracht'''<br>
−
De bouwstenen voor het Medicatieproces kennen de volgende velden die een rol spelen bij het vastleggen van GDS.<br>
+
In de klinische situatie wordt de term ‘voorlopige medicatieopdracht’ (VMO) gebruikt. In MP9 wordt een VMO vastgelegd in de vorm van een medicatieafspraak (MA). De toepassing van de MA in de klinische situatie is iets breder dan in de ambulante situatie. Naast een afspraak tussen voorschrijver en patiënt over gebruik van medicatie is het ook:
 +
* een opdracht aan de verstrekker om ervoor te zorgen dat de medicatie beschikbaar is voor toediening.
 +
* een opdracht aan de toediener om de medicatie toe te dienen
 +
De ziekenhuisapotheker voert doorgaans een validatie van het toedieningsverzoek uit. Hierbij ontstaat een ‘definitieve medicatieopdracht’, vergelijkbaar met de TA.
  
−
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
+
'''Verstrekkingsverzoek en medicatieverstrekking'''<br>
−
! style="text-align:left;"| '''Bouwsteen'''
+
In een ziekenhuis is tijdens de opname dus geen VV nodig. De ziekenhuisapotheker zorgt dat de medicijnen beschikbaar zijn zolang de MA loopt. Ook zal doorgaans geen MVE worden vastgelegd.<br>
−
! style="text-align:left;"| '''Data-element nr'''
+
Soms wordt medicatie uit de afdelingsvoorraad gehaald. Het aanvullen van deze voorraad is geen medicatieverstrekking in de betekenis van dit FO.<br>
−
! style="text-align:left;"| '''Omschrijving'''
+
Als levering aan een instelling door een openbare apotheek plaatsvindt, kan er wel sprake zijn van vastlegging van VV en MVE.
−
! style="text-align:left;"| '''Soort inhoud'''
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"| Medicatieafspraak
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|23283
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Aanvullende informatie
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Aanvullende informatie bevat een lijst van bijzonderheden over de gemaakte afspraak die van belang zijn voor de medicatiebewaking en invulling door de apotheker.
 
−
Bijvoorbeeld: ‘wijziging in GDS per direct’.
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"| Verstrekkingsverzoek
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|22759
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Aanvullende wensen
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Logistieke aanwijzingen van belang voor de invulling van het verstrekkingsverzoek door de apotheker. Bijvoorbeeld: ‘niet opnemen in GDS’
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;" rowspan="4"| Verstrekking
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|20927
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Distributievorm
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Distributievorm.
 
−
Bijvoorbeeld: GDS
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|20924
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Verbruiksduur
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Voorraad voor deze duur
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|22500
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Aanschrijfdatum
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|De aanschrijfdatum is het tijdstip waarop een apotheker een voorgenomen uitgifte vastlegt
 
−
|-
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|20272
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Datum
 
−
|style="background-color: white;vertical-align:top;"|Het tijdstip van uitgifte. De datumtijd waarop het geneesmiddel ter hand gesteld wordt
 
−
|}
 
  
−
===Toepassing data-elementen ter ondersteuning gewenste functionaliteit voor GDS-patiënten===
+
'''Toedienlijst'''<br>
−
====Vastleggen dát iemand gebruik maakt van GDS====
+
Tijdens een opname is voor alle patiënten die medicatie toegediend krijgen een toedienlijst aanwezig en worden (richt)toedientijden standaard vastgelegd.
−
Bij het werken in het dossier van de patiënt is het van belang om te zien dat iemand gebruik maakt van GDS. Dat geldt zowel voor de apotheek die de GDS levert, als andere zorgverleners van de patiënt. Daarom is het van belang dat dit gegeven kan worden gecommuniceerd naar en getoond aan andere zorgverleners.<br>
 
−
Zolang er nog geen patiëntkenmerk is waarmee GDS vastgelegd kan worden, kan ervoor gekozen worden dit gegeven af te leiden uit de GDS-gegevens die bij de medicatie zijn vastgelegd.
 
−
Een mogelijk handvat hiervoor is het feit dat medicatie in de distributiemodule is opgenomen tezamen met het veld Distributievorm in de verstrekking.
 
−
*Stap 1: indien medicatie in de distributiemodule is opgenomen: vul het veld Distributievorm in de verstrekking met ‘GDS’.
 
−
*Stap 2: op basis van het veld Distributievorm afleiden dat een patiënt gebruikmaakt van GDS. Het feit dat een patiënt enige verstrekking heeft waarbij het veld Distributievorm met ‘GDS’ is gevuld, geeft aan dat de patiënt gebruik maakt van GDS. Deze verstrekking kan een eigen verstrekking zijn, of een verstrekking ontvangen van een andere apotheek (voor zover deze gegevens worden binnengehaald en zodanig worden vastgelegd dat de inhoud van het veld Distributievorm herbruikbaar is). Het gegeven dat een patiënt gebruikmaakt van GDS, kan vervolgens getoond worden bij het werken in het medicatiedossier c.q. het patiëntendossier. In overleg met eindgebruikers dient nader bepaald te worden waar en hoe dit getoond wordt.
 
  
−
====Vastleggen waaróm iemand gebruik maakt van GDS====
+
===Medicatieproces bij opname en ontslag===
−
Gebruikers hebben aangegeven dat het wenselijk is om te kunnen vastleggen waarom iemand gebruik maakt van GDS. Op dit moment zijn hier geen structurele velden voor beschikbaar.
+
Bij opname en ontslag kunnen veel wijzigingen in MA’s en TA’s plaatsvinden. De generieke deelprocessen (Medicatieverificatie, Voorschrijven, Ter hand stellen, Toedienen) blijven van toepassing, zoals in paragraaf 5.1 t/m 5.4 beschreven. In de paragrafen hieronder wordt het proces samengevat, bezien vanuit de klinische situatie.
  
−
====Bij medicatie vastleggen dat dit in de GDS moet====
+
====Voorafgaand aan opname====
−
Voorschrijvers willen kunnen aangeven of een middel al dan niet via GDS verstrekt dient te worden. Dit kan als volgt:
+
Voorafgaand aan opname wordt doorgaans medicatieverificatie uitgevoerd. Bij spoedopnames zal dit vaak niet mogelijk zijn. Dit kan eventueel wel nog later tijdens de opname gebeuren.
−
*Verstrekkingsverzoek, veld Aanvullende wensen. De codelijst voor dit veld bevat het item ‘niet in GDS’. Deze codelijst is thesaurus 2051 van bestand 902 in de G-Standaard.
+
Mogelijk moet de medicatie van de patiënt voor opname aangepast worden:
 +
* Starten nieuwe medicatie
 +
* Wijzigen, onderbreken of stoppen lopende medicatie
 +
Als de opnamedatum nog niet bekend is wordt in {{fhir|Gebruiksperiode.Criterium}} in de betreffende MA en/of stop-MA aangegeven hoeveel dagen voor opname de de aanpassing moet plaatsvinden. Zodra de opnamedatum bekend wordt of wijzigt wordt dit in een nieuwe MA vastgelegd.<br>
 +
Zie de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/voorbeelden_onzekerheidscriterium|Voorbeelden onzekerheidscriterium]] voor uitwerking van de werkwijze bij gebruik van dit criterium.
  
−
====Vastleggen/uitwisselen wat de duur van een medicatierol is====
+
====Tijdens opname====
−
De duur van de medicatierol kan worden bepaald op basis van de ‘verbruiksduur’ van de verstrekking: de ‘verbruiksduur’ geeft aan wat de loopduur van een medicatierol is.
+
Bij de start van een opname wordt nagegaan welke medicatie de patiënt al in gebruik heeft. Voor deze medicatie zijn verschillende besluiten mogelijk:
 +
* Medicatie ongewijzigd doorgebruiken
 +
* Generieke substitutie van medicatie
 +
* Stoppen medicatie
 +
* Wijzigen medicatie
 +
* Medicatie tijdelijk onderbreken
 +
* Farmacotherapeutische substitutie van medicatie
 +
Deze processen verlopen in grote lijnen zoals beschreven in paragraaf 5.2.2.1 t/m 5.2.2.5. In de volgende paragrafen wordt dit kort uitgewerkt.<br>
 +
Ook tijdens de opnameperiode kan nog medicatieverificatie plaatsvinden.  
  
−
====Vastleggen/uitwisselen of een wijziging in de medicatie per direct moet of niet====
+
=====Medicatie ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname=====
−
Het is wenselijk dat een voorschrijver kan aangeven of wijzigingen in de medicatie per direct doorgevoerd moeten worden of dat deze kunnen wachten tot de volgende rolwissel. De handvatten hiervoor zijn als volgt:
+
De patiënt blijft de medicatie uit de ambulante situatie ongewijzigd doorgebruiken (zie [[#Continueren medicatie|paragraaf 5.2.2.2]]).
−
*Medicatieafspraak, veld Aanvullende informatie. De codelijst voor dit veld bevat twee items die betrekking hebben op wijzigingen in de GDS, namelijk ‘Wijziging in GDS per direct’ en ‘Wijziging in GDS per rolwissel’. Deze codelijst is thesaurus 2050 van bestand 902 in de G-Standaard.
+
* De MA en TA uit de ambulante situatie blijven doorlopen tijdens opname en na ontslag.
−
*Daarbij is het van belang dat de voorschrijver inzicht heeft in de duur van de rol en hoe lang het nog duurt voordat de huidige medicatierol op is. Dit is te herleiden uit:
 
−
**De verstrekking, veld Verbruiksduur, zie hierboven. Hiervoor dient het voorschrijfsysteem wel de beschikking te hebben over de verstrekkingsgegevens van eerdere verstrekkingen.
 
−
**Verstrekking, veld Aanschrijfdatum of Datum (of als niet dit veld gevuld is maar het veld Aanschrijfdatum, dan het veld Aanschrijfdatum; als beide zijn gevuld heeft Datum de voorkeur). Op basis van deze datum en de verbruiksduur, kan berekend worden per welke datum de huidige medicatierol is verbruikt.
 
  
−
=Beschouwingen=
+
=====<span class="anchor" id="generieke substitutie"></span>Generieke substitutie tijdens opname=====
−
==Ongeadresseerd voorschrijven (ambulant)==
+
De patiënt krijgt tijdens opname een ander geneesmiddel dan in de ambulante situatie. Dit middel heeft dezelfde werkzame stof, in dezelfde hoeveelheid en farmaceutische vorm. De PRK blijft dus gelijk.
−
In deze paragraaf wordt de term “prescriptie” gebruikt om het bericht waarmee een patiënt een geneesmiddel bij een verstrekker mag afhalen aan te duiden. Een prescriptie bevat een medicatieafspraak en een verstrekkingsverzoek.
+
* De MA blijft doorlopen tijdens opname en na ontslag.
 +
* De TA uit de ambulante situatie wordt bij opname gestopt (stoptype ‘gestopt’). Na ontslag maakt de verstrekker uit de ambulante situatie weer een TA bij de MA.
 +
* Er wordt een nieuwe TA vastgelegd voor de medicatie tijdens opname. Deze wordt gestopt bij ontslag.
  
−
In Nederland is het tot op heden gebruikelijk om prescripties digitaal te versturen naar een ontvangende apotheek in plaats van het ophalen van prescripties. Daarvoor is nodig, dat de apotheek al van te voren bekend is. <br>
+
=====Stoppen medicatie tijdens opname=====
 +
De patiënt moet definitief stoppen met de medicatie uit de ambulante situatie (zie [[#Stoppen medicatie|paragraaf 5.2.2.3]] en [[#stoppen TA|5.3.2.3]]).
 +
* De MA en TA worden gestopt bij opname (stoptype ‘gestopt’).
  
 +
=====Wijzigen medicatie tijdens opname=====
 +
Er vindt een wijziging plaats in de medicatie uit de ambulante situatie, bijvoorbeeld qua dosering (zie [[#wijzigen medicatie|paragraaf 5.2.2.4]] en [[#wijzigen TA|5.3.2.4]]). Dit volgt het reguliere wijzigingsproces:
 +
* De MA en TA uit de ambulante situatie worden gestopt met technische stop-MA en stop-TA (stoptype ‘gestopt’).
 +
* Er worden een nieuwe MA en TA met de wijziging vastgelegd; deze worden bij ontslag gestopt.
 +
* Bij ontslag worden een nieuwe MA en TA aangemaakt voor de ambulante situatie.
  
−
Deze paragraaf is een beschouwing of er meer flexibiliteit in de logistieke afhandeling van prescripties te bereiken is, zonder de huidige voordelen teniet te doen. Deze paragraaf kan beschouwd worden als een lange termijn visie waar wij naar toe willen werken.
+
=====Medicatie tijdelijk onderbreken tijdens opname=====
 +
Onderbreken van de medicatie uit de ambulante situatie bij opname en hervatting bij ontslag volgt het proces zoals beschreven in [[#tijdelijk|paragraaf 5.2.2.5]].
 +
* De MA en TA uit de ambulante situatie worden tijdelijk gestopt, met stoptype ‘onderbroken’.
 +
* Bij ontslag worden een hervattings-MA en -TA aangemaakt voor de ambulante situatie.
  
−
===Uitgangspunten===
+
=====Farmacotherapeutische substitutie tijdens opname=====
−
In de afweging hoe wij flexibiliteit in de afhandeling kunnen bewerkstelligen zijn uitgangspunten geformuleerd. Deze zijn:
+
De patiënt krijgt tijdens opname een ander geneesmiddel dan in de ambulante situatie. Dit middel is wel voor dezelfde indicatie geregistreerd, maar bevat een andere werkzame stof en heeft dus een andere PRK (bijvoorbeeld omeprazol/pantoprazol).
−
*De patiënt heeft de keuzevrijheid van afhandeling.
+
* De MA en TA uit de ambulante situatie worden tijdelijk gestopt, met stoptype ‘onderbroken’ (zie [[#tijdelijk|paragraaf 5.2.2.5]]).
−
*De huidige verwerking van verzenden van prescripties blijft mogelijk.
+
* Er worden een nieuwe MA en TA voor het andere middel vastgelegd. Dit gebeurt in een andere MBH, omdat het middel een andere PRK heeft. De nieuwe MA en TA worden bij ontslag gestopt.
−
*Het informatiesysteem moet zoveel mogelijk dezelfde functionaliteit hergebruiken.
+
* Bij ontslag worden een hervattings-MA en -TA aangemaakt voor de ambulante situatie.
−
*Een prescriptie mag maar éénmaal verstrekt worden.
 
  
−
Omdat de hieronder beschreven methodiek gebruik maakt van de bestaande methode van verzenden van prescripties, gelden dezelfde juridische regels over de geldigheid van de prescripties. Alle discussies over elektronische handtekeningen gelden evenzeer voor de huidige methode van communicatie van prescripties.
+
====<span class="anchor" id="bij ontslag">Bij ontslag====
 +
Bij ontslag wordt de klinische medicatie gestopt. Bij tussentijds ontslag loopt de klinische medicatie echter door.<br>
  
−
===Uitwerking===
+
Als bij ontslag een nieuwe MA en TA worden aangemaakt kan de voorschrijver van de instelling gebruik maken van het data-element {{fhir|VolgendeBehandelaar}}, om aan te geven wie naar verwachting de behandeling met het betreffende geneesmiddel zal overnemen (zie [[#vb|paragraaf 5.2.5.1.7]]). Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij wijzigen of onderbreken van de medicatie uit de ambulante situatie.
−
Een patiënt kan kiezen uit 3 keuzemogelijkheden:
 
−
#Een prescriptie wordt altijd naar een vaste apotheker verzonden.
 
−
#De patiënt geeft per keer op waar de prescriptie naar toe verzonden wordt.
 
−
#De patiënt geeft niets op en komt bij een apotheek die een prescriptie opvraagt en afhandelt.
 
  
−
Voor opties 1 en 2 is een patiënt portaal nodig, waarin de patiënt zijn voorkeur aangeeft. Bij optie 2 mag een patiënt een voorkeurapotheek definiëren, die boven aan in het selectiescherm zal staan als de patiënt gevraagd wordt, waarheen de prescriptie gestuurd moet worden. Als een patiënt niets opgeeft kan optie 3 de enige werkwijze zijn.  
+
===Informatieoverdracht in de klinische situatie===
 +
<section begin=informatieoverdracht klinische situatie />Een instelling stelt alle medicatiegegevens die in de instelling zelf zijn vastgelegd (alle eigen bouwstenen) beschikbaar. Deze zijn voor ontvangende zorgverleners mogelijk niet allemaal relevant. Raadplegende informatiesystemen zouden de gegevens daarom kunnen filteren.
 +
Echter, sommige geneesmiddelen die tijdens een opname worden toegediend kunnen ook na ontslag nog van belang zijn. Bijvoorbeeld omdat ze een langdurige werking hebben waarvoor ook na ontslag medicatiebewaking nodig blijft. Deze zouden dus niet op voorhand weggefilterd moeten worden. Sectoren en leveranciers kunnen gezamenlijk een lijst hiervoor opstellen.<section end=informatieoverdracht klinische situatie />
 +
Op [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/tabel_klinische_ATC_codes|deze pagina]] is een lijst met voorbeelden van dergelijke geneesmiddelengroepen opgenomen.
  
−
De methodiek maakt deels gebruik van een concept dat “publish en subscribe” heet.
+
==<span class="anchor" id="GDS-medicatie"></span> Overzicht GDS-medicatie==
 +
===Inleiding===
 +
In de voorgaande paragrafen is op verschillende plaatsen informatie gegeven over GDS-medicatie. Om meer overzicht te bieden is die informatie in deze paragraaf samengevat.<br>
  
−
Het is van belang, dat de apotheker aan zijn vaste klanten uitlegt hoe het principe werkt.
+
Het Geneesmiddel Distributiesysteem (GDS) is een distributievorm waarbij geneesmiddelen verpakt worden in eenheden per toedieningstijdstip. Het gebruik van GDS heeft consequenties voor het voorschrijven, ter hand stellen en toedienen van medicatie. Voor alle betrokken zorgverleners moet duidelijk zijn dat de patiënt diens medicatie in GDS krijgt. Dit moet eenduidig vastgelegd en gecommuniceerd worden.  
  
−
===Werkproces===
+
De logistiek van GDS-medicatie wordt vaak uitgevoerd door een externe partij. Daarbij is ook informatie-uitwisseling met die partij nodig. De communicatie tussen de verstrekker en de GDS-leverancier valt echter buiten de scope van deze informatiestandaard.<br>
−
Een arts besluit een prescriptie te doen aan een patiënt. Dit kan bij een consult of zelfs bij aanvraag van herhaalreceptuur zijn. De arts registreert de prescriptie in zijn voorschrijfsysteem ( EVS). De arts hoeft zich niet te bekommeren om de apotheek, dat doet de patiënt immers via het portaal.
 
  
−
Na akkoord van de prescriptie wordt een centrale prescriptie-index bijgewerkt. Dit gebeurt automatisch door het EVS, die een aanmelding stuurt naar deze prescriptie register. In deze beschouwing wordt de prescriptie-index als een apart register beschouwd met de gegevenssoort “voorschriften”. Later kan altijd nog geëvalueerd worden of dit niet samengevoegd kan worden. In eerste instantie wordt ook gedacht aan een atomaire registratie in het register. Later kan overwogen worden of een categorale registratie niet toereikend is.
+
Op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/praktijkvoorbeelden/GDS|Praktijkvoorbeelden GDS]] zijn voorbeelden van verschillende situaties uitgewerkt.
  
−
Het is belangrijk om te begrijpen, dat er op dit moment alleen nog maar gemeld wordt, dat een prescriptie klaar staat. De prescriptie is immers nog altijd bij het EVS in een database vorm met status “staat klaar”. Er is dus nog geen prescriptie bericht.
+
===Voorschrijven en ter hand stellen van GDS-medicatie===
 +
<b>Verstrekkingsverzoek bij GDS-medicatie</b><br>
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|aanvullende wensen }}<br>
 +
<br>
 +
<b>Medicatieafspraak bij GDS-medicatie</b><br>
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|aanvullende informatie }}<br>
 +
<br>
 +
<b>Toedieningsafspraak en medicatieverstrekking bij GDS-medicatie</b><br>
 +
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|toedienlijst GDS }} {{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|distributievorm }}<br>
  
−
Het registersysteem weet uit de voorkeurinstelling van de patiënt wat er met de aanmelding moet gebeuren:
+
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|startdatumtijd TA GDS }}
−
#Bij de keuze vaste apotheker van de patient wordt een signaal naar de ingevulde abonneehouder van de patiënt gestuurd met de melding, dat een prescriptie opgehaald kan worden.
 
−
#Bij deze keuze stuurt het registersysteem een signaal (bijv. SMS) naar de patiënt. Vervolgens wacht het registersysteem totdat de patiënt via een app op de smartphone of via het patiëntportaal ingeeft naar welke apotheek het signaal verzonden moet worden.
 
−
#Bij deze optie doet het registersysteem niets. De patiënt heeft geen vaste abonneehouder.
 
  
−
===Verwerking in de apotheek===
+
<u>Verbruiksduur MVE</u><br>
−
Een ontvangende apotheek herkent aan het doorgestuurde signaal (gegevenssoort), dat dit om een openstaande prescriptie gaat. In het signaal is ook bekend wie de patiënt is en wie de bron is van de prescriptie.  
+
{{#lst:mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9|medicatieverstrekking GDS }}<br>
  
−
Bij een patiënt die voor optie 3 gekozen heeft, begint het proces pas hierna. De patiënt identificeert zich en meldt aan de apotheker, dat een prescriptie bij een bepaalde instelling klaar staat. De apotheker zoekt eventueel in het prescriptieregister om welk EVS het gaat.
+
=<span class="anchor" id="aanvullende info"></span>Aanvullende informatie=
 +
Dit hoofdstuk bevat aanvullende informatie voor dit FO.<br>
 +
In paragraaf 6.1 wordt verwezen naar de pagina met links naar aanvullende documentatie.<br>
 +
In paragraaf 6.2 staat de lijst met externe referenties die in dit FO gebruikt zijn.<br>
 +
Paragraaf 6.3 bevat de documenthistorie.<br>
  
−
Het apotheek informatiesysteem vraagt dan aan het EVS bronsysteem om de verzending van de prescriptie van de betreffende patiënt. Aangezien dit ook een verzoek is zonder medische inhoud, zou dit zelfs met een laag vertrouwensniveau verzocht kunnen worden.
+
==Aanvullende documentatie==
 +
Op de pagina [[mp:V3.0.0_Ontwerp_medicatieproces_9/aanvullende_documentatie|Aanvullende documentatie bij informatiestandaard MP9]] staan links naar andere relevante pagina’s. Deze links zijn gegroepeerd naar de verschillende typen informatie.<br>
  
−
===Verzending door het EVS===
+
'''Ondersteunend materiaal Functioneel Ontwerp'''<br>
−
Als een EVS een verzoek ontvangt voor “verzending van openstaande prescriptie” dan controleert het EVS of de prescriptie inderdaad nog open staat. Hiermee wordt voorkomen, dat een prescriptie meerdere keren wordt opgevraagd. Het adres van de apotheek wordt ingevuld en het voorbereide prescriptie bericht wordt dan eindelijk aangemaakt. Het prescriptie bericht wordt verzonden naar de betreffende apotheek.  
+
Dit onderdeel bevat Praktijkvoorbeelden en Overige voorbeelden.<br>
  
−
Als de prescriptie al eerder opgevraagd is geweest, dan wordt een foutmelding naar de opvragende apotheek verzonden met de mededeling dat de prescriptie niet meer opvraagbaar is.
+
Deze hoofdpagina van het FO bevat de functionele informatie voor de informatiestandaard MP9. Een deel van deze informatie wordt geïllustreerd aan de hand van voorbeelden. Deze voorbeelden staan op aparte pagina’s.<br>
  
−
'''Het verzenden van een prescriptie is feitelijk het standaard proces, dat nu al gebruikelijk is bij het pushen van prescripties.''' Dit heeft het voordeel dat de ontvangende apotheek alleen één manier hoeft te onderhouden voor het verwerken van ontvangende prescripties. Hier wordt nogmaals opgemerkt, dat dezelfde juridische regels van toepassing blijven.
+
Dit materiaal maakte voorheen integraal onderdeel uit van het FO, maar is afzonderlijk geplaatst om het FO zelf compact en normatief te houden. Het ondersteunend materiaal kan worden geraadpleegd ter toelichting en verdieping.
 +
<br>
  
−
Na de verzending wordt door het EVS tevens een bericht naar het prescriptie register verzonden om de registratie van de openstaande prescriptie te verwijderen. Hiermee wordt dan duidelijk gemaakt, dat de betreffende prescriptie niet meer op te vragen is.
+
'''Implementatie- en projectdocumentatie'''<br>
 +
Naast het FO en het ondersteunend materiaal is aanvullende implementatie- en projectdocumentatie beschikbaar. Hieronder vallen onder andere algemene informatie over het programma Medicatieoverdracht, ketenafspraken, procesbeschrijvingen, implementatiehandleidingen en technische uitwerkingen.
  
−
{{anchor|figuur 11}}
+
==Referenties==
−
[[Bestand:Interactiediagramvoorschrijven.png|Figuur 11 Interactiediagram Ongeadresseerd voorschrijven]]
+
{| class="wikitable"
−
 
+
! Auteur(s) !! Titel !! Versie !! Datum (raadplegen) !! Bron
−
=Bijlage referenties=
+
|-
−
 
+
| Nictiz || Informatiestandaard Medicatieproces || Website || December 2025 || <section begin="informatiestandaard medicatieproces" />[https://nictiz.nl/informatiestandaarden/medicatieproces/ Informatiestandaard Medicatieproces] <section end="informatiestandaard medicatieproces" />
−
==Algemene referenties==
+
|-
−
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
+
| Programma MO || Over het programma Medicatieoverdracht || Website || December 2025 || <section begin="website medicatieoverdracht" />[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/programma programma Medicatieoverdracht]<section end="website medicatieoverdracht" />
−
! style="text-align:left;"| Auteur(s)
+
|-
−
! style="text-align:left;"| Titel
+
| Programma MO || Kickstart Medicatieoverdracht || Website || December 2025 || <section begin="kickstart" />[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/programma/kickstart Kickstart]<section end="kickstart" />
−
! style="text-align:left;"| Versie
+
|-
−
! style="text-align:left;"| Datum (raadplegen)
+
| Nictiz || Informatiestandaarden || Website || December 2025 || <section begin="informatiestandaarden" />[https://nictiz.nl/informatiestandaarden/ informatiestandaarden] <section end="informatiestandaarden" />
−
! style="text-align:left;"| Bron
+
|-
−
! style="text-align:left;"| Organisatie
+
| Nictiz || Begrippenoverzicht || Website || December 2025 || <section begin="begrippenoverzicht" />[https://nictiz.nl/standaarden/begrippen/ begrippenoverzicht]<section end="begrippenoverzicht" />
 +
|-
 +
| Programma MO || Begrippenlijst || Website || December 2025 || <section begin="begrippenlijst" />[https://www.samenvoormedicatieoverdracht.nl/begrippenlijst begrippenlijst]<section end="begrippenlijst" />
 +
|-
 +
| Nictiz || Stap 0 documentatie || 9 juli 2025 || December 2025 || <section begin="technisch ontwerp" />[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:Medicatieoverdracht_Kickstart#Stap_0_documentatie Stap 0 documentatie]<section end="technisch ontwerp" />
 +
|-
 +
| NEN || NEN7503:2022 Gegevensuitwisseling in de zorg - Elektronische verwerking en uitwisseling van gegevens voor het voorschrijven en ter hand stellen van medicatie || 2022 || December 2025 || <section begin="NEN7503" />[https://www.nen.nl/nen-7503-2022-nl-294742  NEN 7503 Gegevensuitwisseling in de zorg – Elektronische verwerking en uitwisseling van gegevens voor het voorschrijven en ter hand stellen van medicatie]<section end="NEN7503" />
 +
|-
 +
| Diversen || Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten || 2018/2019 || December 2025 || <section begin="richtlijn" />[https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsstandaarden/medicatieoverdracht-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten]<section end="richtlijn" />
 +
|-
 +
| Diversen || Informatieparagraaf: Addendum bij Kwaliteitsstandaard Overdracht van Medicatiegegevens in de keten || juli 2023 || December 2025 || <section begin="informatieparagraaf" />[https://www.zorginzicht.nl/static/prozin_bijlage/e4e897a6-3c3c-47ac-a4c2-5c14d0a3cddb-informatieparagraaf-kwaliteitsstandaard-overdracht-van-medicatiegegevens-in-de-keten.pdf informatieparagraaf ]<section end="informatieparagraaf" />
 +
|-
 +
| Nictiz || ART-DECOR: Medicatieproces || Augustus 2026 || Augustus 2026 || <section begin="ART-DECOR" />[https://decor.nictiz.nl/pub/medicatieproces/mp-html-20260728T110127/dataset.html ART-DECOR]<section end="ART-DECOR" />
 +
<includeonly>
 +
| Nictiz || ART-DECOR: Medicatieproces index || Augustus 2026 || Augustus 2026 || <section begin="ART-DECOR index" />[https://decor.nictiz.nl/pub/medicatieproces/mp-html-20260728T110127/index.html ART-DECOR index]<section end="ART-DECOR index" /> </includeonly>
 +
<includeonly>
 +
| Nictiz || ART-DECOR: Medicatieproces scenario's || Augustus 2026 || Augustus 2026 || <section begin="ART-DECOR scenario's" />[https://decor.nictiz.nl/pub/medicatieproces/mp-html-20260728T110127/scenarios.html ART-DECOR scenario's]<section end="ART-DECOR scenario's" /> </includeonly>
 +
|-
 +
| Nictiz || Kwalificatie || Website || December 2025 || <section begin="kwalificatie" />[https://nictiz.nl/wat-we-doen/activiteiten/kwalificatie/ kwalificaties]<section end="kwalificatie" />
 +
|-
 +
| NHG, KNMP, Z-index || Bouwstenen voor het medicatieproces || 2014 || December 2025 || <section begin="bouwstenen medicatieproces" />[https://www.nhg.org/praktijkvoering/informatisering/bouwstenen-voor-het-medicatieproces/ Bouwstenen voor het medicatieproces]<section end="bouwstenen medicatieproces" />
 +
|-
 +
| Nictiz || Zorginformatiebouwstenen hoofdpagina || Website || December 2025 || <section begin="zibs" />[https://zibs.nl/wiki/Hoofdpagina zibs.nl]<section end="zibs" />
 +
|-
 +
| Z-index|| Ruggengraat Z-Index || 17 december 2025 || December 2025 || <section begin="ruggengraat" />[https://www.z-index.nl/documentatie/functionele-beschrijvingen/algemeen/ruggengraat Ruggengraat Z-Index]<section end="ruggengraat" />
 +
|-
 +
| Nictiz || Ontdubbelen van MBH's || 12 augustus 2024 || December 2025 || <section begin="implementatiehandleiding migratie en hybride" />[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:Vkickstart_MigratieHybride#Ontdubbelen_van_MBH.27s Implementatiehandleiding Migratie en hybride]<section end="implementatiehandleiding migratie en hybride" />
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| NHG, KNMP, Z-index
+
| Nictiz || Werkwijze infusen Kickstart || 1 september 2025 || December 2025 || <section begin="Werkwijze infusen" />[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:Kickstart_Werkwijze_Infusen Werkwijze infusen]<section end="Werkwijze infusen" />
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Bouwstenen van het medicatieproces
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 2014
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Augustus 2015
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| https://www.nhg.org/bouwstenen
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| NHG, KNMP, Z-index
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| ActiZ, KNMP, NVZA e.a.
+
| Nictiz || Handleiding Kardinaliteiten en conformance || 25 september 2025 || December 2025 || <section begin="Handleiding Kardinaliteiten" />[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/Handleiding_Kardinaliteiten_en_conformance Handleiding Kardinaliteiten en conformance] <section end="Handleiding Kardinaliteiten" />
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Veilige principes in de medicatieketen
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 2014
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Augustus 2015
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| http://www.knmp.nl/patiëntenzorg/samenwerking/brochure-veilige-principes-in-de-medicatieketen
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| ActiZ, KNMP, NVZA e.a.
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Diversen
+
| Nictiz || Informatiestandaarden: Basis voor gegevensuitwisseling in de zorg || 8 september 2020 || December 2025 || <section begin="informatiestandaarden in de zorg" />[https://www.nictiz.nl/document/2021-paper-informatiestandaarden-nictizpdf Informatiestandaarden: basis voor gegevensuitwisseling in de zorg]<section end="informatiestandaarden in de zorg" />
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de keten
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 25-4-2008
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Augustus 2015
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Website KNMP
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Diversen
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Paul Geels
+
| Nictiz || Leeswijzer ten behoeve van het meesturen van de nierfunctiewaarde met het voorschrift || 28 maart 2025 || December 2025 || <section begin="leeswijzer" />[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:LeeswijzerVoorschriftmetnierfunctiewaarde Leeswijzer meesturen nierfunctiewaarde met voorschrift]<section end="leeswijzer" />
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Beoordeling Eigen beheer van Medicatie (BEM) in verzorgingshuizen, Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Februari 2009
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|  
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| http://www.instellingsapotheek.nl/downloads/rapporten/beoordeling_eigen_beheer_van_medicatie_in_verzorgingshuizen.pdf
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| ActiZ
+
| Rijksoverheid || Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg || 2024 || December 2025 || <section begin="wet" />[https://wetten.overheid.nl/BWBR0006251/2025-07-05  Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG)]<section end="wet" />
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Veiligheid in de medicatieketen
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Maart 2012
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|  
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| https://www.knmp.nl/downloads/brochure-veiligheid-in-de-medicatieketen.pdf
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| ActiZ, Diversen
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| KNMG
+
| Nictiz || Ontwerp Lab2zorg V4.0.0-beta.1 || 15 juli 2026 || Juli 2026 || <section begin="lab2zorg" />[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/L2z:V4_ontwerp_lab2zorg Informatiestandaard Lab2Zorg]<section end="lab2zorg" />
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Richtlijn electronisch voorschrijven
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| September 2013
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|  
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Website KNMG
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| KNMG
 
 
|}
 
|}
  
−
==Kwalificatiescripts==
+
==Documenthistorie==
−
Kwalificatiescripts zijn gepubliceerd op [[mp:Vcurrent Kwalificatie|de wiki pagina "Kwalificatie".]]
 
−
 
 
−
=Bijlage: Documenthistorie=
 
−
 
 
−
{{anchor|tabel 6}}
 
 
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
 
{| class="wikitable" "cellpadding="10"
 
!style="text-align:left;"|Versie
 
!style="text-align:left;"|Versie
Regel 2.740: Regel 2.440:
 
!style="text-align:left;"|Omschrijving
 
!style="text-align:left;"|Omschrijving
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| 0.95
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 3.0.0-rc.3
−
| style="background-color: white;"| 15 juli 2016
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| augustus 2026
−
| style="background-color: white;"| Versie t.b.v. pilot
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:v3.0.0-rc.3_releasenotes Releasenotes]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 3.0.0-rc.2
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| februari 2026
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:v3.0.0-rc.2_releasenotes Releasenotes]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 3.0.0-rc.1
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| mei 2025
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:v3.0.0-rc.1_releasenotes Releasenotes]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 3.0.0-beta.4
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| november 2024
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:v3.0.0-beta.4_releasenotes Releasenotes]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 3.0.0-beta.3
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| maart 2024
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:v3.0.0-beta.3_releasenotes Releasenotes]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 3.0.0-beta.2
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| oktober 2023
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:v3.0.0-beta.2_releasenotes Releasenotes]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 3.0.0-beta.1
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| februari 2023
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:v3.0.0-beta.1_releasenotes Releasenotes]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 28 april 2022
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Foutieve links binnen FO gecorrigeerd [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-619 BITS MP-619]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 14 april 2022
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| plaatjes bij use cases 4.1.38, 4.1.39 en 4.1.40 aangepast, hier stond GDS in plaats van WDS [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-534 BITS MP-534]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 08 april 2022
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| kapotte links binnen FO gecorrigeerd [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-607 BITS MP-607]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 05 april 2022
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:V2.0.0_releasenotes Releasenotes]
 +
|-
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0 bèta
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 01 oktober 2021
 +
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:V9_2.0.beta_releasenotes Releasenotes]
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;"| 0.96
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.1.0
−
| style="background-color: white;"| 1 december 2016
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 29 januari 2020
−
| style="background-color: white;"| Paragraaf 2.4 Proces: toedienen aangepast en als gevolg daarvan ook H6: toegevoegd Sturen/ontvangen toediengegevens.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|
 +
*Tekstuele aanpassingen staken/stoppen<br>
 +
*Par 7.11 toegevoegd: Implementatie geneesmiddel distributiesysteem (GDS)-velden
 +
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-85 BITS MP-85], [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-93 BITS MP-93], [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-122 BITS MP-122] Use cases toegevoegd (Gebruik registreren op basis van verstrekking, Verstrekkingsverzoek met aantal herhalingen, Voorschrijven van niet geneesmiddelen)
 +
*Hoofdstuk 4: plaatjes bij use cases toegevoegd
 +
*Nierfunctiewaarde in het voorschrift
 +
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-48 BITS MP-48] Medicatieoverzicht: Par 5.7 toegevoegd 'Velden die niet getoond hoeven te worden'
 +
*Diverse tekstuele aanscherpingen/verbeteringen [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-131 o.a. BITS MP-131]
 +
*Paragraaf 'Ongeadresseerd voorschrijven' verplaatst naar hoofdstuk 'Beschouwingen'
 +
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-151 BITS MP-151] Proces van aanmaken concept-TA verwijderd
 +
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-128 BITS MP-128] Par 4.1.8: Toelichting 'Medische noodzaak'
 +
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-129 BITS MP-129] Par 4.1.35: Use case toegevoegd
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 0.97
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.7
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 22 december 2016
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| juli 2019
−
| style="background-color: white;"| Paragraaf 2.4, 4.3.1 opmerkingen review verwerkt.<br>Paragraaf 4.2.11 aanscherping in tekst.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|
 +
Voorbeelden voor specifieke infrastructuren verwijderd.
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.2
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.7
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 18 juni 2017
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| december 2018
−
| style="background-color: white;"| Omzetting document naar wiki.
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|
 +
*Par 1.3.3. MBH op HPK niveau in geval van 'niet geneesmiddelen' zonder een PRK niveau<br>
 +
*Par 1.3.3. MBH voor geneesmiddelen zonder PRK (magistralen, infusen etc)<br>
 +
*Par 2.2.5.5. Wijzigen medicatie: Technisch stop-MA: afspraak datum voor stop-MA en nieuwe MA moeten hetzelfde zijn. Wijziging op MA die reeds gestopt is toegelicht (geen extra staken-MA nodig)<br>
 +
*Par 2.2.6. Toegevoegd: VV onder MA van iemand anders<br>
 +
*Par 4.2.15. Uitleg GDS leverancier levert ander HPK<br>
 +
*Par 7.10: Medicatiegebruik gebruikindicator, volgens afspraak indicator, stoptype, gebruiksperiode en doseerinstructie: tabel aangepast en voorbeelden toegevoegd<br>
 +
*Par 4.1.34: Eigen artikelen uitleg toegevoegd<br>
 +
*Hoofdstuk 5: voorbeeld medicatieoverzicht ingevoegd in deze wiki pagina ipv een losse wiki pagina (om zoeken binnen het FO te vereenvoudigen).
 +
*Diverse tekstuele aanscherpingen/verbeteringen
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.4
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.6
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| september 2017
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| mei 2018
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|  
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|  
−
*Verwerkt [[mp:V9.0_Ontwerpbeslissingen|Ontwerpbeslissingen]] in functioneel ontwerp. Daarmee zijn de ontwerpbeslissingen vervallen. Het huidige FO is vanaf nu leidend.<br>
+
*Aanvulling op voorstel verstrekkingsverzoek en toevoeging van antwoord-voorstel verstrekkingsverzoek<br>
−
*Par. 1.3.1. Definities bouwstenen aangepast en afkorting voor medicatieverstrekking gewijzigd van VS naar MVE.<br>
+
*Hoofdstuk 6 tabel 4 toevoeging van linkjes naar ART-DECOR transacties<br>
−
*Par. 1.3.3. Medicamenteuze behandeling nu op basis van PRK, stuk herschreven en ontstaan mbh en omgang met parallelle MA toegevoegd.<br>
+
*Verwijderd: hoofdstuk over LSP<br>
−
*Par. 1.3.4. Nieuw datamodelplaaje, diverse relatie toegevoegd en aangepast op basis van ontwerpbeslissingen.<br>
+
*Par. 7.10 tabel uitgebreid met gebruiksperiode en doseerinstructie<br>
−
*Par. 1.5 Begrippenlijst verwijderd.<br>
+
*Aanscherpingen in diverse teksten<br>
−
*H.2 Plaatje medicatieproces aangepast: mo toegevoegd bij actief beschikbaarstellen door gebruiker; lijnen in swimlane van toediener/gebruiker aangepast.<br>
+
*Toevoeging van kenmerk 'bouwsteen van iemand anders' voor MA, TA, MGB in medicatieoverzicht<br>
−
*H4.1 Nieuwe use cases toegevoegd: Niet verstrekken voor, Verschillende PRKs onder dezelfde medicamenteuze behandeling, Staken van medicatie door derden, Achteraf vastleggen medicatieafspraak, Parallelle medicatieafspraken.<br>
 
−
*H4.2 Nieuwe use case: Stop-toedieningsafspraak; gewijzigde use case: Aanschrijfdatum, verstrekken en niet afhalen.<br>
 
−
*H5: Onderscheiden van medicatieprofiel en medicatieoverzicht beschreven; afleidingsregels aangepast op basis van de nieuwe ontwerpbeslissingen.<br>
 
−
*Waar logisch verwijzingen vanuit Art-decor naar FO H7 aangebracht.<br>
 
−
*Diverse grammaticale en kleine tekstuele wijzigingen.<br>
 
 
|-
 
|-
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.5
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.5
Regel 2.790: Regel 2.550:
 
*Diverse afkortingen verklaard.<br>
 
*Diverse afkortingen verklaard.<br>
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.6
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.4
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| mei 2018
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| september 2017
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|  
 
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|  
−
*Aanvulling op voorstel verstrekkingsverzoek en toevoeging van antwoord-voorstel verstrekkingsverzoek<br>
+
*Verwerkt [[mp:V9.0_Ontwerpbeslissingen|Ontwerpbeslissingen]] in functioneel ontwerp. Daarmee zijn de ontwerpbeslissingen vervallen. Het huidige FO is vanaf nu leidend.<br>
−
*Hoofdstuk 6 tabel 4 toevoeging van linkjes naar ART-DECOR transacties<br>
+
*Par. 1.3.1. Definities bouwstenen aangepast en afkorting voor medicatieverstrekking gewijzigd van VS naar MVE.<br>
−
*Verwijderd: hoofdstuk over LSP<br>
+
*Par. 1.3.3. Medicamenteuze behandeling nu op basis van PRK, stuk herschreven en ontstaan mbh en omgang met parallelle MA toegevoegd.<br>
−
*Par. 7.10 tabel uitgebreid met gebruiksperiode en doseerinstructie<br>
+
*Par. 1.3.4. Nieuw datamodelplaaje, diverse relatie toegevoegd en aangepast op basis van ontwerpbeslissingen.<br>
−
*Aanscherpingen in diverse teksten<br>
+
*Par. 1.5 Begrippenlijst verwijderd.<br>
−
*Toevoeging van kenmerk 'bouwsteen van iemand anders' voor MA, TA, MGB in medicatieoverzicht<br>
+
*H.2 Plaatje medicatieproces aangepast: mo toegevoegd bij sturen en/of beschikbaarstellen door gebruiker; lijnen in swimlane van toediener/gebruiker aangepast.<br>
 +
*H4.1 Nieuwe use cases toegevoegd: Niet verstrekken voor, Verschillende PRKs onder dezelfde medicamenteuze behandeling, Staken van medicatie door derden, Achteraf vastleggen medicatieafspraak, Parallelle medicatieafspraken.<br>
 +
*H4.2 Nieuwe use case: Stop-toedieningsafspraak; gewijzigde use case: Aanschrijfdatum, verstrekken en niet afhalen.<br>
 +
*H5: Onderscheiden van medicatieprofiel en medicatieoverzicht beschreven; afleidingsregels aangepast op basis van de nieuwe ontwerpbeslissingen.<br>
 +
*Waar logisch verwijzingen vanuit Art-decor naar FO H7 aangebracht.<br>
 +
*Diverse grammaticale en kleine tekstuele wijzigingen.<br>
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.7
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.2
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| december 2018
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 18 juni 2017
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|
+
| style="background-color: white;"| Omzetting document naar wiki.
−
*Par 1.3.3. MBH op HPK niveau in geval van 'niet geneesmiddelen' zonder een PRK niveau<br>
 
−
*Par 1.3.3. MBH voor geneesmiddelen zonder PRK (magistralen, infusen etc)<br>
 
−
*Par 2.2.5.5. Wijzigen medicatie: Technisch stop-MA: afspraak datum voor stop-MA en nieuwe MA moeten hetzelfde zijn. Wijziging op MA die reeds gestopt is toegelicht (geen extra staken-MA nodig)<br>
 
−
*Par 2.2.6. Toegevoegd: VV onder MA van iemand anders<br>
 
−
*Par 4.2.15. Uitleg GDS leverancier levert ander HPK<br>
 
−
*Par 7.10: Medicatiegebruik gebruikindicator, volgens afspraak indicator, stoptype, gebruiksperiode en doseerinstructie: tabel aangepast en voorbeelden toegevoegd<br>
 
−
*Par 4.1.34: Eigen artikelen uitleg toegevoegd<br>
 
−
*Hoofdstuk 5: voorbeeld medicatieoverzicht ingevoegd in deze wiki pagina ipv een losse wiki pagina (om zoeken binnen het FO te vereenvoudigen).
 
−
*Diverse tekstuele aanscherpingen/verbeteringen
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.0.7
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 0.97
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| juli 2019
+
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 22 december 2016
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|
+
| style="background-color: white;"| Paragraaf 2.4, 4.3.1 opmerkingen review verwerkt.<br>Paragraaf 4.2.11 aanscherping in tekst.
−
Voorbeelden voor specifieke infrastructuren verwijderd.
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9.1.0
+
| style="background-color: white;"| 0.96
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 29 januari 2020
+
| style="background-color: white;"| 1 december 2016
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"|
+
| style="background-color: white;"| Paragraaf 2.4 Proces: toedienen aangepast en als gevolg daarvan ook H6: toegevoegd Sturen/ontvangen toediengegevens.
−
*Tekstuele aanpassingen staken/stoppen<br>
 
−
*Par 7.11 toegevoegd: Implementatie geneesmiddel distributiesysteem (GDS)-velden
 
−
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-85 BITS MP-85], [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-93 BITS MP-93], [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-122 BITS MP-122] Use cases toegevoegd (Gebruik registreren op basis van verstrekking, Verstrekkingsverzoek met aantal herhalingen, Voorschrijven van niet geneesmiddelen)
 
−
*Hoofdstuk 4: plaatjes bij use cases toegevoegd
 
−
*Nierfunctiewaarde in het voorschrift
 
−
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-48 BITS MP-48] Medicatieoverzicht: Par 5.7 toegevoegd 'Velden die niet getoond hoeven te worden'
 
−
*Diverse tekstuele aanscherpingen/verbeteringen [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-131 o.a. BITS MP-131]
 
−
*Paragraaf 'Ongeadresseerd voorschrijven' verplaatst naar hoofdstuk 'Beschouwingen'
 
−
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-151 BITS MP-151] Proces van aanmaken concept-TA verwijderd
 
−
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-128 BITS MP-128] Par 4.1.8: Toelichting 'Medische noodzaak'
 
−
*[https://bits.nictiz.nl/browse/MP-129 BITS MP-129] Par 4.1.35: Use case toegevoegd
 
 
|-
 
|-
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0 bèta
+
| style="background-color: white;"| 0.95
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 01 oktober 2021
+
| style="background-color: white;"| 15 juli 2016
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:V9_2.0.beta_releasenotes Releasenotes]
+
| style="background-color: white;"| Versie t.b.v. pilot
−
|-
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 05 april 2022
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| voor alle wijzigingen zie: *[https://informatiestandaarden.nictiz.nl/wiki/mp:V2.0.0_releasenotes Releasenotes]
 
−
|-
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 08 april 2022
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| kapotte links binnen FO gecorrigeerd [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-607 BITS MP-607]
 
−
|-
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 14 april 2022
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| plaatjes bij use cases 4.1.38, 4.1.39 en 4.1.40 aangepast, hier stond GDS in plaats van WDS [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-534 BITS MP-534]
 
−
|-
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 9 2.0.0
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| 28 april 2022
 
−
| style="background-color: white;vertical-align:top;"| Foutieve links binnen FO gecorrigeerd [https://bits.nictiz.nl/browse/MP-619 BITS MP-619]
 
 
|}
 
|}
−
 
−
=Bijlage: Figuren en tabellen=
 
−
[[#figuur 1|Figuur 1 Bouwstenen - overzicht]]<br>
 
−
[[#figuur 2|Figuur 2 Bouwstenen - samenhang]]<br>
 
−
[[#figuur 3|Figuur 3 Activiteitendiagram - Medicatieproces algemeen]]<br>
 
−
[[#figuur 4|Figuur 4 Processtappen en transacties - medicatieverificatie]]<br>
 
−
[[#figuur 5|Figuur 5 Processtappen en transacties - voorschrijven]]<br>
 
−
[[#figuur 6|Figuur 6 Processtappen en transacties - ter hand stellen]]<br>
 
−
[[#figuur 7|Figuur 7 Processtappen en transacties - toedienen]]<br>
 
−
[[#figuur 8|Figuur 8 Processtappen en transacties - gebruiken]]<br>
 
−
[[#figuur 9|Figuur 9 Voorbeeld effectieve periode]]<br>
 
−
[[#figuur 10|Figuur 10 Overzicht systemen en systeemrollen]]<br>
 
−
[[#figuur 11|Figuur 11 Interactiediagram Ongeadresseerd voorschrijven]]<br>
 
−
 
−
 
−
[[#tabel 1|Tabel 1 Bouwstenen – beschrijving]]<br>
 
−
[[#tabel 2|Tabel 2 Informeren versus (Actief) beschikbaarstellen]]<br>
 
−
[[#tabel 3|Tabel 3 Overzicht systeemrollen]]<br>
 
−
[[#tabel 4|Tabel 4 Overzicht transactiegroepen]]<br>
 
−
[[#tabel 5|Tabel 5 Typen klinische medicatie relevant voor extramurale zorgverleners]]<br>
 

Huidige versie van 14 okt 2026 om 16:53


ENG.jpg Click here for the English live version


Inhoud

1 Inleiding

Dit document is onderdeel van de Informatiestandaard Medicatieproces (MP9), ontwikkeld binnen het programma Medicatieoverdracht. Tijdens de Kickstart wordt de in de informatiestandaard beschreven werkwijze beproefd en zo nodig bijgesteld.

1.1 Algemeen

Dit document beschrijft het functioneel ontwerp (FO) van de Informatiestandaard Medicatieproces . Het beschrijft de vastlegging en uitwisseling van medicatiegegevens en licht dit toe met specifieke praktijkvoorbeelden. Dit wordt uitgelegd aan de hand van actoren (mensen en informatiesystemen) en transacties (welke informatie wordt wanneer en op welke wijze uitgewisseld).
Voor meer informatie over informatiestandaarden en hoe deze worden ontwikkeld, zie de Nictiz webpagina voor informatiestandaarden . In het begrippenoverzicht op de website van Nictiz en de begrippenlijst op de site van het programma Medicatieoverdracht staat uitleg van de begrippen die voorkomen in dit FO.
Daarnaast is er een link naar het Technisch Ontwerp in de Stap 0 documentatie.

1.2 Doelgroep

De doelgroep voor dit document bestaat uit:

  • Productmanagers, architecten, ontwerpers, bouwers en testers van:
– leveranciers van medicatiegerelateerde informatiesystemen;
– zorgorganisaties en regio-organisaties;
– Nictiz;
  • Vertegenwoordigers van zorgverleners en patiënten.

1.3 Kaders en uitgangspunten

1.3.1 Wetgeving

De overdracht van medicatiegegevens zoals in dit document beschreven voldoet aan de wet- en regelgeving. Het versturen van een medicatieafspraak gecombineerd met een verstrekkingsverzoek komt overeen met een recept zoals gedefinieerd in de Geneesmiddelenwet. Nadere uitleg hierover is te vinden in de NEN 7503 Gegevensuitwisseling in de zorg – Elektronische verwerking en uitwisseling van gegevens voor het voorschrijven en ter hand stellen van medicatie. De Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten bevat ook toelichting op de wettelijke eisen aan de uitwisseling van medicatiegegevens.

1.3.2 Richtlijn en proces

In 2020 is de herziene kwaliteitsstandaard Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten gepubliceerd door het Zorginstituut Nederland. Het doel is daarin als volgt omschreven:
“Het overdragen van medicatiegegevens in het netwerk van de patiënt, zodat voorschrijvers, apothekers, en toedieners op het moment van voorschrijven, ter hand stellen en toedienen binnen de keten continuïteit van zorg kunnen leveren en een verantwoorde risico-inschatting kunnen maken ten behoeve van veilige medische en farmaceutische zorg.”

De bijbehorende informatieparagraaf beschrijft globaal de vastlegging en uitwisseling van medicatiegegevens. De informatiestandaard werkt dit in detail uit. Het medicatieproces bestaat op hoofdlijnen uit de deelprocessen:

  • Voorschrijven
  • Ter hand stellen
  • Toedienen
  • Gebruiken

Daarbij is ook het deelproces Medicatieverificatie van belang. In hoofdstuk 5 Medicatieproces wordt het zorgproces beschreven.

1.3.3 Reikwijdte informatiestandaard

De reikwijdte van de informatiestandaard beslaat de functionele beschrijvingen (dit FO) en de dataset voor alle gegevensuitwisselingen binnen alle deelprocessen in het medicatieproces (in ART-DECOR).

1.4 Kwalificatie

Op basis van dit FO en de daarbij behorende dataset worden kwalificatiescripts opgesteld. Het opstellen van kwalificatiescripts valt buiten de scope van dit FO. Voor meer informatie zie de Nictiz-pagina over kwalificaties en de landingspagina van de Kickstart.

1.5 Leeswijzer

1.5.1 Usecases en scenario's in dit FO

Informatiestandaarden worden bij Nictiz doorgaans beschreven aan de hand van usecases. In die informatiestandaarden is een usecase gedefinieerd als een beschrijving van een praktijksituatie in de zorg, die gekoppeld is aan een scenario. Een scenario is een samenhangende groep transacties voor het uitwisselen van gegevens.
Het FO voor MP9 behandelt de zorgbrede uitwisseling van medicatiegegevens tussen een groot aantal verschillende betrokkenen en in uiteenlopende zorgsituaties. Binnen MP9 kunnen daarom in één deelproces verschillende usecases met bijbehorende scenario’s voorkomen. Een scenario kan ook in meer dan één deelproces van toepassing zijn. Verder wordt bij MP9 veel aandacht besteed aan de vastlegging van gegevens, naast het uitwisselen ervan.
Voor MP9 is daarom gekozen voor een andere indeling:

  • Hoofdstuk 3 Informatieoverdracht geeft een overzicht van de scenario's met hun transacties, en de daarvoor benodigde systeemrollen. Hierbij wordt aangegeven in welke deelprocessen deze voorkomen.
  • De beschrijving van het zorgproces staat in hoofdstuk 5 Medicatieproces. Voor elk deelproces wordt aangegeven welke systeemrollen hierbij nodig zijn.

1.5.2 Overzicht hoofdstukken

Hoofdstuk 1 Inleiding geeft algemene informatie over het FO van MP9.
Hoofdstuk 2 Conceptueel model beschrijft het onderliggende conceptuele model waar MP9 op gebaseerd is: de aanleiding voor het ontwikkelen van dit model, uitgangspunten, definities en werkwijze.
Hoofdstuk 3 Informatieoverdracht geeft een overzicht van de relevante informatiesystemen, systeemrollen, scenario's en transacties, en de daarbij betrokken bouwstenen.
Hoofdstuk 4 Consolideren: wat, waarom en hoe beschrijft wat consolideren is en wat voor MP9 de bijbehorende regels zijn.
Hoofdstuk 5 Medicatieproces beschrijft hoe het proces er in grote lijnen uitziet, welke deelprocessen erin voorkomen en hoe medicatiegegevens daarin worden gebruikt, vastgelegd en uitgewisseld.
Hoofdstuk 6 Aanvullende informatie bevat een verwijzing naar pagina’s met aanvullende documentatie, de documenthistorie en de lijst met referenties.

1.5.3 Voorbeelden op aparte pagina's

Vanwege de lengte van dit FO zijn de praktijkvoorbeelden naar pagina’s buiten deze hoofdpagina verplaatst. Er is een pagina met alle voorbeelden en aparte pagina’s met voorbeelden per deelproces of deelonderwerp.
Daarnaast zijn er nog enkele andere pagina's met nadere uitleg in de vorm van voorbeelden.

1.5.4 Functionaliteiten in bètaversie

Voorstelgegevens (zie paragraaf 5.6) en de functionaliteiten in het deelproces Toedienen (zie paragraaf 5.4) hebben status bèta aangezien ze nog beproefd moeten worden. Dit is conform het Duurzaam Releasebeleid van Nictiz.

1.5.5 Schrijfconventies

De volgende schrijfconventies worden gevolgd in dit FO:

  • De medicatiebouwstenen worden als afkorting geschreven. Alleen bij de eerste introductie en in paragraaftitels worden de volledige namen uitgeschreven. Doel is om de tekst korter en beter leesbaar te maken, zeker in geval van lange namen als 'wisselend doseerschema' of 'antwoord voorstel verstrekkingsverzoek'.
  • Data-elementen van de bouwstenen en waarden uit waardelijsten worden geschreven zoals ze in de dataset in ART-DECOR staan, inclusief hoofdletters. Op deze manier is altijd duidelijk wat er bedoeld wordt.
  • In dit FO wordt de term 'patiënt' gebruikt waarmee zowel patiënten als cliënten worden bedoeld.
  • In dit FO wordt de term 'verstrekker' gebruikt. Een verstrekker is een apotheker of apotheekhoudend huisarts die het proces van ter hand stellen uitvoert of onder wiens verantwoordelijkheid dat gebeurt.

1.5.6 Herhaalde tekstblokken

In het FO kunnen diverse stukken tekst op meerdere plaatsen terugkomen. Het betreft informatie die in verschillende paragrafen relevant is. Dit is met name het geval in hoofdstuk 5. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Aanwijzingen voor het invullen van een data-element, dat zowel in de MA als in de TA voorkomt.
  • Teksten over GDS die in allerlei paragrafen van hoofdstuk 5 voorkomen zijn samengevat in een eigen paragraaf 5.8.

In die gevallen wordt de tekst gekopieerd vanuit de eerste paragraaf waarin deze voorkomt. Dit zorgt ervoor dat eventuele aanpassingen op elke plaats op dezelfde manier gedaan worden.

2 Conceptueel model

In dit hoofdstuk wordt het model uitgelegd dat aan de basis staat van MP9.
Paragraaf 2.1 bespreekt de aanleiding voor het ontwikkelen van dit model.
Paragraaf 2.2 legt de basisprincipes uit.
Paragraaf 2.3 beschrijft de medicatiebouwstenen en de voorstelgegevens.
Paragraaf 2.4. introduceert het begrip 'medicamenteuze behandeling' en de functionele toepassing ervan.
Paragraaf 2.5 geeft uitleg over de samenhang tussen bouwstenen en medicamenteuze behandeling.
Paragraaf 2.6 beschrijft hoe deze bouwstenen uitgewisseld kunnen worden.

2.1 Aanleiding ontwikkeling conceptueel model

Registratie en communicatie van medicatiegegevens verlopen grotendeels digitaal. In de loop van de tijd zijn daarin diverse problemen aan het licht gekomen. Dit is onderzocht in een project van NHG en KNMP in 2012-2013. De conclusie was dat therapeutische en logistieke aspecten door elkaar lopen bij het vastleggen en communiceren van medicatiegegevens. Daarnaast ontbreekt er een eenduidig en gedeeld begrippenkader.

Het bovenstaande is uitgewerkt in een rapport, Bouwstenen voor het medicatieproces uit 2014. Hierin wordt een conceptueel model beschreven waarin therapeutische en logistieke gegevens uit elkaar worden getrokken. Dit model is de basis voor de informatiestandaard MP9. De teksten in dit hoofdstuk zijn deels gebaseerd op dit rapport.

2.2 Uitgangspunten conceptueel model

Het conceptuele model is tot stand gekomen door de deelprocessen in het medicatieproces als vertrekpunt te nemen:

  • Voorschrijven
  • Ter hand stellen
  • Toedienen
  • Gebruiken

Tijdens deze deelprocessen ontstaat informatie die wordt vastgelegd in de vorm van medicatiebouwstenen. Een bouwsteen in een informatiestandaard is een verzameling samenhangende data-elementen rond een bepaald concept binnen een bepaalde context, bijvoorbeeld een medicatieafspraak in het medicatieproces. Deze data-elementen beschrijven de gegevens die nodig zijn voor een heldere en eenduidige representatie van dit concept.
De verschillende medicatiebouwstenen representeren stappen in het medicatieproces rondom de patiënt: voorschrijven van een geneesmiddel (medicatieafspraak, verstrekkingsverzoek, wisselend doseerschema), gevolgd door het ter hand stellen (toedieningsafspraak, medicatieverstrekking), toedienen (medicatietoediening) en gebruiken (medicatiegebruik) van dat geneesmiddel.
Tijdens een deelproces worden de data-elementen van de betreffende bouwsteen voor zover mogelijk en relevant ingevuld. Dit resulteert in een concrete invulling van die bouwsteen. Dit wordt een instantiatie genoemd.
Instantiaties van bouwstenen kunnen digitaal worden uitgewisseld: ofwel door ze actief naar een andere zorgverlener te sturen, ofwel door ze beschikbaar te stellen voor raadpleging op een willekeurig moment door een andere zorgverlener en de patiënt (zie paragraaf 2.6). Hierdoor kan een zorgverlener op elk moment beschikken over alle medicatiegegevens van een patiënt, zoals bedoeld in de kwaliteitsstandaard Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten.
Volledige uitleg van het conceptuele model is te vinden in het originele rapport Bouwstenen voor het medicatieproces.

2.3 Medicatiebouwstenen en voorstelgegevens

In deze paragraaf worden de medicatiebouwstenen en voorstelgegevens beschreven. Na de eerste introductie worden verder de afkortingen van de bouwstenen gebruikt, behalve in paragraaftitels.

2.3.1 Therapeutische en logistieke bouwstenen

Binnen de medicatiebouwstenen wordt onderscheid gemaakt tussen therapie en logistiek:

Therapie
Dit betreft de medisch-inhoudelijke aspecten. Het omvat onder andere de medicamenteuze (behandelings-)afspraken en de uitvoering ervan. Ook de therapeutische intentie, het (werkelijke) gebruik en zelfmedicatie vallen hieronder.
De therapeutische bouwstenen zijn: medicatieafspraak (MA), toedieningsafspraak (TA), wisselend doseerschema (WDS), medicatietoediening (MTD) en medicatiegebruik (MGB).

Logistiek
Dit gaat over aspecten rondom de fysieke goederenstroom van geneesmiddelen, zoals aanvragen en afleveringen.
De logistieke bouwstenen zijn: verstrekkingsverzoek (VV) en medicatieverstrekking (MVE).

Figuur 2.1 geeft de medicatiebouwstenen weer, verdeeld naar deelproces en onderscheid therapie/logistiek.

Figuur 1 Bouwstenen - overzicht
Figuur 2.1 Overzicht therapeutische en logistieke medicatiebouwstenen

Onderstaande tabel geeft een beschrijving van de bouwstenen.

Bouwsteen Afk. Beschrijving
medicatieafspraak MA Een medicatieafspraak is de afspraak tussen de voorschrijver en de patiënt over het gebruik van medicatie door deze patiënt. Ook de afspraak om het medicatiegebruik te stoppen of te wijzigen is een medicatieafspraak.
wisselend doseerschema WDS Met het wisselend doseerschema wordt het onderdeel gebruiksinstructie van een medicatieafspraak concreet ingevuld. Het doseerschema kan tussentijds aangepast worden zonder dat de medicatieafspraak gewijzigd hoeft te worden.
verstrekkingsverzoek VV Een verstrekkingsverzoek is het verzoek van een voorschrijver aan de verstrekker tot medicatieverstrekking(en) aan de patiënt in lijn met de bijbehorende medicatieafspraken.
toedieningsafspraak TA Een toedieningsafspraak is de gebruiks- of toedieningsinstructie van de verstrekker aan de patiënt, diens vertegenwoordiger of toediener, waarbij de medicatieafspraak concreet wordt ingevuld.
medicatieverstrekking MVE Een medicatieverstrekking is de uitgifte van een hoeveelheid van een geneesmiddel aan de patiënt, diens vertegenwoordiger of toediener.
medicatietoediening MTD Een medicatietoediening is de afzonderlijke toediening van een geneesmiddel aan de patiënt door de toediener.
medicatiegebruik MGB Medicatiegebruik is een uitspraak over het historisch, huidig of voorgenomen gebruik van een geneesmiddel door de patiënt. De uitspraak kan vastgelegd worden door de patiënt zelf maar ook door een zorgverlener of een vertegenwoordiger van de patiënt.

2.3.2 Voorstelgegevens

Het kan voorkomen dat een zorgverlener of patiënt een voorstel wil doen voor een nieuwe MA of VV. Om dit te ondersteunen zijn voorstelgegevens geïntroduceerd. In dit FO en de dataset worden de voorstelgegevens als bètaversie gepubliceerd (zie paragraaf 1.5.4).

Onderstaande tabel geeft een beschrijving van deze voorstelgegevens.

Bouwsteen Afk. Beschrijving
voorstel medicatieafspraak VMA Het voorstel medicatieafspraak is een voorstel van een zorgverlener of de patiënt aan de voorschrijver met betrekking tot het voorschrijven van medicatie. Het voorstel kan inhouden de medicatie te stoppen, starten, wijzigen of continueren.
antwoord voorstel medicatieafspraak AVMA Het antwoord voorstel medicatieafspraak is een antwoord van de voorschrijver op het voorstel medicatieafspraak. Hierin geeft de voorschrijver aan akkoord te gaan (waarna een (aangepaste) medicatieafspraak zal volgen) of niet (en de reden daarvoor).
voorstel verstrekkingsverzoek VVV Het voorstel verstrekkingsverzoek is een voorstel van een zorgverlener of de patiënt aan de voorschrijver om een medicatieverstrekking te fiatteren ten behoeve van de bijbehorende medicatieafspraak.
antwoord voorstel verstrekkingsverzoek AVVV Het antwoord voorstel verstrekkingsverzoek is een antwoord van de voorschrijver op het voorstel verstrekkingsverzoek. Hierin geeft de voorschrijver aan akkoord te gaan (waarna een verstrekkingsverzoek zal volgen) of niet (en de reden daarvoor).

Een voorstel kan resulteren in een nieuwe MA of VV. Er wordt altijd een AVMA of AVVV naar de voorsteller gestuurd.
Een voorstel is alleen bedoeld voor de voorschrijver waar het voorstel aan gericht is, niet voor de rest van de keten. Het zijn dus geen bouwstenen (zoals in paragraaf 2.3.1) waarmee een overzicht van medicatie kan worden opgebouwd, al staan ze wel ook in de dataset in ART-DECOR. Ze vallen dus ook niet onder een MBH (zie paragraaf 2.4).
In paragraaf 5.6 wordt het gebruik van de voorstelgegevens verder toegelicht.

2.3.3 Medicatiebouwstenen en zorginformatiebouwstenen

Voor de medicatiebouwstenen binnen MP9 worden geen zorginformatiebouwstenen (zibs) gebruikt. Dit geldt voor Medicatieafspraak, Toedieningsafspraak, Verstrekkingsverzoek, Medicatieverstrekking, Medicatiegebruik, Medicatietoediening, Gebruiksinstructie en WisselendDoseerschema. De specificaties van deze medicatiebouwstenen worden uitsluitend binnen MP9 beheerd en gepubliceerd.

MP9 past wel de volgende zibs toe: Farmaceutisch product, Adresgegevens, Bereik, Naamgegevens, Interval, Contactgegevens, Anatomische locatie, Lichaamslengte, Lichaamsgewicht, Zorgverlener, Zorgaanbieder, Patiënt, Contactpersoon en Probleem. Meer informatie over zibs is te vinden op zibs.nl.

2.4 Het begrip 'medicamenteuze behandeling'

In deze paragraaf worden het begrip ‘medicamenteuze behandeling’ (MBH) en de functionele toepassing ervan geïntroduceerd.

2.4.1 Medicamenteuze behandeling als technisch begrip

Er kunnen verschillende medicatiebouwstenen bestaan die betrekking hebben op dezelfde behandeling. Om aan te geven dat deze bouwstenen bij elkaar horen is het begrip ‘medicamenteuze behandeling’ geïntroduceerd. Het gaat hierbij om een technisch begrip, een MBH heeft geen zorginhoudelijke betekenis. Het heeft de vorm van een uniek identificatienummer (id) dat door een informatiesysteem aan een bouwsteen of verzameling van samenhangende bouwstenen gekoppeld wordt.

De MBH maakt het volgende mogelijk:

  1. eenduidig identificeren van de verzameling van samenhangende medicatiebouwstenen;
  2. toepassen van regels op een verzameling van bouwstenen om eenduidig te bepalen wat de actuele situatie van een patiënt is wat betreft diens behandeling met een bepaald geneesmiddel (zie hoofdstuk 4).

2.4.2 Starten van een nieuwe medicamenteuze behandeling

Het starten van een behandeling met een geneesmiddel gebeurt door een eerste bouwsteen vast te leggen. Hiermee wordt een nieuwe MBH gestart. De eerste bouwsteen zal meestal een MA zijn, maar kan ook bijvoorbeeld een TA of MGB zijn waarmee zelfzorgmedicatie wordt vastgelegd, of een MTD als in een acute situatie direct een geneesmiddel moet worden toegediend.
Bij het vastleggen van een nieuwe bouwsteen moet eerst worden gecontroleerd of het om een nieuw geneesmiddel gaat of dat er al een bouwsteen met hetzelfde product bestaat. Dat kan in het eigen informatiesysteem het geval zijn, maar ook in informatiesystemen elders. Een afdoende controle vereist dus het raadplegen van alle beschikbare bouwstenen (zie voor uitleg over raadplegen paragraaf 2.6 en hoofdstuk 3). Deze bouwstenen worden vervolgens gecontroleerd:

  • Als er geen bestaande bouwsteen voor dit geneesmiddel is dan wordt een nieuwe MBH aangemaakt.
  • Als er een bouwsteen bestaat met hetzelfde geneesmiddel dan zal het doorgaans de bedoeling zijn dat de nieuwe bouwsteen onder dezelfde MBH valt. De zorgverlener moet wel de mogelijkheid hebben om te kiezen voor het starten van een nieuwe MBH.

Figuur 2.2 toont een stroomschema voor het bepalen of een nieuwe bouwsteen in een nieuwe of bestaande MBH moet worden vastgelegd.

Figuur 2 Stroomschema vastleggen bouwsteen in nieuwe of bestaande MBH

Figuur 2.2 Stroomschema vastleggen bouwsteen in nieuwe of bestaande MBH

Wanneer geldt iets als ‘hetzelfde geneesmiddel’ of ‘dezelfde behandeling’?
Bij het vastleggen van een MA bepaalt de PRK (PRescriptie Kenmerken uit de G-standaard) van een geneesmiddel of deze MA bij een nieuwe of bestaande MBH hoort. Een andere PRK leidt tot een andere MBH. Uitleg over welke kenmerken op dit niveau van belang zijn is te vinden op de webpagina Ruggengraat Z-Index.
NB: Dat een wijziging in PRK tot een nieuwe MBH leidt geldt alleen voor de MA. Een verstrekker zou een middel met een andere PRK kunnen kiezen, bijvoorbeeld vanwege preferentiebeleid. De bijbehorende TA en MVE vallen dan niet onder een nieuwe MBH. De andere bouwstenen volgen de MA of TA waarnaar ze verwijzen.

Voor producten zonder PRK geldt het volgende:

  • Niet-geneesmiddelen.
Dit zijn middelen als krukken of verbandmiddelen. In die gevallen bepaalt het HPK-niveau (Handels Product Kenmerken uit de G-standaard) of het om een nieuw middel en dus een nieuwe MBH gaat.
  • Geneesmiddelen. Het kan gaan om:
  1. Magistralen. Deze bestaan veelal uit meerdere stoffen die niet onder eenzelfde PRK vallen. Die stoffen worden afzonderlijk als ingrediënten opgenomen in de MA. Elke afzonderlijke magistraal of aanpassing* daarop valt onder een nieuwe MBH.
  2. Eigen artikelen zonder PRK. Dit zijn artikelen die in het interne informatiesysteem mogelijk onder een 90 miljoen nummer worden opgeslagen, bijvoorbeeld halve tabletten of veel gebruikte magistralen. Elk afzonderlijk artikel of aanpassing* daarop valt onder een nieuwe MBH.
  3. Middelen die in vrije tekst zijn voorgeschreven en waarvan dus geen product- of ingrediëntcode uit de G-Standaard beschikbaar is. Elke aanpassing* van het product valt onder een nieuwe MBH.
  4. Infusen. Voor de Kickstart is een voorlopige werkwijze uitgewerkt, zie de pagina Werkwijze infusen.

Ook bij deze producten gelden de regels alleen bij vastleggen van een MA, niet bij TA en MVE. Indien en voor zover de verstrekker mag afwijken van de in de MA beschreven medicatie, leidt dit niet tot een nieuwe MBH.

*Met ‘aanpassing’ wordt in principe bedoeld: Aanpassingen die bij middelen mét PRK tot een andere PRK zouden leiden en daarmee onder een nieuwe MBH vallen, leiden bij deze middelen ook tot aanpassing van de MBH. Deze regel is met name bedoeld om consistent te zijn. Waar dit tot implementatieproblemen leidt moet in overleg tussen gebruikers en leveranciers naar een werkbare oplossing gezocht worden.

Voorbeelden

  • Diazepam 5 mg 4x daags 1 tablet wordt gewijzigd naar diazepam 5 mg 3x daags 1 tablet. De PRK blijft gelijk, beide MA’s vallen daarom onder dezelfde MBH.
  • Paroxetine tablet 10 mg 1x daags 1 tablet wordt gewijzigd naar paroxetine tablet 20 mg 1x daags 1 tablet. De bijbehorende MA’s gaan over verschillende geneesmiddelen op PRK-niveau en vallen dus onder verschillende MBH’s.
  • Bij een behandeling met prednison is uit voorzorg een maagbeschermer afgesproken. Deze worden weliswaar parallel aan elkaar voorgeschreven maar het zijn verschillende geneesmiddelen. Ze vallen dus niet onder dezelfde MBH en kunnen apart van elkaar gewijzigd en gestopt worden.
  • Het wisselen van bètablokker naar een ACE-remmer betekent een wijziging van PRK. De bijbehorende MA's vallen onder verschillende MBH's.

2.4.2.1 Parallelle medicamenteuze behandelingen voor dezelfde medicatie

Hierboven is beschreven dat bij het vastleggen van een nieuwe bouwsteen gecontroleerd moet worden of er al een MBH voor deze medicatie bestaat. Er kunnen echter toch situaties voorkomen dat er parallelle MBH’s bestaan voor dezelfde medicatie. Voorbeelden zijn:

  • Patiënt heeft geen toestemming gegeven voor het beschikbaar stellen van diens medicatiegegevens.
  • Bij migratie en in de hybride situatie kunnen bouwstenen voor dezelfde behandeling in verschillende informatiesystemen zijn vastgelegd onder verschillende MBH’s.
  • Spoedsituaties waarbij de MA wordt vastgelegd na het toedienen van medicatie, in de MBH die door de MTD is geopend. Als voor die medicatie al een MA bestond zijn er nu 2 MBH’s met bouwstenen voor die medicatie.

Samenvoegen van bij elkaar horende bouwstenen die onder verschillende MBH’s zijn vastgelegd is beschreven in de Implementatiehandleiding Migratie en hybride.

2.4.3 Stoppen en wijzigen van medicatie binnen een medicamenteuze behandeling

Een eenmaal ingevulde en uitgewisselde bouwsteen verandert niet. Als aanpassingen nodig zijn worden deze als volgt gemaakt:

Stoppen

  • Het stoppen van een afspraak (MA, TA) gebeurt door binnen dezelfde MBH een stop-bouwsteen vast te leggen. Dit is een nieuwe MA of TA met stoptype ‘stopgezet’.
  • Het stoppen van een afspraak (MA, TA) met startDatumTijd in de toekomst, met als doel dat de medicatie helemaal niet gebruikt gaat worden, heet annuleren. Dit gebeurt door binnen dezelfde MBH een annuleer-bouwsteen vast te leggen. Dit is een nieuwe MA of TA met stoptype 'geannuleerd'. Hiermee wordt duidelijk dat de medicatie nooit gestart is, terwijl dit bij stoppen wel het geval is.
  • Definitief stoppen van een WDS moet door een stop-MA gebeuren.

Wijzigen

  • Het wijzigen van een afspraak (MA, TA, WDS) gebeurt door binnen dezelfde MBH:
  1. een nieuwe afspraak met de gewijzigde informatie vast te leggen, én
  2. de bestaande afspraak te stoppen met een stop-bouwsteen met stoptype ‘stopgezet’.

Het data-element stoptype wordt uitsluitend in stop-bouwstenen ingevuld, dus alleen bij stoppen (inclusief annuleren) of wijzigen.
Deze werkwijze met stop-bouwstenen geldt alleen voor de afspraakbouwstenen MA, TA en WDS. Bij de overige bouwstenen is dit niet aan de orde. MGB kent weliswaar ook een stoptype, maar dat heeft daarin een andere functie. Hiermee wordt de periode aangegeven waarin de patiënt de medicatie niet gebruikt heeft, zie paragraaf 5.5.2.
In hoofdstuk 5 wordt per deelproces het vastleggen van (stop-)bouwstenen verder uitgewerkt.

2.4.3.1 Gewone en 'technische' stop-bouwstenen

Bij het definitief stoppen van een bouwsteen zal de zorgverlener dit actief doen door de benodigde gegevens in de stop-bouwsteen in te vullen.
Behalve gewone stop-bouwstenen bestaan er ook ‘technische’ stop-bouwstenen. Deze zijn van toepassing als medicatie wordt gewijzigd. Naast het vastleggen van een nieuwe bouwsteen met de gewijzigde informatie moet ook de oorspronkelijke bouwsteen worden gestopt. De zorgverlener hoeft in dit geval niet zelf een stop-bouwsteen vast te leggen, het systeem maakt onderliggend de stop-bouwsteen aan. Dergelijke stop-bouwstenen bij wijzigingen worden in dit FO technische stops genoemd, bijvoorbeeld 'technische stop-MA'.
De te wijzigen bouwsteen wordt gestopt vanaf de startDatumTijd van de nieuwe bouwsteen. In de praktijk kan de eindDatumTijd van de technische stop-bouwsteen iets eerder liggen (bijvoorbeeld 1 seconde), zodat informatiesystemen dit beter kunnen verwerken.

2.4.4 Regels voor parallelle bouwstenen in een medicamenteuze behandeling

Binnen een MBH kunnen meerdere bouwstenen van hetzelfde type gelijktijdig actueel zijn, bijvoorbeeld een huidige en een toekomstige MA. In principe zijn er echter binnen één MBH geen parallelle bouwstenen toegestaan. Parallelle bouwstenen zijn bouwstenen die:

  • van hetzelfde type zijn én
  • beide geldig zijn én
  • een (deels) overlappende Gebruiksperiode hebben.

In dit FO worden met het woord actueel zowel de huidige als de toekomstige bouwstenen bedoeld. In paragraaf 4.4 worden de begrippen actueel, huidig en toekomstig, en het begrip geldig nader uitgelegd.

In enkele gevallen zijn parallelle bouwstenen binnen een MBH wel toegestaan. Dit is in onderstaande regels per type bouwsteen uitgewerkt.

  • Parallelle MA’s zijn niet toegestaan binnen dezelfde MBH. Ook complexe op- en afbouwschema’s moeten in 1 MA vastgelegd worden.
  • Parallelle WDS’en zijn niet toegestaan binnen dezelfde MBH.
  • Parallelle TA’s zijn wel toegestaan binnen dezelfde MBH. Dit kan noodzakelijk zijn om de medicatieafspraak volledig uit te voeren.
  • Parallelle MGB’s zijn toegestaan binnen dezelfde MBH, maar alleen bij parallelle TA’s. Dit maakt correcte medicatieverificatie mogelijk, zodat bijvoorbeeld het medicatiegebruik behorend bij de ene TA als ‘conform afspraak’ kan worden beoordeeld, terwijl het medicatiegebruik behorend bij een andere TA in dezelfde MBH als afwijkend wordt geregistreerd. In alle andere gevallen zijn parallelle MGB’s niet toegestaan.


In bepaalde situaties kan het gebeuren dat er parallelle MA’s (dreigen te) ontstaan. Voorbeeld:

  • Bij het vastleggen van een nieuwe MA is niet gemerkt dat er al een MBH bestaat voor deze medicatie.

Als op enig moment blijkt dat er sprake is van parallelle MA’s moet een van beide gestopt worden.

2.5 Samenhang medicamenteuze behandeling en medicatiebouwstenen

Binnen een MBH kunnen verschillende bouwstenen bestaan. Hieronder wordt de samenhang tussen de bouwstenen binnen een MBH uitgelegd met hun onderlinge getalsmatige verhoudingen, dus hoe vaak binnen één MBH een bouwsteen ten opzichte van een andere bouwsteen kan voorkomen. Het gaat hierbij om instantiaties van de bouwstenen.

2.5.1 Samenhang MBH en bouwstenen

Voor de verhoudingen tussen een MBH en de bouwstenen geldt het volgende (uitgaande van de MBH):

Medicamenteuze behandeling → andere bouwstenen
Een MBH heeft in principe minimaal één MA. Er zijn uitzonderingen mogelijk; enkele voorbeelden zijn:
• Er is zelfzorgmedicatie vastgelegd met bouwsteen MGB.
• Er is in een acute situatie direct medicatie toegediend en een MTD vastgelegd.
• Er is afgesproken dat de verstrekker bij een NSAID of prednison altijd maagbescherming mag verstrekken.
In dergelijke gevallen is er sprake van een MBH zonder MA.
Er kunnen 0 tot meer MA’s actueel zijn binnen een MBH: 0 of 1 huidige en 0 of meer toekomstige. Zie paragraaf 4.4.1 voor uitleg over de begrippen actueel, huidig en toekomstig.
Een MBH kan 0 of meer van de bouwstenen VV, WDS, TA, MVE, MGB en MTD hebben. In een MBH zit altijd minimaal 1 bouwsteen.

2.5.2 Samenhang bouwstenen onderling

Hieronder volgt uitleg over de getalsverhoudingen tussen de bouwstenen onderling, beginnend met de MA. Per bouwsteen wordt aangegeven hoeveel instantiaties van een andere bouwsteen erbij kunnen voorkomen. Waar nodig zijn uitspraken voorzien van voorbeelden.
Als het woord 'verwijzen' wordt gebruikt gaat het om een Relatie-veld zoals deze in de dataset in ART-DECOR voorkomt. Als zo’n relatie niet bestaat, maar er wel een uitspraak gedaan wordt over de onderlinge getalsverhoudingen is dit gemarkeerd met een asterisk (*).

Enkele algemene regels over verwijzen:

  • Een bouwsteen kan verwijzen naar een eerder vastgelegde bouwsteen van hetzelfde type. Deze verwijzing is niet verplicht.
  • Stop-bouwstenen moeten wel een verwijzing naar de te stoppen bouwsteen bevatten, mits die in de MBH aanwezig is.
  • Een gewone bouwsteen verwijst nooit naar een technische stop-bouwsteen. Alleen een stop-bouwsteen kan naar een technische stop verwijzen.
Medicatieafspraak → andere bouwstenen
Een MA kan opgevolgd worden door een nieuwe MA. Voorbeelden:
• Wijzigen bestaande medicatie.
• Stoppen bestaande medicatie.
De nieuwe MA en eventuele stop-MA verwijzen dan naar de oorspronkelijke MA.
Bij een MA kunnen 0, 1 of meer WDS'en horen.
Bij een MA kunnen 0, 1 of meer VV’s horen. Voorbeelden:
Nul • De patiënt heeft nog voldoende voorraad.
• Het betreft zelfzorgmedicatie.
Eén Voorschrijven van een antibioticakuur.
Meer Herhalingen bij langlopende MA.
Bij een MA kunnen 0, 1 of meer TA’s horen. Voorbeelden:
Nul • Een nieuwe MA waarbij geen medicatie verstrekt hoeft te worden omdat de patiënt nog voldoende voorraad heeft van een vorige behandeling.
• Het betreft een MA voor medicatie waar geen wettig recept voor nodig is en die door de patiënt zelf wordt gehaald bij een drogist.
Eén De meest gangbare situatie, waarbij een TA volgt na een MA.
Meer De verstrekker wisselt van handelsproduct of gaat de medicatie in GDS (Geneesmiddel Distributie Systeem) leveren.
Een MA kan verwijzen naar een eerder vastgelegde TA. Voorbeeld:
• Er is een TA aangemaakt voor de terhandstelling van zelfzorgmedicatie. De voorschrijver besluit hier beleid van te maken en maakt een MA aan in de MBH van de TA.
Een MA kan verwijzen naar een eerder vastgelegde MGB. Voorbeeld:
• De patiënt heeft een MGB aangemaakt voor zelfzorgmedicatie. De voorschrijver besluit hier beleid van te maken en maakt een MA aan in de MBH van de MGB.
Wisselend doseerschema → andere bouwstenen
Een WDS verwijst naar een MA.
Een WDS kan naar een eerder vastgelegd WDS verwijzen. Voorbeeld:
• Wijziging van het wisselend doseerschema.
Verstrekkingsverzoek → andere bouwstenen
Een VV verwijst naar 1 of meer MA’s. Voorbeeld:
• Bij een tussentijdse doseringsverhoging kan een VV vastgelegd worden dat enerzijds de voorraad voor de bestaande MA aanvult en anderzijds dient om de voorraad voor de toekomstige MA te starten.

Uitzondering:
In de transacties Beschikbaar stellen medicatiegegevens en Sturen medicatiegegevens kan het voorkomen dat een VV zonder verwijzing naar een MA bestaat. Dit kan alleen in geval van migratie van een systeem, en soms in de hybride situatie.

Bij een VV kunnen 0, 1 of meer MVE’s horen. Voorbeelden:
• Nul : De patiënt haalt de medicatie niet af.
• Eén: Het betreft een kuur met antibiotica.
• Meer: GDS met VV voor 3 maanden waarbij wekelijks wordt verstrekt.
Toedieningsafspraak → andere bouwstenen
Een TA kan opgevolgd worden door een nieuwe TA. Voorbeelden:
• Wijziging van de bestaande MA.
• Verstrekking middel met andere PRK of HPK vanwege preferentiebeleid of voorraadtekort.
• Wijziging in toedientijden of distributievorm.
Er kunnen meerdere (eventueel parallelle) TA’s verwijzen naar dezelfde MA. Voorbeelden:
• Verstrekking geneesmiddel in de vorm van twee of meer middelen met verschillende sterkte die samen de gewenste sterkte opleveren (parallelle TA’s).
• Verstrekking geneesmiddel met andere PRK of HPK, bijvoorbeeld vanwege preferentiebeleid of voorraadtekort (seriële TA’s).
• Verstrekking geneesmiddel in GDS én in los doosje als 'zo nodig' medicatie. Het betreft verschillende distributievormen dus hiervoor zijn 2 TA’s nodig (parallelle TA’s).
Een TA kan bestaan zonder verwijzing naar een MA. Voorbeelden:
• De verstrekker stelt zelfzorgmedicatie ter hand en maakt een TA aan in een nieuwe MBH.
• De verstrekker stelt een aanvullend middel ter hand waar nog geen voorschrift voor is. Hij maakt hiervoor een TA aan in een nieuwe MBH, en stuurt een VMA voor het aanvullende middel naar de voorschrijver.
(*) Bij een TA kunnen 0, 1 of meer MVE’s horen. Voorbeelden:
• Nul : De patiënt heeft voldoende voorraad.
• Eén: Het betreft een kuur met antibiotica.
• Meer: Elke 2 weken een herhalende verstrekking.
Medicatieverstrekking → andere bouwstenen
Een MVE is in de ambulante situatie gebaseerd op een VV. In dat geval verwijst de MVE naar dat VV. Uitzonderingen:
• Zelfzorgmedicatie verkregen bij de verstrekker.
• MVE op basis van een papieren recept. Papieren recepten zijn in principe niet meer toegestaan maar er zijn uitzonderingsgevallen mogelijk, zie praktijkvoorbeeld Papieren recept.
(*) Een MVE is gebaseerd op een MA. Uitzondering:
• Zelfzorgmedicatie verkregen bij de verstrekker. De verstrekker kan hierbij ook een TA aanmaken, maar dat hoeft niet.
(*) Een MVE is gebaseerd op een TA. Uitzondering:
• Zelfzorgmedicatie verkregen bij de verstrekker. De verstrekker kan hierbij ook een TA aanmaken, maar dat hoeft niet.
(*) Een MVE kan bij meerdere TA’s horen. Voorbeeld:
• Er is een nieuwe TA aangemaakt waar geen MVE voor nodig was, omdat de patiënt voldoende voorraad had. De eerdere MVE hoort dan bij zowel de oude als de nieuwe TA.  
Medicatiegebruik → andere bouwstenen
Een MGB kan naar 0 of 1 MA verwijzen. Voorbeelden:
• Nul : Een patiënt legt zelfzorgmedicatie vast met MGB.
• Eén: Een patiënt legt diens gebruik van een geneesmiddel over de afgelopen weken vast met MGB, met verwijzing naar de betreffende MA.
Meerdere MGB’s kunnen verwijzen naar dezelfde MA. Voorbeeld:
• Een patiënt houdt regelmatig zijn medicatiegebruik bij door het vastleggen van MGB’s bij dezelfde MA.
Een MGB kan naar 0 of 1 TA verwijzen. Voorbeeld:
• Nul: Een patiënt legt door de apotheek verstrekte zelfzorgmedicatie vast met MGB.
Meerdere MGB’s kunnen verwijzen naar dezelfde TA. Voorbeeld:
• Een patiënt houdt regelmatig zijn medicatiegebruik bij door het vastleggen van MGB’s bij dezelfde TA.
Een MGB kan maar naar één andere bouwsteen, MA óf TA, verwijzen. Reden:
• Als naar beide verwezen wordt en er zou een verschil zijn tussen TA en MA, dan is niet af te leiden wat “conform afspraak” inhoudt.
Medicatietoediening → andere bouwstenen
Een MTD verwijst naar 0 of 1 MA en/of TA en/of WDS, afhankelijk van de situatie. Voorbeelden:
• In ad-hocsituaties waarin meteen medicatie moet worden toegediend heeft de MTD geen verwijzing.
• In ambulante situaties zal doorgaans naar een TA worden verwezen, in klinische situaties eerder naar een MA.
• De MTD kan naar zowel de MA als TA verwijzen, als die beide bestaan. De MA waarnaar de MTD verwijst moet dezelfde zijn als die waar de TA naar verwijst.
• Als er sprake is van een WDS, dan zal de MTD naar zowel WDS als MA verwijzen. De MA waarnaar de MTD verwijst moet dezelfde zijn als die waar het WDS naar verwijst.

De voorstelgegevens bevatten voorstellen waarvan nog niet zeker is of deze leiden tot nieuwe MA’s of VV’s. Voorstelgegevens leiden wel altijd tot antwoorden met daarin het besluit op die voorstellen. De onderlinge getalsverhoudingen bij deze voorstelgegevens zijn als volgt:

  • Een VMA kan leiden tot 0, 1 of meer MA’s.
  • Een VMA leidt tot 1 AVMA.
  • Een VVV kan leiden tot 0, 1 of meer VV’s.
  • Een VVV leidt tot 1 AVVV.

2.5.3 Samenhang MBH en bouwstenen grafisch weergegeven

De uitspraken in paragraaf 2.5.1 en 2.5.2 resulteren in de volgende figuren:
Samenhang MBH en bouwstenen

Figuur 2.3 Samenhang MBH en bouwstenen

Deze figuur laat zien hoeveel instantiaties van therapeutische en logistieke bouwstenen er binnen één MBH kunnen voorkomen. Een patiënt kan 0 of meer medicamenteuze behandelingen hebben.
Samenhang bouwstenen binnen een MBH

Figuur 2.4 Samenhang bouwstenen binnen een MBH met onderlinge verwijzingen

Deze figuur toont de onderlinge getalsverhoudingen tussen instantiaties van de bouwstenen binnen één MBH. De pijlen geven aan dat een bouwsteen naar een andere bouwsteen kan verwijzen. In geval van dubbelzijdige pijlen kunnen beide bouwstenen naar elkaar verwijzen. De volgende notatie wordt gebruikt:

  • 0..1 – 0 of 1 keer
  • 0..* – 0, 1 of meer keren
  • 1..* – minimaal 1 keer
  • 1..1 – precies 1 keer

De getallen die bij een bouwsteen vermeld staan laten zien hoe vaak deze bouwsteen kan voorkomen binnen één MBH (figuur 2.3), of bij één instantiatie van de bouwsteen aan de andere kant, binnen dezelfde MBH (figuur 2.4).
Voorbeeld:

Uitleg kardinaliteiten in schema samenhang
Figuur 2.5 Uitleg notatie getallen in afbeeldingen over samenhang MBH en bouwstenen

  • Bij 1 instantiatie van bouwsteen X kan 0 of 1 instantiatie van bouwsteen Y horen.
  • Bij 1 instantiatie van bouwsteen Y kunnen 0, 1 of meerdere instantiaties van bouwsteen X horen.

NB: De kardinaliteiten binnen transacties worden in ART-DECOR scenario's beschreven, zie ook hoofdstuk 3.

2.6 Sturen en/of beschikbaar stellen

De medicatiegegevens van een patiënt kunnen in verschillende informatiesystemen vastgelegd zijn. Het doel van Medicatieproces MP9 is om deze gegevens toegankelijk te maken voor alle betrokken zorgverleners en de patiënt zelf.
Er zijn twee werkwijzen voor het uitwisselen van medicatiebouwstenen in de zorgketen, sturen en beschikbaar stellen.

Sturen
Gegevens worden naar andere betrokkenen gestuurd, die deze gegevens automatisch ontvangen. Gegevens worden niet naar specifieke zorgverleners verstuurd, maar naar zorgaanbieders. Als in het FO gesproken wordt over versturen naar "de verstrekker/huisarts/longarts etc." dan gaat het over de betreffende zorgaanbieders, niet die individuele zorgverlener.
In MP9 verloopt dit met een Sturen-transactie, bijvoorbeeld Sturen medicatiegegevens. Hierbij ligt het initiatief bij de sturende partij.

Beschikbaar stellen
Medicatiegegevens kunnen na vastleggen ook beschikbaar gesteld worden. Dat wil zeggen dat ze beschikbaar gemaakt worden voor raadplegen. Met raadplegen kunnen andere betrokkenen in de keten alle beschikbare medicatiebouwstenen verzamelen.

Niet alle gegevens worden altijd of aan iedereen beschikbaar gesteld:

  • Voorstelgegevens worden alleen verstuurd, door degene die het voorstel doet naar de ontvanger van het voorstel, de voorschrijver.
  • Verstrekkingsverzoeken worden alleen beschikbaar gesteld voor raadpleging door de patiënt.
  • Een informatiesysteem stelt alleen bouwstenen beschikbaar waar de betreffende zorgverlener zelf de auteur van is. Eventueel aanwezige kopieën afkomstig uit een andere bron worden niet beschikbaar gesteld.
  • De bouwstenen Lengte en Gewicht kunnen met het medicatievoorschrift verstuurd worden. Ook LaboratoriumUitslag kan meegestuurd worden. Raadplegen/beschikbaar stellen van deze bouwstenen is niet in scope van MP9.

De daadwerkelijke uitwisseling van gegevens verloopt in MP9 met de transacties Raadplegen en Beschikbaar stellen, bijvoorbeeld Raadplegen medicatiegegevens en Beschikbaar stellen medicatiegegevens. Hierbij ligt het initiatief bij de raadplegende partij. LET OP: In deze transacties is “beschikbaar stellen” een antwoord op het raadplegen, dus het daadwerkelijk opleveren van de gevraagde gegevens aan de raadpleger.

Zie hoofdstuk 3 voor verdere uitleg over deze transacties.

3 Informatieoverdracht

Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de informatiesystemen, systeemrollen, transacties en de daarbij betrokken bouwstenen in MP9. Het beschrijft kort hoe deze begrippen zich tot elkaar verhouden en hoe deze gebruikt worden in de beschrijving van deze informatiestandaard. Doel van dit hoofdstuk is om de basisprincipes van informatieoverdracht met MP9 inzichtelijk te maken. Voor gedetailleerde informatie verwijzen we naar de ART-DECOR index.

3.1 Overzicht begrippen

Vastgelegde medicatiegegevens worden in de vorm van instantiaties van medicatiebouwstenen uitgewisseld. Dit gebeurt via transacties tussen de informatiesystemen van zorgverleners. Transacties worden gegroepeerd in transactiegroepen die zelf weer deel uitmaken van scenario’s. Deze zijn te vinden in de ART-DECOR scenario's.
Daarin staat ook een overzicht van de transacties per systeemrol (actor: systeem). Een systeemrol is een functie die het systeem vervult in de uitwisseling van gegevens. Elk informatiesysteem in MP9 moet bepaalde systeemrollen kunnen vervullen om de bijbehorende transactie uit te kunnen voeren.

In het tabblad Dataset in ART-DECOR is de generieke dataset te vinden met alle voor MP9 relevante gegevenstypen. Een transactiedataset is een subset van deze generieke dataset. Het bevat de bouwstenen en data-elementen die in de betreffende transactie uitgewisseld kunnen of moeten worden. De kardinaliteit en conformiteit van de data-elementen worden per transactie gespecificeerd. Zie voor uitleg hierover de Handleiding Kardinaliteiten en conformance .

Een usecase beschrijft een praktijksituatie in de zorg waarvoor de informatie-uitwisseling wordt gespecificeerd aan de hand van:

  • Actoren: Personen en informatiesystemen die bij de usecase betrokken zijn. Het gaat daarbij om de rollen die deze actoren vervullen:
    • Bedrijfsrollen: voorschrijver, verstrekker, toediener, patiënt.
    • Systeemrollen: sturend, ontvangend, raadplegend en beschikbaarstellend systeem.
  • Transacties: Welke informatie wordt uitgewisseld, wanneer, tussen welke systemen en systeemrollen, en welke bedrijfsrollen zijn erbij betrokken.

In het rapport Informatiestandaarden: basis voor gegevensuitwisseling in de zorg staat nadere uitleg en achtergrondinformatie over deze begrippen en hun onderlinge relatie.

3.2 Informatiesystemen, systeemrollen en transacties

Deze paragraaf beschrijft de informatiesystemen, systeemrollen, transacties en daarbij betrokken bouwstenen binnen MP9.

3.2.1 Typen informatiesystemen

Binnen MP9 worden verschillende typen informatiesystemen onderscheiden op basis van hun functionele rol:

  • EVS – elektronisch voorschrijfsysteem
  • AIS – apotheekinformatiesysteem
  • PGO – persoonlijke gezondheidsomgeving
  • eTDR – elektronisch toedienregistratiesysteem
  • TrIS – trombose-informatiesysteem

XIS is de generieke term om een informatiesysteem mee aan te duiden.

3.2.2 Systeemrollen en bijbehorende transacties en bouwstenen

Een systeemrol is een functie die het systeem vervult in de uitwisseling van gegevens. Het gaat om de volgende algemene functies:

  • Sturend systeem – stuurt gegevens naar een Ontvangend systeem
  • Ontvangend systeem – ontvangt gegevens van een Sturend systeem
  • Raadplegend systeem – vraagt gegevens op bij een Beschikbaarstellend systeem
  • Beschikbaarstellend systeem – stuurt de gevraagde gegevens naar een Raadplegend systeem

Een informatiesysteem kan een of meer van deze systeemrollen vervullen.

In de tabel hieronder staat een overzicht van de systeemrollen binnen MP9 met hun afkorting, de bijbehorende transactie en de bouwstenen die daarbij betrokken kunnen zijn. In de ART-DECOR scenario's zijn voor elke transactie te vinden hoe de betrokken bouwstenen daarin worden ingevuld.

Systeemrol Afkorting Transactie Mogelijk betrokken bouwstenen
Scenario Medicatievoorschrift
VoorschriftSturend MP-VOS Sturen medicatievoorschrift MA met of zonder VV; eventueel Lengte, Gewicht
Eventueel meesturen van de nierfunctiewaarde met het voorschrift verloopt via de transactie Lab2Zorg. Zie Leeswijzer meesturen nierfunctiewaarde met voorschrift.
VoorschriftOntvangend MP-VOO Ontvangstbevestiging medicatievoorschrift
Scenario Afhandelen medicatievoorschrift
VoorschriftAfhandelingSturend MP-VAS Sturen afhandeling medicatievoorschrift TA met of zonder MVE
VoorschriftAfhandelingOntvangend MP-VAO Ontvangstbevestiging afhandeling medicatievoorschrift
Scenario Medicatiegegevens
MedicatieGegevensSturend MP-MGS Sturen medicatiegegevens Eén of meer:
MA, VV, TA, MVE, MTD, MGB, WDS
MedicatieGegevensOntvangend MP-MGO Ontvangstbevestiging medicatiegegevens
MedicatieGegevensBeschikbaarstellend MP-MGB Beschikbaar stellen medicatiegegevens
MedicatieGegevensRaadplegend MP-MGR Raadplegen medicatiegegevens
Scenario Voorstelgegevens
VoorstelMedicatieafspraakSturend MP-VMS Sturen voorstel medicatieafspraak VMA met of zonder Lengte, Gewicht
VoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-VMO Ontvangstbevestiging voorstel medicatieafspraak
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakSturend MP-AVMS Sturen antwoord voorstel medicatieafspraak AVMA
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-AVMO Ontvangstbevestiging antwoord voorstel medicatieafspraak
VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-VVS Sturen voorstel verstrekkingsverzoek VVV
VoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-VVO Ontvangstbevestiging voorstel verstrekkingsverzoek
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-AVVS Sturen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek AVVV
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-AVVO Ontvangstbevestiging antwoord voorstel verstrekkingsverzoek

Bepaalde systeemrollen zijn elkaars logische tegenhangers en komen dus altijd samen in een systeem voor. Bijvoorbeeld het sturen van een voorschrift en het ontvangen van de afhandeling van het voorschrift. Het gaat om de volgende Sturen/Ontvangen-paren:

  • MP-VOS en MP-VAO
  • MP-VOO en MP-VAS
  • MP-VMS en MP-AVMO
  • MP-VMO en MP-AVMS
  • MP-VVS en MP-AVVO
  • MP-VVO en MP-AVVS

3.2.3 Informatiesystemen en systeemrollen

Een informatiesysteem kan verschillende systeemrollen vervullen. Onderstaande tabel laat voor elk informatiesysteem zien welke dit zijn.

systeemrol EVS AIS PGO eTDR TrIS
MP-VOS √ - - - √
MP-VOO - √ - - -
MP-VAS - √ - - -
MP-VAO √ - - - √
MP-MGS √ √ √ √ √
MP-MGO √ √ √ √ √
MP-MGB √ √ √ √ √
MP-MGR √ √ √ √ √
MP-VMS √ √ √ √ √
MP-VMO √ - - - -
MP-AVMS √ - - - -
MP-AVMO √ √ √ √ √
MP-VVS √ √ √ √ √
MP-VVO √ - - - -
MP-AVVS √ - - - -
MP-AVVO √ √ √ √ √

Figuur 3.1 is een grafische weergave hiervan:

Figuur 3.1 Informatiesystemen en systeemrollen
Figuur 3.1 Informatiesystemen en systeemrollen

3.3 Scenario's

Deze paragraaf geeft een beschrijving van de volgende scenario's:

  • Medicatievoorschrift
  • Afhandelen medicatievoorschrift
  • Medicatiegegevens
  • Voorstelgegevens

Bij elk scenario wordt aangegeven in welke deelprocessen dit voor kan komen. De bijbehorende procesbeschrijvingen staan in hoofdstuk 5.
Er is gekozen voor een onderverdeling per scenario en niet per usecase. Dit is gedaan omdat binnen het medicatieproces geen 1-op-1 relatie tussen usecase en scenario bestaat. Het deelproces Voorschrijven kent bijvoorbeeld de usecase versturen medicatievoorschrift, maar ook de usecases ontvangen afhandeling voorschrift, het ontvangen en beantwoorden van een voorstel van een verstrekker of het opstellen van een overzicht van medicatiegegevens. Alle scenario’s komen hierbij aan de orde. Omgekeerd kan het scenario Medicatiegegevens voor allerlei verschillende usecases gebruikt worden. Een beschrijving per scenario is daarom het meest efficiënt.

3.3.1 Scenario Medicatievoorschrift

3.3.1.1 Doel en relevantie

Doel is het versturen van een medicatievoorschrift door de voorschrijver naar de verstrekker.

3.3.1.2 Proces

Dit scenario is van toepassing in de usecase voorschrijven van medicatie tijdens het deelproces Voorschrijven.

3.3.1.3 Bedrijfsrollen en activiteitendiagram

Bedrijfsrol (actor) Beschrijving bedrijfsrol
Voorschrijver Sturen medicatievoorschrift naar verstrekker
Verstrekker Ontvangen medicatievoorschrift van voorschrijver

Activiteitendiagram scenario Medicatievoorschrift

3.3.1.4 Systemen en systeemrollen

De voorschrijver maakt gebruik van een EVS. De verstrekker maakt gebruik van een AIS.

Systeem Naam systeemrol Systeemrolcode Beschrijving systeemrol
EVS VoorschriftSturend MP-VOS Sturen medicatievoorschrift
AIS VoorschriftOntvangend MP-VOO Ontvangen medicatievoorschrift

3.3.1.5 Samenhang bedrijfsrollen, systeemrollen en transacties

Scenario Bedrijfsrol Systeem Systeemrolcode Transactiegroep Transactie
Medicatievoorschrift Voorschrijver EVS MP-VOS MedicatieVoorschrift (Sturen/Ontvangen) Sturen medicatievoorschrift
Verstrekker AIS MP-VOO Ontvangstbevestiging medicatievoorschrift

3.3.2 Scenario Afhandelen medicatievoorschrift

3.3.2.1 Doel en relevantie

Doel is het informeren van de voorschrijver door de verstrekker over het afhandelen van een medicatievoorschrift.

3.3.2.2 Proces

Dit scenario is van toepassing in de usecase afhandelen medicatievoorschrift tijdens het deelproces Ter hand stellen.

3.3.2.3 Bedrijfsrollen en activiteitendiagram

Bedrijfsrol (actor) Beschrijving bedrijfsrol
Verstrekker Sturen afhandeling medicatievoorschrift naar voorschrijver
Voorschrijver Ontvangen afhandeling medicatievoorschrift van verstrekker

Activiteitendiagram scenario Afhandelen medicatievoorschrift

3.3.2.4 Systemen en systeemrollen

De verstrekker maakt gebruik van een AIS. De voorschrijver maakt gebruik van een EVS.

Systeem Naam systeemrol Systeemrolcode Beschrijving systeemrol
AIS VoorschriftAfhandelingSturend MP-VAS Sturen afhandeling medicatievoorschrift
EVS VoorschriftAfhandelingOntvangend MP-VAO Ontvangen afhandeling medicatievoorschrift

3.3.2.5 Samenhang bedrijfsrollen, systeemrollen en transacties

Scenario Bedrijfsrol Systeem Systeemrolcode Transactiegroep Transactie
Afhandelen medicatievoorschrift Verstrekker AIS MP-VAS Medicatievoorschrift afhandeling (Sturen/Ontvangen) Sturen afhandeling medicatievoorschrift
Voorschrijver EVS MP-VAO Ontvangstbevestiging afhandeling medicatievoorschrift

3.3.3 Scenario Medicatiegegevens

3.3.3.1 Doel en relevantie

Doel is het versturen, ontvangen, raadplegen en beschikbaar stellen van medicatiegegevens door zorgverleners en patiënt. Voorbeelden van usecases zijn:

  • Beschikbaar stellen van een MGB die tijdens het proces van medicatieverificatie is vastgelegd;
  • Raadplegen van medicatiegegevens ten behoeve van het opstellen van een toedienlijst;
  • Sturen van een stop-MA door een voorschrijver naar de voorschrijver van de oorspronkelijke MA;
  • Beschikbaar stellen van een TA en MVE door de verstrekker;
  • Raadplegen van medicatiegegevens door een patiënt.

3.3.3.2 Proces

Dit scenario komt in diverse usecases tijdens elk van de deelprocessen in hoofdstuk 5 aan de orde.

3.3.3.3 Bedrijfsrollen en activiteitendiagram

Het scenario Medicatiegegevens kan bij alle bedrijfsrollen (zorgverleners en patiënt) van toepassing zijn.

Bedrijfsrol (actor) Beschrijving bedrijfsrol
Alle actoren Sturen medicatiegegevens naar medebehandelaar/patiënt
Ontvangen medicatiegegevens van medebehandelaar/patiënt
Raadplegen medicatiegegevens bij medebehandelaars/patiënt
Opleveren gevraagde medicatiegegevens aan medebehandelaars/patiënt

Activiteitendiagram scenario Medicatiegegevens

3.3.3.4 Systemen en systeemrollen

De generieke term XIS kan voor elk informatiesysteem staan, naast EVS en AIS bijvoorbeeld ook PGO, TrIS en eTDR.

Systeem Naam systeemrol Systeemrolcode Beschrijving systeemrol
XIS MedicatieGegevensSturend MP-MGS Sturen medicatiegegevens
MedicatieGegevensOntvangend MP-MGO Ontvangen medicatiegegevens
MedicatieGegevensRaadplegend MP-MGR Raadplegen medicatiegegevens
MedicatieGegevensBeschikbaarstellend MP-MGB Opleveren gevraagde medicatiegegevens

3.3.3.5 Samenhang bedrijfsrollen, systeemrollen en transacties

Scenario Bedrijfsrol Systeem Systeemrolcode Transactiegroep Transactie
Medicatiegegevens Alle actoren XIS MP-MGS Medicatiegegevens (Sturen/Ontvangen) Sturen medicatiegegevens
MP-MGO Ontvangstbevestiging medicatiegegevens
MP-MGR Medicatiegegevens (Raadplegen/Beschikbaar stellen) Raadplegen medicatiegegevens
MP-MGB Beschikbaar stellen medicatiegegevens

3.3.4 Scenario Voorstelgegevens

NB: In dit FO en de dataset worden de voorstelgegevens als bètaversie gepubliceerd (zie paragraaf 1.5.4).

3.3.4.1 Doel en relevantie

Doel is het doen van een voorstel met betrekking tot een MA of VV aan de voorschrijver. Alle actoren kunnen zo’n voorstel doen.

3.3.4.2 Proces

Dit scenario is van toepassing in usecases tijdens alle deelprocessen. In paragraaf 5.6 wordt de werkwijze met voorstelgegevens verder toegelicht.

3.3.4.3 Bedrijfsrollen en activiteitendiagram

Het scenario Voorstelgegevens kan bij alle bedrijfsrollen (zorgverleners en patiënt) van toepassing zijn.

Bedrijfsrol (actor) Beschrijving bedrijfsrol
Alle actoren Sturen voorstel MA/VV naar voorschrijver
Ontvangen antwoord voorstel MA/VV van voorschrijver
Voorschrijver Ontvangen voorstel MA/VV van andere actor
Sturen antwoord voorstel MA/VV naar voorsteller

Activiteitendiagram scenario Voorstelgegevens

3.3.4.4 Systemen en systeemrollen

De voorschrijver maakt gebruik van een EVS. Alle actoren maken gebruik van een XIS.

Systeem Naam systeemrol Systeemrolcode Beschrijving systeemrol
XIS VoorstelMedicatieafspraakSturend MP-VMS Sturen voorstel medicatieafspraak
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-AVMO Ontvangen antwoord voorstel medicatieafspraak
VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-VVS Sturen voorstel verstrekkingsverzoek
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-AVVO Ontvangen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek
EVS VoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-VMO Ontvangen voorstel medicatieafspraak
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakSturend MP-AVMS Sturen antwoord voorstel medicatieafspraak
VoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-VVO Ontvangen voorstel verstrekkingsverzoek
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-AVVS Sturen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek

3.3.4.5 Samenhang bedrijfsrollen, systeemrollen en transacties

Scenario Bedrijfsrol Systeem Systeemrolcode Transactiegroep Transactie
Voorstelgegevens Alle actoren XIS MP-VMS Voorstel medicatieafspraak (VMS/VMO) Sturen voorstel medicatieafspraak
Voorschrijver EVS MP-VMO Ontvangstbevestiging voorstel medicatieafspraak
Voorstelgegevens Alle actoren XIS MP-AVMO Antwoord voorstel medicatieafspraak (AVMS/AVMO) Ontvangstbevestiging antwoord voorstel medicatieafspraak
Voorschrijver EVS MP-AVMS Sturen antwoord voorstel medicatieafspraak
Voorstelgegevens Alle actoren XIS MP-VVS Voorstel verstrekkingsverzoek (VVS/VVO) Sturen voorstel verstrekkingsverzoek
Voorschrijver EVS MP-VVO Ontvangstbevestiging voorstel verstrekkingsverzoek
Voorstelgegevens Alle actoren XIS MP-AVVO Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek (AVVS/AVVO) Ontvangstbevestiging antwoord voorstel medicatieafspraak
Voorschrijver EVS MP-AVVS Sturen antwoord voorstel verstrekkingsverzoek

4 Consolideren: wat, waarom en hoe

Consolideren gaat over het samenvoegen van gegevens, waarna er regels toegepast worden om er een samenhangend geheel van te maken. Dit hoofdstuk geeft uitleg over het wat, waarom en hoe van consolideren.

Paragraaf 4.1 legt uit wat consolideren is in de context van deze informatiestandaard.
In paragraaf 4.2 wordt het doel van consolideren uitgelegd.
Paragraaf 4.3 beschrijft het proces van consolideren.
Paragraaf 4.4 geeft uitleg over de begrippen die hierbij van belang zijn.
In paragraaf 4.5 worden de consolidatieregels beschreven.
Paragraaf 4.6 licht toe wat consolideren betekent voor overzichten van medicatiegegevens.

4.1 Wat is consolideren?

Consolideren is het samenvoegen van gegevens en het toepassen van regels op de samengevoegde set om tot een samenhangend geheel te komen.
In deze informatiestandaard gaat het dan om de set bouwstenen die bij raadplegen verzameld wordt. Deze verzameling kan zeer omvangrijk zijn. Er kan sprake zijn van verschillende MBH’s die elk ook meerdere bouwstenen kunnen bevatten. Dat kan zelfs oplopen tot honderden bouwstenen.
Na het raadplegen wordt met consolidatieregels bepaald hoe elke bouwsteen in de set geïnterpreteerd moet worden.

4.2 Wat is het doel van consolideren?

Het doel van consolideren is om binnen de verzameling bouwstenen tot een ‘samenhangend geheel’ te komen. Wat dat precies inhoudt hangt af van het doel van het raadplegen. Voor een toedienlijst zijn andere gegevens nodig dan wanneer een huisarts de medicatiehistorie van een nieuwe patiënt wil inzien. Het moet duidelijk zijn welke bouwstenen de gewenste gegevens opleveren. Met de consolidatieregels kan van elke bouwsteen binnen 1 MBH de status bepaald worden aan de hand van twee criteria:

  • is een bouwsteen wel of niet ‘actueel’?
  • is een bouwsteen wel of niet ‘geldig’?

Deze status bepaalt of een bouwsteen de juiste informatie bevat voor de beoogde toepassing.

In paragraaf 4.4 worden de begrippen actueel en geldig uitgelegd.

4.3 Proces van consolideren

Bij consolideren worden de volgende stappen doorlopen:
Verzamelen bouwstenen
Uit alle beschikbare bronnen worden bouwstenen voor een bepaalde tijdsperiode verzameld. Dit gebeurt met de transactie Raadplegen medicatiegegevens (zie paragraaf 3.3.3).
In sommige situaties kan het voorkomen dat een bouwsteen actueel en geldig lijkt terwijl dat eigenlijk niet meer het geval is. Daarom moet voor elke MBH ook de stop-bouwsteen met de meest recente RegistratieDatumTijd opgeleverd worden, middels de query-parameter LaatsteStop. Het beschikbaarstellende systeem zal dan de laatste stop-MA, stop-TA en stop-WDS opleveren, ook als zo'n bouwsteen buiten de opgevraagde tijdsperiode valt. Op die manier kan alsnog bepaald worden dat die bouwsteen gestopt is.
Ontdubbelen identieke bouwstenen
In principe zouden dubbele bouwstenen niet moeten voorkomen aangezien de betrokken informatiesystemen bij deze transactie alleen eigen medicatiegegevens beschikbaar mogen stellen. In enkele gevallen kan dit toch voorkomen. Het informatiesysteem moet daarom eventuele identieke bouwstenen kunnen identificeren en ontdubbelen.
Toepassen consolidatieregels
Met consolidatieregels worden de actualiteit en de geldigheid van elke bouwsteen in een MBH bepaald. In de volgende paragrafen wordt dit verder toegelicht.

4.4 Relevante begrippen voor de beschrijving van de consolidatieregels

In deze paragraaf worden de begrippen die gebruikt worden in de consolidatieregels toegelicht. Aan de hand van voorbeelden worden de algemene regels beschreven. Deze regels worden in paragraaf 4.5 in detail uitgewerkt.

4.4.1 Is een bouwsteen actueel?

Actueel betekent dat de effectieve einddatumtijd van een bouwsteen, bezien vanuit het heden, in de toekomst ligt. In de volgende paragraaf wordt uitgelegd wat bedoeld wordt met het woord 'effectieve' in bovenstaande zin.

4.4.1.1 Effectieve periode

De effectieve periode van een bouwsteen is de periode waarin een bouwsteen uiteindelijk actueel is (geweest).

Een eenmaal vastgelegde bouwsteen verandert niet (zie paragraaf 2.4.3). Dat geldt ook voor diens Gebruiksperiode. Maar in de praktijk kunnen de daadwerkelijke start en stop van een afspraak wel anders liggen dan wat er in de bouwsteen staat.

Algemene regel: De effectieve einddatumtijd van een bouwsteen verandert door een stop-bouwsteen met verwijzing naar die bouwsteen.

Voorbeeld
Een patiënt krijgt een middel voor onbepaalde tijd voorgeschreven. De MA heeft startDatumTijd = dag 1 en geen eindDatumTijd. Na 2 weken besluit de voorschrijver dat de patiënt met het middel moet stoppen vanwege bijwerkingen. De stop-MA heeft de startDatumTijd van de oorspronkelijke MA = dag 1 en eindDatumTijd = dag 14.
Op dag 30 lijkt de MA op zichzelf bekeken gewoon actueel, deze heeft immers geen eindDatumTijd. De effectieve einddatumtijd van de MA is echter die van de stop-MA geworden.

Algemene regel: De effectieve startdatumtijd en einddatumtijd van een MA kunnen beïnvloed worden door een TA.

Voorbeeld
Een patiënt krijgt een middel voor 5 dagen voorgeschreven. De MA heeft startDatumTijd = dag 1 en eindDatumTijd = dag 5. De patiënt haalt het geneesmiddel na 3 dagen op. De TA heeft daarom een startDatumTijd = dag 4 en een eindDatumTijd = dag 8.
Op dag 6 is de eindDatumTijd van de MA voorbij. Als alleen naar die MA wordt gekeken lijkt deze dus niet meer actueel. Maar aan de TA is te zien dat de MA nog wel als actueel beschouwd moet worden. De MA heeft een effectieve startdatumtijd = dag 4 en een effectieve einddatumtijd = dag 8.

Deze algemene regels worden in paragraaf 4.5.1 nader gespecificeerd.

4.4.1.2 Actueel en niet-actueel

Actuele bouwstenen hebben een effectieve einddatumtijd die ten opzichte van het heden in de toekomst ligt. Actueel zijn:

  • Huidige bouwstenen, waarbij het heden tussen de effectieve startdatumtijd en de effectieve einddatumtijd ligt.
  • Toekomstige bouwstenen, waarvan de effectieve startdatumtijd in de toekomst ligt.

Niet-actuele bouwstenen hebben een effectieve einddatumtijd in het verleden. Deze bouwstenen vormen de geschiedenis van een behandeling. Hiermee kan ook het verloop van een behandeling in het verleden worden ingezien.

Figuur 4.1 geeft deze begrippen grafisch weer.

Huidige actuele en toekomstige bouwstenen

Figuur 4.1 Actuele (huidige + toekomstige) en niet-actuele bouwstenen binnen een MBH

4.4.2 Is een bouwsteen geldig?

Geldig gaat over de vraag of een bouwsteen een correcte weergave van de werkelijke situatie bevat. Dit is afhankelijk van de context, in de vorm van mogelijke andere bouwstenen in de betreffende MBH.
De informatie in een eenmaal vastgelegde bouwsteen verandert niet. Hoe die informatie begrepen moet worden kan door de vastlegging van een volgende bouwsteen binnen dezelfde MBH wél veranderen.

Algemene regel: Een stop-bouwsteen stopt de bouwsteen waar deze naar verwijst en maakt deze daarmee ongeldig.

Voorbeeld
Er is een MA voor onbepaalde duur met bijbehorend VV. Mag de verstrekker op basis hiervan een verstrekking doen?
Situatie A: Er is geen stop-bouwsteen met verwijzing naar deze MA vastgelegd. De MA is geldig: de informatie in deze bouwsteen is een correcte weergave van de werkelijke situatie.
Het antwoord is Ja. De verstrekker mag op basis hiervan een verstrekking doen.

Situatie B: De MA is opgevolgd door een stop-MA met verwijzing naar deze MA. De MA is dus gestopt en daarmee ongeldig gemaakt: deze MA biedt geen correcte weergave van de werkelijke situatie.
Het antwoord is Nee. De verstrekker mag het geneesmiddel niet meer verstrekken.

Algemene regel: Sommige bouwstenen kunnen ook bouwstenen van een ander type ongeldig maken

Voorbeeld
Er zijn een huidige MA en een TA voor een geneesmiddel dat toegediend moet worden. De TA is niet opgevolgd door een stop-TA. Mag de toediener het geneesmiddel toedienen?
Situatie A: De bijbehorende MA is niet opgevolgd door een stop-bouwsteen. De MA en de TA zijn dus beide geldig.
Het antwoord is Ja. De toediener mag het betreffende geneesmiddel toedienen.

Situatie B: De bijbehorende MA is gestopt door een stop-MA met onmiddellijke ingang. Die stop-MA is echter nog niet verwerkt in de apotheek waardoor er nog geen stop-TA is aangemaakt. De TA is weliswaar nog huidig, maar is ongeldig geworden door de stop-MA.
Het antwoord is Nee. De toediener mag het geneesmiddel niet meer toedienen.

Deze algemene regels worden in paragraaf 4.5.2 nader gespecificeerd.

4.5 Consolidatieregels

Paragraaf 4.4 laat zien dat een bouwsteen geldig kan zijn, zonder actueel te zijn. En omgekeerd kan een bouwsteen ook actueel zijn zonder geldig te zijn. Hieronder worden voor beide de bijbehorende regels uitgewerkt.

4.5.1 Regels voor het afleiden van de effectieve periode van een bouwsteen

In paragraaf 4.4 zijn twee algemene regels over de actualiteit van bouwstenen binnen 1 MBH benoemd.

Algemene regels:
De effectieve einddatumtijd van een bouwsteen verandert door een stop-bouwsteen met verwijzing naar die bouwsteen.
De effectieve startdatumtijd en einddatumtijd van een MA kunnen beïnvloed worden door een TA.

De effectieve startdatumtijd en einddatumtijd, en daarmee de effectieve periode van een bouwsteen, zijn dus afgeleide gegevens. Ze zijn daarom geen onderdeel van de dataset. Hieronder worden de afleidingsregels uitgewerkt. Het nummer bij iedere afleidingsregel staat voor de volgorde waarin de regels moeten worden uitgevoerd.

Medicatie starten
Maken medicatieafspraak
Medicatie wordt gestart door het vastleggen van een MA.

regel 1a: De effectieve periode van een MA is gelijk aan diens Gebruiksperiode.

Maken toedieningsafspraak
Een TA vult een MA concreet in.

regel 1b: De effectieve periode van een TA is gelijk aan diens Gebruiksperiode.

Als een MA een bijbehorende TA kent, geldt:

regel 2a: De effectieve periode van de MA is gelijk aan de effectieve periode van de TA.


Medicatie stoppen
Stoppen medicatieafspraak
Het definitief stoppen van medicatie gebeurt door het maken van een stop-MA met stoptype ‘gestopt’ en:

  • startDatumTijd = startDatumTijd van de originele MA
  • eindDatumTijd = datum waarop de medicatie gestopt wordt.

De effectieve periode van de originele MA is vervangen door die van de nieuwe stop-MA.

regel 1c: Wanneer een MA definitief gestopt wordt dan is de effectieve periode van de MA de effectieve periode van de stop-MA.

Stoppen toedieningsafspraak
Situatie A: De TA wordt gestopt bij gelijkblijvende MA.
De effectieve periode van de originele TA wordt vervangen door de effectieve periode van de stop-TA. Deze laatste is volgens regel 1b gelijk aan diens Gebruiksperiode.

Situatie B: De TA wordt gestopt als gevolg van een stop-MA.
De stop-TA vult de stop-MA concreet in. Het is mogelijk dat de eindDatumTijd van de stop-TA later is dan die van de stop-MA, bijvoorbeeld omdat in de stop-MA is aangegeven dat het stoppen in kan gaan met de volgende GDS-rol. In zo’n geval verandert dat de effectieve periode van de MA, volgens regels 1b en 2a.

regels 1b en 2a: effectieve periode stop-MA = effectieve periode stop-TA = Gebruiksperiode stop-TA.

Medicatie wijzigen
Wijzigen medicatieafspraak
De voorschrijver wijzigt medicatie binnen de MBH door het stoppen van de originele MA1 en het maken van een nieuwe MA2. De voorgaande afleidingsregels veranderen hierdoor niet:

regel 1a: effectieve periode nieuwe MA2 = Gebruiksperiode MA2.
regel 1c: effectieve periode MA1 = effectieve periode technische stop-MA.

Wijzigen toedieningsafspraak
Situatie A: De TA wordt gewijzigd bij gelijkblijvende MA.
Een MA wordt concreet ingevuld door een TA. Op deze TA kan een wijziging plaatsvinden (zie paragraaf 5.3.2.4). Er kunnen dus meerdere achtereenvolgende TA’s onder één MA worden gemaakt. De effectieve periode van de MA wordt nu bepaald door alle bijbehorende TA’s.

regel 2b: De effectieve periode van een MA loopt vanaf de vroegste startDatumTijd tot aan de laatste eindDatumTijd van de bijbehorende TA's.

Er kunnen parallelle TA's onder één MA bestaan waarvan de RegistratieDatumTijd en startDatumTijd gelijk zijn. Daarmee wijzigt regel 2b niet.

Situatie B: De TA wordt gewijzigd als gevolg van een wijziging in de MA. Hiermee veranderen de voorgaande regels niet.

Medicatie tijdelijk onderbreken en hervatten
Onderbreken van medicatie gebeurt door het maken van een stop-MA met stoptype 'onderbroken' en dezelfde startDatumTijd als de originele MA. De eindDatumTijd van de stop-MA is het moment van tijdelijk onderbreken. Hervatten gebeurt door het maken van een MA met als startDatumTijd de datum van hervatten. Het stoptype ‘onderbroken’ zorgt er echter voor dat de effectieve periode gebaseerd blijft op de effectieve startDatumTijd van de originele MA.

regel 1d: Tijdelijk onderbreken van medicatie heeft geen invloed op de effectieve periode. De effectieve periode blijft gelijk aan de effectieve periode van de originele MA.

4.5.1.1 Samenvatting regels voor het bepalen van de effectieve periode

De beschreven regels moeten op volgorde van hun nummering worden verwerkt:

  • regel 1a: De effectieve periode van een MA is gelijk aan diens Gebruiksperiode.
  • regel 1b: De effectieve periode van een (stop-)TA is gelijk aan diens Gebruiksperiode.
  • regel 1c: Wanneer een MA definitief gestopt wordt dan is de effectieve periode van de MA de effectieve periode van de stop-MA.
  • regel 1d: Tijdelijk onderbreken van medicatie beïnvloedt niet de effectieve periode. De effectieve periode blijft gelijk aan de effectieve periode van de originele MA.
  • regel 2a: De effectieve periode van de MA is gelijk aan de effectieve periode van de TA.
  • regel 2b: De effectieve periode van een MA loopt vanaf de vroegste startDatumTijd tot aan de laatste eindDatumTijd van de bijbehorende TA’s.

4.5.2 Regels voor het bepalen van de geldigheid van een bouwsteen

In paragraaf 4.4 zijn twee algemene regels over de geldigheid van bouwstenen binnen 1 MBH benoemd. Deze worden hieronder verder gespecificeerd.
Algemene regels:
Een stop-bouwsteen stopt de bouwsteen waar deze naar verwijst en maakt deze daarmee ongeldig.
Sommige bouwstenen kunnen ook bouwstenen van een ander type ongeldig maken.

Het stoppen en ongeldig maken treedt in werking vanaf de eindDatumTijd van de stop-bouwsteen. De specifieke geldigheidsregels binnen één MBH zijn dan als volgt:

1. Een stop-MA maakt op diens eindDatumTijd ongeldig:
  • de originele MA waarnaar deze stop-MA verwijst, én
  • de TA en WDS die ook naar die originele MA verwijzen, én
  • alle eerdere MGB’s
2. Een stop-TA maakt op diens eindDatumTijd ongeldig:
  • de originele TA waarnaar deze stop-TA verwijst, én
  • alle eerdere vastgelegde MGB’s
3. Een stop-WDS maakt op diens eindDatumTijd ongeldig:
  • het WDS waarnaar dit stop-WDS verwijst, én
  • alle eerdere vastgelegde MGB’s
4. Elk type MA, TA en WDS maakt alle eerder vastgelegde MGB’s ongeldig.
5. Elk type MGB maakt alle eerdere vastgelegde MGB’s ongeldig, mits afkomstig van eenzelfde type auteur.
Uitzondering: In geval van parallelle TA's maakt een nieuwe MGB alleen de oudere MGB's ongeldig die bij dezelfde TA horen en van eenzelfde type auteur komen.

Op annuleer-bouwstenen zijn dezelfde regels van toepassing.

De geldigheidsregels zijn van toepassing op afspraakbouwstenen, dus op MA, TA, en WDS. MGB’s bevatten geen afspraken, maar kunnen wel relevant zijn. Daarom zijn deze ook meegenomen in de consolidatieregels. Bij MGB’s kan ‘ongeldig’ gezien worden als ‘de informatie in deze bouwsteen kan achterhaald zijn’.
MTD’s komen niet voor in deze regels. Een MTD is een registratie van een handeling die al heeft plaatsgevonden. Een stop-bouwsteen heeft geen invloed op een eenmaal vastgelegde MTD.

NB: Een eenmaal ongeldig gemaakte bouwsteen kan niet meer opnieuw geldig worden. Dan moet er een nieuwe bouwsteen worden aangemaakt.

De regels zijn bruikbaar in de meest gangbare situaties binnen een MBH. Er kunnen echter situaties bestaan die onvoldoende ondervangen worden met deze regels. Wanneer een systeem op basis van bovengenoemde regels niet kan bepalen welke bouwstenen geldig zijn, moet dit worden aangegeven aan de eindgebruiker. Deze kan dit dan verder zelf beoordelen.

De regels worden geïllustreerd aan de hand van voorbeelden op de pagina Voorbeelden geldigheidsregels.
De Implementatiehandleiding Consolidatie/afleidingsregels biedt een (niet-normatief) stappenplan voor een mogelijke praktische uitwerking van de regels.

4.6 Overzichten van medicatiegegevens

Na het consolideren is van elke bouwsteen in een MBH bekend of deze geldig of ongeldig en actueel of niet-actueel is. Hierdoor kunnen alle gegevens in hun juiste context worden geplaatst.
Op basis hiervan kunnen verschillende overzichten van medicatiegegevens worden gegenereerd. Er zijn allerlei situaties en doeleinden denkbaar waarin een overzicht van medicatiegegevens gebruikt wordt. Hiervoor is dus niet één definitie of beschrijving te geven. Zo’n overzicht kan ook verschillende vormen hebben (papier, pdf, presentatie op een beeldscherm etc.).

De consolidatieregels worden ingezet voor het samenstellen van:

Voor elke situatie zal een eigen wijze van presentatie gekozen worden, in overleg tussen gebruiker of organisatie en leverancier. De effectieve periode kan bijvoorbeeld worden gebruikt om het beloop van een behandeling weer te geven, of om een indeling te maken naar huidige, toekomstige en recent gestopte medicatie.
Nadere informatie over toedienlijsten is te vinden in paragraaf 5.4.2.

Er zijn overigens situaties denkbaar waarin de consolidatieregels niet tot een compleet en/of accuraat overzicht leiden, bijvoorbeeld omdat de patiënt geen toestemming tot delen heeft gegeven. Daarom is altijd medicatieverificatie wenselijk.

5 Medicatieproces

Dit hoofdstuk beschrijft het medicatieproces in relatie tot het vastleggen en uitwisselen van de daarbij benodigde gegevens. Het generieke medicatieproces bestaat in de kern uit de deelprocessen Voorschrijven, Ter hand stellen, Toedienen en Gebruiken. Het proces start wanneer een patiënt een geneesmiddel gaat gebruiken, al dan niet op voorschrift. Het eindigt wanneer het gebruik van het betreffende middel stopt.

Het proces kan per sector en situatie op een verschillende manier verlopen. Niet alle onderdelen zijn altijd van toepassing; zo is in de ambulante situatie een VV vereist voor medicatieverstrekking, maar niet in de klinische situatie. Deelprocessen kunnen ook iteratief of in een andere volgorde uitgevoerd worden.

Om het medicatieproces op een verantwoorde manier te laten verlopen zijn ook ondersteunende activiteiten als medicatieverificatie en medicatiebewaking nodig. Medicatieverificatie is in verschillende deelprocessen aan de orde en is daarom ook als apart deelproces opgenomen.
Doordat MP9 bijdraagt aan de volledigheid van medicatiegegevens, kan betere medicatiebewaking worden uitgevoerd. Medicatiebewaking zelf valt buiten de scope van dit FO.

In de paragrafen 5.1 t/m 5.5 worden de deelprocessen beschreven.
Paragraaf 5.6 geeft uitleg over voorstelgegevens.
Paragraaf 5.7 bevat enkele aandachtspunten rond de klinische situatie.
In paragraaf 5.8 wordt de informatie met betrekking tot GDS-medicatie uit de voorgaande paragrafen op een rij gezet.

De functionele beschrijving wordt geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Alle praktijkvoorbeelden zijn op een aparte overzichtspagina te vinden. Daarnaast zijn er aparte pagina’s met praktijkvoorbeelden per deelproces en voor GDS (Geneesmiddel Distributie Systeem):

Sommige praktijkvoorbeelden zijn voor meerdere deelprocessen relevant, en zijn dus op verschillende pagina’s terug te vinden.

5.1 Deelproces Medicatieverificatie

Deze paragraaf beschrijft het proces van medicatieverificatie. Medicatieverificatie is het samen met (de vertegenwoordiger van) de patiënt vaststellen van het daadwerkelijke gebruik van medicatie door de patiënt. Ook andere informatie die van belang kan zijn voor dat gebruik (contra-indicaties, allergieën, ernstige bijwerkingen en laboratoriumwaarden) kan hierbij worden uitgevraagd. Doel is om optimaal inzicht te verkrijgen in het daadwerkelijke gebruik van medicatie door een patiënt, zodat goede zorg verleend kan worden. Op verschillende momenten in het zorgproces kan medicatieverificatie nodig of wenselijk zijn. Bijvoorbeeld voorafgaand aan voorschrijven, ter hand stellen of toedienen van medicatie, bij evaluatie van een behandeling, of bij de voorbereiding van een opname. Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina Praktijkvoorbeelden Medicatieverificatie.

5.1.1 Overzicht deelproces Medicatieverificatie

Met de transactie Raadplegen medicatiegegevens verzamelt de zorgverlener de beschikbare medicatiebouwstenen, inclusief eventuele MGB's die door de patiënt zijn vastgelegd. Na consolideren heeft de zorgverlener een overzicht van de medicatie van de patiënt.
Daarnaast kan ook gebruik gemaakt worden van bronnen zoals:

  • meegenomen medicatie
  • telefonische informatie van de apotheker of huisarts van de patiënt

De zorgverlener bespreekt deze informatie met de patiënt en kan de geverifieerde medicatie (inclusief zelfzorgmedicatie en medicatie uit het buitenland) met de bouwsteen MGB vastleggen.
De vastgelegde gegevens rond medicatiegebruik worden beschikbaar gesteld aan medebehandelaars en patiënt zodat deze de gegevens kunnen raadplegen.

5.1.2 Uitkomsten van Medicatieverificatie

5.1.2.1 Hoe wordt een geneesmiddel gebruikt?

Bij medicatieverificatie zijn voor elk geneesmiddel de volgende uitkomsten mogelijk:

  • Het geneesmiddel wordt gebruikt zoals afgesproken.
  • Het gebruik is niet zoals afgesproken. Voorbeelden:
– De patiënt gebruikt het geneesmiddel anders dan afgesproken, of wil dit gaan doen.
– De patiënt gebruikt een ander geneesmiddel dan bij de zorgverlener bekend is.
  • Onbekend of het gebruik is zoals afgesproken. Voorbeeld:
– De patiënt heeft in het buitenland medicatie voorgeschreven gekregen maar het voorschrift is niet meer beschikbaar.

De zorgverlener kan deze bevindingen voor ieder geneesmiddel vastleggen met de bouwsteen MGB. In paragraaf 5.1.3 wordt dit verder toegelicht.

Bij afwijkend gebruik kan een voorschrijver ook besluiten een nieuwe MA of MA met wijziging vast te leggen (zie paragraaf 5.2.2). Ziet de voorschrijver daar geen aanleiding toe, dan kan hij ook alleen een MGB vastleggen, eventueel met opmerking dat hij de patiënt heeft verzocht zich te houden aan de eerder gemaakte afspraken.
Een zorgverlener kan bij afwijkend gebruik ook een VMA naar de voorschrijver sturen (zie paragraaf 5.6) en/of de patiënt aanraden de voorschrijver te informeren over het afwijkende gebruik.

5.1.2.2 Onterecht openstaande medicatie of 'weeskinderen'

Tijdens verificatie kan ook blijken dat medicatie onterecht nog openstaat. In bepaalde situaties kan het voorkomen dat bouwstenen (MA’s, TA’s) onterecht actueel zijn gebleven, de zogenaamde ‘weeskinderen’. Voorbeelden:

  • In de hybride situatie is bij het samenvoegen van bouwstenen voor dezelfde medicatie iets niet goed gegaan.
  • Medicatie is gestopt in een ander systeem dan dat van de voorschrijver en dit systeem is niet (meer) beschikbaar voor het uitwisselen van bouwstenen. Hierdoor wordt de stop-MA niet opgeleverd en lijkt de oorspronkelijke MA dus nog actueel en geldig.

Bij bouwstenen met eindDatumTijd is het probleem beperkt omdat die medicatie na de eindDatumTijd vanzelf niet meer actueel is. Bouwstenen zonder eindDatumTijd zouden zonder ingrijpen wel blijvend actueel en geldig lijken. Tijdens medicatieverificatie kunnen dergelijke ‘weeskinderen’ gesignaleerd worden. De zorgverlener moet dit corrigeren met een stop-bouwsteen. De stop-bouwsteen wordt zo mogelijk verstuurd naar de zorgverlener die de oorspronkelijke bouwsteen heeft vastgelegd.

5.1.3 Aanwijzingen voor invulling bouwsteen medicatiegebruik

Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in de ART-DECOR index is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden. Onderstaande tabel laat voor een aantal data-elementen zien hoe deze in verschillende situaties moeten worden ingevuld.

De zorgverlener die de verificatie uitvoert is de Auteur van de bouwsteen. In Informant kan de bron van de betreffende informatie aangegeven worden, bijvoorbeeld de patiënt, een zorgverlener of een andere betrokkene. In RelatieMedicatieafspraak of RelatieToedieningsafspraak wordt verwezen naar de MA óf TA die de referentie is geweest voor het opgeven van dit gebruik.

Situatie Gebruik Indicator VolgensAfspraak Indicator Medicatiegebruik StopType Gebruiksperiode (maximaal 2 van 3 invullen) Doseerinstructie
startDatumTijd tijdsDuur eindDatumTijd
Medicatie is/wordt in Gebruiksperiode gebruikt
Dit is volgens afspraak ja ja leeg laten invullen conform MA of TA invullen conform MA of TA
datum/tijd waarop gebruik gestart is of zal starten (beoogde) duur van het gebruik datum/tijd waarop gebruik geëindigd is of zal eindigen
Dit is niet volgens afspraak ja nee leeg laten datum/tijd waarop afwijkend gebruik gestart is of zal starten (beoogde) duur van het afwijkende gebruik datum/tijd waarop afwijkend gebruik geëindigd is of zal eindigen daadwerkelijk gebruikte dosering moet ingevuld worden
Er is geen afspraak (zelfzorgmedicatie) / onbekend of dit volgens afspraak is ja leeg laten leeg laten datum/tijd waarop gebruik gestart is of zal starten (beoogde) duur van het gebruik datum/tijd waarop gebruik geëindigd is of zal eindigen dosering die patiënt met zichzelf heeft afgesproken moet ingevuld worden
Medicatie is/wordt in Gebruiksperiode niet gebruikt
Dit is volgens afspraak nee ja leeg laten of invullen conform stop-afspraak datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden leeg laten er is geen sprake van een dosering
Dit is niet volgens afspraak nee nee stopgezet / onderbroken datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden leeg laten er is geen sprake van een dosering
Er is geen afspraak (zelfzorgmedicatie) / onbekend of dit volgens afspraak is nee leeg laten stopgezet / onderbroken datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden leeg laten er is geen sprake van een dosering


5.1.4 Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Medicatieverificatie

Tijdens het deelproces Medicatieverificatie kunnen diverse vormen van informatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.

type informatieoverdracht systeemrol systeemrolcode
De zorgverlener raadpleegt de beschikbare medicatiegegevens. MedicatieGegevensRaadplegend MP-MGR
Het informatiesysteem van de zorgverlener levert in respons op raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. MedicatieGegevensBeschikbaarstellend MP-MGB
De zorgverlener kan de vastgelegde medicatiegegevens versturen naar zorgverleners. MedicatieGegevensSturend MP-MGS

Zorgverleners die medicatieverificatie uitvoeren kunnen van verschillende informatiesystemen gebruik maken. Zie paragraaf 3.2.3 voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.

5.2 Deelproces Voorschrijven

Deze paragraaf beschrijft het proces van voorschrijven. De rol van voorschrijver mag worden uitgevoerd door iedereen met een voorschrijfbevoegdheid volgens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG). Daarnaast mag een voorschrijver deze taak delegeren aan andere zorgverleners zonder eigen voorschrijfbevoegdheid. Dit mag alleen binnen de voorwaarden in de wet en binnen de afspraken in de betreffende zorgorganisatie.
Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina Praktijkvoorbeelden Voorschrijven.

5.2.1 Overzicht deelproces Voorschrijven

5.2.1.1 Voorschrijfproces algemeen

Starten voorschrijfproces
Het voorschrijfproces kan starten tijdens een consult of naar aanleiding van een voorstel van een andere zorgverlener of de patiënt met betrekking tot diens medicamenteuze behandeling. Zie paragraaf 5.6 voor uitleg over voorstelgegevens.
De voorschrijver evalueert de situatie van de patiënt, waaronder diens medicamenteuze behandeling. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van een overzicht van medicatiegegevens (zie hoofdstuk 4).

Mogelijke acties bij voorschrijven
Vervolgens besluit de voorschrijver om medicatie te starten, continueren, stoppen of wijzigen. Hierbij kunnen de volgende medicatiebouwstenen vastgelegd worden:

  • MA voor het vastleggen van de therapeutische intentie van de voorschrijver.
  • WDS voor het specificeren van het doseerschema bij geneesmiddelen met wisselende dosering (bijvoorbeeld antistollingsmedicatie).
  • VV voor de logistieke verwerking van de voorgeschreven medicatie.

Dit wordt per bouwsteen verder uitgewerkt in de paragrafen 5.2.2 t/m 5.2.4.
Paragraaf 5.2.5 bevat aanwijzingen voor de invulling van de bouwstenen MA en VV in specifieke situaties.

Gegevens uitwisselen
De voorschrijver stuurt de (stop-)MA met of zonder VV met de transactie Sturen medicatievoorschrift naar de verstrekker. Zo nodig kan een WDS, informatie over lengte of gewicht, of nierfunctiewaarde van de patiënt meegestuurd worden. De vastgelegde gegevens worden ook beschikbaar gesteld. De informatieoverdracht wordt in paragraaf 5.2.6 verder behandeld.
Tijdens het voorschrijfproces wordt medicatiebewaking uitgevoerd; de uitwerking hiervan is buiten scope van dit FO.

5.2.1.2 Enkele specifieke situaties

Dienstwaarneming door huisartsenpost (HAP)
Een huisartsenpost (HAP) werkt in opdracht van de vaste huisarts. De dienstwaarneming volgt in principe het generieke proces van voorschrijven. Ook de HAP kan medicatie starten, continueren, wijzigen en stoppen. De HAP zal zo nodig ook de bijbehorende verstrekkingsverzoeken doen. Als aanvulling op dit proces kan de HAP-voorschrijver gebruik maken van het data-element VolgendeBehandelaar (zie paragraaf 5.2.5.1.7).

Medicatieproces in de klinische situatie
Het medicatieproces in de klinische situatie wordt apart behandeld in paragraaf 5.7.

Medicatie op toedienlijst
Bij sommige patiënten staat medicatie op een toedienlijst (toedienpatiënten). Deze medicatie kan door een toediener, of door de patiënt zelf toegediend worden. De gegevens die nodig zijn voor het genereren van een toedienlijst kunnen door de voorschrijver in MA of WDS worden vastgelegd en/of door de verstrekker in de TA (zie paragraaf 5.2.5 en paragraaf 5.4.2).

5.2.2 Medicatieafspraak

De MA is de therapeutische bouwsteen in een voorschrift. Hierin legt de voorschrijver vast wat er met de patiënt is afgesproken over het betreffende geneesmiddel. De MA geeft de therapeutische intentie van de voorschrijver weer.

Op hoofdlijnen kan een voorschrijver een eerste MA maken binnen een nieuwe MBH, of een bestaande MA continueren, stoppen, wijzigen of tijdelijk onderbreken. Dit wordt in paragraaf 5.2.2.1 t/m 5.2.2.4 uitgewerkt. Zie ook paragraaf 2.4.3 voor uitleg over werkwijze bij stoppen en wijzigen.

In de Gebruiksperiode wordt de beoogde duur van de medicatie vastgelegd:

  • Medicatie voor onbepaalde duur: hierbij wordt alleen startDatumTijd ingevuld, zonder tijdsDuur of eindDatumTijd.
  • Medicatie voor bepaalde duur: 2 van de 3 data-elementen moeten worden ingevuld. Dit is ook het geval bij medicatie voor eenmalig gebruik.
  • Als er een eindDatumTijd wordt vermeld, is het meegeven van de tijd altijd verplicht. Dit is om verwarring te voorkomen tussen 'tot' en 'tot en met'. In geval van een 'tot en met' datum (dus bij een gehele dag) is tijdstip 23:59:59 van toepassing.


In paragraaf 5.2.5.1 wordt voor een aantal data-elementen toegelicht hoe deze in bepaalde situaties moeten worden ingevuld.

5.2.2.1 Starten medicatie

Een eerste MA vormt doorgaans de start van een MBH. Soms kan een MBH ook beginnen met een andere therapeutische bouwsteen. Voorbeelden:

  • MTD in situaties waarbij acute toediening van een geneesmiddel nodig is.
  • TA als de verstrekker (nog) niet de beschikking heeft over de digitale MA, bijvoorbeeld in de hybride situatie.
  • Door de patiënt vastgelegde MGB.

In dergelijke gevallen kan de eerste MA in een MBH volgen na de vastlegging van de andere bouwsteen. Ook dan is de MA altijd leidend voor het weergeven van de therapeutische intentie van de voorschrijver.

Een MA kan gemaakt worden om direct in te gaan maar kan ook vooruit gepland worden, met start in de toekomst (TMA). Deze TMA heeft een startDatumTijd die later ligt dan de datum waarop de afspraak gemaakt is.

5.2.2.2 Continueren medicatie

Voorbeelden van continueren van medicatie zijn:

  • Herhaalmedicatie; er is alleen een nieuw VV nodig bij bestaande MA.
  • Bij opname in een instelling waarbij de thuismedicatie wordt doorgebruikt.

In deze beide gevallen hoeft de bestaande MA niet aangepast te worden, tenzij de eindDatumTijd van de MA verstreken is. In dat geval moet er een nieuwe MA worden vastgelegd.
NB: Het voortzetten van een behandeling met een middel met een andere PRK valt niet onder continueren, maar onder wijzigen (zie paragraaf 5.2.2.4).

5.2.2.3 Stoppen medicatie

Een MA waarin meteen al een eindDatumTijd is vastgelegd, bijvoorbeeld voor een kuur, stopt vanzelf op die datum. Hierbij is geen stop-MA nodig.
Als de medicatie eerder gestopt moet worden, of als een MA geen eindDatumTijd heeft, moet er een stop-MA binnen dezelfde MBH worden vastgelegd. De stop-MA bevat de volgende nieuwe gegevens:

data-element  in dataset uitleg
eindDatumTijd De datum waarop de MA eindigt. Deze einddatum kan ook in de toekomst liggen.
Voorschrijver Naam van de zorgverlener die de stop-MA maakt.
RegistratieDatumTijd Datum en tijd waarop de stop-MA wordt vastgelegd.
MedicatieafspraakStopType ‘stopgezet’
RelatieMedicatieafspraak Relatie naar de MA die gestopt wordt. Een stop-MA moet deze relatie bevatten, tenzij er geen MA beschikbaar is in de MBH om naar te verwijzen. Als de MBH alleen TA(‘s) en/of MGB(‘s) bevat, moet de voorschrijver deze kunnen stoppen met een stop-MA zonder RelatieMedicatieafspraak. De stop-MA krijgt in dat geval ook geen relatie naar een TA of MGB.
RedenWijzigenOfStaken Reden voor stoppen van de MA. In de ambulante situatie is invullen verplicht. In de klinische situatie hoeft dit alleen ingevuld te worden indien relevant voor uitwisseling in de keten.

Uit de MA waarnaar verwezen wordt moet de overige beschikbare informatie worden overgenomen, in ieder geval de volgende elementen:

data-element in dataset uitleg
startDatumTijd De oorspronkelijke startdatum.
AfgesprokenGeneesmiddel Het afgesproken geneesmiddel. In geval van magistralen of ingrediënten hoeven 90 miljoen-nummers niet overgenomen te worden.
Gebruiksinstructie De oorspronkelijke gebruiksinstructie. Het onderdeel AanvullendeInstructie hoeft niet te worden overgenomen aangezien wijze van gebruik bij een stop-MA niet meer relevant is.

De MA kan per direct gestopt worden met eindDatumTijd vandaag.
De MA kan ook gestopt worden met een eindDatumTijd in de toekomst. Als de voorschrijver de Gebruiksperiode daarna alsnog verder wil inkorten, wordt een tweede stop-MA aangemaakt. Deze tweede stop-MA verwijst naar de meest recente MA, in dit geval de eerste stop-MA.

Het vastleggen van een stop-MA leidt tot het stoppen van de bijbehorende WDS’en en TA’s. Daarbij moet voor de TA’s nog een stop-TA worden vastgelegd. Voor het WDS is geen stop-WDS nodig.

5.2.2.3.1 Stoppen medicatieafspraak door andere voorschrijver

Een MA kan door de voorschrijver zelf gestopt worden maar ook door een andere voorschrijver. Wanneer een voorschrijver medicatie stopt maakt hij een stop-MA, ook bij het stoppen van een MA van een ander. De stop-MA wordt naar de zorgverlener die de gestopte MA heeft gemaakt gestuurd (transactie Sturen medicatiegegevens).
De stop-MA moet ook naar de verstrekker gestuurd worden. De voorschrijver kan deze vinden door het raadplegen van de bij de MA horende TA’s (transactie Raadplegen medicatiegegevens). Hij verstuurt vervolgens de stop-MA naar de verstrekker met een actuele TA (transactie Sturen medicatievoorschrift).

5.2.2.3.2 Annuleren toekomstige medicatieafspraak

Het stoppen van een MA met startDatumTijd in de toekomst (TMA) heet annuleren. De TMA wordt geannuleerd door het vastleggen van een annuleer-TMA. Dit is een stop-MA met stoptype ‘geannuleerd’. De annuleer-TMA laat zien dat de patiënt de betreffende medicatie nooit volgens die TMA heeft gebruikt.
De annuleer-TMA werkt hetzelfde als de stop-MA zoals hierboven beschreven, maar met twee verschillen:

  • Het stoptype is ‘geannuleerd’ i.p.v. ‘stopgezet’;
  • De startDatumTijd en eindDatumTijd van de annuleer-TMA zijn aan elkaar gelijk.

Het onderscheid tussen een annuleer-TMA en een gewone stop-MA maakt duidelijk of een geneesmiddel nooit (volgens die TMA) gebruikt is geweest, dan wel dat het gebruik eerst is gestart en daarna gestopt.

5.2.2.4 Wijzigen medicatie

Veranderingen in medicatie kunnen bijvoorbeeld gaan over dosering, toedieningsweg, gebruiksperiode of voorschrijver.

Als een verandering resulteert in een andere PRK stopt de voorschrijver de MA en legt een nieuwe MA vast in een nieuwe MBH (zie paragraaf 2.4.2). Voorbeelden zijn verandering in toedieningsweg of sterkte, of overstappen naar een ander geneesmiddel.
Als de PRK van het voorgeschreven geneesmiddel gelijk blijft worden wijzigingen vastgelegd onder dezelfde MBH.

Medicatie wordt gewijzigd door binnen dezelfde MBH een technische stop-MA en een nieuwe MA met de wijziging vast te leggen. De technische stop-MA heeft als eindDatumTijd de startDatumTijd van de nieuwe MA met wijziging (zie paragraaf 2.4.3).
In de nieuwe MA komt een verwijzing naar de oorspronkelijke MA in RelatieMedicatieafspraak. Indien relevant voor uitwisseling in de keten kan de reden van wijzigen in RedenWijzigenOfStaken worden vastgelegd.

Het verlengen van de Gebruiksperiode van een MA kan op twee manieren plaatsvinden:

  • Aanmaken van een nieuwe MA2 met startDatumTijd na de eindDatumTijd van de oorspronkelijke MA1. Er is geen stop-MA op MA1 nodig, deze verloopt vanzelf op diens eindDatumTijd. De nieuwe MA2 kan zowel tijdens als na de Gebruiksperiode van MA1 aangemaakt worden.
  • Verlengen van de Gebruiksperiode van de oorspronkelijke MA1 als die nog niet verlopen is. Dit is een wijziging met technische stop-MA en een nieuwe MA2 met de verlengde Gebruiksperiode.

Een wijziging kan per direct ingaan of kan gepland worden met een startDatumTijd in de toekomst. Als de wijziging wordt doorgevoerd in een toekomstige MA dan wordt er een technische annuleer-TMA gemaakt en een nieuwe TMA met de wijziging.

De technische stop-MA en technische annuleer-TMA werken hetzelfde als de gewone stop-MA en annuleer-TMA. Ze hebben dus ook stoptype ‘stopgezet’ of ‘geannuleerd’ (zie paragraaf 5.2.2.3).

De technische stop-MA en nieuwe MA worden gelijktijdig aangemaakt en hebben dus dezelfde RegistratieDatumTijd (zie paragraaf 2.4.3.1). Ze worden gelijktijdig verstuurd en gelijktijdig beschikbaar gesteld. Bij raadplegen worden ze ook gelijktijdig opgeleverd. Hetzelfde geldt voor de technische annuleer-TMA en nieuwe TMA.

5.2.2.4.1 Corrigeren medicatieafspraak

Het kan voorkomen dat een voorschrijver een vergissing heeft gemaakt in een MA, bijvoorbeeld een typefout in de dosering. Als de foutieve MA nog niet gedeeld is met andere zorgverleners, kan de voorschrijver deze in het eigen informatiesysteem aanpassen of schrappen. Als de foutieve afspraak al wel gedeeld is met andere zorgverleners dan moet deze gecorrigeerd worden. Bij gelijkblijvende PRK volgt corrigeren het proces van wijzigen van een MA. Er worden twee nieuwe MA’s gemaakt binnen dezelfde MBH:

  • Een nieuwe MA met de juiste gegevens en ‘foutieve registratie van medicatie’ in RedenWijzigenOfStaken.
  • Een technische stop-MA met stoptype ‘stopgezet’ en verwijzing naar de te corrigeren MA in RelatieMedicatieafspraak.

Corrigeren van een toekomstige MA gebeurt op dezelfde manier, met een technische annuleer-TMA plus nieuwe TMA.

Als de correctie inhoudt dat medicatie met andere PRK wordt voorgeschreven, dan gaat het niet om een wijziging. De MA wordt in dat geval gestopt met een stop-MA met ‘foutieve registratie van medicatie’ in RedenWijzigenOfStaken. De nieuwe MA wordt in een andere MBH vastgelegd.

5.2.2.4.2 Wijzigen medicatieafspraak door andere voorschrijver

Een MA kan door de voorschrijver zelf gewijzigd worden maar ook door een andere voorschrijver.
De technische stop-MA wordt naar de zorgverlener gestuurd die de originele MA heeft gemaakt (transactie Sturen medicatiegegevens).
De technische stop-MA en nieuwe MA worden met of zonder VV gestuurd naar de verstrekker met een actuele TA (zie paragraaf 5.2.2.3.1).

5.2.2.5 Tijdelijk onderbreken en hervatten van medicatie

Tijdelijk onderbreken is het stoppen van de medicatie gedurende een bepaalde periode. De onderbreking kan per direct ingaan of er kan een toekomstige onderbreking gepland worden. Gedurende de periode van onderbreken wordt de medicatie als actueel beschouwd vanwege de intentie om deze in de toekomst te hervatten. Er worden twee nieuwe MA’s gemaakt binnen dezelfde MBH:

  • Een stop-MA met stoptype ‘onderbroken’, verwijzing naar de te onderbreken MA in RelatieMedicatieafspraak en, indien relevant voor uitwisseling in de keten, reden voor onderbreken in RedenWijzigenOfStaken.
  • Een nieuwe MA ter hervatting met relatie naar die stop-MA en eventueel de reden van hervatting in RedenWijzigenOfStaken. Deze kan direct aangemaakt worden of later, bijvoorbeeld pas als de datum van hervatting bekend is.

Indien de voorschrijver de onderbroken MA definitief wil stoppen, wordt er een stop-MA met stoptype ‘stopgezet’ gemaakt met verwijzing naar de stop-MA waarmee de oorspronkelijke MA is onderbroken.

Tijdelijke substitutie met een ander middel is geen wijziging of onderbreking maar daadwerkelijk stoppen van het eerste middel en het starten van een nieuwe MBH met het substituut.

5.2.3 Wisselend doseerschema

Bij sommige geneesmiddelen is het doseerschema variabel, bijvoorbeeld omdat het afhankelijk is van bepaalde bloedwaarden. Een voorbeeld is antistollingsmedicatie. Hierbij bepaalt de voorschrijver de therapeutische INR-range (International Normalized Ratio, maat voor de stollingstijd van het bloed) waarbinnen de behandeling plaats dient te vinden.
De doseerinstructie wordt dan niet in de MA maar in het WDS vastgelegd. Met een WDS kan de dosering van de medicatie aangepast worden zonder dat de MA gewijzigd hoeft te worden.
De trombosearts stelt de specifieke doseerinstructies op binnen de afgesproken INR-range en op basis van de gemeten INR-waarde. Deze INR-waarde wordt vastgelegd in de Toelichting van het WDS, zodat duidelijk is op welke waarde een bepaald schema gebaseerd is. De voorschrijvend arts die de MA heeft gemaakt blijft verantwoordelijk voor de VV’s.

5.2.3.1 Opstarten wisselend doseerschema

De voorschrijver schrijft antistollingsmedicatie voor en legt in de MA vast:

  • AfgesprokenGeneesmiddel: het voorgeschreven geneesmiddel. In het WDS wordt altijd hetzelfde geneesmiddel opgenomen als in de MA.
  • AanvullendeInstructie ‘gebruik volgens schema trombosedienst’; er wordt in de MA dus geen Doseerinstructie opgenomen.
  • Toelichting: de INR-range waarbinnen de behandeling plaats dient te vinden.

De voorschrijver maakt een eerste WDS aan om de periode tot de trombosezorg betrokken is te overbruggen. Op basis van de INR-waarde en, indien nodig, zijn professionele inschatting stelt de trombosearts een WDS op dat het schema van de voorschrijver wijzigt of opvolgt. Vanaf dit moment neemt de trombosedienst het opstellen van de WDS’en over van de voorschrijver.

5.2.3.2 Continueren wisselend doseerschema

Een WDS zal altijd voor een bepaalde tijd worden opgesteld. Het wordt bijgesteld op basis van relevante meetwaarden. Als het WDS aan het einde van de Gebruiksperiode afloopt wordt het opgevolgd door een nieuw WDS (maar zie ook paragraaf 5.2.3.4). In het nieuwe WDS staat een relatie naar de MA en naar het vorige WDS. Er is geen stop-WDS nodig.

5.2.3.3 Stoppen wisselend doseerschema

Zolang er een therapeutische afspraak in een MA staat moet er ook een doseerinstructie zijn. Als die ingevuld wordt door een WDS moet er dus altijd een WDS bestaan zolang de MA loopt.
Het definitief stoppen van een WDS gebeurt door het stoppen van de MA. De trombosearts of andere voorschrijver maakt een stop-MA aan, of stuurt een VMA met voorstel om te stoppen naar de voorschrijver. Het stoppen van de MA leidt tot het stoppen van het bijbehorende WDS. Er is dan geen stop-WDS nodig.
Als de behandeling na verloop van tijd weer gestart moet worden, volgt de gewone procedure van aanmaken MA en opstarten WDS.

5.2.3.4 Wijzigen wisselend doseerschema

Omdat bij antistollingsmedicatie altijd een WDS bij een MA beschikbaar moet zijn zal een WDS doorgaans doorlopen tot na de volgende meting van de relevante bloedwaarde. Dat betekent dat een WDS meestal gewijzigd moet worden. Dit gebeurt volgens het gewone wijzigingsproces door het vastleggen van een nieuw WDS en een technisch stop-WDS (zie paragraaf 2.4.3).
Het nieuwe WDS krijgt een relatie naar de MA en naar het vorige WDS. In RedenWijzigenOfStaken van het WDS kan de reden voor de wijziging worden vastgelegd. Meestal zal een nieuwe INR-waarde uitgangspunt zijn voor het nieuwe schema, deze wordt vastgelegd in de Toelichting van het WDS.

Wijzigingen met betrekking tot de doseerinstructie worden in het WDS opgenomen. Wijzigingen in het overige behandelbeleid moeten in de MA worden vastgelegd.

5.2.3.4.1 Wijzigen wisselend doseerschema door andere voorschrijver

Een WDS kan door de auteur van het WDS zelf gewijzigd worden maar ook door een andere voorschrijver. Deze stuurt dan het technische stop-WDS naar de zorgverlener die het originele WDS heeft gemaakt.

5.2.3.5 Onderbreken dosering

Het kan nodig zijn om de dosering tijdelijk te onderbreken, bijvoorbeeld vanwege comedicatie of een geplande ingreep. Dit kan op twee manieren:

  • Als bekend is wanneer de onderbreking moet starten wordt de dosering voor de betreffende periode in het WDS aangepast naar 0. Er wordt een nieuw WDS met de nuldosering en een technisch stop-WDS aangemaakt.
De MA en de TA lopen in dit geval door. Hiermee is duidelijk dat alleen de dosering tijdelijk onderbroken is; de therapeutische behandeling is niet gestopt.
  • Indien de exacte periode waarin de onderbreking plaats moet vinden niet bekend is, dient de onderbreking via een stop-MA te lopen. Zie paragraaf 5.2.2.5.

5.2.4 Verstrekkingsverzoek

Het VV is de logistieke bouwsteen in een voorschrift. In het VV beschrijft de voorschrijver hoeveel van een geneesmiddel moet worden verstrekt.
In paragraaf 5.2.5.2 wordt voor een aantal data-elementen toegelicht hoe deze in bepaalde situaties moeten worden ingevuld.

5.2.4.1 Maken verstrekkingsverzoek

Als een patiënt een (nieuwe) voorraad geneesmiddel nodig heeft wordt er een VV gemaakt. Bijvoorbeeld bij de start van een behandeling met een nieuw geneesmiddel. Een VV hoeft niet tegelijk met het vastleggen van een MA gemaakt te worden. Bij een MA met een langere gebruiksperiode worden in de loop van de tijd meerdere VV’s gemaakt terwijl de MA hetzelfde blijft.
In de klinische setting is geen VV nodig: de ziekenhuisapotheker zorgt dat de medicijnen beschikbaar zijn zolang de MA loopt.

5.2.4.1.1 Maken verstrekkingsverzoek door andere voorschrijver

Het is mogelijk dat een andere voorschrijver dan degene die de MA heeft gemaakt, een VV onder deze MA doet. Het gaat dan om herhaalmedicatie. In dat geval wordt in het voorschrift naar de apotheek de MA van de originele voorschrijver meegestuurd met het VV.

5.2.5 Aanwijzingen voor invulling bouwstenen medicatieafspraak en verstrekkingsverzoek

5.2.5.1 Aanwijzingen voor invulling bouwsteen Medicatieafspraak

Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen van de MA in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in ART-DECOR is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden.

5.2.5.1.1 AanvullendeInformatie

Een voorschrijver kan in data-element AanvullendeInformatie onder andere aangeven of een MA wel of niet direct in moet gaan. De volgende waarden zijn hiervoor beschikbaar:

  • Direct op toedienlijst of in GDS
  • Na reguliere voorschriftverwerking op toedienlijst of in GDS
  • Per volgende GDS-rolwissel op toedienlijst

Als bij wijzigen een van deze waarden in de nieuwe MA wordt ingevuld, moet de technische stop-MA dezelfde waarde krijgen. Bij stoppen van medicatie kan deze informatie in de stop-MA worden vastgelegd.
In paragraaf 5.8 is alle informatie over GDS-medicatie in een overzicht gezet.

5.2.5.1.2 AfgesprokenGeneesmiddel

G-standaard en vrije tekst
In AfgesprokenGeneesmiddel wordt het voor te schrijven geneesmiddel vastgelegd met een code uit de G-standaard, doorgaans op PRK-niveau.
Het is wel mogelijk om zonder zo’n code, dus in vrije tekst, voor te schrijven. Dit is echter alleen toegestaan wanneer er geen geschikte code beschikbaar is in de G-Standaard, bijvoorbeeld bij onderzoeksmedicatie. Dit mag alleen bij hoge uitzondering gebeuren, onder andere omdat zonder G-standaardcode geen medicatiebewaking kan worden uitgevoerd.

Niet-geneesmiddelen
Ook niet-geneesmiddelen kunnen, op HPK-niveau, vanuit de G-standaard voorgeschreven worden. Voorbeeld: inhalator (Aerochamber, HPK 1915185) als hulpmiddel voor voorgeschreven aerosolen. Niet-geneesmiddelen zijn niet van toepassing voor een medicatieoverzicht of medicatiebewaking.

Eigen artikelen
Eigen artikelen (90 miljoen nummer) kunnen ook in dit data-element worden vastgelegd. Voorwaarde is dat binnen een organisatie een eenmaal aangemaakt 90 miljoen nummer nooit aangepast mag worden. Bij de uitwisseling zorgt de root-oid (unieke technische identificatie van de organisatie) in combinatie met het 90 miljoen nummer ervoor dat deze uniek is ten opzichte van alle 90 miljoen nummers vanuit andere organisaties.
De stoffen waaruit dit artikel bestaat worden als ingrediënten in dit data-element van de MA vastgelegd. Er moet minimaal één ingrediënt worden vastgelegd, zoals bij magistralen.

5.2.5.1.3 Gebruiksinstructie

Omschrijving
Gebruiksinstructies worden op twee manieren elektronisch aangeleverd:

  • Gestructureerd conform de datastructuur onder Gebruiksinstructie.
  • Als vrije tekst in data-element Omschrijving. Hierin wordt de volledige gebruiksinstructie leesbaar uitgeschreven, bijvoorbeeld: "eenmaal per dag 1 stuk".

De optie om vrije tekst weer te geven is bedoeld voor situaties waarin het ontvangende systeem de gestructureerde informatie niet goed kan verwerken, zodat toch correcte informatie aan de eindgebruiker kan worden getoond.

Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat leveranciers bij implementatie zoveel mogelijk gebruikmaken van de gestructureerde informatie om hun eigen omschrijvingen te genereren. De gestructureerde informatie en de vrije tekst moeten volledig overeenkomen. Er mag in de gestructureerde informatie niets staan dat niet in Omschrijving is vermeld.

AanvullendeInstructie
Antistollingsmedicatie (zie paragraaf 5.2.3.1)
Bij geneesmiddelen met een wisselend doseeerschema wordt in de MA geen Doseerinstructie opgenomen. In AanvullendeInstructie wordt ‘gebruik volgens schema trombosedienst’ vastgelegd.

Medicatie die toegediend moet worden
Er kunnen extra aanwijzingen voor de toediening worden meegegeven aan de (professionele) toediener en/of patiënt. Voorbeelden zijn:

  • Aangeven dat bij het stoppen van een fentanylpleister de pleister verwijderd moet worden.
  • Bij dosering van een halve tablet aangeven wat er met de andere halve tablet moet gebeuren.

Dergelijke gegevens kunnen niet gestructureerd worden vastgelegd. Deze worden in vrije tekst in het data-element AanvullendeInstructie van de MA, TA en/of het WDS vastgelegd.

Doseerinstructie
‘Zo nodig’-medicatie
In geval van ‘zo nodig’-medicatie wordt in data-element ZoNodig.Criterium vastgelegd in welke situatie de medicatie genomen moet worden.

Doseerinstructie met interval eenmaal per 36 uur
Een Doseerinstructie die de inname van 1 tablet per 36 uur voorschrijft, kan doorgaans worden vastgelegd als 1 MA met een Keerdosis van 1 tablet en een Interval van 36 uur. Niet alle informatiesystemen ondersteunen echter intervallen langer dan 24 uur. In dat geval is een alternatieve werkwijze nodig.
Een praktische oplossing is gebruikmaken van een HerhaalperiodeCyclischSchema van drie dagen met verschillende Doseerinstructie voor elke dag:

  • dag 1 ’s ochtends een dosis
  • dag 2 ’s avonds een dosis
  • dag 3 geen inname of toediening.

Door dit schema te herhalen ontstaat alsnog een correct doseerpatroon met toedienmomenten die telkens 36 uur uit elkaar liggen.

(Richt)toedientijden bij medicatie die toegediend moet worden
Voor een toedienlijst zijn (richt)toedientijden en doseerinstructies noodzakelijk. Deze gegevens kunnen in de TA, MA of het WDS vastgelegd worden. Verstrekkers en voorschrijvers in de ambulante setting leggen niet standaard de (richt)toedientijden vast en moeten dus alert zijn dat het om een toedienpatiënt gaat. Standaard wordt uitgegaan van flexibele (richt)toedientijden.

Soms is een specifieke toedientijd vereist, bijvoorbeeld vanwege een wisselwerking met andere medicatie. Behalve het vermelden van de exacte toedientijd moet op de toedienlijst ook duidelijk zijn dat hier niet van afgeweken mag worden. Dit moet aangegeven worden door in MA, TA en/of WDS het data-element Toedieningsschema.IsFlexibel op ‘nee’ te zetten.

5.2.5.1.4 Gebruiksperiode

Indien er sprake is van een situatieafhankelijke startDatumTijd of eindDatumTijd, kan dit aangegeven worden in het data-element Gebruiksperiode.Criterium. Dit criterium maakt expliciet wat de situatieafhankelijkheid inhoudt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • ‘X dagen voor opname starten’ – als het exacte startmoment afhankelijk is van een geplande ziekenhuisopname.
  • ‘X dagen na vakantie stoppen’ – als de medicatie wordt afgebouwd na een specifieke gebeurtenis met een onzekere einddatum.

Zie de pagina Voorbeelden onzekerheidscriterium voor uitwerking van de werkwijze bij gebruik van dit criterium.

5.2.5.1.5 RegistratieDatumTijd

De RegistratieDatumTijd geeft de datum en tijd van het vastleggen van de medicatiebouwsteen en dient om de volgordelijkheid van de medicatiebouwstenen correct te kunnen bepalen. Verdere uitleg over de RegistratieDatumTijd is te vinden in ART-DECOR.

5.2.5.1.6 Toelichting

In geval van antistollingsmedicatie wordt in Toelichting de INR-range waarbinnen de behandeling plaats dient te vinden vastgelegd.

5.2.5.1.7 VolgendeBehandelaar

In dit data-element kan de zorgverlener worden vastgelegd waarmee contact kan worden opgenomen bij vragen over deze MA. Als de zorgverlener niet bekend is, mag als alternatief de betreffende zorgaanbieder worden ingevuld. Dit data-element kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij ontslag uit een klinische situatie, zie paragraaf 5.7.2.3.

Het kan ook relevant zijn voor een voorschrijver in een huisartsenpost (HAP). Voorbeelden:

  • Nieuwe MA: De HAP-voorschrijver kan hier de naam van de vaste huisarts invullen.
  • Wijzigen bestaande MA: De HAP-voorschrijver kan in de nieuwe MA hier de naam van de voorschrijver van de oorspronkelijke MA invullen.
  • Stoppen bestaande MA: De HAP-voorschrijver kan in de stop-MA hier de naam van de oorspronkelijke voorschrijver invullen.

Hiermee is het ook buiten ANW-uren voor de hele keten duidelijk bij welke voorschrijver men moet zijn voor bijvoorbeeld vraagafhandeling.

5.2.5.2 Aanwijzingen voor invulling bouwsteen verstrekkingsverzoek

Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen van het VV in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in ART-DECOR is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden.

5.2.5.2.1 Hoeveelheid die verstrekt moet worden

In een VV kan de TeVerstrekkenHoeveelheid vastgelegd worden óf de Verbruiksperiode. Bij vastleggen van een Verbruiksperiode moet de hoeveelheid die verstrekt moet worden eenduidig afleidbaar zijn uit de Doseerinstructie van de MA.
Let op: de eindDatumTijd in een Verbruiksperiode heeft een andere betekenis dan de eindDatumTijd in de Gebruiksperiode van een MA. Deze kunnen ongelijk zijn.

  • Verbruiksperiode.eindDatumTijd: datum tot wanneer de verstrekker toestemming heeft om verstrekkingen te doen (en daarmee voldoende voorraad aan de patiënt mee te geven voor gebruik tot aan die datum).
  • Gebruiksperiode.eindDatumTijd: datum waarop de patiënt moet stoppen met de medicatie (deze kan gelijk zijn aan de Verbruiksperiode.eindDatumTijd of verder in de toekomst liggen).
5.2.5.2.2 Medicatie niet in GDS

In het data-element AanvullendeWensen van het VV kan de voorschrijver aangeven dat een geneesmiddel niet in GDS verstrekt mag worden.
In paragraaf 5.8 is alle informatie over GDS-medicatie in een overzicht gezet.

5.2.6 Informatieoverdracht tijdens deelproces Voorschrijven

5.2.6.1 Nierfunctiewaarde meesturen met medicatievoorschrift

Bij sommige geneesmiddelen is het functioneren van de nieren van belang. De nierfunctiewaarde bepaalt dan de keuze en/of de dosering van het geneesmiddel. Bij dergelijke geneesmiddelen wordt de nierfunctiewaarde altijd samen met het medicatievoorschrift meegestuurd. Ook als er sinds een vorige verstrekking nieuwe uitslagen bekend zijn moeten deze weer met het medicatievoorschrift voor de nieuwe verstrekking worden meegestuurd.
Deze nierfunctiewaarde wordt vastgelegd in de bouwsteen Laboratoriumuitslag en verstuurd via de transactie Sturen laboratoriumresultaten. Zie hiervoor de Informatiestandaard Lab2Zorg. Het los sturen van de Laboratoriumuitslag nierfunctiewaarde zonder medicatievoorschrift valt buiten scope van de informatiestandaard MP9.

5.2.6.2 Lengte en gewicht meesturen in voorschrift

De voorschrijver kan bij het versturen van het medicatievoorschrift ook lengte en gewicht van de patiënt meesturen. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden bij het voorschrijven aan kinderen, of het voorschrijven van medicatie waarbij gewicht (bijvoorbeeld antistollingsmedicatie) of lichaamsoppervlakte (bijvoorbeeld sommige oncolytica) van belang zijn.

Het gaat om de lengte en het gewicht dat de voorschrijver heeft aangehouden voor het bepalen van het voorschrift. Dit kan afwijken van de lengte of het gewicht dat algemeen is vastgelegd over de patiënt.

Lichaamslengte en Lichaamsgewicht zijn losse bouwstenen en kunnen alleen worden meegestuurd in de transacties Sturen medicatievoorschrift en Sturen voorstel medicatieafspraak. Deze informatie is verder niet te raadplegen.

5.2.6.3 Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Voorschrijven

Binnen het deelproces Voorschrijven kunnen diverse vormen van informatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.

type informatieoverdracht systeemrol systeemrolcode
De voorschrijver stuurt een nieuwe MA naar de verstrekker van keuze van de patiënt, in de ambulante situatie vergezeld van een VV. Hiermee geeft de voorschrijver opdracht aan de verstrekker om medicatie ter hand te stellen. VoorschriftSturend MP-VOS
De voorschrijver stuurt een stop-MA en eventuele nieuwe MA naar de verstrekker, al dan niet vergezeld van een VV. Hiermee geeft de voorschrijver opdracht aan de verstrekker om een wijziging in medicatiebeleid door te voeren.
De voorschrijver stuurt een nieuw VV met bestaande MA naar de verstrekker. Hiermee geeft de voorschrijver opdracht aan de verstrekker om opnieuw medicatie ter hand te stellen.
De voorschrijver stuurt lengte en/of gewicht mee met het voorschrift.
De voorschrijver stuurt een nierfunctiewaarde mee met het voorschrift. VoorschriftSturend + LabResultaatSturend MP-VOS + LAB-LRS
De voorschrijver ontvangt bericht als de verstrekker de opdracht heeft afgehandeld. VoorschriftAfhandelingOntvangend MP-VAO
De voorschrijver kan van andere zorgverleners een VMA en/of VVV ontvangen en een AVMA en/of AVVV naar de voorsteller terugsturen. VoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-VMO
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakSturend MP-AVMS
VoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-VVO
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-AVVS
De voorschrijver kan ook zelf voorstelgegevens naar een andere voorschrijver sturen en antwoorden ontvangen. VoorstelMedicatieafspraakSturend MP-VMS
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-AVMO
VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-VVS
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-AVVO
Het EVS levert bij raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. VV wordt alleen aan de patiënt opgeleverd. MedicatieGegevensBeschikbaarstellend MP-MGB
De voorschrijver raadpleegt de beschikbare medicatiegegevens voor het uitvoeren van medicatieverificatie en/of het evalueren van de medicamenteuze behandeling van de patiënt. MedicatieGegevensRaadplegend MP-MGR
De voorschrijver stuurt medicatiegegevens naar/ontvangt medicatiegegevens van een andere zorgverlener, bijvoorbeeld op verzoek van de patiënt of bij ontslag. MedicatieGegevensSturend MP-MGS
MedicatieGegevensOntvangend MP-MGO
De voorschrijver stuurt medicatiegegevens (MA en WDS) naar de trombosedienst ingeval de voorschrijver een eerste WDS ter overbrugging heeft gemaakt. MedicatieGegevensSturend MP-MGS
In geval van gecorrigeerde gegevens schat de voorschrijver in wie hij actief op de hoogte moet stellen door het sturen van de juiste gegevens.
In geval van stoppen andermans MA stuurt de voorschrijver de stop-MA naar de voorschrijver van de gestopte MA.

De voorschrijver maakt gebruik van een elektronisch voorschrijfsysteem (EVS). Zie paragraaf 3.2.3 voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.

5.3 Deelproces Ter hand stellen

Deze paragraaf beschrijft het proces van ter hand stellen door een verstrekker. Een verstrekker is een apotheker of apotheekhoudend huisarts die het proces van ter hand stellen uitvoert of onder wiens verantwoordelijkheid dat gebeurt. Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina Praktijkvoorbeelden Ter hand stellen.

5.3.1 Overzicht deelproces Ter hand stellen

5.3.1.1 Ter hand stellen algemeen

Starten ter hand stellen
Het proces van ter hand stellen start wanneer de verstrekker een nieuw medicatievoorschrift (MA met of zonder VV) ontvangt. Ook een verzoek van de patiënt voor herhaalde medicatieverstrekking of een signaal uit de herhaalmodule van het AIS kan reden zijn voor het starten van dit deelproces. Soms is een verandering in de situatie van de patiënt aanleiding voor het starten van het deelproces, bijvoorbeeld omdat diens medicatie voortaan in een Geneesmiddel Distributie Systeem (GDS) verstrekt moet worden.

Er wordt gecontroleerd op verkrijgbaarheid van het voorgeschreven geneesmiddel en op preferentiebeleid. Ook wordt medicatiebewaking uitgevoerd; de uitwerking hiervan is buiten scope van dit FO.

Mogelijke acties bij ter hand stellen
Als alle gegevens voldoen handelt de verstrekker het medicatievoorschrift af. Dit kan het verstrekken van medicatie betekenen, maar dat hoeft niet. Voorbeelden daarvan zijn:

  • De medicatie wordt gestopt met een stop-MA.
  • De medicatie is gewijzigd en de patiënt heeft nog voldoende voorraad.
  • De patiënt haalt de medicatie niet af.


Bij het afhandelen van het medicatievoorschrift kunnen de volgende medicatiebouwstenen vastgelegd worden:

  • TA om vast te leggen hoe de bijbehorende MA concreet is ingevuld.
  • MVE om vast te leggen wat er daadwerkelijk aan de patiënt is verstrekt.

Dit wordt per bouwsteen verder uitgewerkt in de paragrafen 5.3.2 en 5.3.3.
Paragraaf 5.3.4 bevat aanwijzingen voor de invulling van de bouwstenen MA en VV in specifieke situaties.
Soms zal een verstrekker contact willen opnemen met de voorschrijver. Bijvoorbeeld:

  • Er is een nieuw VV nodig.
  • Er zijn vragen over de ontvangen MA.
  • Na een medicatiebewakingssignaal.

In dergelijke gevallen kan de verstrekker een VMA of VVV naar de voorschrijver sturen. Daarin doet de verstrekker een concreet voorstel voor een MA of VV, met vermelding van de reden voor dat voorstel. Zie paragraaf 5.6 voor nadere informatie over deze voorstelgegevens.

Gegevens uitwisselen
De verstrekker stuurt de TA en, indien ook een verstrekking heeft plaatsgevonden, de MVE naar de voorschrijver. Als de Auteur van het VV een andere zorgverlener is dan de Voorschrijver in de MA, wordt de TA met eventueel de MVE naar die Auteur gestuurd. De vastgelegde gegevens worden ook beschikbaar gesteld.
De informatieoverdracht wordt in paragraaf 5.3.5 verder behandeld.

5.3.1.2 Enkele specifieke situaties

Medicatieproces in de klinische situatie
Het medicatieproces in de klinische situatie wordt apart behandeld in paragraaf 5.7.

Medicatie op toedienlijst
Bij sommige patiënten staat medicatie op een toedienlijst (toedienpatiënten). Deze medicatie kan door een toediener, of door de patiënt zelf toegediend worden. De gegevens die nodig zijn voor het genereren van een toedienlijst kunnen door de voorschrijver in MA of WDS worden vastgelegd en/of door de verstrekker in de TA (zie paragraaf 5.4.2).

5.3.2 Toedieningsafspraak

Met de TA wordt de MA op een concreet niveau ingevuld. Een TA heeft altijd een verwijzing in RelatieMedicatieafspraak naar de bijbehorende MA, indien aanwezig. Er is niet altijd een nieuwe TA nodig, bijvoorbeeld bij herhaalverstrekking onder een lopende MA.
De TA wordt ingevuld op basis van factoren zoals beschikbaarheid, preferentiebeleid, of wensen van de patiënt of voorschrijver. Dit kan bijvoorbeeld resulteren in een product met een andere sterkte met daarbij aangepaste doseerfrequentie. Een andere sterkte betekent een andere PRK. Aangezien de TA onder dezelfde MBH valt als de MA, kunnen binnen 1 MBH dus bouwstenen met verschillende PRK voorkomen.

Op hoofdlijnen kan een verstrekker een nieuwe TA maken, of een bestaande TA continueren, stoppen, wijzigen of tijdelijk onderbreken. Dit wordt in paragraaf 5.3.2.1 t/m 5.3.2.5 uitgewerkt.
In paragraaf 5.3.4.1 wordt voor een aantal data-elementen toegelicht hoe deze in bepaalde situaties moeten worden ingevuld.

5.3.2.1 Eerste toedieningsafspraak

Bij een nieuwe MA wordt altijd een nieuwe TA gemaakt. Een eerste TA in een MBH zal doorgaans gemaakt worden naar aanleiding van een nieuwe MA. Een eerste TA kan echter ook zonder bijbehorende MA worden gemaakt. Als een patiënt in de apotheek bijvoorbeeld een zelfzorgmiddel koopt kan de verstrekker ervoor kiezen om een TA vast te leggen en daarmee een nieuwe MBH te starten. Dit maakt medicatiebewaking mogelijk en het zelfzorgmiddel kan dan ook op een toedienlijst opgenomen worden (zie paragraaf 5.4).

Een TA kan net als de bijbehorende MA in de toekomst starten. Deze TTA heeft een startDatumTijd die later ligt dan de datum waarop de afspraak gemaakt is.

5.3.2.2 Continueren toedieningsafspraak

Als de bestaande MA en TA afdoende zijn om een nieuwe medicatieverstrekking te doen hoeft de TA niet te worden aangepast.

5.3.2.3 Stoppen toedieningsafspraak

Een TA met eindDatumTijd, bijvoorbeeld voor een kuur, stopt vanzelf op die datum. Hierbij is geen stop-TA nodig.
Een stop-MA voor het definitief stoppen van medicatie leidt tot een stop-TA binnen dezelfde MBH met stoptype ‘stopgezet’. Dit voorkomt verdere verstrekking van de medicatie.

De stop-TA bevat de volgende nieuwe gegevens:

data-element in dataset uitleg
eindDatumTijd De datum waarop de TA eindigt. Deze einddatum kan ook in de toekomst liggen.
Verstrekker Naam van de verstrekker die de stop-TA maakt.
RegistratieDatumTijd Datum en tijd waarop de stop-TA wordt vastgelegd.
ToedieningsafspraakStopType ‘stopgezet’
RelatieToedieningsafspraak Relatie naar de TA die gestopt wordt. Een stop-TA moet deze relatie bevatten, tenzij er geen TA beschikbaar is in de MBH om naar te verwijzen. Als de MBH alleen MGB(‘s) bevat, moet de verstrekker deze kunnen stoppen met een stop-TA zonder RelatieToedieningsafspraak. De stop-TA krijgt in dit geval ook geen relatie naar een MGB.
RelatieMedicatieafspraak Relatie naar de stop-MA die aanleiding is voor deze stop-TA.
Toedieningsafspraak RedenWijzigenOf Staken Reden voor stoppen van de TA.

Uit de TA waarnaar verwezen wordt moet de overige beschikbare informatie worden overgenomen, in ieder geval de volgende elementen:

data-element in dataset uitleg
startDatumTijd De oorspronkelijke startdatum.
GeneesmiddelBijToedienings Afspraak Het afgesproken geneesmiddel. In geval van magistralen of ingrediënten hoeven 90 miljoen-nummers niet overgenomen te worden.
Gebruiksinstructie De oorspronkelijke gebruiksinstructie. Het onderdeel AanvullendeInstructie hoeft niet te worden overgenomen aangezien wijze van gebruik bij een stop-TA niet meer relevant is.

De TA kan per direct gestopt worden met eindDatumTijd vandaag, of gestopt worden met een eindDatumTijd in de toekomst.

5.3.2.3.1 Stoppen toedieningsafspraak door andere verstrekker

Een TA kan door de verstrekker zelf gestopt worden maar ook door een andere verstrekker. Wanneer een verstrekker medicatie stopt maakt hij een stop-TA, ook bij het stoppen van een TA van een ander. De stop-TA wordt naar de zorgverlener die de originele TA heeft gemaakt gestuurd. Diens XIS maakt voor deze zorgverlener inzichtelijk dat er een nieuwe mutatie is binnen de MBH.

5.3.2.3.2 Annuleren toekomstige toedieningsafspraak

Het stoppen van een TA met startDatumTijd in de toekomst (TTA) heet annuleren. De TTA wordt geannuleerd door het vastleggen van een annuleer-TTA. Dit is een stop-TA met stoptype ‘geannuleerd’. De annuleer-TTA laat zien dat de patiënt de betreffende medicatie nooit volgens deze TTA heeft gebruikt.

De annuleer-TTA werkt hetzelfde als de stop-TA zoals hierboven beschreven maar met twee verschillen:

  • Het stoptype is ‘geannuleerd’ i.p.v. ‘stopgezet’;
  • De startDatumTijd en eindDatumTijd van de annuleer-TTA zijn aan elkaar gelijk.

5.3.2.4 Wijzigen toedieningsafspraak

Het kan nodig zijn om de TA te wijzigen, bijvoorbeeld vanwege een wijziging in het assortiment of in het preferentiebeleid. Anders dan bij de MA leidt een wijziging in het geneesmiddel op PRK-niveau bij een TA niet tot een andere MBH.

Wijzigen TA bij ongewijzigde MA
Het wijzigen van een TA bij ongewijzigde MA gebeurt door het maken van een technische stop-TA met stoptype ‘stopgezet’ en een nieuwe TA met de wijziging binnen dezelfde MBH. Beide hebben een relatie naar de oorspronkelijke TA en de ongewijzigde MA. De technische stop-TA heeft als eindDatumTijd de startDatumTijd van de nieuwe TA met wijziging (zie paragraaf 2.4.3). In de nieuwe TA kan de reden voor het wijzigen in ToedieningsafspraakRedenWijzigenOfStaken worden vastgelegd.

Een wijziging kan per direct ingaan of kan gepland worden met een startDatumTijd in de toekomst. Als de wijziging wordt doorgevoerd in een toekomstige TA dan wordt er een technische annuleer-TTA gemaakt en een nieuwe TTA met de wijziging.

De technische stop-TA en nieuwe TA worden gelijktijdig aangemaakt en hebben dus dezelfde RegistratieDatumTijd (zie paragraaf 2.4.3.1). Ze worden gelijktijdig verstuurd en gelijktijdig beschikbaar gesteld. Bij raadplegen worden ze ook gelijktijdig opgeleverd. Hetzelfde geldt voor de technische annuleer-TTA en nieuwe TTA.

Wijzigen TA als gevolg van gewijzigde MA
Een TA kan ook gewijzigd moeten worden als gevolg van een wijziging in de bijbehorende MA. In dat geval wordt een technische stop-MA en een nieuwe MA gemaakt. Dit leidt tot een technische stop-TA met relatie naar de oorspronkelijke TA en naar de technische stop-MA. Bij de nieuwe MA wordt een nieuwe TA gemaakt met relatie naar die nieuwe MA, zonder relatie naar de oorspronkelijke TA.
Het wijzigen van een TTA als gevolg van een wijziging in een toekomstige MA werkt hetzelfde.

actie leidt tot met relatie naar
wijziging TA
technische stop-TA n.v.t oorspronkelijke TA
nieuwe TA n.v.t. oorspronkelijke TA (ongewijzigde) MA
wijziging TTA
technische annuleer-TTA n.v.t. oorspronkelijke TTA
nieuwe TTA n.v.t. oorspronkelijke TTA (ongewijzigde) MA
wijziging MA
technische stop-MA technische stop-TA oorspronkelijke TA technische stop-MA
nieuwe MA nieuwe TA nieuwe MA
wijziging TMA
technische annuleer-TMA technische annuleer-TTA oorspronkelijke TTA technische annuleer-TMA
nieuwe TMA nieuwe TTA nieuwe TMA
5.3.2.4.1 Corrigeren toedieningsafspraak

Voor het corrigeren van een TA gelden dezelfde regels als voor het corrigeren van een MA (zie paragraaf 5.2.2.4.1):
Als de foutieve TA nog niet gedeeld is met andere zorgverleners, kan de verstrekker deze in het eigen informatiesysteem aanpassen of schrappen. Als de foutieve afspraak al wel gedeeld is met andere zorgverleners dan moet deze gecorrigeerd worden. Er worden twee nieuwe TA’s gemaakt binnen dezelfde MBH:

  • Een nieuwe TA met de juiste gegevens, ‘foutieve registratie van medicatie’ in ToedieningsafspraakRedenWijzigenOfStaken en verwijzing naar de te corrigeren TA en de ongewijzigde MA.
  • Een technische stop-TA met stoptype ‘stopgezet’ en verwijzing naar de te corrigeren TA in RelatieToedieningsafspraak.

Corrigeren van een toekomstige TA gebeurt op dezelfde manier, met een technische annuleer-TTA plus nieuwe TTA.

5.3.2.5 Tijdelijk onderbreken en hervatten van toedieningsafspraak

Onderbreken TA bij ongewijzigde MA
Het onderbreken van een TA bij ongewijzigde MA gebeurt door het vastleggen van twee nieuwe TA’s binnen dezelfde MBH:

  • Een stop-TA met stoptype ‘onderbroken’, verwijzing naar de te onderbreken TA in RelatieToedieningsafspraak en reden voor onderbreken in ToedieningsafspraakRedenWijzigenOfStaken.
  • Bij hervatting een nieuwe TA met relatie naar de ongewijzigde MA en naar de oorspronkelijke TA.

Dit kan aan de orde zijn bij generieke substitutie tijdens opname (zie paragraaf 5.7.2.2.2).

Onderbreken TA als gevolg van een onderbreek-MA
Het onderbreken van een TA als gevolg van een onderbreek-MA gebeurt op dezelfde manier. Alleen heeft de nieuwe TA een relatie naar de nieuwe hervattings-MA, zonder relatie naar de oorspronkelijke TA.

5.3.3 Medicatieverstrekking

De medicatie kan worden afgeleverd als er een nieuwe of bestaande TA voor is vastgelegd. Een medicatieverstrekking mag alleen plaatsvinden als er een geldige MA bij bestaat.
In de ambulante situatie is ook een nieuw of bestaand VV vereist. De MVE bevat dan een verwijzing naar dat VV. In de klinische situatie is een MA afdoende.
Bij aflevering wordt een MVE vastgelegd en beschikbaar gesteld.

5.3.3.1 Medicatieverstrekking bij GDS-medicatie

Het is wenselijk dat een voorschrijver kan bepalen of wijzigingen in medicatie kunnen wachten tot de volgende rolwissel. Daarvoor moet inzichtelijk zijn wanneer die rolwissel plaatsvindt.
Hiervoor is de afspraak gemaakt om de Verbruiksduur van een MVE gelijk te stellen aan de loopduur van de medicatierol. De MVE heeft bij een wekelijkse medicatierol een Verbruiksduur van 7 dagen. Bij een tweewekelijkse medicatierol is de Verbruiksduur 14 dagen. In combinatie met de start van de MVE (in MedicatieverstrekkingsDatumTijd) is eenvoudig af te leiden wat de laatste dag van de rol zal zijn.
Dit is met name van belang bij medicatie met een niet-dagelijks innameschema. Het voorkomt dat medicatie te vroeg wordt herhaald en zorgt voor een eenduidig uitgangspunt bij rolwisselingen. Voorbeelden:

  • Medicatie met innameschema 3x per week, op maandag - woensdag - vrijdag.
  • Medicatie met innameschema 1x per 2 weken. Bij een wekelijkse medicatierol zal de rol de ene week de medicatie wél bevatten, de andere week niet.

5.3.4 Aanwijzingen voor invulling bouwstenen toedieningsafspraak en medicatieverstrekking

5.3.4.1 Aanwijzingen voor invulling bouwsteen toedieningsafspraak

Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen van de TA in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in ART-DECOR is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden.

5.3.4.1.1 Distributievorm

In het data-element Distributievorm van de TA en de MVE kan aangegeven worden of er sprake is van GDS-medicatie.
In paragraaf 5.8 is alle informatie over GDS-medicatie in een overzicht gezet.

5.3.4.1.2 Gebruiksinstructie

Omschrijving
Gebruiksinstructies worden op twee manieren elektronisch aangeleverd:

  • Gestructureerd conform de datastructuur onder Gebruiksinstructie.
  • Als vrije tekst in data-element Omschrijving. Hierin wordt de volledige gebruiksinstructie leesbaar uitgeschreven, bijvoorbeeld: "eenmaal per dag 1 stuk".

De optie om vrije tekst weer te geven is bedoeld voor situaties waarin het ontvangende systeem de gestructureerde informatie niet goed kan verwerken, zodat toch correcte informatie aan de eindgebruiker kan worden getoond.

Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat leveranciers bij implementatie zoveel mogelijk gebruikmaken van de gestructureerde informatie om hun eigen omschrijvingen te genereren. De gestructureerde informatie en de vrije tekst moeten volledig overeenkomen. Er mag in de gestructureerde informatie niets staan dat niet in Omschrijving is vermeld.

AanvullendeInstructie
Antistollingsmedicatie (zie paragraaf 5.2.3.1)
Bij geneesmiddelen met een wisselend doseeerschema wordt in de MA geen Doseerinstructie opgenomen. In AanvullendeInstructie wordt ‘gebruik volgens schema trombosedienst’ vastgelegd.

Medicatie die toegediend moet worden
Er kunnen extra aanwijzingen voor de toediening worden meegegeven aan de (professionele) toediener en/of patiënt. Voorbeelden zijn:

  • Aangeven dat bij het stoppen van een fentanylpleister de pleister verwijderd moet worden.
  • Bij dosering van een halve tablet aangeven wat er met de andere halve tablet moet gebeuren.

Dergelijke gegevens kunnen niet gestructureerd worden vastgelegd. Deze worden in vrije tekst in het data-element AanvullendeInstructie van de MA, TA en/of het WDS vastgelegd.

Doseerinstructie
‘Zo nodig’-medicatie
In geval van ‘zo nodig’-medicatie wordt in data-element ZoNodig.Criterium vastgelegd in welke situatie de medicatie genomen moet worden.

Doseerinstructie met interval eenmaal per 36 uur
Een Doseerinstructie die de inname van 1 tablet per 36 uur voorschrijft, kan doorgaans worden vastgelegd als 1 MA met een Keerdosis van 1 tablet en een Interval van 36 uur. Niet alle informatiesystemen ondersteunen echter intervallen langer dan 24 uur. In dat geval is een alternatieve werkwijze nodig.
Een praktische oplossing is gebruikmaken van een HerhaalperiodeCyclischSchema van drie dagen met verschillende Doseerinstructie voor elke dag:

  • dag 1 ’s ochtends een dosis
  • dag 2 ’s avonds een dosis
  • dag 3 geen inname of toediening.

Door dit schema te herhalen ontstaat alsnog een correct doseerpatroon met toedienmomenten die telkens 36 uur uit elkaar liggen.

(Richt)toedientijden bij medicatie die toegediend moet worden
Voor een toedienlijst zijn (richt)toedientijden en doseerinstructies noodzakelijk. Deze gegevens kunnen in de TA, MA of het WDS vastgelegd worden. Verstrekkers en voorschrijvers in de ambulante setting leggen niet standaard de (richt)toedientijden vast en moeten dus alert zijn dat het om een toedienpatiënt gaat. Standaard wordt uitgegaan van flexibele (richt)toedientijden.

Soms is een specifieke toedientijd vereist, bijvoorbeeld vanwege een wisselwerking met andere medicatie. Behalve het vermelden van de exacte toedientijd moet op de toedienlijst ook duidelijk zijn dat hier niet van afgeweken mag worden. Dit moet aangegeven worden door in MA, TA en/of WDS het data-element Toedieningsschema.IsFlexibel op ‘nee’ te zetten.

Sommige doseerinstructies zijn niet zomaar eenduidig afleidbaar naar innamemomenten. Voorbeelden zijn:

  • Twee keer per week
  • Eén keer per maand
  • Twee keer per jaar

Met name bij toedienpatiënten is het essentieel dat de geplande toedienmomenten identiek worden afgeleid. Voor toedienpatiënten is daarom het gebruik van het data-element HerhaalperiodeCyclischSchema verplicht in geval van niet-eenduidig afleidbare doseerinstructies. Dit maakt het mogelijk om altijd tot dezelfde toedienmomenten te komen, ongeacht het gebruikte informatiesysteem. Voor uitgewerkte voorbeelden met data-element HerhaalperiodeCyclischSchema zie de pagina doseervoorbeelden.

5.3.4.1.3 Gebruiksperiode

In de Gebruiksperiode wordt de beoogde duur van de medicatie vastgelegd:

  • Medicatie voor onbepaalde duur: hierbij wordt alleen startDatumTijd ingevuld, zonder tijdsDuur of eindDatumTijd.
  • Medicatie voor bepaalde duur: 2 van de 3 data-elementen moeten worden ingevuld. Dit is ook het geval bij medicatie voor eenmalig gebruik.
  • Als er een eindDatumTijd wordt vermeld, is het meegeven van de tijd altijd verplicht. Dit is om verwarring te voorkomen tussen 'tot' en 'tot en met'. In geval van een 'tot en met' datum (dus bij een gehele dag) is tijdstip 23:59:59 van toepassing.


Indien er sprake is van een situatieafhankelijke startDatumTijd of eindDatumTijd, kan dit aangegeven worden in het data-element Gebruiksperiode.Criterium. Dit criterium maakt expliciet wat de situatieafhankelijkheid inhoudt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • ‘X dagen voor opname starten’ – als het exacte startmoment afhankelijk is van een geplande ziekenhuisopname.
  • ‘X dagen na vakantie stoppen’ – als de medicatie wordt afgebouwd na een specifieke gebeurtenis met een onzekere einddatum.

Zie de pagina Voorbeelden onzekerheidscriterium voor uitwerking van de werkwijze bij gebruik van dit criterium.


De startDatumTijd van een TA kan afwijken van die in de MA. Voorbeelden:

  • De patiënt komt de medicatie pas enkele dagen na de startDatumTijd in de MA ophalen.
  • Starten of wijzigen van GDS-medicatie.

Hetzelfde geldt voor de eindDatumTijd.


Als medicatie in GDS geleverd gaat worden of als er wijzigingen plaatsvinden in GDS-medicatie, is de startDatumTijd van de nieuwe GDS-TA gelijk aan de ingangsdatum van de volgende medicatierol.

Als de wijziging moet ingaan vóór een geplande rolwisseling, moet de tijd tot rolwisseling overbrugd worden. Dat kan door de medicatie gedurende die periode los te leveren, of door de rol direct te wisselen.

5.3.4.1.4 GeneesmiddelBijToedieningsafspraak

Waar in de MA het geneesmiddel doorgaans op PRK-niveau wordt voorgeschreven, wordt dit in de TA op HPK-niveau benoemd. Dit niveau bevat nog extra medicatiebewakingsgegevens met betrekking tot hulpstoffen. In de TA staat dan het specifieke handelsproduct dat verstrekt is of verstrekt zal worden.

5.3.4.1.5 RegistratieDatumTijd

De RegistratieDatumTijd geeft de datum en tijd van het vastleggen van de medicatiebouwsteen en dient om de volgordelijkheid van de medicatiebouwstenen correct te kunnen bepalen. Verdere uitleg over de RegistratieDatumTijd is te vinden in ART-DECOR.

5.3.4.2 Aanwijzingen voor invulling bouwsteen medicatieverstrekking

Deze paragraaf bevat uitleg over de invulling van enkele data-elementen van de MVE in specifieke situaties. In de tabbladen Dataset en Scenario’s in ART-DECOR is alle formele broninformatie over de bouwstenen en hun data-elementen te vinden.

5.3.4.2.1 Aanschrijfdatum en MedicatieverstrekkingsDatumTijd

In een MVE kan zowel de AanschrijfDatum als de MedicatieverstrekkingsDatumTijd worden vastgelegd.

  • AanschrijfDatum: datum/tijd waarop de verstrekker een voorgenomen uitgifte vastlegt.
  • MedicatieverstrekkingsDatumTijd: datum/tijd dat de daadwerkelijke medicatieuitgifte heeft plaatsgevonden.

Beide datums zijn gelijk als het VV direct verwerkt wordt en de patiënt de medicatie dezelfde dag komt ophalen. Als de patiënt de medicatie later komt ophalen dan dat het VV verwerkt is zijn deze datums verschillend. Als de medicatie niet wordt opgehaald is er geen sprake van een verstrekking en wordt er ook geen MVE vastgelegd.

Bij gebruik van een uitgifteautomaat is de MedicatieverstrekkingsDatumTijd de datum/tijd waarop de patiënt de medicatie uit de automaat haalt. Als deze datum/tijd niet beschikbaar is in het AIS mag ook de datum/tijd worden gebruikt waarop de medicatie in de uitgifteautomaat wordt gelegd.

Indien er meerdere verstrekkingen worden gedaan onder hetzelfde VV dan heeft elke verstrekking een eigen AanschrijfDatum en uiteraard ook een eigen MedicatieverstrekkingsDatumTijd.

5.3.4.2.2 Distributievorm

In het data-element Distributievorm van de TA en de MVE kan aangegeven worden of er sprake is van GDS-medicatie.
In paragraaf 5.8 is alle informatie over GDS-medicatie in een overzicht gezet.

5.3.5 Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Ter hand stellen

Binnen het deelproces Ter hand stellen kunnen diverse vormen van informatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.

type informatieoverdracht systeemrol systeemrolcode
De verstrekker ontvangt van de voorschrijver een nieuwe MA, een stop-MA of technische stop-MA met gewijzigde nieuwe MA. Dit kan eventueel vergezeld zijn van een nierfunctiewaarde, lengte, of gewicht. VoorschriftOntvangend MP-VOO
LabresultaatOntvangendSysteem LAB-LRO
De verstrekker informeert de voorschrijver over de afhandeling van het medicatievoorschrift door het sturen van de TA en/of stop-TA, met of zonder MVE. VoorschriftAfhandelingSturend MP-VAS
De verstrekker kan een VMA en/of VVV naar de voorschrijver sturen en een AVMA en/of AVVV ontvangen. VoorstelMedicatieafspraakSturend MP-VMS
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-AVMO
VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-VVS
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-AVVO
Het AIS levert bij raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. MedicatieGegevensBeschikbaarstellend MP-MGB
De verstrekker raadpleegt de beschikbare medicatiegegevens voor het uitvoeren van medicatieverificatie. MedicatieGegevensRaadplegend MP-MGR
In voorkomende gevallen kan de verstrekker medicatiegegevens sturen naar of ontvangen van andere zorgverleners. MedicatieGegevensSturend MP-MGS
MedicatieGegevensOntvangend MP-MGO

De verstrekker maakt gebruik van een apotheek informatiesysteem (AIS). Zie paragraaf 3.2.3 voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.

5.4 Deelproces Toedienen

NB: In dit FO en de dataset worden de functionaliteiten rond toedienen als bètaversie gepubliceerd (zie paragraaf 1.5.4).

Deze paragraaf behandelt het proces van het toedienen van medicatie. Medicatie kan worden toegediend zonder toedienlijst. In paragraaf 5.4.1.2 staan enkele voorbeelden hiervan. In deze paragraaf ligt de focus echter op het toedienen aan de hand van een toedienlijst.

Er zijn verschillende situaties waarin medicatie moet worden toegediend, bijvoorbeeld in het ziekenhuis, een verpleeghuis of bij thuiszorg. Het toedienen van medicatie kan gebeuren door professionele toedieners zoals artsen, verpleegkundigen en verzorgenden. Ook kan het zijn dat de patiënt zelf of een mantelzorger de medicatie toedient, maar hierbij een toedienlijst nodig heeft. Hierna wordt het algemene woord toediener gebruikt.

Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina Praktijkvoorbeelden Toedienen.

5.4.1 Overzicht deelproces Toedienen

5.4.1.1 Toedienen medicatie op basis van toedienlijst

In principe wordt medicatie toegediend aan de hand van een toedienlijst. Bij het starten met een toedienlijst stemmen voorschrijver, verstrekker, toediener en/of patiënt af welke medicatie op de toedienlijst komt en wat de beoogde (richt)toedientijden zijn. Dit proces kan per situatie en per zorgorganisatie verschillen.

Voorafgaand aan toediening moet de toediener beschikken over een toedienlijst met de relevante medicatiegegevens van de patiënt. Paragraaf 5.4.2 geeft uitleg over inhoud en opstellen van toedienlijsten.

De toediener controleert de aanwezige medicatie en de gegevens op de toedienlijst, en maakt zo nodig de medicatie voor toediening gereed. De toediener dient de medicatie toe en legt de toediening vast in de bouwsteen MTD. Paragraaf 5.4.3 beschrijft hoe de vastlegging plaats moet vinden in verschillende situaties.

De toediener kan een VMA of VVV naar de voorschrijver sturen om een voorstel te doen met betrekking tot de medicatie van een patiënt. Zie paragraaf 5.6 voor de afhandeling van deze voorstelgegevens.

Hierna vindt uitwisseling van de vastgelegde gegevens plaats. Hierdoor kan een zorgverlener controleren welke medicatie bij een patiënt toegediend is. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn bij de verplaatsing van een patiënt naar een andere afdeling of instelling. De informatieoverdracht wordt in paragraaf 5.4.4 verder behandeld.

5.4.1.2 Toedienen van medicatie zonder toedienlijst

Soms wordt medicatie toegediend zonder dat dit op een toedienlijst staat. Voorbeelden zijn:

  • Er is mondeling een aanpassing in de MA doorgegeven, die nog niet is vastgelegd.
  • Incidentele toediening door de huisarts, bijvoorbeeld van een tetanusinjectie of verdoving.
  • Toedienen van medicatie in spoedsituaties. Ook dan legt de toediener na de toediening een MTD vast. Deze MTD kan dan de eerste bouwsteen zijn waarmee een nieuwe MBH gestart wordt. Hierna moeten wel alsnog een MA en TA aangemaakt worden binnen deze MBH.

5.4.2 Toedienlijsten

Om te kunnen verantwoorden welke medicatie de toediener aan de patiënt toedient, moet dit op een toedienlijst staan (afgezien van de uitzonderingssituaties in paragraaf 5.4.1). Een toedienlijst is een lijst van alle geneesmiddelen die aan een patiënt zijn voorgeschreven en die aan deze patiënt toegediend moeten worden.
Zelfzorgmedicatie valt hier in principe niet onder. Alleen als een voorschrijver hier beleid van heeft gemaakt en hiervoor een MA heeft aangemaakt, en/of als een verstrekker hiervoor een TA heeft aangemaakt, kan ook zelfzorgmedicatie op de toedienlijst staan.

5.4.2.1 Toelichting op enkele gegevens op toedienlijsten

In de paragrafen hieronder worden enkele gegevens toegelicht die van belang kunnen zijn om in een toedienlijst te tonen. De exacte informatiebehoefte bij toedienregistratie is echter afhankelijk van de context van de toediener. De inhoud van een toedienlijst en de wijze waarop een eTDR dit presenteert kunnen dus verschillen, afhankelijk van deze context.

5.4.2.1.1 Medicatie in GDS

Op de toedienlijst moet duidelijk zichtbaar zijn of een geneesmiddel in GDS wordt verstrekt. In het data-element Distributievorm van de TA en de MVE kan aangegeven worden of er sprake is van GDS-medicatie.

5.4.2.1.2 Extra aanwijzingen voor toediening

Er kunnen extra aanwijzingen voor de toediening worden meegegeven aan de (professionele) toediener en/of patiënt. Voorbeelden zijn:

  • Aangeven dat bij het stoppen van een fentanylpleister de pleister verwijderd moet worden.
  • Bij dosering van een halve tablet aangeven wat er met de andere halve tablet moet gebeuren.

Dergelijke gegevens kunnen niet gestructureerd worden vastgelegd. Deze worden in vrije tekst in het data-element AanvullendeInstructie van de MA, TA en/of het WDS vastgelegd.

5.4.2.1.3 (Richt)toedientijden

Voor een toedienlijst zijn (richt)toedientijden en doseerinstructies noodzakelijk. Deze gegevens kunnen in de TA, MA of het WDS vastgelegd worden. Verstrekkers en voorschrijvers in de ambulante setting leggen niet standaard de (richt)toedientijden vast en moeten dus alert zijn dat het om een toedienpatiënt gaat. Standaard wordt uitgegaan van flexibele (richt)toedientijden.
Als deze gegevens ontbreken moet de toediener dit navragen bij de voorschrijver of verstrekker.

Flexibele (richt)toedientijd
Als de (richt)toedientijd van een geneesmiddel flexibel is, zal deze doorgaans bepaald worden op basis van de toedientijden van andere medicatie en de logistieke rondes van de toediener.

Exacte toedientijd
Soms is een specifieke toedientijd vereist, bijvoorbeeld vanwege een wisselwerking met andere medicatie. Behalve het vermelden van de exacte toedientijd moet op de toedienlijst ook duidelijk zijn dat hier niet van afgeweken mag worden. Dit moet aangegeven worden door in MA, TA en/of WDS het data-element Toedieningsschema.IsFlexibel op ‘nee’ te zetten.

(Richt)toedientijd bij ‘zo nodig’-medicatie
Bij ‘zo nodig’-medicatie is normaal gesproken van tevoren geen toedientijd bekend. Er kunnen wel (richt)toedientijden worden meegegeven als daar reden voor is, bijvoorbeeld in geval van slaapmedicatie.

HerhaalperiodeCyclischSchema verplicht bij bepaalde doseerinstructies
Sommige doseerinstructies zijn niet zomaar eenduidig afleidbaar naar innamemomenten. Voorbeelden zijn:

  • Twee keer per week
  • Eén keer per maand
  • Twee keer per jaar

Met name bij toedienpatiënten is het essentieel dat de geplande toedienmomenten identiek worden afgeleid. Voor toedienpatiënten is daarom het gebruik van het data-element HerhaalperiodeCyclischSchema verplicht in geval van niet-eenduidig afleidbare doseerinstructies. Dit maakt het mogelijk om altijd tot dezelfde toedienmomenten te komen, ongeacht het gebruikte informatiesysteem. Voor uitgewerkte voorbeelden met data-element HerhaalperiodeCyclischSchema zie de pagina doseervoorbeelden.

5.4.2.1.4 PrikPlaklocatie

Bij sommige medicatie is het noodzakelijk om te weten waar de laatste keer een injectie is gegeven of een pleister geplakt. Dit wordt na elke toediening vastgelegd in het data-element PrikPlakLocatie in de MTD.

5.4.2.2 Opstellen toedienlijst

Om medicatietoediening veilig en correct te laten verlopen moet een toedienlijst de relevante medicatiegegevens voor dat toedienmoment tonen. Voorschrijvers, verstrekkers en toedieners zijn verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de medicatiegegevens die noodzakelijk zijn voor het samenstellen van een toedienlijst.

5.4.2.2.1 Medicatiebouwstenen voor toedienlijst

Een toedienlijst wordt samengesteld op basis van alle MA’s, TA’s en WDS’en die beschikbaar zijn op het moment dat de medicatie moet worden toegediend. Gegevens als (richt)toedientijden en gebruiksinstructies worden in deze bouwstenen vastgelegd.
Daarnaast zijn ook recent geregistreerde MTD’s van belang, inclusief MTD’s van gewijzigde of recent gestopte medicatie. De MTD’s geven inzicht in hoe eerdere toedieningen zijn verlopen, bijvoorbeeld met betrekking tot de PrikPlakLocatie.
Het informatiesysteem van de toediener (eTDR) haalt de gegevens voor een toedienlijst op met de transactie Raadplegen medicatiegegevens.

5.4.2.2.2 Welke gegevens uit welke bouwstenen halen?

Informatie over de PrikPlakLocatie is in de MTD te vinden. Voor de overige gegevens laat de volgende tabel zien uit welk data-element van welke bouwsteen deze gehaald kunnen worden.

Tabel I Gegevens in data-elementen van MA, TA en WDS

Nr Gegeven Medicatiebouwsteen
Data-element
MA TA WDS
1 Geneesmiddel AfgesprokenGeneesmiddel GeneesmiddelBijToedieningsafspraak AfgesprokenGeneesmiddel
2 Voorschrijver Voorschrijver - -
3 Verstrekker - Verstrekker -
4 Auteur van het WDS - - Auteur
5 Ingangsdatum Gebruiksperiode.startDatumTijd
6 Einddatum/duur Gebruiksperiode.eindDatumTijd, Gebruiksperiode.tijdsDuur
7 Gebruiksinstructie:
Omschrijving Gebruiksinstructie.Omschrijving
Toedieningsweg Gebruiksinstructie.Toedieningsweg
Aanvullende instructie Gebruiksinstructie.AanvullendeInstructie
Keerdosis Gebruiksinstructie.Doseerinstructie.Dosering.Keerdosis
Toedientijd Gebruiksinstructie.Doseerinstructie.Dosering.Toedieningsschema.Toedientijd
Toedieningssnelheid Gebruiksinstructie.Doseerinstructie.Dosering.Toedieningssnelheid
Toedieningsduur Gebruiksinstructie.Doseerinstructie.Dosering.Toedieningsduur
8 Toelichting Toelichting, AanvullendeInformatie Toelichting, AanvullendeInformatie Toelichting

Tabel I laat zien dat diverse gegevens in verschillende bouwstenen voor kunnen komen. De meeste benodigde gegevens voor de toedienlijst worden doorgaans uit de TA gehaald, aangezien de TA de concrete invulling van de MA is.
Het kan echter voorkomen dat er alleen een MA beschikbaar is. Bijvoorbeeld als de verstrekker de MA nog niet verwerkt heeft. Het hangt af van de invulling van data-element AanvullendeInformatie (zie paragraaf 5.2.5.1.1) of gegevens op de toedienlijst uit deze MA gehaald mogen worden. Het kan hierbij om nieuwe, gewijzigde of gestopte MA’s gaan.
Hiervoor zijn de volgende regels opgesteld:

  • Data-element AanvullendeInformatie is leeg of bevat ‘Direct op toedienlijst of in GDS’: de gegevens uit deze MA worden gebruikt voor het opstellen van de toedienlijst.
  • Data-element AanvullendeInformatie bevat ‘Na reguliere voorschriftverwerking op toedienlijst of in GDS’ of ‘Per volgende GDS-rolwissel op toedienlijst’: de gegevens in deze MA mogen niet gebruikt worden voor het opstellen van de toedienlijst. Totdat de MA door de verstrekker is verwerkt in een TA blijven de oude afspraken van toepassing. Na verwerking van de MA is de TA leidend voor de benodigde gegevens op de toedienlijst.

Uitzondering: Als het vastleggen van voorschrijven, ter hand stellen en toedienen in één XIS plaatsvindt, is de invulling van AanvullendeInformatie niet van belang. De MA wordt dan in elke situatie gebruikt voor het opstellen op de toedienlijst. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in ziekenhuizen.

Ook een WDS heeft invloed op welk gegeven uit welke bouwsteen gehaald moet worden.

De volgende tabel geeft voor verschillende situaties aan welke bouwsteen leidend is voor het ophalen van een gegeven voor de toedienlijst, voor een bepaald geneesmiddel. De nummers verwijzen naar de gegevens in de vorige tabel.
Op de pagina Voorbeelden toepassing bouwstenen op de toedienlijst wordt dit voor verschillende situaties verder uitgewerkt.

Tabel II Welke bouwsteen is leidend voor tonen gegevens op de toedienlijst

Situatie MA TA WDS
A) Alleen MA beschikbaar: verstrekker heeft MA nog niet verwerkt AanvullendeInformatie in MA is leeg of bevat

Direct op toedienlijst of in GDS

Nieuwe MA
  • Leidende bouwsteen voor gegevens #1, 5, 6, 7, 8
  • Gegevens voorschrijver #2
– –
Wijzigen of stoppen MA
  • Leidende bouwsteen voor gegevens #1, 5, 6, 7, 8
  • Gegevens voorschrijver #2
– –
AanvullendeInformatie in MA bevat

Na reguliere voorschriftverwerking op toedienlijst of in GDS
of Per volgende GDS-rolwissel op toedienlijst

Nieuwe MA – – –
Wijzigen of stoppen MA
  • Gegevens voorschrijver #2

Bestaande TA:

  • Leidende bouwsteen voor gegevens #1, 5, 6, 7, 8
  • Gegevens verstrekker #3
–
B) MA en TA beschikbaar – –
  • Gegevens voorschrijver #2
  • Leidende bouwsteen voor gegevens #1, 5, 6, 7, 8
  • Gegevens verstrekker #3
–
C) MA, TA en WDS beschikbaar – –
  • Gegevens voorschrijver #2
  • Leidende bouwsteen voor gegeven #1
  • Gegevens verstrekker #3
  • Leidende bouwsteen voor gegevens #4, 5, 6, 7, 8

5.4.3 Aanwijzingen voor invulling bouwsteen medicatietoediening

Na het toedienen van medicatie legt de toediener de toediengegevens vast in de bouwsteen MTD. Eventuele afwijkingen van de oorspronkelijk beoogde toediening (bijvoorbeeld gewijzigde dosering, weigering van de patiënt, slikproblemen, bijwerkingen, etc.) worden ook hierin vastgelegd.
In deze paragraaf worden enkele specifieke situaties beschreven.

5.4.3.1 Toediening wijkt af van toedienlijst

De toediener kan, in overleg en binnen gestelde kaders, afwijken van wat door de voorschrijver en/of verstrekker is vastgelegd in de MA en/of TA. Bijvoorbeeld in de datum of tijd van toedienen of in de toegediende hoeveelheid. De reden hiervoor wordt in data-element MedicatietoedieningRedenVanAfwijken in de MTD vastgelegd.

5.4.3.2 Toediening heeft niet plaatsgevonden

Als het niet lukt een toediening te geven kan dit in de MTD worden vastgelegd door bij ToegediendeHoeveelheid 0 in te vullen, eventueel met uitleg in data-element Toelichting. Als het ook niet de bedoeling is de medicatie op een later moment alsnog toe te dienen, kan dit ook in dat data-element worden aangegeven.

5.4.3.3 Opschorten van een toediening

Als het niet lukt een toediening te geven kan in overleg met de voorschrijver of verstrekker besloten worden op een later moment alsnog toe te dienen, mits dit binnen de gemaakte afspraken over flexibele toedientijden valt. Ook dan kan een initiële MTD met ToegediendeHoeveelheid 0 worden vastgelegd, en een nieuwe MTD als de medicatie later alsnog wordt toegediend.

5.4.3.4 Corrigeren van eerder vastgelegde MTD

Het kan voorkomen dat een reeds vastgelegde MTD gecorrigeerd moet worden, omdat de toediening anders heeft plaatsgevonden dan was vastgelegd. Als de MTD nog niet beschikbaar is gesteld kan de toediener deze in het eigen informatiesysteem aanpassen of schrappen.
Als de MTD al wel gedeeld is met andere zorgverleners worden correcties uitgevoerd door aanvullende MTD’s vast te leggen en beschikbaar te stellen. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van het data-element ToegediendeHoeveelheid. De waarde van dit data-element kan in een corrigerende MTD negatief zijn. Bij correcties is de uiteindelijk toegediende hoeveelheid dan gelijk aan de som van de ToegediendeHoeveelheid in alle vastgelegde MTD’s.
In MedicatietoedieningRedenVanAfwijken kan de reden voor de correctie aangegeven worden, bijvoorbeeld ‘foutieve registratie van medicatie’ of ‘medicatie uitgespuugd door patiënt’.

5.4.4 Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Toedienen

Binnen het deelproces Toedienen kunnen diverse vormen van informatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.

type informatieoverdracht systeemrol systeemrolcode
De toediener raadpleegt de beschikbare medicatiegegevens van de patiënt voor het opstellen van een toedienlijst MedicatieGegevensRaadplegend MP-MGR
Het eTDR levert bij raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. MedicatieGegevensBeschikbaarstellend MP-MGB
De toediener stuurt eventueel de vastgelegde MTD’s naar medebehandelaars of ontvangt deze van hun. MedicatieGegevensSturend MP-MGS
MedicatieGegevensOntvangend MP-MGO
De toediener kan een VMA en/of VVV naar de voorschrijver sturen en een AVMA en/of AVVV ontvangen. VoorstelMedicatieafspraakSturend MP-VMS
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-AVMO
VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-VVS
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-AVVO

Bij het toedienen van medicatie wordt gebruik gemaakt van een elektronisch toedienregistratiesysteem (eTDR). Zie paragraaf 3.2.3 voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.

5.5 Deelproces Gebruiken

Deze paragraaf beschrijft het proces van gebruiken van medicatie en het vastleggen van dit gebruik door een patiënt of diens vertegenwoordiger. Hierna wordt kortheidshalve alleen het woord “patiënt” gebruikt.
Gegevens over het medicatiegebruik van de patiënt kunnen ook door zorgverleners worden vastgelegd, bijvoorbeeld tijdens medicatieverificatie (zie paragraaf 5.1).

Ter ondersteuning van de implementatie van dit deelproces zijn diverse voorbeelden beschikbaar op de pagina Praktijkvoorbeelden Gebruiken.

5.5.1 Overzicht deelproces Gebruiken

De patiënt gebruikt voorgeschreven medicatie en/of zelfzorgmedicatie. Dit kan ook medicatie uit het buitenland betreffen. Dit gebruik kan conform de afspraken in MA en/of TA en/of WDS zijn (bij medicatie op voorschrift), dan wel conform de gebruiksaanwijzing in de verpakking (bij zelfzorgmedicatie). De patiënt kan daar ook van afwijken.

Als er een nieuwe of gewijzigde MA of VV nodig is kan een patiënt contact opnemen met de voorschrijver door het sturen van een VMA of VVV. Zie paragraaf 5.6 voor de afhandeling van deze voorstelgegevens.

Patiënten met een PGO of patiëntenportaal kunnen hun medicatiegegevens inzien (transactie Raadplegen medicatiegegevens). Ze kunnen hierin ook hun medicatiegebruik vastleggen, in de medicatiebouwsteen MGB. De patiënt kan voor elk gebruikt geneesmiddel onder andere vastleggen:

  • Wordt het geneesmiddel wel of niet gebruikt?
  • Is het gebruik volgens afspraak (in MA/TA/WDS)?
  • Zo niet, om wat voor afwijking gaat het?
  • Indien van toepassing, de reden voor afwijken of stoppen, bijvoorbeeld bijwerkingen.

Het vastleggen van MGB’s door de patiënt is vrijblijvend. Informatie over diens medicatiegebruik in de vorm van door de patiënt vastgelegde MGB’s zal dus niet altijd beschikbaar zijn.

Bij toedienpatiënten worden de toediengegevens door de toediener in een MTD vastgelegd, zie paragraaf 5.4. Sommige toedienpatiënten nemen echter wel zelf de medicatie in. Als zij dit vastleggen in een MGB, kan het voorkomen dat dit afwijkt van de gegevens in de MTD.

De vastgelegde gegevens (MGB) worden beschikbaar gesteld aan de behandelaars van de patiënt.

5.5.2 Aanwijzingen voor invulling bouwsteen medicatiegebruik

In de context van deze paragraaf gaat het om patiënten die zelf gegevens rond hun gebruik vastleggen. De tabel hieronder laat voor verschillende situaties zien hoe de data-elementen in de bouwsteen MGB ingevuld moeten worden.

Situatie Gebruik Indicator VolgensAfspraak Indicator Medicatiegebruik StopType Gebruiksperiode (maximaal 2 van 3 invullen) Doseerinstructie
startDatumTijd tijdsDuur eindDatumTijd
Medicatie is/wordt in Gebruiksperiode gebruikt
Dit is volgens afspraak ja ja leeg laten invullen conform MA of TA invullen conform MA of TA
datum/tijd waarop gebruik gestart is of zal starten (beoogde) duur van het gebruik datum/tijd waarop gebruik geëindigd is of zal eindigen
Dit is niet volgens afspraak ja nee leeg laten datum/tijd waarop afwijkend gebruik gestart is of zal starten (beoogde) duur van het afwijkende gebruik datum/tijd waarop afwijkend gebruik geëindigd is of zal eindigen daadwerkelijk gebruikte dosering moet ingevuld worden
Er is geen afspraak (zelfzorgmedicatie) / onbekend of dit volgens afspraak is ja leeg laten leeg laten datum/tijd waarop gebruik gestart is of zal starten (beoogde) duur van het gebruik datum/tijd waarop gebruik geëindigd is of zal eindigen dosering die patiënt met zichzelf heeft afgesproken moet ingevuld worden
Medicatie is/wordt in Gebruiksperiode niet gebruikt
Dit is volgens afspraak nee ja leeg laten of invullen conform stop-afspraak datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden leeg laten er is geen sprake van een dosering
Dit is niet volgens afspraak nee nee stopgezet / onderbroken datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden leeg laten er is geen sprake van een dosering
Er is geen afspraak (zelfzorgmedicatie) / onbekend of dit volgens afspraak is nee leeg laten stopgezet / onderbroken datum/tijd vanaf wanneer gebruik gestaakt of onderbroken wordt n.v.t. bij staken (beoogde) duur van onderbreken n.v.t. bij staken datum/tijd waarop gebruik hervat wordt of zal worden leeg laten er is geen sprake van een dosering


5.5.3 Informatieoverdracht en systeemrollen tijdens deelproces Gebruiken

Binnen het deelproces Gebruiken kunnen diverse vormen van infomatieoverdracht plaatsvinden. De tabel hieronder laat zien welke systeemrollen hiervoor nodig zijn.

Type informatieoverdracht systeemrol systeemrolcode
Het informatiesysteem van de patiënt levert bij raadpleging de vastgelegde medicatiegegevens op. MedicatieGegevensBeschikbaarstellend MP-MGB
De patiënt kan diens medicatiegegevens raadplegen. MedicatieGegevensRaadplegend MP-MGR
De patiënt kan een VMA en/of VVV naar de voorschrijver sturen en een AVMA en/of AVVV ontvangen. VoorstelMedicatieafspraakSturend MP-VMS
AntwoordVoorstelMedicatieafspraakOntvangend MP-AVMO
VoorstelVerstrekkingsverzoekSturend MP-VVS
AntwoordVoorstelVerstrekkingsverzoekOntvangend MP-AVVO

De patiënt maakt gebruik van een PGO of een patiëntenportaal. Zie paragraaf 3.2.3 voor een overzicht van de systeemrollen per informatiesysteem.

5.6 Voorstelgegevens

NB: In dit FO en de dataset worden de voorstelgegevens als bètaversie gepubliceerd (zie paragraaf 1.5.4).

Een voorschrijver kan een voorstel ontvangen van een verstrekker, andere zorgverlener (inclusief andere voorschrijvers) of van de patiënt met betrekking tot diens medicamenteuze behandeling. Binnen MP9 zijn hiervoor de volgende voorstelgegevens beschikbaar:

  • Voorstel medicatieafspraak (VMA) voor voorstellen met betrekking tot de MA, met optioneel een reden voor dit voorstel .
  • Antwoord voorstel medicatieafspraak (AVMA) voor het beantwoorden van het VMA.
  • Voorstel verstrekkingsverzoek (VVV) voor voorstellen met betrekking tot het VV, met optioneel een reden voor dit voorstel.
  • Antwoord voorstel verstrekkingsverzoek (AVVV), voor het beantwoorden van het VVV.

In reactie op een voorstel stuurt de voorschrijver altijd een antwoord naar de voorsteller. Als het voorstel tot een nieuw voorschrift leidt wordt dit naar de verstrekker gestuurd.

5.6.1 Voorstel medicatieafspraak

Een voorsteller kan een VMA naar de voorschrijver sturen. Het kan gaan om een voorstel om een bestaande MA te wijzigen, te stoppen of te continueren, of om een nieuwe MA te starten. Een voorschrijver die een VMA ontvangt, kiest een van de volgende drie mogelijke antwoorden:

  • ‘Geaccepteerd’: de voorschrijver gaat volledig akkoord met het voorstel dat gedaan is. In dat geval worden de volgende gegevens exact overgenomen van het VMA in de nieuwe MA:
Naam data-element
Gebruiksperiode
AfgesprokenGeneesmiddel
MedicatieafspraakStopType
RedenWijzigenOfStaken
RedenVanVoorschrijven
Gebruiksinstructie, met uitzondering van de omschrijving. Een XIS kan ervoor kiezen een omschrijving over te nemen bij raadplegen, of deze zelf te genereren uit de gestructureerde velden.
AanvullendeInformatie
Toelichting
  • ‘Geaccepteerd met wijzigingen’: De voorschrijver gaat akkoord met het voorgestelde farmaceutische product maar maakt een therapeutische wijziging in de MA ten opzichte van het VMA.
  • ‘Afgewezen’: Als de voorschrijver het niet eens is met de PRK van het voorgestelde farmaceutische product wordt het voorstel als ‘afgewezen’ beschouwd en volgt er een MA met een ander farmaceutisch product. Daarnaast kan het gehele voorstel afgewezen worden waarbij geen MA wordt gemaakt. In beide gevallen moet een toelichting gegeven worden.

5.6.2 Voorstel verstrekkingsverzoek

Een voorsteller kan een VVV naar de voorschrijver versturen. Dit betreft een verzoek om een herhaalrecept. Een voorschrijver die een VVV ontvangt, kiest een van de volgende drie mogelijke antwoorden:

  • ‘Geaccepteerd’: de voorschrijver gaat volledig akkoord met het voorstel dat gedaan is. In dat geval worden de volgende gegevens uit het VVV exact overgenomen in het nieuwe VV:
Naam data-element
TeVerstrekkenGeneesmiddel
TeVerstrekkenHoeveelheid
AantalHerhalingen
Verbruiksperiode
Afleverlocatie
AanvullendeWensen
FinanciëleIndicatiecode
Toelichting
RelatieMedicatieafspraak
  • ‘Geaccepteerd met wijzigingen’: De voorschrijver gaat akkoord met het voorgestelde farmaceutische product maar maakt een andere wijziging in het VV ten opzichte van het VVV.
  • ‘Afgewezen’: Als de voorschrijver het niet eens is met de PRK van het voorgestelde farmaceutische product wordt het voorstel als 'afgewezen' beschouwd. Er volgt een VV met een ander farmaceutisch product. Een andere mogelijkheid is dat de BeoogdVerstrekker wijzigt. Dit wordt ook gezien als een afwijzing. De verstrekker die het voorstel doet ontvangt de afwijzing als er van deze verstrekker geen verstrekking verwacht wordt. Tot slot kan de voorschrijver het VVV volledig afwijzen. In al deze gevallen moet een toelichting gegeven worden.

5.6.3 Verstrekken vóór akkoord van voorschrijver

Als de voorschrijver naar aanleiding van het VMA of VVV een voorschrift maakt wordt dit naar de verstrekker gestuurd. Deze handelt vervolgens het voorschrift af. Bij uitzondering kan een verstrekker al verstrekken voordat de voorschrijver geantwoord heeft op het VMA. Dit gebeurt dan op basis van professionele inschatting, regionale afspraken of mondeling akkoord. Daarbij kan het gaan om:

  • Een aanvullend middel dat standaard meegegeven wordt bij een ander product. Bijvoorbeeld een laxans bij een opioïde.
  • Een vervangend middel. Het farmaceutisch product in de TA mag afwijken van de MA (zie paragraaf 5.3.2). Voor duidelijkheid in de keten kan het wenselijk zijn de MA hierop aan te passen, bijvoorbeeld voor de toedienlijst. Hiervoor kan de verstrekker dan een VMA naar de voorschrijver sturen.

5.7 Medicatieproces in de klinische situatie

Deze paragraaf bevat aanvullende informatie over het medicatieproces in de klinische situatie. Het gaat hier over patiënten die opgenomen zijn in bijvoorbeeld een ziekenhuis, een ggz-kliniek, een verpleeghuis of andere instellingen.

Het poliklinische medicatieproces valt hier buiten. Dat komt overeen met de ambulante situatie zoals beschreven in paragraaf 5.1 t/m 5.5.

5.7.1 Enkele aandachtspunten in de klinische situatie

Het klinische medicatieproces verloopt grotendeels zoals in de paragrafen hiervoor beschreven, met enkele verschillen en aandachtspunten:

Levering medicatie
Tijdens opname in een ziekenhuis worden medicijnen in het algemeen geleverd door de ziekenhuisapotheek. In andere instellingen kan dit gedaan worden door openbare, instellings- of ziekenhuisapotheken.

Voorlopige en definitieve medicatieopdracht
In de klinische situatie wordt de term ‘voorlopige medicatieopdracht’ (VMO) gebruikt. In MP9 wordt een VMO vastgelegd in de vorm van een medicatieafspraak (MA). De toepassing van de MA in de klinische situatie is iets breder dan in de ambulante situatie. Naast een afspraak tussen voorschrijver en patiënt over gebruik van medicatie is het ook:

  • een opdracht aan de verstrekker om ervoor te zorgen dat de medicatie beschikbaar is voor toediening.
  • een opdracht aan de toediener om de medicatie toe te dienen

De ziekenhuisapotheker voert doorgaans een validatie van het toedieningsverzoek uit. Hierbij ontstaat een ‘definitieve medicatieopdracht’, vergelijkbaar met de TA.

Verstrekkingsverzoek en medicatieverstrekking
In een ziekenhuis is tijdens de opname dus geen VV nodig. De ziekenhuisapotheker zorgt dat de medicijnen beschikbaar zijn zolang de MA loopt. Ook zal doorgaans geen MVE worden vastgelegd.
Soms wordt medicatie uit de afdelingsvoorraad gehaald. Het aanvullen van deze voorraad is geen medicatieverstrekking in de betekenis van dit FO.
Als levering aan een instelling door een openbare apotheek plaatsvindt, kan er wel sprake zijn van vastlegging van VV en MVE.

Toedienlijst
Tijdens een opname is voor alle patiënten die medicatie toegediend krijgen een toedienlijst aanwezig en worden (richt)toedientijden standaard vastgelegd.

5.7.2 Medicatieproces bij opname en ontslag

Bij opname en ontslag kunnen veel wijzigingen in MA’s en TA’s plaatsvinden. De generieke deelprocessen (Medicatieverificatie, Voorschrijven, Ter hand stellen, Toedienen) blijven van toepassing, zoals in paragraaf 5.1 t/m 5.4 beschreven. In de paragrafen hieronder wordt het proces samengevat, bezien vanuit de klinische situatie.

5.7.2.1 Voorafgaand aan opname

Voorafgaand aan opname wordt doorgaans medicatieverificatie uitgevoerd. Bij spoedopnames zal dit vaak niet mogelijk zijn. Dit kan eventueel wel nog later tijdens de opname gebeuren. Mogelijk moet de medicatie van de patiënt voor opname aangepast worden:

  • Starten nieuwe medicatie
  • Wijzigen, onderbreken of stoppen lopende medicatie

Als de opnamedatum nog niet bekend is wordt in Gebruiksperiode.Criterium in de betreffende MA en/of stop-MA aangegeven hoeveel dagen voor opname de de aanpassing moet plaatsvinden. Zodra de opnamedatum bekend wordt of wijzigt wordt dit in een nieuwe MA vastgelegd.
Zie de pagina Voorbeelden onzekerheidscriterium voor uitwerking van de werkwijze bij gebruik van dit criterium.

5.7.2.2 Tijdens opname

Bij de start van een opname wordt nagegaan welke medicatie de patiënt al in gebruik heeft. Voor deze medicatie zijn verschillende besluiten mogelijk:

  • Medicatie ongewijzigd doorgebruiken
  • Generieke substitutie van medicatie
  • Stoppen medicatie
  • Wijzigen medicatie
  • Medicatie tijdelijk onderbreken
  • Farmacotherapeutische substitutie van medicatie

Deze processen verlopen in grote lijnen zoals beschreven in paragraaf 5.2.2.1 t/m 5.2.2.5. In de volgende paragrafen wordt dit kort uitgewerkt.
Ook tijdens de opnameperiode kan nog medicatieverificatie plaatsvinden.

5.7.2.2.1 Medicatie ongewijzigd doorgebruiken tijdens opname

De patiënt blijft de medicatie uit de ambulante situatie ongewijzigd doorgebruiken (zie paragraaf 5.2.2.2).

  • De MA en TA uit de ambulante situatie blijven doorlopen tijdens opname en na ontslag.
5.7.2.2.2 Generieke substitutie tijdens opname

De patiënt krijgt tijdens opname een ander geneesmiddel dan in de ambulante situatie. Dit middel heeft dezelfde werkzame stof, in dezelfde hoeveelheid en farmaceutische vorm. De PRK blijft dus gelijk.

  • De MA blijft doorlopen tijdens opname en na ontslag.
  • De TA uit de ambulante situatie wordt bij opname gestopt (stoptype ‘gestopt’). Na ontslag maakt de verstrekker uit de ambulante situatie weer een TA bij de MA.
  • Er wordt een nieuwe TA vastgelegd voor de medicatie tijdens opname. Deze wordt gestopt bij ontslag.
5.7.2.2.3 Stoppen medicatie tijdens opname

De patiënt moet definitief stoppen met de medicatie uit de ambulante situatie (zie paragraaf 5.2.2.3 en 5.3.2.3).

  • De MA en TA worden gestopt bij opname (stoptype ‘gestopt’).
5.7.2.2.4 Wijzigen medicatie tijdens opname

Er vindt een wijziging plaats in de medicatie uit de ambulante situatie, bijvoorbeeld qua dosering (zie paragraaf 5.2.2.4 en 5.3.2.4). Dit volgt het reguliere wijzigingsproces:

  • De MA en TA uit de ambulante situatie worden gestopt met technische stop-MA en stop-TA (stoptype ‘gestopt’).
  • Er worden een nieuwe MA en TA met de wijziging vastgelegd; deze worden bij ontslag gestopt.
  • Bij ontslag worden een nieuwe MA en TA aangemaakt voor de ambulante situatie.
5.7.2.2.5 Medicatie tijdelijk onderbreken tijdens opname

Onderbreken van de medicatie uit de ambulante situatie bij opname en hervatting bij ontslag volgt het proces zoals beschreven in paragraaf 5.2.2.5.

  • De MA en TA uit de ambulante situatie worden tijdelijk gestopt, met stoptype ‘onderbroken’.
  • Bij ontslag worden een hervattings-MA en -TA aangemaakt voor de ambulante situatie.
5.7.2.2.6 Farmacotherapeutische substitutie tijdens opname

De patiënt krijgt tijdens opname een ander geneesmiddel dan in de ambulante situatie. Dit middel is wel voor dezelfde indicatie geregistreerd, maar bevat een andere werkzame stof en heeft dus een andere PRK (bijvoorbeeld omeprazol/pantoprazol).

  • De MA en TA uit de ambulante situatie worden tijdelijk gestopt, met stoptype ‘onderbroken’ (zie paragraaf 5.2.2.5).
  • Er worden een nieuwe MA en TA voor het andere middel vastgelegd. Dit gebeurt in een andere MBH, omdat het middel een andere PRK heeft. De nieuwe MA en TA worden bij ontslag gestopt.
  • Bij ontslag worden een hervattings-MA en -TA aangemaakt voor de ambulante situatie.

5.7.2.3 Bij ontslag

Bij ontslag wordt de klinische medicatie gestopt. Bij tussentijds ontslag loopt de klinische medicatie echter door.

Als bij ontslag een nieuwe MA en TA worden aangemaakt kan de voorschrijver van de instelling gebruik maken van het data-element VolgendeBehandelaar, om aan te geven wie naar verwachting de behandeling met het betreffende geneesmiddel zal overnemen (zie paragraaf 5.2.5.1.7). Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij wijzigen of onderbreken van de medicatie uit de ambulante situatie.

5.7.3 Informatieoverdracht in de klinische situatie

Een instelling stelt alle medicatiegegevens die in de instelling zelf zijn vastgelegd (alle eigen bouwstenen) beschikbaar. Deze zijn voor ontvangende zorgverleners mogelijk niet allemaal relevant. Raadplegende informatiesystemen zouden de gegevens daarom kunnen filteren. Echter, sommige geneesmiddelen die tijdens een opname worden toegediend kunnen ook na ontslag nog van belang zijn. Bijvoorbeeld omdat ze een langdurige werking hebben waarvoor ook na ontslag medicatiebewaking nodig blijft. Deze zouden dus niet op voorhand weggefilterd moeten worden. Sectoren en leveranciers kunnen gezamenlijk een lijst hiervoor opstellen. Op deze pagina is een lijst met voorbeelden van dergelijke geneesmiddelengroepen opgenomen.

5.8 Overzicht GDS-medicatie

5.8.1 Inleiding

In de voorgaande paragrafen is op verschillende plaatsen informatie gegeven over GDS-medicatie. Om meer overzicht te bieden is die informatie in deze paragraaf samengevat.

Het Geneesmiddel Distributiesysteem (GDS) is een distributievorm waarbij geneesmiddelen verpakt worden in eenheden per toedieningstijdstip. Het gebruik van GDS heeft consequenties voor het voorschrijven, ter hand stellen en toedienen van medicatie. Voor alle betrokken zorgverleners moet duidelijk zijn dat de patiënt diens medicatie in GDS krijgt. Dit moet eenduidig vastgelegd en gecommuniceerd worden.

De logistiek van GDS-medicatie wordt vaak uitgevoerd door een externe partij. Daarbij is ook informatie-uitwisseling met die partij nodig. De communicatie tussen de verstrekker en de GDS-leverancier valt echter buiten de scope van deze informatiestandaard.

Op de pagina Praktijkvoorbeelden GDS zijn voorbeelden van verschillende situaties uitgewerkt.

5.8.2 Voorschrijven en ter hand stellen van GDS-medicatie

Verstrekkingsverzoek bij GDS-medicatie
In het data-element AanvullendeWensen van het VV kan de voorschrijver aangeven dat een geneesmiddel niet in GDS verstrekt mag worden.

Medicatieafspraak bij GDS-medicatie
Een voorschrijver kan in data-element AanvullendeInformatie onder andere aangeven of een MA wel of niet direct in moet gaan. De volgende waarden zijn hiervoor beschikbaar:

  • Direct op toedienlijst of in GDS
  • Na reguliere voorschriftverwerking op toedienlijst of in GDS
  • Per volgende GDS-rolwissel op toedienlijst

Als bij wijzigen een van deze waarden in de nieuwe MA wordt ingevuld, moet de technische stop-MA dezelfde waarde krijgen. Bij stoppen van medicatie kan deze informatie in de stop-MA worden vastgelegd.

Toedieningsafspraak en medicatieverstrekking bij GDS-medicatie
Op de toedienlijst moet duidelijk zichtbaar zijn of een geneesmiddel in GDS wordt verstrekt. In het data-element Distributievorm van de TA en de MVE kan aangegeven worden of er sprake is van GDS-medicatie.

Als medicatie in GDS geleverd gaat worden of als er wijzigingen plaatsvinden in GDS-medicatie, is de startDatumTijd van de nieuwe GDS-TA gelijk aan de ingangsdatum van de volgende medicatierol.

Als de wijziging moet ingaan vóór een geplande rolwisseling, moet de tijd tot rolwisseling overbrugd worden. Dat kan door de medicatie gedurende die periode los te leveren, of door de rol direct te wisselen.

Verbruiksduur MVE
Het is wenselijk dat een voorschrijver kan bepalen of wijzigingen in medicatie kunnen wachten tot de volgende rolwissel. Daarvoor moet inzichtelijk zijn wanneer die rolwissel plaatsvindt.
Hiervoor is de afspraak gemaakt om de Verbruiksduur van een MVE gelijk te stellen aan de loopduur van de medicatierol. De MVE heeft bij een wekelijkse medicatierol een Verbruiksduur van 7 dagen. Bij een tweewekelijkse medicatierol is de Verbruiksduur 14 dagen. In combinatie met de start van de MVE (in MedicatieverstrekkingsDatumTijd) is eenvoudig af te leiden wat de laatste dag van de rol zal zijn.
Dit is met name van belang bij medicatie met een niet-dagelijks innameschema. Het voorkomt dat medicatie te vroeg wordt herhaald en zorgt voor een eenduidig uitgangspunt bij rolwisselingen. Voorbeelden:

  • Medicatie met innameschema 3x per week, op maandag - woensdag - vrijdag.
  • Medicatie met innameschema 1x per 2 weken. Bij een wekelijkse medicatierol zal de rol de ene week de medicatie wél bevatten, de andere week niet.

6 Aanvullende informatie

Dit hoofdstuk bevat aanvullende informatie voor dit FO.
In paragraaf 6.1 wordt verwezen naar de pagina met links naar aanvullende documentatie.
In paragraaf 6.2 staat de lijst met externe referenties die in dit FO gebruikt zijn.
Paragraaf 6.3 bevat de documenthistorie.

6.1 Aanvullende documentatie

Op de pagina Aanvullende documentatie bij informatiestandaard MP9 staan links naar andere relevante pagina’s. Deze links zijn gegroepeerd naar de verschillende typen informatie.

Ondersteunend materiaal Functioneel Ontwerp
Dit onderdeel bevat Praktijkvoorbeelden en Overige voorbeelden.

Deze hoofdpagina van het FO bevat de functionele informatie voor de informatiestandaard MP9. Een deel van deze informatie wordt geïllustreerd aan de hand van voorbeelden. Deze voorbeelden staan op aparte pagina’s.

Dit materiaal maakte voorheen integraal onderdeel uit van het FO, maar is afzonderlijk geplaatst om het FO zelf compact en normatief te houden. Het ondersteunend materiaal kan worden geraadpleegd ter toelichting en verdieping.

Implementatie- en projectdocumentatie
Naast het FO en het ondersteunend materiaal is aanvullende implementatie- en projectdocumentatie beschikbaar. Hieronder vallen onder andere algemene informatie over het programma Medicatieoverdracht, ketenafspraken, procesbeschrijvingen, implementatiehandleidingen en technische uitwerkingen.

6.2 Referenties

Auteur(s) Titel Versie Datum (raadplegen) Bron
Nictiz Informatiestandaard Medicatieproces Website December 2025 Informatiestandaard Medicatieproces
Programma MO Over het programma Medicatieoverdracht Website December 2025 programma Medicatieoverdracht
Programma MO Kickstart Medicatieoverdracht Website December 2025 Kickstart
Nictiz Informatiestandaarden Website December 2025 informatiestandaarden
Nictiz Begrippenoverzicht Website December 2025 begrippenoverzicht
Programma MO Begrippenlijst Website December 2025 begrippenlijst
Nictiz Stap 0 documentatie 9 juli 2025 December 2025 Stap 0 documentatie
NEN NEN7503:2022 Gegevensuitwisseling in de zorg - Elektronische verwerking en uitwisseling van gegevens voor het voorschrijven en ter hand stellen van medicatie 2022 December 2025 NEN 7503 Gegevensuitwisseling in de zorg – Elektronische verwerking en uitwisseling van gegevens voor het voorschrijven en ter hand stellen van medicatie
Diversen Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten 2018/2019 December 2025 Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten
Diversen Informatieparagraaf: Addendum bij Kwaliteitsstandaard Overdracht van Medicatiegegevens in de keten juli 2023 December 2025 informatieparagraaf
Nictiz ART-DECOR: Medicatieproces Augustus 2026 Augustus 2026 ART-DECOR


Nictiz Kwalificatie Website December 2025 kwalificaties
NHG, KNMP, Z-index Bouwstenen voor het medicatieproces 2014 December 2025 Bouwstenen voor het medicatieproces
Nictiz Zorginformatiebouwstenen hoofdpagina Website December 2025 zibs.nl
Z-index Ruggengraat Z-Index 17 december 2025 December 2025 Ruggengraat Z-Index
Nictiz Ontdubbelen van MBH's 12 augustus 2024 December 2025 Implementatiehandleiding Migratie en hybride
Nictiz Werkwijze infusen Kickstart 1 september 2025 December 2025 Werkwijze infusen
Nictiz Handleiding Kardinaliteiten en conformance 25 september 2025 December 2025 Handleiding Kardinaliteiten en conformance
Nictiz Informatiestandaarden: Basis voor gegevensuitwisseling in de zorg 8 september 2020 December 2025 Informatiestandaarden: basis voor gegevensuitwisseling in de zorg
Nictiz Leeswijzer ten behoeve van het meesturen van de nierfunctiewaarde met het voorschrift 28 maart 2025 December 2025 Leeswijzer meesturen nierfunctiewaarde met voorschrift
Rijksoverheid Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg 2024 December 2025 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG)
Nictiz Ontwerp Lab2zorg V4.0.0-beta.1 15 juli 2026 Juli 2026 Informatiestandaard Lab2Zorg

6.3 Documenthistorie

Versie Datum Omschrijving
9 3.0.0-rc.3 augustus 2026 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9 3.0.0-rc.2 februari 2026 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9 3.0.0-rc.1 mei 2025 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9 3.0.0-beta.4 november 2024 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9 3.0.0-beta.3 maart 2024 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9 3.0.0-beta.2 oktober 2023 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9 3.0.0-beta.1 februari 2023 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9 2.0.0 28 april 2022 Foutieve links binnen FO gecorrigeerd BITS MP-619
9 2.0.0 14 april 2022 plaatjes bij use cases 4.1.38, 4.1.39 en 4.1.40 aangepast, hier stond GDS in plaats van WDS BITS MP-534
9 2.0.0 08 april 2022 kapotte links binnen FO gecorrigeerd BITS MP-607
9 2.0.0 05 april 2022 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9 2.0.0 bèta 01 oktober 2021 voor alle wijzigingen zie: *Releasenotes
9.1.0 29 januari 2020
  • Tekstuele aanpassingen staken/stoppen
  • Par 7.11 toegevoegd: Implementatie geneesmiddel distributiesysteem (GDS)-velden
  • BITS MP-85, BITS MP-93, BITS MP-122 Use cases toegevoegd (Gebruik registreren op basis van verstrekking, Verstrekkingsverzoek met aantal herhalingen, Voorschrijven van niet geneesmiddelen)
  • Hoofdstuk 4: plaatjes bij use cases toegevoegd
  • Nierfunctiewaarde in het voorschrift
  • BITS MP-48 Medicatieoverzicht: Par 5.7 toegevoegd 'Velden die niet getoond hoeven te worden'
  • Diverse tekstuele aanscherpingen/verbeteringen o.a. BITS MP-131
  • Paragraaf 'Ongeadresseerd voorschrijven' verplaatst naar hoofdstuk 'Beschouwingen'
  • BITS MP-151 Proces van aanmaken concept-TA verwijderd
  • BITS MP-128 Par 4.1.8: Toelichting 'Medische noodzaak'
  • BITS MP-129 Par 4.1.35: Use case toegevoegd
9.0.7 juli 2019

Voorbeelden voor specifieke infrastructuren verwijderd.

9.0.7 december 2018
  • Par 1.3.3. MBH op HPK niveau in geval van 'niet geneesmiddelen' zonder een PRK niveau
  • Par 1.3.3. MBH voor geneesmiddelen zonder PRK (magistralen, infusen etc)
  • Par 2.2.5.5. Wijzigen medicatie: Technisch stop-MA: afspraak datum voor stop-MA en nieuwe MA moeten hetzelfde zijn. Wijziging op MA die reeds gestopt is toegelicht (geen extra staken-MA nodig)
  • Par 2.2.6. Toegevoegd: VV onder MA van iemand anders
  • Par 4.2.15. Uitleg GDS leverancier levert ander HPK
  • Par 7.10: Medicatiegebruik gebruikindicator, volgens afspraak indicator, stoptype, gebruiksperiode en doseerinstructie: tabel aangepast en voorbeelden toegevoegd
  • Par 4.1.34: Eigen artikelen uitleg toegevoegd
  • Hoofdstuk 5: voorbeeld medicatieoverzicht ingevoegd in deze wiki pagina ipv een losse wiki pagina (om zoeken binnen het FO te vereenvoudigen).
  • Diverse tekstuele aanscherpingen/verbeteringen
9.0.6 mei 2018
  • Aanvulling op voorstel verstrekkingsverzoek en toevoeging van antwoord-voorstel verstrekkingsverzoek
  • Hoofdstuk 6 tabel 4 toevoeging van linkjes naar ART-DECOR transacties
  • Verwijderd: hoofdstuk over LSP
  • Par. 7.10 tabel uitgebreid met gebruiksperiode en doseerinstructie
  • Aanscherpingen in diverse teksten
  • Toevoeging van kenmerk 'bouwsteen van iemand anders' voor MA, TA, MGB in medicatieoverzicht
9.0.5 januari 2018
  • Terminologie: Stop-MA gewijzigd naar staken-MA conform eerdere projectafspraken.
  • Par. 1.3.4 Aanvulling dat MA ook mag verwijzen naar bouwsteen onder andere medicamenteuze behandeling.
  • Par. 4.1.22 Ontslag aangepast omdat bij ontslag eerder gestaakte ambulante medicatie opnieuw gestart kan worden.
  • Par. 4.1.26 Staken van medicatie door derden aangepast.
  • Par. 4.1.27 Twee PRK's onder één medicamenteuze behandeling.
  • Par. 2.2.5.3 Staken medicatieafspraak aangepast ter verduidelijking van impact op reeds ingevoerde toekomstige medicatieafspraken.
  • Voetnoot 3 Voorlopige en definitieve medicatieopdracht verduidelijkt en use case medicatieopdracht (par. 4.1.31) toegevoegd.
  • Par. 4.1.30 Use case Eenmalig gebruik toegevoegd.
  • Paragraaf 2.2.4, 2.2.5.2, 2.2.5.4, 4.1.16, 4.1.22 aangepast voor substitutie. Bij substitutie wordt een medicamenteuze behandeling niet tijdelijk onderbroken maar daadwerkelijk gestaakt. Het substituut wordt onder een nieuwe medicamenteuze behandeling gestart.
  • Paragraaf 4.1.33 Ontbreken digitale medicatieafspraak bij opname toegevoegd.
  • H5 Medicatieoverzicht aangepast met verwijzing naar nieuwe inhoudelijke pagina met functionele uitwerking.
  • Paragraaf 7.10 Medicatiegebruik: gebruikindicator, volgens afspraak indicator en stoptype toegevoegd.
  • H6 Bouwstenen van medicatieoverzicht gewijzigd naar MA, TA en MGB.
  • Figuur 2 Kleuren in datamodel conform figuur 1.
  • Diverse afkortingen verklaard.
9.0.4 september 2017
  • Verwerkt Ontwerpbeslissingen in functioneel ontwerp. Daarmee zijn de ontwerpbeslissingen vervallen. Het huidige FO is vanaf nu leidend.
  • Par. 1.3.1. Definities bouwstenen aangepast en afkorting voor medicatieverstrekking gewijzigd van VS naar MVE.
  • Par. 1.3.3. Medicamenteuze behandeling nu op basis van PRK, stuk herschreven en ontstaan mbh en omgang met parallelle MA toegevoegd.
  • Par. 1.3.4. Nieuw datamodelplaaje, diverse relatie toegevoegd en aangepast op basis van ontwerpbeslissingen.
  • Par. 1.5 Begrippenlijst verwijderd.
  • H.2 Plaatje medicatieproces aangepast: mo toegevoegd bij sturen en/of beschikbaarstellen door gebruiker; lijnen in swimlane van toediener/gebruiker aangepast.
  • H4.1 Nieuwe use cases toegevoegd: Niet verstrekken voor, Verschillende PRKs onder dezelfde medicamenteuze behandeling, Staken van medicatie door derden, Achteraf vastleggen medicatieafspraak, Parallelle medicatieafspraken.
  • H4.2 Nieuwe use case: Stop-toedieningsafspraak; gewijzigde use case: Aanschrijfdatum, verstrekken en niet afhalen.
  • H5: Onderscheiden van medicatieprofiel en medicatieoverzicht beschreven; afleidingsregels aangepast op basis van de nieuwe ontwerpbeslissingen.
  • Waar logisch verwijzingen vanuit Art-decor naar FO H7 aangebracht.
  • Diverse grammaticale en kleine tekstuele wijzigingen.
9.0.2 18 juni 2017 Omzetting document naar wiki.
0.97 22 december 2016 Paragraaf 2.4, 4.3.1 opmerkingen review verwerkt.
Paragraaf 4.2.11 aanscherping in tekst.
0.96 1 december 2016 Paragraaf 2.4 Proces: toedienen aangepast en als gevolg daarvan ook H6: toegevoegd Sturen/ontvangen toediengegevens.
0.95 15 juli 2016 Versie t.b.v. pilot